Denekamp, Hoek Grotestraat Ootmarsumsestraat_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 6 van 29
Asbestonderzoek bovengrond gehele onderzoekslocatie Voor het asbestonderzoek kan het gehele terrein als één onderzoekslocatie beschouwd. Voor het asbestbodemonderzoek worden 13 boringen op het onbebouwde terreindeel gecombineerd met een inspectiegat (30x30 cm). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Wanneer geen asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden conform NEN5707, strategie “verdacht heterogeen” (VED-HE) in totaal 3 mengmonsters van de fijne fractie (<20 mm) samengesteld voor een asbestanalyse. Ondergrond gehele onderzoekslocatie Voor de ondergrond wordt gebruik gemaakt van alle diepe boringen en peilbuizen op de gehele onderzoekslocatie (deellocaties A tot en met D). Uit eerdere onderzoeken op de locatie bljikt dat de ondergrond tot een diepte van 1.0/1.5 meter geroerd is. Er worden in totaal 3 grondmengmonsters geanalyseerd op het NEN5740-standaardpakket. Het aantal analyses komt overeen met de strategie VED-HE uit de norm NEN5740. Voor een beter beeld van de bodemkwaliteit worden alle grondmengmonsters en grondwatermonsters geanalyseerd op het NEN5740-standaardpakket. De verdachte parameters voor de deellocaties zijn, met uitzondering van PFAS, opgenomen in het standaardpakket.
In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van een omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen.
Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 7 van 29
3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties uit NEN5740 en NEN5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Deel A: Overig terrein (circa 1775 m2); Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 1775 m² worden in totaal 15 boringen verricht, waarvan 12 tot 0.50 meter en 3 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (PB A1). Deel B: Voormalige garagebedrijf (circa 200 m2 werkplaats en 775 m2 bedrijfsterrein); Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 200 m² worden in totaal 5 boringen verricht, waarvan 3 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 775 m² worden in totaal 7 boringen verricht, waarvan 5 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 2 boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (PB B1 en PB B6).
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 (circa 275 m2); Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 275 m² worden in totaal 5 boringen verricht, waarvan 3 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (PB C1). Deel D: Voormalig pand aan de Grotestraat 23 (circa 90 m2). Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 90 m² worden in totaal 4 boringen verricht, waarvan 2 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (PB D1). De bovengrond wordt aanvullend op PFAS geanalyseerd. Asbestonderzoek bovengrond gehele onderzoekslocatie Op een terrein met een oppervlakte van circa 2915 m² worden van 13 boringen op het onbebouwde terreindeel vervangen door inspectiegaten met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven.
De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Wanneer geen asbestverdachte materialen worden aangetroffen, worden conform NEN5707, strategie “verdacht heterogeen” (VED-HE) in totaal 3 mengmonsters van de fijne fractie (<20 mm) samengesteld voor een asbestanalyse. Ondergrond gehele onderzoekslocatie Voor de ondergrond wordt gebruik gemaakt van alle diepe boringen en peilbuizen op de gehele onderzoekslocatie (deellocaties A tot en met D). Uit eerdere onderzoeken op de locatie bljikt dat de ondergrond tot een diepte van 1.0/1.5 meter geroerd is. Er worden in totaal 3 grondmengmonsters geanalyseerd op het NEN5740-standaardpakket. Het aantal analyses komt overeen met de strategie VED-HE uit de norm NEN5740. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 8 van 29
3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 19 grond(meng)monsters (waarvan 3 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er word en 5 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket Deel A: Overig terrein
Bovengrond (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deel B: Voormalige garagebedrijf
Bovengrond (2x werkplaats) (3x bedrijfsterrein)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x werkplaats) (1x bedrijfsterrein)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 Bovengrond (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 9 van 29
Vervolg tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket Deel D: Voormalig pand aan de Grotestraat 23
Bovengrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (1x)
PFAS en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Asbestonderzoek bovengrond gehele onderzoekslocatie
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof Ondergrond gehele onderzoekslocatie
Ondergrond (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging;
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 10 van 29
interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 11 van 29
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 12 van 29
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en besproken in paragraaf 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. In paragraaf 4.7 zijn de separate analyses beschreven. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in november 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Deel A: Overig terrein Op 17 november 2021 zijn er, met behulp van een Edelmanboor, 4 boringen verricht, waarvan er 1 met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor is afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Tevens zijn er op 17 december 2021, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 11 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Er zijn 10 gaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept in de diepere ondergrond. In boring A7 is onder het beton een baksteenlaag tot 0.75 meter diepte aangetroffen. Ter plekke van boring A3 en A4 bevindt zich tot 0.5 mmv een kruipruimte en ter plekke van boring A6 bevindt zich tot 1.05 m-mv een kruipruimte. Deel B: Voormalige garagebedrijf; Op 10 november 2021 zijn er, met behulp van een Edelmanboor, 7 boringen verricht waarvan er 2 met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor zijn afgewerkt met een peilbuis (B1 en B6). Tevens zijn er op 10 november 2021 na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 5 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Er zijn 10 gaten met behulp van een Edelmanboor verdiept in de diepere ondergrond. In boring B3 is onder het beton een baksteenlaag tot 0.34 meter diepte aangetroffen.
