CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

KAPVERORDENING 2021 Dinkelland met artikelsgewijze toelichting.pdf

Commissie Omgeving & Economie 28 juni 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen Kapverordening 2021 en bebouwde komgrenzen Wet natuurbescherming onderdeel houopstanden3.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artikelsgewijze toelichting op Kapverordening 2021 Leeswijzer: Per artikel is, waar nodig, een toelichting gegeven op de inhoud. Deze toelichting is in geel gearceerde tekst weergeven. Eveneens is in deze toelichting, indien van toepassing, aangegeven op welke wijze de Kapverordening 2021 verschilt van de Kapverordening 2015.

Kapverordening 2021 Dinkelland Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. afzetten van hakhout: het bij wijze van onderhoudsmaatregel verwijderen van de bovengrondse delen van hakhout, zodanig dat dit weer kan uitlopen (om dat te garanderen moet van de bovengrondse delen van hakhout minstens 0,20 m boven het maaiveld blijven staan); b. bebouwde kom: De bebouwde kom van de gemeente, zoals vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onderdeel a. van de Wet Natuurbescherming; c. bomenrij: drie of meer bomen, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, watergang en/of perceel, visueel als samenhangend element herkenbaar; d. boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven; e. boomgroep: een verzameling van drie of meer bomen, visueel als samenhangend element herkenbaar; f. boomvormer: een houtachtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken, die kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik; g. (erf)bos: een boomgroep, al dan niet op of bij een erf; h.

cascokaart: indicatieve kaart, waarop de landschapstypen binnen de gemeente zijn aangegeven, waarop ook is aangegeven welke landschapselementen typerend en welke landschapselementen minder typerend zijn voor het ter plaatse aanwezige landschap, en waarop staat waar compenserende beplanting kan worden gerealiseerd ter versterking van het ter plaatse aanwezige landschapstype; i. cultuurhistorische waarde: de waarde van een houtopstand gezien vanuit historisch perspectief; j. dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. De houtopstand als geheel verliest hierbij zijn functie en vorm niet. k. ecologische waarde: de waarde van een houtopstand als (onderdeel van een) ecosysteem. l. hakhout: bomen of boomvormers, die na het afzetten op de stobbe weer uitlopen én waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is; m. houtopstand: bomen, boomvormers en landschapselementen; n. houtwal: lijnvormig element van bomen, boomvormers, hakhout en/of struiken op een wallichaam; o. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een houtopstand; p. kandelaberen: Het snoeien van een boomkroon tot een hoofdstam met takstompen; q. knotten: Het snoeien van een boomkroon tot een hoofdstam; r.

landschap: en geografisch gebied dat in zijn uiterlijk één geheel vormt, bestaand uit natuurlijke elementen (grondsoort, reliëf, waterhuishouding, bodem, hoogteligging) en uit door de mens aangebrachte elementen (houtopstanden, bewoningsvorm, grondgebruik, verkaveling, verkeersinfrastructuur);

s.

landschapselement: hakhout; een houtwal; een singel; een boomgroep; een (erf)bos; een bomenrij; t. landschapstype: de voor Noordoost Twente typerende variaties in landschappen, benoemd per variatie; u. landschappelijke waarden: de waarde van houtopstanden en ruimtelijke structuren in een landschap die getuigen van een (nog) herkenbare ontwikkelingsgeschiedenis, inclusief archeologische waarden; v. natuur- en milieuwaarden: de waarde van een houtopstand gezien vanuit het perspectief van natuur- en milieubescherming; w. noodkap: met toestemming van het bevoegd gezag direct vellen van een houtopstand waarbij de reguliere procedure vanwege acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang niet kan worden afgewacht; x. periodiek afzetten: het afzetten van hakhout dat minstens één keer per 15 jaar plaatsvindt; y. rooien: het met wortel en al verwijderen van een houtopstand; z. singel: lijnvormig element van bomen, boomvormers, hakhout en/of struiken, niet gelegen op een wallichaam; aa. vellen: het kappen; rooien; verplanten; snoeien van meer dan 20% van de boomkroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; bb.

waarden voor stads- en dorpsschoon: de waarde van een houtopstand voor het verfraaien van het (straat)beeld binnen de bebouwde kom; cc. waarden voor recreatie en leefbaarheid: de waarde van een houtopstand voor recreatieve doeleinden en leefbaarheid op en in de nabije omgeving van de standplaats. 2. Indien op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd is, wordt in deze verordening voor “burgemeester en wethouders” gelezen: het bevoegd gezag bedoeld in artikel 1.1 eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Toelichting artikel 1: De begripsomschrijving geeft een eenduidige interpretatie van de in deze verordening gebruikte begrippen. Ten opzichte van de kapverordening 2015 is de begripsomschrijving uitgebreid.

