CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake vaststellen omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp”33.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Functieomschrijving 'wonen - wonen in het buitengebied' Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'wonen - wonen in het buitengebied' heeft de volgende functie: 'wonen - wonen in het buitengebied', met daaraan ondergeschikt de functies tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Functieomschrijving 'bedrijf - paardenhouderij' Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'bedrijf - paardenhouderij' heeft de volgende functie: gebruiksgerichte paardenhouderij. Hierbij staat het gebruik van de paarden voorop, dat wil zeggen ten behoeve van recreatie en sport.

50

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp

Bijlagen motivering

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp

51

Bijlage 1

52

Landschappelijke inpassing

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp

Groenstructuren Het kampenlandschap kent van oorsprong een fijnmazig patroon van houtwallen, houtsingels en (knot)bomenrijen. Veel van deze beplantingsstructuren zijn uit het landschap verdwenen. Waar mogelijk dienen deze hersteld te worden. De houtsingel aan de oost en westzijde van het projectgebied is vrij oud en is al aanwezig op de kaarten rond 1905. De houtwal bestaat uit eik, berk, lijsterbes en diverse struweelvormers. Tevens staan deze gemerkt als Casco-elementen op de site van Noaberkracht.

De boomgaard met appel, peer, pruim, noot of kers vormt een onderdeel van het oorspronkelijke erf en ligt voor of naast het woonhuis. De fruitbomen hebben een onderlinge plantafstand van 5-12 meter. In het westen van dit projectgebied worden 11-tal fruitbomen aangeplant, van Oud Hollandse rassen.

Te slopen gebouwen

In dit landschaptype werden vaak van oudsher meidoorn, veldesdoorn, haagbeuk of gemengde doornhagen aangeplant op de erfgrenzen en rondom de fruitgaard. Rondom dit projectgebied wordt gekozen voor een veldesdoorn (Acer campestre).

Nieuw te bouwen woning + bijgebouw

Van belang is daarom dat deze houtopstand gekoesterd wordt en wordt doorgeplant met soorten volgens het PNV (potenieel natuurlijk vegetatie). Het gekozen beplantingsmateriaal bestaat uit voornamelijk Van oudsher stond er op het erf vaak een solitaire boom, zoals een walnoot, beuk, kers of linde. Als autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Beekeerdgronden (pZg23) met grondwatertrap toevoeging aan het het voor- en achtererf worden 3-tal lindes, 3 eiken, 2 tamme kastanjes, 3 sierkersen IVc. (GHG >80cm - GLG <80-120cm) en 1 walnoot aangeplant.

Aanbrengen Klinkerstraatsteen, formaat, verband, kleur: n.t.b. Oprit, halfverharding, padvast of gelijkwaardig Gras/gazon Bloemrijk grasland, extensief Bestaande houtwal/singel doorplanten met soorten: Eik, lijsterbes, meidoorn, hazelaar, hondroos, vuilboom en hulst. Wortelgoed, mt: 60-80cm. Totaal 175 stuks. 25 st. per soort Nieuwe boerenhaag: Acer campestre / veldesdoorn 5 st/m1, Enkele rij. 125 m1= 625 st. Maat 60-80, wortelgoed.

B.

Nieuwe woning

A.

E.

Aanbrengen bomen a. Tillia europaea - Hollandse linde b. Quercus robur - zomereik c. Castanea sativa - Tamme kastanje d. Prunus avium - Zoete kers e. Juglans regia - Okkernoot * Stamomtrek: 16-18cm, draadkluit. Aanbrengen Fruitbomen: * Peer 3x, appel 3x, kers 3x, pruim 2x * Formaat: Hoogstam, Stamomtrek: 10-12cm, draadkluit of pot gekweekt.

D. C.

Perceelsgrens

Nieuwe woning Nieuw bijgebouw

Zichtlijnen A.

