CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Lemselermaten_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Archeologie.pdf

Commissie Omgeving & Economie 10 januari 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Lemselermaten (incl. een presentatie)5.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 313

Archeologisch bureauonderzoek

Natura2000 Lemselermaten, nabij Weerselo gemeente Dinkelland (OV).

februari 2020 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Gemeente Dinkelland

v2.1

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 313

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten nabij Weerselo, gemeente Dinkelland (OV) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: Gemeente Dinkelland

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: J.A.M. Oude Rengerink Autorisatie: J.A.M. Oude Rengerink

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie B.V., Almelo, januari 2020.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke testemming van de uitgevers. Laagland Archeologie B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juni-juli 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Lemselermaten te nabij Weerselo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de versterking van natuurwaarden in het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Een en ander gaat gepaard met bodemingrepen, waardoor archeologische resten kunnen worden aangetast. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. In het plangebied komen diverse dekzandruggen voor, temidden van dekzandwelvingen. Door het plangebied lopen linten met beekdalafzettingen. Op de hogere delen van het landschap ligt dekzand, waarin zich een veldpodzolbodem heeft gevormd. In de lagere delen in en langs het beekdal hebben zich beekeerdgronden en venige beekdalgronden gevormd. In de omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen bekend. Deze zijn vrijwel alle aangetroffen op de hogere delen van het landschap en zijn met name afkomstig uit de periode mesolithicum – ijzertijd. In historische tijden is het oostelijke deel van het plangebied overwegend in gebruik geweest als gras- en hooiland.

In het noordwestelijk deel komt bouwland voor, waarop waarschijnlijk een plaggendek is aangebracht. Rond het begin van de 19e eeuw was het oostelijke en centrale deel nog onontgonnen. Pas rond de eerste helft van de vorige eeuw is het plangebied grotendeels ontgonnen. Voor zover bekend hebben er geen grootschalige bodemingrepen/egalisaties plaatsgevonden. Aangenomen wordt daarom dat het bodemprofiel nog redelijk goed intact is. In het plangebied worden met name resten uit het mesolithicum en de periode neolithicum – ijzertijd verwacht. Voor wat betreft resten uit het mesolithicum worden deze met name op kleine dekzandopduikingen in het beekdal verwacht. Op de zandopduikingen elders in het plangebied worden resten uit de periode neolithicum – ijzertijd verwacht (hoge verwachting). Resten uit latere perioden (Romeinse tijd – late middeleeuwen kunnen niet uitgesloten worden (middelhoge verwachting). Op oude kaarten zijn amper aanwijzingen voor bewoning. Resten uit de nieuwe tijd worden dan ook niet verwacht. Laagland archeologie adviseert vervolgonderzoek op locaties waar bodemverstorende ingrepen zijn voorzien èn waar sprake is van een middelhoge of hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten èn waarbij de geplande ingrepen dieper reiken dan 40 cm -mv. Conform het gemeentelijk beleid geldt geen onderzoeksplicht indien ingrepen minder diep reiken dan 40 cm -mv.

Echter, in dit deel van Nederland liggen archeologische resten vaak dicht onder het maaiveld en kunnen ze ook bij ondiepe (< 40 cm -mv) worden aangetast. Om deze reden bevelen we ook hier archeologisch vervolgonderzoek aan op locaties waar sprake is van een middelhoge of hoge verwachting. Deze gebieden zijn aangegeven op een advieskaart. We adviseren eerst verkennende boringen te zetten op deze delen. Deze boringen beogen te onderzoeken in welke mate het bodemprofiel intact is. Delen met een intact bodemprofiel komen daarbij normaliter in aanmerking voor vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen. Dit type onderzoek beoogt specifiek archeologische vindplaatsen op te sporen.

De implementatie van dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de provincie Overijssel. De provincie wordt hierin vertegenwoordigd door de regioarcheoloog, de heer A. Vissinga.

Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 8 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 8 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 8 Administratieve gegevens ____________________________________________ 9 Huidige situatie en toekomstig gebruik _________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 12 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 12

2 Inventarisatie _________________________________________________ 13 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 13 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 13 Archeologie ______________________________________________________ 15

2.3.1 2.3.2 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 15 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 16

Historie _________________________________________________________ 16

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 19 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________ 19 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 19

4 Effectbeschrijving en selectieadvies _______________________________ 21 4.1 4.2

Effectbeschrijving _________________________________________________ 21 Selectieadvies ____________________________________________________ 22

literatuur ______________________________________________________ 24 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 26 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 27 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 28 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 29 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 30 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 31 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 32 BIJLAGE 8 Waarnemingen – periode ________________________________ 33 BIJLAGE 9 lijst waarnemingen _____________________________________ 34 BIJLAGE 10 Advieskaart met verwachtingszones en geplande ingrepen _____ 36 BIJLAGE 11 Advieskaart _________________________________________ 37

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormen diverse werkzaamheden in het kader van de versterking van bestaande natuurwaarden in het Natura 2000-gebied Lemselermaten nabij Weerselo, gemeente Dinkelland (OV). De gemeente Dinkelland heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft het Natura 2000-gebied Lemselermaten nabij Weerselo, gemeente Dinkelland (OV), zie onderstaande afbeelding. Het gebied wordt ruwweg begrensd door de Haarstraat, Lemselosestraat en Glipsdijk.

Weerselo

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied. 8

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Het plangebied heeft een omvang van ca. 1,2 km2. Gezien de omvang van het plangebied wordt de introductie van een onderzoeksgebied niet noodzakelijk geacht.1

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Overijssel

Gemeente

Dinkelland

Plaats

nabij Weerselo

Toponiem

Lemselermaten

Laagland Archeologie projectnummer

LEM191

Datum conceptrapportage Datum definitief rapport

4 juli 2019 (versie 1.1) 22 oktober 2019 (versie 1.2) 10-01-2020

XY-coördinaten

255710/485490 256865/485645 255790/484790 257575/484740

Oppervlakte/lengte plangebied Datering

ca 1,2 km2

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

4717021100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek

Opdrachtgever

Gemeente Dinkelland

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

20 december 2019

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

A. Vissinga (regio-archeoloog)

Uitvoerder

Projectleider

laat-paleolithicum - nieuwe tijd

Provincie Overijssel

Bibliotheek RCE archief Laagland Archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53 Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1 Een onderzoeksgebied betreft een buffer rondom het plangebied met als doel meer bodemkundige, archeologische en historische gegevens in het onderzoek te betrekken.

9

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel een natuurgebied (Natura 2000). Er zijn plannen de huidige natuurwaarden te versterken. In dat kader zijn diverse ingrepen voorzien, waaronder bodemverstorende ingrepen. Onderstaande afbeelding toont de locaties waar bodemverstorende ingrepen zijn voorzien.

Afbeelding 2. Geplande bodemverstorende ingrepen Lemselermaten. Naast werkzaamheden waarbij bodemingrepen plaatsvinden, zijn er werkzaamheden voorzien waarbij geen of nauwelijks bodem wordt geroerd of waarbij ingrepen plaatsvinden in met zekerheid geroerde bodem. Hier betreft dat de volgende werkzaamheden: pijpleiding afdoppen, afvoerdrempel perceel verhogen, dempen en verondiepen van bestaande watergangen en het verwijderen buisdrainage. Aangezien deze activiteiten geen bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten, worden deze buiten het kader van dit onderzoek gehouden.

1.4.1 BESCHRIJVING GEPLANDE INGREPEN Hieronder worden kort de diverse geplande ingrepen beschreven in termen van werkzaamheden en (vermoedelijke) diepte tot waar eventuele ontgravingen plaats zullen vinden.

10

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Geen of nauwelijks bodemverstoring2 Pijpleiding afdoppen – op één locatie wordt een bestaande leiding afgedopt. De bestaande leiding blijft liggen, maar wordt afgesloten (afgedopt). Dempen watergangen – in het nieuwe plan hebben bestaande watergangen geen functie meer. Ze worden daarom gedempt. Daarbij wordt geen nog intacte bodem geroerd. Verondiepen watergangen – bestaande watergangen worden verondiept tot 30, 50 en 80 cm. Net als bij het dempen van bestaande watergangen wordt hierbij geen intacte bodem geroerd. Afvoerdrempel perceel verhogen – deze ingreep beoogt een perceel natter te maken. Dit wordt vermoedelijk bereikt door het aanbrengen van een lage kadedam. Daarbij wordt geen bodem geroerd. Bodemverstoring < 40 cm -mv Afgraven tot 20 cm (circa 1,75 ha) – op een perceel wordt het maaiveld verlaagd. Naar opgaaf van de gemeentelijke archeologische beleids- en advieskaart is hier sprake van een verstoorde bodem. De diepte van de verstoring is onbekend, maar waarschijnlijk reikt de aanwezige verstoring dieper dan de geplande 20 cm. Boskap en plaggen (circa 5,7 ha) – na kap worden de stobben gefreesd tot een diepte van circa 15-20 cm -mv. Het plaggen omvat het verwijderen van de vruchtbare bovenlaag. Qua diepte gaat dit vermoedelijk om een ontgraving van 10 – 20 cm. Zoekgebied boskap en plaggen (circa 1 ha).

