CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 Noaberkracht.pdf

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake Jaarstukken 2021 Noaberkracht19.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. -16 48 32

Baten 31 31 15 Lasten 477 516 468 Gerealiseerde -445 -485 -453 totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 aan reserves Toevoegingen 0 aan reserves Gerealiseerde -445 -485 -453 32 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Energiekosten (voordeel €35.000) In het programmajournaal heeft er een bijraming plaatsgevonden voor energie omdat er op basis van ervaringscijfers (voorgaande jaren) verwacht werd dat het begrote budget niet voldoende zou zijn. Nu blijkt dat het verbruik in het laatste half jaar van 2021 toch minder is geweest dan voorgaande jaren. Dit levert een voordeel op van €35.000. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

29

ICT Algemeen De kosten die over het afgelopen jaar voor het onderdeel ICT zijn gemaakt bestaan uit aanschaf, onderhoud en vervanging van alle hard- en software binnen het Noaberkracht ICT netwerk.

Kengetallen Voor het uitvoeren van de verschillende functies en rollen hebben Noaberkracht Dinkelland Tubbergen en de gemeenten Dinkelland en Tubbergen de beschikking over de volgende werkplek gerelateerde hardware:

KENGETALLEN Omschrijving

Aantallen december 2020 247 47

Aantallen december 2021 232 57

Laptops i.h.k.v. Het Nieuwe Werken Laptops functie gerelateerd iPads iPads t.b.v. gemeente Dinkelland iPads t.b.v. gemeente Tubbergen Smartphones Mobiele Data-Spraak abonnementen

230

259

Gemiddelde prijs in 2021 per stuk/abonnement. € 542 Betreffen 25 nieuwe laptops en 32 afgeschreven laptops (Laptops zitten niet in de vervangingscyclus) € 860

65

56

€ 860

92 43

90 43

€ 450 incl toetsenbord € 450 incl toetsenbord

32

32

€ 450 incl toetsenbord

388 407

435 432

Mobiele Data abonnementen Eizo 22 inch beeldschermen Plotters, print-, scanen kopieerapparatuur

71

82

607

598

€ 370 € 5,12 p/mnd inclusief verbruikskosten buiten bundel en aanvullende diensten (73x KPN en 359x T-Mobile). maakt gebruikt van de groepsbundel € 210

26

26

Desktops Laptops uitgeleend t.b.v. thuiswerken (Corona)

Jaarlijkse huurkosten: € 25.280 Afdrukkosten 2021: € 14.100 Afdrukkosten 2020: € 13.500

30

Wat hebben we gedaan in 2021? Naast de reguliere taken voor het ondersteunen van de Gemeenten Tubbergen en Dinkelland en Noaberkracht Dinkelland Tubbergen op het vlak van ICT hebben in 2021 veel vervangingen, aanpassingen en doorontwikkelingen plaatsgevonden in de Noaberkracht ICT omgeving.. De belangrijkste nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT in 2021 waren:

ONTWIKKELINGEN ICT Omschrijving eDienstverlening Mijn Regie Sociale Zaken

Onderhoudslasten in 2021 € 2.234

Reden Dienstverlening naar de burger als gevolg van wettelijke ontwikkelingeen Cloudbackup € 43.680 Extra backup buiten de organisatie om in geval van een Hack/malware aanval te kunnen blijven beschikken over all data eAnonimiseren van openbare € 4.752 Wettelijk vereist om openbare WKPB documenten documenten te anonimiseren Obi4One Monitoring € 2.851 Tool om de communicatie in de Sociale Media te kunnen monitoren Victa Qliksense € 4.455 Tool om snel data te kunnen analyseren en te presenteren Daarnaast zijn de volgende investeringen op het gebied van ICT gedaan in 2021:

INVESTERINGEN ICT 2021 Omschrijving Uitbreiding Financiële applicatie met factuurherkenning Apparatuur vergaderruimten (Teams Rooms) voor digitaal vergaderen

Investering in 2021 € 26.594 € 28.879

Extra uitbreiding backupopslag

€ 44.000

Vervanging applicatie Belastingen

€ 90.000

Vervanging TV schermen vergaderruimten

€ 34.000

Reden Investering om efficiënter te kunnen werken Investering als gevolg van de behoefte om digitaal in grote groepen op afstand te kunnen vergaderen Investering om de komende jaren voldoende ruimte te hebben voor de te verwachten groei van Data Oude applicatie voldeed niet meer aan de eisen en wensen van deze tijd Oude schermen waren aan vervanging toe

31

Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. -3 109 106

Baten 2 14 12 Lasten 2.812 2.779 2.671 Gerealiseerde -2.809 -2.765 -2.659 totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 29 29 0 aan reserves Toevoegingen 0 0 0 0 aan reserves Gerealiseerde -2.809 -2.736 -2.630 106 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Kosten ICT (voordeel €106.000) Van het totale voordeel van €106.000, wordt €29.000 overgeheveld naar 2022. De rest a €77.000 komt terecht in het rekeningsaldo van Noaberkracht over 2021. De volgende budgetten worden overgeheveld:  €22.800 voor inrichting Suite4Regie: Het project inrichting Suite4Regie heeft vertraging opgelopen in verband met de ontwikkelingen rondom de P-wet in 2021. Het budget wordt overgeheveld naar 2022 zodat uitvoering dan plaats kan vinden.  €6.200 voor langer doorgebruiken Dezta: In het 2e programmajournaal 2021 is aangegeven dat het de bedoeling was om per 1-1-2022 te stoppen met Dezta. In verband met het uitstellen van de Omgevingswet is het gebruik van Dezta met 1 jaar verlengd, dus tot 1-1-2023. Extra kosten daarvoor bedragen €6.200. Dit budget, bedoeld voor verlenging in 2022, is per abuis is 2021 gezet. Het budget wordt nu overgeheveld naar 2022 waar het ook hoort te staan.