Bouwblok

Nieuw bijgebouw

Fruitgaard

PROJECT

Landschappelijke inpassing Frensdorferweg Lattrop

OPDRACHTGEVER Fam. Zandhuis Frensdorferweg te Lattrop

Kampenlandschap Het projectgebied bevindt zich in het kampenlandschap. Het kampenlandschap kent een onregelmatige verkaveling. Het is een kleinschalig landschap waarbij houtwallen, houtsingels en (knot)bomenrijen het beeld langs de wegen en kavelgrenzen bepalen. De bebouwing, veelal met een historisch karakter, ligt verspreid in het landschap.

TUUULK.NL zo

er

om

nd

pz

no

no

zo er

r

me

zo

noord

west

oost zuid

zon win op ter

0

10

1:1000

20

30

40

50m

ONDERDEEL

Landschapelijke inpassing

GETEKEND

(Ing). Rien Heerdink

DATUM

FORMAAT

SCHAAL

VERSIE

27/08/2024

A3

1 : 1000

6e versie

er ond zon ter win

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

54

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Frensdorferweg 37-39-41 en 43 Lattrop-Breklenkamp

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Frensdorferweg 41 - Lattrop-Breklenkamp

Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Frensdorferweg 41 7635 NK Lattrop-Breklenkamp April 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (Asbest)bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Frensdorferweg 41 - Lattrop-Breklenkamp

Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Frensdorferweg 41 7635 NK Lattrop-Breklenkamp Projectcode: 21003210 Rapportagedatum: 9 april 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.1 2.2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

8 8 8 11 11 12 12

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

13

6

Literatuur en bronvermelding

15

2

3

4

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Frensdorferweg 41 in Lattrop-Breklenkamp door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van twee woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond als verdacht wordt beschouwd voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden als onverdacht beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in maart en april 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 1 van 15

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Frensdorferweg 41, op circa 850 meter ten zuidoosten van de bebouwde kom van Lattrop-Breklenkamp. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 264.031 en y = 493.702 en is kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie L, nummer 1149 (ged.). De Frensdorferweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Op de onderzoekslocatie bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf. Inpandig zijn betonvloeren aanwezig. De schuren zijn voorzien van betonvloeren met (mest)kelders. Het onbebouwde terrein rondom de gebouwen is verhard met klinkers en beton. Op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een mestsilo en een weiland voor paarden aanwezig. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande nieuwbouw van een bedrijfswoning (ten behoeve van Frensdorferweg 39) en een woning aan de Frensdorferweg 41, dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terreindeel. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard (beton en klinkers) en omvat circa 12000 m2. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van april 2021 opgenomen. 2.1

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Dinkelland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. De woning met schuren dateren van 1950, 1967 en 1973. Voordien was het terrein in gebruik voor landbouwkundige doeleinden. Het mestbassin (folie) is in 1988 gerealiseerd. - Voor het varkensbedrijf is een milieuvergunning verleend in 2005 met een revisievergunning van 2007 - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - De onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. In de machineberging op het noordoostelijke deel van het terrein is een (kleinschalige) werkplaats aanwezig. Voor zover bekend hebben er geen calamiteiten op de onderzoekslocatie plaatsgevonden.

- Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op de meeste schuren zijn asbesthoudende golfplaten aangetroffen. Tevens zijn asbesthoudende golfplaten en vlakke platen in opslag op het maaiveld aangetroffen (rapport asbestinventarisatie Kruse Milieu BV van 12 maart 2021 met projectnummer 21002291). Er is geen sprake van asbestverdachte druppelzones. - Vanwege de ouderdom en het historische gebruik van het erf wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest. Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 2 van 15

- Er zijn geen eerdere onderzoeken bekend van de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving. 2.2

