CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Camping De Kuiperberg_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 3 Effectbeoordeling NNN.pdf

Commissie Omgeving & Economie 5 februari 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Camping De Kuiperberg”2.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Camping Kuiperberg Toetsing Natuurnetwerk Nederland

Colofon Camping Kuiperberg Toetsing Natuurnetwerk Nederland

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Ad Fontem

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3509A versie 1.0 Ligging plangebied: Tichelwerk 4 te Ootmarsum Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 23-8-2021, gewijzigd op 22-9-2021 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding................................................................................................................................. 3

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het Natuurnetwerk Nederland................................................................... 4

2.1 Wezenlijke kenmerken van het NNN ....................................................................................................... 4 2.2 Huidige inrichting en gebruik ................................................................................................................... 5 2.3 Beschermingsregime ................................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3

Effectbeoordeling.................................................................................................................. 7

3.1 Huidige bestemming ................................................................................................................................ 7 3.2 Wenselijke bestemming, inrichting en gebruik ....................................................................................... 8 3.3 Effectbeoordeling aantasten wezenlijke kenmerken en waarden ........................................................... 8 3.4 Conclusie .................................................................................................................................................. 8

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel Camping de Kuiperberg is een natuurcamping gevestigd aan de Tichelwerk 4 te Ootmarsen. De camping is in ontwikkeling. Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van een bestemmingsplan waarin de huidig agrarisch bestemde gronden (zie hieronder) bij de camping worden betrokken en een recreatie bestemming te geven.

Wenselijke uitbreiding camping. De uitbreiding wordt met het gele kader aangeduid.

Ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De uitbreiding van de camping, gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland, wordt met het gele kader aangeduid.

3

Schets van de wenselijke inrichting van het plangebied. Met het rode kader, wordt het NNN aangeduid, gelegen binnen de wenselijke bestemming ‘recreatie’.

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING VAN HET NATUURNETWERK NEDERLAND

2.1 Wezenlijke kenmerken van het NNN Het plangebied ligt binnen deelgebied 19 van het NNN en wordt aangeduid als Mander/Reutum. In de Omgevingsverordening wordt de volgende beschrijving gegeven voor dit deelgebied van het NNN. Dit deelgebied ligt op de stuwwal van Ootmarsum en directe omgeving. Een groot deel van het gebied valt onder het N2000 gebied Springendal/Dal van de Mosbeek. De belangrijkste natuurwaarden liggen hier langs de Mosbeek, Springendalse beek, Hazelbeek, Onzoel, de Poelbeek en langs de beken die aan de rand van de bebouwde kom van Ootmarsum ontspringen. Hier komen mooi ontwikkelde Dotterbloemhooilanden voor (met Dotterbloem, Kruipend zenegroen, Grote ratelaar, Brede orchis), Veldrushooilanden (o.a. in het Springendal met Draadrus) terwijl het brongebied van de Mosbeek in ons land het best ontwikkelde voorbeeld betreft van de gemeenschap van Vetblad en Vlozegge. In het gebied ligt ook een groot oppervlak Elzenbronbos (op 18 locaties), met een groot oppervlak langs de Hazelbeek. Hier komen belangrijke populaties voor van Bittere veldkers, Paarbladig goudveil en de Dotterbloem. Bijzondere soorten zijn het Alpenheksenkruid en Carex x boenninghausiana (IJle zegge x Pluimzegge). In het gebied liggen ook diverse droge en vochtige heidevelden, zoals het Vasser grafveld en de Paardenslenkte.

Veel bos behoort tot het Zomereiken-Berkenbos of betreft dennenbossen op voormalige heidevelden. Met succes is natuur hersteld in het dal van de Brunninkhuizerbeek met o.a. Veldrushooiland. Hier vestigde zich binnen 10 jaar na inrichting o.a. Gevlekte orchis en Sterzegge. Bij herstel van cultuurgrasland naar heide blijken bedreigde soorten als o.a. Moeraswolfsklauw, Stekelbrem en Dwergviltkruid succesvol. Het kwelgebied van Reutum ligt ten oosten van Tubbergen aan de westkant van de Ootmarsumse stuwwal. Er treedt hier grondwater vanuit de stuwwal aan de oppervlakte. Hier liggen bestaande natuurgebieden van Staatsbosbeheer (Reutumerweuste, Veenmaten en Weustematen). Deze natuurgebieden bestaan uit natte elzen-, berken- en elzen-berkenbroekbossen en niet bemeste natte graslanden met veel soorten die kenmerkend zijn voor kleine zeggemoerassen en vochtige schraalgraslanden (o.a. Gevlekte orchis, Draadrus, Sterzegge). Ook liggen hier de landgoederen Baasdam en Herinckhave. Deze bosrijke landgoederen liggen langs beken met natte, beekbegeleidende graslanden. De cultuurgronden bestaan voor een deel uit extensieve natte graslanden met veel Geknikte vossenstaart en maïsland. In het kader van het Raamplan 4

Tubbergen is rond 1980 de waterhuishouding van het gebied gewijzigd en verder afgestemd op de landbouwkundige functie van de cultuurgronden. Hierdoor is de verdroging van de natuur sterker toegenomen. Ten westen van Tubbergen ligt het Hondeven. Het Hondeven is een pingorelict uit de laatste ijstijd en ligt hoger dan de direct eromheen gelegen gronden. Om het ven liggen lager gelegen vochtige heidevegetaties en een zwak gebufferd ven met vegetaties van o.a. Moerasgentiaan, Pilvaren en Draadzegge. Door ontwatering aan de noordzijde treedt hier verdroging op. Streefbeeld In de beekdalen en brongebieden van de Hazelbeek, Springendalse beek, Mosbeek, Poelbeek en Onzoelbeek en in de verbinding tussen Stuwwal en Dinkel is het doel de ontwikkeling van het natuurlijke karakter van de beken (N03.01 Beek en bron), met natte beekbegeleidende schraalgraslanden (Vochtige schraalgraslanden N10), hoger overgaand in vochtige en droge heide (beheertypen N06.04 resp. N07.01). Bij het Hondeven wordt gestreefd naar herstel van de hydrologie en ontwikkeling van nat schraalland. In het kwelgebied bij Reutum is de doelstelling aaneensluiting en hydrologische buffering van de bestaande natuurgebieden in combinatie met retentie, ontwikkeling van Nat schraalland (N10.01), Vochtig hooiland (N10.02) en natuurbos (natuurtype Vochtige bossen N14).

2.2 Huidige inrichting en gebruik Het deel van het plangebied, waarvoor het voornemen bestaan de bestemming te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘verblijfsrecreatie’ , bestaat uit grasland met een soortenarme grazige vegetatie met plaatselijk enkele jonge scheerhagen. De huidige grazige vegetatie is ontstaan nadat het agrarisch gebruik is gestopt. Als gevolg van plaatselijk extensiever graslandbeheer, is een iets soortenrijkere grazige vegetatie ontstaan, met plaatselijk ruigte (akkerdistel). Het grenst aan de noordzijde aan een smalle, ondiepe beek. Op onderstaande foto’s wordt een impressie van het plangebied, gelegen binnen het NNN gegeven.

5

Impressie van het plangebied, voor zover gelegen in het NNN.

2.3 Beschermingsregime Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Een deel van de uitbreiding is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland, specifiek ‘overig te realiseren natuur’.

Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het ‘Nee, tenzij-regime’ vastgesteld. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten.

6

Begrenzing van het NNN ‘bestaande natuur’ en te ‘overig te realiseren nieuwe natuur’.

De bescherming van het NNN kent in Overijssel geen externe werking. Voorgenomen activiteiten buiten de begrenzing van het NNN hoeven niet getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van het NNN.

HOOFDSTUK 3

EFFECTBEOORDELING

3.1 Huidige bestemming Het plangebied, gelegen in het NNN waarvoor het voornemen bestaat de bestemming te wijzigen, heeft de bestemming ‘agrarisch – 2’. Deze gronden zijn bestemd voor a. het agrarisch gebruik; b. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebon-den agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf”; c. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebon-den agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf, al dan niet in combinatie met detail-handel in ter plaatse gekweekte en geproduceerde planten, struiken, bomen en andere benodigdheden, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf”; d. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch bouwperceel niet-grondgebonden agrarisch bedrijf”; e. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebon-den agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf”; f.

het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwperceel; g. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de land-schappe-lijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuur-histori-sche waarden; h. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden van de historische buitenplaatsen, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van waarde - historische buitenplaats”; i. doeleinden van agrarisch natuurbeheer; j. extensief dagrecreatief medegebruik; De huidige bestemming maakt intensief agrarisch gebruik van de gronden in het plangebied mogelijk. 7

3.2 Wenselijke bestemming, inrichting en gebruik Het voornemen bestaat het plangebied de bestemming ‘recreatie-verblijfsrecreatie’ te geven. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit een grazige vegetatie, waar een gefaseerd maaibeheer op wordt toegepast (sinusbeheer), afgewisseld met enkele lage scheerhagen en staplaatsen voor caravans. Op deze staplaatsen wordt de grazige vegetatie intensiever gemaaid (gazonbeheer). 3.3 Effectbeoordeling aantasten wezenlijke kenmerken en waarden In het plangebied ontbreken wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, zoals vastgesteld door de provincie. Het historisch gebruik van het plangebied als agrarisch cultuurland, is daar grotendeels verantwoordelijk voor. Het plangebied ligt niet in het beekdal of brongebieden van de Hazelbeek, Springendalse beek, Mosbeek, Poelbeek en Onzoelbeek en ligt niet in de verbinding tussen Stuwwal en Dinkel. Het plangebied grenst weliswaar aan de noordzijde aan een laaglandbeek, maar kenmerkende waarden, zoals beekbegeleidend bos, broekbos of kwelgevoed grasland ontbreken. Ook behoort het plangebied niet tot de streefbeelden voor beekdalen of het Hondeven, die genoemd worden in de beschrijving. De voorgenomen activiteiten (bestemming) leidt niet tot een onomkeerbare negatieve ontwikkeling in het Natuurnetwerk Nederland.

Realisatie van het wenselijke eindbeeld van de provincie (inrichting als natuur) wordt derhalve niet onmogelijk gemaakt.

3.4 Conclusie Door het wijzigen van de bestemming, en het daarop volgend gebruik van het terrein en de bijbehorende inrichting, worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet significant aangetast. Ook neemt het areaal NNN niet af omdat het feitelijk een wijziging betreft van agrarische grond naar recreatie. De inrichting en beheer van het plangebied, heeft vermoedelijk een minder belastende impact op de omgeving dan (intensief) agrarisch beheer. Omdat geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, hoeft geen gebruik gemaakt te worden van de afwijkingsmogelijkheden die de Omgevingsverordening biedt. Het ‘nee, tenzij-regime’ is daarom niet van toepassing op dit initiatief. Omdat het nee, tenzij-regime niet van toepassing is op dit initiatief, hoeft geen nadere onderbouwing aangeleverd te worden t.b.v. de toelichting in het bestemmingsplan. Zo hoeft niet aangetoond te worden dat sprake is van (per saldo) versterking van het NNN.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/816/documents/20947