Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Bornsedijk Ong. Deurningen En Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPBORNDBROEKH2VG01
Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 8 11 11
Hoofdstuk 2 Beschrijvingvan het plan 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 16
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
21 21 22 34
Hoofdstuk 4 Milieu-en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed
43 43 43 44 46
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
47 49 51 52 54 55 56 57
Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets
Hoofdstuk 5 Juridischeplantoelichting 5.1 Juridische aspecten
59 59
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
63 63 63
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
65 65 65
2
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden ter plaatse van de Bornsedijk ong, te Deurningen en de Broekhuisweg 2-2a te Saasveld. Eigenaar (hierna: initiatiefnemer) van de gronden ter plaatse van de Bornsedijk ong, is voornemens om ter plaatse van de open plek binnen het bebosde plandeel een vrijstaande woning te realiseren. Dit door toepassing van de rood voor rood regeling 'Buitengebied met kwaliteit'. De benodigde sloopmeters om ter plaatse een vrijstaande woning te realiseren zijn gevonden aan de Broekhuisweg 2-2a te Saasveld. In het verleden heeft ter plaatse van de gronden aan de Bornsedijk een recreatiewoning gestaan. Deze recreatiewoning is afgebrand, vervolgens gesaneerd en niet teruggebouwd. Door toepassing van de rood voor rood regeling 'Buitengebied met kwaliteit' wil men een regulier woonrecht verkrijgen, op de gronden waar voorheen de recreatiewoning heeft gestaan. Om een regulier woonrecht conform het rood voor rood beleid, tegenwoordig buitengebied met kwaliteit, te verkrijgen, dient minimaal 1.200 m2 aan landschapsontsierende bebouwing te worden verwijderd. Ter plaatse van de Broekhuisweg 2-2a te Saasveld is een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig. Een deel van de schuren kunnen worden aangemerkt als landschapsontsierend waarbij in totaal 2.340 m2 aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt.
Daarnaast dient gelet op de bedrijfsbeëindiging de bestemming 'Agrarisch' te worden gewijzigd in 'Wonen' waardoor de huidige bedrijfswoning naar reguliere woning wordt omgezet. De bouwmogelijkheden om ter plaatse een agrarisch bedrijf te kunnen realiseren worden eveneens ingeperkt. De voorgenomen ontwikkeling; het realiseren van een reguliere woning ter plaatse van de gronden aan de Bornsedijk en het wonen in een reguliere woning ter plaatse van de Broekhuisweg 2-2a is op basis van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010' niet toegestaan. Dit aangezien de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken. Om de gewenste ontwikkelingen ter plaatse van bovenstaande locaties mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan Rijks, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied, bestaande uit het plandeel aan de Bornsedijk ong, te Deurningen en het plandeel aan de Broekhuisweg 2 te Saasveld ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierna wordt op beide plandelen ingegaan. Bornsedijk ong. te Deurningen Het plandeel aan de Bornsedijk ong. ligt ten westen van de kern Deurningen, gelegen in het buitengebied. Het plandeel wordt omgegeven door agrarische cultuurgronden en verspreide woonpercelen. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Dinkelland, sectie V met perceelnummer 554. Het perceel omvat de voormalige recreatiewoning en een deel van de bebossing. In figuur 1.1 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Deurningen weergegeven en in figuur 1.2 de ligging ten opzichte van de nabije omgeving. Het plandeel is met een blauwe ster en een blauwe omlijning aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
5
Figuur 1.1 Ligging plandeel ten opzichte van de kern Deurningen (Bron Qgis)
Figuur 1.2 Ligging plandeel ten opzichte van de nabije omgeving (Bron: Qgis)
Broekhuisweg 2-2a te Saasveld Het plandeel aan de Broekhuisweg 2-2a ligt ten noorden van de kern Saasveld, onderdeel uitmakend van het 6
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
buurtschap Noordijk, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het plandeel wordt omgeven door agrarische gronden en agrarische bedrijvigheid. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Dinkelland, sectie T met perceelnummers 751, 1371, 1372, 1373 en 1374. Het perceel omvat het agrarische bouwvlak waarbinnen de agrarische bedrijvigheid plaatsvindt. In figuur 1.3 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Saasveld weergegeven en in figuur 1.4 de ligging ten opzichte van de nabije omgeving. Het plandeel is met een blauwe ster en blauwe omlijning aangeduid.