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 21 meter boven NAP. - De locatie is gelegen in het bekken van Lattrop, ten oosten van de stuwwal bij Ootmarsum en ten noorden van de stuwwal bij Oldenzaal. - De dikte van de kwartaire afzettingen bedraagt ter plekke 50 meter. De basis van het bekken wordt gevormd door kleiige tertiaire afzettingen. Het bekken bestaat voornamelijk uit fluvioglaciale afzettingen, die veelal fijnzandig en slibhoudend zijn. In vrijwel het gehele gebied komen waarschijnlijk afdekkende lagen voor, die uit slibhoudende zanden en kleien van de Eemformatie bestaan. De dikte van deze afdekkende lagen varieert. - Het doorlatend vermogen van het bekken van Lattrop is ter plekke van de onderzoekslocatie naar schatting 500 m²/dag. De k-waarde bedraagt 10 m/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich ongeveer 1.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in oostelijke richting onder invloed van de Gele Beek. - Direct ten oosten van de huidige onderzoekslocatie stroomt de Gele Beek en op circa 750 meter ten zuiden stroomt de Dinkel. - Op circa 4.0 kilometer ten zuidoosten van de onderzoekslocatie bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Rodenmors.

- De invloed van deze watergangen en het grondwaterbeschermingsgebied op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 3 van 15

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de norm NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. De hypothese “verdachte locatie” uit de norm NEN 5740 (VED-HE) en asbestverdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de bovengrond gebruikt. De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater gebruikt. De 3 strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten.

Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Tevens dient te worden vermeld dat er geen inpandige boringen worden verrichten, aangezien de woning nog in gebruik is en de schuren voorzien van mestkelders. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.

Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 4 van 15

3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 12000 m² worden in totaal 26 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Zes inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie worden twee diepe boringen overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuizen. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 10 grondmengmonsters (waarvan 4 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster

Analysepakket

Bovengrond (4x) Ondergrond (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Grondwater (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Bovengrond (4x)

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 5 van 15

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 6 van 15

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 7 van 15

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in maart en april 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, N. Pepping, B. Dierink en L. Haverkort. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er zijn op 15 maart 2021, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuizen, twee boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Er zijn geen grondmonsters genomen uit deze boringen 1 en 2 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. De boringen 1 en 2 zijn op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A en 2A). Op 22 maart en 2 april 2021 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 26 inspectiegaten gegraven. De boringen 1A, 2A, 3, 4, 5 en 6 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 1.5 m-mv (grondwaterniveau). Ter plekke van de boringen 8 en 9 is van circa 0.25 - 2.0 m-mv een demping (met sporen baksteen) en een oude slootbodem aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras en klinkers, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag).

Door de veldwerkers is nabij gat 20 op het maaiveld (gras) een opslag van asbesthoudende vlakke platen (18 mm) aangetroffen. Op het zuidoostelijke deel is op het maaiveld nabij gat 10 asbest (vlakke plaat 18 mm) aangetroffen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn zand met vanaf 0.7 - 1.2 meter diepte een zwak tot sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 8 van 15

Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

5

0.24 - 0.65

Sporen baksteen

6

0 - 0.6

Sporen baksteen en sporen metaal

8

0.08 - 1.5

Sporen baksteen

9

0.23 - 1.25

Sporen baksteen

10

0 - 0.3

Sporen baksteen

11

0.18 - 0.5

Sporen baksteen, sporen metaal (spijker)

12

0.08 - 0.5

Sporen baksteen

13

0 - 0.55

Sporen baksteen

14

0 - 0.5

Sporen baksteen

15

0 - 0.6

Sporen baksteen

18

0.7 - 0.85

Sporen baksteen

19

0.15 - 0.65 0.65 - 1.05

Sporen baksteen Sporen plastic en sporen metaal

20

0 - 0.7 0.85 - 1.0

Sporen baksteen Sporen baksteen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

BG I (sporen baksteen)

5 9 11 19

0.24 - 0.65 0.23 - 0.73 0.18 - 0.5 0.15 - 0.65

Standaard pakket

BG II (sporen baksteen)

6, 13 en 14 12

0 - 0.5 0.28 - 0.5

Standaard pakket

BG III (visueel schoon)

7 en 16 10 17

0 - 0.5 0.3 - 0.65 0.3 - 0.5

Standaard pakket

BG IV (visueel schoon)

