Klimaatprogramma rapport Dinkelland.pdf
Tekst van het document
Klimaatprogramma 2024 – 2050 Gemeente Dinkelland
Datum: 3 mei 2024 Versie: Conceptversie 1.1 ter bespreking in College van B&W Door: Team klimaatprogramma
Inhoudsopgave 1. Situatieschets................................................................................................................................................................. 3 Gevolgen klimaatverandering ........................................................................................................................................... 3 Oorzaken klimaatverandering ........................................................................................................................................... 3 Landelijke aanpak klimaatverandering .............................................................................................................................. 3 Klimaatprogramma ............................................................................................................................................................ 3 KLIMAATVISIE .................................................................................................................................................................... 5 2. Klimaatvisie ................................................................................................................................................................... 6 Beperken van de klimaatverandering (mitigatie) ..............................................................................................................
6 Doelen per sector .............................................................................................................................................................. 6 Aanpassen aan klimaatverandering (adaptatie) ................................................................................................................ 7 Hoofddoel voor klimaatadaptatie ..................................................................................................................................... 7 Onze ambities .................................................................................................................................................................... 7 UITVOERINGSPROGRAMMA ............................................................................................................................................ 10 3. Gebouwde omgeving: Visie en uitvoering .................................................................................................................... 11 4. Opwek duurzame elektriciteit: Visie en uitvoering ....................................................................................................... 14 5. Duurzame mobiliteit: Visie en uitvoering ..................................................................................................................... 16 6.
Landbouw en landgebruik: Visie en uitvoering ............................................................................................................. 18 7. Industrie (en bedrijven): Visie en uitvoering ................................................................................................................. 22 8. Klimaatadaptatie: Visie en uitvoering .......................................................................................................................... 25 9. Koppelkansen .............................................................................................................................................................. 28 Agrarische sector ............................................................................................................................................................. 28 Openbare ruimte, nieuwbouw en bestaande (bedrijfs)gebouwen ................................................................................. 28 Kansenkaart ..................................................................................................................................................................... 29 Prestatieafspraken...........................................................................................................................................................
29 Leefbaarheid in kernen .................................................................................................................................................... 29 Circulaire economie ......................................................................................................................................................... 29 10. Educatie ..................................................................................................................................................................... 30 11. De cijfers: wat zijn de ontwikkelingen van de afgelopen jaren? .................................................................................. 31 CO2-uitstoot .................................................................................................................................................................... 31 Energieverbruik ............................................................................................................................................................... 32 Hernieuwbare energie ..................................................................................................................................................... 32 12.
Financiën ................................................................................................................................................................... 33 Projectgelden .................................................................................................................................................................. 33 Capaciteit ......................................................................................................................................................................... 34 13. Tot slot ....................................................................................................................................................................... 35
2
1.
Situatieschets
Klimaatverandering, het raakt ons allemaal. Technologische ontwikkelingen hebben ons welvaart en welzijn gebracht. Helaas hebben deze ontwikkelingen ook de klimaatverandering versneld, met opwarming van de aarde als resultaat. Door de opwarming van de aarde ontstaan wereldwijd problemen, zoals bosbranden, overstromingen en gebieden die uitdrogen waardoor een gebrek aan voedsel en water ontstaat. Maar ook in Nederland zien we de effecten van de klimaatverandering. Zo zijn de extreme droge en natte perioden een direct gevolg van de klimaatverandering.
Gevolgen klimaatverandering Als de uitstoot van broeikasgassen in hetzelfde tempo doorgaat, wordt het steeds warmer op aarde. Met grote gevolgen voor mens, natuur en milieu. Zo is de gemiddelde temperatuur van de aarde in de afgelopen 130 jaar met 1 graad gestegen. In Nederland zelfs met 1,7 graden. Dit heeft effect op de leefgebieden van dieren en planten en we krijgen vaker last van extreem weer met meer stortregens, zwaardere stormen of juist lange drogere en hete perioden. Verder kan het veranderende klimaat nadelig zijn voor onze gezondheid. Denk aan luchtwegproblemen door luchtvervuiling, of meer allergieën. Door veranderingen in temperatuur, vochtigheid en neerslag kunnen infectieziekten meer ruimte krijgen.
Oorzaken klimaatverandering Broeikasgassen zorgen ervoor dat warmte wordt vastgehouden en daardoor stijgt de temperatuur op aarde. Zonder broeikasgassen zou de aarde ijskoud zijn, maar met teveel broeikasgassen wordt het juist te heet. De toename van CO2 komt vooral door de verbranding van aardolie, aardgas en steenkool. De toename van methaan komt door landbouw (bijvoorbeeld koeien en rijstvelden), moerasgas in waterrijke gebieden en door weglekken van aardgas.
Landelijke aanpak klimaatverandering Opwarming van de aarde is niet te stoppen, maar gaat minder hard als we wereldwijd maatregelen nemen. Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties werken samen om de omgeving aan te passen aan de extreme weersomstandigheden. Klimaatadaptatie noemen we dat. Daarnaast willen we in Nederland de klimaatverandering vertragen. Dat noemen we klimaatmitigatie. Dat doen we onder meer door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn internationale afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord (Parijs, 2015). Deze afspraken zijn vertaald in het Nationaal Klimaatakkoord (28 juni 2019).
Klimaatprogramma De (inter)nationale afspraken in het Klimaatakkoord hebben als doel om de klimaatverandering tegen te gaan, of in elk geval te vertragen. Bovendien zullen op termijn de fossiele brandstoffen op raken en is het nodig om over te gaan op duurzame alternatieven. Ten slotte willen we in Nederland onafhankelijk zijn als het gaat om onze energievoorziening. Gemeente Dinkelland heeft een klimaatprogramma opgesteld, waarin is opgenomen hoe de gemeente wil bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelen uit het Nationaal Klimaatakkoord (2019). Deze hebben betrekking op vijf sectoren: 1) Gebouwde omgeving 2) Mobiliteit 3) Industrie 4) Landbouw en landgebruik 5) Elektriciteit 3
Daarnaast richten we ons op de doelen die we hebben voor klimaatadaptatie. Hoewel dit geen onderdeel is van het Nationale Klimaatakkoord, zijn klimaatadaptatie en de onderdelen uit het klimaatakkoord onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor ons aanleiding om klimaatadaptatie ook mee te nemen in ons klimaatprogramma. Het klimaatprogramma bestaat uit een klimaatvisie en een uitvoeringsprogramma. De klimaatvisie geeft inzicht in de missie (waarom we aan de slag gaan met de klimaatopgave), de visie (wat we willen realiseren), onze strategie (hoe we dit gaan realiseren) en onze speerpunten (onze focus). Onze ambities zijn doorvertaald in een bijpassend uitvoeringsprogramma, dat eens per twee jaar wordt geactualiseerd. De eerste actualisatie vindt plaats in 2026. In het uitvoeringsprogramma staat voor de vijf onderdelen uit het klimaatakkoord en het onderdeel klimaatadaptatie welke taken we al hebben gerealiseerd en waar we mee aan de slag gaan. Ook kijken we naar (koppel)kansen en win-win situaties en beschrijven de rol van de gemeente. Het uitvoeringsprogramma maakt duidelijk wat we de komende periode gaan doen en waarin wij zelf als gemeente de regie nemen en voor welke opgaven de gemeente een meer faciliterende rol heeft. Op basis van het overzicht aan uit te voeren taken maken we een doorvertaling naar benodigde capaciteit, budget en planning.