Verstoring als bij ‘boskap en plaggen’ Verwijderen buisdrainage (22 ha) – op dit moment is de uitvoering nog niet zeker. Mogelijk worden de bestaande drainagebuizen fysiek verwijderd. In dat geval is te rekenen met een verstoring die in diepte varieert van 30 – 80 cm -mv. Echter, de bodem is ter plekke reeds verstoord gedurende de aanleg van de drainage zodat de ingreep grotendeels in verstoorde grond plaatsvind. Een meer voor de hand liggende optie is dat de bestaande buizen blijven liggen, maar dat ze worden afgesloten (afgedopt). In dat geval is de bodemverstoring verwaarloosbaar. Nadere detaillering hydrologische maatregelen (circa 6,1 ha). De aard van de ingrepen is hier nog niet bekend. Bodemverstoring > 40 cm -mv Aanleg drainage – (16,5 ha). Op bestaande boerenerven wordt, als mitigerende maatregel, drainage geplaatst. Naar verwachting worden de drainagebuizen op een diepte van 30 – 80 cm geplaatst; waarschijnlijk zal een minikraan de benodigde sleuven aanleggen. Mogelijk ook worden de buizen geboord. De betreffende boerenerven komen niet op de eerste kadastrale minuut (1832) voor. De oudste boerderij ligt aan de kruising Haarstraat – Glipsdijk (aanwezig op een topografische kaart uit 1908). De overige erven zijn jonger. Uit het AHN blijkt dat de erven/bebouwing op de erven circa 10 – 20 cm hoger liggen dan de omgeving.

In het algemeen is de bodemverstoring als gevolg van het aanleggen van een drainage zeer gering. Indien de drainage door middel van horizontale boringen worden aangelegd is de bodemverstoring verwaarloosbaar.

2

de betreffende ingreeplocaties worden hier niet afgebeeld.

11

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Nieuwe watergang – (lengte circa 835 m). De nieuwe watergang krijgt een diepte van maximaal 50 cm -mv. De breedte is nog niet bekend.

1.5 GEMEENTELIJK BELEID

Op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en advieskaart (bijlage 5) komen zones voor met een lage verwachting (laagten), middelmatige verwachting (dekzandwelvingen en – vlakten) en hoge verwachting (dekzandhoogten en – ruggen) en dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek). In de erfgoedverordening van de gemeente3 is aangegeven dat geen archeologisch onderzoek is vereist indien bodemverstorende ingrepen plaatsvinden in zones met een lage archeologische verwachtingswaarde, ongeacht de omvang van deze ingrepen. Voor zones met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat archeologisch onderzoek is vereist indien de omvang van de bodemverstorende ingrepen dieper reikt dan 40 cm –mv en groter is dan 5000 m2. Bij ingrepen dieper dan 40 cm en groter dan 2500 m2 in zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde is eveneens archeologisch onderzoek vereist. Hoewel conform het gemeentelijk beleid een vrijstelling geldt voor bodemingrepen tot 40 cm, is in overleg tussen regioarcheoloog en gemeente besloten ook de ingrepen tot 40 cm -mv in het onderzoek te betrekken. De achterliggende reden hiervoor is dat archeologische resten in dit deel van Nederland aan of vlak onder het maaiveld kunnen voorkomen.

Aangezien in dit plangebied tot op heden weinig grootschalige bodemverstorende werkzaamheden hebben plaatsgevonden, kunnen deze resten ook binnen de vrijstellingszone van 40 cm nog intact aanwezig zijn.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek.