3 4, 21 en 25

0 - 0.25 0 - 0.5

Standaard pakket

OG I

5 5 6 6

0.9 - 1.2 1.2 - 1.65 1.0 - 1.25 1.25 - 1.5

Standaard pakket

OG II

3 3 4 4

0.25 - 0.7 1.0 - 1.5 0.5 - 0.8 1.0 - 1.5

Standaard pakket

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Analyse

Pagina 9 van 15

Vervolg tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

MM FF - 01

5 11 12 19

0.24 - 0.65 0.18 - 0.5 0.28 - 0.5 0.15 - 0.65

Asbest

MM FF - 02

8 9

0.08 - 1.5 0.23 - 1.25

Asbest

MM FF - 03

10 13 20

0.3 - 1.0 0 - 0.55 0 - 0.7 0.85 - 1.0

Asbest

MM FF - 04

6, 14 en 15

0 - 0.5

Asbest

De boringen 1 en 2 zijn doorgezet tot respectievelijk 2.7 en 2.8 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 2 april 2021 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU)

PB 1

1.70 - 2.70

1.25

7.2

910

6.3

Goed

PB 2

1.80 - 2.80

1.40

7.1

670

3.5

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden normaal geacht.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 10 van 15

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (μg/l).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

Peilbuis 1

Barium Minerale olie

110 69

110 * 69 *

50 50

625 800

Peilbuis 2

Barium

220

220 *

50

625

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - PB 1 en PB 2 - Barium De licht verhoogde bariumgehalten in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater - PB 1 - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is het zeer licht verhoogde gehalte aan minerale olie niet direct verklaarbaar. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 11 van 15

4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 04 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 5 weergegeven. Tabel 5: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde

MM FF - 01

Asbest

16

-

100

MM FF - 02

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - 03

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - 04

Asbest

0.1

-

100

(Meng)monster

In de derde kolom van tabel 5 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.4 is weergegeven, is er in de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 04 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 12 van 15

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 12000 m2 aan de Frensdorferweg 41 in LattropBreklenkamp. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard (beton en klinkers). De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van twee woningen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond als verdacht wordt beschouwd voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden als onverdacht beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 26 inspectiegaten gegraven en 2 boringen verricht. Twee diepe boringen zijn afgewerkt met peilbuizen op respectievelijk 2.7 en 2.8 meter diepte. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand met vanaf 0.7 - 1.2 meter diepte een zwak tot sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (sporen baksteen). Ter plekke van de boringen 8 en 9 is van circa 0.25 - 2.0 m-mv een demping (met sporen baksteen) en een oude slootbodem aangetroffen.

Door de veldwerkers is nabij gat 20 op het maaiveld (gras) een opslag van asbesthoudende vlakke platen (18 mm) aangetroffen. Op het zuidoostelijke deel is nabij gat 10 asbest (vlakke plaat 18 mm) aangetroffen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 1.33 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG IV) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd barium en minerale olie; - het grondwater (PB 2) is zeer licht verontreinigd barium.

Resultaten asbestanalyses Op basis van de resultaten van de asbestanalyses kan het volgende worden geconcludeerd: - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 bevat asbest; het gewogen gehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 bevat geen asbest; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 03 bevat geen asbest; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 04 bevat evat asbest; het gewogen gehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" voor de bovengrond met betrekking tot zware metalen en PAK dient te worden verworpen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden zijn aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 13 van 15

De hypothese "onverdachte locatie" voor de ondergrond kan worden aangenomen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" voor het grondwater dient formeel te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "asbestverdachte locatie" voor de bovengrond van de onderzoekslocatie kan worden aangenomen, aangezien er plaatselijk asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 04 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 02 en MM FF -03 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren.