Het klimaatprogramma is puntsgewijs weergegeven in deze samenvatting [invoegen link]. In dit rapport is de nadere toelichting opgenomen.
4
KLIMAATVISIE Hoe willen we onze ambities realiseren en bijdragen aan de klimaatdoelen? In de klimaatvisie geven we een toelichting op onze ambities voor de lange termijn en hoe en wat we willen bereiken om klimaatverandering te beperken (klimaatmitigatie) en onze omgeving slim in te richten en aan te passen om ons voor te bereiden op de effecten van de klimaatverandering (klimaatadaptatie).
5
2.
Klimaatvisie
De gemeente Dinkelland wil maatregelen nemen om klimaatverandering te beperken (klimaatmitigatie) en onze omgeving slim in te richten en aan te passen om ons voor te bereiden op de effecten van de klimaatverandering (klimaatadaptatie).
Beperken van de klimaatverandering (mitigatie) Het beperken van klimaatverandering komt er voornamelijk op neer dat we proberen te voorkomen dat de aarde nog verder opwarmt, met alle nadelige gevolgen van dien. Hiervoor willen we de uitstoot van CO2 en broeikasgassen verminderen. In het Nationaal Klimaatakkoord (2019) is het volgende doel opgenomen: In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graden. Het Kabinet heeft met het Nationaal Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Het Rijk heeft de genoemde 49% verder aangescherpt tot 55% in het klimaatbeleid. Dit is vastgelegd in het coalitieakkoord dat op 15 december 2021 is gepresenteerd. In 2030 moet in Nederland de CO2- uitstoot met 55% verminderd zijn. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. In het Nationaal Klimaatakkoord (2019) wordt de opgave voor het terugdringen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen verdeeld over 5 sectoren: 1) Gebouwde omgeving, 2) Mobiliteit, 3) Industrie, 4) Landbouw en landgebruik en 5) Elektriciteit.
Binnen het klimaatprogramma voor Dinkelland gebruiken we dezelfde onderverdeling van de opgave over deze vijf sectoren.
Doelen per sector Per sector zijn de volgende doelen gesteld: • Gebouwde omgeving: aardgasvrij wonen en werken in 2050. • Elektriciteit: 50% duurzame opwek in 2030, in 2050 100% duurzame opwek. • Mobiliteit: ons vervoer emissievrij in 2050. • Landbouw en Landgebruik: kringlopen voor voedsel, landbouw en natuur gesloten in 2050 (kringlooplandbouw). • Industrie: zonder uitstoot van broeikasgassen in 2050. In het uitvoeringsprogramma lichten we per sector toe wat wij vanuit de gemeente Dinkelland moeten doen en eventueel extra gaan doen om daaraan bij te dragen.
6
Aanpassen aan klimaatverandering (adaptatie) Het klimaat is al aan het veranderen in Nederland. Het Rijk geeft het volgende aan over klimaatverandering: De temperaturen stijgen. Er is meer kans op een extreme regenbui, op een hittegolf en op langere, droge periodes. Door droogte daalt de bodem op sommige plekken in Nederland. De zeespiegel stijgt en er is meer kans op overstromingen. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de gezondheid, de leefbaarheid en de economie. Een hittegolf zorgt bijvoorbeeld voor extra sterfte onder kwetsbare groepen. Klimaatverandering heeft dus ernstige gevolgen, zoals bodemdaling, grotere kans op overstromingen en extra sterfte door hittegolven. Daarom is het belangrijk om onszelf en onze omgeving aan te passen aan klimaatverandering. Dit noemen we klimaatadaptatie. We kunnen dit bijvoorbeeld doen door de omgeving aan te passen, zodat deze langer water vasthoudt. Of door te zorgen voor meer schaduw door planten en bomen.
Hoofddoel voor klimaatadaptatie Voor klimaatadaptatie richten wij ons op het volgende hoofddoel: ➢ Wij passen onze leefomgeving zodanig aan, dat we zijn voorbereid op de klimaatverandering, waardoor we beter kunnen om gaan met de effecten van extreem natte en extreem droge en warme perioden. In het hoofdstuk ‘klimaatadaptatie’ van dit klimaatprogramma gaan we verder in op wat gemeente Dinkelland wil doen om onze omgeving aan te passen aan de klimaatverandering.
Onze ambities Alle gemeenten dragen bij aan het realiseren van de klimaatdoelen. De concrete stappen die we gaan zetten per sector zijn toegelicht in het uitvoeringsprogramma. Maar ter verduidelijking op onze ambities, kijken we eerst naar het grotere plaatje: onze missie (waarom we aan de slag gaan), onze visie (wat we in brede zin gaan doen om onze doelen te bereiken) en onze strategie (hoe we onze doelen gaan bereiken).
7
Onze missie: “Duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor nu en in de toekomst” Met de kracht van onze inwoners, ondernemers en belangenorganisaties werken we samen aan een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en dragen bij aan de maatschappelijke doelen uit het Nationaal Klimaatakkoord. Dat wil zeggen dat we de CO2 uitstoot willen beperken, zodat onze samenleving in 2050 energieneutraal kan wonen, werken en recreëren. Om dit te kunnen realiseren, nemen we nu maatregelen. Ook zorgen we met slimme aanpassingen, dat onze samenleving minder kwetsbaar is voor de effecten van klimaatverandering.
Onze visie: “Effectieve, haalbare, betaalbare en acceptabele oplossingen die de kwaliteit van de leefomgeving versterken” Als het gaat om de klimaatopgave, zijn de grootste uitdagingen om wijken energieneutraal en van het aardgas af te krijgen en 100% van de benodigde energie op te wekken met duurzame bronnen. Maar voldoende energie voor nu en in de toekomst, dat begint bij energiebesparing. Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken. We stimuleren en faciliteren de inwoners bij het verduurzamen van de woning en het bewust en anders omgaan met energie en grondstoffen. We willen daarnaast duurzame energie opwekken, maar ook onze leefomgeving beschermen. Daarom zetten we volop in op onderzoek naar geothermie en andere nieuwe technieken en volgen we de ontwikkelingen en kansen van waterstof op de voet.
Ook organiseren we slimme, duurzame en zorgeloze mobiliteit zonder uitstoot. Voor verduurzaming van de landbouw en industrie liggen er pittige opgaven, waarin het landelijke beleid leidend is, maar wij dragen op lokaal niveau bij aan de maatschappelijke doelen met maatwerkoplossingen en creëren een win-win situatie. We zetten ons in voor effectieve oplossingsrichtingen die haalbaar en betaalbaar zijn, de kwaliteit van onze unieke leefomgeving versterken en acceptabel zijn voor onze inwoners. We nemen onze verantwoordelijkheid, maar zijn er ook voor onze inwoners als maatregelen complex of nadelig zijn voor direct betrokkenen.