Het voordeel van per saldo €77.000 dat terecht komt in het resultaat van Noaberkracht, is ontstaan door de volgende redenen:  Binnen de Noaberkracht ICT-omgeving zijn een aantal softwarepakketten en hardware pas halverwege 2021 in gebruik zijn genomen. Dit heeft een incidenteel voordeel van ongeveer €41.000 op de onderhoudslasten opgeleverd voor 2021.  We hebben een aantal onderhoudscontracten opgezegd waardoor structureel budget vrijgekomen is. De vrijgekomen gelden zijn onder meer gebruikt om afschrijvingskosten van nieuwe investeringen en hierbij komende jaarlijkse onderhoudslasten te dekken. De nieuwe investeringen zijn gedaan in 2021, dus de afschrijvingskosten zijn er vanaf 2022. Dit betekent een incidenteel voordeel in 2021 van ongeveer €8.000.  Als gevolg van corona zijn er in 2021 minder afdrukken gemaakt met de diverse printers. Dit heeft een éénmalige besparing opgeleverd van € 6.000.

32

Binnen ICT zijn er een tweetal structurele budgetten gereserveerd voor doorontwikkeling software en doorontwikkeling eDienstverlening. Deze budgetten zijn in 2021 niet volledig aangewend.

Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Tractie Algemeen Onder tractie wordt bij dit onderdeel verstaan: alle vervoersmiddelen binnen Noaberkracht. De kosten van al deze vervoersmiddelen bestaan uit aanschaf, onderhoud, vervanging en overige exploitatielasten.

Kengetallen De volgende vervoersmiddelen zijn aanwezig binnen Noaberkracht:  8 Auto's  11 bussen  4 vrachtwagens  7 Tractoren  18 Aanhangers  6 Strooiers  6 Sneeuwploegen  2 Gazonmaaimachines  1 Onkruidbrander/borstel

Wat hebben we gedaan in 2021? Vervanging tracties Voor het efficiënt uitvoeren van taken bij de buitendienst zijn goede tractiemiddelen nodig. Ook in 2021 hebben we weer meerdere voertuigen en verder materieel aangeschaft ter vervanging van technisch en financieel afgeschreven materieel. Bij het proces van vervanging is gekeken naar de technische staat van de voertuigen en is bij het in goede staat zijn van tractie middel gekozen om het nog weer een jaar op te schuiven. In 2021 zijn een aantal tractiemiddelen vervangen, omdat deze technisch verouderd waren. De totale kosten voor vervanging bedragen € 141.626, waarvan de kapitaallasten binnen het geraamde budget vallen. De vervangingsinvesteringen zijn conform het aanbestedingsbeleid uitgevoerd. Conform het regionaal beleid is aan de opdrachtnemers een SROI-verplichting opgelegd. In 2021 is het bedrijfsplan 'Samenspel' vastgesteld. Daarin is ook de totale tractiebehoefte voor de buitendienst geevalueerd. De vertaling van deze tractiebehoefte zal in de komende jaren worden vertaald naar de begroting Noaberkracht. Daarbij zal een bedrijfseconomische afweging worden gemaakt tussen zelf doen en uitbesteden.

33

Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz.

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves

0 561 -561

6 585 -579

6 601 -595

0 -16 -16

Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

0

0 -561

-579

-595

-16

Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Goederen en diensten, overig Algemeen Onder dit onderdeel zijn de kosten van de zogenaamde overige goederen en diensten verantwoord. Hierbij moet worden gedacht aan facilitaire kosten, contributies, portokosten, onderhoud van gebouwinstallaties en SPN.

Wat hebben we gedaan in 2021? Binnen het programma goederen en diensten, overig zijn de reguliere werkzaamheden uitgevoerd.

Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

34

(Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 98 12 110

Baten 153 260 358 Lasten 1.427 2.590 2.579 Gerealiseerde -1.274 -2.331 -2.221 totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 aan reserves Toevoegingen 0 aan reserves Gerealiseerde -1.274 -2.331 -2.221 110 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten in 2021 zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Huur roerende- en onroerende zaken (voordeel €56.000) Door een intensieve samenwerking buitendienst, voormalig Soweco en voormalig SPD is er op huur materieel bespaard in 2021. Dit leidt tot een voordeel van €61.000. De kosten van het leasen van (elektrische) leaseauto’s waren in 2021 hoger dan vooraf ingeschat. Dit zorgt voor een nadeel van €6.000. Consumpties en werkkleding (voordeel €67.000) Consumpties en lunches (voordeel €51.000) In het tweede programmajournaal 2021 hebben we in het coronahoofdstuk al gemeld dat besparing op consumpties over de periode januari tot augustus €31.000 bedroeg. In het tweede half jaar is er op deze post een besparing behaald van €20.000, dat maakt samen een voordeel van €51.000. De lagere uitgaven voor consumpties zijn een gevolg van het meer thuiswerken in verband met corona.

Werkkleding voormalig SPD en facilitair: (voordeel €16.000) Voormalig SPD: Voor werkkleding, schoeisels en overige veiligheidskleding is jaarlijks een budget beschikbaar van € 22.800. Het kledingbudget per medewerker is gebonden aan een maximum per jaar. Doordat medewerkers alleen noodzakelijke vervanging van kleding en schoeisel afnemen zijn dit jaar de werkelijke kosten lager. De besteding van dit budget fluctueert jaarlijks en is afhankelijk van behoefte, slijtage en veiligheidsnormen en regelgeving. In 2021 is dit een voordeel van € 12.000. Facilitair: Ook voor de afdeling facilitair is in 2021 minder geld uitgegeven aan werkkleding. Dit zorgt voor een voordeel van €4.000. Inverdieneffect voormalig Soweco personeel Door de (extra) inzet van SW personeel op investeringen en projecten is er netto een voordeel behaald van €43.000 (zgn. inverdieneffect). Vakliteratuur en verzendkosten (nadeel €51.000) Vakliteratuur (nadeel €27.000) We zien we dat de kosten voor vakliteratuur de afgelopen jaren steeds verder gestegen zijn. In 2021 is er aan vakliteratuur €27.000 meer uitgegeven dan begroot. We zoeken nog uit of en hoe we deze kosten kunnen verminderen.

