CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, SvS 4 locaties_vastgesteld_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 27 februari 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Schuur voor Schuur Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17”17.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 En Loodijk 17

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPGA5RO4DE32-VG01

Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 6 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

13 13

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

17 17 20

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

21 21 22 28

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

31 31

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

31 32 33 36 38 39 41

Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

45 45 46

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

2

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

53 53 53 53

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De terugloop in de landbouw en de gewijzigde economische omstandigheden hebben ertoe geleid dat het buitengebied meer en meer een gebied wordt van functiemenging. Verwacht wordt dat er de komende jaren steeds meer (grote) erven leeg komen te staan en dat deze leeg staande schuren niet allemaal ingevuld kunnen worden met andere functies. In deze situaties kan gekeken worden of sloop uitkomst biedt, immers willen veel eigenaren wel van de schuren af, maar laten dit vooralsnog achterwege vanwege onder meer de kosten en het behoud van de bestaande bouwrechten. Anderzijds zijn er eigenaren van erven die graag extra bebouwing willen realiseren, maar daarvoor de bouwrechten niet hebben. Hier valt voor beide partijen een voordeel te behalen. In voorliggend geval is sprake van een dergelijke situatie. Initiatiefnemers zijn eigenaren van de percelen Rode Veldweg 4 te Rossum, Deurningerstraat 32 te Deurningen en Gammelkeresweg 5 te Deurningen, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het voornemen bestaat om nieuwe bijgebouwen op deze percelen te realiseren bovenop de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan buitengebied reeds biedt. Op het agrarisch bedrijfsperceel aan de Loodijk 17 in Saasveld wordt 705 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Na de sloop blijft 1.024 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig op deze locatie.

Dat betekent dat in de bestaande situatie circa 1.729 m2 bedrijfsbebouwing op deze locatie aanwezig is. Tevens wordt op deze locatie - door middel van verplaatsing op het eigen erf - een nieuwe schuur gebouwd van circa 165 m2. Op basis van de regeling uit artikel 3.2 'Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning' van het beleid ''Buitengebied met kwaliteit' kunnen vanwege de sloop aan de Loodijk 17 op de locaties aan de Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 extra vrijstaande bijbouwen worden gebouwd. De verplaatsing van de m2 voor de nieuwe schuur op Loodijk 17 valt hier buiten. De gemeente Dinkelland heeft in het principebesluit aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan voorliggend initiatief via een herziening van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader voor de sloop- en bouwlocaties. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het agrarische bedrijfsperceel Loodijk 17 ligt ten noordwesten van de kern Saasveld. Het agrarische bedrijfsperceel Rode Veldweg 4 ligt ten zuidoosten van de kern Rossum. Het woonperceel Gammelkeresweg 5 ligt direct ten noorden van de kern Deurningen. Het woonperceel Deurningerstraat 32 ligt ten noordoosten van de kern Deurningen. Alle locaties zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In afbeelding 1.1 is de ligging van de desbetreffende locaties ten opzichte van de omgeving weergeven. In hoofdstuk 2 wordt nader ingezoomd op de huidige situatie ter plaatse van de plangebieddelen.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

5

Afbeelding 1.1 Ligging locaties ten opzichte van de omgeving (bron: PDOK, bewerking BJZ.nu)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPGA5RO4DE32-VG01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels en de verbeelding zijn juridisch bindend.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Alle locaties liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” en het 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland' die door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland zijn vastgesteld op respectievelijk 18 januari 2010 en 29 mei 2018. De planologische situatie van de betreffende locaties wordt hierna nader beschreven.

6

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

1.4.2

Loodijk 17 (slooplocatie)

De slooplocatie aan de Loodijk 17 heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” de enkelbestemming 'Agrarisch – 1', een bouwvlak en de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch bouwperceel niet grondgeboden agrarisch bedrijf' en 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het agrarisch bouwperceel is weergegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu) Bestemmingen Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Bedrijfsgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Woningen zijn enkel toegestaan in de vorm van een bij het agrarisch bedrijf behorende bedrijfswoning. Ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet-grondgebonden agrarisch bedrijf” zijn de gronden bedoelt voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning' is een tweede bedrijfswoning toegestaan. De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

7

1.4.3

Rode Veldweg 4

Deze locatie heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” de enkelbestemmingen 'Wonen - Landhuis' en 'Agrarisch - 2'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - ecologie'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met rode omlijning is aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.3 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu) Bestemmingen De gronden met de bestemming 'Wonen - Landhuis' zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, bedrijfsactiviteiten of mantelzorg. De gronden met de bestemming 'Agrarisch - 2' zijn bestemd voor agrarisch gebruik, het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwperceel, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer en extensief dagcreatief medegebruik. De gronden met de bestemming 'Waarde - Ecologie' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de instandhouding en realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur. 1.4.4

Deurningerstraat 32

Deze locatie heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” de enkelbestemming 'Wonen'. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met rode omlijning is aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

8

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Afbeelding 1.4 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu) Bestemmingen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. 1.4.5

Gammelkeresweg 5

Deze locatie heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” de enkelbestemming 'Wonen'. In afbeelding 1.5 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met rode omlijning is aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met rode omlijning is aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

9

Afbeelding 1.5 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu) Bestemmingen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. 1.4.6

Strijdigheid

De gewenste ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan omdat de maximale oppervlak aan bijgebouwen wordt overschreden. Op dit moment geldt ter plaatse van de bestaande woonpercelen dat maximaal de bestaande oppervlakte aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de woningen zijn toegestaan. Het realiseren van nieuwe bijgebouwen bij de woningen is dan ook niet toegestaan. Daarnaast zijn de huidige bestemmingsvlakken 'Wonen' ontoereikend voor de gewenste nieuwe bebouwing Daarnaast moet aan de Rode Veldweg 4 voor een deel de bestemming agrarisch gewijzigd worden in een woonbestemming omdat onder een agrarische bestemming alleen gebouwd mag worden t.b.v. een agrarisch bedrijf. Ter compensatie wordt een deel van de woonbestemming gewijzigd naar een agrarische bestemming, zodat de oppervlakte van de woonbestemming gelijk blijft. Met voorliggende bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ter plaatse van de slooplocatie aan de Loodijk 17 is het nu planologisch toegestaan om nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen te realiseren danwel bestaande bedrijfsgebouwen te herbouwen.

Door deelname aan de Buitengebied met kwaliteit-regeling dient het vorenstaande te worden uitgesloten, immers mogen gesloopte schuren die deelnemen aan de regeling niet herbouwd worden. In voorliggend bestemmingsplan wordt het aantal m2 aan bedrijfsbebouwing beperkt tot de bestaande overblijvende hoeveelheid na sloop van de 705 m2.

10

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Huidige situatie plangebied In voorliggend geval omvat het plangebied vier locaties: slooplocatie Loodijk 17 te Saasveld en de bouwlocaties Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 allen gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierna zal de huidige situatie van deze plandelen afzonderlijk worden toegelicht. 2.1.1

Loodijk 17

De slooplocatie ligt aan Loodijk 17 op circa 2,3 kilometer ten noordwesten van de kern Saasveld. Het gaat hier om een niet grondgebonden agrarisch bedrijf met twee bedrijfswoningen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden en verspreid liggende woonerven. De huidige situatie in het deelgebied Loodijk 17 en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.1.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto omgeving plangebied Loodijk 17 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu) De locatie wordt aan de west-, oost- en zuidzijde begrensd door agrarische cultuurgronden. De locatie grens aan de noordzijde aan de Loodijk. De bebouwing bestaat uit de bedrijfswoning met bijbehorend bouwwerken en agrarische opstallen. De overige gronden zijn grotendeels ingericht als tuin en erfverharding (oprit, parkeren etc.). 2.1.2

Rode Veldweg 4

De locatie Rode Veldweg 4 ligt op circa 750 meter ten oosten van de kern Rossum. Ter plekke is sprake van een woonerf. De functionele structuur bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgronden, natuurgronden en verspreid liggende woonerven. Ten westen bevindt zich de bebouwde kom van Rossum, ten noorden ligt een bosgebiedje. De huidige situatie in het plangebied Rode Veldweg 4 en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.2.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

13

Afbeelding 2.2 Luchtfoto omgeving plangebied Rode Veldweg 4 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu) Het woonerf wordt aan de noord en westzijde begrensd door de Rode Veldweg. Ten zuiden wordt het erf begrensd door agrarische cultuurgronden. Ten noordoosten liggen gronden met natuurwaarden. De bebouwing op het erf bestaat uit een woning een bijgebouw. De overige gronden zijn ingericht als tuin en erfverharding. 2.1.3

Deurningerstraat 32

De locatie Deurningerstraat (eveneens een woonerf) ligt op circa 790 meter ten noordoosten van de kern Deurningen. De functionele structuur bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgronden en verspreid liggende woonerven en agrarische bedrijfspercelen. Het plangebied wordt hier begrensd door agrarische gronden en gronden bestemd voor natuur en bos. De huidige situatie in het deelgebied Deurningerstraat 32 en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.3.

14

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Afbeelding 2.2 Luchtfoto omgeving plangebied Deurningerstraat 32 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu)

2.1.4

Gammelkeresweg 5

Het woonerf aan de Gammelkeresweg 5 ligt op circa 720 meter ten noorden van de kern Deurningen. De functionele structuur bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgronden en verspreid liggende woonerven en agrarische bedrijfspercelen. Het plangebied wordt hier begrensd door agrarische gronden en gronden bestemd voor natuur en bos. De huidige situatie in het deelgebied Gammelkeresweg 5 en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.3.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

15

Afbeelding 2.3 Luchtfoto omgeving plangebied Gammelkeresweg 5 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu)

16

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

Initiatiefnemers zijn voornemens extra bijbehorende bouwwerken te realiseren op hun woonerven aan de Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De gewenste hoeveelheid bebouwing past niet binnen de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan geeft. In het kader van de Buitengebied met kwaliteit-regeling wordt daarom op het agrarisch bedrijfsperceel aan de Loodijk 17 in Saasveld in totaal 705 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Op deze manier wordt enerzijds de in onbruik geraakte agrarische bebouwing verwijderd van het agrarische erf en kunnen deze gesloopte meters op basis van de Buitengebied met kwaliteit-regeling worden ingezet om op de percelen Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 meer bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken. 3.1.2

Gewenste ontwikkeling Loodijk 17

Het agrarische bedrijf aan de Loodijk 17 wil afschalen en stoot om deze reden een aantal bedrijfsgebouwen die geen functie meer vervullen af. Op het agrarisch bedrijfsperceel wordt in totaal 705 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt in het kader van de Buitengebied met kwaliteit-regeling. Na de sloop blijft 1.024 m2 bedrijfsgebouwen aanwezig en twee bedrijfswoningen aanwezig op deze locatie. Dat betekent dat in de bestaande situatie 1.729 m2 bedrijfsbebouwing op deze locatie aanwezig is. Tevens wordt op deze locatie - door middel van verplaatsing op het eigen erf - een nieuwe schuur gebouwd van circa 165 m2. In afbeelding 3.1 zijn de te slopen gebouwen weergegeven. Niet gemarkeerde bebouwing blijft behouden blijven. De agrarisch bestemming komt te vervallen en maakt plaats te voor een passende VAB bestemming om de bedrijfsmatige activiteiten (opslag(doeleinden) en hobbymatig agrarisch gebruik) in de te behouden schuren voort te zetten.

Afbeelding 3.1 Overzicht van de te slopen gebouwen Loodijk 17 Voor de nieuwe erfinrichting is door N+L Landschapsontwerpers een erfinrichtingstekening gemaakt. Een en bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

17

ander is weergegeven in onderstaande afbeelding 3.2. Voor een volledige versie van het erfinrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 van de toelichting.

Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan slooplocatie Loodijk 17 (bron: N+L Landschapsontwerpers) Op basis van het gemeentelijke beleid 'Buitengebied met kwaliteit' mag ter compensatie van de te slopen asbesthoudende bebouwing op het perceel aan de Loodijk 17 de oppervlakte aan bijgebouwen elders worden verhoogd. Daarbij geldt: de eerste 100 m2 mag 1-op-1 ingezet worden, de sloopmeters van 101 m2 tot en met 500 m2 gaan in een verhouding van 1:2. Vanaf 501 m2 en meer is de verhouding 1:3. In de volgende paragraaf wordt dit nader toegelicht. 3.1.3

Gewenste ontwikkelingen Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5

Aan de Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 bestaat de wens om een nieuw bijgebouw te realiseren. Hieronder wordt per locatie de gewenste situatie beschreven. Rode Veldweg 4 Door aan de Loodijk 17 een totaal van 195 m² aan landschapsontsierende bijgebouwen te slopen, waarvan 140 m² met asbest en 55 m² zonder asbest wordt een extra 134 m² aan bijgebouwen aan de Rode Veldweg 4 toegestaan. Op het erf aan de Rode Veldweg 4 bevindt zich tevens een landschapsontsierend bijgebouw met asbest van 60 m² welke vóór 1998 aanwezig is. Deze schuur wordt ook gesloopt waardoor een extra van 30 m² aan bijgebouwen wordt toegestaan. Hierdoor wordt middels sloop 164 m² aan extra bijgebouwen toegestaan. Aan de Rode Veldweg 4 bevindt zich reeds een (legaal) bijgebouw van 135 m². Daarnaast bevinden zich aan de Rode Veldweg 4 een tweetal te legaliseren bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 30 m². Deze worden gelegaliseerd waardoor het nieuwe bijgebouw een oppervlakte mag krijgen van maximaal 134 m². In totaal wordt er na de ontwikkeling een hoeveelheid van 299 m² aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan op het erf. 134 m² uit sloop aan de Loodijk 17, 30 m² door sloop bijgebouw vóór 1998 op eigen erf en een reeds aanwezig bijgebouw van 135 m².

Opgemerkt wordt dat op deze locatie de woonbestemming aan de oostzijde wordt verlengd en aan de noordzijde en zuidzijde wordt verkleind, zodat de woonbestemming verschuift en niet in oppervlakte toeneemt. Om deze nieuwe schuur op een landschappelijk gezien passende locatie te kunnen realiseren is een vergroting van de woonbestemming noodzakelijk. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe schuur is door N+L Landschapsontwerpers een erfinrichtingsplan gemaakt. Een van de maatregelen om de nieuwe schuur goed in te passen op het erf is een lessenaarsdak aan te leggen op het beoogde bijgebouw. Verder wordt aan de oostzijde van het erf een bestaand bouwwerk gesloopt. De gewenste situatie voor deze locatie is in afbeelding 3.2 weergegeven. Voor een uitvergrote versie van het 18

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

erfinrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 2 bij de toelichting.

Afbeelding 3.2 Erfinrichtingsplan bouwlocatie Rode Veldweg 4 (bron: N+L Landschapsontwerpers) Deurningerstraat 32 De eigenaar van het woonperceel Deurningerstraat 32 is eveneens van plan om een nieuw bijgebouw te realiseren. Aan de Deurningerstraat 32 worden (illegaal opgerichte) bestaande bijgebouwen afgebroken. Op deze locatie is sprake van circa 107 m2 legale opgerichte aanbouwen en een aangebouwd bijgebouw bij de woning van 112 m2. De bestaande kapschuur heeft omvang van 178 m2. Met de m2 die wordt verkregen uit de gemeentelijke regeling vanwege de sloop op de Loodijk 17 wordt een bijgebouw van 200 m2 teruggebouwd aan de oostkant van het erf. In totaal wordt op deze locatie 600 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe schuur is door N+L Landschapsontwerpers een erfinrichtingsplan gemaakt. Aan de noordoostzijde van het erf worden illegale bouwwerken gesloopt. De gewenste situatie voor deze locatie is weergegeven in afbeelding 3.3. Voor een uitvergrote versie van het erfinrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 3 van de toelichting.

Afbeelding 3.3 Erfinrichtingsplan bouwlocatie Deurningerstraat 32 (bron: bron: N+L Landschapsontwerpers) bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

19

Gammelkeresweg 5 De eigenaar van het woonperceel Gammelkeresweg 5 is eveneens van plan om een nieuw bijgebouw te realiseren. Met de m2 die worden verkregen op basis van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit' vanwege de sloop op de Loodijk 17, wordt een bijgebouw van 155 m2 teruggebouwd aan de zuidkant van het erf. De bestaande legaal (en te behouden) opgerichte bijbehorende bouwwerken hebben een oppervlakte van circa 285 m2. In totaal wordt op deze locatie 440 m2 aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe schuur is door N+L Landschapsontwerpers een erfinrichtingsplan gemaakt. De gewenste situatie voor deze locatie is weergegeven in afbeelding 3.4. Voor een uitvergrote versie van het erfinrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 4 bij de toelichting.

Afbeelding 3.4 Erfinrichtingsplan bouwlocatie Gammelkeresweg 5 (bron: bron: N+L Landschapsontwerpers)

3.2 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. Aan de Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 blijven de woningen overeenkomstig de bestaande situatie middels een eigen in- en uitrit ontsloten. Op alle locaties wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd als extra bergingsruimte bij de woningen. Voor de locaties geldt dat gelet op de reeds (deels) aanwezige en toekomstige woonfunctie en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een wijziging in de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie ter plaatse. Ten aanzien van de slooplocatie aan de Loodijk 17 wordt opgemerkt dat de agrarische activiteiten worden afgeschaald, waarbij de bebouwingsmogelijkheden worden ingeperkt. Deze ontwikkeling heeft ter plaatse geen toename van de verkeersgeneratie of parkeerbehoefte tot gevolg en kan mogelijk zelf leiden tot een afname van de verkeersgeneratie. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

20

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

21

2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.1 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling op vier locaties in het buitengebied van de gemeente Dinkelland waarbij per saldo sprake is van een afname van bebouwing. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' en er niet hoeft te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen sprake van strijd met het rijksbeleid. 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

22

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving: een ontwikkelingsgerichte aanpak

De provincie wil ontwikkelingen in de Groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' ontwikkelt als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab's, landgoederen etc. Deze regelingen blijven daarin overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaaleconomische ontwikkelingen in de Groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en 'Catalogus Gebiedskenmerken'. Ontwikkelingen in de Groene omgeving worden als volgt benaderd: Er wordt ruimte voor sociaaleconomische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de 'Catalogus Gebiedskenmerken' wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven danwel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen in ieder geval om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Eén en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het ruimtelijk plan behorende toelichting. 4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

23

Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of- generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3, lid 1 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; 2. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn een Overijsselse variant op de ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van de toepassing binnen de groene omgeving.

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in extra bouwmogelijkheden voor bijgebouwen ter plaatse van de percelen Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 in ruil voor de sloop van 705 m2 agrarische bedrijfsbebouwing aan de Loodijk 17. Hierbij wordt een deel van agrarische bestemming aan de Rode Veldweg 4 opgenomen binnen de woonbestemming (circa 460 m2). De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijk beleid voor het buitengebied. Gelet op het feit dat per saldo sprake is van een afname van bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland en gebouwd wordt op/aansluitend bestaande woonpercelen, wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

a. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. b. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. c. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. d. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Ten aanzien van artikel 2.1.5 'Ruimtelijk kwaliteit' wordt opgemerkt dat voor de vier locaties een erfinrichtingsplan is opgesteld.

