CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Toelichting_Bijlage 6 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 6 september 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (incl. een presentatie)6.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

M.e.r.-beoordeling Agelerbroek en Voltherbroek Aanmeldingsnotitie 19 januari 2022

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Verantwoording Titel

M.e.r.-beoordeling Agelerbroek en Voltherbroek

Opdrachtgever

Provincie Overijssel

Projectleider

Lennaart Lamers

Auteur(s)

David Smit

Tweede lezer

Renze Haitsma

Projectnummer

1280770

Aantal pagina’s

9

Datum

19 januari 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 4

1.2

Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 5

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................... 8

Plaats en kenmerken van het project ........................................................................................ 8 2.1

Plaats van het project ......................................................................................................... 8

2.2

Kenmerken van het project ................................................................................................ 9

Beschrijving van milieueffecten (kenmerken van potentiële effecten) ..................................... 10 3.1

Inleiding ............................................................................................................................ 10

3.2

Bodem .............................................................................................................................. 10

3.3

Water ................................................................................................................................ 12

3.4

Natuur .............................................................................................................................. 14

3.5

Archeologie ...................................................................................................................... 15

3.6

Landschap en cultuurhistorie ........................................................................................... 16

3.7

Effecten op overige milieuaspecten ................................................................................. 17

3.8

Cumulatie ......................................................................................................................... 18

Conclusie ................................................................................................................................. 18

3/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

In het oosten van de provincie Overijssel ligt het Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (AVAV). Het gebied ligt tussen de drie plaatsen Denekamp, Rossum en Ootmarsum. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging en begrenzing van het Natura2000gebied weergegeven.

Figuur 1.1 Ligging van het Natura2000-gebied Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek.

Het Natura 2000-gebied bestaat uit drie deelgebieden. Het linker, solitair gebied is Achter de Voort. Dit deelgebied wordt niet verder meegenomen in deze m.e.r.-beoordeling. Het betreft alleen de twee grotere gebieden Agelerbroek (inclusief de Hunenborg) & Voltherbroek. Agelerbroek is een elzenbroekbos met daarin enkele graslandjes en moerassen. Voltherbroek bevat een uitgestrekt moerasbos (elzenbroekbos) en vochtige graslanden. Door de plaatselijke aanwezigheid van kalkrijke leem in de ondergrond en door het waterregime zijn dit vanouds zeer soortenrijke gebieden 1. Het Natura 2000-gebied is grotendeels in eigendom en beheer van Staatbosbeheer en de provincie Overijssel.

1

https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/achter-de-voort-agelerbroek-voltherbroek 4/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Voor het gebied heeft de provincie Overijssel een beheerplan opgesteld waarin is onderbouwd welke maatregelen nodig zijn om de negatieve effecten van (overmatige) N-depositie op Ngevoelige habitattypen tegen te gaan of op te heffen 2. Deze maatregelen zijn gerelateerd aan Natura 2000-doelen en moeten leiden tot behoud en/of verbetering/vermeerdering van oppervlak en kwaliteit van habitattypen. Op korte termijn (uitvoering 6 jaar na vaststelling beheerplan, dit is medio 2022) zijn de herstelmaatregelen gericht op het behouden van de bestaande habitattypen. Op de lange termijn (12-18 jaar) worden oppervlakte-uitbreiding en kwaliteitsverbetering, indien tot doel gesteld voor de aangewezen habitattypen, gerealiseerd. Er worden veel maatregelen getroffen. Deze zijn beschreven in het Inrichtingsplan dat ten grondslag ligt aan het Provinciaal Inpassingplan (zie ook par. 2.2). Voor de maatregelen uit het inrichtingsplan moet beoordeeld worden of het gezien de milieueffecten noodzakelijk is de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen (zie paragraaf 1.2). Voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling geeft de Provincie Overijssel de informatie die nodig is om dit besluit te kunnen nemen.

1.2

Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling

De Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. maken onderscheid tussen activiteiten die m.e.r. plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C‐activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.‐ beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D‐activiteiten). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor het bevoegd gezag (in dit geval de provincie Overijssel) moet beoordelen of de aard en kenmerken van de activiteit zodanig zijn dat een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Beoordeling nadelige milieugevolgen In het kaartbeeld van het inrichtingsplan worden de maatregelen weergegeven die nodig zijn om de beoogde doelstellingen te halen. Figuur 1.2 toont het kaartbeeld uit het inrichtingsplan.

2

Provincie Overijssel, Beheerplan Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (47), mei 2016 5/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Figuur 1.2 Maatregelenkaart (definitief scenario) voor Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek.