35

Verzendkosten (nadeel €24.000) In vergelijking met 2020 zijn er in 2021 meer poststukken verstuurd: 2020

2021

2020 24-uurspost

2021 72-uurspost

61.609 stuks

85.365 stuks

34.632 stuks

50.733 stuks

Deze stijging van het aantal verzonden poststukken plus de stijging van het tarief zorgen voor hogere portokosten in 2021. Ook is er in 2021 relatief veel 24-uurs post verstuurd. 24-uurspost wordt momenteel vanwege de verdergaande digitalisatie standaard niet meer aangeboden door de postaanbieders in Nederland. De dienst is daardoor duurder geworden. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Projecten Algemeen Binnen Noaberkracht lopen verschillende projecten die zowel inhoudelijk als financieel in dit onderdeel worden toegelicht.

Wat hebben we gedaan in 2021? Project huisvesting De volgende acties hebben in 2021 plaatsgevonden:  In het voorjaar van 2021 hebben we gekozen voor Scenario 1 van het huisvestingsconcept. In dit huisvestingsconcept worden de verschillende types werkplekken belicht zoals de vergaderzone, dynamische werkzone en rustige-/concentratiewerkplek.  In april 2021 heeft de gemeenteraad van Tubbergen gekozen voor nieuwbouw van het Glashoes, rond de zomer van 2021 heeft diezelfde gemeenteraad op de pauzeknop gedrukt waarmee de ontwikkeling van de huisvesting locatie Tubbergen stil is komen te liggen.  In de tweede helft van 2021 is er een Europese aanbesteding gehouden voor de aan aanschaf van meubilair, overige inkopen zijn 1 op 1 georganiseerd en zoveel mogelijk lokaal. Voor alle inkopen gold als uitgangspunt maximaal circulair.  In september 2021 zijn de plattegronden vastgesteld voor de locatie Denekamp.  In december 2021 is de planning voor de werkzaamheden definitief vastgesteld voor de locatie Denekamp. Project Omgevingswet Vanuit het project Omgevingswet wordt er via een aantal lijnen gewerkt aan de implementatie. Er wordt gewerkt aan de Omgevingsvisie, de voorbereiding op de implementatie van het Omgevingsplan, het aansluiten op en inrichten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het aanpassen van de werkprocessen.

Begin 2021 kwam het bericht dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wederom doorgeschoven zou worden. In dit geval naar januari 2023. Dit heeft weinig impact op de planning gehad. In 2021 zijn hierin de volgende mijlpalen behaald: Omgevingsvisie  Vaststelling van MijnOmgevingsvisie door de gemeenteraad Terugkoppeling van en toelichting op MijnOmgevingsvisie aan de verschillende betrokkenen De oplevering en verspreiding van animaties ten behoeve van de Omgevingsvisie  Geoefend met het afwegingskader voor de Omgevingsvisie zowel met college, raad als ambtelijk

36

Vertaling van de Omgevingsvisie als basis voor de ambities en uitgewerkt in praatplaten die ook in MijnDorp en MijnDinkelland gebruikt gaan worden.

Voorbereiding Omgevingsplan & Digitaal Stelsel Omgevingswet  Een pilot uitgevoerd, waarin er geoefend is met het maken van een deel van het omgevingsplan  Geoefend met het opstellen van toepasbare regels  Een ketentest uitgevoerd waarin onder begeleiding van de VNG de digitale keten rondom aanlevering van het Omgevingsplan en vergunningsverlening getest is.  Deelgenomen aan een regionale ketentest om de digitale keten te testen. De Uitgangspuntennotitie “Bouw van het Omgevingshuis” met uitgangspunten voor omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan is vastgesteld. Omgevingswet in de praktijk:  De werkprocessen beoordeeld en aangepast  Samenwerkingsafspraken en contracten geïnventariseerd, in beeld gebracht en beoordeeld  Voorbereidingen getroffen voor aanpassingen van de legesverordening op de Omgevingswet  Een Pilot voor de Wet Kwaliteitsborging gestart Communicatie & projectmanagement  Het meenemen van de medewerkers, college, raadsleden en onze ketenpartners door middel van communicatie, opleidingen, kennissessies, bijeenkomsten en werkvormen.  Opstellen van een risicoanalyse en bijbehorende maatregelen  Opstellen van een analyse om de impact van de Omgevingswet in beeld te brengen en te monitoren Financieel De vertraging van de inwerkingtreding betekent dat een deel van het budget van 2021 niet is ingezet omdat werkzaamheden doorschuiven naar 2022.

Er worden extra kosten gemaakt doordat de projectleider en een aantal projectgroepleden 1 jaar langer aan het project verbonden zijn dan gepland. Tevens loopt ook de betrokkenheid van adviespartners wat langer door. Daarnaast zijn er extra kosten voor ICT-licenties gemaakt. Deze activiteiten hebben we binnen het reeds beschikbare budget kunnen realiseren.

Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves

0 110 -110

155 237 -82

211 62 148

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 56 175 231

110

246

246

0

0

0

0

0

37

Gerealiseerde 0 163 394 231 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Omgevingswet (voordeel €159.000) We verwachten in ieder geval voor het werken aan de Omgevingswet (1-1-2022 t/m 1-10-2022) nog implementatiekosten te maken voor projectleiding, communicatie, juridische ondersteuning, scholing en opleiding, doorontwikkeling DSO en inzet van collega’s in de projecten. Mobiliteitsplan(voordeel€27.000) Het offertetraject is afgerond. In 2022 wordt het mobiliteitsplan opgesteld. Huisvestingsplan(voordeel€32.000) Voor het project huisvesting zijn voor in totaal €11.000 aan kosten gemaakt in 2021. Daarnaast is in 2021 een subsidie ontvangen ter hoogte van €43.000. Deze subsidie inkomst is een compensatie voor de kosten van de uren van eigen medewerkers die al ingezet zijn in 2019. Per saldo een voordeel van €32.000 in 2021. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Totaal baten en lasten programma bedrijfsvoering Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Baten 570 1.661 Lasten 33.740 36.611 Gerealiseerde -33.170 -34.951 totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 546 1.780 aan reserves Toevoegingen 0 0 aan reserves Gerealiseerde -32.624 -33.170 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen is hiervoor per thema weergegeven.

