CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Lemselermaten_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 IP 4 Verantwoording eindscenario.pdf

Commissie Omgeving & Economie 10 januari 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Lemselermaten (incl. een presentatie)9.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LEMSELERMATEN VERANTWOORDING DEFINITIEF MAATREGELENPAKKET NATURA 2000

- uitkomst iteratief proces -

Lemselermaten ONDERBOUWING SCENARIOKEUZE PAS-MAATREGELEN

Colofon

Opdrachtgever: Titel: Status: Datum: Auteurs: Kaartmateriaal: Projectnummer:

Gemeente Dinkelland Lemselermaten – onderbouwing scenariokeuze PAS-maatregelen Definitief 22 januari 2020 A.A.M. Kieskamp & A.T.W. Eysink Copyright © 2019, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn 18.53.1030.03

© Coöperatie Unie van Bosgroepen u.a., december 2019 Postbus 8187 6710 AD EDE t (0318) 67 26 28 f (0318) 67 26 29

www.bosgroepen.nl

Samenvatting Voor Natura 2000-gebied Lemselermaten hebben de provincie Overijssel en het Rijk PASgebiedsanalyses laten opstellen met de doelen en welke herstelmaatregelen waar en wanneer nodig zijn. In 2016 en 2017 zijn de maatregelen gevalideerd door de Bosgroepen in samenwerking met de adviesbureaus Tauw en B-ware. Op basis van een landschapsecologische systeemanalyse voor het gebied is een maatregelenpakket opgesteld ten behoeve van de grondwaterafhankelijke habitattypen Zwak gebufferde vennen (H3110), Heischrale graslanden (H6230), Blauwgraslanden (H6410), Kalkmoeras (H7230), Pioniervegetatie met snavelbiezen (H7150), Vochtige heiden (H4010A) en Vochtige alluviale bossen (H91E0C), waarvoor knelpunten zijn geformuleerd in de PASgebiedsanalyse. Om de effecten van de maatregelen op de habitattypen en andere functies in het gebied te bepalen, zijn in iteratieve sessies met een team van hydrologen, ecologen, landbouwdeskundigen en betrokkenen uit het gebied met behulp van een inmiddels verfijnd hydrologisch model tien maatregelenscenario’s doorgerekend.

Het doel was te komen tot een eindscenario dat nodig is om de achteruitgang van de kwaliteit van de habitattypen te stoppen, de langetermijndoelen te realiseren (en daarmee zorgt voor verduurzaming van de kwaliteit van de habitattypen op lange termijn) met zo min mogelijk negatieve effecten op andere functies dan natuur in en rondom het gebied (wonen, werken).

Eindscenario Het Bosgroepenscenario (4) gaf plaatselijk te weinig effect in het dal van de Weerselerbeek en juist meer in het dal van de Dollandbeek. Het PAS-scenario (5) hield geen rekening met mitigerende maatregelen voor twee woningen aan de Glipsdijk en de Haarstraat en de drooglegging van de Glipsdijk. Het scenario 10 is het meest effectief in het hydrologische doelbereik van de habitattypen door het dempen van de Dollandbeek en het sterk verondiepen van de Weerselerbeek vanaf de Glipsdjjk tot aan de Holtwijkerbeek. Percelen ten westen van de Holtwijkerbeek en ten zuiden van de Dollanddijk hoefden daarom hydrologisch niet ten behoeve van natuur te worden verbeterd. Het scenario 10 zorgt al met al voor een voldoende positief effect op de habitattypen in Lemselermaten. De maatregelen uit het scenario 10 zorgen voor een toename van de kwel, hetgeen het belangrijkste criterium is voor de habitattypen. De duur van de hoogste waterstanden, af te leiden uit de duurlijnen, neemt eveneens toe. De GVG en GLG worden hoger, waardoor het doelgat voor de GVG wordt gedicht. Het doelgat voor de GLG wordt op één getoetste locatie niet gedicht (17 cm te laag), maar al met al hebben de maatregelen een voldoende positief effect op de grondwaterafhankelijke habitattypen.

2 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

Maatregelenkaart (scenario 10) voor Natura 2000-gebied Lemselermaten ten behoeve van de habitattypen.

Totstandkoming van het eindscenario Om de effecten van de maatregelen op de habitattypen in het Natura 2000-gebied Lemselermaten en andere functies in het gebied te bepalen, zijn hydrologische berekeningen uitgevoerd. Met behulp van een grondwatermodel, de input vanuit de systeemanalyse en gebiedskennis van experts, zijn tien maatregelenscenario’s in verschillende iteratieve stappen doorgerekend. Het doel van dit iteratieve proces was te komen tot een breed gedragen eindscenario dat voorziet in het stoppen van de achteruitgang van de kwaliteit van de habitattypen met zo min mogelijk negatieve effecten op andere functies dan natuur in en rondom het gebied (wonen, werken). De scenario’s zijn in iteratieve sessies uitgewerkt door een deskundigenteam, bestaande uit experts hydrologie, ecologie en landbouw. Zij legden suggesties voor vervolg voor aan het projectteam. Nadat een voorstel was goedgekeurd door het projectteam, werd het voorgelegd aan de bestuurlijke adviesgroep. Om de effectiviteit van de maatregelen op de habitattypen te kunnen beoordelen, is gekeken naar vier sturende factoren voor grondwaterkwaliteit en –kwantiteit. Van hoogste naar laagste prioriteit zijn dat kwel, duurlijnen, GVG en GLG. In eerste instantie zijn drie scenario’s doorgerekend: 1. Bosgroepenscenario variant B (verondiepen Dollandbeek tot 20 cm-mv en aanleg compenserende watergang), 2.

Bosgroepenscenario variant A (Dollandbeek wordt in oud tracé gelegd met een diepte van 40 cm-mv) en 3. PAS-scenario. Het verondiepen van de Dollandbeek bleek onvoldoende invloed te hebben op de habitattypen. Ook bleek een aantal maatregelen niet volledig te zijn ingevoerd. Daarom is scenario 4 doorgerekend als uiteindelijk Bosgroepenscenario, met als kanttekening dat de 3

Dollandbeek is gedempt in plaats van verondiept. Scenario 4 bleek nog ontoereikend voor de habitattypen. In scenario 5 is het effect van de Holtwijkerbeek bepaald, deze blijkt geen negatief effect te hebben op de habitattypen. In scenario 6 is hetzelfde gedaan voor de waterwinning. Het uitschakelen van de waterwinning heeft een beperkt en onvoldoende effect op de habitattypen. In scenario 7 zijn extra hydrologische maatregelen genomen en mitigerende maatregelen voor woningen langs de Haarstraat en Glipsdijk. Scenario 8 was ten behoeve van actualisatie van het model (aanwezigheid meer buisdrainage dan gedacht). Scenario 9 betreft scenario 7, maar dan met geactualiseerd model en minder maatregelen aan de Peulersteeg om de effecten op andere functies dan natuur te verminderen. In scenario 9b zijn de buisdrainages bij twee aanvullende percelen aan de Peulersteeg gehandhaafd. Scenario 10 is het eindscenario waarbij drainage in enkele percelen aan de Glipsdijk is behouden, en minder mitigerende drainage is aangelegd rondom de huispercelen. Het voorlopige eindscenario is na de keukentafelgesprekken met enkele aanpassingen, die geen significant negatieve effecten hebben op de aangewezen habitattypen, definitief gemaakt.

Afwijkingen t.o.v. PAS-scenario Met het definitieve maatregelenpakket (eindscenario 10) wordt afgeweken van de PASmaatregelen zoals oorspronkelijk beschreven in de PAS-gebiedsanalyse. Onderstaande tabel geeft alle PAS-maatregelen weer en beschrijft/onderbouwt of en op welke wijze de maatregel is meegenomen in het eindscenario 10. PAS-maatregel

Vergelijking met eindscenario

Onderbouwing

M1 verwijderen ontwatering (sloten en buis drainage) en inrichten in verworven EHS percelen binnen Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M3 verwijderen ontwatering (sloten en buis drainage) en inrichten verworven EHS perceel binnen

Ongewijzigd, opmerking: er was geen

Natura 2000 gebied

buisdrainage aanwezig

M6 voorkomen inundatie beekdal Weerselerbeek bij

Knijpconstructie bij

piekafvoeren door bekading of verdeelwerk

Boschbeek/Middensloot voorkomt Ongewijzigd keuze is verdeelwerk

overstroming.

M9/M10 Ondiep afgraven

Eco-hydrologisch relaties luisteren heel

toplaag (ontgronden) en

nauw. Afgraven leidt mogelijk tot

verwijderen bos (eenmalig) (t.b.v. Kalkmoeras)

significant negatieve effecten op direct Afschrapen i.p.v. afgraven.

aangrenzende Habitats.

M11 Omvorming landbouwpercelen naar natuur binnen Natura 2000 gebied en

Eco-hydrologisch relaties luisteren heel

(lokaal) fosfaatrijke toplaag

nauw. Afgraven leidt mogelijk tot

verwijderen (eenmalig)

Niet afgraven. Bij voldoende verschraling

significant negatieve effecten op direct

(ontgronden)

mogelijk op lange termijn zode afplaggen.

aangrenzende Habitats.