3

Erfgoedverordening gemeente Dinkelland 2012

12

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING

In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

De Lemselermaten liggen ten westen van de stuwwal van Oldenzaal. In het noordelijk deel van het plangebied stroomt de Weerselerbeek en in het zuidelijk deel de Dollandbeek. De stuwwal is in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238.000 – 126.000 voor heden) ontstaan door het voortkruiende landijs. In de laatste fasen van de laatste ijstijd (Weichselien, 116.000 – 11.500 voor heden) is een dik pakket dekzand afgezet. In het centrale deel van het plangebied heeft het dekzand een rug (welving) gevormd (zie de geomorfologische kaart in bijlage 3). Noordelijk, westelijk en zuidelijk daarvan komen dalvormige laagten voor. Die laagten zijn waarschijnlijk gedurende de laatste ijstijd ontstond door smeltwater dat in deze depressies accumuleerde en deze verder uitsleet. Gedurende het Holoceen vormden zich kleine beken in deze dalen. In het oostelijk/zuidoostelijk deel van het plangebied komen vlakten van deels verspoelde dekzanden voor. Onder invloed van de beken hebben zich beekeerdgronden in het dekzand gevormd (zie bodemkaart in bijlage 6). Deze kenmerken zich door een eerddek van circa 30 cm dik, waaronder een roestige C-horizont ligt. Door de relatief hoge vochtigheid van de bodem is er geen of weinig sprake van bodemvorming. In het centrale deel komen venige beekdalgronden voor. Ook deze zijn in de loop van het Holoceen ontstaan onder invloed van de beek.

Op basis van paleogeografische kaarten (niet afgebeeld) is het veenpakket waarschijnlijk rond 1500 voor Chr. ontstaan.4 Op het AHN (bijlage 4) zijn de beekdalen goed zichtbaar. Het plangebied loopt van west/ noordwestelijke richting met ongeveer 4 m op in zuidoostelijke richting. De hogere gronden ten zuidoosten van het plangebied bestaan grotendeels uit gordeldekzandruggen, die tegen de stuwwal aanliggen. Rondom de beekdalgronden komen overwegend sterk lemige veldpodzolgronden (Hn23) voor. In het noorden komen zwak lemige veldpodzolgronden voor. Vaak zijn sterk lemige podzolgronden ontstaan op wat lager gelegen delen. In het

4

Vos e.a., 2013.

13

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

noordwestelijk deel van het plangebied is een hoge bruine enkeerdgrond ontstaan; de ondergrond wordt hier waarschijnlijk gevormd door zwak lemige veldpodzolgronden. Een enkeerdgrond is in de loop van de late middeleeuwen/nieuwe tijd ontstaan door het langdurig opbrengen van met mest vermengde plaggen. Hierdoor ontstond in de loop van de tijd een dik (tenminste 50 cm) plaggendek. De bruine kleur wijst erop dat de plaggen vermoedelijk grotendeels in een beekdal zijn gestoken. Vanuit archeologisch standpunt zijn plaggendekken om twee redenen van belang: allereerst werden plaggendekken - met name de oudste plaggendekken - vaak opgeworpen op locaties die ook daar voor al in gebruik waren voor landbouw. Het waren qua bodem en waterhuishouding vaak de meest geschikte locaties voor landbouw en daardoor zijn er vaak resten van bewoning vanaf soms het neolithicum terug te vinden. Daarnaast fungeert het plaggendek als beschermende laag die deze resten beschermt tegen latere bodemingrepen. Op het AHN zijn diverse aanwijzingen dat er ingrijpende ontgravingen hebben plaatsgevonden. De betreffende locaties zijn genummerd op kaartbijlage 4.

Afbeelding 3. Detailopname van het AHN (1) Bij ‘A’ en ook bij ‘B’ is sprake van scherpe begrenzingen. Op de bodemkundige kaarten is hier sprake van een dekzandrug waarop een enkeerdgrond (plaggendek) is aangebracht. De scherpe begrenzingen duiden erop dat hier sprake is van egalisatie.