2.052 35.401 -33.349

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 391 1.210 1.602

1.514

266

0

0

-31.835

1.335

38

8. Programma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overzicht baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden. (Bedragen x € 1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. -126 0 -126

Baten 32.624 33.170 33.045 Lasten 0 0 0 Gerealiseerde 32.624 33.170 33.045 totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 aan reserves Toevoegingen 0 aan reserves Gerealiseerde 32.624 33.170 33.045 -126 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Lagere doorberekening sport aan gemeenten met betrekking tot Dorper Esch (€126.000 nadeel) Dit betreft een lagere bijdrage van de gemeente Dinkelland als gevolg van minder kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de Dinkellandse binnensportaccommodaties en zwembaden. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

39

9. Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en weerstandsvermogen Op 18 januari 2021 is door het bestuur de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2021 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen. De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet.

Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken. Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden. Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt.

Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-Cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel); 2. Benodigde weerstandscapaciteit; 3. Beschikbare weerstandscapaciteit; 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit.

Risicoprofiel 1. Risicoprofiel Om de risico’s van Noaberkracht in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. De top 5 financiële risico's betreft:

40

Kans van optreden

Maximaal financieel gevolg

Invloed

1

Autorisaties in systemen: Als gevolg van onvoldoende inzicht in autorisaties (bedragen) bestaat de kans op over-autorisaties in systemen met de kans op ongeoorloofde autorisaties (bedrag hoogtes) en mogelijk toegang tot kritieke transacties of tot ongewenste combinaties van transacties

30%

€ 250.000

14,39

2

Faillissement soft- en hardware leverancier: Als gevolg van een faillissement van een soft- en hardware leverancier bestaat de kans dat er onvoldoende en onvolledige ondersteuning van soften hardware kan ontstaan(afhankelijkheid), waardoor we nieuwe soft- en hardware moeten aanschaffen bij andere leverancier

50%

€ 100.000

9,61

3

Besluitvorming: Als gevolg van onvoldoende vastlegging van bevoegdheden (bedragen en rollen in systemen) bestaat de kan dat besluitvorming niet volgens de geldende delegatie- en besluitregisters en/of onafhankelijk plaatsvindt

50%

€ 100.000

9,56

4

Aanbestedingen: Als gevolg van onvoldoende inzicht in de diverse aanbestedingen binnen één partij, bestaat de kans dat opdrachten ten onrechte niet Europees worden aanbesteedt, waardoor de aanbestedingswet wordt overtreden

30%

€ 100.000

7,04

5

Prestatielevering: Als gevolg van onvoldoende functiescheiding tussen het verstrekken van een opdracht, controle levering prestatie, autorisatie factuur en registratie in de financiële administratie bestaat de kans dat facturen worden betaald waarvoor geen overeenstemming is tussen de factuur en de voor de gemeente geleverde prestaties

30%

€100.000

5,74

Nr.

Omschrijving

Weerstandscapaciteit 2. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 420.000 (benodigde weerstandscapaciteit). 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Noaberkracht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

41

Tabel 2: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Capaciteit

Algemene reserve

€ 382.000

Totale weerstandscapaciteit

€ 382.000

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Risico's: Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Weerstandscapaciteit : Algemene reserve

Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 382.000

Ratio weerstandsvermogen =

= 0,91 = Benodigde weerstandscapaciteit

€ 420.000

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

42

Tabel weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De berekende ratio van 0,91 valt onder het waarderingscijfer D wat duidt op een matig weerstandsvermogen. Aangezien het streven is om te werken met een voldoende weerstandsvermogen met een ratio van 1.0 wordt voorgesteld een extra bedrag in de algemene reserve te storten van € 38.000 (€ 420.000 -/- € 382.000). Dit nemen we mee bij de resultaatbestemming van deze jaarverantwoording.

Kengetallen Om de financiële positie van Noaberkracht in beeld te brengen, stelt Noaberkracht jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kaderstellende en controlerende rol. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen. We onderscheiden 3 kengetallen:  Netto schuldquote  Solvabiliteitsratio  Structurele exploitatieruimte

1. Netto schuldquote Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van Noaberkracht. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. (bedragen x € 1.000) A

Vaste schulden

B

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Jaarrekening 2021

0

0

0

Netto vlottende schuld

3.360

3.504

2.588

C

Overlopende passiva

251

325

804

D

Financiële activa

0

0

0

43

E

Uitzettingen < 1 jaar

2.980

2.540

2.405

F

Liquide middelen

67

150

79

G

Overlopende activa

187

75

183

H

Totale baten

32.115

33.194

35.097

1,2

3,2

2,1

Netto schuldquote (A+B+CD-E-F-G)/H x 100%

2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Noaberkracht in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen verstaan. Hoe hoger het aandeel, des te gezonder Noaberkracht is. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Jaarrekening 2021

A

Eigen vermogen

3.081

2.437

2.777

B

Balanstotaal

6.692

6.266

6.169

Solvabiliteit (A/B) x 100%

46,0

38,9

45,0

3. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of Noaberkracht in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2020

Jaarrekening 2021

Begroting 2021

A

Totale structurele lasten

31.111

33.740

33.887

B

Totale structurele baten

32.115

33.194

35.097

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

0

0

0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

0

0

0

E

Totale Baten

32.115

33.194

35.097

3,1

-1,6

3,4

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

44

Totaal tabel kengetal en uitkomst Op basis van onderstaand overzicht blijkt dat we voldoen aan de financiële normen voor de gemeenschappelijke regeling relevante kengetallen:

Kengetal

JRK 2020

Netto schuldquote Sovabiliteit Structurele exploitatieruimte

1,2 46,0 3,1

Beg. 2021 3,2 38,9 -1,6

JRK 2021 2,1 45,0 3,4

Norm Max 9 40 10

Paragraaf Financiering Algemeen De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar.

Kasgeldlimiet en korte financiering De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet voor gemeenschappelijke regelingen is bepaald op 8,2% van de totale begroting. Een kasgeldlimiet van € 2,6 miljoen betekent dat we in 2021 tot een bedrag van € 2,6 miljoen met kort geld (looptijd < 1 jaar) mochten financieren. Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 miljoen)

Begrotingstotaal 2020 (primitief)

32,0

Vastgesteld percentage

8,2%

Kasgeldlimiet

2,6

In 2021 zijn we binnen de kasgeldlimiet gebleven.