De bodem wordt geschikt geacht voor het huidig en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 14 van 15

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland Kruse Milieu BV, asbestinventarisatie Frensdorferweg 41 te Lattrop-Breklenkamp, d.d. 12 maart 2021 met projectnummer 21002291 NEN 5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, kaartblad 29 A,Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en

Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21002316

Pagina 15 van 15

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021

Frensdorferweg 41 in Lattrop-Breklenkamp

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21003216 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 29 A

Ad Fontem Frensdorferweg 41 7635 NK Lattrop-Breklenkamp

weiland

Verkennend bodemonderzoek

24

s t uw

3

25 weiland

Gele

23

k Bee

weiland

mestsilo

26 22

2A 2

4

21 beton

20 beton

16

17

opslag vlakke asbestplaten (18 mm)

5 19 gras

13

18 15

beton

12

groen

11

14

asbest op maaiveld

1 1A

tuin

groen

10 6

9

beton

7 41

8 eg rferw o d s Fren

= Kadastrale grens = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

0 weiland

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/BD

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

: 21002316 : 1:500 (A3-formaat) : April 2021

Bijlage II Boorstaten

1

1

klinker, m aaiveld

0

2

1 0

braak, m aaiveld

0

0

klinker

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, sporen oer, edelm an

-6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, m at ig leem , edelm an, ophoogzand geroerd

50

-40

50 -15

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, edelm an 100

-70 100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

-90

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker zwart , edelm an

-70

leem , zwak zandig, neut raal grijs, zwart , edelm an

150

-110

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an

150 -120

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

170

180

200

200

250

250

270

-270 280

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 5 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

1A

klinker, m aaiveld

0

50

-280

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 5 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

2A

0 1

klinker

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, m at ig leem , edelm an, ophoogzand geroerd

3

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, sporen oer, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an

-6

-40

50

-15

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, edelm an 100

braak, m aaiveld

0

4

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an

100

4

-70 150

5

leem , zwak zandig, neut raal grijs, zwart , edelm an

5 -120

t ype g r on d b or in g dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-90

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker zwart , edelm an -110

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

-70

-160 -170

t ype g r on d b or in g dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

3

braak, m aaiveld

0

0 1

50

2

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal beige, groen, edelm an, zand van paardenbak

-25

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker zwart , edelm an -70

3

leem , zwak zandig, donker bruin, grijs, edelm an

100

-100 4 150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Fr e n sd or f e r w e g 4 1 - La t t r op -Br e k e le n k a m p 21002316 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an -150

4

8

braak, m aaiveld

0

0 1

33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, sporen roest , edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

50

-50

3 100

150

0 -8

1

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen bakst een, ophoogzand geroerd

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen bakst een, zwak t eelaarde, dem ping

50

-50 -80

100

leem , zwak zandig, donker bruin, groen, sporen roest , edelm an 4

klinker, m aaiveld

0

-100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, blauw, edelm an

150

-150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

-150 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, zwart , oude sloot bodem

200

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

5

klinker, m aaiveld

0

0 1 2

50

9

-8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand

0 1

-24 3

30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een

150

4

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een

5

leem , st erk zandig, neut raal groen, rood, m at ig oer

2

50

-50

100

3

100

-65

4

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs

150 5

-120

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak roest

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-6

30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand -23

30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, zwak oer, zwak wort els, sporen bakst een, dem ping -50

-90

200

klinker, m aaiveld

0

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, zwak oer, zwak wort els, sporen bakst een, dem ping -125

-165

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, oude sloot bodem

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-150

-200

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak roest -170

6

10

gazon, m aaiveld

0

0 1

0

33x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, sporen m et aal

50

0 1

-50 2

braak, m aaiveld

2

50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, sporen m et aal

-30

32x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin

-60

100 3

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin

100 -100

4 150

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, zwak roest

-50

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-65

leem , st erk zandig, neut raal groen, rood, m at ig oer

-125

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, zwak wort els, zwak t eelaarde, sporen bakst een, ophoogzand geroerd