6/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

De maatregelen en werkzaamheden in het inrichtingsplan worden gezien als een landinrichtingsproject. Op het landinrichtingsproject is categorie 9 van bijlage D (Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan) van het Besluit m.e.r. van toepassing. In die categorie geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan. Tevens is categorie D 16.1 (ontgronding) van toepassing. De omvang van de ontgronding zit met 6,6 ha onder de drempelwaarde (12,5 ha). Omdat ook onder de drempelwaarde effecten kunnen optreden moeten deze alsnog beoordeeld worden. Voorliggende m.e.r. beoordeling is opgesteld om te kunnen inschatten of nadelige milieueffecten bij de werkzaamheden worden verwacht. Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn er twee mogelijke uitkomsten: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden: er dient een m.e.r.procedure doorlopen te worden •

Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het nut van voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat in een vroeg stadium beoordeeld wordt of een activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet alleen worden opgesteld als de initiatiefnemer (Gemeente Dinkelland in dit geval) niet het bevoegd gezag is van de voorgenomen activiteit. De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag (Provincie Overijssel). Deze me.r.-beoordeling is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. De vormvrije m.e.r.-beoordeling moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit, conform bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer deze informatie heeft verstrekt, moet het bevoegd gezag beslissen of een MER moet worden opgesteld. Vergunningen Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is nodig voor de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan. Voor de grotere waterhuishoudkundige maatregelen (doorbraak kanaal, aanpassen van watergangen etc.) geldt een watervergunning bij waterschap Vechtstromen. Voor de plagwerkzaamheden wordt een ontgrondingsvergunning aangevraagd.

Voor bos dat gekapt wordt ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden geldt formeel geen herplantplicht. Wel kan er een meldingsplicht gelden of een kapvergunning nodig zijn voor de kap van bomen.

7/20

Kenmerk

1.3

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Leeswijzer

In dit hoofdstuk is de aanleiding van de vormvrije m.e.r.-beoordeling en de inhoud van dit rapport beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft de kenmerken en de plaats van het project. In hoofdstuk 3 wordt de beschrijving van de milieueffecten (kenmerken van potentiële effecten) gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 4 de conclusie. Er is gebruik gemaakt van diverse onderzoeksrapporten waarvan literatuurverwijzingen zijn opgenomen. Voor het overige is, zoals gebruikelijk bij m.e.r.beoordelingen, de toetsing gebaseerd op expert judgement.

2 Plaats en kenmerken van het project 2.1

Plaats van het project

Het Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (AVAV) heeft een oppervlakte van circa 324 ha. Het gebied is 2007 aangewezen als Natura 2000-gebied voornamelijk vanwege het nationale en Europese belang van de alluviale bossen 3. Het gebied ligt in de provincie Overijssel aan het kanaal Almelo-Nordhorn, tussen Ootmarsum en Oldenzaal. Het Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek bestaat uit drie deelgebieden. De deelgebieden betreffen Achter de Voort, het Agelerbroek met het aangrenzende Broekmaten en Hunenborg en het Voltherbroek. Deze gebieden liggen langs het kanaal AlmeloNordhorn. Het Natura 2000-gebied maakt in zijn geheel deel uit van het kleinschalige landschap dat aan het eind van 19de eeuw kenmerkend was voor Twente. Het Agelerbroek/Voltherbroek is van oorsprong een zeer nat gebied. De natuur die zich hier heeft ontwikkeld is een gevolg van een gecombineerde invloed van grondwater (lokaal en regionale kwel), regenwater en overstroming van beken (oppervlaktewater). Dit heeft geleid tot een bijzonder, aaneengesloten vochtig alluviaal bosgebied afgewisseld met kleinschalige open gebieden met blauwgraslanden, vennen en (vochtige) heide. De gebieden bestaan voor een groot deel uit loofbos.

Door de hoge grondwaterstand, de plaatselijke aanwezigheid van kalkrijke leem in de ondergrond en door kwel van basenrijk grondwater en overgangen naar basenarme dekzandkoppen zijn dit vanouds zeer soortenrijke gebieden. Het Agelerbroek bestaat vooral uit broekbos met daarin enkele graslandjes en moerassen. Het Voltherbroek bevat uitgestrekte elzenbroekbossen, vochtige bossen en enkele natte schraallanden en graslandpercelen en poelen. In en rond de diverse poelen komen Kamsalamanders en boomkikkers voor. Uitbreiding van het oppervlak en kwaliteitsverbetering van het Habitattype H91E0 Vochtige alluviale bossen is een belangrijke opgave voor het gebied. Behalve voor dit Habitattype is het gebied ook van belang voor het Habitattype H6410 Blauwgraslanden en de habitatsoorten Zeggekorfslak (H1016) en Kamsalamander (H1166). De kernopgave is het versterken van de functionele samenhang van de Natura 2000-gebieden met hun omgeving voor duurzame instandhouding en ter vergroting van de algemene biodiversiteit. Onder ander door herstel natuurlijke waterstromen en -standen, grond- en oppervlaktewater van goede kwaliteit en op termijn herstel van overstromingsdynamiek.

3

https://www.bij12.nl/assets/047_Beheerplan_Achter-de-Voort-Voltherbroek-en-Agelerbroek.pdf 8/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Binnen de Natura 2000 gebieden is de opgave herstel van gradiënten en mozaïeken van verschillende habitattypen vooral voor kalkmoerassen, blauwgraslanden en vochtige alluviale bossen. Momenteel is het gebied te droog en er is teveel stikstof. Dit is een bedreiging voor de natuur. De provincie wil het blauwgrasland, de moerasbossen en de vennen (meertjes) vol planten en dieren beschermen. Door de omgeving schoner en natter te maken, krijgen ook zeldzame dieren als de zeggekorfslak en de kamsalamander een beter leven. Met verschillende maatregelen wil de provincie de gebieden behouden en versterken.