Renterisiconorm en lange financiering De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De renterisiconorm is op dit moment niet van toepassing, omdat er geen langlopende leningen zijn afgesloten. We hebben geen leningenportefeuille.

45

EMU saldo Het EMU saldo geeft weer wat het saldo aan inkomsten en uitgaven van de gehele sector overheid in een bepaalde periode is. In grote lijnen is dit het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar. Exploitatiesaldo voor bestemming

-304

Mutatie (im)materiële vaste activa

-928

Mutatie voorzieningen

(+) 0

Mutatie voorraden (incl bouwgronden in exploitatie

(-) 0

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

(-) 0

EMU saldo 2021

-1.232

Algemene ontwikkelingen Rente: 1-maands euribor Het 1-maands euribor rentetarief is in 2021 is het hele jaar negatief geweest. Per 1 januari 2021 bedroeg het percentage -0,570%. Eind december was dit percentage –0,576%. Schatkistbankieren In december 2013 is de wet Schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. ‘Overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. De rente die vergoed wordt, is gelijk aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat en is op dit moment 0.

Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding Ook in 2021 ondersteunde Noaberkracht de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in hun streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft daarbij de focus aangebracht om de goede dingen ten behoeve van de samenleving te doen. Deze inspanningen zijn opgenomen in de begroting en de jaarverantwoording van Noaberkracht. Zowel de inzet die betrekking heeft op reguliere jaarlijks terugkerende taken (de basisbegroting) opgenomen in het programma bedrijfsvoering als ook de inzet op de ambities binnen Noaberkracht. Deze ambities zijn met ingang van het jaar 2019 voor het eerst opgenomen in het ambitiedeel van de begroting onder de programma's. Met deze nieuwe indeling wordt een goed beeld gegeven wat er binnen de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht allemaal gebeurt waardoor de verplichte paragraaf bedrijfsvoering beperkt kan blijven tot een aantal (verplichte) indicatoren.

Ontwikkelingen Opgenomen onder de verschillende programma's (zowel ambitie als basis).

46

Beleidsindicatoren De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Beleidsindicatoren 2021

bron:

Vensters voor bedrijfsvoering 2020

Vensters voor bedrijfsvoering 2021

peildatum:

deelname 2020

deelname 2021

Indicator

Waarde

Waarde

Omvang formatie

6,70

6,98

Aantal fte per 1.000 inwoners.

Omvang bezetting

7,75

8,37

Aantal medewerkers per 1.000 inwoners.

Omvang overhead

100,0%

100,0%

Totale overhead gedeeld door totale lasten.

Apparaatskosten

€ 653

€ 695

Kosten per inwoner.

Externe inhuur

10,7%

12,0%

Kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur.

0,5%

0,5%

Percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt".

36%

50%

Aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden.

Eenheid

Financieel

Maatschappelijk Afstand tot de arbeidsmarkt

HRM Vrouwen in leidinggevende positie

47

Ziekteverzuim

3,4%

4,7

De verzuimde dagen gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen keer 100%.

Frequentie ziektemeldingen

0,5

0,5

Het gaat om het gemiddeld aantal ziekmeldingen per medewerker.

Vergroening (35-)

17%

21,5%

Aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door totaal aantal medewerkers.

Vergrijzing (55+)

35%

34,5%

Percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. totaal aantal medewerkers.

Instroom

9,0%

5,4%

Ingestroomde medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

Uitstroom

6,1%

7,3%

Vertrokken medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

95%

95%

Percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke betaaltermijn wordt betaald.

2,9

Niet bekend

Deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen

Werkplekindex

1,2

1,2

Aantal werkplekken gedeeld door het aantal fte.

Energiekosten

€ 13

€ 10

Kosten gas en elektra gedeeld door de beheerde oppervlakte (14.339m2)

Klant

Betaaldiscipline

E-facturering

Huisvesting

48

ICT Beheerde applicaties

ICT meldingen per klant

204

6,8

210

Het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties.

6,8

Het aantal officiele ICT meldingen in Topdesk gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud gebouwen Noaberkracht had het overgrote deel van het jaar 2022 drie gebouwen in bruikleen van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland (twee gemeentehuizen en de Werf). Noaberkracht heeft, vanuit de bruikleenovereenkomst, over deze gebouwen de verantwoording op het klein en dagelijks onderhoud (gebruikersonderhoud). Eind 2021 is besloten om de gemeentewerf in Ootmarsum en de drie dislocaties (Weerselo, Denekamp en Tubbergen) vanaf 2022 niet langer om niet te laten gebruiken door Noaberkracht maar Noaberkracht een marktconforme huur in rekening te brengen. Vanuit Noaberkracht worden deze hogere huisvestingslasten conform de vaste verdeelsleutel, vastgelegd in het Verrekenmodel Tubbergen Dinkelland, in rekening gebracht bij de beide gemeenten. Deze verrekening worden in de loop van het jaar 2022 verwerkt in de begrotingen van de drie bedrijven. De beide gemeenten hebben als eigenaar van deze drie panden in 2021 een meerjaren onderhoudsplanning (MOP) vastgesteld, waarin zowel het onderhoud van de eigenaar als het onderhoud van de gebruiker in beeld is gebracht.