Figuur 1.3: Ligging plandeel ten opzichte van de kernen Weerselo en Saasveld (Bron: Qgis)
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
7
Figuur 1.4: Ligging plandeel ten opzichte van de nabije omgeving
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan(nen) Voorliggend plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Buitengebied 2010'', vastgesteld op 18 februari 2010 en het bestemmingsplan ''Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'', vastgesteld op 29 mei 2018. Beide bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de gemeente Dinkelland. Bornsedijk ong. Ter plaatse van het plandeel aan de Bornsedijk ong. is de enkelbestemming 'Recreatie - Recreatiewoningen' en de enkelbestemming 'Bos en Natuur' van toepassing. In figuur 1.5 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid. Hierna wordt nader op de bouw- en gebruiksregels behorende bij de bestemming ingegaan.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 1.5: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen)
Broekhuisweg 2-2a Ter plaatse van het plandeel aan de Broekhuisweg 2-2a is de enkelbestemming 'Agrarisch -2' van toepassing. Binnen deze enkelbestemming is een bouwvlak opgenomen. Tevens in binnen de bestemming 'Agrarisch -2' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch 'bouwperceel sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf' van toepassing. Aan de zuidzijde van het bouwvlak is de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' aanwezig. In figuur 1.6 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
9
Figuur 1.6: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bro: Ruimtelijkeplannen.nl)
Bestemmingen 'Recreatie - Recreatiewoning' De voor 'Recreatie - Recreatiewoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatiewoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een recreatiewoning met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels Per bestemmingsvlak zal ten hoogste één recreatiewoning worden gebouwd waarbij de inhoud van de recreatiewoning ten hoogste 250 m3 mag bedragen, met een goothoogte van ten hoogste 3,00 meter en een bouwhoogte van ten hoogste 4,00 meter. 'Bos en Natuur' De voor 'Bos en Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor natuur, bosbouw en houtproductie; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden. Tevens zijn de gronden ondergeschikt voor het extensief agrarisch medegebruik, het extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik, wegen en paden, openbare nutsvoorzieningen en terreinen voor evenementen. Bouwregels De oppervlakte van een gebouw of overkapping zal ten hoogste 100 m2 bedragen en de goothoogte van een gebouw of overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
'Agrarisch-2' De voor 'Agrarisch -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik, de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf, al dan niet in combinatie met detailhandel in ter plaatse gekweekte en geproduceerde planten, struiken, bomen en andere benodigdheden, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf'; het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de 10
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
gronden zijn voorzien van een bouwperceel; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden en doeleinden van agrarisch natuurbeheer en extensief dagrecreatief medegebruik. Met de daarbijbehorende bedrijfsgebouwen en overkappingen, bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt dat gebouwen, waaronder overkappingen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel. 'Waarde - Landschap' De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen. Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen op in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behalve voor zover bestaand, worden gebouwd. Strijdigheid Het realiseren van een vrijstaande woning ter plaatse van het plandeel aan de Bornsedijk ong. te Saasveld is niet toegestaan aangezien de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoningen' een reguliere woning niet toelaat.
Tevens dient vanwege de bedrijfsbeëindiging aan de Broekhuisweg naast het inzetten van sloopmeters de bestemming 'Agrarisch - 2' te worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen' aangezien de terugbouwmogelijkheden ingeperkt moeten worden. Gelet op het feit dat de huidige bewoners in de woning blijven wonen, zal de bedrijfswoning naar reguliere woning worden omgezet. Om het voornemen te kunnen realiseren, dient het bestemmingsplan te worden herzien.