Artikel 2. Bomen binnen de bebouwde kom 1. Het is verboden om binnen de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een boom of boomvormer te vellen of te doen vellen met een stamomtrek groter dan 1,25 m, gemeten op 1.30 m vanaf het maaiveld. 2. Het is verboden om binnen de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een boom of boomvormer te vellen of te doen vellen die in het kader van een herplantplicht of inpassingsverplichting geplant is of waarop een instandhoudingsplicht rust. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste of tweede lid kan worden geweigerd, of onder voorschriften of beperkingen worden verleend, als het belang bij het vellen van een boom of boomvormer niet opweegt tegen het belang van behoud van: a. b. c. d. e. f.

natuur- en milieuwaarden; landschappelijke waarden; ecologische waarden; cultuurhistorische waarden; waarden van stads- en dorpsschoon; waarden voor recreatie en leefbaarheid.

Artikel 3. Bomen en landschapselementen buiten de bebouwde kom 1. Het is verboden om buiten de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een boom of boomvormer te vellen of te doen vellen met een stamomtrek groter dan 1,25 m, gemeten op 1.30 m vanaf het maaiveld. 2. Het is verboden om buiten de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een landschapselement, geheel of gedeeltelijk, te vellen of te doen vellen. 3. Het is verboden om buiten de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen die in het kader van een herplantplicht of inpassingsverplichting geplant is of waarop een instandhoudingsplicht rust. 4. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid kan worden geweigerd, of onder voorschriften of beperkingen worden verleend, als het belang bij het vellen van een houtopstand niet opweegt tegen het belang van behoud van: a. b. c. d. e. f.

natuur- en milieuwaarden; landschappelijke waarden; ecologische waarden; cultuurhistorische waarden; waarden van stads- en dorpsschoon; waarden voor recreatie en leefbaarheid.

Toelichting artikelen 2 en 3: Er wordt gebruik gemaakt van de omtrek van een boom in plaats van een stamdikte. De stamdikte van een boom kan afhankelijk van de meetwijze verschillen (bijvoorbeeld bij een ovale stam) waar het meten van omtrek altijd een eenduidige afmeting geeft. In de kapverordening 2015 is een stamdikte van 40cm opgenomen als grens voor vergunningplicht, wat qua afmetingen vergelijkbaar is met de in de kapverordening 2021 opgenomen stamomtrek van 125cm. Omtrek meten is voor iedereen eenduidig uitvoerbaar, velen hebben wel de beschikking over een meetlint. Diameter (dikte, doorsnede) meten is lastiger aangezien het benodigde gereedschap (meetklem / XXL schuifmaat) daarvoor niet algemeen beschikbaar zijn.

In de kapverordening 2015 wordt vergunningplicht gesteld voor 9 boomsoorten met een stamdikte van 40cm of meer. In de praktijk blijkt dat het gebruik van specifieke boomsoorten onduidelijkheid geeft bij het bepalen van vergunningplicht door onze inwoners. Dit heeft in deze herziening geleid tot niet langer opnemen van een soorten-onderscheid. Bij een stamomtrek van 125cm is het aannemelijk dat er sprake is van een boom of houtopstand met enige omvang en daarbij behorende waarden volgens artikel 2 lid 3. Daarnaast geldt in de kapverordening 2015 een vergunningplicht voor landschapselementen binnen de bebouwde kom. Deze vergunningplicht leidt een regeldruk voor vele kleine, niet- of minder waardevolle bomen en/of houtopstanden binnen de bebouwde kom, die geen recht doet aan het doel

