CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Lemselermaten_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 15 Ecologie bureaustudie.pdf

Commissie Omgeving & Economie 10 januari 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Lemselermaten (incl. een presentatie)6.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten Resultaat bureautoets

Staatsbosbeheer

Definitief

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten Resultaat bureautoets

17-097

8 september 2017

Definitief

R. (Rienk) Apperloo, A. (Anton) Alberts, M. (Marco) van der Sluis

H.J. (Erik) Riphagen

Staatsbosbeheer

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Apperloo, R., Alberts, A. & van der Sluis, M. (2017). Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten. Resultaat bureautoets. Rapport 17-097. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud 1.

Situatieschets 1.1 Inleiding 1.2 Juridisch kader en documenten 1.3 Leeswijzer

1 1 1 3

2.

Maatregelen 2.1 Beschrijving Natura 2000-gebied 2.2 Beschrijving PAS-maatregelen

4 4 5

3.

Verspreiding beschermde waarden 3.1 Natuurnetwerk Nederland 3.2 Houtopstanden 3.3 Soortbescherming 3.4 Gebiedsbescherming

7 7 7 8 9

4.

Analyse en toetsing gebiedsbescherming 4.1 Inleiding 4.2 Analyse beheerplan 4.3 Verkenning effecten resterende maatregelen

11 11 11 14

5.

Analyse en toetsing soortbescherming 5.1 Inleiding 5.2 Aanwezige soorten 5.3 Mogelijkheden tot vrijstelling

17 17 17 18

6.

Conclusie 6.1 Samenvattende conclusies 6.2 Vervolg gebiedsbescherming 6.3 Vervolg soortenbescherming

20 20 20 21

7.

Geraadpleegde bronnen

22

Bijlagen Bijlage 1 - Verspreiding Natura 2000-doelen Bijlage 2 - Verspreiding beschermde soorten Bijlage 3 - Effectenindicator Lemselermaten Bijlage 4 - Melding boswet

1. Situatieschets 1.1 Inleiding Staatsbosbeheer beheert delen van twaalf Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel. Door overmatige depositie van stikstof staan diverse Natura 2000 doelen onder druk. Door rijk en provincies is het PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) ontwikkeld om stikstofdepositie te beheersen, natuur meer robuust te maken en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te creëren. Diverse maatregelen in en om Natura 2000-gebieden zijn hiervoor nodig. In overleg met Provincie Overijssel neemt Staatsbosbeheer tot midden 2021 diverse PAS-maatregelen op eigen gronden. Ter voorbereiding is een toets aan de wettelijke bescherming van natuurwaarden nodig, te beginnen met een bureauonderzoek. Ecogroen is gevraagd het bureauonderzoek uit te voeren en te beoordelen of de maatregelen in Natura 2000-gebied Lemselermaten vergunningvrij zijn en of ontheffing noodzakelijk is.

1.2 Juridisch kader en documenten 1.2.1 Juridisch kader De Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Staatsblad 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01. Onderstaand geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Houtopstanden Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van houtopstanden. Verbodsartikelen gelden voor 'houtopstanden' zoals bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen, buiten de bebouwde kom (Wnb). Het kappen van bomen of bos moet worden gemeld bij de betreffende provincie. Die kan een kapverbod opleggen. Indien er wel mag worden gekapt, dan moeten nieuwe bomen worden aangeplant. Gebiedsbescherming (Natura 2000) Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelen Habitatrichtlijngebieden). Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en / of niet-broedvogels.

In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming), in de praktijk onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Gierzwaluw en Buizerd, en – Overige vogels wier nesten alleen tijdens het broedseizoen (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest) zijn beschermd;

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

01

• Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I) zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming; • Overige nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming), onderverdeeld in: – soorten waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt, en – Soorten waarvoor provinciaal wel vrijstelling geldt. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Nationaal natuurnetwerk (NNN; de voormalige EHS) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. De bescherming van het NNN staat geheel los van de Wet natuurbescherming. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op de EHS in Overijssel zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (Provincie Overijssel 2017). Aanpak In onze aanpak maken we onderscheid tussen gebiedsbescherming, soortbescherming, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit onderscheid komt tot uitdrukking in het verzamelen van de informatie en de effectbeoordeling (de daadwerkelijke toetsing).

De effectbeoordeling heeft het niveau van een verkenning. Dit betekent dat we aan de hand van de beschikbare informatie zo goed mogelijk in beeld brengen of er wel/geen vergunning/ontheffingplicht geldt of nader onderzoek noodzakelijk is en/of verdere toetsing nodig is (in de vorm van bijvoorbeeld een Voortoets of mogelijk zelfs Passende Beoordeling).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

02

1.2.2 Documenten en gegevens Voor de verkenning zijn o.a. de volgende documenten geraadpleegd: • Het Natura 2000-beheerplan en, waar nodig, de PAS gebiedsanalyse. Hierin staan immers de beschermde waarden benoemd waarvoor maatregelen worden genomen en waaraan effecten moeten worden getoetst; • De Omgevingsverordening Overijssel waarin de regels ten aanzien van de bescherming van natuurwaarden (Wet natuurbescherming) en het Overijssels Natuurnetwerk (NNN; voormalige EHS) zijn gesteld. De verordening kan leiden tot vergunnings- of ontheffingsplicht voor de voorgenomen maatregelen; • Het NDFF-uitvoerportaal voor de verspreidingsgegevens van beschermde soorten. De gegevens zijn afkomstig uit de periode 2014 – 2016 (afgelopen 3 jaar). Er is gekozen voor een periode van 3 jaar omdat deze de meest recente soortensamenstelling van het Natura 2000-gebied weerspiegelt. Wanneer er wordt afgeweken van deze periode, dan is dit ter plaatse in de rapportage aangegeven. Voor een compleet overzicht van geraadpleegde bronnen verwijzen wij naar hoofdstuk 7.