14

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Afbeelding 4. Detailopname van het AHN (2). Op bovenstaande kaart zijn eveneens een aantal scherpe begrenzingen zichtbaar (zwarte pijlen). Ook hier kunnen egalisaties vermoed worden. De betreffende zones zijn op de verwachtingskaart (Bijlage 10) aangemerkt als verstoord. Op de gemeentelijke archeologische advies- en beleidskaart zijn eveneens een tweetal zones als ‘verstoord’ aangegeven. De diepte van de verstoring is niet bekend. Op basis van de gemeentelijke beleidsadvieskaart, bodemkaart, geomorfologische kaart en het AHN is een samengestelde geomorfologische kaart opgesteld. Deze zal worden gebruikt als basis voor de archeologische verwachting en de advieskaart.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In bijlage 9 is een lijst met waarnemingen rondom het plangebied opgenomen. In het plangebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. De waarnemingen in de omgeving betreffen hoofdzakelijk prehistorisch materiaal (laat-paleolithicum – ijzertijd). Tot de waarnemingen behoren twee urnenvelden (late bronstijd- vroege ijzertijd). Het eerste urnenveld ligt ongeveer 630 m ten zuidoosten van het plangebied (waarnemingsnummers 1298 en 2752; deze waarnemingen zijn administratief geplaatst). Het tweede urnenveld ligt ongeveer 500 m ten westen van het plangebied (waarnemingen 1299, 2762, waarschijnlijk 2915, 18002 en 31010). Ongeveer 60 m ten noordoosten ligt een terrein met resten van een neolithische nederzetting. De waarnemingen zijn vooral op de hogere delen van het landschap (dekzandruggen, gordeldekzandwelvingen) aangetroffen. AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang 15

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Ruim 800 m ten oosten van het plangebied ligt een AMK-terreinen van hoge archeologische waarde (AMK-nummer 13813). Dit betreft een esdekcomplex (Lemseler Esch). Onder een plaggendek van circa 1 m dik zijn resten uit het midden-neolithicum aangetroffen.

2.3.2 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Onderzoeksmelding 23562 (zaakidentificatie 2163301100) betreft een booronderzoek langs de rondweg rondom Weerselo.5 Dit traject loopt deels door het plangebied. Het betreffende onderzoek is echter niet gepubliceerd. Onderzoeksmelding 33346 (zaakidentificatie 2231852100) betreft een archeologisch bureauonderzoek met verkennende boringen in 16 zones binnen een groot gebied.6 De noordgrens hiervan ligt ongeveer 630 m zuidelijk van het plangebied. Op twee locaties van her in te richten beken zijn verkennende boringen gezet. Het typerende bodemprofiel op basis van deze boringen bestaat uit een dikke antropogene laag, waaronder beekdalafzettingen liggen. De beekdalafzettingen rusten op dekzand. In het algemeen is sprake van een redelijk tot goed intact bodemprofiel. Onderzoeksnummer 32627 (zaakidentificatie 2226652100) ligt ongeveer 615 m ten zuiden van het plangebied. Dit onderzoek betreft een bureau- en verkennend booronderzoek.7 Op basis van het bureauonderzoek kunnen met name resten uit de steentijd, bronstijd en ijzertijd worden verwacht op de dekzandrug waarop het plangebied ligt. Tijdens het booronderzoek is een grotendeels tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel geconstateerd. In één van de zes boringen is nog een Bhorizont aangetroffen.

Nader onderzoek wordt niet geadviseerd.

2.4 HISTORIE

Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)8 is het plangebied en haar omgeving nog vrijwel onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het noordwestelijk deel is in gebruik als bouwland, onderdeel van het Lemselerveld. Door het noordelijk deel van het plangebied stroomt de Weerselerbeek. Aan weerzijden hiervan komen hooi- en graslanden voor. Ook in het zuidelijk deel komen graslanden voor. Het centrale en oostelijke deel is nog onontgonnen (heide). In het centrum komt water/moeras voor. Langs de Haarstraat komt bebouwing (boerenerf) voor.9

5

Pronk. 2007. Sophie e.a., 2009. 7 Bongers, 2008. 8 bron: hisgis.nl 9 Op deze locatie ligt nog steeds een boerenerf. Hier zijn geen bodemverstorende ingrepen voorzien 6

16

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, blauwgroen: moeras/water, blauw: water; paars: heide, oranje: onverharde weg. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1908 (zie afbeelding 6) is er ten opzichte van 1832 weinig veranderd. De gras- en hooilanden zijn als natte/drassige terreinen aangeduid.

17

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1908. Bron: topotijdreis.nl. In de navolgende decennia wordt het heideareaal geleidelijk ontgonnen. In 1965 (zie onder) is het gebied vrijwel volledig verkaveld (lichtgroen). Het centrale deel (groen) is aangeduid als parkachtig landschap. Op meer locaties langs de Haardijk komt nu bebouwing voor en ook langs de Glipdijk is bebouwing aangegeven.