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 Op 17 november 2021 is er, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis (PB C1), een boring verricht met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring C1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (C1A). Op 24 november 2021 zijn er, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 4 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Er zijn 2 gaten met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. Tevens is er op 24 november 2021, met behulp van een Edelmanboor, 1 boring verricht tot in de diepere ondergrond. Inspectiegat C2 is op een diepte van 1.0 m-mv gestaakt op een baksteenlaag. Deel D: Voormalig pand aan de Grotestraat 23. Er is op 17 november 2021, ten behoeve van het plaatsen van een peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor (PB D1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring D1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (D1A). Er is op 24 november 2021, ten behoeve van het plaatsen van een peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor (PB D4).
Op 24 november 2021 is er, na het inspecteren van het maaiveld, in 1 inspectiegat gegraven (handmatig met een schop) en zijn er 2 boringen, met behulp van een Edelmanboor, verricht. Ter plekke van boring D4 is er zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 13 van 29
Omdat de zintuiglijk verontreinigde laag aanwezig is onder het grondwaterniveau, is de boring doorgezet en afgewerkt tot peilbuis. In het nader bodemonderzoek (hoofdstuk 5) is de bemonstering van de peilbuis beschreven. Asbestonderzoek bovengrond gehele onderzoekslocatie Voor het verkennend asbestbodemonderzoek zijn in totaal 20 boringen tot een diepte van 0.5 meter vervangen door een inspectiegat. Het betreft de boringen A1, A2, A3, A4, A8, A9, A10, A11, A12, A14, A15, B6, B7, B8, B9, B12, C1A, C2, C4, C5 en D1A. De opgegraven grond is gezeefd over 20 mm en is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers en puingranulaat, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Ondergrond gehele onderzoekslocatie Voor het onderzoek van de ondergrond zijn in totaal 11 diepe boringen verricht. Het betreft de boringen A1, A2, A3, B1, B2, B6, B7, C1A, C2, D1A en D2. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen.