M13 verwerven percelen, verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) en

Ongewijzigd 4

Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

inrichten binnen Natura 2000 gebied M14 vergoeding natschade

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

M16 ophogen landbouwgrond

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

M17 verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) en inrichting in verworven EHS percelen buiten Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M18 Verwerven van, verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) in en inrichting van EHS percelen buiten Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M19 Verwijderen ontwatering en nader in te vullen oplossing

Deel van de ontwatering wordt niet

voor omgang met vernatting

Gewijzigd, deel van de ontwatering wordt

aangepakt omdat deze geen invloed

nabij tracé

verwijderd. Oplossing voor omgang met

heeft op de habitattypen

rondweg Weerselo

vernatting geen onderdeel van deze opdracht

(systeemanalyse, scenarioberekeningen)

M20 Onderzoeksopgave voor vaststellen of maatregelen ten aanzien van grondwateronttrekking drinkwater (Weerselo) nodig

In het iteratief proces is berekend wat de

zijn voor realiseren

invloed is van het stopzetten van de

instandhoudingsdoelstellingen

waterwinning op de habitattypen. De

grondwaterafhankelijke

invloed is beperkt, de GVG en GLG stijgt

habitattypen

Uitgevoerd

met een paar cm.

M21 Verwijderen ontwatering

In het M21-perceel ten oosten van het

en ophogen landbouwgrond

Natura 2000-gebied is de ontwatering

(herstel waterhuishouding)

wel gedempt en verondiept conform PAS, maar in het zuidelijke M21-perceel niet: het dempen van de Dollandbeek is daar Gewijzigd, ontwatering in perceel ten zuiden van

effectiever (zie scenario 4 en 5, Willems

het Natura 2000-gebied wordt niet verwijderd

2018d,e)

M22 Verwijderen ontwatering

Ongewijzigd: verwijderen ontwatering.

en natschaderegeling

Uitwerking geen onderdeel van de opdracht: natschaderegeling

M23 Verwijderen ontwatering

Dempen van de Dollandbeek is

zonder natschade landbouw

effectiever dan opheffen ontwatering op hoog gelegen dekzandrug, zie scenario 4 Gewijzigd, ontwatering wordt niet verwijderd

en 5 (Willems 2018d,e).

M24 Verondiepen

Gewijzigd, Dollandbeek wordt binnen de Natura

Weerselerbeek en Dolland

2000-begrenzing gedempt

Dempen van de Dollandbeek is gunstiger

Beek (ca. 30 cm -mv)

voor de habitattypen dan het PASscenario (verondiepen)

M26 Onderzoeksopgave vermesting grondwater

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

Aanpassingen n.a.v. keukentafelgesprekken De maatregelenkaart is op onderdelen aangepast, omdat ze niet met de werkelijkheid overeen komt. 1. De ligging van de buisdrainage ten westen van Glipsdijk 5 is aangepast.

5

2. De te dempen sloten ten westen en oosten van het erf Glipsdijk 5 zijn niet aanwezig. 3. In het akkerperceel direct ten zuiden van de Reservaatsweg ligt geen buisdrainage. 4. De verduikering van de bermsloot Bentertsteeg naar de Weerselerbeek ten oosten van Glipsdijk 3 is toegevoegd. 5. De duiker onder de Dollanddijk door ten behoeve van de afwatering van het landbouwperceel ten noorden van de Dollanddijk naar de Dollandbeek ten zuiden daarvan is toegevoegd. 6. De verduikering van een sloot in het agrarische perceel ten zuiden van de Dollanddijk is toegevoegd. Daarnaast zijn aanpassingen gedaan, die de doelrealisatie Natura 2000 niet negatief beïnvloeden, maar de omgeving wel minder belasten. a)

Op drie locaties kan de buisdrainage blijven liggen. Deze percelen liggen in het stroomgebied van de Weerselerbeek. Direct ten noorden van Glipsdijk 3 kan een ondiepe buisdrainage op 0,5 m onder maaiveld blijven liggen. De buisdrainage in de zuidwesthoek Bentertsteeg – Middensloot kan blijven liggen evenals de buisdrainage in een perceel ten zuiden van de middensloot direct bovenstrooms van de Weerselerbeek.

b) Het verondiepen van de bermsloten langs de Glipsdijk in het meest oostelijke traject ter hoogte van Glipsdijk 9 komt te vervallen. c)

Een greppel van 0,3 m is primair toegevoegd voor het meest oostelijk gelegen landbouwperceel om oppervlakkige afstroming van fosfaat naar het habitat Vochtige alluviale bossen te voorkomen. Daarnaast wordt de oppervlakkige afwatering van het erf Lemseloseschoolweg 18 naar de bermsloot van de Glipsdijk daarop aangesloten.

d) De verduikering tussen Bentertsteeg en Weerselerbeek deels opnieuw aanleggen door de verondieping van de Weerselerbeek. e)

De verduikering ten zuidoosten van het erf Bentertsteeg 2 verlengen van erf tot Weerselerbeek i.v.m. afvoer erfwater (figuur 5).

f)

De verduikering van een sloot in het landbouwperceel ten zuiden van de Dollanddijk deels opnieuw aanleggen door de verondieping van de Dollandbeek. Zo ook de buisdrainage die daar ligt.

g) De nieuwe Dollandbeek krijgt in westelijke richting een aangepast tracé op de hoek Dollanddijk – Rutermedenweg wat positief is voor de vochtige alluviale bossen en aan de wens van de eigenaar (Lemselosestraat 5) voldoet. h) De Rutermedenweg tussen de Dollanddijk en Haarstraat ophogen om als openbare weg te kunnen blijven functioneren. i)

Maaiveldverlagingen zijn niet toegestaan, omdat ze de hydro-ecologische relaties kunnen verstoren met significant negatieve effecten op de aangrenzende habitattypen. Dit betreft de landbouwpercelen in de bovenloop van de noord- en zuidtak van het dal van de Dollandbeek en aan de Reservaatweg.

6 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

Mitigatiemaatregelen eindscenario t.o.v. scenario 10 naar aanleiding van keukentafelgesprekken.

Definitieve maatregelenkaart. Mitigatiemaatregelen eindscenario t.o.v. scenario 10. 7

8 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

Inhoudsopgave 1

2

Samenvatting

2

Inleiding

11

1.1

Aanleiding

11

1.2

Leeswijzer

11

Iteratief proces

12

2.1

Deelnemers

12

2.2

Model en toetsing

12

2.3

Verloop doorrekenen scenario’s

14

3

Maatregelen eindscenario

19

4

Uitwerking PAS-scenario

21

5

Aanpassingen maatregelen n.a.v. keukentafelgesprekken

15

5.1

Beschrijving per maatregel

15

5.2

Definitieve maatregelenkaart

17

Referenties

18

Bijlagen

19

Bijlage 1: Deelnemers iteratieve sessies Bijlage 2: Effect scenario’s op kwel, duurlijnen, GVG en GLG

9

10 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Voor Natura 2000-gebied Lemselermaten hebben de provincie Overijssel en het Rijk PASgebiedsanalyses met maatregelenkaarten laten opstellen. Hierin staat wat de doelen zijn voor de gebieden en welke herstelmaatregelen waar en wanneer nodig zijn. In 2016 en 2017 zijn de maatregelen gevalideerd door de Bosgroepen in samenwerking met de adviesbureaus Tauw en B-ware. Op basis van een landschapsecologische systeemanalyse voor het gebied is een maatregelenkaart opgesteld ten behoeve van de habitattypen Zwak gebufferde vennen (H3110), Heischrale graslanden (H6230), Blauwgraslanden (H6410), Kalkmoeras (H7230), Pioniervegetatie met snavelbiezen (H7150), Vochtige heiden (H4010A), Droge heiden (H4030) en Vochtige alluviale bossen (H91E0C) (Van Duijn et al. 2017). Tegelijkertijd is een grondwater- en oppervlaktewatermodel ontwikkeld, om de effecten in beeld te brengen van met name hydrologische maatregelen op andere functies dan natuur. In een iteratief proces met hydrologie-, ecologie- en landbouwexperts zijn negen maatregelenscenario’s doorgerekend.