van een kapverordening; het beschermen van waardevolle houtopstanden. In de kapverordening 2021 is daarom de vergunningplicht voor landschapselementen binnen de bebouwde kom vervallen. Daar waar wél waardevolle, kleine landschapselementen aanwezig zijn binnen de bebouwde kom, zijn deze veelal eigendom van de gemeente. Met het vaststellen van het Kwaliteitsplan Openbaar Groen en het Uitvoeringsplan biodiversiteit is reeds bepaald op welke wijze omgegaan moet worden met deze elementen en de waarden daarvan. In het buitengebied draagt het overgrote deel van de aanwezige landschapselementen als houtwal of houtsingel bij aan landschappelijke waarden, natuurwaarden en/of ecologische waarden. Bescherming van deze elementen met een vergunningplicht past daarmee binnen het doel van een kapverordening en draagt bij aan de instandhouding van de waarden (incl. economische waarde) van het Nationaal Landschap Noordoost Twente. Hieronder enkele voorbeelden van situaties waarin de bestaande regelgeving (kapverordening 2015) onvoldoende aansluit op de praktijk. De doelstelling van een kapverordening, het beschermen van waardevolle houtopstanden, zien we in dergelijke situaties onvoldoende terug. De opgenomen voorbeelden zijn bedoeld als beeldvorming en daarom verdeeld over Dinkelland en Tubbergen (gelijke kapverordening 2015).

Artikel 4. Geen vergunning vereist De in de artikelen 2 en 3 gestelde verboden gelden niet voor: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; 3. het vellen of doen vellen van kweekgoed en andere houtopstanden als bedoeld in de Wet Natuurbescherming artikel 4.1, aanhef en onder: c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; tenzij deze zijn geknot; - h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1 .ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2 .bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3 .zijn aangelegd na 1 januari 2013.

4. het vellen of doen vellen van een houtopstand die moet worden geveld volgens een aanschrijving van burgemeester en wethouders of van een ander wettelijk bevoegd gezag; 5. het vellen of doen vellen van een houtopstand in het kader van noodkap; 6. het vellen of doen vellen van houtopstanden in die gevallen waarin bij een bestemmingsplan, omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald dat daarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b., van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; 7. het vellen of doen vellen van houtopstanden in die gevallen waar in een landschappelijk inpassingsplan, dat onderdeel uitmaakt van een bestemmingsplan, omgevingsplan of voorbereidingsbesluit, staat beschreven dat houtopstanden kunnen worden geveld; 8. het vellen of doen vellen van houtopstanden binnen de vastgestelde Natura2000 en/of Natuur Netwerk Nederland begrenzing, indien het vellen van deze houtopstanden benodigd is voor realisatie van provinciaal, landelijk of Europees vastgestelde natuurdoelstellingen. Toelichting artikel 4: Artikel 4 geeft aan in welke situaties geen vergunning benodigd is voor het kappen van houtopstanden, die op basis van artikel 2 en 3 wél onder de vergunningplicht vallen.

Er is geen vergunning vereist voor onderhoudswerkzaamheden, zoals het periodiek afzetten van hakhout (lid 1) of het uitvoeren van dunning van houtopstanden (lid 2). Het periodiek afzetten van hakhout en dunning betreft onderhoudswerk wat benodigd is voor langdurige instandhouding van houtopstanden als geheel. Bij wél vergunningplichtig stellen van onderhoudswerkzaamheden wordt een drempel opgeworpen die op lange termijn zal leiden tot afname van kwaliteit van houtopstanden in Noordoost Twente. Hieronder een afbeelding ter verduidelijking van het principe hakhoutbeheer:

En een afbeelding ter verduidelijking van het principe dunning:

Daarnaast is geen vergunning vereist voor het vellen van houtopstanden die voor specifiek (economisch) gebruik aangeplant zijn zoals bijvoorbeeld kerstbomen, kweekgoed van boomkwekerijen en aanplant voor biomassateelt (lid 3). Artikel 4, lid 3 verwijst naar artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming. Voor zover van belang voor deze verordening geven we de tekst van dit artikel hieronder weer. Wet Natuurbescherming Artikel 4.1 Het bepaalde bij en krachtens deze paragraaf, met uitzondering van artikel 4.6, heeft geen betrekking op: a. (…); b. (…); c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. (…); h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1 .ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Op basis van lid 4 en 5 wordt vellen op basis van noodkap of vergelijkbaar spoedeisend belang vergunningvrij gesteld. Hier betreft het vellen van bomen met spoed vanwege risico’s voor openbare veiligheid, op basis van de plantenziektewet, spoorwegwet of andere wetgeving en/of vergelijkbaar spoedeisend belang waarbij het niet verantwoord wordt geacht de termijn van een vergunningprocedure af te wachten. In vergelijking met de kapverordening 2015 is dit artikel gewijzigd m.b.t. de vergunningplicht voor houtopstanden in het buitengebied die onder de Wet Natuurbescherming vallen. In de kapverordening

