CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b Deurningen”15.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b In Deurningen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPBELDHUISMWG2BVG01

Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding plan herziening 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 Beschrijvingvan het plan 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 10

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 18

Hoofdstuk 4 Milieu-en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed

25 25 25 25 27

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

29 31 32 33 34 35 36 36

Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets

Hoofdstuk 5 Juridischeplantoelichting 5.1 Juridische aspecten 5.2 Handhaving

39 39 40

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiele uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43 43

Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen

45 45 45 45

2

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding plan herziening Initiatiefnemers zijn voornemens een camperplaats met bijbehorende recreatieve voorzieningen (sanitair, receptie, rustpunt) te realiseren op enkele percelen aan de Beldhuismolenweg 2b in het buitengebied van Deurningen, gemeente Dinkelland. Het voornemen is binnen het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2010" niet mogelijk. Het plan is strijdig omdat de gronden ter plaatse van de beoogde camperplaats zijn bestemd als 'Agrarisch - 1'. De bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de te realiseren camperplaatsen en voorzieningen ontbreken derhalve. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarnaast wordt een bestaande paardenbak juridisch-planologisch verplaatst. Het doel van deze herziening is het creëren van een dusdanige planologisch-juridische situatie dat het voorgenomen plan kan worden gerealiseerd.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied omslaat circa 5.605 m2 en is gelegen aan de Beldhuismolenweg 2b te Deurningen. De betreffende percelen staan kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie W, nummers 163, 159 (ged.) en 128 (ged.). De locatie ligt in het buitengebied ten noordoosten van Deurningen, tussen Deurningen en Oldenzaal. Rondom het plangebied liggen voornamelijk agrarische percelen in de vorm van weiland. In figuur 1.1 wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven en in figuur 1.2 de bestaande situatie en begrenzing.

Figuur 1.1: ligging plangebied ten opzichte van de omgeving

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

5

Figuur 1.2: bestaande situatie en begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (vastgesteld 18-02-2010). Het plangebied kent de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. Er zijn geen andere dubbelbestemmingen of aanduidingen van toepassing. In de omgeving van het plangebied gelden de bestemmingen 'Bos en Natuur' en 'Wonen'. Initiatiefnemers zijn woonachtig op het woonperceel ten zuiden van het plangebied aan de Beldhuismolenweg 2b. Voor de bestemming 'Agrarisch - 1' is in artikel 3.5 onder e opgenomen dat, onder voorwaarden, Burgermeester en Wethouders van het bestemmingsplan kunnen afwijken en toestaan dat ter plaatse van een minicamping, voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie - minicamping”, het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen wordt vergroot tot ten hoogste 25 kampeermiddelen. Het plangebied kent deze aanduiding niet en de afwijkingsbevoegdheid is derhalve niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Hierbij worden de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.5 onder e als uitgangspunt voor ruimtelijke aanvaardbaarheid genomen. Tevens voldoet het voornemen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 3.5 onder g uit het vigerend bestemmingsplan voor de aanleg van een paardenbak voor hobbymatig gebruik.

Om deze reden is de realisatie bij recht meegenomen in onderliggend bestemmingsplan.

6

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Figuur 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan en begrenzing plangebied

1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding (tek.no. NL.IMRO.1774.BUIBPBELDHUISMWG2B-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

7

8

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plan

2.1 Bestaande situatie Het plangebied ligt in een kleinschalig landschap met een nog redelijk gave gebiedsstructuur van bospercelen, lanen, houtwallen en -singels. Met name binnen en nabij het plangebied zijn dergelijke structuren grotendeels aanwezig. In de bestaande situatie is het plangebied in agrarisch gebruik, er is een paardenpak gesitueerd welk als zodanig wordt gebruikt. Verder is het plangebied in gebruik als weiland, een houtwal snijdt het perceel als het ware in tweeën. Aan de zuidzijde van het plangebied was voorheen de oude landweg gelegen, deze is in de bestaande situatie nog herkenbaar vanwege de nog aanwezige laanbeplanting. Figuur 2.1. toont een luchtaanzicht van de locatie, figuur 2.2. weergeeft de bestaande inrichting.