Het doel was te komen tot een eindscenario dat nodig is om de achteruitgang van de kwaliteit van de habitattypen te stoppen, de langetermijndoelen te realiseren (en daarmee zorgt voor verduurzaming van de kwaliteit van de habitattypen op lange termijn) met zo min mogelijk negatieve effecten op andere functies dan natuur in het gebied (wonen, werken). Deze rapportage onderbouwt de totstandkoming van het eindscenario. De maatregelen ten aanzien van bemesting worden separaat in opdracht van gemeente Dinkelland uitgewerkt. Het eindscenario is met de grondeigenaren die effecten ondervinden van de maatregelen besproken tijdens keukentafelgesprekken. Daar waar deze gesprekken nog tot zinvolle (kleine) aanpassingen van het eindscenario hebben geleid, zijn deze verwerkt in de definitieve maatregelenkaart. 1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een bondig overzicht van het doorlopen iteratief proces. Hoofdstuk 3 gaat in op het eindscenario. In hoofdstuk 4 is toegelicht en onderbouwd op welke punten het eindscenario een nadere uitwerking is van de PAS-maatregelen zoals oorspronkelijk beschreven in de PAS-gebiedsanalyse en geeft een motivatie van deze uitwerking. Tot slot zijn de aanpassingen uit de keukentafelgesprekken beschreven in hoofdstuk 5, waarbij een integrale maatregelenkaart is gepresenteerd.

11

2

Iteratief proces

2.1

Deelnemers

Voor het iteratieve proces zijn drie teams gevormd met de volgende taken en deelnemers: 1. Deskundigenteam 

Taak: Uitwerken scenario’s en voorleggen aan projectgroep

Deelnemers: Waterschap Vechtstromen, Gemeente Dinkelland, Provincie Overijssel, Staatsbosbeheer, LTO, particuliere grondeigenaren, Vitens, Tauw, Aequator, Arcadis, Bosgroepen

2. Projectgroep 

Taak: voorbereiding bestuurlijke besluitvorming

Deelnemers: beleidsmedewerkers van Waterschap Vechtstromen, Gemeente Dinkelland, Provincie Overijssel, Staatsbosbeheer, LTO, particuliere grondeigenaren, Vitens

3. Bestuurlijke adviesgroep 

Taak: definitieve besluitvorming

Deelnemers: bestuurders van de partijen zoals in de projectgroep

Het deskundigenteam bestond uit experts hydrologie, ecologie en landbouw, die gezamenlijk scenario’s uitwerken en resultaten en suggesties voor vervolg voorlegden aan het projectteam. Nadat een voorstel was goedgekeurd door het projectteam, werd het de bestuurlijke adviesgroep geïnformeerd. De namen van de deelnemers zijn opgenomen in Bijlage 1.

Model en toetsing

2.2

2.2.1 Model

Om de effecten van de maatregelen op de habitattypen in het Natura 2000-gebied Lemselermaten en de omgeving te bepalen is voor oppervlaktewater het model SOBEK en voor grondwater MIPWA 3.0 toegepast, De effecten van de beekverondiepingen op het oppervlaktewater zijn beschreven in een rapportage (Boleij, 2018). 2.2.2

Toetsingskader en randvoorwaarden habitattypen

Om de effectiviteit van de hydrologische maatregelen voor de Natura 2000-doelen te kunnen beoordelen, is een toetsingskader opgesteld (Eysink 2018). Het toetsingskader houdt in dat de volgende criteria in rangorde van belang zijn: 1. Kwel en infiltratie 2. Duurlijnen 3. Gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) 4. Gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) Kwel en infiltratie De habitattypen Heischrale graslanden (H6230), Blauwgraslanden (H6410), Kalkmoerassen (H7230) en Vochtige alluviale bossen (H91E0C) in Lemselermaten zijn grondwater- en kwelafhankelijk. De habitattypen Vochtige heiden (H4010A) en Pioniervegetaties met 12 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

snavelbiezen (H7150) zijn grondwaterafhankelijk in de infiltratiegebieden, maar zijn niet kwelafhankelijk (Natura 2000-profieldocumenten, Ministerie van LNV 2008). Er is generiek nauwelijks iets bekend over de hoeveelheid kwel die de vegetaties nodig hebben. De beste referentiewaarden komen uit goed ontwikkelde locaties in het gebied zelf. Ten tijde van het doorrekenen van de scenario’s waren deze data wel verzameld maar niet geanalyseerd. Daarom is in de iteratieve sessies beperkt tot het vergelijken van de effecten van de diverse scenario’s op de kwel in het gebied. Duurlijnen Duurlijnen zijn naast kwel- en infiltratiepatronen indicator voor de hydrologische situatie. Duurlijnen geven aan hoe lang per jaar een bepaalde waterstand voorkomt. Grondwater in maaiveld zorgt voor aanvulling van de buffering in de toplaag van de bodem. Een ‘bolle’ duurlijn geeft aan dat er sprake is van een kwelsituatie terwijl een ‘holle’ duurlijn op een wegzijgingssituatie duidt. Voor de grondwater- en kwelgevoede habitattypen in Lemselermaten is een bolle vorm dus van belang. GVG & GLG Voor de voorkomende vegetaties zijn zowel de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) als de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bepalend waarbij de relatie met de GVG heel direct is en de relatie met de GLG indirect (Runhaar et al. 2009).

De referentiewaarden voor de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) en gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) voor de habitattypen en vegetatietypen in Lemselermaten zijn opgenomen in Tabel 1. Het zijn dezelfde waarden als in de systeemanalyse zijn gehanteerd om het doelgat voor de GVG en GLG te berekenen (Versluijs et al. 2017). De waarden zijn afgeleid uit Waternood v.3.0.4.0, daar waar geen ondergrens voor de GLG bekend was, is Synbiosys geraadpleegd.

Tabel 1: Gehanteerde referentiewaarden van GLG en GVG voor de habitattypen in Lemselermaten. De referentiewaarden komen uit Waternood. In geval van de GLG is voor sommige vegetatietypen gebruik gemaakt van SynBioSys.

Habitattype

Plantengemeenschap

GVG (cm

GLG (cm t.o.v.

t.o.v. mv)

mv)

+35 tot +5

-35 tot -10*

-35 tot -15

-122 tot -80*

Zwak gebufferde vennen

Associatie van Waterpunge en

(H3110)**

Oeverkruid

Heischrale graslanden

Associatie van Klokjesgentiaan en

(H6230)

Borstelgras

Blauwgraslanden (H6410)

Veldrus-associatie

-25 tot -5

-71 tot -56*

Typische subassociatie

-25 tot 0

-71 tot -50*

Associatie van Vetblad en

-5 tot +10

Hoger dan -50

Kalkmoeras (H7230)

Vlozegge RG Armbloemige waterbies

-5 tot +10

Hoger dan -50

Pioniervegetatie met

Associatie van Bruine snavelbies

-25 tot +5

-84 tot -43*

snavelbiezen (H7150)

en Moeraswolfsklauw

Vochtige heiden (H4010A)

Associatie van Gewone dophei;

-35 tot -8

-145 tot -86*

typische subassociatie 13

Droge heiden (H4030)

Associatie van Struikhei en

<-70

-200 tot -162*

-15 tot +10

Hoger dan -50

-15 tot +10

Hoger dan -40

-60 tot -25

-140 tot -125*

Stekelbrem; typische subassociatie Vochtige alluviale bossen

Elzenzegge-Elzenbroek; typische

(H91E0C)

subassociatie Elzenzegge-Elzenbroek; met Bittere veldkers (ook Moeraszegge) Vogelkers-Essenbos

*Uit SynBioSys in plaats van Waternood 2.2.3 Toetsingslocaties

In de rapportages per scenario van Tauw (Willems 2018a t/m i; Van Gurp 2018a, b) zijn de effecten van de tien scenario’s vlakdekkend weergegeven voor kwel, GVG en GLG en zijn aanvullend een aantal puntlocaties beschreven (kwel, GVG, GLG, duurlijnen). In voorliggende rapportage wordt ingegaan op acht van die locaties. Dit zijn ‘referentielocaties’ die in habitattypen liggen die het meest kwetsbaar zijn en het meest belang hebben bij hydrologische herstelmaatregelen. Uitgangspunt is dat de rest van de habitattypen in het Natura 2000-gebied ‘meeliften’ met maatregelen die worden genomen om de meest kwetsbare gebieden te herstellen. De locaties zijn (Figuur 2): 

Peilbuis B28H1805, B28H1884 en B28H1885 in Vochtige alluviale bossen (H91E0C)

Peilbuis B28H1806 in Kalkmoeras (H7230) / Blauwgrasland (H6410) (mozaïek)

Locaties 5, 6 en 14 in Blauwgrasland (H6410)

Locatie 3 in Zwakgebufferd ven (H3130)

H7230 Kalkmoeras/ H6410 Blauwgrasland

H3130 Zwakgebufferde vennen

H6410 Blauwgrasland

H6410 Blauwgrasland H6410 Blauwgraslanden

H91E0C Vochtige alluviale bossen

Figuur 1: Peilbuislocaties (links) waar de effecten van de maatregelen op kwel, duurlijnen, GVG en GLG zijn berekend en puntlocaties (rechts) waar aanvullend het effect op kwel is berekend. Rood omcirkeld zijn de locaties waar op in wordt gegaan in deze rapportage.