2.2

Kenmerken van het project

Het project omvat veel maatregelen die worden genomen om de gebieden weer robuust te maken. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling focust zich op alle maatregelen uit het inrichtingsplan. Het definitieve maatregelenpakket voor het Agelerbroek en Voltherbroek bestaat uit: • Hydrologische maatregelen gericht op het tegengaan van het grootste knelpunt namelijk verdroging. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: Interne hydrologische maatregelen waarbij diepe watergangen (welke soms leemlagen doorsnijden) of anderszins een drainerend effect hebben worden gedempt, afgedamd of -

verondiept Externe hydrologische maatregelen waarbij externe drainerende watergangen worden gedempt, afgedamd of verondiept. Het verondiepen geldt ook voor diepe beken zoals de

•

Tilligterbeek Maatregelen gericht op robuust systeemherstel. Het betreft hier het herstel van de verbinding tussen het Voltherbroek en het Agelerbroek door het kanaal af te dammen en over de te

•

dempen breedte het oorspronkelijke moerasgebied te herstellen Maatregelen gericht op de kwaliteit van het water door het inrichten van een watersysteem dat water van verschillende waterkwaliteit gescheiden houdt; het voedselrijkere beekwater en

•

het voedselarmere kwel- en oppervlaktewater worden fysiek gescheiden Maatregelen gericht op de bevordering van het oppervlaktewatersysteem. Dit zijn aanpassingen aan greppels en sloten waarbij landbouwwater en water van erven

•

gemakkelijker kan worden afgevoerd (rondom het Natura 2000-gebied); dit zorgt voor minder knelpunten in de omgeving, maar ook minder belasting (door nutriënten) in de natuur; Kleinschalige overige maatregelen zoals kleinschalige boskap, afschrapen strooisellaag,

•

plaatsen of vervangen van diverse kunstwerken (stuwen, vispassages, dammen, voorden et cetera) Maatregelen gericht op het tegengaan van toestroming van meststoffen naar de natuur,

•

zogenaamde bemestingsmaatregelen Maatregelen die negatieve effecten (bijvoorbeeld vernatting van woonerven of wegen) verzachten of voorkomen, de zogenaamde mitigerende maatregelen

De planning van de werkzaamheden is afhankelijk van de voorbereiding en ruimtelijke procedures (Provinciaal Inpassingsplan en vergunningen). Naar verwachting worden de werkzaamheden in het najaar van 2023 uitgevoerd. De werktijden zijn van circa 07.00 tot 16.00 uur.

9/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

3 Beschrijving van milieueffecten (kenmerken van potentiële effecten) 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de ontgronding voor het milieu. Het gaat hierbij zowel om de positieve als de negatieve effecten in het plangebied en omgeving, en de mate van het effect. Deze notitie behandelt de milieuaspecten die van belang zijn bij de voorgenomen activiteit (landinrichtingsproject). Gezien de ingrepen in de bodem om natuur te herstellen, zijn de onderwerpen bodem, water en natuur het meest relevant. Vanwege de ligging van het plangebied en mogelijke landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, zijn deze thema’s ook toegevoegd. Overige milieuthema’s voor een ontgronding (lucht, geluid, externe veiligheid) worden gezamenlijk onder het kopje ‘effecten op overige aspecten’ beschouwd. De milieuthema’s in deze beoordeling zijn: • • •

Bodem Water Natuur (inclusief stikstofdepositie)

• • •

Archeologie Landschap en cultuurhistorie Effecten op overige aspecten

3.2

Bodem

Huidige situatie Uit onderzoek 4 blijkt de bodem in het plangebied uit verschillende bodemtypen te bestaan: • Podzolgronden (veldpodzol- en laarpodzolgronden) • (dikke) bruine eerdgronden • • •

Beekeerdgronden (bruine en zwarte), en beekvaaggronden Gooreerdgronden en vlakvaaggronden Leemgronden (leek-/woudeerdgronden en poldervaaggronden)

De zandgronden bestaan voornamelijk uit fijn tot matig grof zwak lemig zand, in de lagergelegen delen zijn de gronden vaak sterk lemig. In Figuur 3.1 is de bodemkaart weergegeven.

4

Aequator Groen & Ruimte bv, Bodem, grondwater en bodemgeschiktheid landbouwgebied Achter de Voort,

Angelerbroek en Voltherbroek, 30 juli 2019 10/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Figuur 3.1 Bodemkaart van het plangebied.

Effecten Het plaggen van de bodem heeft effect op de bodemstructuur en de bodemkwaliteit. Deze zal verarmen. Hetzelfde geldt voor het stoppen van de bemesting op een aantal percelen. Hierdoor komen er minder nutriënten en mineralen in de bodem waardoor deze verarmt. Dat wordt ook beoogd met de ingreep zodat het habitattype blauwgraslanden kan herstellen. Het dempen en verondiepen van sloten en greppels leidt tot vernatting van de bodem. In opdracht van de gemeente Dinkelland is een vooronderzoek uitgevoerd 5. In dit onderzoek is gekeken naar de bodemkwaliteit en bepaalt of er sprake is van risicovolle locaties of locaties die verdacht zijn voor (historische) bodemverontreinigingen. In het gebied zijn geen noemenswaardige (matig of sterke) verontreinigingen aangetoond of verdachte bodembedreigende activiteiten aanwezig die invloed hebben op de beoogde ontwikkelingen Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat op basis van de onderzoeksgegevens geen risico’s worden verwacht. De genoemde verontreinigingen in het vooronderzoek zijn ofwel te ver verwijderd van het plangebied of volledig gesaneerd.