De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn tot matig grof siltig zand met plaatselijk veen- en leemhoudende lagen. In de geroerde bovengrond zijn op een groot deel van het terrein sporen baksteen, puin en kolengruis aangetroffen. De overige bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de puinlagen of in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming Deel A: Overig terrein (horeca/parkeren; circa 1575 m2)
A3
0.5 - 0.9
Zwak puinhoudend
A4
0.5 - 0.7
Zwak puinhoudend
A7
1.05 - 1.35
Zwak puinhoudend Deel B: Voormalige garagebedrijf
B8
0.35 - 0.6
Zwak baksteenhoudend Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1
C2
0.4 - 0.6 0.6 - 1.0
Zwak puinhoudend Zwak baksteenhoudend, sporen glas en sporen slakken
C3
0.2 - 0.45 1.1 - 1.5
Zwak baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 14 van 29
Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming
C4
0.3 - 0.75
Zwak puinhoudend
C5
0.35 - 0.7
Zwak puinhoudend Deel D: Voormalig pand aan de Grotestraat 23
D1
0.45 - 1.0
Zwak kolengruis- en puinhoudend
D1A
0.45 - 1.0
Zwak kolengruis- en puinhoudend
D3
0.55 - 0.8 0.8 - 0.9
Sterk baksteenhoudend Matig sintel- en slakkenhoudend
D4
0.16 - 0.35 0.6 - 0.7 1.95 - 2.2
Zwak houtskoolhoudend Zwak kolengruishoudend Matige olie/water-reactie en sterke dieselgeur
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Vanwege de zintuiglijke waarnemingen zijn de grondmonsters van boring D3 (matig sintels- en slakkenhoudend) en boring D4 (matige olie/water-reactie en sterke dieselgeur) separaat geanalyseerd op het NEN5740-standaardpakket. Voor een beter beeld van de bodemkwaliteit met betrekking tot asbest is tevens één extra mengmonster van de fijne fractie geanalyseerd op asbest. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Deel A: Overig terrein A - BG I (sporen puin/kolengruis)
A1 en A2 A8 A14
0.2 - 0.7 0.5 - 0.75 0.23 - 0.5
NEN5740standaardpakket
A - BG II (zwak puin)
A3 A4 A7
0.5 - 0.9 0.5 - 0.7 1.05 - 1.35
NEN5740standaardpakket
A - BG III (sporen baksteen)
A5 A9 A10 A12
0.5 - 1.0 0.3 - 0.8 0.33 - 0.5 0.4 - 0.8
NEN5740standaardpakket
Deel B: Voormalige garagebedrijf B - BG I (visueel schoon)
B1 B4 B5
0.15 - 0.4 0.27 - 0.5 0.15 - 0.4
NEN5740standaardpakket
B - BG II (sporen baksteen)
B1 B2 B3 B5
0.55 - 0.95 0.24 - 0.5 0.3 - 0.8 0.46 - 0.95
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 15 van 29
Vervolg tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
B - BG III (sporen baksteen)
B6 B7
0.35 - 0.65 0.09 - 0.6
NEN5740standaardpakket
B - BG IV (zwak/sporen puin)
B8 B9
0.35 - 0.6 0.2 - 0.6
NEN5740standaardpakket
B - BG V (visueel schoon)
B10 B11
0.14 - 0.5 0.2 - 0.7
NEN5740standaardpakket
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 C - BG I (sporen puin / baksteen / kolengruis)
C1A C4
0.23 - 0.55 0.75 - 0.9
NEN5740standaardpakket
C - BG II (zwak puin/baksteen)
C2 C3 C4 C5
0.4 - 0.6 0.2 - 0.45 0.3 - 0.75 0.35 - 0.7
NEN5740standaardpakket
C - BG III (sporen slakken)
C2
0.6 - 1.0
NEN5740standaardpakket
Deel D: Voormalig pand Grotestraat 23 D - BG I (sporen / zwak kolengruis / puin / baksteen)
D1A D4 D1A
0.2 - 0.45 0.6 - 0.7 0.45 - 0.95
NEN5740standaardpakket
D - BG II (sporen baksteen / puin)
D2 D3 D4
0.07 - 0.55 0.15 - 0.55 0.35 - 0.6
NEN5740standaardpakket
Boring D3 (matig sintels slakken)
D3
0.8 - 0.9
NEN5740standaardpakket
Boring D4 (sterke dieselgeur)
D4
1.95 - 2.20
NEN5740standaardpakket
D1A D2 D3 D4
0.2 - 0.45 0.07 - 0.55 0.15 - 0.55 0.35 - 0.6
PFAS
D - PFAS
Asbestonderzoek bovengrond MM FF - 01
MM FF - 02
Kruse Milieu BV
B6 B7 B8 B9 B12
0.35 - 0.5 0.09 - 0.6 0.35 - 0.6 0.2 - 0.6 0.35 - 0.6
Asbest
A3 A4 A8 A9
0.5 - 0.9 0.5 - 0.7 0.08 - 0.5 0.3 - 0.5
Asbest
Project: 21055716
Pagina 16 van 29
Vervolg tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
MM FF - 03
A2 A10 en A11 A12 A13 A14 A15
0.2 - 0.5 0.33 - 0.5 0.33 - 0.5 0.4 - 0.5 0.23 - 0.5 0.33 - 0.5
Asbest
C1A C2 C4 C5 D1A
0.15 - 0.55 0.15 - 1.0 0.08 - 0.75 0.15 - 0.7 0.2 - 0.6
Asbest
MM FF - 04
Ondergrond gehele onderzoekslocatie A - OG (visueel schoon)