2.3

Verloop doorrekenen scenario’s

De totstandkoming, maatregelen en effecten zijn per scenario uitgebreid toegelicht in de rapportages van Tauw (Willems 2018; Van Gurp 2018). Deze paragraaf geeft een 14 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

samenvatting van de resultaten van het doorrekenen van de scenario’s en de aanleiding van natuur en landbouw om aanvullende scenario’s door te rekenen, totdat is geëindigd met het eindscenario 10. Scenario 1-2-3 In eerste instantie was de bedoeling om de volgende drie scenario’s door te rekenen: 1. Maatregelen zoals voorgesteld door de Bosgroepen (Van Duijn et al. 2017) variant B: de verondieping Dollandbeek 20 cm-mv en aanleg compenserende watergang ten zuiden van de Dollanddijk 50 cm – maaiveld. 2. Maatregelen zoals voorgesteld door de Bosgroepen (Van Duijn et al. 2017) variant A: de Dollandbeek wordt in oude tracé van het beekdal gelegd met een diepte van 40 cm - maaiveld. 3. Maatregelen conform PAS-gebiedsanalyse (KWR et al. 2017) Uitkomst scenario’s: In alle scenario’s neemt de kwelflux toe in het gebied, echter liggen de habitattypen Kalkmoeras (H7230) en Blauwgrasland (H6410) relatief hoog op de flank waardoor verbetering van de kwelflux behoorlijk wat hydrologische maatregelen vergt. Het verwijderen van drainage ten noorden van de Weerselerbeek was wel opgenomen in de maatregelenkaart van de Bosgroepen, maar niet meegenomen in de modellering (per ongeluk), waardoor voorgestelde maatregelen minder effect leken te hebben. Scenario 4 Scenario 4 is het eigenlijke Bosgroepenscenario, omdat in scenario 1 een aantal maatregelen uit het Bosgroepenscenario niet was opgenomen.

Als aanvullende maatregelen op scenario 1, zijn opgenomen: 

Drainage verwijderd ten noorden van de Weerselosebeek, conform het maatregelenpakket zoals voorgesteld door de Bosgroepen (Van Duijn et al. 2017).

Leggerwatergangen opnieuw ingevoerd op basis van de nieuw berekende peilen en bodemhoogtes. De peilen en bodemhoogtes zijn opnieuw berekend om de koppeling van de Boschbeek met de Weerselerbeek te herstellen1, waarbij de basisafvoer door de Weerselerbeek gaat en de piekafvoeren op de Boschbeek blijven.

Daarnaast wordt de Dollandbeek gedempt in plaats van verondiept, met de inschatting dat de kwelflux ter hoogte van de kwelafhankelijke habitattypen meer toeneemt dan bij scenario 1 t/m 3.

Uitkomst scenario: Het dempen en verondiepen van de watergangen evenals het verwijderen van de drainage resulteert in een verhoging van de kwelflux en grondwaterstanden, echter niet voldoende. Het dempen van de Dollandbeek blijkt gunstiger voor de habitattypen dan verondiepen.

1 Scenarioberekening oppervlaktewatermodel - iteratieslag 2, Arcadis, 4 juni 2018

15

Scenario 5 Scenario 5 betreft een vervolgscenario op scenario 3. In scenario 5 wordt in tegenstelling tot scenario 3 de Holtwijkerbeek niet verondiept. Een vergelijking tussen scenario 3 en scenario 5 maakt het effect van de Holtwijkerbeek op de grondwaterstanden en kwelfluxen inzichtelijk. Uitkomst scenario: de Holtwijkerbeek blijkt geen invloed te hebben op de habitattypen en hoeft dus niet te worden aangepakt. Scenario 6 Scenario 6 betreft een scenario waarbij geen maatregelen in het gebied worden getroffen, maar alleen de drinkwaterwinning Weerselo wordt uitgeschakeld. Uitkomst scenario: het stopzetten van de Drinkwaterwinning Weerselo resulteert in een verhoging van de grondwaterstand en veranderingen in de kwel/wegzijging, in de orde van grootte als het eindscenario. De lokale maatregelen van scenario 4 en 5 blijven echter nodig vanwege hun effectiviteit. Scenario 7 Scenario 7 betreft een combinatie tussen de scenario’s 4 en 5. Op basis van de modeluitkomsten van scenario 4 en 5 zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd: 

Weerselerbeek is verondiept tot 30 cm –mv vanaf locatie Boschbeek/Middensloot

Zijsloten Weerselerbeek zijn gedempt

Aan de noordzijde van de Glipsdijk (waar de weg een scherpe bocht maakt) ligt een diep afgegraven natuurperceel. De afvoerdrempel van dit perceel is verhoogd tot het niveau van de aangrenzend gelegen percelen om de drainagebasis te verhogen

Bovenstrooms locatie Boschbeek/Middensloot geen verondieping van de hoofdwatergang, maar alle zijsloten die er in uitmonden zijn gedempt

De bermsloot aan de noordzijde van de Glipsdijk is verondiept tot 30 cm –mv, zuidzijde is gedempt

De bermsloot aan de noordzijde van de Peulersteeg is gedempt, zuidzijde is verondiept tot 30 cm -mv

Mitigerende maatregelen bij twee woningen aan de Haarstraat en twee woningen aan de Glipsdijk volgens wettelijke droogleggingsnormen (Regionaal Bestuursakkoord Water)

Uitkomst scenario: Standplaatscondities voor de meest kritische habitattypen kalkmoerassen en blauwgraslanden komen binnen doelbereik. Verondiepen bermsloot Peulersteeg tot 30 cm – maaiveld zou afwatering buisdrainage perceel ten oosten daarvan onmogelijk maken. Scenario 8 Scenario 8 betreft geen doorrekening van extra maatregelen, maar een actualisatie van de huidige situatie (aanwezigheid van meer buisdrainage) in het grondwatermodel. In het projectgroepoverleg op 3 oktober 2018 is aangegeven dat er drainage aanwezig is in het perceel op de kruising Glipsdijk en Peulersteeg. Daarnaast bleek er meer drainage aanwezig 16 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

te zijn ter hoogte van de Glipsdijk. De aanvullend aanwezige drainage heeft een verlagend effect op de grondwaterstanden binnen de begrenzing, maar resulteert nauwelijks in kwelveranderingen t.o.v. van de eerdere huidige situatie. Vanaf het volgende scenario is deze geactualiseerde huidige situatie gebruikt als uitgangspunt. Scenario 9 Scenario 9 betreft een vervolgscenario op scenario 7. In dit scenario worden minder maatregelen genomen aan de Peulersteeg. De maatregelen betreffen: 

Weerselerbeek is verondiept tot 30 cm–mv vanaf locatie Boschbeek/Middensloot

Zijsloten Weerselerbeek zijn gedempt

Aan de noordzijde van de Glipsdijk (waar de weg een scherpe bocht maakt) ligt een diep afgegraven natuurperceel. De afvoerdrempel van dit perceel is verhoogd tot het niveau van de aangrenzend gelegen percelen om de drainagebasis te verhogen

Bovenstrooms locatie Boschbeek/Middensloot geen verondieping van de hoofdwatergang, maar alle zijsloten die er in uitmonden zijn gedempt

De bermsloot aan de noordzijde van de Glipsdijk is verondiept tot 30 cm –mv, zuidzijde is gedempt

Mitigerende maatregelen bij twee woningen aan de Haarstraat en twee woningen aan de Glipsdijk volgens wettelijke droogleggingsnormen (Regionaal Bestuursakkoord Water)

Uitkomst scenario: Het effect van de maatregelen is op de habitattypen is gunstig, de habitattypen komen binnen doelbereik. De buisdrains bij twee percelen aan de Peulersteeg blijken geen significant negatief effect te hebben t.o.v. het PAS scenario, dus mogen blijven liggen. Dit wordt opgenomen in scenario 9b. Scenario 9b Scenario 9b betreft een vervolgscenario op scenario 9. In dit scenario zijn dezelfde maatregelen als in scenario 9 doorgerekend, maar minder maatregelen genomen aan de Peulersteeg omdat de buisdrainage geen significant negatief effect blijkt te hebben t.o.v. het PAS scenario en dus mag blijven liggen. Uitkomst scenario: De maatregelen hebben voldoende gunstig effect op de habitattypen. Het effect op de overige functies kan mogelijk nog worden geoptimaliseerd door de drainage ten noorden van de Glipsdijk plaatselijk aan te passen. Dit gaf aanleiding tot het doorrekenen van scenario 10. Scenario 10 Scenario 10 betreft een vervolgscenario op scenario 9b, lokale aanpassingen worden gedaan aan de drainage bij percelen. In dit scenario worden minder maatregelen genomen aan de Glipsdijk. Deze maatregelen betroffen: 

Het behouden van drainage in enkele percelen grenzend aan de Glipsdijk ten zuiden van de Weerselerbeek

Daarnaast zijn de mitigerende maatregelen aangepast ten opzichte van scenario 9b aan de noordzijde van de Glipsdijk. Deze maatregelen betroffen:

17

Het verminderen van de mitigerende drainage en behouden van bestaande drainage in enkele percelen grenzend aan de Glipsdijk ten noorden van de Weerselerbeek