5

Lycens, Historisch bodemonderzoek Natura 2000 gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek, 7 oktober

2019 11/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Voor alle werkzaamheden wordt echter geadviseerd om altijd attent te blijven op een eventuele (rest)verontreinigingen, met name rondom de zogenoemde NAM-locatie in het zuidelijk gebied (Schiphol 5 te Rossum). Als tijdens de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden het vermoeden bestaat dat sprake kan zijn van een bodemverontreiniging wordt geadviseerd om de werkzaamheden op dat terreindeel direct te staken en bodemonderzoek uit te laten voeren. Mochten werkzaamheden aan/door (halfverharde) wegen en/of inritten plaatsvinden dan wordt geadviseerd om daarbij extra attent te zijn op een eventuele verontreiniging met asbest in het verhardingsmateriaal en/of het fundatiemateriaal. Mocht asbestverdacht materiaal worden aangetroffen (ook buiten eventueel (halfverharde) wegen) dan wordt eveneens geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en onderzoek te laten verrichten. Op basis van het uitgevoerde (bodem)onderzoek kunnen eventuele vervolgstappen worden bepaald. Ook wordt geadviseerd om bij toekomstig grondverzet zoveel mogelijk te werken met een gesloten grondbalans. Daarnaast maakt PFAS nog geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor moet voorafgaand aan grondverzet in ieder geval de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS nog worden bepaald. Er worden geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht voor het thema bodem.

3.3

Water

Huidige situatie Het Natura 2000-gebied AVAV ligt in het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Het gebied valt binnen het stroomgebied van de Hollandse Graven en Tilligterbeek, bestaande uit onder andere de Roelinksbeek, Voltherbeek en Peijinksbeek. Deze drie beken stromen door of langs het Natura 2000-gebied. Al deze bovengenoemde beken hebben een KRW-opgave. De grondwaterstanden in de gebieden vallen voornamelijk in grondwatertrap II of III 6. Op de hoger gelegen delen van het natuurgebied is vooral sprake van grondwatertrap V 7. Hiermee zijn de grondwaterstanden relatief ondiep, maar kunnen soms diep wegzakken 8. Effecten De effecten van de hydrologische maatregelen op de grondwaterstand zijn onderzocht 9 Deze effecten zijn berekend met een grondwatermodel. De maatregelen in het plangebied leiden wel tot effecten in de grondwaterstand, maar deze worden juist beoogd met de maatregelen: dit betreft o.a. het dempen en verondiepen van greppels en verwijdering van drainage. Ze zorgen voor hogere grondwaterstanden en toename in kwelintensiteit. Dit is positief voor de aanwezige natuur in het gebied. De meeste maatregelen zijn effectief in de winter- en voorjaarssituatie (GHG en GVG). Dit is gunstig voor omdat in deze periode de kwelintensiteit hoger is. In de zomer (GLG) zijn er een beperkt aantal maatregelen met een positief effect op het N2000-gebied.

Dit zijn het dempen van de Westelijk landbouwsloot naast het Agelerbroek, het opzetten van de peilen in de Tilligterbeek en de waterloop die ten zuiden van het Voltherbroek in de Roelinksbeek uitmondt. Grondwatertrap II = 50-80 cm beneden maaiveld (GLG). Grondwatertrap III = <40cm beneden maaiveld (GHG), 80120 cm beneden maaiveld (GLG) 7 .Grondwatertrap V = <40cm beneden maaiveld (GHG), >120 cm beneden maaiveld (GLG) 8 Arcadis, Natura 2000-gebied Dinkelland, Oppervlaktewatersysteem rond Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek 25 maart 2020. 6

9

Royal Haskoning DHV, Toekomstige situatie Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek

(AVAV). Berekening grondwatereffecten hydrologische maatregelen. 01-10-2021 12/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Bij de nieuwe duiker en de nieuwe landbouwafwatering ten westen van het Agelerbroek daalt daar de grondwaterstand. Dit heeft naar verwachting geen grote negatieve invloed op de grondwaterstanden in het natuurgebied. In het definitief maatregelenpakket voor het Natura2000gebied wordt aangegeven dat de maatregelen kleinschalig maaien, chopperen en lokaal plaggen geen effect hebben op de hydrologie. Het verwijderen van de bovenste laag van de bodem heeft geen invloed op grondwaterkwaliteit of kwantiteit. Uit onderzoek naar het oppervlaktewatersysteem9 komen enkele effecten naar voren. Zo vindt er inundatietoename plaats ten oosten van de Tilligterbeek en bovenstrooms van de aanknoping met de Voltherbeek. In de Tilligterbeek vindt waterpeilstijging plaats. Dit is het gevolg van de bodemverhoging. De zijwatergang van de Roelinksbeek toont ook een significante waterpeilstijging, door de stuw die op deze locatie wordt gerealiseerd. Landbouw In onderzoek van Aequator4 is ook gekeken naar de landbouwkundige geschiktheid in de toekomstige situatie. De effecten van de vernattingsmaatregelen op de bodemgeschiktheid voor grasland/weidebouw en akkerbouw zijn vrijwel gelijk. Voor de landbouw betekent dit dat de vernattingsmaatregelen plaatselijk leiden tot een hogere grondwaterstand op agrarische percelen.

De geschiktheid van de grond en met name de berijdbaarheid en bewerkbaarheid nemen verder af. Langs de Steenmatenweg neemt de natschade toe door het verwijderen van de drainage. Ten zuiden van de Agelerbroekweg treedt een toename in natschade op met een lichte uitstraling ten noorden van het zandpad. Rondom de Huneborg neemt de natschade toe met 25%. Rondom het Voltherbroek zijn de effecten minder groot, het is vooral langs de Laarweg waar de natschade toeneemt. Droogteschade neemt over het algemeen af. Er zijn een paar kleine plekken waar door zakkende grondwaterstanden wel een stijging in droogteschade optreedt. Dit gebeurt in de directe omgeving van de nieuwe landbouwsloot aan de westkant van het natuurgebied. Plaatselijk is er een lichte verbetering te zien in de bodemgeschiktheid; daar waar eerst risico was op droogte, zal dat met stijgende grondwaterstanden verbeteren. Voor de exacte percelen en percentages natschade verwijzen we naar de rapportage van Aequator waar dit voor grasland als maïsland is geïllustreerd. Agrariërs die schade ondervinden door maatregelen worden hierin gecompenseerd. Eerst wordt onderzocht of met mitigerende maatregelen schade kan worden voorkomen of beperkt. Wanneer dat niet kan, wordt in overleg met de eigenaar gezocht naar financiële compensatie. Ook is het soms mogelijk een eigenaar in grond te compenseren.

Door bemestingsbeperkingen worden sommige percelen voor de landbouw ook minder geschikt. Landeigenaren kunnen deze percelen omzetten naar natuur. Woningen Ook leiden de ingrepen tot vernatting bij woningen. Door Wareco is onderzoek gedaan naar de impact van de natuurherstelmaatregelen op natschade/vochtproblematiek op 11 erven (met 12 woningen). Bij 3 woningen, gelegen ten westen van Voltherbroek, zal de grondwatersituatie verbeteren omdat een interne afvoer wordt gerealiseerd. De gemiddeld hoogste grondwaterstanden (GHG) neemt bij 9 erven toe met circa 5 tot 20 cm. Wareco heeft onderzoek gedaan naar effecten op woningen waar de grondwaterstand na uitvoering van de maatregelen. Daaruit zijn maatregelen voorgesteld om deze mogelijke schade preventief te mitigeren. Dit betreft o.a. het injecteren van (kelder)wanden of de aanleg van een drainageleiding rondom de woning. De maatregelen worden in de realisatiefase technisch uitgewerkt.

13/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Wegen Ook wordt de minimale drooglegging van 80 cm onder wegen op 12 plekken niet meer gehaald. Om voldoende drooglegging van de wegen in en rond Agelerbroek en Voltherbroek te behouden, zonder een negatief effect te genereren op de habitattypen, zullen de wegen opgehoogd worden. In totaal gaat het aan openbare (gemeentelijke) wegen om circa 500 m aan asfaltweg, ruim 5 km aan zandweg en 1 km aan betonfietspad. De benodigde aanpassingen aan de wegen worden nader uitgewerkt in de realisatiefase in overleg met de wegbeheerder 10. De technische ingrepen rond de kanaalkruising (verwijderen duikers, aanleg onderleider) dragen ook bij aan de kernopgave: het versterken van de functionele samenhang van de Natura 2000gebieden met hun omgeving ten behoeve van duurzame instandhouding en ter vergroting van de algemene biodiversiteit. De ingrepen hebben geen negatief effect op de waterkwaliteit. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht voor het thema water. De tijdelijk negatieve effecten van grondwaterstandsverhoging kunnen gemitigeerd worden.

3.4

Natuur

Huidige situatie Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek is in 2007 aangewezen als Natura 2000-gebied. In het gebied komen de volgende habitattypen voor: Blauwgraslanden (H6410; 1,72 ha), Eikenhaagbeukenbossen - hogere zandgronden (H9160A; 12,18 ha), Vochtige alluviale bossen beekbegeleidende bossen (H91E0C; 90,14 ha) en Zwakgebufferde vennen (H3130; 0,35 ha). Daarnaast komen de stikstofgevoelige Kamsalamander (H1166) en Zeggekorfslak (H1016) voor. Effecten Soortenbescherming In 2017 heeft Ecogroen een bureaustudie 11 uitgevoerd naar de effecten van de maatregelen uit het beheerplan (uitgevoerd door Staatsbosbeheer) op de natuurgebieden. De volgende maatregelen zijn onderzocht: • • •

M1b: Dempen interne watergangen en sloten in het Voltherbroek M1d: Creëren overgangen langs bospercelen M1i: Dichten interne ontwatering binnen het Agelerbroek

• • •

M2b: Strooisel verwijderen en ontwikkeling vegetatie monitoren M4b: Kleinschalig plaggen na herstel hydrologie M4c: Hervatten hooilandbeheer

• •

M4e: Hooien en vegetatie laten overstaan in winter 0(=5a): Aanleg poelen

Uit het bureauonderzoek komen de volgende conclusies naar voren: 1) Voor maatregel M4e geldt dat er gewerkt kan worden conform de Gedragscode Natuurbeheer. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen. Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde

10 11

Gemeente Dinkelland 2021, Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek, Ecogroen, Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek, 8 september 2017. 14/20

Kenmerk

2)

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Voor maatregelen M1d en M2b geldt dat er gewerkt kan worden conform de Gedragscode Bosbeheer. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen. Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde

3)

Maatregelen M1i, M1b, M4c en 0 (=5a) zijn inrichtingsmaatregelen. Voor inrichtingsmaatregelen geldt dat toepassen van de gedragscode Natuurbeheer of Gedragscode Bosbeheer niet mogelijk is. Doordat de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol

4)

voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel Voor maatregel M4b geldt dat er niet gewerkt kan worden conform een goedgekeurde Gedragscode. Doordat de maatregel is opgenomen in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel

Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming zijn de meeste maatregelen voldoende beoordeeld in het beheerplan. Natuurbank Overijssel heeft voor de overige maatregelen (inclusief uitvoeringsfase) de effecten beoordeeld. Effecten zijn uit te sluiten en de maatregelen zijn vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden. Er moet een ecologisch werkprotocol opgesteld worden met de voorwaarden beschreven in het beheerplan. Op vraag van de Gemeente Dinkelland heeft Natuurbank Overijssel onderzocht wat de consequenties zijn van de maatregelen in het kader van de wet natuurbescherming 12. Hierin wordt geconcludeerd dat voor de maatregelen geen ontheffing of vergunning aangevraagd hoeft te worden. Ook hoeft geen Voortoets of Passende beoordeling opgesteld te worden. Wel dienen de maatregelen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Door te werken volgens het ecologisch werkprotocol zullen de effecten van de maatregelen voor het overgrote deel voorkomen kunnen worden. De maatregelen in Agelerbroek en Voltherbroek worden juist gedaan ter versterking van natuurwaarden. Er worden geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht voor zowel de soorten- als gebiedsbescherming binnen het thema Natuur.

3.5

Archeologie

Huidige situatie In opdracht van de gemeente Dinkelland is er een bureauonderzoek archeologie uitgevoerd 13. Hoewel conform het gemeentelijk beleid een vrijstelling geldt voor bodemingrepen tot 40 cm, is besloten ook de ingrepen tot 40 cm in het onderzoek te betrekken. De reden hiervoor is dat archeologische resten in dit deel van Nederland aan of vlak onder het maaiveld kunnen voorkomen. 12 Natuurbank Overijssel, Beoordeling juridische consequenties uitvoering interne PAS-maatregelen in Natura2000gebied, 1 oktober 2019. Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek 13 Archeologisch bureauonderzoek Natura 2000 Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek te Dinkelland, gemeente Dinkelland, Overijssel. Laagland Archeologie Rapport 312, september 2019

15/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Effecten De impact die geplande werkzaamheden hebben op mogelijk aanwezige archeologische resten is gerelateerd aan de diepte en de omvang van de met de ingreep gepaarde bodemverstoring. Het verdiepen van een bestaande watergang gaat weliswaar gepaard met bodemverstoring, maar eventuele archeologische resten zijn al verdwenen met een aanleggen van de huidige watergang. Het effect van deze ingreep op eventueel aanwezige waarden is dus neutraal. Op basis van het bureauonderzoek is er een hoge verwachting op resten uit alle archeologische perioden. Veel van de maatregelen in Agelerbroek Voltherbroek leiden niet tot een bodemverstoring (o.a. dempen van watergangen, verwijderen van duikers en dammen en aanleg van voorden). Echter zijn er ook maatregelen waarbij een negatief effect voor archeologie wordt verwacht (o.a. nieuwe watergangen, bos kappen, aanleg duiker). Bij het kleinschalig plaggen wordt een maximum bodemverstoring verwacht tot 20cm -mv. Omdat archeologische resten zich in natuurgebieden vaak vlak onder de oppervlakte bevinden wordt voor deze maatregel toch een negatief effect verwacht op archeologische waarde. Om bovenstaande reden wordt geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar bodemverstorende ingrepen zijn voorzien en waar sprake is van een hoge of middelhoge archeologische verwachting èn waarbij de geplande ingrepen dieper reiken dan 40 cm -mv.

Hoewel er conform het gemeentelijk beleid geen verplichting is tot archeologisch onderzoek, wordt tevens geadviseerd in kansrijke zones vervolgonderzoek uit te voeren op locaties waar ingrepen minder diep dan 40 cm - mv reiken. Reden hiertoe is dat archeologische resten hier waarschijnlijk aan of dicht onder het maaiveld liggen en de betreffende terreinen voor zover bekend niet of weinig grootschalige bodemverstoringen hebben gekend.

3.6

Landschap en cultuurhistorie

Huidige situatie Het plangebied bestaat voornamelijk uit bos. Oorspronkelijk zijn het Agelerbroek en Voltherbroek kwelgebieden die onder invloed stonden van de regionale grondwatersystemen van zowel de stuwwal van Oldenzaal als de stuwwal van Ootmarsum. Daarnaast stond het gebied onder invloed van overstromingen van beken. De ondiepe bodem bestaat uit veen, klei en (hogere delen) zand. Agelerbroek en Voltherbroek bestonden tot de jaren 30 van de vorige eeuw grotendeels uit moeras met grote zeggevegetaties. De gebieden werden gebruikt als hooiland. Daarna zijn de hooilanden grotendeels verlaten. De vegetatie van het Agelerbroek en Voltherbroek bestaat momenteel grotendeels uit gedegenereerd Elzenbroekbos. De degeneratie is vooral het gevolg van verdroging als gevolg van ontwatering in en om het gebied waardoor basenrijk grondwater niet meer in de wortelzone kan komen (knelpunt: verzuring en verdroging) 14. In het noordoosten van het natuurgebied ligt het restant van een middeleeuwse burcht, De Hunenborg. De burcht bestaat uit een kleine verhoging met een ringgracht. Effecten De maatregelen leiden tot een verandering van het landschap. Door de waterhuishoudkundige maatregelen zal het gebied natter worden. Door beperkte kleinschalige boskap zal het gebied plaatselijk opener worden. Er zijn geen bijzondere landschapselementen in het gebied die door de maatregelen beïnvloed worden.

14

Natura 2000 Beheerplan, Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek, mei 2016 16/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Provincie Overijssel heeft een gebiedsscan ruimtelijke kwaliteit opgesteld 15. Dit document biedt handvatten en richtlijnen voor ruimtelijke kwaliteit. Doel is om de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten te behouden en samenhang in het gebied te vergroten. De Tilligteren Roelinksbeek komen door de maatregelen herkenbaarder in het landschap te liggen. Het doorsnijden van het kanaal helpt om de zichtbare verbinding tussen Agelerbroek en Voltherbroek te verbeteren. Er zijn met de natuurherstelmaatregelen geen effecten op de recreatieve functies in of rondom het gebied. Bestaande routes blijven gehandhaafd. De maatregelen hebben geen negatieve effecten op de restanten van de burcht in het plangebied. Ook liggen er geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten in het plangebied die door de maatregelen beïnvloed worden. Afgezien van de verkavelingssporen zijn er geen cultuurhistorische relicten aanwezig. Er worden geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht voor het thema landschap en cultuurhistorie.

3.7

Effecten op overige milieuaspecten

In voorliggende notitie zijn de effecten behandeld voor de maatregelen die bij uitvoering van het inrichtingsplan kunnen ontstaan. Hieronder wordt toegelicht of er nog effecten zijn op overige milieuthema’s (externe veiligheid, geluid en lucht). Het zoekgebied voor de maatregelen ligt niet in het invloedgebied van een transportroute gevaarlijke stoffen over het spoor, het water, of van een Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) inrichting 16. Tussen de twee gebieden Agelerbroek en Voltherbroek loop langs het kanaal wel een buisleiding van de gasunie. Deze wordt echter niet geraakt door de maatregelen. Er zijn dan ook geen effecten op externe veiligheid. De maatregelen zorgen voor een tijdelijke verkeersaantrekkende werking door de machines die gebruikt worden bij het uitvoeren van de maatregelen. Deze machines zorgen slechts voor een tijdelijke toename in geluid en uitstoot van stoffen (luchtkwaliteit). Verontreiniging en hinder zal hooguit tijdens de uitvoeringsperiode plaatsvinden. Binnen de grenzen van de uitvoeringslocaties is geen (particuliere) bewoning/bebouwing. Langs de randen liggen wel eigendomspercelen en woonerven van particuliere eigenaren.

Met deze omwonenden, (recreatie-)ondernemers, plaatselijke belangenverenigingen en overige betrokkenen en belangstellenden (is en) wordt tijdig gecommuniceerd over de uit te voeren maatregelen en de mogelijk te verwachten tijdelijke overlast. Dit voorafgaand aan de terinzagelegging van de aan te vragen vergunningen en tijdens de uitvoering. Er zullen weinig mensen blootgesteld worden aan hinder. Er is een Historisch Vooronderzoek-Niet Gesprongen Explosieven (HVO-NGE) uitgevoerd 17. Hierin werd o.a. het werkgebied AVAV onderzocht. Het onderzoek concludeert dat er in het gebied geen NGE-risicogebied aanwezig is.

15

Gebiedsscan ruimtelijke kwaliteit Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek - november 2015

16

Risicokaart Overijssel:

https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=https://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/risicokaart/viewers/Mobiliteit/virtualdirectory/Resources/Config/Default 17

REASeuro, Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven Overijssel PAS Cluster 2, 18 juli 2017. 17/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

In de Wet Milieubeheer staat een aantal criteria die aandacht dienen te krijgen in een (vormvrije) m.e.r. beoordeling (o.a. gebruik van natuurlijke hulpbronnen, grensoverschrijdend karakter). Hieronder is voor elk van deze punten beschreven of het bij de maatregelen relevant is. De maatregelen leiden niet tot een structurele productie van afvalstoffen. Het plan voorziet alleen in natuurherstel. De maatregelen leiden niet tot extra verkeershinder of risico voor ongevallen. Vanwege de ligging van het plangebied is geen sprake van grensoverschrijdend karakter van de werkzaamheden. Het uitvoeren van de maatregelen heeft geen uitstralende effecten. De werkzaamheden in het plangebied hebben geen gevolgen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. De werkzaamheden vormen geen bijzonder risico voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

3.8

Cumulatie

Het beoogde cumulatieve effect van de verschillende maatregelen is o.a. een hogere grondwaterstand en herstel van natuurwaarden. Door het gezamenlijke maatregelpakket wordt verdroging, verzuring en vermesting tegengegaan. Het cumulatieve effect van de maatregelen is een verandering van het landschap maar dit is geen nadelig milieugevolg. Door de kleinschalige boskap zullen verblijfs-, en foerageerplaatsen verdwijnen maar er blijven voldoende alternatieve verblijfplaatsen beschikbaar in de bosgebieden die onaangetast blijven in Agelerbroek, Voltherbroek. Voor het thema natuur is geen sprake van negatieve cumulatieve effecten. Ten westen van het plangebied ligt Natura2000-gebied Achter de Voort waar ook werkzaamheden worden uitgevoerd voor natuurherstel. Vanwege de afstand tot het gebied Achter de voort wordt geen negatief cumulatief effect verwacht van de maatregelen voor de thema’s bodem, water, landschap en cultuurhistorie en archeologie. Wanneer de werkzaamheden in beide deelgebieden gelijktijdig worden uitgevoerd kan geluidshinder versterkt worden. Vanwege de lage bevolkingsdichtheid en het tijdelijke karakter van de werkzaamheden is dit echter geen significant negatief effect.

4 Conclusie Voorliggende notitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van de voorgenomen ontwikkeling, de kenmerken van de omgeving of de effecten van de ontwikkeling, die aanleiding zijn om een m.e.r.-procedure te doorlopen. Op basis van deze notitie wordt geconcludeerd dat vanwege het voorgenomen landinrichtingsproject geen belangrijke negatieve effecten te verwachten zijn voor de aspecten water, bodem, landschap & cultuurhistorie. Om het gevolg van de werkzaamheden op archeologische waarden uit te sluiten dient een archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Gezien de afgravingsdieptes is het echter geen wettelijke vereiste en daarom zal de omgevingsvergunning hiervoor wel verleend worden. Voor het thema natuur geldt dat niet gewerkt kan worden conform een goedgekeurde Gedragscode. Hiervoor moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel. De maatregelen leiden tot een verhoogde grondwaterstand. Dit heeft plaatselijk negatieve gevolgen voor landbouwkundig gebruik, woningen en wegen. 18/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Deze effecten kunnen met maatregelen echter gemitigeerd worden. In de uitvoeringsfase ontstaat tijdelijke hinder door geluid en trillingen voor bezoekers van het gebied. Op de overige milieuaspecten (geluid, externe veiligheid, lucht) zijn geen belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten. In onderstaande tabel zijn de effecten en mitigerende maatregelen per milieuthema samenvattend weergegeven. Thema

Effecten

Mitigerende maatregel

Bodem

Geen nadelige milieueffecten

Niet van toepassing

Water

De maatregelen zorgen voor een positief

Landbouw: financiële compensatie voor

effect op de aanwezige natuur.

opbrengstreductie of afname geschikte grond.

De maatregelen kunnen een negatief

Woningen: Injecteren van (kelder)wanden en

effect hebben op de

aanleg drainageleiding

landbouwopbrengsten, woningen en wegen door nat-/ vochtschade

Wegen: Circa 6,5 km aan wegen dienen opgehoogd te worden om de minimale droogleggen te behalen.

Natuur

Geen nadele milieueffecten

Opstellen van ecologisch werkprotocol met mitigerende maatregelen en eisen voor zorgvuldig werken en voorkomen van schade.

Archeologie

Negatief effect op de archeologische

Archeologisch vervolgonderzoek op locaties

waarde door bodemverstoring in gebied

waar bodemverstorende ingrepen worden

met hoge verwachting van archeologische

uitgevoerd.

resten. Landschap en

De maatregelen leiden tot een verandering

Tijdige communicatie met omwonenden, en

cultuurhistorie

van het landschap (vernatting). Er worden

overige betrokkenen.

geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht voor dit thema. Overige aspecten

Enkel een beperkte en tijdelijk hinder door

Niet van toepassing

geluid en trillingen voor bezoekers van het gebied Geen negatieve effecten voor de overige aspecten. Cumulatie

Geen negatieve cumulatieve effecten. Het

Niet van toepassing

beoogde cumulatieve effect van de verschillende maatregelen is o.a. een hogere grondwaterstand en herstel van natuurwaarden.

19/20

Kenmerk

R001-1280770DSI-V02-ssc-NL

Van structureel negatieve effecten van substantiële omvang is geen sprake. De toetsing aan de selectiecriteria uit de bijlage 3 EU-richtlijnen 85/337/EEG maakt duidelijk dat geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu die het opstellen van een MER noodzakelijk maken.

20/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/595/documents/18171