1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding (tek.no. NL.IMRO.1774.BUIBPBORNDBROEKH2-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
11
12
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plan
2.1 Bestaande situatie Het plangebied, bestaande uit twee plandelen ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Beide plandelen worden omgeven door agrarische gronden en enkele woon- en agrarische bedrijfspercelen. Hieronder zal nader op de ruimtelijke structuur en de situatie binnen de plandelen worden ingegaan, om vervolgens in hoofdstuk 2.2 Toekomstige situatie op de gewenste situatie in te gaan. 2.1.1
Bornsedijkong.
Ten noorden van het plandeel zijn aan de Bornsedijk enkele woningen gesitueerd. Ten noordoosten zijn eveneens enkele woningen aanwezig met in het verlengde een boomkwekerij. Ten oosten en zuiden van het plandeel zijn agrarische cultuurgronden als grasland aanwezig. Ten westen van het plandeel is een grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig dat wordt omgeven door eveneens agrarische gronden. Het plandeel zelf wordt omgegeven door een kleinschalig dichtbegroeid bos. Binnen dit bos is een open plek aanwezig waar tot de brand een recreatiewoning heeft gestaan. Deze recreatiewoning was bereikbaar via een ontsluiting aan de noordzijde, gelegen tussen Bornsedijk 3 en Bornsedijk 7. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergeven. Het plandeel is met een blauwe omcirkeling aangeduid. In figuur 2.2 is eveneens een luchtfoto weergegeven waarbij de open plek zichtbaar is. In figuur 2.3 is de ontsluiting naar het plandeel weergegeven.
Figuur 2.1: Luchtfoto Bornsedijk (Bron: PDOK Viewer
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
13
Figuur 2.2: Luchtfoto open plek situering voormalige recreatiewoning (Bron: Google Maps)
Figuur 2.3: Straatbeeld plandeel ontsluiting Bornsedijk (Bron: Google Maps)
2.1.2
Broekhuisweg2
Het plandeel ter plaatse van de Broekhuisweg 2-2a wordt omgegeven door agrarische gronden en verspreide houtsingels. Hierbij is ten noorden van het plandeel, ter hoogte van de Stempelsdijk een niet grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig met twee bedrijfswoningen. Ten oosten van het plandeel zijn aan de Kroonweg twee woonpercelen aanwezig, omgeven door agrarische cultuurgronden. Ten zuiden van het plandeel is aan de Beekdorpweg een gemengd agrarisch bedrijf aanwezig. Het betreft een bedrijf voor het fokken en houden van melkvee.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Het plandeel zelf bestaat uit een voormalige kwekerij. Hierbij is aan de voorzijde een woning gesitueerd met in het verlengde enkele agrarische bijgebouwen en kassen. Tevens is ter plaatse van het plandeel sprake van erfverharding. In figuur 2.4 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omcirkeling aangeduid. In figuur 2.5 is een straatbeeld van de huidige situatie weergegeven. De uitsnede is gemaakt vanaf de Broekhuisweg.
Figuur 2.4: Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)
Figuur 2.5: Uitsnede straatbeeld, genomen vanaf de Broekhuisweg (Bron: Google Maps) bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
15
2.2 Toekomstige situatie Zoals in de aanleiding reeds is vermeld, heeft het voornemen betrekking op zowel het plandeel ter plaatse van de Bornsedijk als het plandeel ter plaatse van de Broekhuisweg. Hieronder zal stapsgewijs op beide plandelen worden ingegaan. 2.2.1
Bornsedijkong.