Uitkomst scenario: De maatregelen hebben voldoende gunstig effect op de habitattypen met zo min mogelijk negatief effect op de overige functies rondom het gebied. De maatregelen uit het eindscenario zorgen voor een toename van de kwel, het belangrijkste criterium voor de habitattypen. De duur van de hoogste waterstanden, het tweede belangrijke criterium (af te leiden uit de duurlijnen), neemt eveneens toe. Tot slot worden de GVG en GLG hoger, waardoor het doelgat voor de GVG wordt gedicht. Het doelgat voor de GLG wordt op één getoetste locatie niet gedicht (17 cm te laag). Al met al hebben de maatregelen een voldoende positief effect op de grondwaterafhankelijke habitattypen. Naast het positieve effect van kwel op de grondwatergevoede habitattypen zorgt de kweldruk ook voor een goede doorstroming van het grondwater. De goede doorstroming zorgt voor afvoer van sulfaat, maar verhoogde sulfaatgehalten leiden wel tot afbraak van veen op de standplaats van de vochtige alluviale bossen in het dal van de Dollandbeek waardoor de achteruitgang wel wordt verminderd, maar niet gestopt. Het proces van sulfaatvorming is in Lemselermaten nader onderzocht waarbij de relatie is aangetoond met de uitspoeling van nitraat (Verstijnen en Roelofs, 2019). Nitraat komt daar door bemesting in het grondwatersysteem. Bemestingsmaatregelen zijn door bureau Aequator uitgewerkt.

18 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

3

Maatregelen eindscenario

In figuur 3 is de kaart met maatregelen volgens het scenario 10 opgenomen. De maatregelen zijn in tabel 2 per legenda-eenheid beschreven.

Figuur 2: Maatregelenkaart (scenario 10) voor Natura 2000-gebied Lemselermaten ten behoeve van de habitattypen. Tabel 2: Lijst van maatregelen (scenario 10) voor Natura 2000-gebied Lemselermaten ten behoeve van de habitattypen.

Legenda-

Maatregelen

eenheid Pijpleiding

Pijpleiding ten oosten van Lemselermaten afdoppen om verdroging te voorkomen.

afdoppen Afvoerdrempel

Noordelijke zijde perceel ophogen om afstroming van water van het relatief laag gelegen

perceel ophogen

perceel richting de Weerselerbeek te voorkomen.

Dempen

De watergangen binnen de Natura 2000-begrenzing, waaronder het traject van de Dollandbeek. Op twee locaties eigendom van Staatsbosbeheer worden detailontwatering nader uitgewerkt

Beide bermsloten van de Rutermedenweg

De watergangen tussen de Holtwijkerbeek en de Rutermedenweg

Diverse watergangen ten noorden van de Glipsdijk en Weerselerbeek

Nieuwe

Als alternatief voor de Dollandbeek (die binnen Natura 2000-begrenzing wordt gedempt)

watergang

wordt een watergang aangelegd aan de zuidrand van het Natura 2000-gebied, van 50 cm

aanleggen

diep.

19

Verondiepen

Weerselerbeek vanaf Boschbeek naar Glipsdijk geleidelijk laten oplopen van 80 cm-mv naar 30 cm-mv.

Weerselerbeek vanaf de Glipsdijk tot Holtwijkerbeek verondiepen tot 30 cm-mv

Bermsloten aan beide zijden van de Glipsdijk verondiepen tot 30 cm ten opzichte van de wegberm

Dollandbeek ten oosten van de Natura 2000-begrenzing verondiepen tot 50 mmv overeenkomstig PAS-maatregelenkaart

Verwijderen

In het (voormalig) landbouwperceel in Lemselermaten

buisdrainage

Ten noorden van de Weerselerbeek

Ten noorden van de Dollandbeek (ten zuidwesten van het Natura 2000-gebied)

Aanleg drainage

Twee erven aan de Haarstraat

(mitigerende

Twee erven aan de Glipsdijk

maatregel) Boskap en

Rekening houdend met een drooglegging van 80 cm-mv. Boskap en plaggen rondom de maatjes (hooilanden) in het noorden van Lemselermaten.

plaggen Nadere

Nadere detaillering van de hydrologische maatregelen voor het juiste afwateringsniveau

detaillering

van de maatjes (hooilanden) bij de Weerselerbeek en de Dollandbeek in het westelijke

hydrologische

deel van het vochtige alluviale bos bij de Rutermedenweg.

maatregelen Afgraven 20 cm

Voormalig landbouwperceel in het zuiden van Lemselermaten tussen Dollanddijk en Dollandbeek.

Zoekgebied

In het Natura 2000-gebied, perceel zuidelijk grenzend aan de Glipsdijk.

boskap & plaggen

20 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

4

Uitwerking PAS-scenario

Met het voorlopige maatregelenpakket (scenario 10) zijn de PAS-maatregelen zoals oorspronkelijk beschreven in de PAS-gebiedsanalyse uitgewerkt. Tabel 4 geeft aan wat deze uitwerkingen zijn en waarom daarvoor gekozen is.

21

Tabel 3: PAS-maatregelen voor Natura 2000-gebied Lemselermaten (KWR et al. 2017), vergelijking met eindscenario 10 en onderbouwing PAS-maatregel

Vergelijking met eindscenario

Onderbouwing

M1 verwijderen ontwatering (sloten en buis drainage) en inrichten in verworven EHS percelen binnen Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M3 verwijderen ontwatering (sloten en buis drainage) en inrichten verworven EHS perceel binnen

Ongewijzigd, opmerking: er was geen

Natura 2000 gebied

buisdrainage aanwezig

M6 voorkomen inundatie beekdal Weerselerbeek bij

Knijpconstructie bij

piekafvoeren door bekading of verdeelwerk

Boschbeek/Middensloot voorkomt Ongewijzigd keuze is verdeelwerk

overstroming.

M9/M10 Ondiep afgraven

Eco-hydrologisch relaties luisteren heel

toplaag (ontgronden) en

nauw. Afgraven leidt mogelijk tot

verwijderen bos (eenmalig) (t.b.v. Kalkmoeras)

significant negatieve effecten op direct Afschrapen i.p.v. afgraven.

aangrenzende Habitats.

M11 Omvorming landbouwpercelen naar natuur binnen Natura 2000 gebied en

Eco-hydrologisch relaties luisteren heel

(lokaal) fosfaatrijke toplaag

nauw. Afgraven leidt mogelijk tot

verwijderen (eenmalig)

Niet afgraven. Bij voldoende verschraling

significant negatieve effecten op direct

(ontgronden)

mogelijk op lange termijn zode afplaggen.

aangrenzende Habitats.

M13 verwerven percelen, verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) en inrichten binnen Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M14 vergoeding natschade

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

12 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

M16 ophogen landbouwgrond

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

M17 verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) en inrichting in verworven EHS percelen buiten Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M18 Verwerven van, verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) in en inrichting van EHS percelen buiten Natura 2000 gebied

Ongewijzigd

M19 Verwijderen ontwatering en nader in te vullen oplossing

Deel van de ontwatering wordt niet

voor omgang met vernatting

Gewijzigd, deel van de ontwatering wordt

aangepakt omdat deze geen invloed

nabij tracé

verwijderd. Oplossing voor omgang met

heeft op de habitattypen

rondweg Weerselo

vernatting geen onderdeel van deze opdracht

(systeemanalyse, scenarioberekeningen)

M20 Onderzoeksopgave voor vaststellen of maatregelen ten aanzien van grondwateronttrekking drinkwater (Weerselo) nodig

In het iteratief proces is berekend wat de

zijn voor realiseren

invloed is van het stopzetten van de

instandhoudingsdoelstellingen

waterwinning op de habitattypen. De

grondwaterafhankelijke habitattypen

invloed is beperkt, de GVG en GLG stijgt Uitgevoerd

met een paar cm.

M21 Verwijderen ontwatering

In het M21-perceel ten oosten van het

en ophogen landbouwgrond

Natura 2000-gebied is de ontwatering

(herstel waterhuishouding)

wel gedempt en verondiept conform PAS, maar in het zuidelijke M21-perceel niet: het dempen van de Dollandbeek is daar

13

Gewijzigd, ontwatering in perceel ten zuiden van

effectiever (zie scenario 4 en 5, Willems

het Natura 2000-gebied wordt niet verwijderd

2018d,e)

M22 Verwijderen ontwatering

Ongewijzigd: verwijderen ontwatering.

en natschaderegeling

Uitwerking geen onderdeel van de opdracht: natschaderegeling

M23 Verwijderen ontwatering

Dempen van de Dollandbeek is

zonder natschade landbouw

effectiever dan opheffen ontwatering op hoog gelegen dekzandrug, zie scenario 4 Gewijzigd, ontwatering wordt niet verwijderd

en 5 (Willems 2018d,e).

M24 Verondiepen

Gewijzigd, Dollandbeek wordt binnen de Natura

Weerselerbeek en Dolland

2000-begrenzing gedempt

Dempen van de Dollandbeek is gunstiger

Beek (ca. 30 cm -mv)

voor de habitattypen dan het PASscenario (verondiepen)

M26 Onderzoeksopgave vermesting grondwater

Uitwerking geen onderdeel van deze opdracht

14 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

5

Aanpassingen maatregelen n.a.v. keukentafelgesprekken

Aanpassingen maatregelen naar aanleiding van de keukentafelgesprekken.