Figuur 2.1: luchtaanzicht

Figuur 2.2: bestaande inrichting bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

9

2.2 Toekomstige situatie In het kader van de beoogde ontwikkeling is een landschappelijk inpassingplan opgesteld welke is bijgevoegd als Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan. Ten behoeve van de ontwikkeling van de camperplaats wordt de paardenbak verplaatst naar het zuiden waarbij deze aansluiting vindt bij de overige paard-gerelateerde activiteiten. De paardenbak wordt ingepast met een meidoornhaag en een houtsingel van gemengd inheems bosplantsoen. De beoogde camperplaats is ingericht met 25 plekken van elk 80 tot 100 vierkante meter. De camperplaats wordt verder beperkt ingevuld met enkele lindes en een veldboom. Langs de zuidzijde van de camping wordt de oude laanstructuur verjongd met de aanplant van enkele gebiedseigen bomen. Bij de entree van het erf, in het zuidoosten van het plangebied, is een gecombineerd sanitair-receptie gebouw ingericht met de uiterlijke vorm van een kap- / veldschuur. Met de aanplant van de verschillende beplantingselementen krijgt de camperplaats een groen karakter, dit draagt bij aan de kwaliteit van het recreatieve aanbod. Bovendien wordt de camperplaats met de aanplant van het gemengd inheemse bosplantsoen aan de oostzijde geheel omzoomd. Hiermee wordt het zicht op de camperplaats vanaf de Beldhuismolenweg verminderd, dit biedt de gasten meer privacy.

De camperplaats wordt ontsloten op de Beldhuismolenweg middels de bestaande ontsluitingsweg/oprit. Onderstaande figuur 2.3. toont de beoogde inrichting van de camperplaats.

Figuur 2.3: inrichtingstekening van het plangebied

10

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationaleomgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In dit geval is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijkeordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

11

3.1.3

Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In voorliggend plan is niet sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar gaat het om een recreatieve functie.

Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt de realisatie van een camperplaats mogelijk gemaakt. Afgezien van het gecombineerde sanitair-receptie gebouw met een omvang van gezamenlijk circa 45 m2 wordt met het ruimtelijke besluit geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. Zo is ter plaatse van de campeerplekken geen bebouwing toegestaan. In de planregels van dit bestemmingsplan is bepaald dat bebouwing uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "Specifieke vorm van recreatie - Recreatieve voorziening". Ter plaatse van de camperplaatsen is geen bebouwing toegestaan. De paardenbak welke mogelijk wordt gemaakt ter plaatse van de aanduiding "Specifieke vorm van agrarisch - Paardenbak " betreft geen bebouwing. Gelet op de jurisprudentie welke de omvang van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' heeft bepaald, wordt gesteld dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden van de ladder voor duurzame verstedelijking, en de ladder vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig plan. Tevens wordt de beperkte toename aan bebouwing in de vorm van een sanitair-receptie gebouw gecompenseerd middels de KGO bijbehorende KGO-investering.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

OmgevingsvisieOverijssel

In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend.

12

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

3.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven. 3.2.2.1 UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus.

Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel. 3.2.2.2 Generiekebeleidskeuzes(of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast is artikel 2.12.4 aangaande locaties voor verblijfsrecreatie mogelijk van toepassing. Hieropvolgend wordt aan de artikelen getoetst. 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

13

bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het initiatief voorziet in de realisatie van een camperplaats met 25 standplaatsen. Dit betreft een aan het buitengebied verbonden functie. Hierbij is sprake van een stedelijke ontwikkeling. In de bestaande situatie worden de gronden ter plaatse van het plangebied grotendeels gebruikt als paardenpak. Deze paardenbak wordt verplaatst in het plangebied. In het kader van de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling worden verschillende beplantingselementen gerealiseerd.

Met de herbestemming van als 'Agrarisch - 1' bestemde gronden worden bovendien bestaande casco elementen beschermd. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde. Artikel 2.1.4 (Toekomstbestendigheid) In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij het initiatief zijn geen provinciale belangen in het geding. Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken'. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde. Artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken'. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde. Artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een KGO-onderbouwing opgesteld. In dit plan zijn de investeringen in ruimtelijke kwaliteit beschreven. In de KGO onderbouwing is aangetoond dat het verlies aan 14

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd. Het KGO plan is toegevoegd als Bijlage 2 KGO onderbouwing behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde. 2.12.4 (Locaties voor verblijfsrecreatie) Lid 1. In afwijking van artikel 2.12.2 kan een bestemmingsplan de bouw van nieuwe recreatiewoningen mogelijk maken binnen gebieden die aangewezen zijn als ‘locatie verblijfsrecreatie’ als: verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden en de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. 2. In afwijking van lid 1 mogen in gebieden die zijn aangewezen als 'locatie verblijfsrecreatie', alleen kleinschalige complexen toegestaan de bouw van nieuwe recreatiewoningen worden toegestaan als: die worden gerealiseerd in de vorm van een kleinschalig complex van recreatiewoningen, verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden, en de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.12.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Met onderhavig initiatief worden geen recreatiewoningen gerealiseerd, wel wordt verblijfsrecreatie in de vorm van een camperplaats mogelijk gemaakt.

Uit de themakaart 'Recreatie' van de Omgevingsverordening volgt verder dat het wandelnetwerk Overijssel over de Beldhuismolenweg loopt. Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel bepaalde. 3.2.2.3 Ontwikkelingsperspectieven(waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop.

Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. De ontwikkeling van recreatie binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. 3.2.2.4 Gebiedskenmerken(hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Lust en leisurelaag.

Natuurlijke laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'.

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

15

Figuur 3.2: uitsnede Natuurlijke laag De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Ambitie De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' aangeduid met de gebiedstype 'Jong heide- en broekontgingslandschap'.

Figuur 3.3: uitsnede Laag van agrarisch cultuurlandschap Landschap met aan wegen geschakelde erven met relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Nadat het landschap voorheen gebruikt werd voor beweiden en plaggen steken, is het landschap na de uitvinding van kunstmest getransformeerd door grootschalige ontginning. Ambitie De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De ambitie is verder de landschappelijke karakteristieken voor weidevogels in stand te houden en te versterken.

Stedelijke laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met de gebiedstype 'Verspreide bebouwing' en 'Informele trage netwerk'. 16

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Figuur 3.4: uitsnede Stedelijke laag De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn. Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Van oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland en met elkaar. Ambitie De ambitie is Levende erven! Opnieuw verbonden met het landschap, gaan de erven een serieus te verkennen alternatief woon/werkmilieu vormen. De erven die vrijkomen worden steeds groter, met zoveel bebouwing en opstallen dat ze voor individuele burgers vaak te groot zullen zijn. Sloop van de stallen is in bepaalde situaties een optie, maar soms worden de erven hierdoor zo klein dat ze als het ware verdampen.

Deze robuuste erfensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor - een deel van - de woningbouw en bedrijvenopgave elders, mits dit bijdraagt aan de lokale / regionale sociaal-economische ontwikkeling. Met betrekking tot het informele trage netwerk is de ambitie een verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets.

Lust en leisurelaag Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'Lust en leisurelaag' geen nadere aanduiding.

Figuur 3.5: uitsnede Lust en leisurelaag Toetsing van het initiatief aan Gebiedskenmerken Doormiddel van het KGO-plan (nader toegelicht in Bijlage 2 KGO onderbouwing wordt het plangebied ingericht op een voor het gebied passende wijze waardoor het aansluit bij het landschap. De ontwikkeling geeft een impuls aan het gebied door de ontwikkeling van een bestaand erf en de bijbehorende landschappelijke inpassing. Het bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

17

inpassingsplan is gekoppeld aan de regels van dit bestemmingsplan en is daarmee planologisch verankerd. 3.2.2.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

OmgevingsvisieDinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.

Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart behoort het plangebied tot de lichtgroene zone. Dit betreft het 'Lichtgroen gekleurd landschap', dat landschappelijk minder waardevol is en waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel is veranderd. De lagere landschapswaarde biedt daarom ruimte voor ontwikkeling, onder andere door in te spelen op gemengde functies. In deze zone is het beleid gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Het gebied kent de volgende waarden: open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; moderne erfopzet. Binnen deze gebieden ziet de gemeente graag kleinschalige recreatie die aanvullend is op het bestaande aanbod. Met betrekking tot recreatie is één van de speerpunten van de Omgevingsvisie het 'Kwalitatief toerisme'.

Er is sprake van kwalitatief toerisme wanneer het toerisme bijdraagt aan een prettige leef- en werkomgeving voor inwoners en ondernemers, en tevens het landschap niet te veel belast. De gemeente Dinkelland wil werken aan kwalitatief toerisme door: Een goede balans te bewaken tussen de landschapskwaliteiten van het gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector; Mogelijkheden te bieden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid; Projecten en ideeën te verwelkomen gericht op toerisme of dagrecreatie als ze een aanvulling zijn op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoensverlenging; Toeristische interessante locaties in te richten in zowel de kernen als in het buitengebied. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een camperplaats voor 25 camperplekken in 18

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

het buitengebied van Deurningen. Het type verblijfsrecreatie waarin de camperplaats zal voorzien richt zich op de "basic" camperaars. Ten oosten van het plangebied, in en nabij Het Hulsbeek, bevinden zich reeds meerdere recreatieterreinen waaronder een camperplaats. Het recreatieve aanbod van deze camperplaats is echter grootschaliger en het aanbod van voorzieningen is uitgebreider. In vergelijking met deze locatie voorziet voorliggend initiatief daarmee in een ander type verblijfsrecreatie. Middels het KGO-plan (Bijlage 2 KGO onderbouwing) en de landschappelijke inpassing (Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan) van het initiatief krijgt de camperplaats een groen karakter, dit draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het aanbod. Gesteld wordt dat met de realisatie van de beoogde kleinschalige groene camperplaats het aanbod voor camperplaatsen wordt uitgebreid en hiermee worden groeimogelijkheden geboden voor een aantrekkelijk netwerk van camperplaatsen. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. 3.3.2

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. De realisatie van een camperplaats betreft de toevoeging van verblijfsrecreatieve verblijfsmogelijkheden, geen woningen. De Woonvisie 2021+ is om die reden niet van toepassing. 3.3.3

Buitengebiedmet kwaliteit

De gemeenteraad van Dinkelland heeft in 2022 het beleidskader 'Buitengebied met kwaliteit' (hierna: beleidskader) vastgesteld. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Hiervoor beschikte zij over verscheidene beleidsregelingen zoals Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Door de jaren heen zijn deze regelingen ingewikkelder geworden, in het beleidskader zijn de verscheidene beleidsregelingen op onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Hoe de kwaliteitsimpuls kan worden vormgegeven, is vastgelegd in hoofdstuk 8 'Waardering, aftrekposten en investeringsmogelijkheden'. Uitgangspunt van het beleidskader is dat voor iedere ontwikkeling het hoofduitgangspunt van ruimtelijke kwaliteit geldt. Voor grootschalige ontwikkelingen moet naast de kwaliteit van de locatie ook geïnvesteerd worden in omgevingskwaliteit. Om de mate van grootschaligheid te beoordelen wordt eerst gekeken naar de reikwijdte van het beleidskader. Reikwijdte In artikel 1.3 van het beleidskader is de reikwijdte van het beleid beschreven.

De omschrijving luidt: "Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel. Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/ het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a. de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken." Afhankelijk van de wijze waarop een ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd moet worden, moet voor de toepassing van deze beleidsregel een procedure herziening bestemmingsplan/ omgevings-plan of een buitenplanse afwijking/omgevingsplanactiviteit worden doorlopen. Van belang is dat de beleidsregel niet van toepassing is op de planologische mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan bij recht mogelijk maakt. Dit betekent dat ontwikkelingen die binnen het vigerende bestemmingsplan reeds mogelijk zijn, niet aan het beleidskader onderhevig zijn.

Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Er is een basis gevonden voor het bereiken en meten van het evenwicht tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke (landschappelijke) inpassing: vorm en situering van gebouwen, erfbeplantingen. Hierin voorziet voorliggend plan. Het KGO-plan is uitgewerkt in Bijlage 2 KGO onderbouwing. Op basis van de KGO-onderbouwing wordt gesteld dat de ontwikkeling voorziet in een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de ontwikkeling daarmee past bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

19

binnen het gemeentelijke beleid. 3.3.4

Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018

De gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen hebben in 2018 een gezamenlijke beleidsnota “Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente” opgesteld. Met de gezamenlijke nota voor Noordoost Twente in 2018 zijn de ruimtelijke kaders in heel Noordoost Twente grotendeels gelijk getrokken en is het beleid in de vier gemeenten op elkaar afgestemd. Om adequaat te kunnen inspelen op trends in ontwikkelingen in de sector is het van belang om te beschikken over actuele beleidskaders. Dit om in beeld te brengen hoe de verblijfsrecreatieve sector zich ontwikkelt en waar kansen liggen om de vitaliteit van de sector te versterken. De nota geeft ook een beleidskader voor de realisatie van campervoorzieningen, de beoogde camperplaats valt hieronder. Het uitgangspunt is dat er op gemeentelijk initiatief geen nieuwe Gereguleerde Overnachtings Plaatsen (GOP’s) worden gerealiseerd. Een GOP is een parkeerplaats waar een camper een nacht mag staan. Voorliggend initiatief betreft geen GOP. De doelstelling voor verblijfsrecreatie is: “Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod”. Nieuwe ontwikkelingen die hieraan bijdragen worden met een positieve insteek behandeld.

Bij de afweging van een verbreding, uitbreiding of nieuwvestiging wordt met een aantal aspecten rekening gehouden, zoals: Nieuwe initiatieven dragen bij voorkeur bij aan diversificatie van het aanbod en/of hebben een aantoonbare meerwaarde voor het toeristisch-recreatieve product. Nieuwe initiatieven springen in op de wensen van bestaande en toekomstige gasten. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) beleid is van toepassing. In bijlage 3 van de nota zijn de richtlijnen met betrekking tot campervoorzieningen nader uitgewerkt. Voor een particuliere camperplaats geldt het volgende: Maximaal 25 plaatsen, uitsluitend bestemd voor campers; Openstelling jaarrond; Moeten landschappelijk worden ingepast; Zijn direct gekoppeld aan een (voormalig) agrarisch erf (geen "vrije veld" locatie); Bij niet koppeling aan een (voormalig) agrarisch erf: maatwerk. Doorwerkingin het onderhavige plan De ontwikkeling sluit aan bij de gestelde doelen op het gebied van differentiatie en kwaliteitsverbetering in het verblijfsaanbod van Noordoost Twente zoals beschreven in de Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente. Diversificatie en meerwaarde Uit de nota volgt dat de gemeente Dinkelland in 2018 slechts 5 mini-campings (inclusief camper campings) kende. Er wordt gesteld dat het aanbod aan reguliere kampeerterreinen in de voorgaande 5 tot 7 jaar licht was gegroeid, terwijl het aantal minicampings afnam.

Omdat het aantal overnachtingen daalt, worden per saldo in de gehele regio Twente teruglopende bezettingsgraden gezien. Met betrekking tot de kwantitatieve vraag-aanbodvergelijking wordt geconcludeerd dat de kampeer- en bungalowmarkt onder druk staat. De realisatie van een camperplaats voor 25 campers, in die zin een minicamping, speelt in op deze druk. In kwantitatieve zin is er vraag naar een uitbreiding van het aanbod, het initiatief voorziet hierin. In kwalitatieve zin wordt onderscheid gemaakt in verschillende "Leisure Leefstijlen" waarin een doelgroepsegmentatie is gemaakt op basis van intrinsieke wensen en motivaties van toeristen. In bijlage 2 van de nota is het onderzoek naar verblijfsrecreatie in de samenwerkende gemeenten opgenomen. Het uitgevoerde onderzoek laat zien dat er relatief veel aanbod voor de lime, groene, gele en aqua leefstijlgroepen is in Noordoost Twente. De beoogde camperplaats, welke aansluit bij de leisure leefstijlen 'ingetogen aqua' en 'rustig groen', past binnen dit aanbod. In verhouding tot de vraag lijkt er voor deze groepen sprake te zijn van een overaanbod, vooral bij de (mini)campings. De gemeenten staan daarom kritischer tegenover initiatieven voor andere doelgroepen, maar sluiten ze niet op voorhand uit.

Gesteld wordt dat de situatie met betrekking tot verblijfsrecreatie, specifiek voor campers, anno 2022 is veranderd ten opzichte van 2018. In 2020 stonden er 120.000 campers in Nederland geregistreerd, in 2010 waren dat er nog 65.473. De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) verwacht over tien jaar opnieuw een verdubbeling van het aantal campers in Nederland. Vanwege de toename het aantal campers is ook de vraag naar camperplaatsen toegenomen. De NKC heeft in 2021 berekend dat het aantal camperplekken in Nederland de komende vijf jaar verdrievoudigd moet worden; van 10.000 naar 30.000. In het aanbod van camperplaatsen wordt onderscheid gemaakt tussen locaties op een kampeerterrein, een camperplaats of een alternatieve

20

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

locatie. Uit onderstaande figuur 3.6. volgt dat NOT een gevarieerd aanbod van deze locaties kent. Het bestaande aanbod van camperplaatsen bestaat echter voornamelijk uit uitgebreidere terreinen met luxere voorzieningen. Camperplaatsen met minder uitgebreide voorzieningen, in die zin "basic" camperplaatsen, zijn er nog niet veel in NOT en specifiek niet in het zuiden van de gemeente Dinkelland. Een dergelijke basic" camperplaats sluit bovendien aan bij de kwalitatieve wensen van rustzoekers, inzichtzoekers en stijlzoekers. Doordat de beoogde camperplaats voornamelijk voorziet in de basis voorzieningen kunnen rust, ruimte en groen centraal staan. Hoewel in de nota, met betrekking tot de kwalitatieve analyse, wordt geconcludeerd dat de markt voor minicampings en daarmee camperplaatsen verzadigd lijkt te zijn, blijkt uit de kwantitatieve analyse en het toegenomen camperbezit, dat er anno 2022 ruimte is voor een "basic" camperplaats. Met name het groene karakter van de beoogde camperplaats en het voorzien in rust en ruimte in het zuiden van NOT sluit aan bij deze ruimte. Zoals ook reeds vastgesteld in 3.3.1 wordt met de beoogde kleinschalige groene camperplaats, het aanbod voor camperplaatsen uitgebreid en worden hiermee groeimogelijkheden geboden voor een aantrekkelijk netwerk van camperplaatsen.

Figuur 3.6: Uitsnede verdeling camperplaatsen Noordoost Twente Wensen van gasten De beoogde camperplaats wordt kleinschalig en groen, dit zijn de kernkwaliteiten die de beoogde doelgroep aanspreken. De camperplaats wordt een locatie waar men zichzelf van het drukke stadsleven kan onttrekken. Gelegen in randzone van het buitengebied ligt het plangebied op korte afstand van de voorzieningen van de steden Hengelo, Oldenzaal en Enschede en kan de locatie fungeren als springplank naar het buitengebied. Gelegen langs het Wandelnetwerk Overijssel, fietsnetwerk (o.a. “De pareltjes van Twente”) en ruiterroutes (“Paardrijnetwerk Twente”) kan men vanaf de camping recreëren. Bovendien ligt de locatie nabij het recreatiepark Het Hulsbeek hier zijn verscheidene vormen van recreatie gevestigd. Tot slot kan de toerist die op zoek is naar pure rust terecht op de camping. Er worden geen speelvoorzieningen of vergelijkbare voorzieningen gerealiseerd, qua wensen van gasten speelt de beoogde camperplaats daarmee in op de toerist die verlangt naar rust en groen, en eventueel een fiets- of wandeltocht. KGO Omdat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is binnen het vigerende bestemmingsplan is de KGO van toepassing. Het KGO-plan is uitgewerkt in Bijlage 2 KGO onderbouwing. Op basis van de KGO-onderbouwing bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

21

wordt gesteld dat de ontwikkeling voorziet in een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Richtlijnen De met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakte camperplaats: voorziet in 25 camperplaatsen voor uitsluitend campers; zal jaarrond opengesteld zijn; wordt landschappelijk ingepast (Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan & Bijlage 2 KGO onderbouwing); wordt niet gerealiseerd op een "vrije veld" locatie. Op basis van het bovenstaande wordt gesteld dat de ontwikkeling in lijn is met de richtlijnen voor de ontwikkeling van een camperplaats. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018. 3.3.5

Nota omgevingskwaliteitDinkellanden Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de gemeente Dinkelland. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: Basis omgeving Midden omgeving Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats.

Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Doorwerkingop het plan en conclusie Het plangebied ligt in 'Buitengebied - Niveau basis' dat is aangeduid met de licht groene kleur. Hiervoor dient een basisinspanning te worden gedaan zoals nader onderbouwd in Bijlage 2 KGO onderbouwing, waarbij rekening wordt gehouden bij de structuur uit de omgeving. Met de landschappelijke inpassing (Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan) wordt voorzien in de benodigde basisinspanning. Het plan is in overeenstemming met de nota omgevingskwaliteit.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Figuur 3.7 : Kaartuitsnede nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen (in blauw het plangebied) 3.3.6

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Doorwerkingop het plan en conclusie De bestaande houtwallen, bomenrijen en bospercelen rondom de beoogde camperplaats maken onderdeel uit van het Casco. In het lijnelement welke het plangebied doorkruist zit een open plek waardoor deze niet wordt bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

23

aangetast. Ter bescherming van het Casco en ter behoud van het groene karakter van het groene karakter van de camperplaats worden de bestaande Casco-elementen en de met de landschappelijke inpassing te realiseren aanplant bestemd als 'Bos - Natuur'. De op deze gronden van toepassing zijnde regels dragen bij aan de instandhouding van het Casco. Indien als gevolg van de ontwikkeling een Casco-element wordt verplaatst of verwijderd dan zal dit gebeuren conform het in de nota bepaalde. Het plan is in overeenstemming met het casco-beleid.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurningen

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

4.2 Bodem 4.2.1

Algemeen

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf. 4.2.2

Onderzoek

Voorliggend initiatief voorziet niet in de realisatie van gebouwen voor menselijk verblijf. Het plan maakt een camperplaats voor 25 campers mogelijk. Het gebruik van de gronden ten behoeve van verblijfsrecreatie, met het gebruik door maximaal 25 campers, betreft geen gevoelige functie. Een beschouwing van de bodemkwaliteit is niet noodzakelijk. Bovendien is het hoogst onwaarschijnlijk dat het historische agrarische gebruik van de locatie heeft geleid tot enige vorm van bodemverontreiniging. Gesteld wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.3 Water 4.3.1

Algemeen

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.1.1 Beleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. De waterkwaliteit van alle oppervlaktewateren in een stroomgebied moeten vanaf 2015 aan bepaalde eisen voldoen. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 22 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld.

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 laat zien welke resultaten het waterschap op strategisch en tactisch bestemmingsplan Buitengebied, Beldhuismolenweg 2b in Deurninge n

25

niveau in zes jaar wil behalen. In het Waterbeheerprogramma wordt aangegeven welke maatregelen en voorzieningen daarvoor getroffen worden en wanneer. De maatregelen in het programma zijn een aanvulling op en uitwerking van maatregelen die al in de waterprogramma’s van het Rijk en de regio zijn opgenomen. Dit Waterbeheerprogramma geeft aan wat de inhoudelijke strategie is om de doelen van het waterschap te verwezenlijken. Deze strategie volgt uit de waarden die het waterschap centraal zet. Deze zijn gericht op het: het centraaal zetten van de leefomgeving; zo veel mogelijk zoeken naar samenwerking met partners in het beheergebied van het waterschap, en; het streven naar optimale participatie. 4.3.2

Onderzoek

4.3.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.2.2 Watertoetsproces In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Lycens B.V. in juli 2022 de digitale watertoets uitgevoerd. De korte procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen, daaruit is gebleken dat de standaard waterparagraaf volstaat voor dit plan. Het toetsingsdocument is bijgevoegd als Bijlage 3 Digitale watertoets.

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/729/documents/20357