1.3 Leeswijzer Het kader waarbinnen de bureautoets is uitgevoerd is beschreven in hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 beschrijft het Natura 2000-gebied en de voorgenomen PAS-maatregelen die door Staatsbosbeheer in het gebied worden uitgevoerd. Op basis van de verzamelde informatie tijdens de bureaustudie volgt een beschrijving van de verspreiding van de te verwachten beschermde natuurwaarden (hoofdstuk 3; NNN, houtopstanden, soorten en gebieden). Vervolgens volgt de analyse waarin effecten op beschermde gebieden (hoofdstuk 4) en soorten (hoofdstuk 5) uitgewerkt is. Tenslotte wordt beschreven wat de vervolgstappen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 6).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

03

2. Maatregelen 2.1 Beschrijving Natura 2000-gebied Lemselermaten Het Natura 2000-gebied Lemselermaten ligt in de gemeente Dinkelland, ten zuidoosten van Weerselo, tussen de Weerselerbeek en de Dollandbeek. Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van ongeveer 55 ha. Het natuurgebied wordt gekenmerkt door voornamelijk natte vegetaties die allemaal afhankelijk zijn van een goede vocht- en nutriëntenhuishouding welke in de huidige situatie niet optimaal is (RVO 2016b). Landschap Bijzonder in het gebied zijn stukjes kalkmoeras en restanten van trilveenvegetatie in het centrale deel van het gebied (de “Maatjes”), omgeven door blauwgrasland (Cirsio-Molinietum typicum) en nat broekbos (beekbegeleidende bossen) op voedselrijke en basenrijke bodems in de nabijheid van beide beken. Verspreid over het gebied komt zeggekorfslak voor. Verder zijn er vooral natte heideterreinen te vinden in het gebied. Droge heide komt als zodanig niet voor in de Lemselermaten; de als droge heide aangeduide vegetaties bestaan ofwel uit een mengvorm van droge en vochtige heide (met een dominantie van dopheide, Erica tetralix) of is als een droge vorm van vochtige heide (Ericetum) te beschouwen of zijn struikheideplekken in heischraal grasland dat ontstaan is na de natuurontwikkeling.

De potentie voor deze heideterreinen is de ontwikkeling naar een vochtig heidetype en niet naar een droge heide (RVO 2016b). Het gebied is bijzonder vanwege de ecologische waarden die voorkomen in het gebied de “Maatjes”. Deze bevinden zich ten noorden van de toegangsweg en bestaan uit het Oude, het Westelijke en het Oostelijke Maatje. Het gebied is zeer bijzonder vanwege de hoge kwaliteit van het kalkmoeras in het Westelijke en Oude Maatje, waarin bijzondere soorten als breed wollegras, vetblad, kleine valeriaan, stijve moerasweegbree, armbloemige waterbies, blonde en bleke zegge en vlozegge voorkomen. In Nederland is het gebied de Lemselermaten zelfs het enige gebied waar breed wollegras voorkomt. Al deze soorten zijn sterk afhankelijk van kwelwater (RVO 2016b). Het Oude Maatje is bijzonder vanwege een oorspronkelijke trilveenvegetatie die sinds de jaren ’50 is achteruitgegaan en waar nu nog slechts relicten van zijn terug te vinden. Veenvorming treedt niet of nauwelijks meer op en door verdroging en eutrofiering is de begroeiing overgegaan in zwak eutroof blauwgrasland, waar geleidelijk verruiging optreedt met gewone wederik, hennegras en moerasspirea. Voor de ontwikkeling van trilveen waarin actieve veenvorming plaatsvindt, zijn de zomergrondwaterstanden veel te laag en is de voedselrijkdom te hoog (RVO 2016b).

Bedreigingen Ontwatering binnen het Natura 2000 gebied en daarbuiten (detailontwatering, verdiepte Weerseler- en Dollandbeek) is een groot knelpunt. Dit knelpunt zorgt voor een te lage grondwaterstand, vermindering van toestroming van basenrijk grondwater en eutrofiëring (via versterkte mineralisatie). Daarnaast zorgt vermindering van kwel voor verzuring. Tenslotte vormt ook vermesting van grondwater een knelpunt. Deze vermesting treedt in het kwelgebied op door nitraatuitspoeling in agrarische delen binnen en buiten het Natura 2000 gebied (RVO 2016b).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

04

2.2 Beschrijving PAS-maatregelen In het beheerplan zijn de PAS-maatregelen uit de gebiedsanalyses opgenomen. Beide zijn bedoeld voor behoud en ontwikkeling van beschermde waarden waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. De voor Staatsbosbeheer beoordeelde- maatregelen zijn hieronder kort beschreven. In figuur 2.1 is een overzicht van de maatregellocaties weergegeven.

Figuur 2.1. Overzicht van de door Staatsbosbeheer uit te voeren maatregelen en hun locaties.

