Buitengebied, SvS 4 locaties_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
S
> streefwaarde/aw2000
T
> Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)
-
<= Streefwaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 1 of 1
Bijlage IV Resultaten asbestanalyses
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
V221202623 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 1 van 2
Naam B - MM FF, FFB: 0-10 Datum monstername 22-12-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 03-01-2023 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1
Boornaam FFB-
Begin diepte 0
Resultaten Parameter
Concentratie
95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen
Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest
Eind diepte 10
Barcode 1821310MG
Eenheid
Gemeten 82,3 13,1 10,8 1,0 n.a. n.a.
Gewogen
1,0 n.a. n.a.
0,5 -
0,5 -
4,5 -
4,5 -
% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
1,0 n.a. 1,0 n.a. n.a. n.a.
1,0 n.a. 1,0 n.a. n.a. n.a.
0,5 0,5 -
0,5 0,5 -
4,5 4,5 -
4,5 4,5 -
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<2 <2 <2
1,0 n.a. 1,0
0,5 0,5
0,5 0,5
4,5 4,5
4,5 4,5
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.
Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest.
Hoofdanalist laboratorium Mw. ing. E. Kingma
Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) Asbestcement Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) Vezelbundels Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)
Fractie > 20 mm 0 100
Fractie 8 - 20 mm 26 100
Fractie 4 - 8 mm 57 100
Fractie 2 - 4 mm 70 100
Fractie 1 - 2 mm 225 20
0,0074 nee 1 25 1,9
0,0245 nee 1 25 6,1
0,0037 nee 2 90 3,3
V221202623 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 2 van 2
Fractie 0,5 - 1 mm 686 5
Fractie < 0,5 mm 9731 **
Fractie Totaal 10795
0,0319 2 8,0 0,0037 2 3,3
0,48 0,48
0,57 0,57
1,05 1,05
3 0,48 0,48
1 0,57 0,57
4 1,05 1,05
** = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
V221202624 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 1 van 2
Naam C - MM FF, FFC: 0-10 Datum monstername 22-12-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 03-01-2023 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1
Boornaam FFC-
Begin diepte 0
Resultaten Parameter
Concentratie
95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen
Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest
Eind diepte 10
Barcode 1821311MG
Eenheid
Gemeten 86,3 13,2 11,4 25 n.a. n.a.
Gewogen
25 n.a. n.a.
14 -
14 -
44 -
44 -
% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
25 n.a. 25 n.a. n.a. n.a.
25 n.a. 25 n.a. n.a. n.a.
14 14 -
14 14 -
44 44 -
44 44 -
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
25 <2 25
25 n.a. 25
14 14
14 14
44 44
44 44
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.
Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest.
Hoofdanalist laboratorium Mw.
Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) Asbestcement Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) Vezelbundels Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)
Fractie > 20 mm 0 100
Fractie 8 - 20 mm 31 100
V221202624 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 2 van 2
Fractie 4 - 8 mm 77 100
Fractie 2 - 4 mm 53 100
Fractie 1 - 2 mm 159 20
Fractie 0,5 - 1 mm 685 5
Fractie < 0,5 mm 10400 *
Fractie Totaal 11405
0,0864 nee 3 25 21,6
0,1079 nee 14 37,5 40,5
0,2335 nee 26 37,5 87,6
0,1960 nee 14 37,5 73,5
0,6238
0,0185 nee 3 70 13,0
0,0620 nee 8 70 43,4
0,0805
57 223,2
11 56,4
1,89 1,89
3,55 3,55
8,82 8,82
10,25 10,25
24,51 24,51
3 1,89 1,89
14 3,55 3,55
29 8,82 8,82
22 10,25 10,25
68 24,51 24,51
* = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
V230100418 versie 1 09-01-2023 22-12-2022 16-01-2023 1 van 1
Naam C - MM FF, FFC: 0-10 Datum monstername 22-12-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 13-01-2023 Monstername door Opdrachtgever Analyse methode Bepaling van respirabele asbestvezels m.b.v. SEM conform AS3000 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1
Boornaam FFC-
Resultaten Labcode zeeffractie monster: Massa zeeffractie <0,5 mm: Massa totale monster: Inweeg materiaal: Vergroting: Effectieve filter diameter: Onderzocht oppervlak: Beeldveldoppervlak: Aantal getelde beeldvelden:
V221202624 10400 11,405 2,58 2100 22,025 2,2800 0,0228 100
Aantal gemeten vezels Totaal gemeten serpentijn 0 Totaal gemeten amfibool 0 Totaal asbest 0 Totaal gewogen asbest
Begin diepte 0
Eind diepte 10
Barcode 1821311MG
g kg g mm 2 mm 2 mm
Gehalte aan vezels mg/kg ds <0,1 <0,1 <0,1 <1,1
Ondergrens mg/kg ds <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
Bovengrens mg/kg ds <0,1 <0,1 <0,2 <1,1
Totaal gewogen asbest: totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds) De boven-, en ondergrens zijn bepaald op basis van het 95% betrouwbaarheidsinterval.
