CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Waterhuishoudkundig plan Diepengoor 32-32a.pdf

Commissie Omgeving & Economie 3 maart 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22v Denekamp, Diepengoor 32-32a’12.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Opdrachtgever Proviel BV De heer J. ter Brugge Postbus 1 7556 PG HENGELO OV

Auteur Mevr. S. van Amersfoort Mevr. N. van Asch Paraaf:

Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10 Postbus 221 7570 AE OLDENZAAL 0541 – 58 55 44 Status versie 3 (definitief) Datum 12 december 2025 Projectnummer 20250292/SAME Documentkenmerk 20250292_b3RAP

Controle / vrijgave De heer R.H. Rekveldt Paraaf:

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Inhoudsopgave Concept waterparagraaf

1

1

Inleiding

2

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet

4 4 5 5

3

Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid

7 7 8

4

Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Bodemopbouw 4.3 Doorlatendheid 4.4 Grondwater 4.5 Oppervlaktewater 4.6 Riolering 4.7 Natuurgebieden en grondwaterbeschermingsgebied 4.8 Klimaatatlas Twente 4.9 Wateroverlast Diepengoor 4.10 Vastgestelde geohydrologische situatie

10 10 10 11 12 14 15 15 15 16 17

5

Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.5 Ontwerp watersysteem

19 19 19 20 20 20

6

Bouw- en woonrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken

24 24 25

7

Samenvatting en conclusie

26

Bijlagen 1 Situatietekening 1.1 Geografische ligging 1.2 Ontwerptekening 2 Boorstaten 3 Wateradvies 4 Standaard waterparagraaf

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

-/-

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Concept waterparagraaf Concept waterparagraaf Binnen het projectgebied is voldoende ruimte om de benodigde waterberging te realiseren. Daarmee wordt voldaan aan de door het Waterschap Vechtstromen gestelde eisen. Aan de eis van de gemeente Dinkelland wordt in dit plan niet geheel voldaan. Binnen het plangebied wordt het hemelwater en het vuilwater gescheiden verwerkt. Het hemelwater wordt verzameld in een wadi in de groenstrook aan de oostzijde van het projectgebied. De wadi wordt voorzien van een overstort (slokop) waarmee bij normaal functioneren 15 cm water in de wadi kan staan. De overstort sluit aan op het bestaande hemelwaterriool in Diepengoor. In extreme situaties kan het water verder stijgen tot 24.20 m NAP, voordat er wateroverlast ontstaat (peil drempel voor de kelder van naastgelegen woning nummer 22). Het vuilwater wordt ondergronds verzameld en aangesloten op het gemengde stelsel in de rijbaan Diepengoor. In het plangebied kan ruim 30 mm (20 m3) water geborgen worden tot het overstortpeil van de wadi. In deze situatie wordt niet voldaan aan de eis van 40 mm van de gemeente. In extreme situaties kan er tot een peil van 24.20 m NAP circa 94 mm (46 m3) water geborgen worden, waarmee voldaan wordt aan de eis van het waterschap. Waarschijnlijk komt bij extreme neerslag ook water van buiten het projectgebied in de wadi terecht.

Op deze wijze kan de wadi ook bijdragen aan het verminderen van de wateroverlast op straat (zie fig. 4.7). Bij extreme situaties, waarbij de wadi volledig gevuld is, zal er mogelijk ook water op de groenstrook en weg blijven staan. De vloerpeilen van de woningen zijn echter zo gekozen dat er geen kans bestaat op water in de woningen. In tabel 6.1 zijn de vloerpeilen opgenomen. Geadviseerd wordt om de 3 nieuw te bouwen woningen kruipruimteloos te bouwen. Momenteel wordt gewerkt aan het verzwaren van het rioolstelsel in de Diepengoor en de Krabbendijk. Bij dit project wil de gemeente Dinkelland het tekort aan berging van dit plan compenseren. De impact van de verzwaring van het rioolstelsel zal mogelijk leiden tot afname van de hoeveelheid water op maaiveld bij extreme neerslag. Of en hoeveel minder water op straat zal blijven staan, is in onderhavig onderzoek niet onderzocht.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

1 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

1

Inleiding

In opdracht van Proviel BV heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie Diepengoor 32 te Denekamp. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de geplande ontwikkeling (sloop en nieuwbouw) van de locatie en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In verband met de geplande woningbouw en bijbehorende omgevingsvergunning is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de omliggende straten deel uitmaken van een groter project van de gemeente om de waterhuishouding en wateroverlast op straat aan te pakken, door een gescheiden rioolstelsel aan te leggen (project Diepengoor - Krabbendijk en omstreken). Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening het wateradvies (voorheen de watertoets) verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders.

De doorvertaling van het wateradvies zal in het omgevingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Wateradvies De essentie van het wateradvies is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van het wateradvies is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Het advies is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat). Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het wateradvies is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan.

Afhankelijk van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het wateradvies in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.

Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens wordt het wateradvies reeds ingevuld, om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

2 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

3 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet

2.1

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is gelegen in Denekamp, ten noordoosten van het centrum. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie O en nummers 1858, 1859 en 4693 (ged.). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1.000 m2. Op de onderzoekslocatie zijn heden (2025) een groot woonhuis met schuur, tuin en verharde oprit aanwezig. De groenstrook ten oosten van de woningen maakt eveneens deel uit van de onderzoekslocatie. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven. Aan de zuid-, oost- en noordzijde van de locatie is een openbare weg, Diepengoor, aanwezig. Daarlangs zijn, evenals aan de westzijde van de locatie, woonhuizen aanwezig.

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie

Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte Toekomstig gebruik

Diepengoor 32 te Denekamp Denekamp Vechtstromen Woonhuizen en schuur 1.000 m2 24,0 - 24,4 m NAP Woningen

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

4 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

2.2

Gewenste herinrichting

Men is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en op de locatie drie rijwoningen te ontwikkelen. Daarnaast zijn binnen de locatie vijf parkeerplaatsen in de openbare ruimte voorzien. De groenstrook aan de oostzijde van de locatie is gereserveerd voor groen en kan tevens gebruikt worden voor waterberging.