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

-100 -150

11

klinker, m aaiveld

0

0 1

7

-8

t uin, m aaiveld

0

2 0

1

50

30x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen zand

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand -18

30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, sporen m et aal m et alen spijker, geroerd -50

leem , st erk zandig, neut raal groen, geel, sporen roest -65

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Fr e n sd or f e r w e g 4 1 - La t t r op -Br e k e le n k a m p 21002316 N EN 5 1 0 4

12

17

klinker, m aaiveld

0

0 1 2

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

0 1

-8

30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen bakst een, sporen t eelaarde, ophoogzand

klinker, m aaiveld

0

2 50 -28

30x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een

-8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand -30

30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs

-50 -60

13

braak, m aaiveld

0

18

0 1

50

32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, ophoogzand geroerd

2 3 100

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

klinker, m aaiveld

0

0 1

50

-50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, ophoogzand geroerd

-8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, m at ig wort els, ophoogzand -50

2 100

3

-70

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak oer, sporen t eelaarde

-70

30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen bakst een, geroerd

-55

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, zwak oer

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, m at ig wort els, ophoogzand

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-85

leem , st erk zandig, donker grijs, zwart -120

-100

leem , st erk zandig, neut raal rood, bruin, uit erst oer

19

-105

klinker, m aaiveld

0

0 1

14

t uin, m aaiveld

0

-7 0

1

2

32x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, st erk wort els

50

50

-15

3

-50

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand

100

30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, sporen leem , sporen plant en, geroerd -50

-60

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, sporen plant en, zwak leem , geroerd

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-65

15

leem , st erk zandig, neut raal groen, rood, m at ig oer, zwak plast ic, sporen m et aal, geroerd

weiland, m aaiveld

0

-105

0 1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs

33x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een

50

-120 -50

2

20

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een

braak, m aaiveld

0

0

-60

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

1 -80

50

leem , st erk zandig, licht bruin, rood, st erk roest

2 -90

3 100

16

bosgrond, m aaiveld

0

32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, sporen plast ic, ophoogzand geroerd

4 5

-50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen bakst een, ophoogzand geroerd

0 1

-70

31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els

50

150

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker zwart , rood, zwak oer, zwak zand, geroerd -85

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 2 -0 3 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, geroerd -100

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus -145

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, m at ig plant en -170

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Fr e n sd or f e r w e g 4 1 - La t t r op -Br e k e le n k a m p 21002316 N EN 5 1 0 4

21

26

landbouwgrond, m aaiveld

0

0 1

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

-60

22 0

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

braak, m aaiveld 1 2

0

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal beige, edelm an, zand van paardenbak -15

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, edelm an

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

-50

23

braak, m aaiveld

0

0 1 2

50

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, groen, edelm an, zand van paardenbak

-25

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, grijs, edelm an

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

-50

24

weiland, m aaiveld

0

0 1

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, sporen oer, edelm an

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

25

weiland, m aaiveld

0

0 1

33x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, sporen oer, edelm an

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 2 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er N ick p e p p in g

weiland, m aaiveld

0

Fr e n sd or f e r w e g 4 1 - La t t r op -Br e k e le n k a m p 21002316 N EN 5 1 0 4

33x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, sporen oer, edelm an -50

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 29-Mar-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021047300/1 21002316 Frensdorferweg 41 - Lattrop-Brekelenkamp 22-Mar-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21002316 Certificaatnummer/Versie Frensdorferweg 41 - Lattrop-Brekelenkamp Startdatum analyse Datum einde analyse Nick Pepping Rapportagedatum Bijlage Pagina 1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

83.4

83.2

82.9

83.9

Eenheid

Analyse

2021047300/1 23-Mar-2021 29-Mar-2021 29-Mar-2021/15:25 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

3.9

3.7

3.4

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

96

96

96

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

5.7

4.2

6.7

5.1

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

44

37

46

30

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

0.21

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

11

15

8.2

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.073

0.077

0.070

0.058

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

16

26

18

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

33

52

33

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

8.4

9.7

7.6

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

0.0011

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/931/documents/23198