Beschrijving per maatregel

5.1

De maatregelenkaart is op onderdelen aangepast, omdat ze niet met de werkelijkheid overeen komt. 1. De ligging van de buisdrainage ten westen van Glipsdijk 5 is aangepast (figuur 5). 2. De te dempen sloten ten westen en oosten van het erf Glipsdijk 5 zijn niet aanwezig (figuur 5). 3. In het akkerperceel direct ten zuiden van de Reservaatsweg ligt geen buisdrainage (figuur 5). 4. De verduikering van de bermsloot Bentertsteeg naar de Weerselerbeek ten oosten van Glipsdijk 3 is toegevoegd (figuur 5). 5. De duiker onder de Dollanddijk door ten behoeve van de afwatering van het landbouwperceel ten noorden van de Dollanddijk naar de Dollandbeek ten zuiden daarvan is toegevoegd (figuur 5). 6. De verduikering van een sloot in het agrarische perceel ten zuiden van de Dollanddijk is toegevoegd (figuur 5). Daarnaast zijn aanpassingen gedaan, die de doelrealisatie Natura 2000 niet negatief beïnvloeden, maar de omgeving wel minder belasten. a)

Op drie locaties kan de buisdrainage blijven liggen (figuur 4). Deze percelen liggen in het stroomgebied van de Weerselerbeek. Direct ten noorden van Glipsdijk 3 kan een ondiepe buisdrainage op 0,5 m onder maaiveld blijven liggen. De buisdrainage in de zuidwesthoek Bentertsteeg – Middensloot kan blijven liggen evenals de buisdrainage in een perceel ten zuiden van de middensloot direct bovenstrooms van de Weerselerbeek.

b) Het verondiepen van de bermsloten langs de Glipsdijk in het meest oostelijke traject ter hoogte van Glipsdijk 9 komt te vervallen (figuur 4). c)

Een greppel van 0,3 m is toegevoegd voor het meest oostelijk gelegen landbouwperceel om oppervlakkige afstroming van fosfaat naar het habitat Vochtige alluviale bossen te voorkomen. Daarnaast wordt de oppervlakkige afwatering van het erf Lemseloseschoolweg 18 naar de bermsloot van de Glipsdijk daarop aangesloten (figuur 4 en 5).

d) De verduikering tussen Bentertsteeg en Weerselerbeek deels opnieuw aanleggen door de verondieping van de Weerselerbeek (figuur 5). e)

De verduikering ten zuidoosten van het erf Bentertsteeg 2 verlengen van erf tot Weerselerbeek i.v.m. afvoer erfwater (figuur 5).

f)

De verduikering van een sloot in het landbouwperceel ten zuiden van de Dollanddijk deels opnieuw aanleggen door de verondieping van de Dollandbeek. Zo ook de buisdrainage die daar ligt (figuur 4 en 5).

g) De nieuwe Dollandbeek krijgt in westelijke richting een aangepast tracé op de hoek Dollanddijk – Rutermedenweg wat positief is voor de vochtige alluviale bossen en aan de wens van de eigenaar (Lemselosestraat 5) voldoet (figuur 5). h) De Rutermedenweg tussen de Dollanddijk en Haarstraat ophogen om als openbare weg te kunnen blijven functioneren (figuur 4 en 5).

i)

Maaiveldverlagingen zijn niet toegestaan, omdat ze de hydro-ecologische relaties kunnen verstoren met significant negatieve effecten op de aangrenzende habitattypen. Dit betreft de landbouwpercelen in de bovenloop van de noord- en zuidtak van het dal van de Dollandbeek en aan de Reservaatweg.

Figuur 4. Mitigatiemaatregelen eindscenario t.o.v. scenario 10 naar aanleiding van keukentafelgesprekken.

16 Lemselermaten verantwoording scenariokeuze maatregelen Natura 2000

Unie van Bosgroepen

5.2

Definitieve maatregelenkaart

Figuur 5. Definitieve maatregelenkaart. Mitigatiemaatregelen eindscenario t.o.v. scenario 10 naar aanleiding van keukentafelgesprekken.

Referenties Bor, M., H. van Gurp, G. Willems & W. Capel, 2018. Hydrologische effectberekeningen PASmaatregelen Lemselermaten. Tauw, Utrecht. Eysink, F., 2018. Toetingskader hydrologische scenario's N2000 doelen Lemselermaten. Unie van Bosgroepen. Ministerie van LNV, 2008. Natura 2000-profielendocumenten voor habitattypen. KWR, Witteveen+Bos & Royal HaskoningDHV, 2017. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Lemselermaten. Van Duijn, B., A. A. M. Kieskamp & A. T. W. Eysink, 2017. Lemselermaten - uitwerking maatregelenpakket. Unie van Bosgroepen. Ede. Van Gurp, 2018a. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 9b. Tauw, Deventer. Van Gurp, 2018b. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 10. Tauw, Deventer. Verstijnen, Y en J. Roelofs, 2019. Aanvullend sulfaatonderzoek Lemselermaten. B-ware, Nijmegen. Versluijs, R., B. Van Duijn, A. A. M. Kieskamp & A. T. W. Eysink, 2017. Lemselermaten Systeemanalyse. Unie van Bosgroepen. Ede. Willems, 2018a. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 1. Tauw, Deventer. Willems, 2018b. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 2. Tauw, Deventer. Willems, 2018c. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 3. Tauw, Deventer. Willems, 2018d. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 4. Tauw, Deventer. Willems, 2018e. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 5. Tauw, Deventer. Willems, 2018f.

Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 6. Tauw, Deventer. Willems, 2018g. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 7. Tauw, Deventer. Willems, 2018h. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 8. Tauw, Deventer. Willems, 2018i. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 9. Tauw, Deventer. Gurp van, 2018j. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 10. Tauw, Deventer. Capel, 2019. Mitigatiemaatregelen eindscenario t.o.v. scenario 10. Tauw, Deventer.

Bijlagen Bijlage 1: Deelnemers iteratieve sessies Bijlage 2: Effect scenario’s op kwel, duurlijnen, GVG en GLG

Bijlage 1

Deelnemers iteratieve sessies

1. Deskundigenteam 

Deelnemers: Waterschap Vechtstromen (mevr. M. Duineveld), Gemeente Dinkelland (dhr. G. Davina), Provincie Overijssel (Dhr. B. Van Dinther; Dhr F. Versteegen), Staatsbosbeheer (dhr. M. Horsthuis, dhr. R. van Dongen), LTO (dhr. J. Broekhuis, dhr. G. Hamzink), particuliere grondeigenaren (dhr. C. Ter Horst), Vitens (Dhr. J. Hoogendoorn), Tauw (dhr. G. Willems (later dhr. H. van Gurp)), Aequator (dhr. M. Pleijter), Arcadis (dhr. J. Boleij), Bosgroepen (dhr. F. Eysink)

2. Projectgroep 

Deelnemers: Waterschap Vechtstromen (mevr. E. Boerrigter), Gemeente Dinkelland (dhr. M. Hesselink, Dhr. G. Davina, Mevr. M. Nederbragt), Provincie Overijssel (mevr. E. Koning), Staatsbosbeheer (dhr. L. Jacobs), LTO (dhr. J. Broekhuis; Dhr G. Hamzink), particuliere grondeigenaren (dhr. C. Ter Horst), Vitens (mevr. R. Nijboer)

3. Bestuurlijke adviesgroep 

Deelnemers: Waterschap Vechtstromen (Mevr. R. Broeze), Gemeente Dinkelland ( Dhr. B. Brand), Provincie Overijssel (Dhr. S. van Wely), Staatsbosbeheer (Dhr. H. Brink), LTO (Dhr. J. Broekhuis), Vitens (Dhr. G. Korten)

Bijlage 2

Effect scenario’s op kwel, duurlijnen, GLG en GVG

In de volgorde kwel, duurlijnen (inundatie), GVG & GLG (zie toetsingskader, Eysink 2018) worden in deze bijlage de effecten van de maatregelen uit het eindscenario (scenario 10) besproken. Om te onderbouwen waarom scenario 10 als eindscenario is gekozen en niet het PAS-scenario of het Bosgroepenscenario dat volgde uit de systeemanalyse (Van Duijn et al. 2017), worden de effecten vergeleken. Ook is scenario 6 daarbij meegenomen. In scenario 6 is de drinkwaterwinning uitgeschakeld, om te laten zien wat de effecten zijn van de waterwinning op de habitattypen. De effecten van het eindscenario (10) worden dus vergeleken met het scenario 4 (Bosgroepenscenario incl. demping Dollandbeek), 5 (PAS, exclusief Holtwijkerbeek2) en 6 (alleen uitschakelen drinkwaterwinning), ter onderbouwing van de keuze van scenario 10 als eindscenario. Kwel Het berekende, vlakdekkende effect van de maatregelen op kwel/wegzijging in de wintersituatie is opgenomen in Figuur B1. De wintersituatie (GVG-periode) is van belang omdat in die periode de waterstanden het hoogst staan, waarmee de waterkwaliteit in die periode van het jaar het meest belangrijk is. Duidelijk zichtbaar is de afname van de kwel ter plaatse van de te verondiepen en te dempen watergangen. De effecten op de acht referentielocaties zijn opgenomen in Tabel B1.