8
Onze strategie: “Krachtenbundeling en regie op het proces” Als gebiedspartner dragen wij bij aan doelstellingen en uitvoering van nationaal en provinciaal beleid. Zo houden we regie op de ontwikkelingen binnen onze gemeentegrenzen. Wij betrekken onze inwoners, ondernemers en lokale belangenorganisaties en zorgen dat zij zeggenschap krijgen in de grote veranderingsprocessen die onze samenleving raken. Dat zal niet altijd makkelijk zijn. We stellen kaders en nemen mogelijk beslissingen, die niet voor iedereen gunstig zijn. Voor de lange termijn wil de gemeente maatregelen nemen die in het belang zijn van de samenleving als geheel. De klimaatopgave is geen eenvoudige opgave en heeft veel effect op de omgeving. Juist daarom is het van belang om het samen met de inwoners te doen. Een eerlijke verdeling van lusten en lasten, maar ook goed luisteren wat er speelt bij onze inwoners en begrip hebben voor ieders standpunt. Wij geloven dat je met de gebundelde krachten van de samenleving, gemeente en regionale partners verder komt. We stimuleren inwoners, ondernemers en belangenorganisaties om mee te denken over de wijze waarop we de maatschappelijke doelen kunnen realiseren en initiatieven aan te dragen. Door te vertrouwen op elkaars kracht, kun je als goede noabers werken aan een fijne leefomgeving en de gewenste ontwikkelingen in gang zetten.
We zorgen voor oplossingen die passen bij de directe omgeving en leveren maatwerk voor inwoners en ondernemers die ons nodig hebben. Hierbij werken we nauw samen met de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal. Deze samenwerking noemen we Energie van Noordoost Twente. Voor sommige opgaven zit de gemeente aan het stuur, maar in andere gevallen vertrouwen we er op dat onze samenleving ook haar verantwoordelijkheid neemt.
9
UITVOERINGSPROGRAMMA Hoe willen we onze ambities realiseren en bijdragen aan de klimaatdoelen? Per sector lichten wij onze visie toe, gaan we dieper in op wat dit betekent en wat we doen om onze ambities te realiseren.
10
3.
Gebouwde omgeving: Visie en uitvoering
Voor de gebouwde omgeving geldt het volgende speerpunt:
➢ Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en werken in 2050. Gebouwde omgeving – onze visie We werken met vier pijlers om dit te bereiken. 1. Bewustwording en informatievoorziening: Creëren van meer bewustzijn, besef van urgentie en draagvlak voor de warmtetransitie door gerichte communicatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Het energieloket is de basis van onze informatievoorziening. Daarnaast werken we actief samen met lokale groepen (zoals energiecoöperaties) om de kennis actiever en vooral persoonlijker bij de inwoners en ondernemers onder de aandacht te brengen. 2. Advies en afweging: Er komt veel op onze inwoners, ondernemers en instellingen af. De stap om daadwerkelijk te verduurzamen is voor velen ingewikkeld: welke keuzes kun/moet je maken, wat kost het en wat levert het op? We willen inwoners en ondernemers adviseren en ontzorgen in het proces naar haalbare en betaalbare oplossingen in het verduurzamen van hun woning. We bieden verschillende instrumenten en een stappenplan, passend bij de eigen specifieke woning en situatie. De instrumenten kunnen op wijkniveau worden ingezet en gemeentebreed. Speciale aandacht is er voor het terugdringen van energiearmoede en het nemen van maatregelen voor de doelgroep die dit het meeste treft. 3.
Uitvoering en buurtgerichte aanpak (wijkuitvoeringsplannen): We zetten samen met inwoners en ondernemers het proces in de wijken in (of voort) om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen en waar nodig intensiveren we dit. Daarbij kijken we hoe we slim een buurtgerichte aanpak kunnen combineren met individueel gerichte maatregelen voor alle woningeigenaren in de gemeente. 4. Herijken ambitie en rolbepaling: Op basis van kennis en ervaring uit de afgelopen jaren herijken we de warmtevisie naar een warmteprogramma en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen. Als gemeente nemen we onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de gezamenlijke ambities die we hebben gesteld binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Twente. Stip op de horizon is dat alle woningen in 2050 energieneutraal en aardgasvrij verwarmd kunnen worden. Dat lijkt ver weg, maar in 2030 willen we de eerste stappen hebben gezet richting aardgasvrije wijken. We adviseren en ondersteunen inwoners om woningen stapsgewijs te verduurzamen. Ook stimuleren we inwoners en ondernemers om bewust en anders om te gaan met energie en grondstoffen. Want, voldoende energie voor nu en in de toekomst, dat begint bij energiebesparing. Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet (duurzaam) op te wekken.
Bovendien kan een goed geïsoleerde woning in de toekomst makkelijker van het gas af én is isoleren van uw woning comfortabel én voordelig voor de energierekening. Op basis van de opgedane ervaringen in de afgelopen jaren in de wijkuitvoeringsplannen willen we de warmtevisie en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen gaan herijken. Wij ondersteunen inwoners bij het verduurzamen van woningen en gebouwen vanuit ons energieloket. Dat doen we door bewustwording en informatievoorziening, door te adviseren en waar nodig te helpen bij de uitvoering van energiebesparing, het terugdringen van energiearmoede en warmteprojecten op wijkniveau voor aardgasvrije woningen/gebouwen. Daarnaast gaan we een specifiek loket voor bedrijven inrichten. De ingezette lijn van verduurzaming in de gebouwde omgeving willen we de komende jaren voortzetten en waar mogelijk verder intensiveren.
11
Gebouwde omgeving – uitvoering Wat willen we bereiken? In 2050 willen we dat alle woningen energieneutraal en aardgasvrij zijn. In 2030 willen we de eerste stappen richting aardgasvrije wijken hebben gezet.
Wat doen we al hierin? Wij hebben een energieloket waar inwoners en bedrijven terecht kunnen voor hulp met het isoleren en verduurzamen van woningen en gebouwen. We zetten een gereedschapskist in met instrumenten en een stappenplan om het verduurzamen van woningen te versnellen. Zo bieden we een complete set aan (financiële) regelingen en ondersteuning aan. We stimuleren onze inwoners om woningen te isoleren met onze isolatiesubsidie en een doe het zelf pakket. Ook delen we ‘groene cheques’ uit om duurzame initiatieven te stimuleren. Energiearmoede proberen we te bestrijden met extra regelingen en energietoeslag. Energiecoaches- en adviseurs geven advies op maat aan iedere inwoner die hulp nodig heeft. Ook werken we, mede op basis van de wijkuitvoeringsplannen, aan een buurtgerichte aanpak. Samen met inwoners werken we uit hoe we het beste voor specifieke wijken kunnen overgaan op een andere energiestructuur, met als doel deze wijken van het aardgas af te krijgen. Via het duurzaamheidsfonds van de gemeente verstrekken we voordelig leningen voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Dit fonds is bestemd voor bedrijven en maatschappelijke instellingen. Voor particulieren onderzoeken we een geschikte constructie, naast de landelijke regelingen die al bestaan. Verder stellen we duurzaamheidseisen bij het verlenen van vergunningen en we heffen ‘groene leges’.
Ten slotte zetten we in op het gebruik van biogas voor het verwarmen van woningen.