Hoofdanalist laboratorium Mw. ing.
Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
V221202625 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 1 van 2
Naam D - MM FF, FFD: 0-10 Datum monstername 22-12-2022 Monstersoort Grond Datum analyse 03-01-2023 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1
Boornaam FFD-
Begin diepte 0
Resultaten Parameter
Concentratie
95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen
Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest
Eind diepte 10
Barcode 1821312MG
Eenheid
Gemeten 88,3 13,3 11,7 1,5 n.a. n.a.
Gewogen
1,5 n.a. n.a.
0,4 -
0,4 -
5,7 -
5,7 -
% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
1,5 n.a. 1,5 n.a. n.a. n.a.
1,5 n.a. 1,5 n.a. n.a. n.a.
0,4 0,4 -
0,4 0,4 -
5,7 5,7 -
5,7 5,7 -
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<2 <2 <2
1,5 n.a. 1,5
0,4 0,4
0,4 0,4
5,7 5,7
5,7 5,7
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
n.a. = niet aantoonbaar Gewogen concentratie asbest : totaal asbest serpentijn + 10*totaal asbest amfibool (mg/kg.ds). Dit monster is droog gezeefd. Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.
Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest.
Hoofdanalist laboratorium Mw. ing.
Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Eurofins ACMAA Testing is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving
Kruse Milieu BV.
Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren 22064218 Loodijk 17 - Saasveld
Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) Vezelbundels Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)
Fractie > 20 mm 0 100
Fractie 8 - 20 mm 7 100
Fractie 4 - 8 mm 53 100
Fractie 2 - 4 mm 81 100
** = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.
Fractie 1 - 2 mm 187 20
V221202625 versie 1 22-12-2022 22-12-2022 03-01-2023 2 van 2
Fractie 0,5 - 1 mm 690 5
Fractie < 0,5 mm 10695 **
Fractie Totaal 11713
0,0190 nee 2 90 17,1
0,0190
1,46 1,46
1,46 1,46
2 1,46 1,46
2 1,46 1,46
2 17,1
Bijlage V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Termen De gehalten van de chemische componenten in de bodem en in het grondwater worden getoetst aan de zogenaamde achtergrond- of streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2013. Deze waarden worden gecorrigeerd voor de gehalten lutum en organische stof (humus) voor de betreffende bodem. Deze gehalten worden in het laboratorium bepaald. Achtergrondwaarden: De gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden: Waarden, die het niveau aangeven, waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Gebruikt symbool: S. De streefwaarde wordt alleen voor grondwater gebruikt. Interventiewaarden: Waarden, die aangeven wanneer de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Gebruikt symbool: I. Tussenwaarde: Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Gebruikt symbool: T.
Overige termen, die in dit rapport worden gebruikt, zijn als volgt te definiëren: Niet verontreinigd: Gehalte van elke component overschrijdt de achtergrond- of streefwaarde niet. Zeer licht verontreinigd: Gehalte van een component ligt boven de achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt het dubbele van de achtergrond- of streefwaarde niet. Licht verontreinigd:
Gehalte van een component is hoger dan het dubbele van de Achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt de tussenwaarde niet.
Matig verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de tussenwaarde, maar overschrijdt de interventiewaarde niet. Sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de interventiewaarde, maar overschrijdt het tienvoud van de interventiewaarde niet. Zeer sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan het tienvoud van de interventiewaarde. NEN5740:
Nederlandse norm "Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek." Een verkennend onderzoek heeft tot doel met relatief beperkt onderzoek vast te stellen of er sprake is van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie.
Verdachte locatie:
Locatie, waarvan op basis van vooronderzoek of historische informatie wordt verwacht dat er verontreiniging aanwezig is.
Nulsituatie:
Huidige chemische kwaliteit van grond en grondwater ten aanzien van bodemverontreinigende stoffen.