B - OG (visueel schoon)
C + D - OG (visueel schoon)
A1 A2 A3
0.7 - 1.1 0.7 - 1.0 0.9 - 1.4
NEN5740standaardpakket
B1 B1 B1 B2 B6 B6
0.95 - 1.45 1.45 - 1.65 1.75 - 2.0 1.3 - 1.8 0.65 - 1.15 1.35 - 1.6
NEN5740standaardpakket
C1A C1A C3 D1A D1A D2 D2
0.55 - 0.8 1.3 - 1.8 1.5 - 2.0 0.95 - 1.3 1.3 - 1.6 1.0 - 1.3 1.3 - 1.8
NEN5740standaardpakket
De boringen A1, B1, B6, C1 en D1 zijn doorgezet tot circa 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 17 en 24 november 2021 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voor-pompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 17 van 29
Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
A1
2.00 - 3.00
1.45
6.2
450
7.8
Goed
B1
2.20 - 3.20
1.60
5.6
980
8.1
Goed
B6
2.10 - 3.10
1.50
5.8
280
9.4
Goed
C1
2.00 - 3.00
1.55
6.0
570
7.3
Goed
D1
2.10 - 3.10
1.60
6.0
240
29
Goed
De waarden voor de pH, de EC en troebelheid in de peilbuizen A1, B1, B6, C1 en D4 worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster van peilbuis D1 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft. 4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond, de separaat geanalyseerde monster van boring D3 en D4 en in het grondwater zijn licht tot sterk verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de mengmonsters van de bovengrond B - BG II, B - BG V en D - BG II, de ondergrond en in het grondwater van peilbuis C1, D1 en B6 zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De resultaten van de PFAS-analyse worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d.
1 december 2019 en door het RIVM (sinds 5 maart 2020) afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond. Voor PFAS zijn op dit moment geen duidelijke, officiële interventiewaarden voorhanden. Voor grondwater zijn door het expertisecentrum PFAS voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX ad-hoc interventiewaarden (afgeleide waarden) vastgesteld. Het mengmonster van de bovengrond (D - BG PFAS) bevat geen PFAS. De analyseresultaten en de toetsingstabel zijn weergegeven in bijlage III.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 18 van 29
Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
Deel A: Overig terrein A - BG I
Kwik Lood
0.15 410
0.21 * 610 ***
0.15 50
36 530
A - BG II
Kwik Lood
0.18 64
0.25 * 99 *
0.15 50
36 530
A - BG III
Kwik Lood
0.16 52
0.22 * 77 *
0.15 50
36 530
PB A1
Barium
56
56 *
50
625
Deel B: Voormalige garagebedrijf B - BG I
Kobalt
20
66
15
190
B - BG III
Lood PAK
44 4.4
63 * 4.4 *
50 1.5
530 40
B - BG IV
Koper Kwik Lood Zink PAK
24 0.12 62 94 2.6
44 * 0.17 * 92 * 200 * 2.6 *
40 0.15 50 140 1.5
190 36 530 720 40
PB B1
Barium
78
78 *
50
625
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 C - BG I
Kwik
0.11
0.15 *
0.15
36
C - BG II
Kwik Lood
0.12 47
0.17 * 73 *
0.15 50
36 530
C - BG III
Kwik Lood
0.31 85
0.43 * 130 *
0.15 50
36 530
Deel D: Voormalig pand aan de Grotestraat 23
1
D - BG I
Lood
34
51 *
50
530
D3 (0.8 - 0.9)
Kobalt Koper Molybdeen Nikkel
11 60 1.7 15
32 * 100 * 1.7 * 38 *
15 40 1.5 35
190 190 19 100
D4 (1.95 - 2.2)
Minerale olie
2900
14000 ***
190
5000
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 19 van 29
4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - Zware metalen en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing en bewoning. Oorzaak voor de verhoogde gehalten wordt deels gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (sporen baksteen en kolengruis). Het gehalte aan lood in mengmonster A - BG I overschrijdt de interventiewaarde. Naar aanleiding hiervan zijn de grondmonsters die zijn opgenomen in het mengmonster separaat geanalyseerd op lood. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in paragraaf 4.8. Aangezien de overige gehalten de tussenwaarden niet overschreden, is hier geen nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Barium De licht verhoogde bariumgehalten in het grondwater van peilbuis A1 en B1 zijn waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roest- en oer-houdende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.
Ondergrond boring D3 - Kobalt, koper, molybdeen en nikkel De oorzaak voor de verhoogde gehalten wordt deels gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (matig sintels- en slakkenhoudend). Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Ondergrond boring D4 - Minerale olie De zintuiglijk verontreinigde bodemlaag (sterke dieselgeur en een matige olie/water-reactie) is analytisch sterk verontreinigd met minerale olie. Op basis van de beschikbare gegevens is de verontreiniging niet direct verklaarbaar. Een nader bodemonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de sterke verontreiniging in kaart te brengen. Het nader bodemonderzoek is beschreven in hoofdstuk 5. 4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In mengmonster MM FF - 03 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Mengmonster
Component
Gewogen asbestconcentratie
Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
MM FF - 01
Asbest
n.a.
50
MM FF - 02
Asbest
n.a.
50
MM FF - 03
Asbest
14
50
MM FF - 04
Asbest
n.a.
50
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 20 van 29
In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6
Bespreking resultaten asbestanalyses
Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 03 asbest aangetoond maar is het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. 4.7
Resultaten separate analyses
Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan lood in het mengmonster A - BG I zijn de grondmonsters separaat geanalyseerd op lood. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 7: Concentraties lood (mg/kg droge stof).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1
Interventiewaarde
Boring A1-2
Lood
160
230 *
50
530
Boring A2-2
Lood
77
110 *
50
530
Boring A8-3
Lood
89
140 *
50
530
Boring A14-2
Lood
59
88 *
50
530
AW2000
In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. In de separaat geanalyseerde grondmonsters zijn enkel licht verhoogde gehalten aan lood aangetoond. Het sterk verhoogde gehalte is niet bevestigd. Geconcludeerd wordt dat het eerder gemeten sterk verhoogde loodgehalte een toevalstreffer of een meetfout betreft. Er is geen sprake van een sterke verontreiniging met lood. Aangezien de loodgehalten de tussenwaarde niet overschrijden, is een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 21 van 29
5
Nader bodemonderzoek
Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in de ondergrond van boring D4 is een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreiniging vast te stellen. 5.1
Conceptueel model en onderzoeksopzet
Op basis van de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek, is conform NTA 5755 een conceptueel model opgesteld, waarbij aandacht vooral uit gaat naar de omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd. Tabel 8: Conceptueel model in tabelvorm. Oorzaak van de Zintuiglijk is ter plekke van de verontreiniging een dieselgeur waarverontreiniging genomen. De locatie was tot 2013 bebouwd met een restaurant (pizzeria). Na een brand zijn de restanten van het pand gesloopt en is het terrein verhard met puingranulaat (parkeerterrein). In de bovengrond van boring D4 is geen minerale olie aangetoond (de monsters van 0.6 - 0.7 m-mv en 0.35 - 0.6 m-mv zijn opgenomen in de mengmonsters D - BG I en D - BG II). Verwacht wordt dat de verontreiniging niet is ontstaan door lekkage van een geparkeerd voertuig ter plekke van boring D4. Het is niet bekend waardoor de verontreiniging is ontstaan. Bodemgebruik De locatie is momenteel verhard met puingranulaat en is in gebruik als parkeerterrein. Bodemopbouw Ter plekke van boring D4 is de bodem tot een diepte van circa 1.0 meter geroerd (sporen baksteen, kolengruis en houtskool). Tot einde boordiepte (3.2 m-mv) bestaat de bodem uit zeer fijn tot matig grof zwak siltig zand. In de boring is het grondwater aangetroffen op een diepte van circa 1.7 meter.