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1965 . Bron: topotijdreis.nl. 18

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. In het plangebied komen diverse dekzandruggen voor, temidden van dekzandwelvingen. Door het plangebied lopen linten met beekdalafzettingen. Op de hogere delen van het landschap ligt dekzand, waarin zich een veldpodzolbodem heeft gevormd. In de lagere delen in en langs het beekdal hebben zich beekeerdgronden en venige beekdalgronden gevormd. In de omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen bekend. Deze zijn vrijwel alle aangetroffen op de hogere delen van het landschap en zijn met name afkomstig uit de periode mesolithicum – ijzertijd. Diverse waarnemingen kunnen worden gerekend tot twee verschillende urnenvelden (late bronstijd-vroege ijzertijd) en één waarneming heeft betrekking op een nederzettingscomplex uit het neolithicum. In historische tijden is het oostelijke deel van het plangebied overwegend in gebruik geweest als gras- en hooiland. In het noordwestelijk deel komt bouwland voor, waarop waarschijnlijk een plaggendek is aangebracht. Rond het begin van de 19e eeuw was het oostelijke en centrale deel nog onontgonnen. Pas rond de eerste helft van de vorige eeuw is het plangebied grotendeels ontgonnen. Voor zover bekend hebben er geen grootschalige bodemingrepen/egalisaties plaatsgevonden. Aangenomen wordt daarom dat het bodemprofiel nog redelijk goed intact is.

3.2VERWACHTINGSMODEL

In het plangebied worden met name resten uit het mesolithicum en de periode neolithicum – ijzertijd verwacht. Voor wat betreft resten uit het mesolithicum worden deze met name op kleine dekzandopduikingen in het beekdal verwacht. Op de zandopduikingen elders in het plangebied worden resten uit de periode neolithicum – ijzertijd verwacht (hoge verwachting). Resten uit latere perioden (Romeinse tijd – late middeleeuwen kunnen niet uitgesloten worden (middelhoge verwachting). Op oude kaarten zijn amper aanwijzingen voor bewoning. Resten uit de nieuwe tijd worden dan ook niet verwacht. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).10

10

bron: Tol e.a., 2006. 19

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Deze resten liggen op de hogere delen van het landschap in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag (plaggendek in noordwestelijk deel). De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk mesolithicum en neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Vanaf het neolithicum kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. Onderstaande tabel geeft in het kort de archeologische verwachting weer:

PERIODE

COMPLEXTYPE

DIEPTELIGGING

KENMERKEN

nieuwe tijd

-

-

-

Romeinse tijd late middeleeuwen

nederzetting

20-50 cm –mv -mv

Op de hogere delen van het landschap (dekzandopduikingen). Resten van bewoning, paalkuilen, aardewerk, verbrande leem, natuursteen

ijzertijdneolithicum

nederzetting

20-50 cm –mv onder een bouwvoor

Op de hogere delen van het landschap (dekzandopduikingen). Resten bestaan uit (paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..

mesolithicum

extractiekamp

50 cm of dieper onder een plaggendek (noordwestelijk deel)

20-50 cm –mv.

Op kleine dekzandopduikingen in het beekdal. Resten bestaan uit vuursteen- en houtskoolconcentraties, ondiepe haardkuilen

Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting. Rood: hoge verwachting; oranje: matige verwachting. Wit: geen verwachting

20

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

4E

FFECTBESCHRIJVING EN

SELECTIEADVIES 4.1 EFFECTBESCHRIJVING

Bijlage 10 toont een ingrepenkaart met de zones met een middelhoge/hoge verwachting. De impact die geplande werkzaamheden hebben op mogelijk aanwezige archeologische resten is gerelateerd aan de diepte en de omvang van de met de ingreep gepaarde bodemverstoring. Het verwijderen van drainage gaat weliswaar gepaard met ontgravingen, maar het betreft grotendeels geroerde grond waarin geen resten met een intacte archeologische context meer zijn te verwachten. Het effect op archeologie is daarom klein. Het verondiepen van een watergang leidt niet tot afgraving: het effect op eventuele archeologische resten is derhalve neutraal. Aangezien archeologische resten hier vermoedelijk dicht onder het maaiveld liggen, kunnen ingrepen als plaggen al leiden tot aantasting van een archeologische vindplaats. Om deze reden is afgraven met 20 cm ook negatief beoordeeld. Een vuursteenvindplaats op een intacte bodem zonder dikke bouwvoor zal door deze ingreep vrijwel geheel worden vernietigd; andere complextypen zullen wel worden aangetast, maar niet zodanig dat de vindplaats verloren gaat. Het aanleggen van een drainage op één boerenerf in het plangebied is als negatief beoordeeld, aangezien deze in een verwachtingszone ligt. De overige erven liggen buiten een verwachtingszone. Bij deze beoordeling speelt mee dat de betreffende erven op één uitzondering alle in de 20ste eeuw zijn gebouwd.