Ter plaatse van de Bornsedijk 5 zal ter hoogte van de openplek een vrijstaande woning met bijgebouw worden gerealiseerd. Hierbij zal het bijgebouw voor de voorgevel worden gebouwd en volgt de woning de oriëntatie van het naastgelegen erf waarbij de kopgevel een verbinding legt met het ten zuiden gelegen reeds aanwezige poel. Rondom de woning zal erfverharding worden aangelegd naast een gazon, wat grotendeels wordt ingevuld middels gras. De bestaande toegangsweg, een karrespoor zal op verschillende plekken verbeterd worden. Echter, ook in de beoogde situatie blijft de toegangsweg onverhard. Rondom de woning zal het bestaande bos behouden blijven, dan wel worden versterkt. Hierbij hoeven geen houtopstanden te wijken voor de realisatie van de woning. Wel zullen enkele houtopstanden worden afgezet. Hierbij gaat het met name om de populier, els en wilg. Tot slot zal gelet op de beoogde bouwwerkzaamheden de gehele fundering van de recreatiewoning worden verwijderd, waardoor het voormalige gebruik, dan wel de restanten van de brand definitief worden verwijderd. In figuur 2.6 is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan bijgevoegd. Voor het gehele ruimtelijk kwaliteitsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan, behorende bij de toelichting.
16
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 2.6: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan plandeel Bornsedijk (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
2.2.2
Broekhuisweg2-2a
Gelet op de bedrijfsbeëindiging van de kwekerij naast het inzetten van sloopmeters ter plaatse van de Bornsedijk zal een groot deel van de voormalige agrarische bebouwing worden verwijderd. Dit aangezien de schuren bouwkundig in slechte staat verkeren waarbij investeren in onderhoud niet rendabel is. In totaal zal ter plaatse van het perceel circa 2.762 m2 worden verwijderd, waarbij circa 2.252 m2 als landschapsontsierend kan worden aangeduid. Daarnaast zal een deel van de huidige bebouwing worden behouden. In figuur 2.6 is een overzicht weergegeven van de te slopen bebouwing. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bebouwing al reeds is gesloopt. De bebouwing, aangegeven met nr. 1, nr. 2 en nr. 3 zijn als landschapsontsierend aangeduid en meegenomen in de sloopnorm. De twee schuren, aangeduid als nr. 4, met een oppervlakte van 240 m2 en 250 m2 verkeerden in slechte staat maar zijn niet als landschapsontsierend aangeduid. Echter, deze schuren zijn in het kader van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit toch worden gesloopt.
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
17
Figuur 2.7 De te slopen oppervlakte bebouwing aan de Broekhuisweg 2-2a De oppervlaktes bedragen: 1. 2. 3. 4.
Circa 384 m2. Circa 1.612 m2. Circa 256 m2. Circa 240 m2 + circa 250 m2.
Landschappelijkeinpassing; Zoals in figuur 2.7 weergegeven zal er een ruime afname plaatsvinden wat betreft de bestaande bebouwing. Hierbij blijft de schuur aan de noordzijde en een schuur aan de zuidzijde behouden. Ter plaatse van de te slopen bebouwing zal een aanplant aan fruitbomen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om circa acht bomen. De gronden aan de achterzijde van het perceel worden ingericht als weidegrond. Verspreid over het gehele plandeel zullen enkele solitaire bomen worden aangeplant. De huidige ontsluiting wordt in de huidige omvang gehandhaafd. In figuur 2.8 is een uitsnede van de beoogde situatie weergegeven. Voor de volledige inrichting en uitwerking van de ruimtelijke kwaliteit wordt verwezen naar Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan.
18
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 2.8 Landschappelijke inpassing plandeel Broekhuisweg 2-2a (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
19
20
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationaleomgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherpere keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Dit gelet op de kleinschaligheid van het voornemen. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijkeordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
21
3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In voorliggend plan is niet sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt zowel een vrijstaande woning als een planologische omzetting van een agrarisch bedrijf naar woonperceel mogelijk gemaakt. Hierbij neemt per saldo gelet op de sloopwerkzaamheden de verharding significant af. Gelet op de jurisprudentie welke de omvang van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' heeft bepaald, wordt gesteld dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
OmgevingsvisieOverijssel
In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. 3.2.2
OmgevingsverordeningOverijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven.