12
Wat gaan we aanvullend doen? Voor het vervolg van de wijkaanpak is een notitie geschreven met aanvullende instrumenten voor de warmtetransitie. Er komen aanvullende acties, extra opties voor individueel advies en nieuwe subsidies en regelingen. Zo gaan we bijvoorbeeld werken met een mobiele showroom met voorbeeldmateriaal voor het verduurzamen van woningen. En gaan we inwoners helpen met financieel advies voor het aanvragen van verduurzamingsleningen en subsidies, naast het energieadvies wat we nu al geven. We gaan de mogelijkheden van een Gemeentelijke Verduurzamingsregeling onderzoeken. In 2026 gaan we een warmteprogramma opstellen in aansluiting op de kaders en richtlijnen vanuit het Rijk. Het is verder belangrijk om meer in gesprek te gaan met netbeheerders. Als de warmteopgave wordt gerealiseerd aan de hand van individuele oplossingen, zoals warmtepompen, dan zal dit vragen om nog meer opwek van elektriciteit en verzwaring van het net. Ook willen we inwoners nog extra ‘ontzorgen’, zodat het nog makkelijker wordt om te verduurzamen. We gaan de mogelijkheden van een warmtenet onderzoeken. Ook willen we nóg meer inzetten op isolatie van woningen en bedrijven. Zoals genoemd: de visie van Dinkelland is dat wat je niet verbruikt, ook niet opgewekt hoeft te worden.
Verder gaan we onderzoeken of geothermie (warmte uit diepe bodemlagen) een concrete optie is voor de gemeente Dinkelland.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente is de regisseur van de lokale warmtetransitie. We zijn stimulerend richting inwoners, waar nodig faciliterend, we werken beleidsmatig en hebben een lobbyrol richting het Rijk.
Wat is de rol van de samenleving? De samenleving heeft wat betreft de gebouwde omgeving een uitvoerende rol. De samenleving is tevens opdrachtgever voor verduurzaming. Inwoners worden gefaciliteerd door de gemeente om te gaan isoleren, bijvoorbeeld door middel van voorlichting, subsidies en advies. Uiteindelijk is het aan de inwoners om deze middelen in te zetten om hun woning daadwerkelijk te verduurzamen.
13
4.
Opwek duurzame elektriciteit: Visie en uitvoering
Voor de duurzame opwek elektriciteit geldt het volgende speerpunt:
➢ 50% duurzame opwek elektriciteit in 2030, 100% duurzame opwek in 2050.
Opwek duurzame elektriciteit – onze visie In Nederland hebben we als doel om in 2030 met zon en wind op land 35 TWh aan elektriciteit op te wekken. Binnen de RES Twente hebben de partners een gezamenlijk doel van 1,5 TWh gesteld voor de opwek van elektriciteit op basis van wind- en zonne-energie. In de gemeente Dinkelland werken wij samen met de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal om onze doelstellingen te bereiken. In de RES Twente 1.0 is afgesproken dat deze gemeenten samen 225 GWh aan duurzame energie willen opwekken in 2030.
Opwek duurzame energie – uitvoering Wat willen we bereiken? In 2030 willen we 50% van onze elektriciteit duurzaam opwekken. Wij zetten maximaal in op zon op dak, windenergie binnen voor Dinkelland acceptabele (gezondheids)normen, biogas en nieuwe technieken voor energieopwekking.
Wat doen we al? We zetten allereerst volop in op zoveel mogelijk zon op dak. Daarnaast richten we ons ook op inzet van biogas en niet houtige biomassa. Voor de opwek van biogas willen we inzetten op een coöperatieve samenwerking met boeren, ter ondersteuning van de productie van biogas. We willen de potentie van biogas in Noordoost Twente optimaal benutten. We zorgen dat biogas lokaal wordt geproduceerd en opgewaardeerd naar groengas. Alle boeren die biogas willen leveren, kunnen deelnemen. We hebben daarnaast een regionale energiecoöperatie (energiecoöperatie NOT) mede opgericht. Deze regionale energiecoöperatie kan werken als motor voor de realisatie van lokale projecten. Ten slotte zetten we vol in op het onderzoeken van nieuwe technieken voor energieopwekking.
14
Wat gaan we aanvullend doen? We willen nog meer inzetten op biogas en niet houtige biomassa en deze kansen optimaal benutten door in te zetten op een coöperatieve samenwerking met boeren, ter ondersteuning van de productie van biogas. Dit komt niet alleen ten goede van de energieopgave, maar ook van de landbouw. Ook willen we de energiecoöperatie Noordoost Twente beter in positie brengen en verder professionaliseren, zodat deze coöperatie lokale initiatieven goed kan ondersteunen met kennis en ervaring, advies, capaciteit en middelen. Niet alleen voor zonne-energie, maar ook voor windenergie in de regio. De energiecoöperatie Noordoost Twente moet processen versnellen en lokaal eigendom vergroten. In Dinkelland willen we nog meer inzetten op zon op dak. Door parkeerplaatsen te overdekken met zonnepanelen, waar dat kan en rendabel is. We zetten in op grootschalig zon op dak (bedrijfsdaken), die mogelijk geschikt zijn voor collectief gebruik. Daarnaast gaan we batterij-opslag stimuleren van energie (grootschalig en individueel), zodat zonne-energie kan worden opgeslagen en later kan worden gebruikt. We willen de mogelijkheden voor het inzetten van waterstof verder gaan onderzoeken. Ook willen we gaan meedraaien in potentiële pilotgebieden voor nieuwe technieken voor de opwek van energie.
We gaan lobbyen voor het toestaan van kleine kerncentrales in Overijssel, mogelijk ook in onze gemeente. Ten slotte is het ook voor het opwekken van elektriciteit van belang om in gesprek te gaan met netbeheerders over de aansluiting op het net. Bovendien wekken particulieren ook steeds meer energie op via zon op dak, waardoor de teruglevering van stroom een steeds groter knelpunt wordt, dat moet worden opgelost. Verder is er te weinig ruimte om aan iedereen stroom te leveren. Een verzwaring van het net is dus gewenst.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente kan binnen deze sector verschillende rollen aannemen. We faciliteren zoveel mogelijk initiatieven van onderop en bieden zoveel mogelijk ruimte voor nieuwe technieken en pilots. Ook gaan we gesprekken aan met partijen als netwerkbedrijven en anderen.
Wat is de rol van de samenleving? De samenleving kan ook verschillende rollen op zich nemen: initiatieven vanuit de samenleving krijgen volop de ruimte van de gemeente. Ook geven we de samenleving een belangrijke stem in de ontwikkeling van nieuwe initiatieven voor duurzame opwek.
15
5.
Duurzame mobiliteit: Visie en uitvoering
Voor duurzame mobiliteit geldt het volgende speerpunt:
➢ Beter organiseren van slimme, duurzame en zorgeloze mobiliteit zonder uitstoot. Duurzame mobiliteit – onze visie We willen toewerken naar duurzame mobiliteit, zonder uitstoot. Dit doen we door zelf het goede voorbeeld te geven als gemeente en voorop te lopen in de transitie naar duurzame mobiliteit. Ook faciliteren we onze inwoners bij de overgang naar duurzaam vervoer.
Duurzame mobiliteit – uitvoering Wat willen we bereiken? Allereerst willen we als gemeenten onze eigen wagenparken volledig elektrificeren. De laadstroom voor deze elektrische voertuigen willen we zelf opwekken of uitsluitend als groene stroom inkopen. Daarnaast willen we onze dienstreizen ook gaan uitvoeren met uitsluitend elektrische (deel)voertuigen. Als gemeente willen we zelf het goede voorbeeld geven, door onze eigen mobiliteit te verduurzamen. Op basis van de laadvisie van Dinkelland proberen we in alle kernen de mogelijkheid te bieden voor mensen om op een openbare locatie hun elektrische voertuig op te laden. Op zoveel mogelijk openbare parkeerterreinen in alle kernen willen we de mogelijkheid bieden om elektrisch te laden.
Wat doen we al? Er is een pilot gestart met vier deelvoertuigen. Het gebruik hiervan wordt aangemoedigd voor dienstreizen.
16
Om onze eigen mobiliteit te verduurzamen is een mobiliteitsplan geschreven. We plaatsen nu jaarlijks openbare laadpalen in de gemeente vanuit een concessie met de provincie Overijssel (eindigt half 2025). Hiervoor zijn de grote openbare parkeerterreinen gekozen en er wordt nu in overleg met de dorpsraden gekeken naar andere potentiële locaties. We faciliteren de ontwikkeling van green energy hubs, plekken waar voertuigen duurzame brandstof kunnen tanken of kunnen laden.
Wat willen we nog meer gaan doen? We willen duurzame mobiliteit onder inwoners en bedrijven stimuleren, onder andere door in te spelen op mogelijke vraag naar extra laadpalen. We gaan inzetten op het overdekken van parkeerplaatsen met zonnepanelen en laadpunten. Ook vinden we het belangrijk om te zorgen voor duurzaam streekvervoer en leerlingenvervoer.
Wat is de rol van de gemeente? Als gemeente is het onze rol om samen met nutsbedrijven te zorgen voor een toekomstbestendige laadinfrastructuur. Door te zorgen voor deze infrastructuur, kunnen wij onze inwoners stimuleren om gebruik te maken van duurzame mobiliteit. Bijvoorbeeld door te zorgen voor genoeg openbare laadpalen, kunnen we het gebruik van elektrische auto’s stimuleren of in elk geval faciliteren. Ook hebben we als gemeente een voorbeeldfunctie. Vandaar dat we stappen zetten om onze eigen mobiliteit te verduurzamen/elektrificeren. Verder sturen we als opdrachtgever op duurzaam streekvervoer en leerlingenvervoer. Vanuit de gemeente dragen we locaties aan en gaan we in gesprek met inwoners die een openbare laadpaal willen als ze bijvoorbeeld geen eigen oprit hebben.
Wat is de rol van de samenleving? De samenleving geeft de transitie naar elektrische mobiliteit mede vorm. De samenleving kan uit eigen initiatief locaties voor laadpalen aandragen richting de gemeente. Daarnaast worden de naaste stakeholders bij een openbare laadpaal geïnformeerd over het initiatief, zodat men niet verrast wordt door de komst van een openbare laadpaal.
17
6.
Landbouw en landgebruik: Visie en uitvoering
Voor landbouw en landgebruik geldt het volgende speerpunt:
➢ We dragen bij aan het realiseren van een duurzame kringlooplandbouw in 2050. Landbouw en landgebruik – onze visie De landbouw staat voor een belangrijk keerpunt, vanwege maatschappelijke opgaven en het ontbreken van sociaal economisch perspectief. Daarbij speelt de landbouw ook een sleutelrol in de transitie naar een circulaire ‘biobased’ samenleving en in de realisatie van de duurzaamheidsdoelen op gebied van klimaat en biodiversiteit. Met andere woorden: in een gesloten kringloop, blijven veevoer, mest, groente, fruit en dierlijke producten bij elkaar in de buurt. Import van veevoer uit andere werelddelen hoort daar niet bij. Zo wordt de import van stikstof gereduceerd. Vermindering methaanuitstoot Methaan is één van de broeikasgassen die zorgt voor opwarming van de aarde. Methaan is 34 keer sterker dan CO2 en zorgt voor 20% van het broeikaseffect. Zo’n 75% van alle methaan uit de totale veehouderij komt door de uitademing van methaan door koeien, geiten en schapen. De overige 25% van het methaan uit de veehouderij ontstaat uit mest van vooral koeien en varkens. Door het extensiveren van de landbouw wordt de methaanuitstoot verminderd. Bodemkwaliteit Binnen de kringlooplandbouw speelt de bodem een cruciale rol en wordt een goede bodemkwaliteit centraal gesteld.
Een goede bodemkwaliteit kan bijdragen aan een hogere opbrengst, dient als buffer voor extreme weersomstandigheden én beperkt de verliezen van stikstof naar de lucht en grond- en oppervlakte water. Beperkt gebruik van land en grondstof Een belangrijk streven in de transitie naar een toekomstbestendige landbouw is ook dat er niet meer land en grondstof worden gebruikt dan noodzakelijk om voedsel te produceren. Dat gebeurt dan onder andere steeds meer door op akkers vooral voedingsgewassen te produceren en vee te voeren met voeding dat is geproduceerd van met name grassen en gewas- en voedingsresten
18
Veerkrachtige landbouw Klimaatverandering heeft nu al impact op de landbouw. Het is belangrijk dat de landbouwsector veerkrachtig genoeg is om extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenval, stormen of lange perioden van droogte en extreme hitte te kunnen opvangen.
Landbouw en landgebruik – uitvoering Wat willen we bereiken? Voor de langere termijn willen we als gemeente Dinkelland meewerken aan de transitie naar kringlooplandbouw. Voor de korte termijn willen we agrarisch ondernemers ondersteunen om zich voor te bereiden op en aan te passen aan de effecten van klimaatverandering.
Wat doen we al? Als gemeenten werken wij mee aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dat is een uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ons eigen beleid is hierin volgend. Binnen de gemeente zijn onafhankelijke ervencoaches actief om agrariërs te helpen. Deze worden gefaciliteerd door de provincie. Verder communiceren wij als gemeente richting onze agrariërs over de opgaven die er zijn. We ondersteunen samenwerkingsinitiatieven, zoals De Land Bouwers, die de transitie naar een duurzaam landelijk gebied ondersteunen.
19
Wat willen we gaan doen? De hoofddoelstellingen vanuit het klimaatakkoord integreren wij in onze visie op het landelijk gebied en in de uitvoering van het programma Buitengebied in Balans. Voor de langere termijn willen we ons inzetten op biobased bouwen. De uitstoot van CO2 is lager en er zijn minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig, omdat materialen steeds weer (aan)groeien. Op de korte termijn zetten we ons in voor klimaatadaptatie. Bij warmer weer zijn er zowel voor- als nadelen. Bepaalde gewassen zullen sneller ontkiemen en groeien en het groeiseizoen duurt langer. Hierdoor vinden bepaalde oogsten eerder of later in het jaar plaats of er kan een extra snede gras geoogst worden. Vee kan echter last krijgen van hittestress met gezondheidsproblemen als gevolg. Ook kunnen droge omstandigheden leiden tot minder of geen gewasopbrengst. Door natter weer zullen ook langere natte periodes en extreme weersomstandigheden voorkomen. Zowel natte als droge omstandigheden veroorzaken diverse beperkingen. Door deze beperkingen kan het oogstbare product van mindere kwaliteit zijn en/of kost het meer inzet van arbeid en materieel om het gewas van het veld te halen met schade aan de bodem tot gevolg. Het is daarom van belang dat agrarisch ondernemers tijdig inspelen op de veranderingen en de bedrijfsvoering waar nodig aanpassen.
De gemeente stimuleert en faciliteert waar nodig dat zij in gesprek gaan met collega b0oeren over klimaatadaptatie, leren van elkaar en kennis en ervaring uitwisselen over mogelijke maatregelen.