Voor alle locaties en scenario’s is er een toename van kwel of afname van wegzijging ten opzichte van de huidige situatie, hetgeen gunstig is voor de habitattypen gezien hun afhankelijkheid van kwel (Eysink 2018). Een uitzondering is dat het PAS-scenario zorgt voor verslechtering van Blauwgrasland (H6410) ter hoogte van locatie 14. Scenario 6, het uitzetten van de drinkwaterwinning, geeft het minste effect. Het eindscenario zorgt voor een vergelijkbare tot grotere toename van de kwel ter hoogte van de referentielocaties dan het PAS-scenario. Conclusie kwel De kwelflux in de winter neemt toe. Dat is gunstig want de habitattypen zijn afhankelijk van lokale/regionale kwel. Het PAS-scenario (5) presteert goed ten opzichte van de huidige situatie. Het eindscenario (10) presteert deels ongeveer gelijk aan tot zelfs beter dan het PAS-scenario door plaatselijk iets minder en mitigerende maatregelen bij woningen en beperkte drooglegging Glipsdijk. Tabel B1: Berekende kwel in de winter (mm/dag) op de acht referentielocaties in huidige situatie en na uitvoering maatregelen scenario 4 (Bosgroepenscenario, Van Duijn et al. (2017), incl. demping Dollandbeek), 5 (PAS, exclusief Holtwijkerbeek ) en 6 (alleen uitschakelen drinkwaterwinning) en scenario 10 (eindscenario, groen gearceerd). Scenario 6

10 (eind)

(waterLocatie

Habitattype

Huidig

4 (BG)

5 (PAS)

winning)

B28H1805

Vochtige alluviale bossen (H91E0C)

4,72

5,92

6,17

5,61

5,98

B28H1884

Vochtige alluviale bossen (H91E0C)

0,23

2,12

1,47

0,43

2,17

B28H1885

Vochtige alluviale bossen (H91E0C)

0,95

2,39

1,92

1,26

2,46

2 Uit de modelling van scenario 6 (Willems, 2018) bleek dat de Holtwijkerbeek geen significant effect heeft op de habitattypen,

daarom vervallen de voorgenomen maatregelen aan deze watergang.

Kalkmoeras (H7230) / Blauwgrasland (H6410) B28H1806

(mozaïek)

-0,05

1,12

1,26

0,02

1,25

3

Zwakgebufferd ven (H3130)

0,28

0,46

0,55

0,40

0,52

5

Blauwgraslanden (H6410)

0,32

1,09

1,23

0,43

1,20

6

Blauwgraslanden (H6410)

0,03

1,88

2,29

0,12

2,17

14

Blauwgraslanden (H6410)

0,00

0,38

-0,31

0,19

0,42

Figuur B1: Effect van de maatregelen uit scenario 10 op de kwel/wegzijging in de winter in Natura 2000gebied Lemselermaten (Van Gurp, 2018). Duidelijk zichtbaar is de afname van de kwel ter plaatse van de te verondiepen en te dempen watergangen.

Duurlijnen (inundatie) Met het model zijn duurlijnen gemodelleerd door Tauw van de huidige situatie en de situatie na uitvoeren van de maatregelen van scenario 4, 5, 6 en 10 (eindscenario). Voor de acht referentielocaties zijn op de volgende pagina’s de duurlijnen gepresenteerd. De duurlijnen laten zien: 

Alle scenario’s zorgen voor een verhoging van de waterstanden.

Alle scenario’s laten de kwel toenemen. De duurlijnen van de referentielocaties laten een kwelsituatie zien na uitvoering van maatregelen in de habitattypen Vochtige alluviale bossen (H91E0C), Kalkmoeras (H7230) / Blauwgrasland (H6410 (mozaïek), Zwakgebufferd ven (H3130) en Blauwgraslanden (H6410) (‘bolle’ duurlijn). Bij locatie 14 heeft de duurlijn in de huidige situatie en bij scenario 6 een ’s-curve’ wat duidt op kwel en wegzijging, bij het eindscenario is dit een bolle duurlijn geworden.

De periode dat de waterstanden boven maaiveld wordt langer na uitvoeren van de maatregelen uit het eindscenario, namelijk: o

B28H1884: van 0 naar 56%

o

B28H1806: van 8 naar 33%

o

Locatie 3: van 44 naar 90%

o

Locatie 14: van 0 naar 82% (Bij B28H1805, B28H1885, locatie 5 & 6 is er geen water aan maaiveld)

Conclusie duurlijnen De duurlijnen laten zien dat de situatie optimaler wordt voor de aanwezige habitattypen: de waterstanden worden hoger, blijven langer hoog en de kwel neemt toe.

Figuur B2: Duurlijnen voor peilbuis B28H1805 in Vochtige alluviale bossen (H91E0C) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Figuur B3: Duurlijnen voor peilbuis B28H1884 in Vochtige alluviale bossen (H91E0C) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Figuur B4: Duurlijnen voor peilbuis B28H1885 in Vochtige alluviale bossen (H91E0C) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Figuur B5: Duurlijn voor B28H1806 in Blauwgrasland (H6410) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Figuur B6: Duurlijn voor locatie 3 in Zwakgebufferd ven (H3130) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Figuur B7: Duurlijn voor locatie 5 in Blauwgrasland (H6410) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10. De maaiveldhoogte is 19,96 m+NAP (valt buiten de y-as in deze grafiek).

Figuur B8: Duurlijn voor locatie 6 in Blauwgrasland (H6410) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10. De maaiveldhoogte is 19,73 m+NAP (valt buiten de y-as in deze grafiek).

Figuur B9: Duurlijn voor locatie 14 in Blauwgrasland (H6410) in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10.

Habitattype

Plantengemeenschap

Zwak gebufferde vennen

Associatie van Waterpunge en

(H3110)**

Oeverkruid

Heischrale graslanden

Associatie van Klokjesgentiaan en

(H6230)

Borstelgras

Blauwgraslanden (H6410) Kalkmoeras (H7230)

GVG (cm

GLG (cm t.o.v.

t.o.v. mv)

mv)

+35 tot +5

-35 tot -10*

-35 tot -15

-122 tot -80*

Veldrus-associatie

-25 tot -5

-71 tot -56*

Typische subassociatie

-25 tot 0

-71 tot -50*

Associatie van Vetblad en

-5 tot +10

<-50

-25 tot +5

-84 tot -43*

-35 tot -8

-145 tot -86*

<-70

-200 tot -162*

-15 tot +10

>-50

-15 tot +10

>-40

-60 tot -25

-140 tot -125*

Vlozegge Pioniervegetatie met

Associatie van Bruine snavelbies

snavelbiezen (H7150)

en Moeraswolfsklauw

Vochtige heiden (H4010A)

Associatie van Gewone dophei; typische subassociatie

Droge heiden (H4030)

Associatie van Struikhei en Stekelbrem; typische subassociatie

Vochtige alluviale bossen

Elzenzegge-Elzenbroek; typische

(H91E0C)

subassociatie Elzenzegge-Elzenbroek; met Bittere veldkers (ook Moeraszegge) Vogelkers-Essenbos

GVG De GVG in de huidige situatie en na scenario 4, 5, 6 en 10 is op twee manieren in beeld gebracht: 1. Vlakdekkend 2. Berekend per peilbuis Ad 1: De vlakdekkende berekening van de verandering van de GVG na scenario 10 in vergelijking met de huidige situatie is opgenomen in Figuur B10. Vrijwel het hele Natura 2000-gebied wordt natter, met een stijging van de GVG van 0,05 tot meer dan 0,6 m rondom de te dempen/verondiepen watergangen. Scenario 4 en 5 geven ongeveer hetzelfde beeld, maar een minder sterke stijging in het noorden van het Natura 2000-gebied (scenario 4) en rond de Dollandbeek (scenario 5). Het uitschakelen van de waterwinning (scenario 6) heeft beperkt invloed op de GVG: een stijging van ca. 0,05 m (Figuur B11). Ad 2: Op de referentiepeilbuislocaties3 stijgt de GVG als gevolg van de maatregelen uit de vier scenario’s met 0,02 tot 0,27 m (Tabel B2) (zie scenariorapportages Tauw: Willems 2018a t/m c, Van Gurp 2018). Scenario 6 heeft het minst effect op de GVG (+0,02 m), scenario 5 en 10 het meest (+0,16 m). In de huidige situatie is op één referentielocatie een doelgat voor de GVG van 0,07 m (Tabel B2). Dit doelgat is berekend in de systeemanalyse (Versluijs et al. 2017). Uit de scenariorapportages van Tauw blijkt dat alle scenario 4, 5 en 10 dit doelgat opheffen, scenario 6 heeft onvoldoende effect (Tabel B2).

Conclusie Alle vier de scenario’s laten de GVG stijgen, gevarieerd van 0,02 tot 0,27 m. Scenario 6 geeft onvoldoende stijging van de GVG om het doelgat op de ene peilbuislocatie te dichten. De andere scenario’s heffen wel dat doelgat op.

Figuur B10: Verandering van de GVG als gevolg van eindscenario 10 ten opzichte van de huidige situatie.

3 GxG’s konden alleen op de peilbuislocaties (en niet op overige puntlocaties) worden berekend.

Scenario 4

Scenario 5

Figuur B11: GVG-stijging als gevolg van scenario 4 (Bosgroepen), 5 (PAS) en 6 (uitschakelen waterwinning).

Scenario 10

Tabel B2: GVG in huidige situatie (Versluijs et al. 2017) en na scenario 4, 5, 6 en 10 (scenariorapportages Tauw: Willems 2018a t/m c & Van Gurp 2018)) (modellaag 1) voor referentiepeilbuislocaties in Lemselermaten. Alle scenario’s behalve scenario 6 heffen het GVG-doelgat op. Locatie

B28H1805

B28H1806

B28H1885

B28H1884*

Vochtige alluviale bossen

Kalkmoeras (H7230) /

Vochtige alluviale bossen

Vochtige alluviale bossen

(H91E0C)

Blauwgrasland (H6410) (mozaïek)

(H91E0C)

(H91E0C)

-0,15

-0,05

-0,15

-0,15

(Versluijs et al. 2017)

0

-0,12

0,09

-0,09

Doelgat

nee

ja

nee

nee

Stijging GVG (m)

0,03

0,15

0,15

0,27

GVG (m t.o.v. mv)

0,03

0,03

0,24

0,18

Doelgat

nee

nee

nee

nee

Stijging GVG (m)

0,03

0,16

0,1

0,21

GVG (m t.o.v. mv)

0,03

0,04

0,19

0,12

Doelgat

nee

nee

nee

nee

Stijging GVG (m)

0,02

0,02

0,02

0,02

GVG (m t.o.v. mv)

0,02

-0,1

0,11

-0,07

Doelgat

nee

ja

nee

nee

Habitattype Ondergrens GVG (m REFERENTIE

t.o.v. mv) GVG (m t.o.v. mv)

HUIDIGE SITUATIE

SCENARIO 4

SCENARIO 5

SCENARIO 6

SCENARIO 10

Stijging GVG (m)

0,03

0,16

0,15

0,27

GVG (m t.o.v. mv)

0,03

0,04

0,24

0,18

Doelgat

nee

nee

nee

nee

*alleen waarde beschikbaar uit modellaag 2 (voor overige waarden modellaag 1 genomen)

GLG Net als de GVG, is ook de GLG 1. vlakdekkend en 2. per peilbuis berekend voor de huidige situatie en scenario 4, 5, 6 en 10. Ad 1: De vlakdekkende berekening van de verandering van de GLG na scenario 10 in vergelijking met de huidige situatie is opgenomen in Figuur B12. Het beeld is vergelijkbaar als bij de GVG. Vrijwel het hele Natura 2000-gebied wordt natter, met een stijging van de GLG van 0,15 tot meer dan 0,6 m rondom de te dempen/verondiepen watergangen. Scenario 4 en 5 geven ongeveer hetzelfde beeld, maar een minder sterke stijging als scenario 10. Het uitschakelen van de waterwinning (scenario 6) heeft beperkt invloed op de GVG: een stijging van ca. 0,05 tot maximaal 0,2 m in het uiterste zuiden (Figuur B13). Ad 2: Op de referentiepeilbuislocaties4 stijgt de GLG als gevolg van de maatregelen uit de vier scenario’s met 0,08 tot 0,48 m (Tabel B2) (zie scenariorapportages Tauw: Willems 2018a t/m c, Van Gurp 2018). Scenario 6 heeft het minst effect op de GLG (maximaal +0,1 m), scenario 5 en 10 het meest (maximaal 0,48 m). In de huidige situatie is op drie van de vier referentielocatie een doelgat voor de GLG van 0,26 tot 0,32 m (Tabel B2). Dit doelgat is berekend in de systeemanalyse (Versluijs et al. 2017). Uit de scenariorapportages van Tauw blijkt dat alle scenario 4, 5 en 10 op twee locaties het doelgat opheffen.

Bij peilbuis B28H1805 (Vochtig alluviaal bos (H91E0C) is ook na de maatregelen een doelgat, deze is wel kleiner (van 0,26 naar 0,17 m). Scenario 6 heeft minder effect dan de overige scenario’s en heft geen van de drie doelgaten op (Tabel B2). Scenario 10 heeft het meest gunstige effect op de GLG; op alle locaties stijgt de GLG hier het meest. Conclusie In de huidige situatie is er een doelgat voor de GLG op drie van de vier locaties. Alle scenario’s heffen op twee locaties het doelgat op. Op één locatie blijft een doelgat van 0,17 m. Scenario 10 pakt het gunstigste uit; de GLG stijgt het meest.

4 GxG’s konden alleen op de peilbuislocaties (en niet op overige puntlocaties) worden berekend.

Figuur B12: Verandering van de GLG als gevolg van eindscenario 10 ten opzichte van de huidige situatie.

Scenario 4

Scenario 5

Figuur B13: GLG-stijging als gevolg van scenario 4 (Bosgroepen), 5 (PAS) en 6 (uitschakelen waterwinning).

Scenario 10

Tabel B3: GVG in huidige situatie (Versluijs et al. 2017) en na scenario 4, 5, 6 en 10 (scenariorapportages Tauw: Willems 2018a t/m c & Van Gurp 2018)) (modellaag 1) voor referentiepeilbuislocaties in Lemselermaten. Alle scenario’s heffen het GVG-doelgat op. Locatie Habitattype REFERENTIE

Ondergrens GLG (m t.o.v. mv)

B28H1805

B28H1806

B28H1885

B28H1884*

Vochtige alluviale bossen

Kalkmoeras (H7230) /

Vochtige alluviale bossen

Vochtige alluviale bossen

(H91E0C)

Blauwgrasland (H6410) (mozaïek)

(H91E0C)

(H91E0C)

-0,5

-0,5

-0,5

-0,5

HUIDIGE

GLG (m t.o.v. mv) (Versluijs et al.

SITUATIE

2017)

-0,76

-0,82

-0,24

-0,81

Doelgat

ja

ja

nee

ja

Stijging GLG (m)

0,08

0,41

0,45

0,47

GLG (m t.o.v. mv)

-0,68

-0,41

0,21

-0,34

SCENARIO 4

SCENARIO 5

SCENARIO 6

SCENARIO 10

Doelgat

ja

nee

nee

nee

Stijging GLG (m)

0,08

0,43

0,34

0,35

GLG (m t.o.v. mv)

-0,68

-0,39

0,1

-0,46

Doelgat

ja

nee

nee

nee

Stijging GLG (m)

0,07

0,05

0,1

0,07

GLG (m t.o.v. mv)

-0,69

-0,77

-0,14

-0,74

Doelgat

ja

ja

nee

ja

Stijging GLG (m)

0,09

0,46

0,48

0,5

GLG (m t.o.v. mv)

-0,67

-0,36

0,24

-0,31

ja

nee

nee

nee

Doelgat

Conclusie Kwel, duurlijnen, GVG en GLG zijn (in die volgorde) van belang voor de grondwaterafhankelijke habitattypen in Lemselermaten. De maatregelen uit het eindscenario zorgen voor een toename van de kwel. De duur van de hoogste waterstanden, af te leiden uit de duurlijnen, neemt eveneens toe. De GVG en GLG worden hoger, waardoor het doelgat voor de GVG wordt gedicht. Het doelgat voor de GLG wordt op één getoetste locatie niet gedicht (17 cm te laag), maar al met al hebben de maatregelen een voldoende positief effect op de grondwaterafhankelijke habitattypen. Referenties Eysink, F., 2018. Toetingskader hydrologische scenario's N2000 doelen Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Unie van Bosgroepen. KWR, Witteveen+Bos & Royal HaskoningDHV, 2017. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Lemselermaten. Systeemanalyse. Unie van Bosgroepen. Ede. Willems, 2018a. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 4. Tauw, Deventer. Willems, 2018b. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 5. Tauw, Deventer. Willems, 2018c. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 6. Tauw, Deventer. Van Duijn, B., A. A. M. Kieskamp & A. T. W. Eysink, 2017. Lemselermaten - uitwerking maatregelenpakket. Unie van Bosgroepen. Ede. Van Gurp, 2018. Scenarioberekeningen Lemselermaten, scenario 10. Tauw, Deventer. Versluijs, R., B. Van Duijn, A. A. M. Kieskamp & A. T. W.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/691/documents/18910