22
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
3.2.2.1 UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel. 3.2.2.2 Generiekebeleidskeuzes(of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.8 en 2.12.9 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Tevens is artikel 2.2.2 en aangaande nieuwe woningen van toepassing. Hieropvolgend wordt aan de artikelen getoetst. Artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 1.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voornemen voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning op een locatie waar voorheen een recreatiewoning heeft gestaan. Hierbij is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling naast dat er geen extra beslag wordt gelegd op de ruimte. Gelet op de recreatiewoning die in het verleden aanwezig, is binnen de bebosde omgeving een open plek overgebleven. Op nagenoeg dezelfde plek wordt de woning gebouwd waarbij op enkel het verbreden van de in- en afrit geen sloop- of kapwerkzaamheden plaatsvinden, enkel het afzetten bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
23
van enkele bomen. Tevens voorziet het voornemen ter plaatse van de Broekhuisweg te Saasveld in een afname wat betreft het ruimtegebruik. Dit aangezien circa 2.340 m2 aan landschapsontsierende bebouwing ter plaatse van het agrarisch erf gesloopt zal worden in het kader van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Hierbij is dan ook sprake van een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit naast dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In het kader van de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik). In de paragraaf 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken' wordt nader op de lagen en ontwikkelmogelijkheden ingegaan. Artikel 2.1.4 (Toekomstbestendigheid) In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij het initiatief zijn geen provinciale belangen in het geding. Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken'. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde uitgangspunten. Artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is beruikt bij de ruimtelijke inpassen van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van vrijstaande woning op een voormalig bebouwd perceel naast de sloop van circa 2.340 m2 om de bouw van de woning te kunnen verwezenlijken. Om ter plaatse van de gronden aan de Bornsedijk een vrijstaande woning te kunnen realiseren, zal er een kwaliteitsinvestering plaatsvinden. Hierbij wordt onder meer ingezet op het versterken van het bestaande bos door het afzetten van diverse houtopstanden, het verbeteren van de overgang van tuin naar bebosde omgeving als het aanbrengen van gazon/gras. Dit zodat de bebouwing, bestaande uit een woning en bijgebouw in een groene omgeving wordt gerealiseerd waarbij niet enkel en alleen de nadruk op extra bebouwing wordt gelegd. In het hoofdstuk 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken' wordt nader op de invulling in overeenstemming met de ruimtelijke kwaliteit ingegaan. Voor de gehele invulling van de percelen wordt verwezen naar Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de bepaalde uitganspunten opgenomen in artikel 2.1.5.
Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. 24
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggende situatie wordt op een open plek, waar in het verleden een recreatiewoning heeft gestaan een vrijstaande woning gerealiseerd. Hierbij wordt het perceel passend ingevuld wat betreft bebouwing naast dat er een kwaliteitsverbetering plaatsvindt middels een landschappelijke inpassing. Hierbij dient de sloop van landschapsontsierende bebouwing als basis om de vrijstaande woning te kunnen realisren. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. Voor de gehele landschappelijke inpassing wordt verwezen naar Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan.
Artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. de behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één woning op basis van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Per saldo wordt één woning aan de gemeentelijke woningvoorraad toegevoegd. De woning wordt gebouwd voor een concrete lokale behoefte. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. In hoofdstuk 3.3 wordt nader op het gemeentelijk beleid in relatie met het aspect 'wonen' ingegaan.
Artikel 2.8: Bos en natuurgebieden buiten het NNN 1. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op bestaande natuur voorzien in een specifieke, daarop toegesneden bestemming die gericht is op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. 2. Bestemmingsplannen als bedoeld in lid 1 voorzien niet in ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. 3. In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen ontwikkelingen die uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen noodzakelijk zijn worden toegestaan als: a. b. c. d.
er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten van de ontwikkeling zo beperkt mogelijk worden gehouden de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd. een heldere onderbouwing wordt aangeleverd van het bepaalde in lid a, b en c.