2015 geldt voor deze houtopstanden het principe ‘niet vergunningplichtig, tenzij’. (tenzij: gelegen op/aan een erf, in een tuin, zelfstandige eenheid kleiner dan 10 are/20 bomen in rij, bestemmingsplan een kapverbod benoemt, het gaat om een herplantplicht of instandhoudingsplicht etc.) In de kapverordening 2021 wordt een ‘vergunningplichtig, tenzij’ principe gehanteerd. De tenzij staat beschreven onder artikel 4. Hiermee bepaald de kapverordening de vergunningplicht wat leidt tot heldere, gelijke en begrijpelijke regels voor het gehele buitengebied van Dinkelland. Daarbij biedt dit aan de gemeente de mogelijkheid voor een kwalitatieve, inhoudelijke toetsing van een vergunningaanvraag waar onder de kapverordening 2015 dit beperkt mogelijk is. Artikel 4 is daarnaast gewijzigd t.o.v. de kapverordening 2015 met toevoeging van lid 7, lid 8 en door actualisatie van de teksten in verband met de wijziging van Boswet naar Wet Natuurbescherming. Lid 6, 7 en 8 voorzien in een vrijstelling van vergunningplicht bij vellen van bomen waar in een eerdere procedure reeds door gemeenteraad en/of hoger bevoegd gezag een besluit is genomen wat leidt tot het vellen van de betreffende houtopstanden. Het nogmaals verplichten tot doorlopen van een procedure leidt tot onevenredige kosten en proceduretijd voor aanvragers.

Artikel 5. Compensatie en herplant 1. Aan een omgevingsvergunning zoals bedoelt in artikel 2 en 3 kan de verplichting worden verbonden om elders in de gemeente in compenserende beplanting te voorzien. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat in deze compenserende beplanting wordt voorzien buiten het grondgebied van de eigen gemeente, mits binnen het gebied van de gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen. 3. Burgemeester en wethouders stellen een cascokaart vast waarop de landschapstypen binnen de gemeente zijn aangegeven, waarop ook is aangegeven welke landschapselementen typerend en welke landschapselementen minder typerend zijn voor het ter plaatse aanwezige landschap, en waarop staat waar compenserende beplanting kan worden gerealiseerd ter versterking van het ter plaatse aanwezige landschapstype; Toelichting artikel 5: Dit artikel beschrijft de mogelijkheid om aan een vergunning voor het vellen van een houtopstand een herplant- of compensatieplicht te verbinden. Het verbinden van een herplantverplichting aan een vergunning geeft kansen voor herstel van waarden van houtopstanden op de lange termijn. Op basis van het geldende cascobeleid beschrijven lid 1 en 2 de mogelijkheid om de herplantverplichting uit te voeren elders in de gemeente, of buiten de eigen gemeentegrenzen mits binnen Noordoost Twente.

Deze mogelijkheid voor herplant is opgenomen omdat herplant op de locatie waar houtopstanden geveld worden niet altijd mogelijk of wenselijk is, of slechts beperkt (toekomstgericht) waardeherstel geeft. Lid 3 geeft de verplichting aan B&W tot het vaststellen van een cascokaart waarop aangegeven staat welke houtopstanden bijdragen aan de herkenbaarheid en waarden van een landschap. Eveneens staan hierop plekken aangegeven waar aanplant meerwaarde en herstel geeft aan landschapswaarden. Deze kaart geeft duidelijkheid ten aanzien van de landschappelijke waarden in het buitengebied en biedt daarmee verduidelijking in geldende regelgeving en vergunningtoetsing. In de kapverordening 2015 is artikel 5 reeds aanwezig, er zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd .

Artikel 6. Bijzondere voorschriften en beperkingen Aan een omgevingsvergunning kunnen onder meer de navolgende voorschriften en beperkingen worden verbonden: 1.

dat, indien van de vergunning gebruik is gemaakt, binnen een bepaalde termijn moet worden herplant overeenkomstig de in de omgevingsvergunning opgenomen aanwijzingen;

2.

dat, als een voorschrift als bedoeld onder 1. wordt gegeven, daarbij tevens wordt bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen;

3.

dat van de omgevingsvergunning pas gebruik mag worden gemaakt als nader aangeduide omstandigheden zijn ingetreden of nadere aangeduide voorwaarden zijn vervuld;

4.

dat van de omgevingsvergunning geen gebruik meer mag worden gemaakt, voor zover daarvan binnen een in de omgevingsvergunning opgenomen termijn na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning geen gebruik is gemaakt.

Toelichting artikel 6: Artikel 6 beschrijft enkele voorschriften of beperkingen die aan een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand gekoppeld kunnen worden. Ten opzicht van de kapverordening 2015 zijn er geen inhoudelijke wijzigingen. Deze voorschriften hebben als doel duidelijkheid te verschaffen over de herplantplicht, de tijd die men heeft voor uitvoering daarvan en de herstelplicht bij afsterven of anders verloren gaan van beplanting die deel uit maakt van een herplantplicht (lid 1 en 2). In lid 3 en 4 wordt aangegeven of er voorwaarden zijn voor gebruik van een verkregen vergunning, zoals de geldigheidstermijn van de vergunning.

Artikel 7 Instandhoudingsplicht en herplantplicht 1. Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in zijn voortbestaan wordt bedreigd kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 2. Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is zonder vergunning is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, of als een houtopstand waarop het verbod tot vellen niet van toepassing is op grond van artikel 4, onder 4. en 5. geveld dan wel op andere wijze teniet is gedaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Daarbij kan tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.

Degene aan wie een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Toelichting artikel 7: Houtopstanden waarop vergunningplicht rust hebben diverse waarden, bedreiging van dergelijke houtopstanden (bewust of niet bewust) zijn daarmee een bedreiging voor de (maatschappelijke) waarden van houtopstanden zoals het dorpsschoon, landschaps-, recreatieve- of leefbaarheidswaarde. Dit artikel biedt in lid 1 het college van B&W de mogelijkheid om een eigenaar of zakelijk gerechtigde te verplichten een bedreigde houtopstand waarop vergunningplicht rust te beschermen tegen verdere achteruitgang. Lid 2 geeft de mogelijkheid om een herplantplicht op te leggen aan de eigenaar van een houtopstand die geveld mocht worden op basis van noodkap, de plantenziekteweg of ander spoedeisend belang. Het vergunningvrij vellen volgens artikel 4, lid 4 en 5 kan slechts uit spoedeisend belang, bijvoorbeeld als het vanuit veiligheid niet verantwoord is de procestermijn voor een omgevingsvergunning af te wachten. In dergelijke gevallen is het motiveerbaar een herplantplicht op te leggen, aangezien deze

eveneens was opgelegd indien de betreffende houtopstand mét vergunning geveld was (bij geen spoedeisend belang). Ten opzichte van de kapverordening 2015 is in dit artikel met de toevoeging van de tussenzin ‘alsmede diens rechtsopvolger’ in lid 3 slecht in zeer beperkte mate gewijzigd.

Artikel 8. Slot- en overgangsbepaling Deze verordening kan worden aangehaald als: “Kapverordening Dinkelland 2021”. Zij treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Op datzelfde tijdstip vervalt de “Kapverordening Dinkelland 2015”. Vergunningen verleend op grond van de krachtens het derde lid ingetrokken verordening, worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. 5. De cascokaart, zoals vastgesteld door de gemeenteraad bij besluit van 2 juli 2012, geldt als kaart als bedoeld in artikel 5, lid 3, tot zij door burgemeester en wethouders is vervangen of gewijzigd. 1. 2. 3. 4.

Toelichting algemeen: In de kapverordening 2015 is onder artikel 7 opgenomen dat B&W beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een vergunning tot vellen van een houtopstand. Dit artikel was gebaseerd op de Boswet. Met overgang van de Boswet naar Wet Natuurbescherming is de basis voor dit artikel vervallen, waarmee er eveneens geen basis voor dit artikel in de gemeentelijke kapverordening 2021 is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/483/documents/15836