Figuur 2.2: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts). Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst ongeveer gelijk blijven. Het verhard oppervlak bestaat uit circa 188 m2 voor de toekomstige parkeerplaatsen en het trottoir (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een verhard oppervlak van circa 300 m2. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie

Kavels

Voormalig Toekomstig

-3 st. rijwoningen1 Verharding

1)

Globale oppervlakte 1.000 1.000

Oppervlak bebouwd 270 300

Oppervlak verharding

Totaal

200

470

188

488

100 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit

2.3

Onderzoeksopzet

2.3.1

Geohydrologisch onderzoek

Eerst is een bureaustudie uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van;     

het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; de database DINOloket van TNO; openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; grondwatermeetnet Twente;

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

5 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

    

openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); legger waterschap Vechtstromen en informatie vanuit Expertisecentrum (hydrologie); gelijktijdig uitgevoerd verkennend bodem- en asbestonderzoek (Geofoxx, 21 augustus 2025, 20250292_a1RAP; ligging en situering riolering rondom plangebied, gemeente Dinkelland; Probleemanalyse en mogelijke maatregelen waterhuishouding Diepengoor en omgeving (Roelofs, 20 oktober 2023, 41145223).

Veld- en laboratoriumonderzoek Op basis van het gelijktijdig uitgevoerde bodemonderzoek (Geofoxx, juli 2025, kenmerk: 20250292_a1RAP) is reeds inzicht verkregen in de bodemopbouw. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2. Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand >1,5 m-mv), zijn twee doorlatendheidsmetingen (falling head testen) voorzien ter plaatse van de groenstrook op dieptes van circa 0,5 tot 1,5 m-mv. Daarnaast wordt een pompproef verricht in de geplaatste peilbuis ter bepaling van de doorlatendheid van de bodem onder de grondwaterstand.

Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen).

2.3.2

Digitale watertoets

In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van de digitale watertoets. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het bestemmingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van de digitale watertoets, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

6 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

3

Beleid

In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Dinkelland en waterschap Vechtstromen.

3.1

Waterschap

Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt, bestaat uit de Omgevingswet, een veranderend klimaat, duurzaamheid, energietransitie, herwinning van grondstoffen en de zorg voor de natuur en biodiversiteit. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is, dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie – wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is – kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.

Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechterd (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn:  Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd;  Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd;  Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen2: 

Bergingsadvies (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie- en randvoorzieningen2): o o o o o o o

2

T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr. 19, 2019; Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) 3 mm berging op straat, dak etc. Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s, ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur; Dit betekent 91 mm waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak;

Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente;

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

7 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

  

3.2

Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 1,6 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v.

het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.

Gemeentelijk beleid

Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van 488 m2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk. Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Water en Riolerings Programma3 (WRP) 2025-2030 kan worden uitgegaan van een minimale berging 40 mm voor het verhard oppervlak, waarbij het water in voorzieningen geborgen dient te worden. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Bij een bui met T=100 (1x per 100 jaar) met 70 mm in 1 uur tijd, mag het water tot aan de entree en/of in de voortuinen staan, is de waterhoogte van doorgaande wegen minder dan 20 cm, is de waterdiepte in een groot deel van het gebied minder dan 20 cm en de maximale duur van water op straat is 120 minuten, water in gebouwen is niet toegestaan. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.

3

In dit WRP 2025-2030 (Water en Riolerings Programma) geeft gemeente Dinkelland aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Definitief 22 oktober 2024.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

8 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte4 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft).

Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie

Gewenste ontwateringsdiepte (m)*

Woningen/gebouwen met kruipruimte Woningen/gebouwen zonder kruipruimte Wegen Openbaar groen *Op basis van ervaringen uit het verleden.

1,0 m t.o.v. vloerpeil 0,7 m t.o.v. vloerpeil 0,7 m t.o.v. maaiveld 0,5 m t.o.v. maaiveld

Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient normaal 0,2 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat etc). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerhoogten. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.

4

De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

9 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

4

Geohydrologisch onderzoek

4.1

Maaiveldhoogte

De locatie bevindt zich in het bekken van Lattrop en de omgeving wordt van nature gekenmerkt door dekzandruggen en –laagten. Het huidige maaiveld wordt echter bepaald door de aanwezige bebouwing en infrastructuur. De locatie is relatief laag gelegen in vergelijking tot de omliggende percelen. Binnen de locatie varieert de maaiveldhoogte tussen circa 24,0 en 24,4 m NAP, waarbij de westzijde van de locatie iets hoger gelegen is (zie figuur 4.1).

24,4

24,6

24,4

24,2

24,0 24,0 24,8

24,7

Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m NAP in en nabij de onderzoekslocatie (AHN4)

4.2

Bodemopbouw

Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2.2). Ter plaatse van het plangebied zijn in de ondergrond dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel aanwezig (0,0 – circa 22,0 m-mv). Deze afzettingen bestaan overwegend uit zeer tot matig fijn zand. Binnen de Formatie van Boxtel zijn verschillende kleiige afzettingen aanwezig. Onder de Formatie van Boxtel zijn goed doorlatende, zandige afzettingen aanwezig van de Drente Formatie.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

10 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Figuur 4.2: Regionale bodemopbouw (REGIS V2.2, DINOloket)

Tabel 4.1: Regionale bodemopbouw (REGIS V2.2, DINOloket) Diepte (m-mv) 0 – 22

Formatie

Samenstelling

Boxtel

> 22

Drente

Zeer tot matig fijn zand, siltig. Meerdere kleilagen aanwezig Matig grof tot uiterst grof zand, grindig

Geohydrologische eenheid Deklaag Eerste watervoerend pakket

k-waarde (m/dag) 2,5 – 10 Kleilagen: < 0,01 10 - 25

Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Geofoxx gelijktijdig een verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie uitgevoerd (20250292_a1RAP). De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat de ondergrond tot 2,5 m-mv (maximale boordiepte) bestaat uit matig fijn, matig siltig zand. De bovengrond is matig humeus (tabel 4.2).

Tabel 4.2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0,0 – 0,4 à 1,4

Bodemsamenstelling Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus Zand, matig fijn, matig siltig

0,4 à 1,4 – 2,5

Opmerking Deels bijmenging met baksteen in de bovengrond

Bij het verrichten van de veldwerkzaamheden door Geofoxx is het grondwater aangetroffen op circa 0,8 m-mv.

4.3

Doorlatendheid

Onverzadigde zone: Uit de boorstaten blijkt dat tot een diepte van circa 0,6 à 0,7 m-mv matig humeus zand aanwezig is ter plaatse van de groenstrook aan de oostzijde van de locatie. Een dergelijke humeuze laag is over het algemeen vrij slecht doorlatend en wordt door de ontwikkeling van het terrein meestal vergraven, waardoor het vaststellen van de doorlatendheid van de toplaag niet direct relevant is. Omdat de grondwaterstand is aangetroffen op een diepte van 0,8 m-mv is besloten om geen infiltratietesten in de onverzadigde zone uit te voeren. Verzadigde zone: In de peilbuis op het terrein is op 20 juni 2025 een doorlatendheidsmeting (constant flowhead test volgens module C2510 uit leidraad Riolering 2011) uitgevoerd voor het vaststellen

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

11 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

van de doorlatendheid in de verzadigde zone. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 4.3: Gemeten doorlatendheid verzadigde zone (m/dag) Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Samenstelling bodem

DD101

1,30 – 2,30

Zand, matig fijn, matig siltig (20 cm matig humeus)

K-waarde (m/dag) 4,4

Korrelfractieverdelingen: Aanvullend zijn van de representatieve zandlagen mengmonsters genomen. De mengmonsters zijn gezeefd om een korrelgrootte-verdeling te kunnen maken. Op basis van de verschillende zandfracties zijn middels empirische formules5 de k-waarden berekend. De resultaten zijn opgenomen in tabel 4.4. Tabel 4.4: Doorlatendheid op basis van de korrelfracties Monster

Type

Samenstelling

DD-ZF-01

Zand, matig fijn, matig siltig

DD-ZF-02

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus

DD101 (1,60 - 2,00) DD105 (0,70 - 1,20) DD105 (1,40 - 1,90) DD107 (0,40 - 0,65) DD107 (0,65 - 0,90)

Doorlatendheid (k-waarde m/d) 4,4

4,7

De berekende doorlatendheid op basis van de korrelgrootte-verdelingen varieert tussen circa 4 en 5 m/dag. Opgemerkt dient te worden dat de doorlatendheid is bepaald op basis van empirische formules. Aspecten als “pakking, verdichting en gelaagdheid” zijn niet meegekomen in deze benadering. Voor het bepalen van de infiltratiepotentie van de planlocatie, worden de in-situ proeven (tabel 4.3) over het algemeen representatiever geacht. Bij onderhavig onderzoek geven beide proeven zeer vergelijkbare resultaten.

4.4

Grondwater

Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd. Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal noordwestelijk gericht, zie figuur 4.3.

5

K-waarde: Uit de korrelverdelingsdiagrammen is met behulp van diverse empirische formules de waterdoorlatendheid (k-waarde) van de grond bepaald. Bij de berekening van de doorlatendheid uit de korrelverdelingsdiagrammen is voor zover van toepassing gebruik gemaakt van de formules van Hazen (1893), Seelheim en Beyer (op cit. Tysma et al, 1994), Kozeny-Carman (1937), Harleman (1963) en Krumbein and Monk (1942) en de SBR 190.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

12 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Figuur 4.3: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1e watervoerend pakket) Grondwaterstanden Bij het DINO-loket van TNO en het grondwatermeetnet Twente zijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Er zijn drie peilbuizen met langdurige meetgegevens binnen circa 50 m afstand van de onderzoekslocatie, zie figuur 4.4. Tabel 4.5: Grondwatergegevens grondwatermeetnet Twente Meetpunt

Z-hoogte

(naam)

(m NAP)

Meetperiode

GHG

GG

GLG

(m+NAP) (m-mv) (m+NAP) (m-mv) (m+NAP) (m-mv)

DINO-loket B29A0127

24,33

1988 - 2007

23,6

0,8

23,2

1,1

22,9

1,5

B29A0126

24,62

1962 – 1988

23,8

0,9

23,5

1,2

23,2

1,6

2016 - 2025

23,55

0,8

23,19

1,16

22,83

1,52

Grondwatermeetnet Twente DNK108

24,35

De gemiddelde fluctuatie is circa 0,7 m-mv gedurende het jaar.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

13 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

DNK108

B29A0126 B29A0127

Figuur 4.4: Ligging relevante peilbuizen van het DINO-loket en grondwatermeetnet Twente nabij de onderzoekslocatie. Lokale grondwatermetingen Door Geofoxx is in het kader van het bodemonderzoek één peilbuis op het terrein geplaatst. De waterstanden zijn bij uitvoering van de veldwerkzaamheden op 20 juni 2025 aangetroffen op circa 0,8 m-mv, ofwel 23,4 m NAP. De aangetroffen grondwaterstand ligt vermoedelijk rond de gemiddelde grondwaterstand, gezien het jaargetijde waarin de grondwaterstanden gemeten zijn. Maatgevende grondwaterstanden Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO en grondwatermeetnet Twente, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald:  

4.5

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 23,7 m NAP; Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 23,0 m NAP.

Oppervlaktewater

Op circa 50 m ten noorden van de locatie is een oppervlaktewater aanwezig, die beheerd wordt door de gemeente. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich geen oppervlaktewateren die beheerd worden door waterschap Vechtstromen.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

14 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

4.6

Riolering

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande stelstel in de Diepengoor. In de Diepengoor is een betonnen, gemengd riool aanwezig. Aan de noordzijde heeft deze een diameter van 300 mm en aan de oost- en zuidoostzijde van 700 mm. Ten noordwesten van de locatie heeft het riool een b.o.b. hoogte van 23,16 m NAP. De hoogte van het riool neemt af tot een b.o.b hoogte van 22,00 m NAP aan de zuidoostzijde van de locatie. Ten zuiden van de locatie zal het bestaande gemengd riool in de toekomst worden vervangen door een gescheiden stelsel. Hier zal een PVC Ø315 hemelwaterriool worden aangelegd, met een hoogte van 22,84 m NAP ter plaatse van de zuidoosthoek van de locatie.

4.7

Natuurgebieden en grondwaterbeschermingsgebied

Nabij het plangebied (<1 km) zijn geen beschermde natuurgebieden behorend tot Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gelegen. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied dan wel een intrekgebied.

4.8

Klimaatatlas Twente

Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm in 1 uur) op een groot deel van de locatie tot circa 30 cm water aan de oppervlakte aanwezig is. Dit komt overeen met een NAP peil van circa 24,40 m NAP. In figuur 4.5 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag in 1 uur. Deze is gebaseerd op een stresstest van de gemeente, waarbij afvoer en berging van riolering is meegenomen. Zie voor een nadere beschouwing hiervan paragraaf 4.9.

Figuur 4.5: Waterdiepte bij 70 mm neerslag in 1 uur (Bron: Klimaatatlas Twente)

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

15 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

4.9

Wateroverlast Diepengoor

Uit paragraaf 4.8 volgt dat bij extreme neerslag veel water aanwezig op het maaiveld bij de onderzoekslocatie. Het is bekend dat sprake is van problemen met de waterhuishouding in en rondom de Diepengoor. Hier is in 2023 onderzoek naar gedaan door Roelofs (Probleemanalyse en mogelijke maatregelen waterhuishouding Diepengoor en omgeving, Roelofs, 20 oktober 2023, 41145223). Hierin wordt beschreven dat bij een bui van 36 mm in 45 min (herhalingstijd van 10 jaar) ook sprake is van wateroverlast op de planlocatie, zie navolgende figuur. Bij een bui van 70 mm in één uur is zelfs sprake van water in de woning in de huidige situatie.

Figuur 4.6: Water op straat bij 36 mm neerslag in 45 min. (Bron: Roelofs, 20 oktober 2023, 41145223) Door Roelofs zijn meerdere maatregelen onderzocht om de wateroverlast te verminderen, waaronder het afkoppelen van de Krabbendijk en aanliggende wegen. Op basis van hun analyse kan met behulp van het voorgestelde maatregelenpakket de wateroverlast beperkt worden, zie navolgende figuur voor de situatie bij een bui van 70 mm in 1 uur. Zij geven als advies om de perceelsgrens bij Diepengoor 32 iets op te hogen om te voorkomen dat water vanuit de openbare ruimte het perceel op stroomt.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

16 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Figuur 4.7: Water op straat bij 70 mm in 1 uur bij de huidige situatie (links) en na de voorgestelde maatregelen (rechts) (Bron: Roelofs, 20 oktober 2023, 41145223)

4.10

Vastgestelde geohydrologische situatie

Bodemopbouw Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat de ondergrond tot 2,5 m-mv (maximale boordiepte) bestaat uit matig fijn, matig siltig zand. De bovengrond is matig humeus. Hoogteligging Binnen de locatie varieert de maaiveldhoogte tussen circa 24,0 en 24,4 m NAP, waarbij de westzijde van de locatie iets hoger gelegen is. De locatie is relatief laag gelegen in vergelijking tot de omliggende percelen. Hierdoor blijft bij extreme neerslag tot meer dan 30 cm water aanwezig op maaiveld. Grondwaterniveau De volgende maatgevende grondwaterstanden zijn vastgesteld voor de locatie:  

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 23,7 m NAP; Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 23,0 m NAP.

Doorlatendheid Uit de boorstaten blijkt dat tot een diepte van circa 0,6 à 0,7 m-mv matig humeus zand aanwezig is. Een dergelijke humeuze laag is over het algemeen vrij slecht doorlatend en van nature niet geschikt voor infiltratie. Deze humeuze bovengrond zal echter veelal verwijderd worden ter plaatse van de aan te leggen wadi. De doorlatendheid van de zandlagen in de verzadigde zone bedraagt circa 4 m/dag en deze zandlagen zijn daarmee goed doorlatend. Waterhuishoudkundige inrichting Op circa 50 m ten noorden van de locatie is een oppervlaktewater aanwezig, die beheerd wordt door de gemeente. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich geen oppervlaktewateren die beheerd worden door waterschap Vechtstromen.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

17 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Ten noord(oost)en van de locatie wordt het grondwatersysteem beheerst door drainage. Op onderhavige locatie zijn geen ontwateringsmiddelen aanwezig. In de Diepengoor is een betonnen, gemengd riool aanwezig. Aan de noordzijde heeft deze een diameter van 300 mm en aan de oost- en zuidoostzijde van 700 mm. Ten noordwesten van de locatie heeft het riool een b.o.b. hoogte van 23,16 m NAP. De hoogte van het riool neemt af tot een b.o.b hoogte van 22,00 m NAP aan de zuidoostzijde van de locatie. Het rioolstelsel rondom de projectlocatie wordt in de nabije toekomst verzwaard. Wateroverlast In de wijk is sprake van wateroverlast; bij een bui van 70 mm in 1 uur staat tot circa 30 cm water op het maaiveld binnen de locatie en is zelfs sprake van water in de woning. Door Roelofs is een maatregelenpakket voorgesteld om de wateroverlast te verminderen, waaronder het afkoppelen van de Krabbendijk en aanliggende wegen.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

18 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

5

Toekomstige situatie waterhuishouding

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden voor het verwerken van hemelwater binnen de plangrenzen bekeken.

5.2

Infiltratiemogelijkheden algemeen

De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder ander afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem

- Doorbreken van

-

eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein

nee

GHG > 0,7 m-mv t.p.v. voorziening

ja

nee

k > 9 m/dag

ja

nee

Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag

ja

- diepploegen -

open verharding

grondverbetering grondvervanging ophogen terrein

Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel

nee

k > 0,4 m/dag

ja

wadi

nee Afvoer naar oppervlaktewater

gws: GHG: m-mv: k: *

grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv

Figuur 5.1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, 2011). Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Indien de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over:  bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie;  het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden;  het ophogen van de locatie;

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

19 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater.

Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk.

5.3

Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltrat ie

Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie Plangebied

GHG m NAP 23,7

GLG m NAP 23,0

k-waarde m/dag Humeuze bovengrond: <2 Ondergrond: 4

Op basis van de doorlatendheid van de bodem is infiltratie van hemelwater op de planlocatie beperkt mogelijk.

5.4

Berging hemelwater

Op basis van het Water en Riolerings Programma (WRP) van de gemeente Dinkelland kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm voor het verhard oppervlak. Omdat sprake is van wateroverlast op en bij de locatie, hanteert het waterschap een bergingsadvies van 91 mm voor het gehele verharde oppervlak6. Bij deze hoeveelheid neerslag mag geen water in de woningen komen. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. De benodigde bergingscapaciteit wordt gerealiseerd in het openbaar terrein.

Tabel 5.2: Berging Verhard oppervlak afgerond (m2) 488 488

Bergingseis gemeente Bergingsadvies waterschap

5.5

Bergingseis (mm) 40 91

Berging afgerond (m3) 20 44

Ontwerp watersysteem

De planontwikkeling heeft een verhard oppervlak van circa 488 m2 tot gevolg. Het hemelwater van het verhard oppervlak zal worden geborgen in een wadi aan de oostzijde van het plangebied. Het voetpad tussen de woningen en de wadi zal op één oor worden gelegd. De vuilwaterafvoer zal worden aangesloten op de bestaande (binnenkort te vernieuwen-) riolering in de Diepengoor.

6

Overleg met de heer H. Legtenberg van waterschap Vechtstromen op 8 december 2025.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

20 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Bestaand DWA-riool (rood)

Bestaand HWA-riool (blauw)

HWA-riool tussen parkeervak en wadi

Overstort naar HWA-riool

Figuur 5.2: Watersysteem planlocatie Navolgend wordt per watersysteemonderdeel een korte uitwerking gegeven. Door de opdrachtgever is tevens een technische ontwerptekening ter beschikking gesteld (bijlage 1).

5.5.1

Verhard oppervlak en afstroming

Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan naar de wadi worden geleid over het verhard oppervlak. Dit zal worden gerealiseerd door het voetpad tussen de woningen en de wadi “op één oor” te leggen. Het water van de parkeervakken zal middels een een hemelwaterafvoer naar de wadi worden geleid. Eventuele overstorten vanuit particulier terrein worden op de erfgrens – bovengronds aangeboden, al dan niet middels een uitstroomput. Aanbevolen wordt om een bladscheider aan te brengen in de regenpijp teneinde te allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

21 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

5.5.2

Wadi

Bij de dimensionering van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn:    

De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm; De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren dan wel vertraagd afvoeren; Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:5; Wadi’s dienen te allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen.

De gemeente Dinkelland hanteert de eis dat de bodem van de wadi in principe 0,5 m boven de GHG aangelegd dient te worden. Daar kan in het huidige ontwerp niet aan voldaan worden vanwege het (vaste) peil van de omliggende weg (circa 24,25 m NAP). Om toch waterberging te kunnen creëren in de groenstrook, wordt de bodem van de wadi aangelegd op 23,9 m NAP (20 cm boven de GHG) en zal de totale diepte van de wadi 20 cm bedragen. Dit is in overleg met de gemeente vastgesteld. Vanwege de afwijkende totale diepte van 20 cm, wordt uitgegaan van een waterstand van 15 cm. Bij deze waterstand heeft de wadi een bergingscapaciteit van 15 m3. De wadi wordt voorzien van een slokop op 24,05 m NAP, waardoor het water vanaf een waterdiepte van 0,15 m wordt afgevoerd naar het HWA-riool in de Diepengoor.

5.5.3

Toetsing bergingseis planontwikkeling

Zoals in paragraaf 5.5.2 is besproken, heeft de wadi bij een waterdiepte van 15 cm een bergingscapaciteit van circa 15 m3. Hiermee wordt niet voldaan aan de bergingseis van de gemeente (20 m3). Momenteel wordt gewerkt aan het verzwaren van het rioolstelsel in de Diepengoor en de Krabbendijk. Bij dit project zal de gemeente Dinkelland het tekort aan berging van onderhavig plan compenseren. In extreme situaties kan tot een peil van 24,2 m NAP circa 46 m3 water geborgen worden binnen de locatie (zie tevens navolgende paragraaf); hiermee wordt voldaan aan het bergingsadvies van het waterschap (44 m3).

5.5.4

Wateroverlast in de wijk

Aangezien in de wijk sprake is van wateroverlast, is het belangrijk om na te gaan dat de situatie voor de omliggende woningen niet verslechtert als gevolg van onderhavige ontwikkeling. Dit is met name van belang, omdat het plangebied op het laagste punt van de straat gelegen is, en het water zich hier verzamelt. Dit water dient als gevolg van Parkeerkelder nr. 22 de ontwikkeling niet afgewenteld te worden op de omgeving. Op basis van het huidige en toekomstige peil van de locatie is bepaald hoeveel water op de locatie kan worden geborgen, uitgaande van een waterpeil van 24,2 m NAP. Dit peil is zo gekozen, omdat bij deze waterdiepte nog Planlocatie geen water in de parkeerkelder van Diepengoor 22 stroomt. Figuur 5.3: Diepengoor 22

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

22 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

In de huidige situatie staat bij dit waterpeil een groot deel van de locatie onder water, met een waterdiepte tot maximaal 15 cm. Hierbij staat tevens water in de woning. Op de locatie wordt in deze situatie circa 33 m3 water geborgen, zie navolgende figuur (5.4). Vanwege het hogere bouw- en vloerpeil van de woningen in de toekomstige situatie, komt op een groot deel van de locatie geen water meer aan het oppervlak te staan bij een waterpeil van 24,2 m NAP; het maaiveld komt immers grotendeels hoger te liggen dan 24,2 m NAP. In de toekomstige situatie wordt het water met name geborgen in de wadi en omliggende groenstrook. Deze bieden in de toekomstige situatie bij een waterpeil van 24,2 m NAP een waterberging van circa 46 m3. Hiermee is bij een waterpeil van 24,2 m NAP in de toekomstige situatie ruim 10 m3 meer waterberging beschikbaar op de locatie dan in de huidige situatie.

Figuur 5.4: Waterberging op de locatie bij een waterpeil van 24,2 m NAP in de huidige (links) en toekomstige situatie (rechts).

5.5.5

DWA riool

Vanwege de geringe omvang van deze ontwikkeling wordt er van uit gegaan dat het bestaande gemengd riool voldoende capaciteit heeft om deze woningen hierop aan te sluiten. De capaciteit van het DWA riool is derhalve niet doorgerekend.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

23 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

6

Bouw- en woonrijp maken

6.1

Voorstel vloerpeilen

Op basis van de (toekomstige) maaiveldhoogtes, gemeten grondwaterstanden en vloerpeilen van omliggende bebouwing (24,6 m NAP) is een voorstel gedaan voor de te hanteren vloerpeilen voor de nieuwe vloer, zie figuur 6.1. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met maaiveldhoogtes en voorgestelde vloerpeilen voor de bebouwing. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen wordt aangeraden om kruipruimteloos te bouwen.

Vloerpeil Straatpeil 0 Wadibodem Bestand straatpeil (AHN)

Figuur 6.1: Voorstel bouwpeilen/ vloerpeilen Op basis van de bovenstaande vloerpeilen en toekomstige inrichting van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

24 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

6.2

Aandachtspunten bouwrijp maken

Tuinen In de tuinen moet grond worden verwerkt die geschikt is om vegetatie te laten groeien en voldoende doorlatend is om regenwater voldoende snel te laten wegzakken. De bestaande bodem wordt voldoende doorlatend geacht. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Ophoging Door de beperkte ophoging/ afgraving door bouwrijp maken in het projectgebied zal de grondwaterstand weinig tot niet beïnvloed worden. Aanvullende maatregelen worden niet nodig geacht. Bebouwing: Geadviseerd wordt de woningen kruipruimteloos te bouwen, aangezien de ontwateringsdiepte van 1 m-mv op basis van het geohydrologisch onderzoek niet behaald wordt. Indien onder de te realiseren woningen wél kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren.

Infiltratievoorzieningen: De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan:  Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag;  Humusgehalte 3-5% ;  Lutumgehalte <1% ;  M50-getal 200-300 µm. Extreme situaties: Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm in 1 uur) tot circa 30 cm water aan de oppervlakte aanwezig is in de huidige situatie. Dit komt overeen met een waterpeil tot circa 24,4 m NAP. Aangezien het vloerpeil van de toekomstige woningen op 24,6 m NAP wordt aangelegd, en er meer ruimte ontstaat voor waterberging, zijn er geen aanwijzingen dat er bij een dergelijke bui water in de nieuw te realiseren woningen binnen de planlocatie zal komen. De geplande maatregelen om de wateroverlast in de wijk aan te pakken, zoals het afkoppelen van de Krabbendijk en aanliggende wegen, zullen naar verwachting leiden tot een afname van de hoeveelheid water op maaiveld bij extreme neerslag. De effecten hiervan zijn niet meegenomen bij onderhavig onderzoek, maar zijn reeds in beeld gebracht door het onderzoek van Roelofs in 2023 (20 oktober 2023, 41145223).

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

25 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Proviel BV heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau7, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie Diepengoor 32 te Denekamp. Aanleiding en doel De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de geplande ontwikkeling (sloop en nieuwbouw) van de locatie en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In verband met de geplande woningbouw en bijbehorende omgevingsvergunning is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Resultaten De ontwikkeling heeft een verhard oppervlak van circa 488 m2 tot gevolg (in vergelijking tot een huidig verhard oppervlak van circa 470 m2). In lijn met de bergingseis van de gemeente (40 mm) is binnen het plangebied circa 20 m3 bergingscapaciteit benodigd. Uitgaande van het bergingsadvies van het waterschap (91 mm), waarbij geen water in de woningen mag komen, is circa 44 m3 bergingscapaciteit benodigd. Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Het hemelwater zal worden verzameld in een wadi in de groenstrook aan de oostzijde van de locatie. De wadi wordt voorzien van een overstort richting het hemelwaterriool in de Diepengoor.

Op basis van een waterdiepte van 15 cm heeft de wadi een bergingscapaciteit van circa 15 m3 (30 mm). Hiermee wordt niet voldaan aan de bergingseis van de gemeente. Momenteel wordt gewerkt aan het verzwaren van het rioolstelsel in de Diepengoor en de Krabbendijk. Bij dit project zal de gemeente Dinkelland het tekort aan berging van onderhavig plan compenseren. Bij extreme situaties (> 30 mm) zal ook de groenstrook onder water komen te staan. In extreme situaties kan er tot een peil van 24.2 m NAP circa 46 m3 water geborgen worden, waarmee voldaan wordt aan het advies van het waterschap (44 m3). In de wijk is sprake van wateroverlast. In de huidige situatie is bij een bui van 70 mm in één uur tot 30 cm water aan de oppervlakte aanwezig op de locatie, en is zelfs sprake van water in de woning. Het betreft een situatie welke ééns in de 100 jaar voorkomt. Uitgaande van een waterpeil van 24,2 m NAP (het niveau waarbij nog geen water in de parkeerkelder van nummer 22 stroomt), neemt de bergingscapaciteit van de locatie toe van circa 33 m3 in de huidige situatie tot circa 46 m3 in de toekomstige situatie. Dit betekent dat de situatie in de omgeving niet verslechtert als gevolg van de huidige ontwikkeling.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat men in de toekomst de wateroverlast eveneens zal aanpakken door onder meer een gescheiden rioolstelsel aan te leggen in de Krabbendijk en aanliggende wegen. Als gevolg hiervan zal de hoeveelheid water op maaiveld bij extreme neerslag naar verwachting afnemen. De effecten hiervan zijn niet meegenomen bij onderhavig onderzoek, maar zijn reeds in beeld gebracht door het onderzoek van Roelofs in 2023 (20 oktober 2023, 41145223).

Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes. Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

26 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

In tabel 6.1 zijn de vloerpeilen opgenomen. Deze zijn zo gekozen dat geen overlast wordt verwacht van water in de woningen bij extreme neerslag. Geadviseerd wordt om de 3 nieuw te bouwen woningen kruipruimteloos te bouwen. Op basis van de toekomstige inrichting van het plangebied is er voldoende ruimte aanwezig om deze te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen. Watertoets Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van het wateradvies moet worden gevolgd, is het digitale wateradvies uitgevoerd op de website www.het wateradvies.nl in september 2025. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van het wateradvies van toepassing is, omdat in het verleden sprake is geweest van wateroverlast op de locatie. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 3. De invloed van de wijziging op de locatie is dermate klein dat de standaard waterparagraaf gebruikt mag worden.8 Deze is toegevoegd in bijlage 4.

Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: - Vloerpeil van de woning, zo mogelijk 30 cm boven de as van de weg; - Het huis moet hoger dan het terras en de tuin liggen; - Tuin en terras dusdanig aanleggen dat het niet zorgt voor wateroverlast bij de omliggende (bestaande) tuinen; - De bouw van de woning mag niet leiden tot toename van wateroverlast in de omgeving; - In de planbeschrijving dient te worden gevisualiseerd in welke mate water op straat wordt verwacht. Dit kan middels het opnemen van figuren uit onderhavige rapportage (figuur 5.4) en de rapportage van Roelofs (figuur 4.7).

8

Op basis een e-mail van mevrouw M. Meijer-Assen van waterschap Vechtstromen op 25-92025.

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

27 / 27

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Bijlage 1: Situatietekeningen

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

Bijlagen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

LEGENDA >

O 2158

160

@@@@ @@@@ xx.xx+ VK800 xx.xx+ beton

PE

A

A xx.xx+

HWA

PROVIEL

O 2938

0,0

30

beton ø400

xx.xx+

HWA

PROVIEL

Nieuw te leggen hemelwaterriool

12.5m 0 DNK1422

24,81

12.45

Hoogte bestaande situatie t.o.v. N.A.P.

12.45+

Hoogte nieuwe situatie t.o.v. N.A.P.

12.45

Advieshoogte bouwpeil t.o.v. N.A.P.

DP=24,92 24,67 28

24,39 24,41

DP=24,59

DNK216

B

AANVULLENDE INFORMATIE

24,41

24,44

24,51

DNK1407

O 2159 23 ,16

24,40 24,40

24,38 24,41

24,26 24,29

22

Tenzij anders vermeld: Maten in meters Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P. Materiaalmaten en diameters in millimeters

0,00

24,40

24,38 24,37 24,37

,88

24 .24 +

,38 23

>

Die

pe

24,20 24,14 24,16 24,18 24,15

eto n

C O

24,21

+ .20

24,3013

5m

² + 24 .60

24,24 +

.06 +

24,19

+ 90+

23.

24,07

24,11

DP=24,71

Beto n

5

22 ,7 .10 +

232 ,3785

on

24,24

24,22 24,20 24,14 24,14 24,12 24,13 24,12 24,11 24,13 24,16 24,13 24,12

24,15 24,14

24,25

22

DP=22,37

24,15 24,16 24,15

,17

23

23,29 24,17 24,18

24,25 24,32

23,28

24,19 24,18 24,31 24,17 24,17

24,22 24,22 DNK9744 24,20 24,22 24,220,00

Berkø30 24,42 24,35Bmø10 24,33 24,35 24,35 24,39 24,35 24,35 24,35 24,33 24,33 24,17 24,39

24,21 24,22 24,14 24,11 24,23

24,16 24,13

24,18 24,16

24,34

24,35

24,15 24,14 24,16 24,12 24,11 24,15 24,15 24,10 24,11 24,12 24,28

24,42

24,20

O 2482

F 24,22 24,26

24,25 24,23 Bmø10 24,38

24,17 24,16

24,20

19

24,41

,38

> 70 0

24,10 24,10 + 24,11 5 4 24,13 24.10 5 ,382,224,09 24,09 3 2 22 DNK1416 223,8 ,245 24,12 24,09 24,12 24,09 24,14 24,17 22,10 24,18 DNK5045

24,02 24,01 24,03 23,99 24,00 24,04 24,04 24,04 24,05 24,18 24,07 24,0724,25 24,22 klimaatatlas water op straat

22,08

24,26

DP=24,63

0,00

24,30

,00

700

>

24,10 24,08 24,08 24,08 24,09 24,08 24,07 24,07 24,25 24,08 24,09 24,17 24,09 24,09

>

24,14 24,15

DNK9745

22

ngoo r

PROVIEL

Slokop 24.05+

E

Be t

90+ 23.

24,16 HWA 23,99 24,09 23,97 DNK197 323,97 11650 PPV 24,05 EC 24,00 24,15 24,03 24,04 > 24,08 22,08 24,08 24,11 >

F

160

>

Diepe

24,14 24,13 24,14 24,14 24,13 24,15 24,16 24,15 24,17 24,15 C E 24,17 V P P 24,15 50 PE 1624,17

3

PROVIEL

24,36

24

2 HWA

,14

75 W m² Bo adi Op dem o Bo p w pp Inh veno ater : 72, Inh oud ppe schi 8 m 2 ou pe rvl jf: d v ils ak 127 oll tijg : 17 ,4 ed ing 3,8 m 2 ig ge 0,15 m 2 vu ld: m: 1 43 5,0 23. ,2 90+ m3 m3

+ .35

24

24 .4

2+

+ 24 .45 13.4m

24,19

24,34

24 .35

+ .60 24

+ .60 24

232,2 ,845

22,07

24,16 24,15 24,14

Slokop 23.95+

pp ø125

4

24,16 24,17

24,08 24.10 24,10 +

23

>

24,20 24,18

24,13

24,19 24,21 24,20 24,22 24,23 24,21 24,22

24,28

DNK1410 24,28 24,26 24,26 24,29 24,28 24,28 6 24,19 24,20 ,2 24,28 23 24,27 ,18

24,16

24,14

22,9

24,26

DNK1417

n

24,29

2 .1 24,12 + 24,15

P

Beto

P

22,75

24,17

+

24,25

DNK1409 DNK218

Beukø30 24,27

24,12 +

24.23

P

24,18

24.33

300

24,23

VC

+

315 P

24,16

D

24,40

24,35

24,32

24,20 24,19

24,191.50

24,17

>

24.27

DP=24,16 24,28 24,13 WADI 24,18

24,23 24,26 24,23 24,24 24,24 24,25

24,19 24,19 24,21 24,20 24,21 24,20 >

24,25 24,19 24,26

,28 23

24

.42

+

.45 24

DP=24,15

DP=24,62 24

22,82

8m ²

24,22

24,14 24,13

24

17

DP=24,17

24,17 24,19

24,18 24,2324,17 24,20 24,19 24,17

PROVIEL

24,54 24,58

E

Slokop 24,15 24,15 23.95+ 24,19 24,18

24,39 24,43

24,21 24,21 24,21

4

Vruchtø30 24,56

24,22 24,26 24,25

23,0

D

24,19 24,21 24,19 24,25 DNK140824,22 24,19 24,26

A HW

O 2155

22 ,82

0,00

24

DNK217

24,19 24,18 24,21

PE 0 5 16 12 ø pp > m 4 13.

24,30

0,00

24,53

24,41

24,15 24,17 24,15

,05

>

23

160 P

P

E

24,14 24,13 24,12

24,22

22

24,22

²

24,51 24,52

Die pe ng oo r

24,26 Bmø10 24,37 24,23

315

24,24 >

24,29

G

24,29 24,35

Berkø30 24,43 24,21 24,34 24,35

24,38

11

DP=24,62

PV C

D03

Toevoegen buffer waterberging tot peil 14.20+ nav opmerkingen Waterschap

J. ter Brugge

J. ter Brugge

2025 12 08

D02

Wadi minder diep maken ivm de GHG

J. ter Brugge

J. ter Brugge

2025 11 25

D01

eerste uitgave wijzigingsomschrijving

I. Hoetink getekend

J. ter Brugge gecontroleerd

datum

Versie

9

Assetmanagement

adviseurs & ingenieurs openbare ruimte

DP=24,60

eton

15

900 B

13

Waterstructuurplan Denekamp Diepengoor

Omschrijving

>

7

Ontwerp

Gemeente Tubbergen

Opdrachtgever

DP=24,61

Waterhuishouding

Onderdeel 0

5

074 - 2780674

1

2

3

G

2025 11 03

24,43

17

H

Perceelsgrens

DP=24,56

26

oo 315 r PV > 24,24 C

24,21 24,27 24,39 18 3m

30 0B

ng

P

C

Wadi

Werkgrens

24,27 24,28 24,25

24,41

B

24,23

24,34

24,24

Verhardingsverkanting

4

5

6

7

8

9 Projectnr. Proviel:

-

10

Mosweg 1 7556 PG Hengelo

15

-

info@proviel.nl

10

20m

-

Klimaat

Projectnummer

P2025031

Documentsoort

Tekening

Tekeningnummer

71

Bladnummer

1 van 1

Formaat

A2

Schaal

1:200

Status

Definitief

H

Wij geven de openbare ruimte kwaliteit

www.proviel.nl

11

12

Waterhuishoudkundig plan

Diepengoor 32 te Denekamp

Bijlage 2: Boorstaten

projectnummer

datum

20250292/SAME

december 2025

Bijlagen

Boring:

DD101

Boring:

DD102

Datum:

11-6-2025

Datum:

11-6-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

Boormeester:

Ronald Blokhuis

0

0

braak Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, laagjes zand, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

2a

100

60

2 Asbest

100 3

3

135

140

150

160

4

Zand matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

150

150

Zand matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig

250

250

Boring:

DD103

Boring:

DD104

Datum:

11-6-2025

Datum:

11-6-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

Boormeester:

Ronald Blokhuis

0

0

braak

0

Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50

60

DD105

Boring:

DD106

Datum:

11-6-2025

Datum:

11-6-2025

Boormeester:

Ronald Blokhuis

Boormeester:

Ronald Blokhuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1092/documents/24859