49

10. Jaarrekening Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Balans

Balans per 31 december (bedragen x € 1.000,--) ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

Totaal vaste activa

2021

2020

2021 PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen

3.502

3.459 Reserves

3.502

3.459 a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves c. Resultaat na bestemming

382 1.185 1.210

327 1.751 1.003

2.777

3.081

2.777

3.081

1.254 typische looptijd korter dan één jaar 50 a. Overige schulden

2.588

3.360

1.696

1.676

2.588

3.360

2.405

2.980

0 79

0 67

79

67

3.502

3.459 Totaal vaste passiva

Vlottende activa

Vlottende passiva

Uitzettingen looptijd korter dan 1 jaar a. Vorderingen op openbare lichamen b. Overige vorderingen c. Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Nettoschulden met een rente-

Liquide middelen a. Kas b. Bank- en girosaldi

2020

661 48

50

Overlopende activa

183

Overlopende passiva 187 a. Nog te betalen

804

252

183

187

804

252

Totaal vlottende activa

2.667

3.234 Totaal vlottende passiva

3.393

3.612

Totaal activa

6.169

6.693 Totaal passiva Waarborgsommen en garanties

6.169 0

6.693 0

Overzicht baten en lasten

Programmareken Ontwer Ontwer Ontwer Begroti Begroti Begroti ing 2021 ( p p p ng ng ng Bedragen x € baten lasten Saldo baten lasten saldo 1.000 ) Overhead Programma 570 33.740 -33.170 1.661 36.611 -34.951 Bedrijfsvoering Programma 32.624 0 32.624 33.170 0 33.170 Algemene dekkingsmiddelen 33.194 33.740 -546 34.831 36.611 -1.780 Subtotaal Onvoorzien 0 0 Gerealiseerd 33.194 33.740 -546 34.831 36.611 -1.780 saldo van baten en lasten Mutaties reserves Mutaties reserves 546 0 546 1.780 0 1.780 Subtotaal 546 0 546 1.780 0 1.780 Het gerealiseerde 33.740 33.740 0 36.611 36.611 -0 resultaat

Rekeni ng baten

2.052

Rekeni ng lasten

Rekeni ng saldo

35.401 -33.349

33.045

0

33.045

35.097

35.401

35.097

35.401

-304 0 -304

1.514 1.514 36.611

0 0 35.401

1.514 1.514 1.210

51

Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Begrotingsoverschrijdingen zijn in principe onrechtmatig. Volgens de Kadernota Rechtmatigheid 2018 van de Commissie BBV zijn er echter situaties denkbaar waarbij de overschrijdingen binnen het door het bestuur uitgezette beleid zijn gebleven, zoals compensatie van hogere kosten door direct gerelateerde hogere opbrengsten en kostenoverschrijdingen bij open-einde regelingen. Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Grondslagen voor waardebepaling en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in euro’s (€1). De baten en lasten worden toegekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico´s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden, uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personeelslasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting te worden gevormd.

Balans Vaste activa Materiële vaste activa met een economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na investering lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. Jaarlijks wordt de boekwaarde met een vast percentage van de verkrijging- of vervaardigingsprijs verminderd. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken en geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

52

Activum

Afschrijvingstermijn in jaren

Verbouwingen, aanhangwagens en kiepers

15

Inventaris computerruimte (bijv. Patchkasten en beveiliging), bekabeling (ook glasvezel), zware vrachtwagens, kranen, tractoren en overig materieel

10

Lichte vrachtwagens, zoutstrooiers en vervoermiddelen

8

Telefooncentrale en UPS

7

Beeldschermen

6

Verbindings- en communicatie apparatuur (intern en extern switches, storage (opslagmedium data) en software

5

Servers en randapparatuur (bijv. printers, plotters, scanners, multimedia)

4

Werkstations, laptops, mobiele apparaten (bijv. tablets)

3

Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd. Door contractuele, technische of economische redenen of op grond van een afwijkend besluit van het bestuur kan incidenteel afgeweken worden van de tabel. Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Verantwoorde uitzettingen korter dan één jaar en overlopende activa hebben overwegend een kortlopend karakter en zullen binnen één jaar na balansdatum worden afgewikkeld. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste financieringsmiddelen Reserves Naast de algemene reserve zijn er diverse reserves gevormd die voor een specifiek doel bestemd zijn. Het muteren van reserves vindt plaats na besluitvorming door het bestuur. Deze mutaties zijn allemaal incidenteel. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

53

Toelichting op de balans per 31 december Activa Vaste activa Materiële vaste activa De post materiële vaste activa onderscheiden we in:

Saldo 31-12-2021

Materiële vaste activa (bedragen x € 1.000) Investeringen met een economisch nut Totaal

Saldo 31-12-2020 3.502

3.459

3.502

3.459

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële activa weer:

Materiële vaste Boekwaarde InvesteDesinAfschrijving/afwaardering Boekwaarde activa 1-1-2021 ringen vesteringen 31-12-2021 (bedragen x €1.000) Bedrijfsgebouwen 72 11 62 Vervoermiddelen 1.841 509 296 2.053 Machines, 1.546 419 578 1.387 apparaten en installaties Totaal

3.459

928

0

885

3.502

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen in materiële vaste activa met economisch nut staan in onderstaand overzicht vermeld:

Materiële vaste activa met economisch nut (bedragen x € 1.000) 2019 Bus verhoogd 2020 Bus verhoogd 2021 Auto-caddy 2021 Auto-caddy 2021 Auto-caddy 2021 Busje met kieper 2021 Busje met kieper 2021 Dacia Duster

beschikbaar

besteed

besteed in

restant

gesteld

voorgaande

dienstjaar

krediet

krediet

dienstjaren 33 64 23 23 23 24

0 0 0 0 0 0

36 61 18 26 26 26

-4 3 4 -3 -3 -2

24

0

25

-1

28

0

28

-0 54

2021 Carraro SP5800 werktuigendrager 2021 Trekker fendt 714 2021 Cirkelmaaier toro GM 4010D 2021 Cirkelmaaier TORO 4010-D 2021 Trekker Fendt 211 vario TMS, 2016 Zaaksysteem incl frontoffice 2018 Squit2Go mobiel handhaven 2020 eDienstverlening 2021 Laptops 2021 Smartphones 2021 Key2finfactuurherkenning 2021 Uitbreiding backupopslag 2021 Optivolt PowerQuality energiemanager 2021 Vervanging applicatie belastingen 2021 Apparatuur Teams Rooms verg.ruimte 2021 Multimedia (tvschermen) Totaal