Deze erfinrichtingsplannen zijn gemaakt op basis van de geldende gebiedskenmerken laten zien dat de nieuwe bebouwing goed wordt ingepast op de woonerven en dat het agrarisch erf Loodijk 17 in de nieuw situatie op passende wijze wordt ingericht. De gewenste ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven en de vier lagen benadering, zoals wordt aangetoond in de hieropvolgende paragrafen. bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

25

Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid ten aanzien van Ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene omgeving

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te geven aan het KGO-beleid. Het beleidsdocument 'Buitengebied met kwaliteit' van de gemeente Dinkelland is een afgeleide van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (artikel 2.1.6) en valt zodoende onder de reikwijdte van deze regelgeving. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van dit gemeentelijke beleid. Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar paragraaf 4.3.2 waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de betreffende beleidslijn. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid ten aanzien van Ruimtelijke kwaliteit en KGO.

4.2.5.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven De plandelen waar extra gebouwd wordt (Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5) behoren tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De locatie Loodijk 17 (slooplocatie) ligt eveneens in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De realisatie van bijgebouwen op bestaande woonpercelen past binnen het mixlandschap waar ruimte is voor een verscheidenheid aan functies. Het continueren van het agrarisch bedrijf aan de Loodijk 17 in afgeslankte vorm past eveneens in het daar geldende ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt mogelijk en leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Uit hoofdstuk 5 blijkt verder dat er geen sprake is van belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.5.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor de plandelen geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden. 1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in 26

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De plandelen waar extra gebouwd zijn (Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5) op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met de gebiedstypes 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. De locatie Loodijk 17 (slooplocatie) is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. 'Dekzandvlakten en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. 'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water.

Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Ter plaatse van plangebieddelen zijn de kenmerken van het oorspronkelijk landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt vanwege het huidige functionele gebruik als woonpercelen en agrarisch erf. De aard en omvang van de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse zijn daarnaast van een zeer beperkte omvang. Geconcludeerd wordt dat het initiatief geen invloed heeft op de gebiedskenmerken van de 'Natuurlijke laag'. 2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De plandelen aan de Rode Veldweg 4, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 zijn aangeduid met het gebiedstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap'. De locatie Loodijk 17 ligt in het 'Oude hoevenlandschap'. 'Jonge heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan, voormalige, natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex.

Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. 'Oude hoevenlandschap' Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurninge rstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

27

vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Bij het situeren van de nieuwe bijgebouwen op de woonerven is rekening gehouden met de landschapskenmerken. Omdat de bebouwing op/direct aansluitend aan de bestaande woonerven wordt gebouwd is de ruimtelijke impact klein. Naast behoud en instandhouding van bestaande landschapselementen vinden er enkele aanvullende landschapsmaatregelen plaats. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassingen wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling, gezien aard en omvang, geen invloed heeft op de gebiedskenmerken van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 4.2.6

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. 4.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: 1. 2. 3. 4.

We doen het samen; We geven het goede voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. Buitengebied in balans De gemeente wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van 28

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17

landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en dit is gunstig voor de leefbaarheid. De plangebieden Loodijk 17, Rode Veldweg 4 en Deurningerstraat 32 liggen in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Het plangebied Gammelkeresweg 5 ligt in een gebied dat is gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland De ontwikkeling gaat uit van de sloop van landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouwen aan de Loodijk 17, en de realisatie van nieuwe bijgebouwen aan de Rode Veldweg 14, Deurningerstraat 32 en Gammelkeresweg 5 in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De erven worden landschappelijk ingepast. Het voornemen wordt mogelijk gemaakt op basis van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit van de gemeente Dinkelland'. Een veelvoud aan schuuroppervlakte wordt gesloopt om de extra bouwmogelijkheden te verkrijgen. Hiermee wordt nieuwe kwaliteit gecreëerd en verpaupering van het platteland voorkomen. Verder wordt er met de woonfunctie op deze plek op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid van het buitengebied. De voorgenomen ontwikkeling is passend in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek en een gebied dat gericht is op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/818/documents/21177