20
In samenwerking met provincie, waterschap en de agrarische sector zet de gemeente zich in voor onder meer: • Verstandig omgaan met watersystemen, zoals de aanleg van stuwen om het waterpeil te reguleren en individueel waterbeheer. • Het in- of doorzaaien van kruidenrijk grasland met diep wortelende grassen en kruiden, waardoor vocht langer wordt vastgehouden. • Evenwichtsbemesting: bemesten wat het gewas nodig heeft en onnodige uitspoeling voorkomen. • Cursussen over goed bodembeheer voor up-to-date kennis en nieuwe inzichten en mogelijkheden om klimaatadaptatiemaatregelen te implementeren. • Rassen kiezen die beter bestand zijn tegen droogte en warmte. • Aanleg van natuurlijke akkerranden stimuleert natuurlijke vijanden waardoor de kans op uitbraak van plaaginsecten kleiner wordt. • Andere vormen van landgebruik zoals het telen van biobased gewassen, een kansrijke methode om de milieu-impact van de landbouw, industrie en de bouw te verlagen. De uitstoot van CO2 is lager en er zijn minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig, omdat materialen steeds weer aangroeien • Agroforestry: combineren van landbouw of veeteelt met actief beheren van bomen. Deze maatregel zorgt voor verhoogde bodemweerbaarheid en vruchtbaarheid, zelfs in extremere weersperiodes.
• Aanplanten van bomen en andere schaduw gevende struiken geeft de mogelijkheid aan vee om bij hitte schaduw te vinden en dus verkoeling. Dit verlaagt de kans op hittestress.
Wat is de rol van de gemeenten? Provincie Overijssel is aan zet als het gaat om landbouw en landgebruik. Zij stelt de kaders, stelt beleid op en beschikt over middelen om de transitie vorm te geven. De gemeente is faciliterend en stimulerend. Hierbij spelen we in op kansen die zich voordoen en leggen we proactief verbinding tussen partijen en met de samenleving. Samen met provincie Overijssel en het waterschap willen we een realistische balans realiseren tussen een duurzame toekomstgerichte sector en de kwaliteit van natuur, water en landschap.
Wat is de rol van de samenleving? De agrarische sector, de provincie en de samenleving hebben het initiatief voor verduurzaming binnen de landbouw.
21
7.
Industrie (en bedrijven): Visie en uitvoering
Voor industrie geldt het volgende speerpunt:
➢ Geen uitstoot van broeikasgassen vanuit bedrijven in de gemeente Dinkelland in 2050. Industrie (en bedrijven) – onze visie Hoewel van grootschalige industrieterreinen binnen de gemeenten Dinkelland geen sprake is, richten wij ons wel op het stimuleren van verduurzaming van bedrijven en bedrijventerreinen. We streven naar toekomstbestendige bedrijventerreinen, met een kwaliteitsniveau dat aansluit bij de landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid en de wet- en regelgeving die daarbij hoort. Daarmee dragen we bij aan een goed vestigingsklimaat voor de bedrijven in onze regio.
Industrie (en bedrijven) – uitvoering Wat willen we bereiken? We willen ondernemers stimuleren en faciliteren om hun bedrijven te verduurzamen. Met als uiteindelijke doel om in 2050 geen broeikasgassen meer uit te stoten. Ook stimuleren wij duurzame initiatieven waardoor schaalvergroting en/of een gezamenlijke aanpak mogelijk is. Bij bedrijventerreinontwikkeling is het bodem- en watersysteem sturend voor de locatie en ruimtelijke invulling van plannen. Bovendien zijn bedrijven verplicht om te voldoen aan kwaliteitsambities voor nieuwe plannen en nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen.
Wat doen de gemeenten al? We ontwikkelen beleid voor het verduurzamen van bedrijven(terreinen) en kansen voor verduurzaming voor ondernemers. Daarnaast kent de wet milieubeheer regelgeving bij vergunningverlening. Deze wordt gehandhaafd door de Omgevingsdienst Twente (ODT). We bespreken met ondernemers met een nieuwbouwvraag actief in hoeverre de beoogde plannen ook gerealiseerd kunnen worden door middel van het toekomstbestendig maken en/of beter benutten van de bestaande kavel van het betreffende bedrijf, en faciliteren hen hier zoveel als mogelijk in. Daarmee houden we de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen op peil. 22
Wat willen we gaan doen? We willen bedrijventerreinen/bedrijven faciliteren bij de planvorming voor verduurzaming van hun bedrijf. Dat doen we door een energieloket voor bedrijven in te richten in combinatie met inzet van instrumenten ter stimulering van het verduurzamen van bedrijven. Daarbij verkennen we ook de kijken we ook naar de inzet van energieadviseurs zodat ook ondernemers advies op maat kunnen krijgen voor verdere stappen qua verduurzaming. Daarnaast willen we zorgen voor een betere aansluiting met het bedrijfsleven. Zo willen we het lokale bedrijfsleven inzetten voor het verduurzamen van woningen via regelingen van de gemeente. Voor het verduurzamen van woningen via regelingen van de gemeente willen we zorgen dat het lokale bedrijfsleven wordt ingezet. We willen ondernemers stimuleren en faciliteren om hun bedrijven te verduurzamen. Met als uiteindelijke doel om in 2050 geen broeikasgassen meer uit te stoten. Ook stimuleren wij duurzame initiatieven waardoor schaalvergroting en/of een gezamenlijke aanpak mogelijk is. We willen sturen op kwaliteitsambities voor alle nieuwe plannen en nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen, ongeacht omvang en doelgroep.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld over kwaliteitsambities op het gebied van: Bodem en water: Bedrijven gebruiken voor hun bedrijfsactiviteiten zo min mogelijk drink- en zoetwater, maken daarbij gebruik maken van de laatste stand van duurzame techniek en streven circulair watergebruik na. Circulair bouwen: Stimuleren van bedrijven om circulair te bouwen. Duurzaam gebruik: Grondstoffen worden hoogwaardig in de grondstofketen teruggebracht. Gezonde en groene leefomgeving: Plan voor bedrijventerreinontwikkeling houden rekening met een aantrekkelijke, toekomstbestendige en gezonde leefomgeving voor mens en dier en bevat maatregelen voor voldoende waterberging, het voorkomen van hittestress en versterking van biodiversiteit. Groene energie: Nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen beschikken niet over een aardgasaansluiting en houden rekening met de (mogelijke) realisatie van smart-grid oplossingen en/of energy-hubs om de netcapaciteitsproblematiek te beperken. Dakconstructies van nieuwe bebouwing zijn geschikt voor het dragen van zonnepanelen. We voeren een haalbaarheidsstudie uit naar Smart Energy Hubs voor bedrijventerreinen in Dinkelland, met als doel dat bedrijven gezamenlijk werken aan een slim lokaal energiesysteem: betrouwbaar, voordelig en duurzaam. Hierbij is het doel om te kijken of we bedrijven slim kunnen laten samenwerken in de omgang met de netcongestie.
In het kader van de nieuwe Omgevingswet kunnen wij eisen stellen voor bijvoorbeeld het stimuleren van zon op dak bij bedrijven (bijvoorbeeld dakconstructie die geschikt is voor zonnepanelen). Waar mogelijk gaan we duurzaamheidseisen aan de voorkant in de vergunningverlening opnemen. We willen daarnaast stimuleren en faciliteren dat bedrijfsdaken die nu nog niet geschikt zijn voor zonnepanelen worden verstevigd of aangepast, zodat er toch zon op dak mogelijk wordt.
Wat is de rol van de gemeente? We zijn binnen deze sector faciliterend en stimulerend. Het initiatief ligt vooral bij de bedrijventerreinen/bedrijven zelf. Wel gaan we extra capaciteit inzetten om de faciliterende/stimulerende rol te kunnen uitvoeren.
Wat is de rol van de samenleving? De voornaamste rol ligt bij bedrijventerreinen/ grote bedrijven. Het initiatief om te verduurzamen ligt bij henzelf. 23
24
8.
Klimaatadaptatie: Visie en uitvoering
We proberen de opwarming van de aarde te beperken, maar daarnaast passen we ook onze omgeving aan. Hierdoor zijn we beter voorbereid op de effecten van de klimaatverandering. Voor klimaatadaptatie geldt het volgende speerpunt:
Wij passen onze leefomgeving zodanig aan, dat we zijn voorbereid op de klimaatverandering, waardoor we beter kunnen omgaan met de effecten van extreem natte en extreem droge perioden. Klimaatadaptatie – visie De perioden van extreme droogte en vernatting kunnen vergaande gevolgen hebben voor onze veiligheid, voedsel en de leefomgeving waarin we wonen en werken. Door de aanpassingen kunnen we water langer vasthouden en gecontroleerd afvoeren. We zorgen dat we zijn voorbereid op extreme regenbuien en de risico’s op overstromingen vanuit bijvoorbeeld de Dinkel. En in droge perioden zorgen we dat we hittestress in de bebouwde kom tegengaan en dat er voldoende water is. ‘ De gemeente kan de projecten en initiatieven stimuleren door te faciliteren, ondersteunen, mee te denken en financieel bij te dragen in de vorm van subsidies. De gemeente wil de samenleving bewegen van willen naar doen.
Klimaatadaptatie – uitvoering Wat willen we bereiken? We willen zorgen dat inwoners zich ook in de toekomst veilig voelen met voldoende water in droge perioden en droge voeten in natte perioden. Daarnaast willen we bewustwording creëren bij inwoners dat zij zelf ook verbeteracties kunnen uitvoeren om water langer vast te houden, zuinig te zijn met water en te zorgen voor verkoeling bij extreme droge perioden. We willen hittestress in de bebouwde kom tegengaan met groenvoorziening en water in de bebouwde kom. Want groen geeft schaduw en water zorgt voor verkoeling. We willen er verder voor zorgen dat water gebufferd kan worden in de gemeente, wat van pas kan komen in periodes van droogte.
Wat doen we al? Vanuit het Nationaal Deltaprogramma en de Nationale Klimaatadaptatiestrategie is een landelijke aanpak geïntroduceerd, om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Vanuit dit programma is voor gemeente Dinkelland op lokaal niveau een doorvertaling gemaakt in een Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2021 – 2025. In dit programma is een top 10 aan maatregelen opgenomen die eraan bijdragen dat de bebouwde kom klimaatrobuuster wordt ingericht tegen extreme regenval. Hiervoor wordt elders water zo lang mogelijk vastgehouden. Daarnaast zijn maatregelen opgenomen in het Uitvoeringsprogramma behorende bij het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2019 – 2024. Dit programma richt zich met name op beheer, onderhoud en verbetering van de riolering. Binnen deze projecten wordt altijd gekeken hoe straten en het rioleringsstelsel kunnen worden aangepast, zodat water ook bij extreme weersomstandigheden goed kan worden opgenomen en afgevoerd. In 2024 is het water – en rioleringsprogramma 2025 - 2030 gerealiseerd als opvolger van het GRP. Daarbij zal nog meer aandacht zijn voor klimaatadaptatie. 25
Aanpassing aan riolering: Schoon regenwater wordt niet meer afgevoerd via het riool.
Wat willen we gaan doen? De gemeente Dinkelland wil bewustwording creëren bij inwoners. Wat kunnen zij zelf doen in het kader van hittestress en het vasthouden van water? Met kleine verbeteracties en subsidieregelingen stimuleren we inwoners om actie te ondernemen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aanleg van groene daken, bomen planten, het afkoppelen van regenwater (regenton) en ontstenen van tuinen. Daarnaast ziet de gemeente Dinkelland kansen om in het buitengebied actie te ondernemen. Waterberging aan de rand van de bebouwde kom is heel effectief om wateroverlast binnen de bebouwde kom te voorkomen. Daarnaast houden broekbossen, houtwallen en singels water vast. Door het aanleggen en versterken van deze landschapselementen kunnen we CO2 vasthouden in de bodem en kunnen we water langer en beter vasthouden in het buitengebied. Bovendien versterkt dit ons unieke coulisselandschap en geeft dit een impuls aan de beleving van ons landschap en de unieke leefomgeving. Ten slotte willen we maatregelen nemen om hittestress en droogte aan te pakken. We willen dit niet financieren vanuit de rioleringsheffing, maar door Europese en landelijke subsidies efficiënt te benutten en door goed samen te werken met onze partnerorganisaties, zoals waterschap, provincie, Vitens en woningcorporaties.
Daarnaast willen we de samenwerking met dorps- en kernraden, lokale energiecoöperaties en werkgroepen duurzaamheid versterken.
26
Wat is de rol van de gemeenten? De gemeente heeft samen met andere overheidsorganisaties een inspanningsverplichting als het gaat om het afvoeren en vasthouden van regenwater en grondwater. Er zullen echter altijd situaties en perioden zijn waar en wanneer nog steeds overlast kan optreden. We willen wateroverlast zoveel mogelijk beperken, maar kunnen het niet altijd voorkomen. Daarnaast heeft de gemeente een stimulerende rol als het gaat om verbeteracties van inwoners, waardoor het voorkomen van wateroverlast en droogte ook haalbaar en betaalbaar blijft. Bovendien heeft de gemeente een voorbeeldfunctie en kan de gemeente maatschappelijk vastgoed duurzaam inrichten. Ook kunnen duurzaamheidseisen worden gesteld in bestemmingsplannen bij de inrichting van een nieuwbouwwijk, de (ver)bouw van woningen en bedrijfspanden en de herinrichting van pleinen en openbare ruimte. De eisen kunnen zich richten op minder hitte-uitstoot en vasthouden van water.
Wat is de rol van de samenleving? Het klinkt wellicht te eenvoudig, maar meer bewustwording in de samenleving kan een grote bijdrage leveren om ons aan te passen aan de klimaatverandering. Immers een groot deel van onze gemeente is in particulier bezit. Voor iedere inwoner en elk bedrijf is het een kleine moeite, maar samen maakt het gedrag van inwoners en bedrijven een groot verschil. Zodra inwoners en bedrijven zich meer bewust zijn dat zij zelf het verschil kunnen maken, zal dat groot effect hebben op het waterverbruik, de vergroening en de ontstening in onze samenleving.
Milieu Centraal biedt een stappenplan met praktische tips voor een duurzame toekomst.
27
9.
Koppelkansen
Als gemeenten zijn wij altijd op zoek naar koppelkansen, zodat we bijvoorbeeld de energietransitie kunnen combineren met andere opgaven. Met relatief kleine verbeteracties, een goede samenwerking met de partners, koppelkansen in de openbare ruimte en het stapelen van functies, willen we de energietransitie versnellen. We zien de volgende koppelkansen.
Agrarische sector Het is belangrijk dat de agrarische sector kan verdienen aan de energietransitie. Bijvoorbeeld door het opwekken van biogas, of grote boerderijdaken vol te leggen met zonnepanelen.