16

0

16

0

120

0

120

-0

19

0

19

-0

33

0

33

0

49

0

49

0

231

142

27

62

40

5

24

11

24

10

12

2

113 69 27

0 0 0

84 53 16

30 16 10

52

0

44

8

29

0

25

4

90

0

65

25

29

0

29

-0

34

0

14

20

1.214

157

878

180

Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Kredietoverschrijdingen zijn in principe onrechtmatig. Volgens de Kadernota Rechtmatigheid 2018 van de Commissie BBV zijn er situaties denkbaar waarbij de overschrijdingen binnen het door het bestuur uitgezette beleid en binnen het doel blijven waarvoor het krediet beschikbaar is gesteld. Zoals uit bovenstaande opstelling blijkt dat er geen kredietoverschrijdingen zijn die groter zijn dan €10.000. Vlottende activa Uiteenzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

55

Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar (Bedragen x € 1.000) Vorderingen op Openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Totaal

Saldo

Saldo

31-12-2021

Overige vorderingen (Bedragen x € 1.000) Waarborgsommen Debiteuren (privaatrechtelijk) Totaal

Saldo 31-12-2021

Schatkistbankieren (Bedragen x € 1.000) Schatkistbankieren

Saldo 31-12-2021

31-12-2020 661 48 1.696

1.254 50 1.676

2.405

2.980

Saldo 31-12-2020 6 42 48

6 44 50

Saldo 31-12-2020 1.696

1.676

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 250,00 250,00 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op 162 150 158 dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het 88 100 842 drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal 32.000 32.000 32.000 verslagjaar (4b) Het deel van het 32.000 32.000 32.000 begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

1000 168

832 -

32.000 32.000

-

56

(1) = Drempelbedrag 250,00 250,00 1000 1000 (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag 14.561 13.689 14.572 15.422 buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het 90 91 92 92 kwartaal (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op 162 150 158 168 dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:

Liquide middelen (Bedragen x € 1.000) Kas Bank Totaal

Saldo 31-12-2021

Saldo 31-12-2020 0 79 79

0 67 67

Alle liquide middelen staan ter onmiddellijke beschikking van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:

Reserves bedragen x € 1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat na bestemming Totaal

Saldo 31-12-2021 382 1.185 1.210 2.777

Saldo 31-12-2020 327 1.751 1.003 3.081

Het verloop van de reserves wordt hieronder toegelicht:

57

Algemene reserve Omschrijving boeking

Stand 1/1

Bij

Af

Doel/motief: Buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers Reserve bedrijfsvoering 55 Algemene reserve - Totaal 327 55

Stand 31/12

0

Reserve saldo van rekening Omschrijving boeking

Stand 1/1

Bij

Af

Reserve verplichting voorgaand dienstjaar Omschrijving boeking

Stand 1/1

Bij

Af

Reserve bedrijfsvoering Omschrijving boeking

Stand 1/1

Bij

Af

382

Stand 31/12 oel/motief: Het te verdelen resultaat van de exploitatie toe te voegen aan het eigen vermogen Resultaat 2020 1.003 Reserve saldo van rekening - Totaal 1.003 0 1.003 0

Stand 31/12 Doel/motief: Het te verdelen resultaat van de exploitatie toe te voegen aan het eigen vermogen Procesgeld implementatie omgevingswet 110 Reserve verplichting voorgaand dienstjaar 110 0 110 0 Totaal

Stand 31/12 Doel/motief: Het adequaat opvangen van knelpunten in de bedrijfsvoering en het creëren van enige mate van flexibiliteit vanwege het feit dat budgettering en implementatie/uitvoering niet altijd gelijk lopen. De reserve heeft dus naast een bufferfunctie, ook een egaliserend karakter. Resultaatverdeling 2020 Algemene reserve Strategische personeelsplanning Traineeschip Generatiepact Digitalisering bouwarchief Fiscaal juridische advies Personele inzet sociaal domein Projectplan groenvoorziening Personele inzet i.v.m. corona Reserve bedrijfsvoering - Totaal

668

1.274

Reserve generatiepact Omschrijving boeking

Stand 1/1

55 26 190 125 98 10 294 8 50 855

668

Bij

Af

1.087

Stand 31/12

58

Doel/motief: Als mensen gebruik maken van het generatiepact valt niet alleen kennis en kunde maar vooral ook capaciteit weg waardoor een behoorlijke (extra) druk op de organisatie ontstaat. Dit is vooral de eerste jaren zo omdat de echte inverdieneffecten pas op termijn plaatsvinden terwijl het wegvallen van capaciteit direct plaatsvindt. Om dit verlies aan capaciteit de eerste jaren te kunnen opvangen is de reserve generatiepact ingesteld en gevoed met in eerste instantie een budget van € 500.000 (4 jaar lang € 125.000). Financiering generatiepact Reserve generatiepact - Totaal Reserve organisatieontwikkeling Omschrijving boeking

211

Stand 1/1

211 211

0

Bij

Doel/motief: Het zicht houden op middelen welk worden ingezet voor organisatieontwikkeling Organisatieontwikkeling en opleidingskosten Reserve organisatieontwikkeling - Totaal 155 0

Af

0

Stand 31/12

57 57

98

Reserves - Totaal

3.081

723

2.237

1.567

Geheel - Totaal

3.081

723

2.237

1.567

Toelichting algemene reserve Als onderdeel van de de resultaatbestemming uit deze jaarverantwoording wordt een bedrag van € 38.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Dit is nodig om de ratio weerstandsvermogen op 1.0 te brengen wat duidt op een voldoende niveau van het weerstandsvermogen Toelichting reserve bedrijfsvoering: Volgens de richtlijnen (vastgesteld bij besluit van 26 oktober 2020) mag de reserve bedrijfsvoering niet meer bedragen dan 2,5% van de begrote loonkosten. Deze kosten zijn in 2021 € 24.359.000. Hiervan 2,5% betekent een plafond van € 609.000. Stand 31 december 2021 (bedragen in €)

1.087.000

Resultaat 2021 (na budgetoverheveling 2021 en aanzuivering algemene reserve. i.v.m. ratio van 1.0)