PAS-maatregelen M1 en M3: Verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) De voorheen agrarisch gebruikte percelen binnen het Natura 2000 gebied worden omgevormd naar natuur met het doel om ontwatering binnen het Natura 2000 gebied te verwijderen, vermesting van lokale grondwatersystemen te stoppen en de bovenkant van beekdalgradiënten met habitattypen te herstellen. Naast verwijderen van de ontwatering (dempen sloten en verwijderen buisdrains) kan afgraven van de fosfaatrijke toplaag worden overwogen. De aanwezigheid van veel geaccumuleerd fosfaat in de toplaag kan in combinatie met vernatting leiden tot interne eutrofiëring. M9: Afgraven toplaag en verwijderen bos Door lokaal kappen van broekbos en het ondiep afgraven van de toplaag wordt uitbreiding van het habitattype Kalkmoerassen gerealiseerd.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

05

M11: Omvorming landbouwpercelen Ten behoeve van oppervlakte uitbreiding van het habitattype Vochtige heiden wordt de fosfaatrijke toplaag verwijderd op landbouwpercelen. Daarnaast worden deze percelen ook afgegraven om verslechtering van Heischrale graslanden tegen te gaan. Tenslotte draagt dit ook bij aan behoud van Kalkmoerassen en Vochtige alluviale bossen door vermindering van vermesting van lokale grondwatersystemen. M15: Lokaal plaggen Ten behoeve van Pioniervegetaties met snavelbiezen, wordt er periodiek geplagd in het habitattype. M17: Verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) Het verwijderen van ontwatering (sloten en buisdrainage) in nieuwe natuur EHS grenzend aan het Natura 2000 gebied. De vernatting is hier sterk, het stoppen van landbouwkundig gebruik en de herinrichting vindt plaats ten behoeve van de natuur.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

06

3. Verspreiding beschermde waarden 3.1 Natuurnetwerk Nederland Het gehele terrein binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied vormt een onderdeel van het NNN. De maatregelen vinden plaats binnen deze grenzen en worden toegepast op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Daarnaast is er geen sprak van een wijziging van bestemming en is er geen omgevingsvergunning nodig waarmee afbreuk aan de bescherming van (oppervlak en samenhang van) de NNN mogelijk wordt. Op basis van deze constateringen is aangenomen dat de effectbeoordeling Wet natuurbescherming of het Natura 2000-beheerplan voldoende inzicht biedt in de te verwachten effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Daarmee ontstaat geen strijd met de in de Omgevingsverordening beoogde bescherming van de NNN. Vervolgstappen ten aanzien van de NNN zijn niet noodzakelijk.

3.2 Houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor 'houtopstanden' zoals bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen, buiten de bebouwde kom (Wnb Artikel 4.1). Het kappen van bomen of bos moet worden gemeld bij de betreffende provincie. Die kan een kapverbod opleggen. Indien er wel mag worden gekapt, dan moeten nieuwe bomen worden aangeplant. Wanneer een maatregel wordt toegepast als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel voor het Natura 2000-gebied is het kapverbod niet van toepassing. Alle PAS-maatregelen zijn onderdeel van instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen voor Natura 2000-gebied. Hiernaast blijft de afspraak tussen Staatsbosbeheer en provincie Overijssel onverkort van toepassing (bijlage 4). Er is daarom geen melding en (ontheffing) herplant(plicht) vereist. Geadviseerd wordt om bij het bevoegd gezag te melden waar en wanneer bomen worden gekapt. In figuur 3.1 is een overzicht weergegeven waar houtopstanden geveld worden.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

07

Figuur 3.1. Overzicht van de locaties waar houtopstanden geveld worden.

3.3 Soortbescherming Voor het hele Natura 2000-gebied is middels een bureaustudie bepaald waar welke beschermde soorten aanwezig zijn. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de soorten die extra aandacht verdienen. In de bijlages zijn kaarten opgenomen met verspreidingsgegevens van een aantal van deze soorten (NDFF 2017 en expert judgement). Tabel 3.3.1. Te verwachten beschermde soorten binnen Lemselermaten.

Herpetofauna

Zoogdieren

Ongewervelden

Jaarrond beschermde nesten

Vaatplanten

Levendbarende

Eekhoorn

Grote weer-

Buizerd

Breed wollegras

hagedis

schijnvlinder Grote bosmuis

Kleine ijsvogel-

Havik

vlinder Veldspitsmuis

Ransuil

Vleermuizen

Sperwer

Waterspitsmuis

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

08

3.4 Gebiedsbescherming Om een beeld te schetsen van de verspreiding van habitattypen en -soorten hebben we kaartmateriaal opgesteld. Een overzicht met de in de instandhoudingsdoelen opgenomen habitattypen en habitatsoorten zijn weergegeven in figuur 3.2 en 3.3. In de bijlages van dit rapport zijn gedetailleerde kaarten opgenomen van de verspreidingsgegevens (NDFF 2017; o.a. ten opzichte van maatregellocaties).

Figuur 3.2. Overzicht van de aanwezige habitattypen binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

09

Figuur 3.3. Overzicht van de waarnemingen van habitatsoorten binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied.

Figuur 3.4 Overzicht resultaten inventarisatie Zeggekorfslak. Bron: Systeemanalyse Lemselermaten Unie van Bosgroepen.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

10

4. Analyse en toetsing gebiedsbescherming 4.1 Inleiding Voordat nadere toetsing aan de orde is, is bepaald welke maatregelen benoemd en getoetst zijn in het beheerplan. Zodra een beheerplan definitief is vastgesteld, vormt het beheerplan het beoordelingskader voor vergunningplicht. Wanneer een maatregel benoemd en getoetst is in het beheerplan, door een toets waaruit de zekerheid is verkregen dat de maatregel de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet zal aantasten, dan zijn in het kader van de gebiedsbescherming geen vervolgstappen noodzakelijk (Wnb Artikel 2.9). Wel kunnen voorwaarden gelden, die overgenomen zijn in voorliggende rapportage. Wanneer een maatregel niet benoemd of niet afdoende getoetst is in het beheerplan, dient het effect van de maatregelen te worden getoetst op de instandhoudingsdoelen voor het Natura-2000 gebied. Binnen voorliggend onderzoek is verkend of bij uitvoering van de maatregel sprake kan zijn van significant negatieve effecten. Om hiervan een beeld te vormen zijn de instandhoudingsdoelen en de beschikbare informatie over de verspreiding van kwalificerende waarden geraadpleegd (NDFF 2017, beheerplan Lemselermaten, eigen gebiedskennis). Door deze informatie te combineren met de locaties van maatregelen ontstaat inzicht in mogelijke interactie.

Per maatregel is aan de hand van de effectindicator, de locaties van te nemen maatregelen, de aanwezigheid van kwalificerende waarden (habitattypen en leefgebieden van soorten) en expert judgement bepaald of significant negatieve effecten kunnen optreden op instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000 gebied Lemselermaten. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, zijn vervolgstappen nodig. Omdat de maatregelen worden uitgevoerd in het kader van het Programma Aanpak Stikstof, wordt door de werkzaamheden veroorzaakte tijdelijke toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurwaarden buiten beschouwing gelaten. PAS-maatregelen zijn, conform landelijke afspraken, hiervan vrijgesteld.

4.2 Analyse beheerplan Alle PAS-maatregelen en de beheermaatregel zijn in het beheerplan beschreven en getoetst. Als een maatregel beschreven en getoetst is in het beheerplan én de conclusie is dat de maatregel (onder voorwaarden) vergunningvrij kan worden uitgevoerd, dan zijn is veelal geen nader onderzoek nodig. In enkele gevallen is de conclusie dat effecten niet zijn uit te sluiten. Dan is nader onderzoek en verdere toetsing noodzakelijk. In de volgende paragrafen werken we uit in hoeverre de PAS-maatregelen getoetst zijn in het beheerplan.

4.2.1 Beheerplan Lemselermaten Het beheerplan voor het Natura 2000-gebied is definitief vastgesteld op 31 mei 2016. Het beheerplan kan als toetsingskader functioneren. Alle PAS-maatregelen zijn in H6.1 (vanaf p. 72 van het beheerplan) be-

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

11

schreven. In H6.3 (vanaf p. 85 van het beheerplan) is de effectbeoordeling beschreven. Beoordeeld zijn de gebruiksfase en de uitvoeringsfase (zie ook kader 4.1). Kader 4.1 Fase beschrijving In het beheerplan wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Uitvoeringsfase’ en ‘Gebruiksfase’. Werkzaamheden die vallen onder ‘Gebruiksfase’ zijn vergunningvrij. Werkzaamheden die vallen onder ‘Uitvoeringsfase behoeven in een aantal gevallen nadere toetsing. Om te bepalen of de maatregelen vrijgesteld zijn in het beheerplan is het daarom nodig deze fases verder te definiëren. Uitvoeringsfase In voorliggende rapportage wordt werkzaamheden onder de uitvoeringsfase geschaard wanneer fysiek in het gebied wordt ingegrepen om de maatregel tot stand te brengen. Het gaat om effecten als direct gevolg van de uitvoering. Optische verstoring, oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten zijn voorbeelden van effecten die in deze fase optreden. Gebruiksfase In voorliggende rapportage wordt werkzaamheden onder de gebruiksfase geschaard wanneer deze optreden na uitvoering van de maatregel. De fysieke werkzaamheden zijn al geruime tijd afgerond, effecten treden op als gevolg van de uitgevoerde maatregel. Een voorbeeld van een effect dat in deze fase optreedt is vernatting van omliggende habitattypen.

Voor de maatregelen geldt: 1. Effecten na uitvoering van de maatregel (citaat) De effecten van de PAS-maatregelen zijn beoordeeld (zie 6.1.4). Mogelijk treden effecten op voor het habitattype vochtige alluviale bossen. Bij vochtige alluviale bossen is het verlies van enkele hectare areaal mogelijk door vernattingsmaatregelen ten behoeve van het habitattype kalkmoerassen. Dit oppervlakteverlies is op basis van het aanwijzingsbesluit toegestaan, zodat negatieve effecten hiervan op de instandhoudingsdoelsttellingen zijn uitgesloten. Het effect na uitvoering van de maatregel is beoordeeld. Significant negatieve effecten op andere habitats zijn uitgesloten of (in het geval van oppervlakteverlies van Vochtige alluviale bossen) toegestaan. Vergunningplicht is niet aan de orde. 2. Effecten tijdens de uitvoeringsfase (citaat) Van een aantal maatregelen (M12 en M15) kon de uitvoeringsfase worden beoordeeld. Het betreft hier de maatregelen die een aanpassing inhouden van het bestaande, cyclische (steeds terugkerende) reguliere natuurbeheer. In paragraaf 09 zijn deze maatregelen beoordeeld. Waar nodig worden in deze paragraaf aanvullende voorwaarden gesteld aan de uitvoering van deze maatregelen. Op basis van die beoordeling, en de gestelde voorwaarden, zijn negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van deze maatregelen uitgesloten.

Voor de overige PAS-maatregelen kunnen de effecten van de uitvoeringsfase nog niet worden beoordeeld. Hiervoor mist specifieke informatie over de wijze van uitvoering. Voor deze maatregelen geldt dat de uitvoerder voorafgaand aan de uitvoering bepaalt of tijdens de uitvoeringsfase negatieve effecten kunnen optreden op soorten en habitattypen waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Mocht dat zo zijn, dan bepaalt de uitvoerder op welke wijze deze negatieve effecten zijn te voorkomen. Het gaat dan bijvoor-

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

12

beeld om het werken met aangepast materieel, het werken op een aangepast tijdstip of het ontzien van habitattypen bij de keuze van aan- en afvoerroutes. Het is aan te bevelen de werkwijze vooraf te bespreken met de provincie Overijssel (bevoegd gezag). Wanneer negatieve effecten als gevolg van de uitvoering kunnen worden uitgesloten, is geen Natuurbeschermingswet-vergunning nodig voor de uitvoering van de maatregel (zie hoofdstuk 9). Het in beeld brengen van de effecten van kleine grondwateronttrekkingen (ten behoeve van agrarische activiteiten) en drainage gebeurt aan de hand van gegevens van het waterschap Vechtstromen en (veld) inventarisaties rondom het Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied hoeft hiervoor niet te worden betreden. De invloed van de onttrekkingen/drainage wordt met modellen berekend. Tijdens de uitvoeringsfase heeft deze onderzoeksmaatregel dus geen effect op de instandhoudingsdoelstellingen. Effecten tijdens de uitvoeringsfase zijn niet voor alle maatregelen beoordeeld. De volgende PASmaatregelen vallen in die categorie: M1, M3, M9, M11 en M17. Effecten van de maatregelen gedurende de uitvoering zijn beoordeeld in hoofdstuk 5 (beheerplan, bestaand gebruik). Tabel 4.1 geeft een samenvatting van de conclusies en worden in paragraaf 4.2.2 nader toegelicht. Tabel 4.1. Beoordeling van de maatregelen in het beheerplan.

Maatregel

Beoordeling

Conclusie: Vergunningvrij

Voorwaarden of toelichting

maatregel in beheerplan op M1

N.v.t.

Nee

M3

N.v.t.

Nee

M9

Natuurbeheer

Ja

p.65-67

beheerplan

M11

N.v.t.

Nee

M15

Natuurbeheer

Ja

p. 65-67 M17

N.v.t.

Onder voorwaarden in het

Onder voorwaarden in het beheerplan

Nee

4.2.2 Toelichting op tabel M1, M3 en M17: Verwijderen ontwatering (sloten en buisdrainage) Het verwijderen van ontwatering is onvoldoende benoemd en beoordeeld in het beheerplan. De maatregelen zijn niet per definitie vergunningvrij en moeten nader worden beoordeeld. M9: Bos kappen en verwijderen toplaag Voor maatregel M9 geldt dat het omvormen van Vochtige alluviale bossen naar Kalkmoerassen is beoordeeld in het beheerplan. De maatregel is beoordeeld als vergunningvrij, mits er mitigerende maatregelen getroffen worden t.b.v. de Zeggekorfslak. M11: Toplaag verwijderen landbouwpercelen Voor maatregel M11 geldt dat het verwijderen van de toplaag op landbouwpercelen niet is beoordeeld in het beheerplan. De maatregel is niet per definitie vergunningvrij en eventuele significant negatieve effecten zijn niet uit te sluiten. Een nadere effectbeoordeling aan de orde.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

13

M15: Plaggen Voor maatregel M15 geldt dat plaggen in het kader van natuurbeheer is beoordeeld in het beheerplan. De maatregel is beoordeeld als vergunningvrij, mits er mitigerende maatregelen uit het beheerplan worden opgenomen. Met uitzondering van maatregel M1, M3, M11 en M17 zijn de maatregelen benoemd en beoordeeld als vergunningvrij in het beheerplan. Nadere effectenbeoordeling is nodig voor de maatregelen M1, M3, M11 en M17 en wordt in hoofdstuk 4.3 verder uitgewerkt.

4.3 Verkenning effecten resterende maatregelen 4.3.1 Beoordeling ligging kwalificerende waarden We hebben een eerste beoordeling uitgevoerd van de mogelijke effecten op kwalificerende waarden. We hebben daarvoor alle maatregelen in GIS in een overlay gezet om te bepalen of er sprake is van overlap van maatregelen met habitattype en -soort. Uiteraard is de kans op een effect het grootst als een maatregel daadwerkelijk binnen een habitattype of leefgebied van habitatsoort plaatsvindt. Tabel 4.2. Overzicht overlap maatregelen en habitattype en -soort. X= Overlap; O= Bufferzone (200m)*; p= overlap niet uit te sluiten.

M1 H4010A: Vochtige

M3

M11

M17

O

H1016: Zeggekorfslak

M1

M3

M11

M17

O

O

O

O

heiden (hogere zandgronden) H6230: Heischrale

O

graslanden H6410: Blauwgras-

O

O

O

O

O

landen H7150: Pioniervegetaties met snavelbiezen H7230: Kalkmoeras-

O

sen H91E0C: Vochtige

O

O

O

O

alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) *Uit voorzorg is er een ruime bufferzone ingesteld van 200m. Gebaseerd op de aard van de werkzaamheden en de denkbare effecten die op kunnen treden is een zone van 200m ruim genoeg om mogelijke effecten op beschermde waarden van werkzaamheden die buiten deze zone plaats vinden uit te sluiten.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

14

Uit de beoordeling volgt dat de maatregelen nergens overlappen met habitattypen. Wel vinden de maatregelen plaats in de directe omgeving van alle habitattypen. Daarnaast zijn maatregelgebieden op korte afstand van leefgebied van de Zeggekorfslak gelegen. De verwachting is echter dat deze mogelijk verspreid over het hele Natura 2000-gebied voorkomt. Uit de analyse blijkt dat alle vier de maatregelen worden meegenomen in een verkennende effectbeoordeling.

4.3.2 Effectbeoordeling Als gevolg van de voorgenomen maatregelen kunnen op verschillende wijzen effecten optreden. Er is in dit geval sprake van tijdelijke effecten (tijdens de uitvoering). Permanente effecten betreffen in dit geval effecten op de lange termijn en zijn in het Natura 2000-beheerplan reeds beoordeeld. We hebben geanalyseerd of er sprake is van effectmechanismen die schadelijk zijn voor het betreffende instandhoudingsdoel. Daarvoor is gebruik gemaakt van de effectenindicator (zie bijlage 3). Op basis van de effectenindicator, de ligging en aard van de maatregel vragen vooral de volgende effectmechanismen aandacht: 1. Verstoring door mechanische effecten en optische verstoring; 2. Verstoring door geluid en trillingen; 3. Vernatting. De door werkzaamheden veroorzaakte tijdelijke toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurwaarden, wordt buiten beschouwing gelaten voor PAS-maatregelen. Deze zijn conform landelijke afspraken hiervan vrijgesteld. M1, M3 en M17: Verwijderen ontwatering Tijdelijke effecten Ten behoeve van het verwijderen van ontwatering wordt het gebied betreden en er wordt materieel ingezet. Uit de effectindicator blijkt dat sprake is van mechanische effecten (1) en optische verstoring (1). Daarnaast brengen de werkzaamheden verstoring door geluid en trilling met zich mee (2).

De effectenindicator geeft aan dat alle habitattypen gevoelig zijn voor optische verstoring en mechanische effecten. Daarnaast is de Zeggekorfslak zeer gevoelig voor mechanische effecten en gevoelig voor trilling, maar niet voor optische verstoring. Geen kwalificerende waarde is gevoelig voor verstoring door geluid. De maatregel beperkt zich tot agrarische percelen en vinden plaats buiten de aanwezige habitattypen. Er komen dus ter plaatse van de werkzaamheden geen kwalificerende habitattypen voor, wel geldt dat de werkzaamheden plaats vinden in de bufferzone rondom de habitattypen. (Significant) negatieve effecten zijn daarom niet uit te sluiten. Omdat de Zeggekorfslak verspreid voorkomt door het Natura 2000-gebied zijn (significant) negatieve effecten voor deze soort ook niet uit te sluiten. Nadere toetsing is noodzakelijk. Permanente effecten Het dempen van ontwatering heeft een bedoeld hydrologisch effect. Dit leidt in de directe omgeving van de maatregel tot vernatting (3). Vernatting is een effect dat optreedt op lange termijn, oftewel in de gebruiksfase. De gebruiksfase is reeds beoordeeld in het Natura 2000-beheerplan. De beoordeling concludeert dat er geen negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Lemselermaten.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

15

M11: Toplaag verwijderen Tijdelijke effecten Ten behoeve van het verwijderen van de toplaag wordt het gebied betreden en wordt materieel ingezet. Hierbij is sprake van mechanische effecten (1) en optische verstoring (1). Daarnaast brengen de werkzaamheden mogelijk ook verstoring door geluid en trilling met zich mee (2). De effectenindicator geeft aan dat alle habitattypen gevoelig zijn voor optische verstoring en mechanische effecten. Daarnaast is de Zeggekorfslak zeer gevoelig voor mechanische effecten en gevoelig voor trilling, maar niet voor optische verstoring. Geen enkele kwalificerende waarde is gevoelig voor verstoring door geluid. De maatregel beperkt zich tot agrarische percelen en vinden plaats buiten de aanwezige habitattypen. Er komen dus ter plaatse van de werkzaamheden geen kwalificerende habitattypen voor, wel geldt dat de werkzaamheden plaats vinden in de bufferzone rondom de habitattypen. (Significant) negatieve effecten zijn daarom niet uit te sluiten. Omdat de Zeggekorfslak mogelijk verspreid voorkomt door het Natura 2000-gebied zijn (significant) negatieve effecten voor deze soort ook niet uit te sluiten. Nadere toetsing is noodzakelijk. Permanente effecten Als gevolg van het verwijderen van de toplaag zijn (significant) negatieve permanente effecten uit te sluiten.

Uit de effectbeoordeling concluderen wij (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten zijn. Nadere toetsing is voor deze maatregelen noodzakelijk. Gebaseerd op de aard van de werkzaamheden en de te verwachten effecten zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten voor maatregelen M1, M3, M11 en M17. Doordat de precieze locaties voor het uitvoeren van de maatregelen onzeker zijn, zijn de maatregellocaties ruimer ingetekend. Met als gevolg dat maatregellocaties overlap vertonen met verscheidene kwalificerende waarden. Vastgestelde overlap betekent niet per se dat de maatregel in het overlappende gebied uitgevoerd wordt.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

16

5. Analyse en toetsing soortbescherming 5.1 Inleiding Binnen het beheerplan voor Lemselermaten (Provincie Overijssel, 2016) is geen toetsing opgenomen ten aanzien van soorten en daarom dient het effect op beschermde soorten voor alle maatregelen te worden beoordeeld. Om alvast een verkenning uit te kunnen voeren van de mogelijke effecten en aandachtspunten hebben we voor de maatregelen beoordeeld of de beoogde locaties van waarde kunnen zijn voor beschermde soorten en of de betreffende soorten gevoelig zijn voor de voorgenomen maatregel. Om te beoordelen of effecten op soorten kunnen optreden tijdens het uitvoeren van de maatregelen brengen we de aanwezige of te verwachten soorten in beeld met een beschermde status in Overijssel (Staatsblad 2016 en Provincie Overijssel 2017). Om in te kunnen schatten met welke soorten we te maken hebben bij de uitvoering van de voorgenomen maatregelen hebben we diverse bronnen geraadpleegd (NDFF 2017 en eigen gebieds- en soortkennis). Vervolgens is nagegaan of de beoogde maatregelen effect kunnen hebben op beschermde soorten. Wanneer dit het geval is, is nagegaan of er vrijstellingsmogelijkheden zijn. Vrijstelling is mogelijk als de maatregel is opgenomen in een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5; bijvoorbeeld Gedragscode Natuurbeheer).

