CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Toelichting_Bijlage 1 Ecologie bureaustudie.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 6 september 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (incl. een presentatie)6.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek Resultaat bureautoets

Staatsbosbeheer

Defintief

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek Resultaat bureautoets natuurwetgeving

17-097

8 september 2017

Defintief

R. (Rienk) Apperloo, A. (Anton) Alberts, M. (Marco) van der Sluis

H.J. (Erik) Riphagen

Staatsbosbeheer

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Apperloo, R., Alberts, A. & van der Sluis, M. (2017). Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek. Resultaat bureautoets . Rapport 17-097. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Situatieschets 1.1 Inleiding 1.2 Juridisch kader en documenten 1.3 Leeswijzer

1 1 1 3

Maatregelen 2.1 Beschrijving Natura 2000-gebied 2.2 Beschrijving PAS- en beheermaatregelen

4 4 4

Verspreiding beschermde waarden 3.1 Natuurnetwerk Nederland 3.2 Houtopstanden 3.3 Soortbescherming 3.4 Gebiedsbescherming

7 7 7 7 8

Analyse en toetsing gebiedsbescherming 4.1 Inleiding 4.2 Analyse beheerplan 4.3 Verkenning effecten resterende maatregelen

10 10 10 13

Analyse en toetsing soortbescherming 5.1 Inleiding 5.2 Aanwezige soorten 5.3 Mogelijkheden tot vrijstelling

15 15 15 17

Conclusie 6.1 Samenvattende conclusies 6.2 Vervolg gebiedsbescherming 6.3 Vervolg Soortenbescherming

19 19 20 20

Geraadpleegde bronnen

21

Bijlagen Bijlage 1 - Verspreiding Natura 2000-doelen Bijlage 2 - Verspreiding beschermde soorten Bijlage 3 - Effectenindicator Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek Bijlage 4 - Melding boswet

Situatieschets 1.1 Inleiding Staatsbosbeheer beheert delen van twaalf Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel. Door overmatige depositie van stikstof staan diverse Natura 2000 doelen onder druk. Door rijk en provincies is het PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) ontwikkeld om stikstofdepositie te beheersen, natuur meer robuust te maken en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te creëren. Diverse maatregelen in en om Natura 2000-gebieden zijn hiervoor nodig. In overleg met Provincie Overijssel neemt Staatsbosbeheer tot midden 2021 diverse PAS-maatregelen op eigen gronden. Ter voorbereiding is een toets aan de wettelijke bescherming van natuurwaarden nodig, te beginnen met een bureauonderzoek. Ecogroen is gevraagd het bureauonderzoek uit te voeren en te beoordelen of de maatregelen in Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek vergunningvrij zijn en of ontheffing noodzakelijk is.

1.2 Juridisch kader en documenten 1.2.1 Juridisch kader De Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Staatsblad 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01. Onderstaand geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Houtopstanden Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van houtopstanden. Verbodsartikelen gelden voor 'houtopstanden' zoals bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen, buiten de bebouwde kom (Wnb). Het kappen van bomen of bos moet worden gemeld bij de betreffende provincie. Die kan een kapverbod opleggen. Indien er wel mag worden gekapt, dan moeten nieuwe bomen worden aangeplant. Gebiedsbescherming (Natura 2000) Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en / of niet-broedvogels.

In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming), in de praktijk onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Gierzwaluw en Buizerd, en – Overige vogels wier nesten alleen tijdens het broedseizoen (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest) zijn beschermd;

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

01

• Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I) zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming; • Overige nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming), onderverdeeld in: – soorten waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt, en – Soorten waarvoor provinciaal wel vrijstelling geldt. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Nationaal natuurnetwerk (NNN; de voormalige EHS) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. De bescherming van het NNN staat geheel los van de Wet natuurbescherming. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op de EHS in Overijssel zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (Provincie Overijssel 2017). Aanpak In onze aanpak maken we onderscheid tussen gebiedsbescherming, soortbescherming, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit onderscheid komt tot uitdrukking in het verzamelen van de informatie en de effectbeoordeling (de daadwerkelijke toetsing).

De effectbeoordeling heeft het niveau van een verkenning. Dit betekent dat we aan de hand van de beschikbare informatie zo goed mogelijk in beeld brengen of er wel/geen vergunning/ontheffingplicht geldt of nader onderzoek noodzakelijk is en/of verdere toetsing nodig is (in de vorm van bijvoorbeeld een Voortoets of mogelijk zelfs Passende Beoordeling).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

02

1.2.2 Documenten Voor de verkenning zijn o.a. de volgende documenten geraadpleegd: • Het Natura 2000-beheerplan (hierna aangeduid als beheerplan) en, waar nodig, de PAS gebiedsanalyse. Hierin staan immers de beschermde waarden benoemd waarvoor maatregelen worden genomen en waaraan effecten moeten worden getoetst; • De Omgevingsverordening Overijssel waarin de regels ten aanzien van de bescherming van natuurwaarden (Wet natuurbescherming) en het Overijssels Natuurnetwerk (NNN; voormalige EHS) zijn gesteld. De verordening kan leiden tot vergunnings- of ontheffingsplicht voor de voorgenomen maatregelen; • Het NDFF-uitvoerportaal voor de verspreidingsgegevens van beschermde soorten. De gegevens zijn afkomstig uit de periode 2014 – 2016 (afgelopen 3 jaar). Er is gekozen voor een periode van 3 jaar omdat deze de meest recente soortensamenstelling van het Natura 2000-gebied weerspiegelt. Wanneer er wordt afgeweken van deze periode, dan is dit ter plaatse in de rapportage aangegeven. Voor een compleet overzicht van geraadpleegde bronnen verwijzen wij naar hoofdstuk 7.

1.3 Leeswijzer Het kader waarbinnen de bureautoets is uitgevoerd is beschreven in hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 beschrijft het Natura 2000-gebied en de voorgenomen PAS-maatregelen die door Staatsbosbeheer in het gebied worden uitgevoerd. Op basis van de verzamelde informatie tijdens de bureaustudie volgt een beschrijving van de verspreiding van de te verwachten beschermde natuurwaarden (hoofdstuk 3; NNN, houtopstanden, soorten en gebieden). Vervolgens volgt de analyse waarin effecten op beschermde gebieden (hoofdstuk 4) en soorten (hoofdstuk 5) uitgewerkt is. Tenslotte wordt beschreven wat de vervolgstappen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 6).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

03

Maatregelen 2.1 Beschrijving Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek Het Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek bestaat uit drie deelgebieden: Achter de Voort, het Agelerbroek met het aangrenzende Broekmaten en Hunenborg en het Voltherbroek. Deze gebieden liggen langs het kanaal Almelo-Nordhorn. De gebieden bestaan voor een groot deel uit loofbos. Door de hoge grondwaterstand, de plaatselijke aanwezigheid van kalkrijke leem in de ondergrond en door kwel van basenrijk grondwater en overgangen naar basenarme dekzandkoppen zijn dit vanouds zeer soortenrijke gebieden (RVO 2016b). Landschap Achter de Voort bestaat grotendeels uit Eiken-haagbeukenbos, Vogelkers-Essenbos en Elzenbroekbos. Het Agelerbroek bestaat vooral uit broekbos met daarin enkele natte graslandjes en moerassen. Het derde deelgebied Voltherbroek bevat uitgestrekte elzenbroekbossen, vochtige bossen, enkele natte schraallanden, natte graslandpercelen en poelen. In en rond de diverse poelen komen Kamsalamanders en boomkikkers voor. Er bevindt zich in het gebied een restant van een middeleeuwse burcht, de Hunenborg, en bestaat uit een verhoging met een ringgracht. Rond deze burcht komen elzenbroekbossen voor (RVO 2016b). Uitbreiding van het oppervlak en kwaliteitsverbetering van het habitattype H91E0 Vochtige alluviale bossen is een belangrijke opgave voor het gebied.

Behalve voor dit habitattype is het gebied ook van belang voor het habitattype H6410 Blauwgraslanden en de habitatsoorten Zeggekorfslak (H1016) en Kamsalamander (H1166) (RVO 2016b).

2.2 Beschrijving PAS- en beheermaatregelen In het beheerplan zijn zowel PAS-maatregelen uit de gebiedsanalyses opgenomen als (niet-stikstof-gerelateerde) maatregelen. Beide zijn bedoeld voor behoud en ontwikkeling van beschermde waarden waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. De -voor Staatsbosbeheer beoordeelde- maatregelen zijn hieronder kort beschreven. In figuur 2.1 is een overzicht van de maatregellocaties weergegeven.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

04

Figuur 2.1. Overzicht van de door Staatsbosbeheer uit te voeren maatregelen en hun locaties.

2.2.1 Pasmaatregelen M1b: Dempen interne watergangen en sloten in het Voltherbroek Er wordt 5 kilometer aan watergangen gedempt binnen het Voltherbroek. In figuur 2.1 zijn de sloten weergegeven waarvan interne delen in het Voltherbroek gedempt worden. M1d: Creëren overgangen langs bospercelen. In het habitattype Vochtige alluviale bossen worden langs de bospercelen geleidelijke overgangen gecreeerd. Door het wegkappen/opsnoeien van circa 6 meter brede bosstroken langs open plekken en wegen/paden. M1i: Dichten interne ontwatering binnen het Agelerbroek. Binnen het Agelerbroek wordt 7,5 kilometer ontwatering gedempt. In figuur 2.1 zijn de sloten weergegeven waarvan interne delen in het Agelerbroek gedempt worden. M2b: Strooisel verwijderen en ontwikkeling vegetatie monitoren. Lokaal wordt op kleine schaal (1.000 m2 verdeeld over enkele locaties) zuur strooisel verwijderd. Daarnaast wordt er gemonitord of dat herstel oplevert voor de ondergroei. De maatregel wordt als experimentele maatregel voorgesteld. De maatregel is no-regret zolang bij uitvoering lokale populaties van kenmerkende plantensoorten gespaard worden en de maatregel op kleine schaal wordt uitgebreid. (Maatregel staat ter discussie)

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

05

M4b: Kleinschalig plaggen na herstel hydrologie. In en vlakbij Blauwgraslanden wordt zeer kleinschalig geplagd om herverzuring van het habitattype te voorkomen. M4c: Hervatten hooilandbeheer. Het hervatten van hooilandbeheer in niet gemaaide locaties met ruige, vochtige tot natte vegetatie. Omdat deze maatregel goedkoop is en leidt tot een robuuster voorkomen van het habitattype wordt deze vanaf de 1e beheerplanperiode toegepast. M4e: Hooien en vegetatie laten overstaan in winter. Er wordt laat in het groeiseizoen gehooid. Daarbij blijft 20% vegetatie staan over de winterperiode in verband met fauna.

2.2.2 Beheermaatregelen 0(=5a): Aanleg poelen. Er worden een aantal poelen aangelegd in het deelgebied Agelerbroek/Broekmaten/Hunenborg. Deze poelen worden aangelegd ten behoeve van behoud van Kamsalamander.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

06

Verspreiding beschermde waarden 3.1 Natuurnetwerk Nederland Het gehele terrein binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied vormt een onderdeel van het NNN. De maatregelen vinden plaats binnen deze grenzen en worden toegepast op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Daarnaast is er geen sprake van een wijziging van bestemming en is er geen omgevingsvergunning nodig waarmee afbreuk aan de bescherming van (oppervlak en samenhang van) de NNN mogelijk wordt. Op basis van deze constateringen is aangenomen dat de effectbeoordeling Wet natuurbescherming of het Natura 2000-beheerplan voldoende inzicht biedt in de te verwachten effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Daarmee ontstaat geen strijd met de in de Omgevingsverordening beoogde bescherming van de NNN. Vervolgstappen ten aanzien van de NNN zijn niet noodzakelijk.

3.2 Houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor 'houtopstanden' zoals bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen, buiten de bebouwde kom (Wnb Artikel 4.1). Het kappen van bomen of bos moet worden gemeld bij de betreffende provincie. Die kan een kapverbod opleggen. Indien er wel mag worden gekapt, dan moeten nieuwe bomen worden aangeplant. Wanneer een maatregel wordt toegepast als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel voor het Natura 2000-gebied is het kapverbod niet van toepassing. Alle maatregelen zijn onderdeel van instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen voor Natura 2000-gebied. Hiernaast blijft de afspraak tussen Staatsbosbeheer en provincie Overijssel onverkort van toepassing (bijlage 4). Er is daarom geen melding en (ontheffing) herplant(plicht) vereist. Geadviseerd wordt om bij het bevoegd gezag te melden waar en wanneer bomen worden gekapt. Ten behoeve van maatregel M1d worden houtopstanden, in de vorm van bosranden, geveld.

3.3 Soortbescherming Voor het hele Natura 2000-gebied is middels een bureaustudie bepaald waar welke beschermde soorten aanwezig zijn. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de soorten die extra aandacht verdienen. In de bijlagen zijn kaarten opgenomen met verspreidingsgegevens van een aantal van deze soorten (NDFF 2017 en expert judgement).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

07

Tabel 3.1. Te verwachten beschermde soorten binnen Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek.

Herpetofauna

Zoogdieren

Ongewervelden

Jaarrond beschermde

Planten

nesten Boomkikker

Boommarter

Grote weerschijnvlin-

Wespendief

Drijvende waterweegbree

Buizerd

Kruipend moerasscherm

der Heikikker

Das

Poelkikker

Eekhoorn

Kleine ijsvogelvlinder

Havik

Kamsalamander

Grote bosmuis

Sperwer

Levendbarende ha-

Veldspitsmuis

gedis Vleermuizen Waterspitsmuis

3.4 Gebiedsbescherming Om een beeld te schetsen van de verspreiding van habitattypen en -soorten hebben we kaartmateriaal opgesteld. Een overzicht met de in de instandhoudingsdoelen opgenomen habitattypen en habitatsoorten zijn weergegeven in figuur 3.1-3.3. In de bijlages van dit rapport zijn gedetailleerde kaarten opgenomen van de verspreidingsgegevens (o.a. ten opzichte van maatregellocaties).

Figuur 3.1. Overzicht van de aanwezige habitattypen binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

08

Figuur 3.2. Overzicht van de waarnemingen van habitatsoorten binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied.

Figuur 3.3 Resultaten van Zeggekorfslak inventarisatie door de Bosgroep. Bron: Systeemanalyse en uitwerking maatregelenpakket; Unie van Bosgroepen.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

09

Analyse en toetsing gebiedsbescherming 4.1 Inleiding Voordat nadere toetsing aan de orde is, is bepaald welke maatregelen benoemd en getoetst zijn in het beheerplan. Zodra een beheerplan definitief is vastgesteld, vormt het beheerplan het beoordelingskader voor vergunningplicht. Wanneer een maatregel benoemd en getoetst is in het beheerplan, door een toets waaruit de zekerheid is verkregen dat de maatregel de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, dan zijn in het kader van de gebiedsbescherming geen vervolgstappen noodzakelijk (Wnb Artikel 2.9). Wel kunnen voorwaarden gelden, die overgenomen zijn in voorliggende rapportage. Wanneer een maatregel niet benoemd of niet afdoende getoetst is in het beheerplan, dient het effect van de maatregelen te worden getoetst op de instandhoudingsdoelen voor het Natura-2000 gebied. Binnen voorliggend onderzoek is verkend of bij uitvoering van de maatregel sprake kan zijn van significant negatieve effecten. Om hiervan een beeld te vormen zijn de instandhoudingsdoelen en de beschikbare informatie over de verspreiding van kwalificerende waarden geraadpleegd (NDFF 2017, beheerplan Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek, eigen gebiedskennis). Door deze informatie te combineren met de locaties van maatregelen ontstaat inzicht in mogelijke interactie.

Per maatregel is aan de hand van de effectindicator, de locaties van te nemen maatregelen, de aanwezigheid van kwalificerende waarden (habitattypen en leefgebieden van soorten) en expert judgement bepaald of significant negatieve effecten kunnen optreden op instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000 gebied Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, zijn vervolgstappen nodig. Omdat de maatregelen worden uitgevoerd in het kader van het Programma Aanpak Stikstof, wordt door de werkzaamheden veroorzaakte tijdelijke toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurwaarden buiten beschouwing gelaten. PAS-maatregelen zijn, conform landelijke afspraken, hiervan vrijgesteld.

4.2 Analyse beheerplan Alle PAS-maatregelen en de beheermaatregel zijn in het beheerplan beschreven en getoetst. Als een maatregel beschreven en getoetst is in het beheerplan én de conclusie is dat de maatregel (onder voorwaarden) vergunningvrij kan worden uitgevoerd, dan zijn is veelal geen nader onderzoek nodig. In enkele gevallen is de conclusie dat effecten niet zijn uit te sluiten. Dan is nader onderzoek en verdere toetsing noodzakelijk. In de volgende paragrafen werken we uit in hoeverre de PAS-maatregelen getoetst zijn in het beheerplan.

4.2.1 Beheerplan Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek Het Natura 2000-beheerplan is definitief vastgesteld op 13 juli 2016. Alle PAS-maatregelen zijn in H5.7 (vanaf p. 159 van het beheerplan) beschreven. In H7.3 (vanaf p. 200 van het beheerplan) is de effectbeoordeling beschreven. Beoordeeld zijn de gebruiksfase en de uitvoeringsfase (zie ook kader 4.1).

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

10

Kader 4.1 Fase beschrijving In het beheerplan wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Uitvoeringsfase’ en ‘Gebruiksfase’. Werkzaamheden die vallen onder ‘Gebruiksfase’ zijn vergunningvrij. Werkzaamheden die vallen onder ‘Uitvoeringsfase behoeven in een aantal gevallen nadere toetsing. Om te bepalen of de maatregelen vrijgesteld zijn in het beheerplan is het daarom nodig deze fases verder te definiëren. Uitvoeringsfase In voorliggende rapportage wordt werkzaamheden onder de uitvoeringsfase geschaard wanneer fysiek in het gebied wordt ingegrepen om de maatregel tot stand te brengen. Het gaat om effecten als direct gevolg van de uitvoering. Optische verstoring, oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten zijn voorbeelden van effecten die in deze fase optreden. Gebruiksfase In voorliggende rapportage wordt werkzaamheden onder de gebruiksfase geschaard wanneer deze optreden na uitvoering van de maatregel. De fysieke werkzaamheden zijn al geruime tijd afgerond, effecten treden op als gevolg van de uitgevoerde maatregel. Een voorbeeld van een effect dat in deze fase optreedt is vernatting van omliggende habitattypen.

Voor de maatregelen geldt: 1. Effecten na uitvoering van de maatregel (Gebruiksfase) Voor de maatregelen is de interactie met andere habitattypen reeds beoordeeld. De conclusie van deze beoordeling is dat negatieve effecten op andere habitats uitgesloten zijn. Er zijn geen maatregelen opgenomen die strijdig zijn met de instandhoudingsdoelen. Het effect na uitvoering van de maatregel is beoordeeld. Significant negatieve effecten op andere habitats zijn uitgesloten. Vergunningplicht is niet aan de orde. 2. Effecten tijdens de uitvoeringsfase Maatregelen uit de categorie aanvullend beheer kunnen behoren tot het beheer wat in hoofdstuk 4 al beoordeeld is bij het reguliere natuurbeheer. De conclusies van deze beoordeling kunnen dan voor dat aanvullende beheer gebruikt worden. Voor de overige maatregelen kunnen de effecten van de uitvoeringsfase nog niet worden beoordeeld. Hiervoor mist specifieke informatie over de wijze van uitvoering. Voor deze maatregelen geldt dat de uitvoerder voorafgaand aan de uitvoering bepaalt of tijdens de uitvoeringsfase negatieve effecten kunnen optreden op soorten en habitattypen waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Mocht dat zo zijn, dan bepaalt de uitvoerder op welke wijze deze negatieve effecten zijn te voorkomen.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het werken met aangepast materieel, het werken op een aangepast tijdstip of het ontzien van habitattypen bij de keuze van aan- en afvoerroutes. De werkwijze tijdens de uitvoering dient vervolgens door de uitvoerder vooraf ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de provincie Overijssel (bevoegd gezag). Wanneer negatieve effecten als gevolg van de uitvoering niet kunnen worden uitgesloten, is een vergunning nodig voor de uitvoering van de maatregel (zie hoofdstuk 8). Effecten tijdens de uitvoeringsfase zijn nog niet voor alle maatregelen beoordeeld. De volgende maatregelen vallen in de categorie aanvullend beheer: M1d, M1i, M2b, M4b/c/e en 0(=5a). Effecten van deze maatregelen gedurende de uitvoering zijn beoordeeld in hoofdstuk 4 (beheerplan). Tabel 4.1 geeft een samenvatting van de conclusies en worden in paragraaf 4.2.2 nader toegelicht.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

11

Tabel 4.1. Beoordeling van de maatregelen in het beheerplan.

Maatregel

Beoordeling maatregel in

Conclusie: Vergunningvrij

Voorwaarden of toelichting Onder voorwaarden be-

beheerplan op M1d

p. 123 Bosbeheer

Ja

M1b

N.v.t.

Nee

M1i

N.v.t.

Nee

M2b

p. 123 Bosbeheer

Ja

M4b

p. 123 Plaggen

Ja

M4c

P. 123 Maaien en afvoe-

Ja

noemd in beheerplan

Onder voorwaarden benoemd in beheerplan Onder voorwaarden benoemd in beheerplan

ren grasland M4e

P. 123/124 Maaien en af-

Onder voorwaarden benoemd in beheerplan

Ja

voeren grasland/maaien

Onder voorwaarden benoemd in beheerplan

en bewerken grasland 0(=5a)

p. 123 Graven van poelen

Ja

Onder voorwaarden benoemd in beheerplan

4.2.2 Toelichting op tabel M1d en M2b: Bosrandbeheer en strooisel verwijderen Het creëren van geleidelijke overgangen langs bospercelen en het verwijderen van de strooisel laag in bos zijn benoemd in het beheerplan. De maatregelen zijn beoordeeld als vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden. M1i en M1b: Dempen interne ontwatering Het dempen van ontwatering is onvoldoende benoemd en beoordeeld in het beheerplan. De maatregel is niet per definitie vergunningvrij en moet nader worden beoordeeld. M4b: Plaggen Het plaggen van gebieden in en rondom Blauwgraslanden is benoemd in het beheerplan. De maatregel is beoordeeld als vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden. M4c en M4e: Hooilandbeheer Hooilandbeheer op Blauwgraslanden is benoemd in het beheerplan. De maatregelen zijn beoordeeld als vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden. 0(=5a): Aanleg poelen Het aanleggen van poelen is benoemd in het beheerplan. De maatregel is beoordeeld als vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

12

Met uitzondering van maatregel M1i en M1b zijn de maatregelen benoemd en beoordeeld als vergunningvrij in het beheerplan. Een verdere effectenbeoordeling is nodig voor de maatregel M1i en M1b en wordt in hoofdstuk 4.3 verder uitgewerkt.

4.3 Verkenning effecten resterende maatregelen 4.3.1 Beoordeling ligging kwalificerende waarden We hebben een eerste beoordeling uitgevoerd van de mogelijke effecten op kwalificerende waarden. We hebben daarvoor alle maatregelen in GIS in een overlay gezet om te bepalen of er sprake is van overlap van maatregelen met habitattype en -soort. Uiteraard is de kans op een effect het grootst als een maatregel daadwerkelijk binnen een habitattype of leefgebied van habitatsoort plaatsvindt. Tabel 4.2. Overzicht overlap maatregelen en habitattype en -soort. X= Overlap; O= Bufferzone (200m)*; p= overlap niet uit te sluiten.

M1b H3130: Zwakgebufferde vennen H6410: Blauwgraslanden

X

H9160A: Eiken-haagbeukenbos-

X

M1i

M1b

M1i

O

H1016: Zeggekorfslak

O

O

X

H1166: Kamsalamander

O

O

sen (hogere zandgronden) H91E0C: Vochtige alluviale bos-

X

X

sen (beekbegeleidende bossen) *Uit voorzorg is er een ruime bufferzone ingesteld van 200m. Gebaseerd op de aard van de werkzaamheden en de denkbare effecten die op kunnen treden is een zone van 200m ruim genoeg om mogelijke effecten op beschermde waarden van werkzaamheden die buiten deze zone plaats vinden uit te sluiten.

Uit de beoordeling volgt dat maatregel M1i en M1b op diverse locaties overlappen met habitattypen Blauwgraslanden, Eiken-haagbeukenbossen en Vochtige alluviale bossen. Daarnaast vindt M1i plaats in de directe omgeving van het habitattype Zwakgebufferde vennen. Beide vinden plaats in de directe omgeving van de leefgebieden van habitatsoorten. Uit deze analyse blijkt dat de maatregel M1i en M1b worden meegenomen in een verkennende effectbeoordeling.

4.3.2 Effectbeoordeling Als gevolg van de voorgenomen maatregelen kunnen op verschillende wijze effecten optreden. Er is vaak sprake van tijdelijke effecten (tijdens de uitvoering) en permanente effecten. De permanente effecten zijn de effecten die optreden als gevolg van de maatregel. Voor de te beoordelen maatregel hebben we geanalyseerd of er sprake is van effectmechanismen die schadelijk zijn voor het betreffende instandhoudingsdoel, zowel op korte als lange termijn. Daarvoor is gebruik gemaakt van de effectenindicator (zie bijlage 3). Op basis van de effectenindicator, de ligging en aard van de maatregelen vragen vooral de volgende effectmechanismen aandacht:

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

13

1. Verstoring door mechanische effecten en optische verstoring; 2. Verstoring door geluid en trillingen; 3. Vernatting. De door werkzaamheden veroorzaakte tijdelijke toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurwaarden, wordt buiten beschouwing gelaten voor PAS-maatregelen. Deze zijn conform landelijke afspraken hiervan vrijgesteld. M1i en M1b: Dempen interne ontwatering Tijdelijke effecten Ten behoeve van het dempen van ontwatering worden er transportroutes aangelegd en er wordt materieel ingezet. Hierbij is sprake van mogelijke mechanische effecten (1) en optische verstoring (1). Alle habitattypen en de Kamsalamander zijn hier gevoelig voor. Daarnaast is de Zeggekorfslak zeer gevoelig voor mechanische effecten en niet gevoelig voor optische verstoring. Zeggekorfslak is ook gevoelig voor verstoring door trillingen (2). Voor de Kamsalamander is niet bekend of deze gevoelig is voor geluid (2), trilling (2) en optische verstoring (1). Permanente effecten Het dempen van interne ontwatering heeft een bedoeld hydrologisch effect. Dit leidt in de directe omgeving van de maatregel tot vernatting (3). Vernatting is een effect dat optreedt op lange termijn, oftewel in de gebruiksfase. De gebruiksfase is reeds beoordeeld in het Natura 2000-beheerplan.

De beoordeling concludeert dat er geen negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Uit de effectbeoordeling concluderen wij dat tijdens de uitvoeringsfase verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, verstoring door geluid en trilling niet uit te sluiten zijn. Gebaseerd op de aard van de werkzaamheden en de te verwachten effecten zijn significant negatieve effecten niet direct uit te sluiten voor maatregel M1i en M1b. Doordat de precieze locaties voor het uitvoeren van de maatregelen onzeker zijn, zijn de maatregellocaties ruimer ingetekend. Met als gevolg dat maatregellocaties overlap vertonen met verscheidene habitattypen en/of leefgebied van habitatsoorten. Vastgestelde overlap betekent niet per se dat de maatregel in het overlappende gebied uitgevoerd wordt.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

14

Analyse en toetsing soortbescherming 5.1 Inleiding Binnen het beheerplan voor Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (Provincie Overijssel, 2016) is geen toetsing opgenomen ten aanzien van soorten en daarom dient het effect op beschermde soorten voor alle maatregelen te worden beoordeeld. Om alvast een verkenning uit te kunnen voeren van de mogelijke effecten en aandachtspunten hebben we voor de maatregelen beoordeeld of de beoogde locaties van waarde kunnen zijn voor beschermde soorten en of de betreffende soorten gevoelig zijn voor de voorgenomen maatregel. Om te beoordelen of effecten op soorten kunnen optreden tijdens het uitvoeren van de maatregelen brengen we de aanwezige of te verwachten soorten in beeld met een beschermde status in Overijssel (Staatsblad 2016 en Provincie Overijssel 2017). Om in te kunnen schatten met welke soorten we te maken hebben bij de uitvoering van de voorgenomen maatregelen hebben we diverse bronnen geraadpleegd (NDFF 2017 en eigen gebieds- en soortkennis). Vervolgens is nagegaan of de beoogde maatregelen effect kunnen hebben op beschermde soorten. Wanneer dit het geval is, is nagegaan of er vrijstellingsmogelijkheden zijn. Vrijstelling is mogelijk als de maatregel is opgenomen in een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5; bijvoorbeeld Gedragscode Natuurbeheer).

In dat geval kan een ecologisch werkprotocol volstaan, waarin wordt aangegeven hoe zorgvuldig omgegaan kan worden met aanwezige soorten. Mocht er niet volgens een Gedragscode gewerkt kunnen worden dan geldt dat het opstellen van een ecologisch werkprotocol volstaat als de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan (Wnb Artikel 3.8 lid 7). Als vrijstellingsmogelijkheden ontbreken is er aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn.

5.2 Aanwezige soorten In de nabije omgeving van de maatregelenlocaties zijn volgens onze informatie meerdere beschermde soorten bekend of te verwachten (zie tabel 5.1). Tabel 5.1 Overzicht van de aanwezige beschermde soorten binnen het Natura 2000-gebied.

Soort

Leefgebied

Voorkomen in maatregelgebieden

Boommarter

Verblijfplaatsen in bomen met holten, foerageergebied in ruim gebied

Nestplaatsen: M1d, M2b

eromheen

Foerageren/migratie: Alle gebieden

Das

Burchten in bos, foerageergebied in ruim gebied eromheen

M1d, M2b, M4b/c/e en 0(=5a)

Eekhoorn

Nesten in bomen, foerageergebied in ruim gebied eromheen

M1d, M2b, M4b/c/e en 0(=5a)

Grote bosmuis

Bosranden, rietland, heide, tuinen en duinen

M1d, M2b, M4b/c/e en 0(=5a)

Veldspitsmuis

Agrarische landen met licht intensief beheer, opgaande kruidenvegeta-

M4b/c/e en 0(=5a)

tie en overgangsvegetatie Vleermuizen Waterspitsmuis

Verblijfplaatsen in bomen met holten, foerageergebied in ruim gebied

Verblijfplaatsen: M1d, M2b

eromheen, bosranden en lanen als migratieroute

Foerageren/migratie: Alle gebieden

Binnen straal van 500m van sloot, beek, rivier, plas etc.

M1i, M1b, M4b/c/e en 0(=5a)

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

15

Land met bodem dekkende vegetatie Vogels met jaarrond be-

Nesten in bomen, foerageergebied: bos, heide en weilanden

schermde nesten

Nestplaatsen: M1d, M2b Foerageren/migratie: Alle gebieden

Boomkikker

Voortplantingswater: Vennen en poelen. Overwinteringsgebied: in

Alle gebieden

zone van enkele honderden meters rondom voortplantingswater Kamsalamander

Voortplantingswater: Vennen en poelen. Overwinteringsgebied: in

Alle gebieden

zone van enkele honderden meters rondom voortplantingswater Heikikker

Voortplantingswater: Vennen. Overwinteringsgebied: bos en heide in

Alle gebieden

zone van 300 meter rondom voortplantingswater Levendbarende hagedis

Heide en bosranden

M1d, M2b en 0(=5a)

Poelkikker

Voortplantingswater: Vennen en poelen. Overwinteringsgebied: in

Alle gebieden

zone van 200 meter rondom voortplantingswater Grote weerschijnvlinder

Oudere, vochtige loofbossen in beekdalen

M1d en M2b

Kleine ijsvogelvlinder

Vochtige halfopen loofbossen, met aanwezigheid waardplant Wilde

M1d en M2b

kamperfoelie Drijvende waterweegbree

Vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen

M1i en M1b

en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en kanalen Kruipend moerasscherm

open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en ondiepe poelen,

M1i, M1b en M4b/c/e

in en langs sloten aan de rand van veengebieden en grasland

5.2.1 Toelichting op tabel M1d en M2b: Bosrandbeheer en strooisel verwijderen In bosgebieden in M1d en M2b kunnen jaarrond beschermde nestplaatsen van Sperwer, Buizerd, Wespendief en Havik en nesten van Eekhoorn aanwezig zijn. Mogelijk zijn daarnaast burchten van Das aanwezig en verblijfplaatsen van Boommarter en vleermuizen in holten van bomen. Tenslotte kunnen ook soorten als Boomkikker, Kamsalamander, Poelkikker, Grote weerschijnvlinder en Kleine ijsvogelvlinder voorkomen. Soorten genoemd in de tabel gebruiken de bossen waarbinnen de maatregelen worden uitgevoerd ook als foerageergebied. M1i en M1b: Dempen interne ontwatering Het dempen van interne ontwatering heeft betrekking op de sloten binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied. Soorten zoals Poelkikker, Levendbarende hagedis, Drijvende waterweegbree en Kamsalamander kunnen in die wateren voorkomen. Daarnaast kunnen deze soorten ook in de directe omgeving van de sloot en greppel voorkomen. Tenslotte gebruiken soorten uit de tabel de maatregelgebieden mogelijk als foerageergebied. M4b: Plaggen Plaggen vindt plaats in en rondom het habitattype Blauwgraslanden. Soorten zoals Levendbarende hagedis, Boomkikker, Poelkikker en Kamsalamander kunnen hun leefgebied hier hebben. Daarnaast kunnen soorten uit de tabel de maatregelgebieden ook als foerageergebied gebruiken.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

16

M4c en M4e: Hooilandbeheer Het hooilandbeheer vindt plaats op graslanden. Soorten zoals Boomkikker, Poelkikker en Kamsalamander kunnen hun overwinteringsgebied hier hebben. Leefgebied van Waterspitsmuis komt mogelijk ook voor op deze locaties, vooral nabij oevers van sloten. Daarnaast kunnen soorten uit de tabel de maatregelgebieden ook als foerageergebied gebruiken. 0(=5a): Aanleg poelen Het aanleggen van poelen gebeurt op nader te bepalen locaties (behalve in Blauwgraslanden en Vochtige alluviale bossen). De soorten uit tabel 5.1 komen verspreid door het Natura 2000-gebied voor. Daarnaast gebruiken ze de maatregelgebieden mogelijk ook als foerageergebied. Deze maatregel kan overlappen met leefgebied van elke soort in de tabel.

5.3 Mogelijkheden tot vrijstelling Hieronder is uitgewerkt of er vrijstellingsmogelijkheden zijn. Vrijstelling is mogelijk als de maatregel is opgenomen in een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5; bijvoorbeeld Gedragscode Natuurbeheer). In dat geval kan een ecologisch werkprotocol volstaan, waarin wordt aangegeven hoe zorgvuldig omgegaan kan worden met aanwezige soorten. Als vrijstellingsmogelijkheden ontbreken is er aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn. Tabel 5.2. Mogelijkheden tot het toepassen van een Gedragscode voor de maatregelen.

Maatregel

Verwachte effecten op beschermde soorten

Mogelijkheid toepassen Gedragscode

M1d

Ja

Ja

M1b

Ja

Nee

M1i

Ja

Nee

M2b

Ja

Ja

M4b

Ja

Nee

M4c

Ja

Nee

M4e

Ja

Ja

0 (=5a)

Ja

Nee

5.3.1 Toelichting op tabel M1d en M2b: Bosrandbeheer en strooisel verwijderen in bos Voor maatregelen M1d en M2b kan gewerkt worden conform de Gedragscode Bosbeheer. Het opstellen van een Ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen (zie kader 5.1). Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

17

Kader 5.1 Gedragscode Diverse organisaties hebben een gedragscode waarin beschreven is hoe schade aan beschermde dieren en planten zoveel mogelijk voorkomen kan worden bij het uitvoeren van activiteiten. Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in gang getreden (Staatsblad 2016). Onder de nieuwe wet geldt nog steeds vrijstelling van de verbodsbepalingen wanneer gewerkt wordt volgens een goedgekeurde Gedragscode (Wnb Artikel 9.6 lid 5). Wanneer gewerkt wordt volgens een dergelijk goedgekeurde Gedragscode is er geen ontheffing en/of vergunning nodig (Wnb Artikel 3.31 lid 1).

M1i, M1b, M4c en 0 (=5a): Dempen interne ontwatering, hervatten hooilandbeheer & aanleggen poelen Maatregelen M1i, M4c en 0 zijn inrichtingsmaatregelen (maatregel waarbij locatie een ander natuurprofiel krijgt). Voor inrichtingsmaatregelen geldt dat het toepassen van de gedragscode Natuurbeheer of Gedragscode Bosbeheer niet mogelijk is. Doordat de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol (Wnb Artikel 3.8 lid 7). In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel. M4b: Plaggen Voor het plaggen van vegetaties anders dan heide geldt geen mogelijkheid voor het toepassen van een goedgekeurde gedragscode. Doordat de maatregel opgenomen is in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol (Wnb Artikel 3.8 lid 7). In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel. M4e: Hooilandbeheer Voor maatregel M4e kan gewerkt worden conform de Gedragscode Natuurbeheer.

Het opstellen van een Ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen (zie kader 5.1 met tekst op pagina 17 uit de Gedragscode). Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

18

Conclusie 6.1 Samenvattende conclusies Tabel 6.1 Overzicht conclusies en vervolgstap per maatregel.

Gebiedsbescherming

Soortenbescherming

Maatregel

Vergunningvrij

Vervolgstap

M1d

Ja

Ecologisch werkprotocol

Gedragscode Ja

Ecologisch werkprotocol

Vervolgstap

M1b

Nee

Uitgebreide effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

M1i

Nee

Uitgebreide effectbeoordeling

Nee

Ecologisch werkprotocol

M2b

Ja

Ecologisch werkprotocol

Ja

Ecologisch werkprotocol

M4b

Ja

Ecologisch werkprotocol

Nee

Ecologisch werkprotocol

M4c

Ja

Ecologisch werkprotocol

Nee

Ecologisch werkprotocol

M4e

Ja

Ecologisch werkprotocol

Ja

Ecologisch werkprotocol

0 (=5a)

Ja

Ecologisch werkprotocol

Nee

Ecologisch werkprotocol

Globale omschrijving J = ja N = nee * = onzeker J* = waarschijnlijk wel N* = waarschijnlijk niet ? = niet bekend

M1d M1b M1i M2b M4b M4c M4e 0 (=5a)

Creëren overgangen langs bospercelen Dichten interne ontwatering binnen het Voltherbroek Dichten interne ontwatering binnen het Agelerbroek Strooisel verwijderen en ontwikkeling vegetatie monitoren Kleinschalig plaggen na herstel hydrologie Hervatten hooilandbeheer Hooien en vegetatie laten overstaan in winter Aanleg poelen

Nb soortbescherming

Maatregel

Nb gebiedsbescherming

Tabel 6.2 Overzicht noodzaak vergunning en ontheffing.

N

N

J*

N

J*

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

19

6.2 Vervolg gebiedsbescherming • Significant negatieve effecten kunnen niet uitgesloten worden voor maatregelen M1i en M1b. Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een uitgebreide effectbeoordeling; • Overige maatregelen zijn benoemd en voldoende beoordeeld in het beheerplan. Effecten zijn uit te sluiten en de maatregelen zijn vergunningvrij mits er mitigerende maatregelen getroffen worden. Er moet een ecologisch werkprotocol opgesteld worden met de voorwaarden beschreven in het beheerplan.

6.3 Vervolg Soortenbescherming • Voor maatregel M4e geldt dat er gewerkt kan worden conform de Gedragscode Natuurbeheer. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen. Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde; • Voor maatregelen M1d en M2b geldt dat er gewerkt kan worden conform de Gedragscode Bosbeheer. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol is noodzakelijk, waarin de benodigde mitigerende maatregelen uit de Gedragscode worden opgenomen. Geen ontheffing Wet natuurbescherming aan de orde; • Maatregelen M1i, M1b, M4c en 0 (=5a) zijn inrichtingsmaatregelen. Voor inrichtingsmaatregelen geldt dat toepassen van de gedragscode Natuurbeheer of Gedragscode Bosbeheer niet mogelijk is. Doordat de maatregelen opgenomen zijn in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel; • Voor maatregel M4b geldt dat er niet gewerkt kan worden conform een goedgekeurde Gedragscode. Doordat de maatregel is opgenomen in het beheerplan volstaat het opstellen van een ecologisch werkprotocol.

In een ecologisch werkprotocol worden de eisen vastgelegd voor het zorgvuldig werken en het voorkomen van schade aan beschermde natuurwaarden. Mogelijk dient dit ecologisch werkprotocol voorgelegd te worden aan de Provincie Overijssel.

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

20

Geraadpleegde bronnen Literatuur Ministerie van EZ (2015). Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek. Provincie Overijssel (2017). Omgevingsverordening Overijssel 2017, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 07-02-2017. RVO (2012). Gedragscode Bosbeheer. RVO (2016a). Gedragscode Natuurbeheer. RVO (2016b) Natura 2000 beheerplan Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (047). Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming)

Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). Ministerie van EZ (http://mineleni.nederlandsesoorten.nl). Ministerie van EZ (2016). (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/inhoud/nieuwe-natuurwet). NDFF Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Provincie Overijssel (2017). Atlas van Overijssel (http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel_basis/v1). Provincie Overijssel (2017). (http://www.overijssel.nl/thema's/natuur-en-landschap/wet/). Ravon.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen) Soortenbank.nl (website met soortinformatie) Zoogdiervereniging.nl (website met soortinformatie over zoogdieren)

Uitvoering interne PAS-maatregelen Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

21

Bijlagen Bijlage 1 - Verspreiding Natura 2000-doelen

Bijlage 2 - Verspreiding beschermde soorten

Bijlage 3 - Effectenindicator Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

Bewuste verandering soortensamenstelling

3

4

5

6

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

Verandering overstromingsfrequentie

Verandering dynamiek substraat

Verstoring door geluid

Verstoring door licht

Verstoring door trilling

Optische verstoring

Verstoring door mechanische effecten

Verandering in populatiedynamiek

2

Verandering stroomsnelheid

onbekend

Vernatting

n.v.t.

Verdroging

niet gevoelig

Verontreiniging

gevoelig

Verzilting

zeer gevoelig

Verzoeting

Habitattype 9160

Vermesting door stikstof uit de lucht

Habitattype 6410

Verzuring door stikstof uit de lucht

Habitattype 3130

Versnippering

Zeggekorfslak

Oppervlakteverlies

Kamsalamander

1 Storingsfactor

Bijlage 4 - Melding boswet Dag Ben, We hebben zojuist het volgende besproken. Staatsbosbeheer is onder de nieuwe wet natuurbescherming niet meldingsplichtig voor vellingen boswet. Verder gaf jij aan dat in de wet al is opgenomen dat vellingen die als herstelmaatregel in het PAS programma zijn opgenomen al vrijgesteld zijn van meldings- en van herplantingsplicht. Afspraak die in het vergunningsverleningsoverleg provincie/ staatsbosbeheer is gemaakt: • SBB maakt een overzichtskaart waar bos zal worden gekapt en meldt dit in het vergunningverlening overleg. • Voor 1 februari 2018 (en de daarop volgende jaren) maakt SBB een overzicht waar daadwerkelijk is gekapt. Mocht je nog aanvullingen hebben, dan hoor ik dat graag.

Met vriendelijke groet, Marlies Ellenbroek (ir, Msc) Projectleider PAS Overijssel

Staatsbosbeheer Afdeling projecten | Binnensingel 3 | 7411 PL Deventer Postbus 6 | 7400 AA Deventer T 0570 747 100 | M +31 6 51 207 151 M.Ellenbroek@staatsbosbeheer.nl | www.staatsbosbeheer.nl @staatsbosbeheer | facebook.com/staatsbosbeheer | Aanwezig op ma tot en met do

Magische momenten: Het zit in onze natuur. Kijk op http://bit.ly/VjXti3

staatsbosbeheer1 |

staatsbosbeheer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/595/documents/18166