665.000 1.752.000

Verplichtingen komende dienstjaren - Generatiepact

-

250.000

- Traineeschip

-

143.000

59

- Digitalisering bouwarchieven

-

242.000

- Organisatieontwikkeling

-

100.000

- Strategische personeelsplanning

-

68.000 949.000

Met inachtneming van de toekomstige verplichtingen komt de reserve bedrijfsvoering uit boven het afgesproken plafond. Dit betekent dat een bedrag van €340.000 (€949.000 -/- € 609.000) conform de gemaakte afspraken verdeelsleutel moet worden teruggestort naar de beide deelnemende gemeenten. Dit komt volgende de geldende verdeelsleutel neer op de volgende bedragen: Gemeente Dinkelland € 194.000 gemeente Tubbergen € 146.000 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

Netto-vlottende schulden (bedragen x € 1.000) Rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Crediteuren Belastingdienst Kruisposten Salarissen Totaal

Saldo

Saldo

31-12-2021

31-12-2020

1.134 1.453 0 2 2.588

1.906 1.442 2 9 3.360

Saldo 31-12-2021 650

Saldo 31-12-2020 252

154 804

0 252

Overlopende passiva

Overlopende passiva bedragen x € 1.000 Nog te betalen bedragen Natura 2000 Totaal

Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan Noaberkracht voor toekomstige jaren is verbonden

60

Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: Lopende contracten Looptijd

Contractwaarde Per jaar

4 jaar vanaf 1 januari 2021 met optionele verlenging van 2 x 1 jaar

€ 40.000

2020 met optionele verlenging van 4 x 1 jaar

€ 70.000

Raamovereenkomst uitzenddiensten

2 jaar vanaf 1 september 2019 met optionele verlenging van 2 x 1 jaar

Varieert per jaar

Overeenkomst ICT burgerzaken, belastingen, BAG, gegevensdistributiesysteem, kadaster en NHR

2015 t/m 2020 met optionele verlenging van 1 x 5 jaar

€ 375.000

Schoonmaakdienstverlening

2018 t/m 2020 met optionele verlenging van 3 x 1 jaar.

Varieert per jaar

Genetics Powerbrowser

24 april 2019 onbepaalde tijd

€ 30.000

Tankpassen

2017 t/m 2019 met optionele verlenging van 2 x 1 jaar

Varieert per jaar

Zaaksysteem

2017 t/m 2022 met optionele verlenging van 5 x 1 jaar

€ 103.240

Accountantsdiensten

Boekjaar 2017 t/m 2019 met een optionele verlenging van 3 x 1 jaar

€ 32.000

DAS voor inhuur

1/11/2017 t/m 30/10/2019 met optionele verlenging van 1 x 2 jaar

Varieert per jaar

Onderwerp

Levering duurzame elektriciteit

Levering CO2 gecompenseerd aardgas

Bovenstaande contracten zijn afgesloten met Noaberkracht of de gemeente Dinkelland of de gemeente Tubbergen.

61

Rechthebbende

Medewerkers

Onderwerp

Bijzonderheden

Recht

Verlof

Aan het eind van het jaar "niet opgenomen verlofdagen". Totaal 21.942 uren. Gewaardeerd tegen het uurloon voor overwerk. Er is geen rekening gehouden met de werkgeverslasten. Volgens de spelregels moet deze buffer van verlofdagen binnen een bepaalde termijn worden opgenomen.

€518.000

Gebeurtenissen na balansdatum Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie omtrent de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt. Er hebben zich na het opmaken van de jaarrekening geen gebeurtenissen van betekenis voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum.

Toelichting en analyse op de baten en lasten Analyse Onderstaand zijn de belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging toegelicht voor ieder afzonderlijk programma (basisprincipe is dat verschillen boven het grensbedrag van € 25.000 worden toegelicht). De belangrijkste verschillen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten zijn ook reeds benoemd in de nota van aanbieding en de programmaverantwoording 2021 in het jaarverslag 2021, dat een onlosmakelijk deel vormt van deze jaarrekening 2021.

62

Overhead Programma Bedrijfsvoering Personeel (Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten De verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Voordelen * Salaris, inhuur en overige personeelslasten * Reiskosten * Waarderingsbudget * Studie- en opleiding * Accountantskosten * Detacheringskosten Dorper Esch

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 1.451 257 29.020 883 -27.569 1.139

383 28.353 -27.970

1.194 29.903 -28.709

436

1.506

1.240

266

0

0

0

0

-27.534

-27.202

-26.329

873

€

€

560

105 58 25 11 126 885

Nadelen * Per saldo overige voor- en nadelen Totaal voordeel per saldo

0 -12 873

63

Huisvesting (Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 15 -16 468 48 -453 32

31 477 -445

31 516 -485

0

0

0

0

0

0

0

0

-445

-485

-453

32

€

De verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Voordelen * Energiekosten

€

35 35

Nadelen * 0 -3

Per saldo overige voor- en nadelen Totaal voordeel per saldo ICT (Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

32

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 12 -3 2.671 109 -2.659 106

2 2.812 -2.809

14 2.779 -2.765

0

29

29

0

0

0

0

0

-2.809

-2.736

-2.630

106

64

€

De verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Voordelen * Kosten ICT * Kosten ICT omgevingswet (zie voorstel budgetoverheveling) * Kosten ICT ivm Suit4Regie (zie voorstel budgetoverheveling)

€

77 6

23

106 Nadelen * 0 Per saldo overige voor- en nadelen Totaal voordeel per saldo Tractie (Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten De verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Voordelen *

106

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 6 0 601 -16 -595 -16

0 561 -561

6 585 -579

0

0

0

0

0

0

0

0

-561

-579

-595

-16

€

€

0 Nadelen * Onderhoud, reparatie, brandstof voertuigen, tractie, machines

-13

-13

65

Per saldo overige voor- en nadelen Totaal nadeel per saldo Goederen en diensten, overig (Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten De verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Voordelen * Huur roerende- en onroerende zaken * NHW consumpties, werkkleding, etc * Soweco

-3 -16

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begr. na wijz. 358 98 2.579 12 -2.221 110

153 1.427 -1.274

260 2.590 -2.331

0

0

0

0

0

0

0

0

-1.274

-2.331

-2.221

110

€

€

56 67 43 167

Nadelen * Vakliteratuur en verzendkosten Per saldo overige voor- en nadelen Totaal voordeel per saldo

-51 -51 -6 110

66

Projecten (Bedragen x € 1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/587/documents/17878