Omvang van de De omvang van de verontreiniging in de ondergrond is niet bekend. verontreiniging Verwacht wordt dat verontreiniging zich beperkt tot de zintuiglijk met diesel verontreinigde bodemlaag. Het grondwater is waarschijnlijk ook verontreinigd maar het is niet bekend in welke mate. Ook de omvang van de eventuele grondwaterverontreiniging is niet bekend. Ernst van de Omdat de omvang niet bekend is, kan op voorhand geen uitspraak verontreiniging worden gedaan over de ernst en spoedeisendheid. Ter plekke van de verontreiniging zal waarschijnlijk nieuwbouw plaatsvinden. Een sanering van de verontreiniging is waarschijnlijk noodzakelijk in het kader van de voorgenomen nieuwbouw.
5.2
Onderzoeksstrategie
Ten behoeve van de verticale afperking van de verontreiniging worden 2 grondmonsters van boring D4 geanalyseerd op minerale olie, organische stof en droge stof. Ten behoeve van de horizontale afperking worden rondom boring D4 in totaal 3 boringen verricht tot een diepte van circa 2.5 meter. De boringen worden gecodeerd als boring D41 tot en met D43. Er worden in totaal 3 grondmonsters geanalyseerd op minerale olie, organische stof en droge stof. Omdat de bodemlaag onder het grondwaterniveau zintuiglijk verontreinigd is, is boring D4 reeds doorgezet tot circa 3.2 meter diepte en afgewerkt tot peilbuis. Om vast te kunnen stellen of en in welke mate het grondwater verontreinigd is, zal peilbuis D4 bemonsterd worden. Het grondwatermonster wordt geanalyseerd op minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 22 van 29
5.3
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn op 7 december 2021 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Er zijn in totaal 7 boringen verricht, waarvan 3 tot 2.5 meter diepte (D41, D42 en D43). Er zijn 4 boringen op een diepte van 1.4 m-mv en 1.8 m-mv gestaakt op een volledige puinlaag (D44, D45, D46 en D47. De locaties van de aanvullende boringen zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage I. De bodemopbouw ter plaatse van de aanvullende boringen is globaal matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 9. Ter plekke van boring D41 is zintuiglijk olie waargenomen (zwakke olie/water-reactie). In de overige boringen en het grondwater is zintuiglijk geen olie waargenomen (geen olie/waterreactie en geen geur). Tabel 9: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming
D41
0.35 - 0.85 2.0 - 2.3
Sporen puin Zwakke olie/water-reactie
D42
0.15 - 0.4
Sterk puinhoudend
D43
0.1 - 0.8
Sterk puinhoudend
D44
0.8 - 1.3 1.3 - 1.4
Matig puinhoudend Uiterst puinhoudend, boring gestaakt op puin
D45
0.8 - 1.3 1.3 - 1.4
Matig puinhoudend Uiterst puinhoudend, boring gestaakt op puin
D46
0.8 - 1.3 1.3 - 1.4
Matig puinhoudend Uiterst puinhoudend, boring gestaakt op puin
D47
0.2 - 1.0 1.0 - 1.5 1.8
Matig puinhoudend Uiterst puinhoudend boring gestaakt op puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is besloten de onderstaande monsters te analyseren op minerale olie, organische stof en droge stof. Tabel 10: Weergave geanalyseerde monsters. Boring (m-mv)
Aanleiding
D4 (1.0 - 1.50)
Verticale afperking
D4 (2.0 - 2.7)
Verticale afperking
D42 (1.8 - 2.3)
Horizontale afperking
D43 (2.0 - 2.5)
Horizontale afperking
D47 (1.5 - 1.8)
Horizontale afperking
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 23 van 29
Op 7 december 2021 is de peilbuis D4 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
D4
2.2 - 2.3
1.60
6.1
400
8.3
Goed
De waarden voor de pH, de EC en troebelheid worden als normaal beschouwd. Het grondwatermonster wordt geanalyseerd op minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. 5.4
Resultaten chemische analyses
In geen van de onderzochte (meng)monsters uit de afperkende boringen zijn verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwatermonster van peilbuis D4 zijn licht tot matig verhoogde gehalten aangetoond. De verhoogde gehalten zijn weergegeven in tabel 12. Tabel 12: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