4. In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen kleinschalige ontwikkelingen worden toegestaan als: a. daardoor de waarde van een bos- of natuurgebied slechts in beperkte mate wordt aangetast en b. er per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het gebied en/of vergroting van het oppervlakte daarvan en c. is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn. Toetsing aan artikel 2.8: Bos en natuurgebieden buiten het NNN In voorliggende situatie wordt op een open plek een vrijstaande woning gerealiseerd. De gronden zijn in het verleden bebouwd geweest ten behoeve van een recreatiewoning. In de beoogde situatie worden enkele bomen gerooid ten behoeve van de gezondheid en levensduur. Daarnaast biedt voorliggende situatie mogelijkheden om in een bebosde omgeving te wonen, ter plaatse van een zeer gewenste locatie. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling niet in negatieve gevolgen ten opzichte van wat reeds ter plaatse is toegestaan, dit vanwege de mogelijkheid om ter plaatse een recreatiewoning toe te staan. Tevens zullen de aldaar aanwezige gebiedskenmerken worden versterkt middels een landschappelijke inpassing.
Tot slot wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling een kleinschalige ontwikkeling betref waarbij het gebied in beperkte mate wijzigt ten opzichte van de huidige situatie, het een voorkeurslocatie betreft op de ligging en invulling wordt gegeven aan een planologische bouwmogelijkheid ter plaatse. bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
25
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.8. Artikel 2.12.9: Solitair gelegen recreatiewoningen Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een solitair gelegen recreatiewoning kan in afwijking van artikel 2.12.5 verbod op permanente bewoning andere passende functies mogelijk maken, als: a. b. c. d. e.
de recreatiewoning geen bijdrage meer levert aan het recreatief product van het gebied; de nieuwe functie passend is op de locatie; de impact op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd; de nieuwe functie geen afbreuk doet aan omliggende functie; voldaan wordt aan de overige van toepassing zijnde regels in deze verordening.
Toetsing aan het artikel 2.12.9: Solitair gelegen recreatiewoningen. In voorliggende situatie wordt op een open plek, waar voorheen een recreatiewoning heeft gestaan een nieuwe invulling gegeven. Gelet op het verleden; de recreatiewoning. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een soortgelijke functie; bewoning mogelijk gemaakt. Deze functie is gesitueerd in een bebosde omgeving waarbij op het rode van dode bomen, een beperkte wijziging plaatsvindt. Tevens wordt voor deze rooiactie een tegenprestatie gerealiseerd middels een landschappelijke inpassing. 3.2.2.3 Ontwikkelingsperspectieven(waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan, bestaande uit twee plandelen is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.
Daarnaast is ter plaatse van de Bornsedijk het ontwikkelingsperspectief 'Stads- en dorpsrandgebieden' van toepassing. 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kan gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalig mixlandschap in Overijssel. 'Stads- en dorpsrandgebieden' De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied. Hier is sprake van twee elkaar overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap eromheen.
De (potentiële) kwaliteit is die van de 'best of both worlds'. Stedelijke voorzieningen, verspreid liggende (gewilde) woon- en werkfuncties, padennetwerk in een landschappelijk raamwerk. Dichtbij stad en dorp en toch buiten. Randen gaan niet alleen over de 'functionele mix', maar vooral ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten (kerktorens, markante gebouwen, bruggen, ed), het is thuis voelen. Markante zichtlijnen op dorpen versterken de randkwaliteit. In de stads- en dorpsranden sluiten recreatieve en utilitaire routes van buiten de stad/het dorp aan op de binnenstedelijke/dorpsstructuren. In deze gebieden komen veel opgaven en belangen samen zoals dorps- en stadsuitbreidingen, infrastructuur, landbouw, landschapsontwikkeling, water en natuur. In de stads- en dorpsranden is vaak versnippering en doorsnijding het probleem. Omdat er niet echt wordt geinvesteerd in nieuwe dragende structuren dreigt dit potentieel gewilde landschap sleets te worden. Een gescheiden in plaats van een geïntegreerde wereld ligt dan op de loer. Rondwegen sluiten dorpen soms af van het landschap. Sportvelden en volkstuintjes aan de randen zorgen voor een soepele overgang. In figuur 3.2 is een uitsnede van de Omgevingsverordening weergegeven ter plaatse van de Bornsedijk en in 26
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
figuur 3.3 een uitsnede van de Omgevingsverordening ter plaatse van het plandeel aan de Broekhuisweg. In beide figuren is het plandeel met een blauwe omcirkeling weergegeven.
Figuur 3.2: Uitsnede Omgevingsverordening ter plaatse van de Bornsedijk (Bron: Provincie Overijssel)
Figuur 3.3: Uitsnede Omgevingsverordening ter plaatse van de Broekhuisweg (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing: van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
27
De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van een woning in een groenrijke bebosde omgeving aan de rand van de kern Deurningen als het planologisch realiseren van een woonperceel ter plaatse van een voormalig agrarisch bedrijf. Deze ontwikkeling wordt als passend beschouwd voor het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Tevens wordt door de voorgenomen ontwikkeling ingespeeld op een kwaliteitsverbetering aangezien landschapsontsierende bebouwing verwijderd wordt naast dat er een kwaliteitsverbetering plaatsvindt in de vorm van groeninvestering. Hierbij worden onder andere fruitbomen en solitaire bomen aangeplant. Daarnaast is het voornemen passend in de omgeving aangezien bij beide plandelen in de omgeving voornamelijk woonpercelen voorkomen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve impuls. Geconcludeerd wordt dat ontwikkelingsperspectief.
het
initiatief
in
overeenstemming
is
met
het
ter
plaatse
geldende
3.2.2.4 Gebiedskenmerken(hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Lust en leisurelaag. Gelet op de ligging van het plangebied, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, kan de 'Stedelijke laag' buiten beschouwing worden gelaten. Dit aangezien geen gebiedskenmerken voor deze laag van toepassing zijn. Hieronder wordt nader op de 'Natuurlijke laag', 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' en 'Lust en leisurelaag' ingegaan. Natuurlijke laag Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden.
Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in de stad en dorp. In figuur 3.4 en figuur 3.5 zijn twee uitsneden van de plandelen weergegeven. Het plandeel ter plaatse van Bornsedijk ligt binnen de lagen 'Beekdalen en natte laagtes' en 'Dekzandvlakte en ruggen'. Het plandeel ter plaatse van de Broekhuisweg ligt volledig binnen de laag 'Beekdalen en natte laagtes'.
28
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 3.4: Uitsnede 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
Figuur 3.5 Uitsnede 'Natuurlijke laag' (Bron Provincie Overijssel)
Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
29
uit weg sijpelde naar de lager gekregen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken; zomers kleine stroom met droge geulen, 's winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm, de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een woning naast een planologische wijziging van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel naar een woonperceel. Ter plaatse van deze planologische omzetting vinden enkel sloopwerkzaamheden en landschappelijke inpassing plaats naast dat ter plaatse van de Bornsedijk het woonrecht nagenoeg op dezelfde locatie wordt gerealiseerd als waar voorheen de recreatiewoning heeft gestaan. Gezien het feit dat in het verleden de gronden reeds in gebruik zijn geweest, dan wel ten behoeve van de recreatiewoning, dan wel ten behoeve van een agrarisch bedrijfsperceel zijn de van oorsprong aanwezige natuurlijke lagen reeds vervaagd. Zo zijn ter plaatse van beide plandelen geen stromende geulen, beken en of hoge randen aanwezig. Daarnaast is ter plaatse van het plandeel aan de Bornsedijk weinig reliëf aanwezig. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de voormalige natuurlijke ondergrond. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plandeel ter plaatse van de Bornsedijk ligt binnen de laag 'Oude Hoevenlandschap' en het plandeel ter plaatse van de Broekhuisweg zowel binnen de laag 'Maten en flierlandschap' als 'Oude Hoevenlandschap'. In figuur 3.6 en 3.7 zijn twee uitsneden van de plandelen weergegeven. De plandelen zijn met een blauwe omcirkeling aangeduid.
30
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 3.6 Uitsnede 'Laag van het agrarisch Cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel)
Figuur 3.7: Uitsnede 'Laag van het agrarisch Cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel)
Oude Hoevenlandschap Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
31
zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Maten en flierenlandschap Het maten en flierenlandschap betreft een laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding, daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw; de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken.
Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het maten en flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken, en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. De nog gave delen verdienen een intensief op cultuurhistorische waarden gerichte inrichting en beheer. Voor de andere delen is het aanzetten van de randen, het beleefbaar maken van het waterrijke karakter, de continuïteit van het landschap het uitgangspunt. Nieuwe dragers als biomassateelt, (es)dorpontwikkeling in de nabijheid, water(voorraad)berging, particulier natuurbeheer zijn voor dit landschap aan de orde. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ligt ter plaatse van de Bornsedijk binnen het gebiedskenmerk 'Oude hoevenlandschap' en ter plaatse van de Broekhuisweg zowel binnen het omgevingstype 'Oude hoevenlandschap' als 'Maten en flierenlandschap. Gelet op de voorgenomen ontwikkeling ontstaan er verspreide kleinschalige erven, omgeven door agrarische gronden als een kleinschalig bos. Tevens wordt het plandeel ter plaatse van de Broekhuisweg omgeven door houtwallen die het landschap kenmerken, maar ook weer passend afschermen ten opzichte van de omliggende percelen.
Tevens zijn ver in de omgeving verspreide kleinschalige bospercelen aanwezig, die invloed uitoefenen op de vergezichten. Gelet op de landschappelijke inpassing zal er een kwaliteitsimpuls plaatsvinden ter plaatse van beide percelen waarbij de koppeling wordt gemaakt naar de gebiedskenmerken. Op deze plek wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'.
Lust en leisurelaag Het plangebied ligt op de gebiedskenmerkenkaart 'Lust en leisurelaag' binnen de laag 'Donkerte'. In figuur 3.8 en 3.9 zijn twee uitsneden van de plandelen weergegeven. De plandelen zijn met een blauwe omcirkeling aangeduid.
32
bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld
Figuur 3.8 Uitsnede 'Lust en Leisurelaag' (Bron: Provincie Overijssel)
Figuur 3.9: Uitsnede 'Lust en Leisurelaag (Bron: Provincie Overijssel)
Donkerte Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld
33
handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'laag van de beleving' De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een afname aan kunstlicht ter plaatse van de gronden aan de Broekhuisweg. Dit vanwege het stoppen van de agrarische bedrijvigheid, het slopen van de landschapsontsierende bebouwing naast het inperken van bouwmogelijkheden. Daarnaast zal ter plaatse van de Bornsedijk een beperkte toename plaatsvinden aangezien daar een woning wordt gerealiseerd. Echter, deze woning is afgeschermd van de weg vanwege de ligging binnen een bebosde omgeving naast dat in het verleden een vergelijkbare situatie van toepassing was. Daarnaast bevinden de dichtstbijzijnde woningen op een passende afstand, waarbij geen sprake is van hinder.
Het aspect 'donkerte' vormt dat ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.2.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
OmgevingsvisieDinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk is. Kortom; zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt; de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart behoren beide plandelen ter tot de middelgroene zone; gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek.