Lemselermaten_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Historisch bodemonderzoek Natura 2000 gebied Lemselermaten Project 2019-0299
projectnummer
2019-0299
project
Natura 2000 gebieden Gemeente Dinkelland
versie
auteur
1.0 De heer B. Franke
datum
controle
9 april 2020 De heer R. Fieten
opdrachtgever
Gemeente Dinkelland
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................................................................. 3
2.
Locatiegegevens en werkwijze ................................................................................................................... 4 Algemeen .......................................................................................................................................................... 4 Werkwijze.......................................................................................................................................................... 4 Afwijkingen op gehanteerde werkwijze ............................................................................................................ 5
3.
Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................ 6
4.
Bodemgebruik ........................................................................................................................................... 7
5.
Bodeminformatie ...................................................................................................................................... 8 Bodeminformatie .............................................................................................................................................. 8 Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................... 10 Geohydrologische gegevens ........................................................................................................................... 10
6.
Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................... 11 6.1
Resultaten ........................................................................................................................................................ 11
6.2
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................................... 11
Bijlagen
Pagina
1.
Omgevingskaart
2.
Gebiedskaart
3.
Informatie Gemeente Dinkelland
2 van 12
Datum
9-4-2020
1.
Aanleiding
In opdracht van de Gemeente Dinkelland heeft Lycens B.V. een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het Natura 2000 gebied Lemselermaten welke zich globaal ten zuidoosten van Weerselo, tussen de Weerselerbeek en de Dollandbeek bevindt. Voor de ligging van dit gebied wordt verwezen naar bijlage 1, de omgevingskaart.
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door het voornemen om in het gebied werkzaamheden te verrichten cq. maatregelen te nemen ter herstel van de aanwezige natuur en het daarmee behalen van Natura 2000 doelstellingen.
Het doel van het vooronderzoek is het op basis van beschikbare bodemrelevante informatie bepalen of sprake is van (ten aanzien van de bodemkwaliteit) risicovolle locaties en of de locatie (al dan niet gedeeltelijk) verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm “Strategie voor het uitvoeren van milieuhygienisch vooronderzoek” (NEN 5725:2017) uitgevoerd.
In hoofdstuk 2 worden de locatiegegevens weergegeven en is een beschrijving van de werkwijze opgenomen. In hoofdstuk 3 is een weergave opgenomen van de geraadpleegde bronnen en in hoofdstuk 4 is het bodemgebruik beschreven. In hoofdstuk 5 is de beschikbare bodeminformatie opgenomen waarna in hoofdstuk 6 conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen.
Pagina
3 van 12
Datum
9-4-2020
2.
Locatiegegevens en werkwijze Algemeen
In onderstaande tabel zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. In bijlage 2 is een maatregelenkaart opgenomen welke beschikbaar is gesteld door de opdrachtgever. Het onderzoek zoals beschreven in onderhavig rapport is van toepassing op het gebied waarbinnen de maatregelen plaatsvinden.
Tabel 2.1: Locatiegegevens Locatie Ligging locatie Gebruik locatie - voormalig - huidig - toekomstig Opdrachtgever Overige belanghebbenden
Natura 2000 gebied Lemselermaten In het buitengebied ten zuidoosten van Weerselo, globaal tussen Weerselo, Oldenzaal en Deurningen. De locatie bevindt zich tussen de Weerselerbeek en de Dollandbeek. Natuur- en agrarisch gebied Natuur- en agrarisch gebied Natuur- en agrarisch gebied Gemeente Dinkelland Geen
Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
Werkwijze Conform NEN 5725:2017 bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A.
Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek
1
Locatiegegevens
2
Bodemopbouw en geohydrologie
3
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
5
Terreinverkenning Optioneel
Pagina
4 van 12
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht? Verplicht
Datum
9-4-2020
G: Tijdelijke uitplaatsing
F: Ontgraven of toepassen van grond
E: Opstellen bodemkwaliteitskaart
D: Partijkeuring
C: Toepassen grond of baggerspecie
B: Nul-/eindsituatie onderzoek
Aanleiding tot vooronderzoek
A: Bodemonderzoek
Onderzoeksaspecten
Afwijkingen op gehanteerde werkwijze In overleg met de opdrachtgever cq. op aangeven van de opdrachtgever is sprake van de volgende afwijkingen op de gehanteerde werkwijze (NEN 5725): •
Het verkrijgen van detailinformatie per perceel is niet noodzakelijk. Hierdoor wordt geen contact opgenomen met alle afzonderlijke perceeleigenaren binnen het gebied;
•
Ter plaatse van de aanwezige (agrarische) erven binnen het gebied vinden geen (herstel)werkzaamheden plaats. Deze vormen om die reden geen onderdeel van het onderzoek;
•
Gezien de omvang van het onderzoeksgebied en doordat geen onderzoek op perceelniveau plaatsvindt, wordt de kadastrale situatie van het gebied niet vastgelegd.
Pagina
5 van 12
Datum
9-4-2020
3.
Geraadpleegde bronnen
Om in relatie tot de aanleiding van het onderzoek (met in achtneming van de in hoofdstuk 2 genoemde afwijkingen) minimaal de informatie te verkrijgen zoals vermeld in tabel 2.1 op de vorige pagina zijn onderstaande bronnen geraadpleegd. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie welke door derden is verstrekt.
Bronnen:
Pagina
•
Opdrachtgever: Gemeente Dinkelland, de heer M. Hesselink en mevrouw A. Voorpostel
•
Bodematlas Provincie Overijssel
•
Bodemkwaliteitskaart Regio Twente
•
www.bodemloket.nl
•
www.kadaster.nl
•
www.dinoloket.nl
•
https://bagviewer.kadaster.nl
•
www.topotijdreis.nl
6 van 12
Datum
9-4-2020
4.
Bodemgebruik
Historisch Op historisch kaartmateriaal vanaf begin 20e eeuw is het natuurgebied reeds zichtbaar. Ook is op dat moment de huidig aanwezige infrastructuur al grotendeels zichtbaar.
Uit het historisch kaartmateriaal kan verder worden opgemaakt dat reeds in de eerste helft van 20e eeuw binnen het gebied op kleine schaal sprake is van bebouwing en/of bebouwing is gerealiseerd. Dit betreffen (veelal) de locaties welke in de huidige situatie nog altijd bebouwd zijn en (hoofdzakelijk) uit agrarische erven bestaan.
Op basis van historisch kaartmateriaal vanaf begin 20e eeuw is geen significante wijziging in de terreinindeling en/of het terreingebruik zichtbaar. Het gebied heeft voor zover bekend en zichtbaar op historisch kaartmateriaal altijd uit natuurgebied bestaan. Wel lijkt er in de loop der jaren een beperkte mate van verkaveling te hebben plaatsgevonden.
Huidig Het gebied betreft een natuurgebied waarbij sprake is van kalkmoerassen en overgangs- en trilvenen. In het centrum van het gebied bevindt zich een dekzandrug. Binnen cq. aan de randen van het gebied bevinden zich enkele agrarische erven. Door het gebied lopen enkele B-wegen en waterlopen.
Toekomstig De functie van het gebied blijft in de toekomst ongewijzigd. Om Natura 2000 doelstellingen te halen worden echter diverse maatregelen genomen welke bijdragen aan de kwaliteit van het gebied. In het kader hiervan worden onder andere watergangen gerealiseerd, worden bestaande watergangen verontdiept en/of aangepast, worden kunstwerken gerealiseerd in watergangen en/of vindt boskap plaats. Ter plaatse van erven wordt drainage aangelegd. Op de maatregelenkaart in bijlage 2 zijn de geplande maatregelen weergegeven.
Pagina
7 van 12
Datum
9-4-2020
5.
Bodeminformatie Bodeminformatie
Onderstaand is de beschikbare bodeminformatie samengevat beschreven. Door de opdrachtgever is uit het eigen archief een lijst met de resultaten van de bekende bodemonderzoeken aangeleverd welke binnen of in de directe omgeving van het gebied zijn uitgevoerd. Daarnaast is deze informatie aangevuld met gegevens uit het archief van de Provincie Overijssel. De door de opdrachtgever geleverde informatie is opgenomen in bijlage 3. In bijlage 4 is de informatie van de Provincie Overijssel opgenomen.
Haarstraat 22 te Weerselo Betreffende locatie bevindt zich direct ten noordwesten van het onderzoeksgebied. Ter plaatse van deze locatie (erfdeel) vinden geen werkzaamheden plaats. De locatie is opgenomen in het historische bodembestand. Dit als gevolg van de aanwezigheid van een kleiduivenschietbaan. Hiervoor is in 1976 een Hinderwetvergunning afgegeven. Als einddatum van de activiteit wordt het jaar 1984 genoemd. Niet verwacht wordt dat de uitgevoerde activiteit een negatief effect op de milieuhygienische bodemkwaliteit heeft (gehad).
Bentertsteeg 1 te Rossum Betreffende locatie bevindt zich op ruim 100 meter ten noordoosten van het onderzoeksgebied. Op deze locatie is over een oppervlakte van circa 920 m2 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit in het kader van de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. Door wie en wanneer het onderzoek is uitgevoerd valt niet te herleiden. Uit een samenvatting van de resultaten blijkt dat zintuiglijk geen bijzonderheden zijn waargenomen. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen parameters verhoogd gemeten. In het grondwater is zink in een licht verhoogde concentratie gemeten. Deze verhoogde concentratie zou te relateren zijn aan een natuurlijke oorzaak.
Bentertsteeg 6 te Rossum Betreffende locatie bevindt zich circa 800 meter ten oosten van het onderzoeksgebied. De locatie is opgenomen in het historische bodembestand. Dit als gevolg van de aanwezigheid van een autowrakkenterrein. Uit de geleverde stukken valt niet te herleiden in welke periode deze activiteit heeft plaatsgevonden. Gezien de afstand tot het onderzoeksgebied wordt niet verwacht dat de uitgevoerde activiteit een negatief effect op de milieuhygienische bodemkwaliteit heeft (gehad).
Lemselosestraat 5 te Weerselo Betreffende locatie bevindt zich op ruim 200 meter ten zuiden van het onderzoeksgebied, langs de N343. In 2001 is op een oppervlakte van circa 170 m2 een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit in het kader van de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. Door wie het onderzoek is uitgevoerd valt niet te herleiden. Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen tijdens de uitvoering van het onderzoek. Analytisch zijn in de bovengrond en in het grondwater geen parameters verhoogd gemeten. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Geconcludeerd is dat de bodemkwaliteit geen bezwaar vormt tegen de bouwplannen.
Pagina
8 van 12
Datum
9-4-2020
Glipsdijk 1 te Weerselo Betreffende locatie bevindt zich binnen het onderzoeksgebied. Het voornemen bestaat om op dit perceel drainage aan te leggen. Op een oppervlakte van circa 340 m2 is een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit in het kader van de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. Door wie en wanneer het onderzoek is uitgevoerd valt niet te herleiden. Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen. In de bovengrond is PAK licht verhoogd gemeten en in de ondergrond is EOX licht verhoogd gemeten. Het grondwater bevatte geen parameters in verhoogde concentraties. Geconcludeerd is dat de bodemkwaliteit geen bezwaar vormt tegen de voorgenomen bouwplannen.
Stortplaats Dollanddijk In 1997 is door DHV een indicatief onderzoek verricht naar (een mogelijke) stortplaats aan de Dollanddijk (Kenmerk: Dollanddijk Stortplaats, Indicatief onderzoek, door DHV, MT-BD19970168, d.d. 14 januari 1997). Het onderzoek heeft plaatsgevonden op kadastraal perceel WSL02 P126. Betreffend perceel bestaat momenteel uit een akker welke gelegen is tussen de Dollanddijk (noordzijde) en de Glipsdijk. Het perceel bevind zich aan de zuidoostelijke rand van het onderzoeksgebied. Langs de perceelsgrenzen worden watergangen gedempt. Op het perceel zelf vinden geen werkzaamheden plaats. Ten oosten bevindt zich de Lemseloseschoolweg. De oppervlakte van het perceel bedraagt ruim 120.000 m2. Op basis van de geleverde informatie, verkregen vanuit de Provincie, blijkt dat op basis van informatie van de (destijds) eigenaar van het perceel en de resultaten van de veldwerkzaamheden (veldinspectie, verrichten boringen) er geen enkele aanleiding is om op deze locatie een bodemverontreiniging te verwachten.
Stortplaats Bentersteeg In 1996 en 1997 is door DHV een indicatief onderzoek verricht naar (een mogelijke) stortplaats aan de Bentersteeg (Kenmerk: Bentersteeg Stortplaats, Indicatief onderzoek, door DHV, MT-BD19966496, d.d. 10 september 1996 en 14 januari 1997). Het onderzoek heeft plaatsgevonden op kadastraal perceel WSL02 Q681. Betreffend perceel bestaat momenteel uit een akker welke gelegen is ten noorden van de Bentersteeg. Op geringe afstand ten noorden van dit perceel bevindt zich de Haarstraat. De locatie is op ruim 300 meter ten noordoosten van het onderzoeksgebied gelegen. De oppervlakte van het perceel bedraagt ruim 30.000 m2. Uit de beschikbare gegevens valt te herleiden dat er geen constateringen zijn gedaan die op de aanwezigheid van een (voormalige) stortplaats wijzen. Naar verwachting is op de locatie hooguit papier en organisch afval gestort. Door de (destijds) eigenaar van de locatie is geen toestemming gegeven om op het perceel boringen te verrichten. Geconcludeerd is dat er geen verontreiniging valt te verwachten.
Glipsdijk 5 te Weerselo Uit gegevens van de Provincie Overijssel blijkt dat op dit perceel in 2010 (rapportdatum 31 augustus 2010) een nader bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Uit de conclusies van dit onderzoek – het rapport is niet beschikbaar – blijkt dat de bovengrond asbest bevat in gewogen gehalten welke de interventiewaarde cq. hergebruiksnorm overschrijden. In de ondergrond is verder een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Op basis van de bekende gegevens zou sprake zijn van twee verontreinigingen, één met een omvang van circa 3 m3 en één met een omvang van circa 30 m3. Tot slot blijkt op de locatie een ondergrondse dieseltank en een wegfundering/wegverharding met puin aanwezig te zijn. De locatie heeft de status starten sanering. Niet herleid kan worden of reeds bodemsanering heeft plaatsgevonden.
Pagina
9 van 12
Datum
9-4-2020
Toekomstige rondweg Weerselo In 2007 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden op een mogelijk tracé voor een aan te leggen rondweg rondom Weerselo. Het tracé doorkruist het uiterst noodwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Resultaten van het onderzoek zijn niet bekend. De locatie heeft echter de status voldoende onderzocht. Verwacht wordt dat sprake is van hooguit een lichte verontreiniging.
Bodemkwaliteitskaart Voor de regio Twente is één regionale bodemkwaliteitskaart opgesteld: Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, door Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V., kenmerk: ES349-1/18-004.422, d.d. 23 maart 2018. Uit de ontgravingskaarten blijkt dat zowel de boven- als ondergrond van het onderzoeksgebied is ingedeeld in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.
Geohydrologische gegevens Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich een hooguit enkele meters dikke deklaag bestaande uit matig fijn tot matig grof zand. Dit pakket behoort to de formatie van Boxtel. Vervolgens is een evendikke kleilaag aanwezig welke tot dezelfde formatie behoort. Tot een diepte van circa 15 m-mv is aansluitend sprake van een zandlaag behorend tot opnieuw de formatie van Boxtel. Tot ruim 30 m-mv is vervolgens sprake van hoofdzakelijk zandlagen met afgewisseld een dunne kleilaag, allen behorend tot de formatie van Drente. Tot meer dan 100 m-mv is tot slot sprake van kleilagen behorend tot de Rupel formatie en de formatie van Dongen.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in westelijke richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. Aan de zuidzijde van het gebied bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Weerselo. Op grotere afstand bevindt zich het waterwingebied Weerselo. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een boringsvrije zone.
Pagina
10 van 12
Datum
9-4-2020
6.
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van de Gemeente Dinkelland heeft Lycens B.V. een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het Natura 2000 gebied Lemselermaten welke zich globaal in het buitengebied tussen Weerselo, Oldenzaal en Deurningen bevindt.
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door het voornemen om in het gebied werkzaamheden te verrichten cq. maatregelen te nemen ter herstel van de aanwezige natuur en het daarmee behalen van Natura 2000 doelstellingen.
Het doel van het vooronderzoek is het op basis van beschikbare bodemrelevante informatie bepalen of sprake is van (ten aanzien van de bodemkwaliteit) risicovolle locaties en of de locatie (al dan niet gedeeltelijk) verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging.
Op grond van de beschikbare gegevens kan het volgende worden geconcludeerd:
6.1
Resultaten
Uit het vooronderzoek blijkt dat op diverse (bebouwde) percelen binnen of rondom het gebied bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Daarbij zijn veelal geen noemenswaardige verontreinigingen en/of overige bijzonderheden aangetroffen welke een potentieel risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden. Ter plaatse van twee mogelijke stortlocaties zijn geen aanwijzingen gevonden voor een daadwerkelijke stortlocatie.
Op de locatie Glipsdijk 5 te Weerselo, gelegen binnen het onderzoeksgebied, heeft in 2010 nader bodemonderzoek plaatsgevonden. Deze locatie betreft een agrarisch erf. Uit de conclusies van het onderzoek blijkt dat de bovengrond asbest bevat in gewogen gehalten welke de interventiewaarde cq. hergebruiksnorm overschrijden. In de ondergrond is verder een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Op basis van de bekende gegevens zou sprake zijn van twee verontreinigingen, één met een omvang van circa 3 m3 en één met een omvang van circa 30 m3. Daarnaast blijkt een ondergrondse dieseltank en een wegfundering/wegverharding met puin aanwezig te zijn (geweest). Niet herleid kan worden of reeds bodemsanering heeft plaatsgevonden.
6.2
Conclusies en aanbevelingen
Op basis van de bekende gegevens wordt geconcludeerd dat op de locatie Glipsdijk 5 sprake is van een asbestverontreiniging in bodem. Voor zover bekend is deze verontreiniging niet gesaneerd. Op betreffende locatie bevindt zich verder een ondergrondse tank welke potentieel bodemverontreiniging kan hebben veroorzaakt. Op de locatie wordt drainage aangelegd. De begrenzing van de verontreiniging en de ligging van de ondergrondse tank is momenteel niet bekend. De verontreiniging(en) kunnen risico’s vormen voor de uit te voeren werkzaamheden en/of kunnen leiden tot de noodzaak om veiligheidsmaatregelen te nemen ter voorkoming van contact met verontreinigde grond. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de daadwerkelijke werkzaamheden inzicht te verkrijgen in de op dat moment actuele verontreinigingssituatie. Op basis hiervan kunnen eventuele consequenties (zoals het bepalen van veiligheidsmaatregelen en/of de noodzaak tot aanvullend bodemonderzoek) die deze verontreinigingssituatie met zich meebrengt worden bepaald.
Pagina
11 van 12
Datum
9-4-2020
Op basis van de overige bekende onderzoeksgegevens worden geen risico’s verwacht ten aanzien van een eventuele bodemverontreiniging binnen het werkgebied. Voor alle werkzaamheden wordt echter geadviseerd om altijd attent te blijven op een eventuele bodemverontreiniging.
Indien tijdens de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden het vermoeden bestaat dat sprake kan zijn van een bodemverontreiniging wordt geadviseerd om de werkzaamheden op dat terreindeel direct te staken en bodemonderzoek uit te laten voeren. Mochten werkzaamheden aan/door (halfverharde) wegen en/of inritten plaatsvinden dan wordt geadviseerd om daarbij extra attent te zijn op een eventuele verontreiniging met asbest in het verhardingsmateriaal en/of het fundatiemateriaal. Mocht asbestverdacht materiaal worden aangetroffen (ook buiten eventueel (halfverharde) wegen) dan wordt eveneens geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en onderzoek te laten verrichten. Op basis van het uitgevoerde (bodem)onderzoek kunnen eventuele vervolgstappen worden bepaald.
Geadviseerd wordt om bij toekomstig grondverzet zoveel mogelijk te werken met een gesloten grondbalans. Op basis van de bodemkwaliteitskaart mag vrijkomende grond uit het gebied in principe binnen ditzelfde gebied vrij worden toegepast. Uitzondering hierop betreft het feit dat per 1 oktober 2019 bij ieder grondverzet inzicht dient te bestaan in de aanwezigheid van de stoffengroep PFAS in grond. Op dit moment maakt PFAS nog geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart waardoor voorafgaand aan grondverzet in ieder geval de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS moet worden bepaald. Om die reden wordt geadviseerd om vrijkomende grond op basis van de bodemkwaliteitskaart op te bulken en voorafgaand aan herschikking van de grond een partijkeuring op minimaal de stoffengroep PFAS uit te voeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en/of op basis van de bodemkwaliteitskaart kan bepaald worden of en waar de grond herschikt kan worden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan het noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de ontvangende bodem ten aanzien van PFAS vast te stellen. Dit geldt wanneer uit de resultaten blijkt dat de gekeurde grond (vrijgekomen uit het gebied) PFAS bevat. Wanneer grondverzet actueel wordt, wordt geadviseerd na te gaan of PFAS op dat moment onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart.
Op basis hiervan kunnen eventuele hergebruiksmogelijkheden worden bepaald. Dit kan mogelijk tot gevolg hebben dat geen onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.
Pagina
12 van 12
Datum
9-4-2020
BIJLAGE I LOCATIEKAART
Onderdeel Schaal Projectnummer Opdrachtgever
: : : :
Locatiekaart 1:25.000 (Bron: Topografische kaart van Nederland) 2019-0299 Gemeente Dinkelland
BIJLAGE 2 GEBIEDSKAART
BIJLAGE 3 INFORMATIE GEMEENTE DINKELLAND
Aanvrager: Lycens Locatie: Lemselermaten N2000 Behandeld door: A. Voorpostel Bodemonderzoek: Locatie: Haarstraat 22
Bentertsteeg 1
Bentertsteeg 6
Lemselosestraat 5
Glipsdijk 1
Naam onderzoek Dollanddijk Stortplaats Indicatief onderzoek
Rapport Nummer MT—BDl9970l68
Adviesbureau DHV
Datum 14-1-1997
Bentertsteeg Stortplaats Indicatief onderzoek
MT-BD19966496
DHV
10-9-1996 en 14-1-1997
Bron: Deze gegevens zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem.
Conclusie Perceel WSL02 P126 Op basis van informatie verkregen van de provincie. van de eigenaar van het perceel en de veldwerkzaamheden (veldinspectie. boringen) is er geen enkele aanleiding op de locatie Dollanddijk bodemverontreiniging te verwachten. Perceel WSL02 Q681 Er zijn geen constateringen gedaan die op de aanwezigheid van een (voormalige) stortplaats wijzen. Naar verwachting is op de locatie hooguit papier en organisch afval gestort. Derhalve is er geen locatie verwachten. Geen toestemming van grondeigenaar om grondboringen te verrichten.
BIJLAGE 4 INFORMATIE PROVINCIE OVERIJSSEL
Bodeminformatie Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 7
-
09-04-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Glipsdijk 5 Weerselo Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 7
-
09-04-2020
Inleiding Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincie Overijssel speelt een rol bij het saneren of beheersen van een bodemverontreiniging. De provincie Overijssel en vijf grote gemeenten in Overijssel (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wetbodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie. In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Overijssel. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De provincie is bevoegd gezag met betrekking tot ernstige bodemverontreiniging. Gemeenten zijn bevoegd voor wat betreft de niet ernstige bodemverontreiniging. Vaak werken gemeenten met hetzelfde BIS en zijn de gegevens opgenomen in de rapportage.
Welke gemeenten dat zijn kunt u vinden op: https://www.overijssel.nl/thema's/bodem/gemeenten/. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens of melding wilt maken van niet goed geanonimiseerde documenten dan kunt u contact opnemen met de provincie Overijssel via email postbus@overijssel.nl of telefonisch 038 499 8899 menukeuze 2.
Locatie: Glipsdijk 5 Weerselo Locatie Glipsdijk Weerselo
Adres Locatiecode
AA018308172
Locatienaam
Glipsdijk 5 Weerselo
Plaats
Tubbergen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV018308172
Status Vervolg WBB
Starten sanering
Beoordeling
Status rapporten
Nader onderzoek
Beschikking
Status besluiten
Ernstig, niet urgent
Niet onderzocht
Status asbest Ja
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Nader 31-08-2010 onderzoek
Naam
Auteur
Referentie Archief
nader bodem en asbestonderzoek volgens NEN 5740 en NEN Dienst Landelijk 5707 Glipsdijk 5 te Weerselo Gebied
Gemeente
Conclusie overheid BG: Asbest>I, OG: PAK>AW GW: - De locatie is niet geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
dieseltank (ondergronds)
1500
Einde 2013
Niet van toepassing
Per definitie
>I
Nee
Ja
wegfundering/wegverharding met puin
1500
8888
Niet van toepassing
Per definitie
>I
Nee
Ja
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
I
m² 6
m³ 3
Van
Grond
I
60
30
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Show the Debugger Trace Report
Pagina 3 van 7
-
09-04-2020
Tot
Opmerking
Voldoende onderzocht
Pagina 4 van 7
-
09-04-2020
Disclaimer De bodeminformatie die je in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of de provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Overijssel is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Indien je fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kun je ons helpen door deze te mailen naar postbus@overijssel.nl
Pagina 5 van 7
-
09-04-2020
RapportToelichting
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort.
De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten.
Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achter blijft (bijv.
indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Saneringsplan opstellen (Wbb-vervolg= Opstellen/uitvoeren ( aanvullend) SP) Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering.
De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren (Wbb-vervolg=start sanering of uitvoeren (aanvullende) evaluatie) Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren (Wbb-vervolg=uitvoeren tijdelijke beveiliging, actieve nazorg, monitoring en registratie restverontreiniging) Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd (Wbb-vervolg=voldoende gesaneerd) Indien een sanering is uitgevoerd wordt doo het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik. Geen werkvoorraad (meer) (Wbb-vervolg=voldoende onderzocht of leeg) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of er is geen aanleiding tot onderzoek maar wel bodeminformatie beschikbaar. Toelichting op de gerapporteerde informatie Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging.
Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald. Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. (mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is. Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en
Pagina 6 van 7
-
09-04-2020
tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
Show the Debugger Trace Report
Pagina 7 van 7
-
09-04-2020
Bodeminformatie Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 9
-
09-04-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Toekomstige Rondweg Weerselo Haarstraat 22 Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 9
-
09-04-2020
Inleiding Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincie Overijssel speelt een rol bij het saneren of beheersen van een bodemverontreiniging. De provincie Overijssel en vijf grote gemeenten in Overijssel (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wetbodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie. In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Overijssel. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De provincie is bevoegd gezag met betrekking tot ernstige bodemverontreiniging. Gemeenten zijn bevoegd voor wat betreft de niet ernstige bodemverontreiniging. Vaak werken gemeenten met hetzelfde BIS en zijn de gegevens opgenomen in de rapportage.
Welke gemeenten dat zijn kunt u vinden op: https://www.overijssel.nl/thema's/bodem/gemeenten/. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens of melding wilt maken van niet goed geanonimiseerde documenten dan kunt u contact opnemen met de provincie Overijssel via email postbus@overijssel.nl of telefonisch 038 499 8899 menukeuze 2.
Pagina 3 van 9
-
09-04-2020
Locatie: Toekomstige Rondweg Weerselo Locatie Weerselo
Adres Locatiecode
AA177401025
Locatienaam
Toekomstige Rondweg Weerselo
Plaats
Dinkelland
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV177401025
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest
Pot. verontreinigd
Onverdacht op basis HO, vooronderzoek asbest
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum 27-08-2007
Type
Naam
Auteur
Verkennend onderzoek NEN 5740
Toekomstige Rondweg Weerselo
Certicon Kwaliteitskeuringen B.V.
Referentie
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Show the Debugger Trace Report
Pagina 4 van 9
-
09-04-2020
Archief Gemeente
Conclusie overheid
Locatie: Haarstraat 22 Locatie Adres
Haarstraat 22 7595PH WEERSELO
Locatiecode
AA014900480
Locatienaam
Haarstraat 22
Plaats
Dinkelland
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV014900480
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit kleiduivenschietbaan
Start 1976
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
1984
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Show the Debugger Trace Report
Pagina 5 van 9
Spoed Nee
-
09-04-2020
Voldoende onderzocht
Pagina 6 van 9
-
09-04-2020
Disclaimer De bodeminformatie die je in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of de provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Overijssel is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Indien je fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kun je ons helpen door deze te mailen naar postbus@overijssel.nl
Pagina 7 van 9
-
09-04-2020
RapportToelichting
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort.
De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten.
Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achter blijft (bijv.
indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Saneringsplan opstellen (Wbb-vervolg= Opstellen/uitvoeren ( aanvullend) SP) Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering.
De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren (Wbb-vervolg=start sanering of uitvoeren (aanvullende) evaluatie) Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren (Wbb-vervolg=uitvoeren tijdelijke beveiliging, actieve nazorg, monitoring en registratie restverontreiniging) Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd (Wbb-vervolg=voldoende gesaneerd) Indien een sanering is uitgevoerd wordt doo het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik. Geen werkvoorraad (meer) (Wbb-vervolg=voldoende onderzocht of leeg) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of er is geen aanleiding tot onderzoek maar wel bodeminformatie beschikbaar. Toelichting op de gerapporteerde informatie Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging.
Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald. Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. (mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is. Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en
Pagina 8 van 9
-
09-04-2020
tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
Show the Debugger Trace Report
Pagina 9 van 9
-
09-04-2020