Openbare ruimte, nieuwbouw en bestaande (bedrijfs)gebouwen Wanneer we werken aan nieuwbouw, renovatie of verbouwing van bestaande gebouwen en ontwikkelingen in de openbare ruimte willen we duurzaamheidsdoelstellingen meer aan de voorkant integreren in processen en projecten. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren en onderhouden van de openbare ruimte, woningbouw en vergunningverlening en heeft daarmee mogelijkheden om ook impact te maken op het vlak van duurzaamheid. Dit kan bijvoorbeeld zijn in aan te leggen groenvoorzieningen, maar ook als opdrachtgever naar aannemers in de uitvoering van werken. Ook in (bedrijfs)gebouwen of bedrijventerreinen en uit- en inbreidingsplannen is nog veel te winnen als het gaat om het aan de voorkant sturen op duurzaamheidssmaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan de geschiktheid van daken of de opstelling en indeling van terreinen. Innovaties op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit in het toepassen van materialen of CO2reductie tijdens uitvoering van werken kunnen worden aangejaagd door de juiste beleidsuitgangspunten en goed opdrachtgeverschap. Om duurzaamheid in te bedden in de afdeling Openbare Ruimte en Fysieke Leefomgeving moet er een slag gemaakt worden om de strategische doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te vertalen naar de verschillende werkdomeinen.
Een (tijdelijk) beleidsmedewerker duurzaamheid vertaalt de strategische doelstellingen naar de verschillende werkdomeinen en zorgt dat het thema duurzaamheid structureel wordt ingebed in het beleid en in de (uitvoering van de) werkdomeinen.
28
Kansenkaart We realiseren een kansenkaart, waarbij we nagaan hoe we bij bestaande ontwikkelingen en plannen met kleine aanpassingen een groot effect kunnen bereiken als het gaat om klimaatadaptatie. Daarbij gaat het om nieuwbouw, onderhoud, herinrichting van centra/kernen, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van speeltuinen, renovatie en verbouwingen.
Prestatieafspraken We kunnen de samenleving stimuleren om hierin samen te werken met de gemeente. Denk hierbij aan prestatieafspraken met lokale energiecoöperaties, werkgroepen duurzaamheid en woningbouwcorporaties. Zij kunnen ambassadeur zijn om inwoners en ondernemers te stimuleren om gebouwen, tuinen en terrassen te vergroenen en ontstenen.
Leefbaarheid in kernen Ook liggen er kansen bij projecten die de leefbaarheid in kernen vergroten. In het kader van Mijn Dinkelland 2030 kunnen kernraden en andere werkgroepen en coöperaties ideeën aandragen die bijdragen aan de klimaatopgave.
Circulaire economie Door reductie, hergebruik, recycling en efficiënter materiaalgebruik draagt een circulaire economie bij aan een daling van de uitstoot van broeikasgassen. We werken aan een visie en uitvoeringsprogramma om naar een circulaire economie in 2050 toe te werken. Kort samengevat, verwachten we dat veel bereiken door meer samen te werken met overheden en inwoners, bewustwording te creëren bij jong en oud, koppelkansen te benutten en verbeteracties en gedragsverandering te stimuleren. 29
10. Educatie Om meer bewustwording te creëren onder inwoners, is het van belang om een educatieprogramma samen te stellen. Dit programma schenkt aandacht aan klimaatverandering, de klimaatopgave en wat we hierin zelf kunnen doen om de klimaatverandering te beperken en ons beter voor te bereiden op de effecten ervan. Voor het samenstellen van het educatieprogramma kan ook samenwerking worden gezocht met organisaties die hierin al actief zijn, zoals IVN, Natuur – en Milieu Overijssel (NMO), het waterschap Vechtstromen en andere organisaties. Primaire doelgroep van de meeste bestaande educatieprogramma’s is 4 tot 12 jaar. Maar ook voor scholieren en studenten zijn interessante programma’s (projecten/opdrachten) samen te stellen om aan de slag te gaan met de klimaatopgave. Voor volwassenen is het mogelijk om met educatie meer bewustwording te creëren met bijvoorbeeld informatieborden bij waterbergingsprojecten en projecten rondom aanleg en herstel van landschapselementen. Op de langere termijn zal het educatieprogramma met zekerheid haar vruchten afwerpen. De gewenste duurzame houding van mensen is dan dieper geworteld.
30
11. De cijfers: wat zijn de ontwikkelingen van de afgelopen jaren? Via de Regionale Klimaatmonitor van het Rijk kan informatie worden gevonden over de voortgang in het bereiken van de doelen uit het Klimaatakkoord. Hierbij wordt onder meer gekeken naar het energieverbruik van verschillende sectoren, de uitstoot van CO2 en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit geeft met name inzicht in de trends over de afgelopen jaren. Een beperkende factor is het feit dat de nieuwste informatie die beschikbaar is via de klimaatmonitor dateert uit 2021 en 2022. De ontwikkeling van de afgelopen twee jaar kan dus niet worden meegenomen, omdat hier nog geen data van bekend is. De cijfers van de Klimaatmonitor geven inzicht in een aantal parameters wat betreft de doelen uit het klimaatakkoord. Bijvoorbeeld in onze CO2-uitstoot, het energieverbruik en het aardgasverbruik. Er is echter niet altijd een verband tussen maatregelen die de gemeente neemt en de tussenstand in de klimaatmonitor. Veel externe factoren spelen mee. Zo kunnen hogere gasprijzen bijvoorbeeld zorgen voor minder aardgasverbruik en een strenge winter kan er bijvoorbeeld juist voor zorgen dat het aardgasverbruik toeneemt. De cijfers uit de monitor geven dus enkel een indicatie of we op de goede weg zijn, maar geven dus niet altijd het volledige beeld.
CO2-uitstoot
31
Energieverbruik
Hernieuwbare energie
32
12. Financiën Uitvoering van het klimaatprogramma vindt plaats binnen de beschikbare middelen voor het programma Leefomgeving van de Toekomst. Er zijn voor de huidige raadsperiode project- en uitvoeringsgelden beschikbaar gesteld. Daarnaast beschikken we over aanvullende subsidiegelden vanuit het Rijk vanuit bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma en Energiearmoede. Ook zijn inmiddels vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor uitvoering van het Klimaatakkoord (Regeling CDOKE). Deze is bedoeld voor het binnenhalen van nieuwe collega’s of externe deskundigen met kennis van klimaat en energie ten behoeve van de hoofdsectoren vanuit het Klimaatakkoord, met uitzondering van Landbouw en Landgebruik. Ook voor klimaatadaptatie kunnen de middelen vanuit de CDOKE niet worden besteed.
Projectgelden Onderstaand is een overzicht gegeven van de projectgelden voor uitvoering van het klimaatprogramma, inclusief een onderverdeling naar de verschillende hoofdsectoren op basis van de ambities en bijbehordende inspanningen. Financiering van de ambities ten aanzien van klimaatadaptatie vindt plaats vanuit het WRP. Bijstelling van de middelen en mogelijke onderlinge verschuivingen vinden plaats via de rapportage in de reguliere P&C cyclus. Het uitvoeringsprogramma wordt tweejaarlijks geactualiseerd.
Projectgelden 2024-2026 (periode 3 JAAR)
Verdeling naar Hoofdsectoren 1. Gebouwde omgeving