In dat geval kan een ecologisch werkprotocol volstaan, waarin wordt aangegeven hoe zorgvuldig omgegaan kan worden met aanwezige soorten. Mocht er niet volgens een Gedragscode gewerkt kunnen worden dan geldt dat het opstellen van een ecologisch werkprotocol volstaat als de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan (Wnb Artikel 3.8 lid 7). Als vrijstellingsmogelijkheden ontbreken is er aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn.

5.2 Aanwezige soorten In de nabije omgeving van de maatregelenlocaties zijn volgens onze informatie meerdere beschermde soorten bekend of te verwachten (zie tabel 5.1). Tabel 5.1. Overzicht van de aanwezige beschermde soorten binnen het Natura 2000-gebied.

Soort

Leefgebied

Voorkomen in maatregelgebieden

Eekhoorn

Nesten in bomen, foerageergebied in ruim gebied eromheen

Nestplaatsen: M9 Foerageergebied: Alle gebieden

Grote bosmuis

Bosranden en bos

M9

Veldspitsmuis

Droge ruigtes

M9 en M11

Vleermuizen

Verblijfplaatsen in bomen met holten, foerageergebied in ruim

Verblijfplaatsen: M9

gebied eromheen, bosranden en lanen als migratieroute

Foerageren/migratie: Alle gebieden

Waterspitsmuis

Moerasbos en natte ruigtes

Oeverzones alle gebieden

Vogels met jaarrond bescherm-

Nesten in bomen, foerageergebied: bos, heide en weilanden

Nestplaatsen: M9

de nesten

Foerageergebied: Alle gebieden

Levendbarende hagedis

Heide en bosranden

M9, M11 en M15

Grote weerschijnvlinder

Oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen

M9

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

17

samenhangende bosjes in beekdalen Kleine ijsvogelvlinder

Gevarieerde, vochtige gemengde bossen/loofbossen met Kam-

M9

perfoelie Breed wollegras

Grasland (hooiland en Blauwgraslanden) en moerassen (bron-

M11 en M15

moerassen en kalkmoerassen)

5.2.1 Toelichting op tabel M1, M3 en M17: Dempen sloten Ontwatering wordt in verscheidene gebieden verwijderd. Soorten zoals Eekhoorn, Levendbarende hagedis, Grote weerschijnvlinder, vogels met jaarrond beschermde nesten en Breed wollegras komen verspreid door het gebied voor. Daarnaast gebruiken soorten genoemd in de tabel het gebied ook als foerageergelegenheid. M9: Bos kappen en toplaag verwijderen In bosgebieden kunnen jaarrond beschermde nestplaatsen van o.a. Sperwer en Buizerd en nesten van Eekhoorn aanwezig zijn. Mogelijk zijn daarnaast verblijfplaatsen van vleermuizen in holten van bomen aanwezig. Tenslotte kunnen ook soorten als Levendbarende hagedis, Grote weerschijnvlinder en Kleine ijsvogelvlinder voorkomen. Soorten genoemd in de tabel gebruiken de bossen ook als foerageergebied. M11: Toplaag verwijderen. Het verwijderen van de toplaag vindt plaats op agrarische percelen. Op de graslanden komen leefgebieden van onder ander Veldspitsmuis en Waterspitsmuis voor. Daarnaast gebruiken soorten genoemd in de tabel de agrarische percelen ook als foerageergebied. M15: Plaggen In de natte heide vegetatie kan leefgebied van onder andere Waterspitsmuis en Veldspitsmuis voorkomen. Daarnaast kunnen soorten genoemd in de tabel de gebieden waar geplagd wordt als foerageergebied gebruiken.

5.3 Mogelijkheden tot vrijstelling Hieronder is uitgewerkt of er vrijstellingsmogelijkheden zijn. Vrijstelling is mogelijk als de maatregel is opgenomen in een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5; bijvoorbeeld Gedragscode Natuurbeheer). In dat geval kan een ecologisch werkprotocol volstaan, waarin wordt aangegeven hoe zorgvuldig omgegaan kan worden met aanwezige soorten. Als vrijstellingsmogelijkheden ontbreken is er aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn. Tabel 5.2. Mogelijkheden tot het toepassen van een Gedragscode voor de PAS-maatregelen.

Maatregel

Verwachte effecten op beschermde

Mogelijkheid toepassen

soorten

Gedragscode

M1

Ja

Nee

M3

Ja

Nee

M9

Ja

Nee

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

18

M11

Ja

Nee

M15

Ja

Ja

M17

Ja

Nee

5.3.1 Toelichting op tabel M1, M3, M9, M11 en M17: Verwijderen ontwatering, bos kappen en omvorming landbouwpercelen Genoemde maatregelen zijn inrichtingsmaatregelen. Voor inrichtingsmaatregelen geldt dat het toepassen van de gedragscode Natuurbeheer of Gedragscode Bosbeheer niet mogelijk is. Doordat de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol (Wnb Artikel 3.8 lid 7). In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel. M15: Plaggen Voor maatregel M15 kan gewerkt worden conform de Gedragscode Natuurbeheer. Het opstellen van een Ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen (zie kader 5.1 met tekst op pagina 14 uit de Gedragscode). Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde.