Peilbuis D4
Ethylbenzeen Xylenen Naftaleen Minerale olie
5.8 4.2 3.1 420
5.8 * 4.2 * 3.1 * 420 **
4 0.2 0.01 50
150 70 70 600
In de vierde kolom van tabel 12 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 5.5
Bespreking resultaten chemische analyses
In de grondmonsters voor de verticale en horizontale afperking zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. De verontreiniging in de ondergrond is in voldoende mate afgeperkt. Het grondwater is matig verontreinigd met minerale olie. Omdat de peilbuis in de zintuiglijk meest verontreinigde boring is geplaatst, kan aangenomen worden dat het grondwater niet sterk verontreinigd is met minerale olie. De omvang van de verontreiniging in de ondergrond wordt geschat op 20 m2 x 0.5 meter = circa 10 m3, waarvan naar verwachting circa 5 m3 sterk verontreinigd is. Omdat er minder dan 25 m3 grond sterk verontreinigd is, is er geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 24 van 29
De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend en hierdoor is ook niet bekend wanneer de verontreiniging is ontstaan. De sanering van de sterke verontreiniging is noodzakelijk omdat er waarschijnlijk ter plekke van de verontreiniging gebouwd zal worden. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. Tevens mag de verontreinigde grond niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (gemeente Dinkelland). Voorafgaande aan de sanering dient saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 25 van 29
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Koopman Vastgoed BV is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 2915 m² aan de Grotestraat 17-23 en Ootmarsumsestraat 1 te Denekamp. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard met klinkers en puingranulaat. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling van het terrein. Een deel van het pand (voormalig hotel Veldman) zal verbouwd worden tot 6 appartementen. De overige bebouwing zal gesloopt worden. Er worden twee nieuwe woongebouwen met in totaal 15 appartementen gebouwd. Het overige deel van het terrein zal ingericht worden als openbare ruimte (parkeren en groen). Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Op basis van het historisch gebruik is het plangebied in 4 deellocaties opgedeeld. De (geroerde) bovengrond van de locaties wordt als gevolg van de voormalige (bedrijfs)activiteiten als verdacht beschouwd voor de parameters uit het NEN5740standaardpakket. De (ongeroerde) ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. De bovengrond van de gehele locatie wordt tevens als verdacht beschouwd voor asbest. Resultaten veldwerk Het gehele terrein (boven- en ondergrond) is beschouwd als verdacht voor chemische componenten De bovengrond is tevens verdacht voor asbest.
In totaal zijn er 24 boringen verricht en zijn er 20 inspectiegaten gegraven. Er zijn 6 boringen afgewerkt met peilbuizen (PB A1, B1, B6, C1, D1 en D4). Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn tot matig grof zwak siltig zand met plaatselijk veen- en leem houdende lagen. Op een groot deel van het terrein zijn in de bovengrond sporen baksteen, puin en/of kolengruis aangetroffen. Ten noorden van Grotestraat 19-21 is in de ondergrond zintuiglijk olie waargenomen. Het freatische grondwater is in de peilbuizen aangetroffen op gemiddeld 1.55 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Deel A: Overig terrein - de bovengrond (A - BG I) is sterk verontreinigd met lood en licht verontreinigd met kwik. In de separaat geanalyseerde grondmonsters uit het grondmengmonsters zijn enkel licht verhoogde gehalten aan lood aangetoond; - de bovengrond (A - BG II) is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (A - BG III) is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de ondergrond (A - OG ) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB A1) is zeer licht verontreinigd met barium.