De uitzondering – het erf aan de kruising Haarstraat/Glipsdijk is tussen 1832 – 1908 gebouwd. Er is dus geen kans dat historisch relevante voorgangers van de huidige boerderijen worden aangetast. Vaak is het terrein op een modern boerenerf verhard (puinverharding) en is daarmee met enige bodemverstoring te rekenen, zeker in een drassig gebied zoals hier het geval is. De netto bodemverstoring als gevolg van het aanleggen van drainagebuizen is daarnaast zeer gering.

Type ingreep

Max. diepte bodemvers toring in cm -mv

Effect* archeologie

Verwachtingszone

Pijpleiding afdoppen

0

(0)

Nvt.

Afvoerdrempel perceel verhogen

0

(0)

Nvt.

Dempen

0

(0)

Nvt.

21

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Nieuwe watergang

50

(--)

J

Verondiepen

0

(0)

Nvt

Verwijderen buisdrainage of afdoppen

30 – 80

(-) bij fysiek verwijderen van drainagebuizen

H, I

(0) bij afdoppen Aanleg drainage op bestaand erf

30 – 80

(-) bij graven

K

(0) bij boren Boskap en plaggen

20

(--)

A, B, C, D

Nadere detaillering hydrologische maatregelen

?

?

G

Afgraven met 20 cm

20

(-) verstoorde grond

F

Zoekgebied boskap en plaggen

40

(--)

E

Tabel 3. Effectbeschrijving. 0 = neutraal, - = negatief, -- = sterk negatief.11

4.2 SELECTIEADVIES Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op resten uit alle archeologische perioden op de relatief hoge delen van het plangebied. De geplande werkzaamheden op deze locaties waarbij sprake is van enige bodemverstoring kunnen deze resten aantasten. Om deze reden adviseren we vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar bodemverstorende ingrepen zijn voorzien en waar sprake is van een hoge of middelhoge archeologische verwachting èn waarbij de geplande ingrepen dieper reiken dan 40 cm -mv. Hoewel er conform het gemeentelijk beleid geen verplichting is tot archeologisch onderzoek bij bodemingrepen ondieper dan 40 cm -mv, adviseren we ook in deze zones vervolgonderzoek uit te voeren. Reden hiertoe is dat archeologische resten hier waarschijnlijk aan of dicht onder het maaiveld liggen en er in dit gebied waarschijnlijk weinig grootschalige bodemverstoring heeft plaatsgevonden. De advieszones die voor vervolgonderzoek zijn geselecteerd zijn aangegeven in bijlage 11.

11 Het effect van ingrepen op archeologische resten kan per definitie nooit positief zijn; resten kunnen nooit ‘beter’ worden dan ze op dit moment zijn.

22

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Deze gebieden zijn aangegeven op advieskaarten (bijlage 10 en bijlage 11). We adviseren eerst verkennende boringen te zetten op deze delen. Deze boringen beogen te onderzoeken in welke mate het bodemprofiel intact is. Delen met een intact bodemprofiel komen daarbij normaliter in aanmerking voor vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen. Dit type onderzoek beoogt archeologische vindplaatsen op te sporen. De implementatie van dit advies is overgenomen door de provincie Overijssel, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente Dinkelland, de heer A. Vissinga. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

23

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Bongers, J.M.G., 2008. Weerselo, Deurningerstraat 5 (gemeente Dinkelland, Ov.). Een inventariserend archeologisch veldonderzoek. Steekproefrapport 2008-12/07 Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Pronk, E.C., 2007. Plangebied Rondweg Weerselo (N343). Weesp/ Sophie, G.J.A., A. Spoelstra en I.N. Kaptein, 2009. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in het herinrichtingsgebied Saasveld-Gammelke, Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/22. Heerenveen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 Archeologische beleids- en advieskaart. Bron: gemeente Dinkelland. Geraadpleegd op 22-6-2019 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 24

Archeologisch bureauonderzoek Natura2000 Lemselermaten te nabij Weerselo, gemeente Dinkelland, Overijssel

Kadastrale kaart 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 22-6-2019 Vos, P. & S. de Vries, 2013. 2e Generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Deltares, Utrecht. Op 21 juli 2017 gedownload van www.archeologieinnederland.nl

25

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

26

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

27

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

28

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

29

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

30

BIJLAGE 6 BODEMKAART

bodem

31

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

32

BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN – PERIODE

33

BIJLAGE 9 LIJST WAARNEMINGEN cultuur materiaal keramiek

vondst aardewerk, handgevormd

VAN Late Bronstijd

TOT EN MET Vroege IJzertijd

1299 Urnenveld

-

---

grondsporen

Late Bronstijd

Vroege IJzertijd

2744 -

-

vuursteen

bijl

Midden-Neolithicum

Laat-Neolithicum

2752 2752 2752 2752

-

EEM EEM EEM EEM

keramiek keramiek keramiek keramiek

aardewerk, handgevormd prof2l prof2l prof2l

Late Bronstijd Late Bronstijd Late Bronstijd Late Bronstijd

Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd

2762 Urnenveld 2762 Urnenveld 2762 Urnenveld

EEM EEM EEM

keramiek keramiek keramiek

prof3l aardewerk, handgevormd prof1l

Late Bronstijd Late Bronstijd Late Bronstijd

Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd

2900 2900 2900 2900 2900 2900 2900 2900 2900

-

EGK EGK EGK -

vuursteen vuursteen vuursteen steen vuursteen steen vuursteen vuursteen vuursteen

kling kling kling bijl dolk hamerbijl afslag kern werktuig

Laat-Neolithicum A Laat-Neolithicum A Paleolithicum Midden-Neolithicum Laat-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum Neolithicum Neolithicum Neolithicum

Laat-Neolithicum A Laat-Neolithicum A Bronstijd Bronstijd Laat-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Neolithicum Neolithicum Neolithicum

2907 2907 -

EEM EEM

keramiek keramiek

prof3 prof3l

Vroege IJzertijd Late Bronstijd

Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd

2908 2908 2908 -

-

vuursteen vuursteen vuursteen

onbekend kling werktuig

Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum

Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum

2909 -

---

keramiek

rooddeks

Late Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

2915 2915 2915 2915 2915 2915 2915

-

EEM EEM EEM EEM EEM

keramiek vuursteen keramiek keramiek keramiek vuursteen bot

prof1l bijl prof1l prof2h prof3l bijl crematieresten

Late Bronstijd Midden-Neolithicum Late Bronstijd Late Bronstijd Vroege IJzertijd Midden-Neolithicum Late Bronstijd

Vroege IJzertijd Laat-Neolithicum Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd Vroege IJzertijd Laat-Neolithicum Vroege IJzertijd

2923 2923 2923 2923

-

-

vuursteen vuursteen vuursteen vuursteen

onbekend werktuig kern kling

Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum

Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum

2923 -

-

vuursteen

afslag

Mesolithicum

nummer complextype 1298 Urnenveld

34

nummer complextype 18002 Urnenveld

cultuur materiaal EEM keramiek

vondst aardewerk, handgevormd

TRB

vuursteen

afslag

TRB

vuursteen

brok

TRB

vuursteen

spits

TRB

vuursteen

afslag

TRB

vuursteen

kern

TRB

vuursteen

boor

TRB

vuursteen

31010 Urnenveld

---

402589 402589 407147 407147 407147 -

Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald Nederzetting, 21527 onbepaald

VAN Late Bronstijd

TOT EN MET Late Bronstijd

schrabber

Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B

Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum B

---

grondsporen

Late Bronstijd

Vroege IJzertijd

-

vuursteen vuursteen

afval afslag

Neolithicum Neolithicum

Neolithicum Neolithicum

-------

vuursteen vuursteen vuursteen

afslag brok kling

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum B

Mesolithicum Mesolithicum Mesolithicum

Geel gearceerde waarnemingen: exacte vindplaats niet bekend (administratief geplaatst)

35

BIJLAGE 10 VERWACHTINGSZONES EN GEPLANDE INGREPEN

36

BIJLAGE 11 ADVIESKAART

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/691/documents/18918