Kader 5.1 Gedragscode Diverse organisaties hebben een gedragscode waarin beschreven is hoe schade aan beschermde dieren en planten zoveel mogelijk voorkomen kan worden bij het uitvoeren van activiteiten. Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in gang getreden (Staatsblad 2016). Onder de nieuwe wet geldt nog steeds vrijstelling van de verbodsbepalingen wanneer gewerkt wordt volgens een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5). Wanneer gewerkt wordt volgens een dergelijk goedgekeurde Gedragscode is er geen ontheffing en/of vergunning nodig (Wnb Artikel 3.31 lid 1).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

19

6. Conclusie 6.1 Samenvattende conclusies Tabel 6.1 Overzicht conclusies en vervolgstap per maatregel.

Gebiedsbescherming

Soortenbescherming

Maatregel

Vergunningplicht

Vervolgstap

Gedragscode (Natuurbeheer)

Vervolgstap

M1

Ja Ja Nee Ja Nee Ja

Nadere effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

Nadere effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

Ecologisch werkprotocol

Nee

Ecologisch werkprotocol

Nadere effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

Ecologisch werkprotocol

Ja

Ecologisch werkprotocol

Nadere effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

M3 M9 M11 M15 M17

Tabel 6.2 Overzicht noodzaak vergunning en ontheffing.

J = ja N = nee * = onzeker J* = waarschijnlijk wel N* = waarschijnlijk niet ? = niet bekend

Nb soortbescherming

Globale omschrijving

Nb gebiedsbescherming

Maatregel

M1

Verwijderen ontwatering

J*

N

M3

Verwijderen ontwatering

J*

N

M9

Afgraven toplaag en verwijderen bos

N

N

M11

Omvorming landbouwpercelen

J*

N

M15 M17

Lokaal plaggen Verwijderen ontwatering

N J*

N N

6.2 Vervolg gebiedsbescherming • Significant negatieve effecten als gevolg van vernatting kunnen niet uitgesloten worden voor maatregelen M1, M3 en M17. Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een uitgebreide effectbeoordeling; • Voor de maatregelen M1, M3, M11 en M17 geldt dat significant negatieve effecten als gevolg van werkzaamheden in de bufferzone niet uit te sluiten zijn. Ditzelfde geldt voor de Zeggekorfslak, omdat deze verspreidt door het Natura 2000-gebied voorkomt. Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een uitgebreide effectbeoordeling; • Voor maatregelen M9 en M15 geldt dat deze benoemd en voldoende beoordeeld zijn in het beheerplan. Effecten zijn uit te sluiten en de maatregelen zijn vergunningvrij, mits er mitigerende maatregelen

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

20

getroffen worden. Er moet een ecologisch werkprotocol opgesteld worden met de voorwaarden beschreven in het beheerplan.

6.3 Vervolg soortenbescherming • Voor PAS-maatregel M15 geldt dat er gewerkt kan worden conform de Gedragscode Natuurbeheer. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen. Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde; • PAS-maatregelen M1, M3, M9, M11 en M17 zijn inrichtingsmaatregelen. Voor inrichtingsmaatregelen geldt dat toepassen van de gedragscode Natuurbeheer of Gedragscode Bosbeheer niet mogelijk is. Doordat de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

21

7. Geraadpleegde bronnen Literatuur Ministerie van EZ (2015). Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Lemselermaten. Provincie Overijssel (2017). Omgevingsverordening Overijssel 2017, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 07-02-2017. RVO (2016a). Gedragscode Natuurbeheer. RVO (2016b) Natura 2000 beheerplan Lemselermaten (048). Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming)

Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). Ministerie van EZ (http://mineleni.nederlandsesoorten.nl). Ministerie van EZ (2016). (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/inhoud/nieuwe-natuurwet). NDFF Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Provincie Overijssel (2017). Atlas van Overijssel (http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel_basis/v1). Provincie Overijssel (2017). (http://www.overijssel.nl/thema's/natuur-en-landschap/wet/). Ravon.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen) Soortenbank.nl (website met soortinformatie) Zoogdiervereniging.nl (website met soortinformatie over zoogdieren)

Uitvoering interne PAS-maatregelen Lemselermaten

22

Bijlagen Bijlage 1 - Verspreiding Natura 2000-doelen

Bijlage 2 - Verspreiding beschermde soorten

Bijlage 3 - Effectenindicator Lemselermaten

Bijlage 4 - Melding boswet Dag Ben, We hebben zojuist het volgende besproken. Staatsbosbeheer is onder de nieuwe wet natuurbescherming niet meldingsplichtig voor vellingen boswet. Verder gaf jij aan dat in de wet al is opgenomen dat vellingen die als herstelmaatregel in het PAS programma zijn opgenomen al vrijgesteld zijn van meldings- en van herplantingsplicht. Afspraak die in het vergunningsverleningsoverleg provincie/ staatsbosbeheer is gemaakt: • SBB maakt een overzichtskaart waar bos zal worden gekapt en meldt dit in het vergunningverlening overleg. • Voor 1 februari 2018 (en de daarop volgende jaren) maakt SBB een overzicht waar daadwerkelijk is gekapt. Mocht je nog aanvullingen hebben, dan hoor ik dat graag.

Met vriendelijke groet, Marlies Ellenbroek (ir, Msc) Projectleider PAS Overijssel

Staatsbosbeheer Afdeling projecten | Binnensingel 3 | 7411 PL Deventer Postbus 6 | 7400 AA Deventer T 0570 747 100 | M +31 6 51 207 151 M.Ellenbroek@staatsbosbeheer.nl | www.staatsbosbeheer.nl @staatsbosbeheer | facebook.com/staatsbosbeheer | Aanwezig op ma tot en met do

Magische momenten: Het zit in onze natuur. Kijk op http://bit.ly/VjXti3

staatsbosbeheer1 |

staatsbosbeheer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/691/documents/18919