Deel B: Voormalige garagebedrijf - de bovengrond (B - BG I) is licht verontreinigd met kobalt; - de bovengrond (B - BG II en B - BG V) is niet licht verontreinigd; - de bovengrond (B - BG III) is licht verontreinigd met lood en PAK; - de bovengrond (B - BG IV) is zeer licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink en PAK; - de ondergrond (B - OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB B1) is zeer licht verontreinigd met barium; - het grondwater (PB B6) is niet verontreinigd.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 26 van 29
Deel C: Voormalig pand Ootmarsumsestraat 1 - de bovengrond (C - BG I) is zeer licht verontreinigd met kwik; - de bovengrond (C - BG II) is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (C - BG III) is licht verontreinigd met kwik en lood; - de ondergrond (CD - OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB C1) is niet verontreinigd. Deel D: Voormalig pand Grotestraat 23 - de bovengrond (D - BG I) is zeer licht verontreinigd met lood; - de bovengrond (D - BG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond (Boring D3, 0.8 - 0.9 m-mv) is licht verontreinigd met kobalt, koper, molybdeen en nikkel; - de ondergrond (Boring D4, 1.95 - 2.2 m-mv) is sterk verontreinigd met minerale olie; - de ondergrond (CD - OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB D1) is niet verontreinigd. Nader bodemonderzoek boring D4 - boring D4 (1.0 - 1.50 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie; - boring D4 (2.0 - 2.7 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie; - boring D42 (1.8 - 2.3 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie; - boring D43 (2.0 - 2.5 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie; - boring D47 (1.5 - 1.8 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (peilbuis D4) is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met ethylbenzeen, xylenen en naftaleen.
Resultaten asbestanalyses Op basis van de resultaten van de asbestanalyses kan het volgende worden geconcludeerd: - in de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 04 is geen asbest aangetoond; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 03 bevat asbest; het gehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" kan worden aangenomen, aangezien overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie" ten aanzien van PFAS voor deellocatie D kan verworpen worden, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden is aangetoond. De hypothese “verdacht voor de aanwezigheid van asbest” kan aangenomen worden, aangezien er plaatselijk asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de geroerde bovengrond (zeer) lichte verontreinigingen met zware metalen (met name kwik en lood) en PAK aangetoond. De ongeroerde ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn plaatselijk zeer licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond. Ter plekke van boring D4 is de zintuiglijk met olie verontreinigde bodemlaag analytisch sterk verontreinigd met olie. Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte is een nader bodemonderzoek uitgevoerd.
De verontreiniging in de grond is in voldoende mate afgeperkt en wordt geschat op 20 m2 x 0.50 meter = circa 10 m3, waarvan naar verwachting circa 5 m3 grond sterk verontreinigd is.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 27 van 29
Het grondwater ter plekke van de verontreiniging is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met ethylbenzeen, xylenen en naftaleen. De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend en hierdoor is ook niet bekend wanneer de verontreiniging is ontstaan. De sanering van de sterke verontreiniging is noodzakelijk omdat er waarschijnlijk ter plekke van de verontreiniging gebouwd zal worden. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. Tevens mag de verontreinigde grond niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (gemeente Dinkelland). Voorafgaande aan de sanering dient saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na sanering van de verontreiniging met minerale olie, geen bezwaar tegen de voorgenomen herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt na sanering geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin).
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 28 van 29
7
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Dinkelland Rapport verkennend bodemonderzoek Grotestraat 23 te Denekamp, Twinnova B.V., d.d. 8 juni 1995 met projectnummer 95.05.542 Rapport nader bodemonderzoek Grotestraat 23 te Denekamp, Geofox bv, d.d. oktober 1995 met projectnummer 47760/MM/JO Rapport verkennend bodemonderzoek Grotestraat 17, 17A en 19 te Denekamp, Aveco de Bondt, d.d. 7 juni 2006 met projectnummer 06-0915 NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.denekampfotos.nl www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl Kruse Milieu BV
Project: 21055716
Pagina 29 van 29