Nader onderzoek:
Bodemonderzoek, waarin de ernst en de omvang van een eerder aangetoonde verontreiniging wordt vastgesteld.
Afkortingen AMvB BG BOOT BSB BSB BTEX BTEXN BZV CZV EC EOCl EOX GHG GLG GWS HBO HCB HCH ILT Ministerie van I en W MM FF MVR NEN NNI NPR NVN OCB's OG OW-test PAK's PCB's PFAS pH SUBAT VC VNG VROM VOCl WBB As Ba Cd Cr Co Cu Fe Hg Mn Mo Na Ni Pb St Zn
Algemene Maatregel van Bestuur Bovengrond Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen Bouwstoffenbesluit Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen Afkorting voor vluchtige aromaten (BTEX) en Naftaleen Biologisch zuurstofverbruik Chemisch zuurstofverbruik Elektrisch geleidingsvermogen Extraheerbare organochloorverbindingen Extraheerbare organohalogeenverbindingen Gemiddeld hoogste grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand Actuele grondwaterstand Huisbrandolie Hexachloorbenzeen Hexachloorhexaan Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Mengmonster fijne fractie Ministeriële Vrijstellingsregeling Nederlandse norm Nederlands Normalisatie Instituut Nederlandse praktijkrichtlijn Nederlandse voornorm Chloorpesticiden Ondergrond Olie/water-test Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Polychloorbifenylen poly- en perfluor alkyl stoffen Zuurgraad Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations Vinylchloride Vereniging van Nederlandse Gemeenten Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Vluchtige organochloorverbindingen, zoals per en tri Wet Bodembescherming Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper IJzer Kwik Mangaan Molybdeen Natrium Nikkel Lood Tin Zink
Bijlage 6 Quickscan natuurwaardenonderzoek
62
bestemmingsplan Buitengebied, SvS Gammelkeresweg 5, Deurningerstraat 32, Rode Veldweg 4 en Loodijk 17
Quickscan natuurwaardenonderzoek Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld & Rode Veldweg 4 Rossum
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld & Rode Veldweg 4 Rossum.
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
N+L Landschapsontwerpers
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 4857 versie 1.0 Ligging plangebied: Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld & Rode Veldweg 4 Rossum.
Status: definitief Rapportdatum: 10-03-2023
Auteur:
Veldwerk uitgevoerd door:
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. 1
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2
Het plangebied ......................................................................................................................... 6
2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3
Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 9
3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden .............. 11 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................. 11 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................. 12 Hoofdstuk 4
Toetsingskaders ...................................................................................................................... 13
4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 13 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................. 13 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 13 4.4 Wet natuurbescherming; Houtopstanden ............................................................................................. 14 4.5 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ......................................................................... 14 Hoofdstuk 5
Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 15
5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 15 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 15 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 18 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 22 Hoofdstuk 6
Soortenbescherming .............................................................................................................. 23
6.1 Methode ................................................................................................................................................. 23 6.1.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 23 6.1.2 Bronnenonderzoek .......................................................................................................................... 23 6.1.3 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 25 6.1.4 Methode per soortgroep ................................................................................................................. 26 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 27 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 37 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 45 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 45 Hoofdstuk 7
Conclusies ............................................................................................................................... 46
2
SAMENVATTING Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden. Te weten Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld en Rode Veldweg 4 Rossum. Het voornemen bestaat om aan de Deurningetstraat 32 een nieuw bijgebouw te realiseren. De schuur en de carport worden hier gesloopt en verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. In het deelgebied Gammelkeresweg bestaat het voornemen om een nieuw bijgebouw te realiseren. Het bestaande bijgebouw wordt gesloopt en de verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. In het oostelijke deel van dit deelgebied wordt een poel gegraven en wordt een nieuwe houtopstand aangeplant. In het deelgebied Loodijk 17 worden drie schuren en een kapschuur gesloopt. Tevens worden er enkele naaldbomen verwijderd. Aan de Rode Veldweg 4 bestaat het voornemen om één bijgebouw te realiseren. Om dit bijgebouw te realiseren dient de bestaande kapschuur gesloopt te worden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd.
Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 25 oktober 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: De deelgebieden behoren niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase, het gelijk blijven van de gebruiksfase (of afname loodijk 17) en de afstand tot Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek, zoals een stikstofberekening is niet nodig.
Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het deelgebied Deurningerstraat wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vogels en vleermuizen benutten het deelgebied uitsluitend als foerageergebied. In de overige deelgebieden nestelen vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of verblijfplaats maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Indien de loofbomen (Gammelkeresweg), naaldbomen, nestkasten, kapschuur (Loodijk) en de kapschuur (Rode veldweg) verwijderd/gesloopt worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rusten/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en 3
voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten in de deelgebieden loodijk 17 en Gammelkeresweg 5 neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Deze afname leidt niet tot wettelijke consequenties. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; • Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein ongeschikt maken);
4
HOOFDSTUK 1
INLEIDING Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden. Te weten Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld en Rode Veldweg 4 Rossum. Het voornemen bestaat om aan de Deurningetstraat 32 een nieuw bijgebouw te realiseren. De schuur en de carport worden hier gesloopt en verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. In het deelgebied Gammelkeresweg bestaat het voornemen om een nieuw bijgebouw te realiseren. Het bestaande bijgebouw wordt gesloopt en de verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. In het oostelijke deel van dit deelgebied wordt een poel gegraven en wordt een nieuwe houtopstand aangeplant. In het deelgebied Loodijk 17 worden drie schuren en een kapschuur gesloopt. Tevens worden er enkele naaldbomen verwijderd. Aan de Rode Veldweg 4 bestaat het voornemen om één bijgebouw te realiseren. Om dit bijgebouw te realiseren dient de bestaande kapschuur gesloopt te worden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd.
Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland). Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten.
De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.
5
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden. Te weten Deurningerstraat 32 Deurningen, Gammelkeresweg 5 Deurningen, Loodijk 17 Saasveld en Rode Veldweg 4 Rossum. Het deelgebied Deurningerstraat 32 ligt circa 1 kilometer ten noordoosten van de woonkern Deurningen en wordt omgeven door landelijk-, bos- en natuurgebied. Het deelgebied Gammelkeresweg 5 ligt circa 1 kilometer ten noorden van de woonkern Deurningen en wordt omgeven door landelijk gebied. Het deelgebied Loodijk 17 ligt circa 2,5 kilometer ten westen van de woonkern Saasveld en wordt omgeven door landelijk gebied. Het deelgebied Rode Veldweg 4 ligt circa 1 kilometer ten zuidoosten van de woonkern Rossum en wordt omgeven door landelijk-, bos- en natuurgebied. 2.2 Beschrijving van het plangebied Deelgebied Deurningerstraat 32 Het plangebied vormt een deel van een woonerf en bestaat uit bebouwing, halfverharding en spullen/materialen. De bebouwing bestaat uit een schuur en een carport. De schuur is volledig van hout en gedekt met golfplaten. De carport bestaat uit een staalconstructie met golfplaten dak. In de buitenruimte liggen spullen/materialen verspreid (o.a. houtopslag, pallets, kooien en plastic). Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
Deelgebied Gammelkeresweg 5 Het plangebied bestaat uit een oostelijk- en westelijke deel en vormt een deel van een woonerf. Het oostelijke deel bestaat volledig uit grasland. Dit grasland bestaat uit een soortenarme vegetatie en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Het westelijke deel bestaat uit een bijgebouw, enkele loofbomen, een halfstam boomgaard, erfverharding, gazon en spullen/materialen. Het bijgebouw vormt een kleine schuur en bestaat volledig uit damwandplaten en is ook gedekt met damwandplaten. In het westelijke deel liggen spullen/materialen (o.a. pallets, hooibalen, oud ijzer en zeil) in de buitenruimte opgeslagen. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.
6
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
Deelgebied Loodijk 17 Saasveld Het plangebied bestaat uit bebouwing, beplanting, erfverharding en gazon. De bebouwing bestaat uit drie schuren en één kapschuur. De schuren beschikken over gemetselde buitengevels met spouwmuur. De kapschuur en twee schuren zijn gedekt met golfplaten en één schuur beschikt over een dakpannen gedekt zadeldak. De kapschuur is volledig van hout en de aanwezige bebouwing beschikt niet over dakisolatie of dakbeschot. In de buitenruimte en in de kapschuur liggen materialen/spullen opgeslagen (o.a. houten planken, plastic, oud ijzer, pallets en gaas). De beplanting bestaat uit enkele naaldbomen welke in het zuidelijke deel van het plangebied staan. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
7
Rode Veldweg 4 Rossum Het plangebied bestaat uit een kapschuur en grasland. De kapschuur beschikt over gemetselde buitengevels zonder spouwmuur en is gedekt met golfplaten. In de kapschuur staat een tractor gestald en staan materialen/spullen opgeslagen (o.a. houten planken, plastic, oud ijzer en pallets). Het grasland bestaat uit een soortenarme vegetatie en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
8
HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
3.1 Algemeen Deurningerstraat 32 Het voornemen bestaat om een nieuw bijgebouw in het plangebied te realiseren. De schuur en de carport worden gesloopt en verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. Aangenomen wordt dat een deel van halfverharding verwijderd en vervangen wordt en dat er nieuwe halfverharding wordt aangelegd. Op onderstaande afbeelding staat een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven.
Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).
De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen spullen/materialen verspreid in de buitenruimte; • Slopen schuur en carport; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen bijgebouw • Aanleggen halfverharding; Gammelkeresweg 5 Deurningen Het voornemen bestaat om een nieuw bijgebouw in het plangebied te realiseren. Het bestaande bijgebouw wordt gesloopt en de verspreide spullen in de buitenruimte worden verwijderd. In het oostelijke deel van het plangebied wordt een poel gegraven en wordt een nieuwe houtopstand aangeplant. In het westelijke deel van het plangebied worden enkele bomen verwijderd en wordt erfbeplanting en hoogstam fruitbomen aangeplant. Op onderstaande afbeelding staat een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen spullen/materialen verspreid in de buitenruimte; • Verwijderen enkele loofbomen; • Slopen bijgebouw; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen nieuw bijgebouw; • Graven poel; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting, hoogstam fruitbomen en houtopstand; 9
Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).
Loodijk 17 Het voornemen bestaat om de drie schuren en de kapschuur te slopen. Tevens worden er enkele naaldbomen verwijderd. Het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van houtsoptanden en fruitbomen. Op onderstaande afbeelding staat een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen naaldbomen; • Slopen drie schuren en kapschuur; • Aanleggen houtopstand en fruitbomen;
Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).
10
Rode Veldweg 4 Rossum Het voornemen bestaat om één bijgebouw in het plangebied te realiseren. Om dit bijgebouw te realiseren dient de bestaande kapschuur gesloopt te worden. Op onderstaande afbeelding staat een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen kapschuur; • Bouwrijp maken plangebied; • Bouwen bijgebouw;
Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).
3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;
3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals graaf-, sloopen bouwwerkzaamheden en het rooien van beplanting. 11
Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het deelgebied deurningerstraat aan beplanting, het deelgebied aan beplanting, grasland en erfverhading, het deelgebied loodijk 17 aan beplanting en erfverharding en het deelgebied rode veldweg 4 aan beplanting en grasland. Als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden, is enig geluid mogelijk waarneembaar tijdens deze werkzaamheden in het aangrenzende grasland en beplanting. Dit effect is kortstondig en vindt alleen plaats gedurende een periode van enkele weken. Tevens vormt het aangrenzende grasland geen geschikte nestplaats voor weidevogels. Er is geen sprake van andere verstoringseffecten tijdens de bouwfase, zoals optische verstoring, kunstlicht of trillingen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.
12
HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS
4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
13
•
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.
4.4 Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet buiten het erf liggen. • De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); • De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. 4.5 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel
14
HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING
5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.
Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Deurningerstraat 32 Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 810 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.
Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
15
810 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Gammelkeresweg 5 Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 48 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
48 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. 16
Loodijk 17 Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1,73 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
1,73 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Rode Veldweg 4 Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied grenst aan gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode lijnen aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). 17
Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.
5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).
In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Deurningerstraat 32 Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 2,91 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Lonnekermeer.
Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
18
2,19 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
Gammelkeresweg 5 Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 3,53 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Lonnekermeer. Het plangebied ligt op minimaal 3,77 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
3,53 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
Loodijk 17 Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 6,54 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Lemselermaten. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
19
6,54 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
Rode veldweg 4 Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 1,74 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Landgoederen Oldenzaal. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
1,74 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
Effectbeoordeling Deurningerstraat 32 Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopmateriaal, de 20
aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tot Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek, zoals een stikstofberekening is niet nodig. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) De gebruiksfase is gelijk aan de huidige. Er vindt daarom geen extra uitstoot van stikstof plaats. Nader onderzoek, zoals een stikstofberekening is niet nodig. Gammelkeresweg 5 Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopmateriaal, de aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel.