CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen regels_Bijlage 1 Inrichtingsplan.pdf

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek33.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Figuur 5.17 Uitsnede plankaart Stuwwalroute.

Cultuurhistorie Natuurherstelmaatregelen rond de Hunenborg bieden meekoppelkansen voor het beter beleefbaar maken van dit historisch erfgoed en behoud van oude veenlagen (in situ) onder de oude fundamenten van de borg. De eigenaar (Oudheidskamer) en beheerder (Landschap Overijssel) willen ook meewerken aan een betere informatievoorziening.

57

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Landschap Herverdeling van gronden en herverkaveling in Steenmaten (als compensatie voor Agrariërs met maatregelen en/of effecten op hun percelen) biedt kansen voor herstel van het kleinschalige cultuurlandschap door aanleg van landschapselementen op kavelgrenzen. Hierdoor kunnen er tevens nieuwe verbindingen tussen bestaande casco-elementen worden gerealiseerd. In de realisatiefase wordt dit nader uitgewerkt.

5.8 Aandachtspunten uitvoering maatregelen Er is gezocht naar mogelijkheden om lokale grond te gebruiken voor het dempen/verondiepen van de watergangen. Dit is helaas op veel plekken niet mogelijk door de beperkte beschikbaarheid van grond en/of de aanwezige waardevolle vegetatie. Dempen met lokale grond is wel mogelijk in de omgeving van de Voltherbeek en bij een watergang in het oosten van het Voltherbroek. De overige watergangen worden gedempt of verondiept met geschikt zand. Dit wil zeggen: leem/klei/zand dat (nagenoeg) gelijk is aan de leem/klei/zand die in het gebeid voorkomt. In de realisatiefase wordt dit nader onderzocht en uitgewerkt. In verband met de kwetsbaarheid van het gebied en de lokaal natte situaties moet onder goede weersomstandigheden worden gewerkt met klein en licht materieel en de toepassing van rijplaten, zodat insporing voorkomen wordt. Een goede afstemming tussen uitvoering van de interne en externe maatregelen, maar ook tussen de hydrologische en overige maatregelen zoals ecologie, is in het Agelerbroek en Voltherbroek van cruciaal belang. De samenhang en onderlinge beïnvloeding van de maatregelen is groot en dus moet er goed nagedacht worden in welke volgorde maatregelen uitgevoerd dienen te worden. Dit zal in de voorbereiding van de realisatie nader uitgewerkt worden.

58

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

6. Effecten 6.1 Effecten op natuur 6.1.1 Hydrologische effecten van de maatregelen Vertaling van rapport Toekomstige situatie Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (AVAV), RHDHV, 11 oktober 2021) Effecten hydrologische maatregelen op grondwaterstanden Agelerbroek en omgeving Door het dempen van de diepe waterloop ’t Vree op de westgrens van het Agelerbroek in combinatie met het verwijderen van drainage in de percelen langs de Steenmatenweg nemen de GHG en GVG hier met 20 tot 50 cm toe. Door deze toename neemt de kwel in het Agelerbroek zelf toe of neemt de wegzijging af. ’t Vree heeft momenteel jaarrond een onttrekkend effect. Door het dempen zal daarom ook de GLG toenemen met ca 10 cm. Door het verondiepen van de Tilligterbeek en het dempen van greppels/sloten ten oosten van de beek zullen de GHG, GVG en GLG aan de oostkant van het Agelerbroek stijgen met 20 tot 30 cm. Dit leidt tot een afname van wegzijging, het omslaan van wegzijging in kwel en toename van kwel in het Agelerbroek, met name in de directe omgeving van de Tilligterbeek. Het laten inunderen van de percelen direct ten noorden van het Agelerbroek in de winter, leidt tot een afname van wegzijging in het noordelijk deel van het Agelerbroek.

In combinatie met het optrekken van het uitstroompeil, leidt dit tot hogere grondwaterstanden in de winter die langer aanhouden (het gebied wordt pas later in het voorjaar droger). Bij de Hunenborg neemt de GHG met ruim 10 cm toe als gevolg van de peilopzet in de gracht. Hierdoor neemt de kwelflux in de winter richting de gracht af waardoor deze kwel zich elders gaat manifesteren. In het vochtig alluviaal bos net ten zuiden van de gracht treedt een afname in wegzijging op van ruim 0,5 mm/dag. Dat is ruim 0,2 mm/dag minder wegzijging ten opzichte van het inrichtingsplan van 2019. De peilopzet heeft echter geen significant effect op de zomersituatie.

Figuur 6.1 Verandering grondwaterstand (m) en verandering kwel in het Agelerbroek t.o.v. de huidige situatie in de winter (bron: RHDHV, 2021). 59

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Effecten hydrologische maatregelen op grondwaterstanden Voltherbroek en omgeving Geen grote ingrepen die grote, gebiedsdekkende effecten hebben maar lokale maatregelen die een direct lokaal effect hebben. Het verwijderen van de drainage in het agrarische perceel (huiskavel) binnen het natuurgebied aan het kanaal zorgt voor een verhoging van de GHG en GVG van 15 tot 25 cm. Dit leidt binnen de omliggende natuur tot een toename van kwel, zowel in de zomer- als wintersituatie. Ter plaatse van het NAM-terrein verandert de grondwaterstand vrijwel niet. Bij de watergang stroomafwaarts van het NAM-terrein, westelijk van het bosperceel in het Natura 2000-gebied wordt de GHG met circa 20 cm verhoogd. In het Natura 2000-gebied wordt de grondwaterstand nauwelijks verhoogd maar neemt de kwel wel toe. Het effect op de GLG is klein (<5 cm). Het dempen van waterlopen binnen het Voltherbroek leidt ter plekke tot een toename van de GHG en GVG van 5 cm. Aangezien deze waterlopen in de winter een drainerende werking hebben, is er een toename van winterkwel of een omslag van wegzijging naar kwel. In de zomer zakt de grondwaterstand echter nog steeds net zo diep uit als in de huidige situatie zodat kwelflux in de zomer en GLG niet veranderen.

Het plaatsen van een stuw aan de Broekweg in de zijtak van de Roelinksbeek zorgt voor een jaarronde stijging van de grondwaterstanden direct aangrenzend aan de waterloop met ca. 20 cm. Dit is één van de weinige maatregelen die ook een duidelijk effect hebben op de GLG. Het verwijderen van drainage in de percelen aan de Laarweg heeft een verhogend effect op de GHG van maar liefst 30 cm. De GHG binnen de natuur is hier echter al tegen maaiveld aan dus hierin zal niets veranderen. Het grootste effect is de toename van kwel of afname van wegzijging. De maatregelen in de Roelinksbeek hebben nauwelijks effect op de GHG, GVG en GLG. De Roelinksbeek is in de huidige situatie al opgestuwd voor de natuur, de peilen zijn dus niet veranderd. De conclusie is dat de maatregelen in dit inrichtingsplan, gebaseerd op de maatregelen van het definitieve maatregelenplan, een positief effect hebben op de werking van het hydrologische systeem. Dit uit zich voor een deel in hogere grondwaterstanden en vooral in toename van kwelintensiteit. De meeste maatregelen zijn effectief in de winter- en voorjaarssituatie. Dit heeft een positief effect op de habitattypen, omdat in deze periode de kwelintensiteit hoger is en daarmee er ook langer aanvoer van grondwater is.

Er is een beperkt aantal maatregelen die een positief effect heeft op de zomersituatie, namelijk het verondiepen van de beken, optrekken van peilen en het dempen van ’t Vree.

60

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.2 Verandering grondwaterstand (m) en verandering kwel in het Voltherbroek t.o.v. de huidige situatie in de winter (bron: RHDHV, 2021).

6.1.2 Effecten op de habitattypen De informatie uit deze paragraaf is afkomstig van de rapportage: Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces, definitief, 27 oktober 2019, Unie van Bosgroepen en de rapportage “Ecologische toets habitats Ageler- en Voltherbroek 11-10-2021”. In de volgorde kwel, duurlijnen (inundatie), GVG & GLG (paragraaf 3.4 Ecologisch toetsingskader) zijn de effecten van de maatregelen uit de verschillende scenario’s voor de verschillende puntlocaties (Figuur 3.3) bepaald.

61

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Kwel/wegzijging

Figuur 6.3 Deze kaart laten het verschil in winterkwel zien tussen huidige situatie en de toekomstige situatie (Wachtendonk van, 2021b).

Het kaartbeeld van de winterkwel laat als gevolg van de hydrologische maatregelen de veranderingen in kwel/wegzijging zien (Figuur 6.3). De veranderingen in kwel/wegzijging variëren grotendeels tussen +1 mm/dag wegzijging tot -1 mm/dag kwel. De donkerblauwe en groene vlakken wijzen over grote oppervlakten op toename kwel wat gunstig is voor de grondwater gevoede habitattypen vochtig alluviaal bos en blauwgrasland. Afname van kwel (roze) en toename wegzijging (rood) spelen vooral in het tracé van de nieuwe Peijinksbeek, de gracht van de Hunenborg waar het peil opgezet wordt en de zuidoostzijde van het Voltherbroek. De roze lijnvormige elementen – sloten, die nu nog kwel aantrekken, worden verondiept/gedempt vertaalt zich in een toename van kwel naar het aangrenzende oppervlak. Over een groot oppervlak (licht blauw) neemt de wegzijging af, maar treedt geen kwel op. Overall is het beeld positief. De gemodelleerde puntlocaties (Tabel 6.1) ondersteunen het kaartbeeld van verschil kwel winter tussen huidige en toekomstige situatie (Figuur 6.3). De ligging van de puntlocaties in de modelrekencel (25x25m) en de variatie in maaiveldhoogte binnen zo’n rekencel leidt soms tot waarden, die afwijken van de werkelijkheid. Waarschijnlijk is de slechte score van de blauwgraslanden daarmee deels te verklaren.

Deze graslanden moeten het vooral hebben van lokale systemen (gradiënt) waarbij de kwel vooral in het winterhalfjaar wanneer het systeem maximaal op druk is zal moeten uittreden. In het toetsingskader wordt genoemd dat voor blauwgrasland de kwel > 0,5 – 1 mm per dag moet zijn, > 1 mm wordt gezien als zeer optimaal. Dat wordt alleen in de Beekmeden op locatie 16 (Figuur 3.3) gehaald. Tabel 6.1 Kwel/wegzijging. De waarden van kwel/wegzijging huidige situatie (Stroet & van Wachtendonk, 2021a) en toekomstige situatie (vet gedrukt) (Wachtendonk van, 2021b). Een getal met een negatieve waarde betekent wegzijging.

Locatie

Maaiveld

Kwel gemidd eld (mm/ dag) 0,26

*Kwel gemidd eld (mm/ dag) 0,65

Kwel winter

*Kwel winter

Omschrijving 1. Agelerbroek zuidwest – vochtig alluviaal bos

(m t.o.v. NAP) 20,36

(mm/ dag) 0,13

(mm/ dag) 0,75

2. Agelerbroek west - zwak gebufferd ven

20,17

0,57

2,25

1,05

4,18

3. Agelerbroek west - vochtig alluviaal bos

20,49

-0,41

-0,20

-1,06

-0,50

4. Agelerbroek centrum - vochtig alluviaal bos (evt. uitbreiding) 5. Agelerbroek centrum - vochtig alluviaal bos

20,27

-0,07

-0,17

-0,25

-0,50

20,17

0,01

0,42

-0,12

0,52

6. Agelerbroek oost - blauwgrasland

20,16

0,42

0,17

0,40

0,09 62

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

7. Agelerbroek oost - vochtig alluviaal bos

20,18

-0,27

0,18

-0,61

0,22

8. Agelerbroek oost - Broekmaten (geen habitat)

20,80

-0,15

-0,33

-0,23

-0,61

9. Voltherbroek Roelinksbeek west vochtig alluviaal bos

20,43

0,12

0,63

-0,40

0,48

10. Voltherbroek Roelinksbeek oost vochtig alluviaal bos

20,46

0,17

0,46

-0,03

0,40

11. Voltherbroek Broekweg west vochtig alluviaal bos

21,80

-0,14

-0,13

0,00

0,01

12. Voltherbroek Twelweg west vochtig alluviaal bos

20,76

0,45

0,63

0,52

0,79

13. Voltherbroek Oude broekweg west vochtig alluviaal bos

20,76

0,60

0,71

0,71

0,88

14. Voltherbroek Roelinksbeek zuid vochtig alluviaal bos

20,54

0,57

0,89

0,56

1,05

15. Voltherbroek Broekweg west vochtig alluviaal bos

20,70

0,52

0,76

0,50

0,90

16. Voltherbroek Beekmeden noord blauwgrasland

21,01

0,09

0,49

0,11

0,83

17. Voltherbroek Beekmeden zuid blauwgrasland

21,31

-0,22

-0,02

-0,38

-0,02

18. Voltherbroek Wiekermedenweg zuid Eiken Haagbeukenbos 21. Voltherbroek Twelweg west vochtig alluviaal bos

21,71

-0,11

-0,04

-0,36

-0,22

21,50

1,16

1,85

1,86

3,15

* Kleurlegenda: Groen = voldoet en Wit = voldoet niet Duurlijnen Uit de specifieke ecologische vereisten van het gebied voor de grondwaterstanden van blauwgrasland blijkt dat voor 30% van tijd de grondwaterstanden tussen 0-0,30 m moet liggen. De referentie is de huidige situatie (blauwe lijn in de onderstaande figuren) en definitief is de nieuwe situatie (rode lijn in de onderstaande figuren). De puntlocatie 6 (Agelerbroek oost (Figuur 3.3)) voldoet in de oude situatie aan de randvoorwaarde van 30% van de tijd grondwaterstanden tussen 0-0,30 m. In de nieuwe situatie (definitief) ligt de modelstijghoogte van het grondwater boven het oppervlak (Figuur 6.4). Een stijghoogte boven maaiveld hoeft geen inundatie te betekenen, hoger in de gradiënt zal water uittreden aan maaiveld (mits flux groter is dan verdamping) waarbij de waterstand aan, maar niet op maaiveld komt. Alleen in depressies kan water op maaiveld komen te staan. Of het blauwgrasland tegen inundatie kan hangt sterk af van de inundatieduur en periode. Die moet niet te lang zijn en hooguit in de winterperiode optreden. De puntlocaties 16 en 17 (Voltherbroek- Beekmeden ((Figuur 3.3)) voldoen in de oude situatie net niet aan de randvoorwaarde van 30% van de tijd grondwaterstanden tussen 0-0,30 m en in de nieuwe situatie met 35% ruimschoots aan die vereiste (

Figuur 6.5 en Figuur 6.6). Maar de referentie duurlijn 30% binnen wortelzone leidt niet altijd automatisch tot een bestendige relatie. In dit blauwgrasland ligt de basenverzadiging zeer laag. Vanuit de resultaten van Loeb (Provincie Overijssel, 2016) lijken lokale leemlagen (en daaruit vrijkomende basen) ook van belang te zijn. Zaken die niet in een model te vatten zijn maar alleen lokaal door te meten (bodem, waterkwaliteit, waterstanden) echt te bepalen zijn. Vooronderzoek is hier gewenst voor het uitvoeren van de hydrologische maatregelen.

63

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.4 Duurlijn blauwgrasland Agelerbroek oost locatie 6 (Wachtendonk van, 2021b).

Figuur 6.5 Duurlijn blauwgrasland Voltherbroek – Beekmeden locatie 16 (Wachtendonk van, 2021b).

64

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.6 Duurlijn blauwgrasland Voltherbroek – Beekmeden locatie 17 (Wachtendonk van, 2021b).

Van vochtig alluviaal bos is bekend dat de grondwaterstanden in het winterhalfjaar 3-4 maanden rond het oppervlak liggen met + 10 tot -10 cm mv (25-30 % van de tijd). De zomerwaterstanden zakken dieper uit dan de ecologische vereisten aangeven. In leembodems is het poriënvolume geringer, waardoor waterstanden dieper kunnen uitzakken. Bij zomergrondwaterstanden van 80 cm onder het oppervlak komt in Ageler- en Voltherbroek op leem goed ontwikkeld vochtig alluviaal bos voor. Droogtestress begint bij een GLG van 100-125 cm –mv op leembodems. Op veenbodems is een zomerwaterstand van 50 cm -mv de ondergrens. Locatie 1 (Figuur 3.3) voldoet in de nieuwe situatie aan het beeld van langdurig hoge standen met 30% van de tijd (Figuur 6.7). Op locatie 5 (Figuur 3.3) komt de stijghoogte tot zo’n 10 cm onder het oppervlak en dat wel voor 30% van de tijd en zakt in de zomer tot 160 cm uit (Figuur 6.8). Aanzienlijk lager dan vanuit de droogtestress gewenst. De locaties 10 en 13 (Figuur 3.3) in het Voltherbroek voldoen in de nieuwe situatie (definitief) beide aan langdurig hoge standen tot 30% van de tijd, maar zakken vervolgens ook tot ruim 1 m onder maaiveld uit (Figuur 6.9 en Figuur 6.10). Met de grens voor droogtestress binnen de randvoorwaarde van Waternood.

Figuur 6.7 Duurlijn vochtig alluviaal bos Agelerbroek zuidwest locatie 1 (Wachtendonk van, 2021b).

65

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.8 Duurlijn vochtig alluviaal bos Agelerbroek noordoost locatie 5 (Wachtendonk van, 2021b).

Figuur 6.9 Duurlijn vochtig alluviaal bos Voltherbroek ten oosten van de Laarweg bij het kanaal Almelo-Nordhorn locatie 10 (Wachtendonk van, 2021b).

66

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.10 Duurlijn vochtig alluviaal bos Voltherbroek westzijde locatie 13 (Wachtendonk van, 2021b).

Grondwaterstanden voorjaar (GVG) en zomer (GLG) Binnen het Natura 2000 gebied zijn met de definitieve maatregelen de voorjaarsgrondwaterstanden (half april) berekend (Figuur 6.11). Grondwaterstanden boven maaiveld komen volgens de modelberekeningen niet voor. Grondwaterstanden van 010 cm -mv (donkerblauw) komen alleen op de allerlaagste delen in het gebied voor in de omgeving Roelinksbeek en zuidwesthoek Agelerbroek.

Figuur 6.11 Voorjaarsgrondwaterstanden in de toekomstige situatie (Wachtendonk, 2021b).

Grondwaterstanden van 10-25 cm -mv (licht blauw) beslaan vrijwel het hele gebied. Op de hogere zandkoppen zijn de grondwaterstanden al dieper gelegen van 40-120 cm -mv (geel en licht bruin). Deze koppen zijn vooral in de winter van belang wanneer de grondwaterstanden ook daar relatief hoog stijgen en de opbolling in de zandkoppen voor lokale kwelsystemen 67

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

zorgen. Door de grootte van de gridcellen (25x25m) worden de positieve effecten van lokale kwel in de modelresultaten niet zichtbaar. De locaties met de vereiste voorjaarsgrondwaterstanden zijn beperkt aanwezig en wordt bevestigd door de standen van de puntlocaties (Tabel 6.2).

Figuur 6.12 Zomergrondwaterstanden in de toekomstige situatie (Wachtendonk van, 2021b).

De zomergrondwaterstanden zakken diep uit in het gebied (Figuur 6.12). Grondwaterstanden ondieper dan 40 cm onder maaiveld komen niet voor. Grondwaterstanden van 40-80 cm –mv (geel) komen alleen op de allerlaagste delen in het gebied voor in de omgeving Roelinksbeek en zuidwesthoek Agelerbroek. De zone met grondwaterstanden van 80 tot 120 cm –mv (oranje) liggen min of meer diagonaal over het gebied van zuidoost naar noordwest en de aangrenzende zone met grondwaterstanden van 120 tot 160 cm –mv (licht rood) grenzen daar zuidelijk en noordelijk tegenaan. De locaties met de vereiste zomergrondwaterstanden zijn beperkt aanwezig en wordt bevestigd door de berekende waarden van de puntlocaties (Tabel 6.2). Ecologisch vereiste grondwaterstanden (GVG en GLG) Tabel 6.2 Ecologisch vereiste grondwaterstanden (GVG en GLG)

habitattype Blauwgrasland Vochtig alluviaal bos

voorjaarsgrondwaterstand 0 tot 0,25 m +0,1 tot - 0,1 m

zomergrondwaterstand 0,75 0,5 m (veen) tot 0,8 (op leembodem) Droogtestress < 1,25 m

68

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Tabel 6.3 Berekende grondwaterstanden. Vetgedrukt de GVG en GLG toekomstige situatie (Wachtendonk van, 2021b).

Locatie

Maaiveld

GLG t.o.v. mv

GLG t.o.v. mv

GVG

GVG

t.o.v. mv

t.o.v. mv

Omschrijving

(m t.o.v. NAP)

(cm)

(cm)

(cm)

(cm)

1. Agelerbroek zuidwest - vochtig alluviaal bos(veen)

20,36

97

89

14

12

2. Agelerbroek west - zwak gebufferd ven

20,17

91

80*

10

7*

3. Agelerbroek west - vochtig alluviaal bos (veen)

20,49

139

127

46

26

4. Agelerbroek centrum - vochtig alluviaal bos (veen) (evt. uitbreiding)

20,27

146

130

34

18

5. Agelerbroek centrum - vochtig alluviaal bos (veen)

20,17

132

119

25

18

6. Agelerbroek oost blauwgrasland

20,16

94

78

13

-1

7. Agelerbroek zuid vochtig alluviaal bos (leem)

20,18

138

117

33

17

8. Agelerbroek oost - broekmaten (geen habitat)

20,80

158

145

54

32

9. Voltherbroek noord - west van Roelinksbeek vochtig alluviaal bos (leem)

20,43

95

83

18

11

10. Voltherbroek noord - oost van Roelinksbeek vochtig alluviaal bos (leem)

20,46

107

94

18

13

11. Voltherbroek Broekweg west vochtig alluviaal bos (leem)

21,80

182

181

69

66

12. Voltherbroek Twelweg west vochtig alluviaal bos (leem)

20,76

121

114

21

17

13. Voltherbroek Oude broekweg west - vochtig alluviaal bos (leem)

20,76

94

92

12

12

14. Voltherbroek Roelinksbeek zuid - vochtig alluviaal bos (leem)

20,54

83

78

9

8

15. Voltherbroek Broekweg west - vochtig alluviaal bos (leem)

20,70

110

102

17

15

16. Voltherbroek Beekmeden noord – blauwgrasland (leem)

21,01

120

114

22

18

17. Voltherbroek Beekmeden zuid – blauwgrasland (leem)

21,31

127

123

24

20

18. Voltherbroek Wiekermedenweg zuid - eikenhaagbeukenbos (leem)

21,71

130

127*

27

24*

21. Voltherbroek Twelweg west vochtig alluviaal bos (leem)

21,50

105

103

16

14

Kleurlegenda: donkergroen = voldoet, middengroen = voldoet bijna, lichtgroen = voldoet aan leembodem of droogtestress en wit = voldoet niet of is niet onderzocht

69

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Conclusies 1. Forse verbetering van de standplaatscondities als gevolg van de hydrologische maatregelen. Desondanks zijn er een aantal locaties die na uitvoering van de maatregelen niet (geheel) voldoen aan verschillende onderdelen van het toetsingskader. Enige nuancering is op zijn plaats (grondwatermodel is niet geschikt om lokale systemen blauwgrasland - lokale kwel mee te nemen, buffering vanuit lokale leemlagen). De GLG op de veengronden in het gebied is te laag. Qua vochtvoorziening (droogtestress) voldoet het maatregelenpakket maar op de veenbodems blijven grondwaterstanden (te) diep wegzakken om met zekerheid oxidatie van organisch materiaal te voorkomen. Daarom wordt vanuit deze toetsing aangegeven dat monitoring noodzakelijk is voor: Basentoestand (met name blauwgraslanden, zie Natura 2000 beheerplan 2016 - herhaling locaties Loeb); Grondwaterkwaliteit; Grondwaterstanden; Oppervlaktewaterpeilen (o.a. i.r.t. elzenbroekbos, type met moeraszegge). 2. Het Voltherbroek en Agelerbroek is op hoofdlijnen een opgevulde geul met zand tussen twee stuwwallen. Naast grondwaterinvloeden was er historisch gezien ook forse invloed van inundaties, en dat deze, gezien de waterkwaliteitsproblemen, niet te herstellen is.

Dat maakt dat een alternatieve strategie (namelijk het herstellen van grondwaterinvloed en annex daaraan inundaties in de laagste delen met gebiedseigen water) op dit moment de enige herstelstrategie is die recht doet aan de ecologische vereisten die de doelen stellen. Kwel neemt toe en wegzijging neemt af. De absolute waarden van de verbetering variëren van +1 mm/dag tot –1 mm/dag. De kwel verbetert, maar op een flink aantal locaties wordt de kwel niet of onvoldoende hersteld. Het ecologisch toetsingskader geeft voor de blauwgraslanden 0,5-1 mm/dag, maar optimaal is > 1mm/dag. Een positieve bijdrage valt te verwachten van de kwel door de lokale systemen. Wanneer de kwelflux verbetert zal de doorstroming van het water ook verbeteren. De grootste verbetering gaat plaatsvinden aan de westzijde in het Agelerbroek. De keuze is om de waterlopen die leemlagen doorsnijden te dempen dan wel te verondiepen, net als de diepste sloten op andere plekken. Maar om niet alle greppelsystemen aan te pakken in verband met schade aan het bos in relatie tot het potentieel effect op de waterhuishouding. Op locaties waar de kwelflux niet of beperkt verbetert zal voorafgaand aan de uitvoering op basis van een gedetailleerde hoogtekaart en veldonderzoek de afvoer van het oppervlakte in beeld gebracht moeten worden. 3.

De duur van de grondwaterstanden verbetert op vele locaties, en reikt tot in de wortelzone. Voor de blauwgraslanden gaan de grondwaterstanden van 0 tot 30 cm -mv met een overschrijdingsduur van 30% voldoen aan de ecologische vereisten. Ook voor het vochtig alluviaal bos zullen de verbeteringen van de overschrijdingsduur van 25 tot 30% van standen hoger dan 10 cm -mv op meerdere locaties in het Voltherbroek en het Agelerbroek aan de ecologische randvoorwaarden voldoen. 4. De voorjaarsgrondwaterstanden verbeteren flink. Standen boven maaiveld zijn rond half april een uitzondering Grondwaterstanden van 10 tot 25 cm –mv komen het meest voor en voldoen daarmee aan de ecologische vereisten van blauwgrasland en deels aan die van vochtig alluviaal bos. Een aanzienlijk deel voldoet bijna aan die vereisten. 5. De zomergrondwaterstanden zakken diep uit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vochtvoorziening (droogtestress) en de mate waarin daaraan wordt voldaan en de GLG, die ook gelinkt is aan veenoxidatie (en daarmee aan de hydrologie op plekken met maaivelddaling en de aangrenzende flanken op zand). Voor de blauwgraslanden in de Beekmeden blijft de zomergrondwaterstand te laag. Ook voor een aantal locaties van vochtig alluviaal bos blijft de zomergrondwaterstand te laag.

Alle hydrologische maatregelen leiden tot een verbetering van de ecologische vereisten van de habitattypen blauwgrasland en vochtig alluviaal bos. Maar ook de overige typen en de habitatrichtlijnsoorten kamsalamander en zeggekorfslak liften mee op de voorgestelde hydrologische maatregelen. Het geheel kan dan ook als een stevige verbetering beoordeeld worden, maar berekeningen op de concrete standplaatsen met modelgegevens laten zien dat niet overal de knelpunten opgelost worden. Monitoring moet uitwijzen in hoeverre de gestelde Natura 2000-doelen zullen worden gerealiseerd. Voor vochtig alluviaal bos en blauwgrasland is nader onderzoek voor uitvoering op grondwaterkwaliteit, basenverzadiging en grondwaterstanden nodig (zie boven). Bij vochtig alluviaal bos moeten ook inundatieduur laagtes worden meegenomen in verband met de ontwikkelingen in het type elzenbroekbos met moeraszegge. Vanuit Natura 2000 is de vraag in hoeverre dit maatregelenpakket zorgt voor behoud (achteruitgang kwaliteit voorkomen is minimale vereiste) en aanzetten tot kwaliteitsverbetering. Beide zijn op basis van deze analyse nog niet overal te garanderen.

70

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Referenties Aggenbach, C.J.S., 2021. Duurzaamheid van basenminnende schraallanden in kwelzones. Monitoring 1989-2020 Stroothuizen, Punthuizen en Lemselermaten. Rapport nummer OBN-28-BE, VBNE, Driebergen. Kieskamp A.A.M. & L.J.L. van den Berg, 2019. Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek. Definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces. Unie van Bosgroepen, Ede. Provincie Overijssel, 2016. Natura 2000 beheerplan Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek. Provincie Overijssel, Zwolle. Van den Berg L. & H. Smeenge, 2017. Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek– Uitwerking maatregelenpakket. Unie van Bosgroepen, Ede. Van den Berg L., H. Smeenge, A. Kieskamp, B. van Duijn (UvB) & A. van Wachtendonk (RHDHV), 2018. Grondwaterkwantiteit en –kwaliteit voor Vochtig alluviale bossen en Blauwgraslanden (ecologisch toetsingskader). Unie van Bosgroepen, Ede. Stroet R. & A. van Wachtendonk, 2021a. Huidige situatie Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. RHDHV, Amersfoort. Wachtendonk van A., 2021b. Toekomstige situatie Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (AVAV). RHDHV, Amersfoort.

6.1.3 Effecten overige natuurmaatregelen Afschrapen strooisellaag Het afschrapen van de strooisellaag is een maatregel om opgehoopte stikstof af te voeren. Door het kleinschalig afschrapen van de strooisellaag keert de voor blauwgrasland kenmerkende vegetatie terug, daar waar deze is verdwenen. Ook worden ernstig vergraste delen weer vrijgesteld van Pijpenstrootje. Het afschrapen kan echter ook nadelige effecten hebben op de buffercapaciteit van de bodem. Door de afvoer van de organische laag neemt de buffercapaciteit van de bodem drastisch af en is deze bodem niet meer in staat om stikstof te bufferen. Daarom wordt het afschrapen van de strooisellaag binnen de natuurgebieden slechts op zeer beperkte schaal en diepte toegepast. Boskap Kleinschalige boskap op locaties aan de randen van blauwgrasland leidt tot een kwaliteitsverbetering en uitbreiding van het oppervlak van laatstgenoemde habitattype. Het kappen van bomen en/of verwijderen van opslag geeft ruimte voor korte vegetatie, meer licht en minder verdamping. Hervatten hooilandbeheer Hooilandbeheer leidt tot uitbreiding en verbetering van de kwaliteit van blauwgraslanden. Alvorens dit beheer hervat kan worden, wordt eenmalig de opslag (inclusief stobben) verwijderd. Dit zorgt ervoor dat er geen obstakels meer in het veld aanwezig zijn die het toekomstige beheer belemmeren.

Bemestingsmaatregelen De bemestingsmaatregelen zorgen ervoor dat er (op termijn) geen nutriënten meer af- of uitspoelen naar de habitattypen waardoor eutrofiering en daarmee verruiging (bijv. door braam of grassen) wordt tegengegaan. Hierdoor worden de groeiomstandigheden voor de habitattypen verbeterd, heeft de habitateigen vegetatie meer ontwikkelruimte en neemt de kwaliteit van de habitattypen toe.

6.2 Effecten op overige functies Ook de effecten van maatregelen op de overige functies zijn in beeld gebracht. Onderstaand kaartbeeld (Figuur 6.13) geeft het effect weer van de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) na uitvoering van de maatregelen. Bemestingsbeperkende maatregelen en/of vernatting leidt tot verminderde geschiktheid van agrarische percelen voor o.a. reguliere graslanden en akkerbouw. Het is voor de hand liggend om deze percelen om te vormen naar natuur omdat ze door de vernatting en het beperken van bemesting minder geschikt of ongeschikt zijn voor reguliere landbouw en omdat ze in de meeste gevallen hogere natuurpotenties krijgen.

71

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.13 Vlakdekkend kaartbeeld toekomstige GHG na uitvoering definitief maatregelenpakket (bron: RHDHV, juli 2021).

Om toch ruimte te blijven bieden aan andere vormen van landbouw wordt de agrarische bestemming, zij het met beperkingen, gehandhaafd. Wanneer eigenaren wensen om deze percelen om te zetten in natuur, dan is dat mogelijk. Dit laatste bepaald de grondeigenaar zelf en kan in de PIP-procedure door middel van een zienswijze kenbaar worden gemaakt.

6.2.1 Landbouw De effecten op de omliggende landbouwpercelen zijn in beeld gebracht door de verwachte toekomstige grondwaterstanden mee te nemen in de gebruikswaarde van de percelen, en deze af te zetten tegen de huidige gebruikswaarde van de percelen. Verandering in bodemgeschiktheid voor grasland/weidebouw In de toekomstige situatie blijven de natste delen van het gebied in dezelfde geschiktheidsklasse liggen, omdat deze al in de natste classificering liggen en een verdere vernatting in dit systeem dus niet tot uiting komt. De geschiktheid van de grond en met name de berijdbaarheid en bewerkbaarheid nemen wel verder af. Langs de Twelweg wordt de zone met de natste classificering groter door de vernatting die er plaatsvindt vanuit het natuurgebied. Langs de Laarweg treedt door het verwijderen van drainage een vernatting op, die ervoor zorgt dat deze gronden ook in de natste classificering vallen. Plaatselijk is er een lichte verbetering te zien in de bodemgeschiktheid; daar waar eerst risico was op droogte, zal dat met stijgende grondwaterstanden verbeteren. Verandering in bodemgeschiktheid voor akkerbouw (maisteelt) De verandering voor akkerbouw laat grotendeels hetzelfde patroon zien als voor grasland, maar de gebieden die last krijgen van natte omstandigheden (natste classificering) zijn voor akkerbouw in de toekomstige situatie groter dan bij grasland.

Dit komt omdat akkerbouw minder goed tegen nattere omstandigheden kan en is het duidelijkst zichtbaar langs de Steenmatenweg. Effecten nat- en droogteschade Langs de Steenmatenweg neemt de natschade toe door het verwijderen van de drainage. Ten zuiden van de Agelerbroekweg treedt een toename in natschade op met een lichte uitstraling ten noorden van het zandpad. Rondom de Hunenborg neemt de natschade toe met 25%. Rondom het Voltherbroek zijn de effecten minder groot, het is vooral langs de Laarweg waar de natschade toeneemt. Droogteschade neemt over het algemeen af. Er zijn een paar plekken waar door zakkende grondwaterstanden wel een stijging in droogteschade optreedt. Dit gebeurt in de directe omgeving van de Nieuwe Peijinksbeek aan de westkant van het natuurgebied. De patronen van opbrengstderving voor mais in de toekomst in droge of natte omstandigheden zijn vergelijkbaar 72

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

met die van gras, maar bij mais is de opbrengstderving groter dan die van gras. Mais, of akkerbouwgewassen, zijn gevoeliger voor lage grondwaterstanden. Het toekomstige scenario kleurt voor mais dan ook roder (meer droogteschade) dan voor gras.

6.2.2 Erven en wegen Hieronder worden de effecten van de natuurherstelmaatregelen op erven en wegen in en rondom het gebied beschreven. Mitigerende maatregelen zijn beschreven in paragraaf 6.3 Mitigerende maatregelen. De beschreven mitigerende maatregelen worden verder uitgewerkt in de realisatiefase van het project op basis van per woning uitgevoerde bouwkundige inspecties. Erven Er zijn een tiental woningen binnen het plangebied waar in de huidige situatie sprake is van vochtproblematiek in de woning (of kelder). Voor een aantal woningen ten westen van het Voltherbroek zal de grondwatersituatie na uitvoering van de maatregelen verbeteren. Dit omdat er een betere interne afvoer wordt gerealiseerd, die aansluit op de (nieuwe) Peijinksbeek. In deze gevallen wijzigt het grondwaterpeil niet maar worden de hogere pieken afgevlakt. Voor de overige woningen geldt dat de grondwaterstanden hoger worden en de periode met hogere waterstanden langer, waardoor de vochtproblematiek mogelijk toeneemt. Er zijn een aantal woningen binnen het plangebied, waar het grondwatermodel na uitvoering van de maatregelen een vernatting laat zien. De gemiddeld hoogste grondwaterstanden (GHG) nemen als gevolg van de natuurherstelmaatregelen ter plekke van de erven toe met ca. 5 tot 20 cm.

Bij alle woningen zijn inmiddels peilbuizen geplaatst waardoor de grondwatersituatie op dit moment en na uitvoering van de maatregelen wordt gemeten. Het monitoringsplan gaat uit van monitoring van de grondwaterstanden over een termijn van ten minste 8 jaar na uitvoering van de maatregelen. Wegen Door de gemeente Dinkelland is onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige drooglegging van de gemeentelijke en particuliere wegen in en rond het Natura 2000-gebied. Als gevolg van de veranderende hoogte van de grondwaterstanden (berekend met het grondwatermodel) is op 19 locaties in het gebied met behulp van het AHN2 hoogtebestand bepaald dat de toekomstige minimale drooglegging niet voldoende is (drooglegging bij hoge grondwaterstanden (GHG)). De locaties zijn weergegeven in Figuur 6.14 en Tabel 6.4. Ook is gekeken naar het wegtype en de wegdekverharding. Er wordt een norm van 80 cm drooglegging gehanteerd. Op die plaatsen waar de berekende drooglegging minder dan 0,80 meter bedraagt is sprake van een vergroot risico op schade aan de wegen. De Laarweg (locaties 2 en 3) komt met de maatregelen in dit inrichtingsplan te vervallen om ruimte te bieden aan verbreding van de Roelinksbeek; het fietspad blijft bestaan, maar wordt waar nodig verlegd.

Alle wegen, waarbij de drooglegging niet voldoende is, zijn op de plankaart weergegeven als ‘mitigerende maatregel drooglegging weg.’ De benodigde aanpassingen aan de wegen worden nader uitgewerkt in de realisatiefase in overleg met de wegbeheerder.

Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.14 Overzicht locaties wegvakken. 73

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Tabel 6.4 Overzicht wegvakken waarvan toekomstige drooglegging nog wordt getoetst. Nr. Locatie Wegdek Opmerking Lengte 1 Enktemorsweg zand 230 2 Laarweg* zand met betonfietspad 242 3 Laarweg* zand met betonfietspad 632 4 Wiekermedenweg zand 879 5 Oude Broekweg zand particulier 274 6 Oude Broekweg zand 735 7 Broekweg zand 683 8 Beekmedenweg zand particulier 365 9 Twelweg zand met betonfietspad 366 10 Broekmatenweg asfalt 447 11 Sluisweg zand particulier 381 12 langs Tilligterbeek zand particulier 651 13 Steenmatenweg zand 232 14 Laarweg asfalt 233 15 Broekweg zand 899 16 Schreursweg zand 169 17 NAM toegangsweg asfalt particulier 475 18 Steenmatenweg asfalt 898 19 Agelerbroekweg zand 1287 * komt te vervallen.

6.2.3 Recreatie Er zijn met de natuurherstelmaatregelen geen effecten op de recreatieve functies in of rondom het gebied. Bestaande routes blijven gehandhaafd. Wel bieden de meekoppelkansen, beschreven in paragraaf 5.7 Meekoppelkansen, een mogelijkheid de recreatieve belevingswaarde en gebruikswaarde te vergroten. De kanaalkruising voegt een nieuwe beleving en markant punt aan de route langs het kanaal toe (paragraaf 5.4.2 Kanaalkruising).

6.2.4 Ruimtelijke kwaliteit Herstel van de hydrologie in het gebied en aanpassing van de beken dragen bij aan de doelstellingen op landschapsschaal (paragraaf 2.4 Natuurdoelen en doelstellingen). De Tilligterbeek en Roelinksbeek komen aantrekkelijker en herkenbaarder in het landschap te liggen. Het herstel van het hydrologische systeem is bij de kanaalkruising het meest tastbaar. Het doorsnijden van het kanaal zorgt voor zichtbaar herstel van de historische, hydrologische relatie tussen het Voltherbroek en het Agelerbroek en biedt meekoppelkansen voor recreatie en beleving van natuurherstel. Aan de andere kant zorgt het doorbreken van het kanaal ervoor dat deze cultuurhistorische, autonome lijn wordt onderbroken. Om deze lijn herkenbaar te houden lopen zichtlijnen over het kanaal door en dat geldt ook voor de routes langs het kanaal. Hierin wordt voorzien door de aanleg van een brug over de beken en door de vegetatie bij de kruising laag te houden, waardoor de openheid en het beeld van de laanbeplanting langs het kanaal herkenbaar blijft. Doormiddel van het plaatsen van informatieborden die aansluiten op het ‘routenetwerk Twente’ wordt de ruimtelijke kwaliteit ook zichtbaar/begrijpelijk gemaakt. Het plaatsen van deze borden valt onder de meekoppelkansen (paragraaf 5.7 Meekoppelkansen).

Voorgenomen maatregelen hebben verder geen effect op normatieve uitspraken uit de Omgevingsvisie van Overijssel.

6.3 Mitigerende maatregelen Erven Er is, op basis van de beschikbare informatie, onderzoek gedaan naar risico op toekomstige natschade/vochtproblematiek aan gebouwen op erven als gevolg van de natuurherstelmaatregelen. Er zijn in totaal een tiental erven, liggend aan de Voltherbroekweg, Schipweg, Laarweg, Broekmatenweg en Steenmatenweg, in dit onderzoek meegenomen. Van de onderzochte erven zijn er bij 2 concrete maatregelen voorgesteld. Deze erven staan op de verbeelding van het inrichtingsplan als ‘mitigerende maatregelen natschade gebouwen’. Op het erf aan de Laarweg gaat het om effectgerichte maatregelen zoals het injecteren van (kelder)wanden. Op het erf binnen het Voltherbroek is een brongerichte maatregel voorgesteld; hier dient er een drainageleiding rondom de woning te worden aangelegd die het peil op 0,6 m – maaiveld houdt (wat gelijk is aan de huidige situatie). De drainage kan afwateren op de watergang langs de Voltherbroekweg. De maatregelen worden technisch uitgewerkt in de realisatiefase waarin gekomen wordt tot een definitief maatregelenpakket voor deze erven. Op een aantal erven is/wordt aanvullend onderzoek gedaan, omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of er in de toekomst problemen ontstaan. Deze erven staan op de kaart als ‘nader onderzoek mitigerende maatregelen natschade’. Er is o.a.

onderzoek gedaan naar de aanlegdiepte van de funderingsconstructie en de kwaliteit van mogelijk aanwezige funderingsmetselwerk. Hiervoor zijn zo nodig ontgravingen, inspecties en inmetingen uitgevoerd. De hieruit voortkomende maatregelen worden verwerkt in het definitief ontwerp (DO). Bij een aantal erven is er sprake van de aanwezigheid van mestkelders, waarvan een opdrijfrisico niet is uit te sluiten. Er is daarom aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het opdrijfrisico bij de voorgenomen verhoging van de grondwaterstand. De eventuele benodigde maatregelen om dit te voorkomen technisch uitgewerkt.

74

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Erven uit landinrichting Voorafgaande aan de Natura 2000 opgave zijn in het kader van de landinrichting al een aantal erven door Aveco de Bondt (voorheen Wareco) beoordeeld op natschade uit het verleden. Met de betreffende eigenaren is een overeenkomst gesloten.

Figuur 6.15 De bruine ‘spelden’ zijn locaties onderzochte erven i.k.v. landinrichting (Wareco, februari 2019). Ondergrond verschilkaart GHG 2021.

Wegen Om voldoende drooglegging van de wegen in en rond Agelerbroek en Voltherbroek te behouden, zonder een negatief effect te genereren op de habitattypen, zullen de wegen opgehoogd worden. In totaal gaat het aan openbare (gemeentelijke) wegen om ca. 500 m aan asfaltweg, ruim 5 km aan zandweg en 1 km aan betonfietspad. Bij het ophogen van de wegen dient rekening gehouden te worden met behoud van laanbeplantingen; de technische uitwerking van de maatregelen wordt in de realisatiefase opgepakt. Over de particuliere wegen moet met de betreffende eigenaar afgestemd worden over passende maatregelen.

75

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 6.16 Mitigerende maatregelen erven en wegen.

76

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

7. Richting realisatiefase 7.1 Aanvullende onderzoeken 7.1.1 Nadere detailleringsopgaven Zoals al is op te maken uit de voorgaande 2 hoofdstukken liggen er voor de realisatiefasen nog de nodige nadere detailleringsopgaven. Dit gaat voornamelijk om een nadere technische detaillering van een maatregel om op het gelijke detailniveau te komen met de andere maatregelen. Dit gaat o.a. nog om de volgende punten: Uitwerken beide vistrappen; Uitwerken cascades naar vispaaiplaatsen Agelerbroek noord; Uitwerken kanaalkruising; Nader uitwerken mitigerende maatregelen wegen; Onderzoek en uitwerken van mitigerende maatregelen bij erven; Onderzoek noodzaak gemaal Twelweg en nader uitwerken maatregelen.

7.1.2 Overige (conditionerende) onderzoeken De onderzoeken die nodig zijn als onderbouwing voor dit inrichtingsplan en het Voorontwerp Provinciaal Inpassingsplan zijn in de planuitwerkingsfase uitgevoerd (niet limitatief): Bureauonderzoek Archeologie; Bureauonderzoek Niet Gesprongen Explosieven (NGE) (tegenwoordig Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten genoemd). Dit onderzoek is relevant gezien de bomkraters als gevolg van dumpingen van explosieven tijdens de Tweede Wereldoorlog; Bureauonderzoek Flora en Fauna; Verkennend bodemonderzoek. Onderzoek naar de aanwezigheid van bodemvervuilingen; Onderzoek naar Kabels & Leidingen. Daarnaast zal voor het bepalen van mitigerende maatregelen en het vaststellen van schade mogelijk op niveau van individuele eigenaren aanvullende onderzoeken uitgevoerd moeten worden. Te denken valt hierbij aan het technisch uitwerken van mitigerende maatregelen. Ook dient voor het nader uitwerken van maatregelen op natuurpercelen bodemonderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van nutriënten. Deze bodemonderzoeken vormen ook weer de basis voor de nog op te stellen uitmijnadviezen.

7.2 Uitvoeringsplan In het Contractering- en uitvoeringsplan Agelerbroek & Voltherbroek is aangegeven in welke volgorde de maatregelen worden uitgevoerd. Ook het werken volgens de natuurkalender speelt daarin een rol. Aan dat laatste wordt in de realisatiefase via een ecologisch werkprotocol nadere invulling gegeven. Het ecologisch werkprotocol wordt opgesteld in overleg met Staatsbosbeheer.

7.3 Beheer natuurgronden Op een deel van de percelen verandert de functie van een agrarische functie naar een natuurfunctie. Op deze percelen dient een beheerpakket conform de Subsidieregeling Natuur & Landschap (SNL) te worden vastgelegd. In overleg met deskundigen is hiervoor alvast een advies gegeven waar percelen veranderen van een agrarische functie naar een natuurfunctie. Ook veranderen her en der bestaande beheertypen in andere beheertypen. Ook hiervoor, zover dit nu mogelijk is, is een voorstel gedaan voor een verandering in beheertype. We adviseren N12.02 Kruidenrijk en faunarijk grasland als “instap” natuurbeheertype.

7.4 Monitoring De effecten van de voorgestelde maatregelen op de instandhouding van de natuurdoelen en op het landbouwkundig gebruik zijn in het inrichtingsplan vastgesteld op basis van modelmatige berekeningen. Om tijdens en na realisatie de effecten in de praktijk te toetsen aan de theoretische effectberekeningen, wordt een monitoringsplan opgesteld. Onderdeel van het monitoringsplan is het inrichten van een meetnet, waarbij op alle erven binnen het uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 en op verschillende strategische punten in en rond het uitwerkingsgebied peilbuizen zijn geplaatst. De peilbuizen zijn in overleg met de eigenaar geplaatst. De peilbuisdata zijn door de eigenaar zelf af te lezen in het DINO-loket. Op deze manier ontstaat er volledige transparantie voor wat betreft de effecten van de maatregelen op de grondwaterstanden en worden eventuele afwijkingen vroegtijdig gesignaleerd. In het monitoringsplan wordt ook ingegaan op de mogelijkheden om gedurende of na realisatie bij te sturen (en de kaders waarbinnen dat kan). Monitoring van de instandhoudingsdoelen in de Natura 2000-deelgebieden vindt plaats door middel van monitoring van de procesindicatoren binnen de verschillende habitattypen. Dit wordt uitgevoerd door de provincie Overijssel. Daarnaast vindt er jaarlijks een veldbezoek plaats (met o.a.

provincie Overijssel en Staatsbosbeheer) waarbij de ontwikkeling van de habitattypen en maatgevende soorten in het veld worden bekeken. 77

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

7.5 Ruimtelijke procedure en vergunningen De voorgestelde maatregelen zijn niet uit te voeren zonder de nodige besluiten, vergunningen en ontheffingen. Ten behoeve van de realisatiefase is een vergunningsinventarisatie uitgevoerd (Gemeente Dinkelland, maart 2020). Onderstaand volgt een globale opsomming hiervan: Provinciaal inpassingsplan (PIP); (Vormvrije) MER-beoordeling; Omgevingsvergunning daar waar maatregelen niet obstakelvrij zijn gemaakt in het PIP; Watervergunning; Ontgrondingsmelding; Monumentenvergunning (Hunenborg). De planologische verankering, vergunningen en ontheffingen worden voorafgaand aan de uitvoering in procedure gebracht of aangevraagd. De inhoud van de aanvragen of meldingen is deels afhankelijk van nadere uitwerking van maatregelen. Uitvoering van een deel van de in dit inrichtingsplan beschreven maatregelen past niet binnen de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Dinkelland. Voor een deel van het gebied waar de maatregelen plaatsvinden is een functiewijziging noodzakelijk. Hiervoor wordt een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) opgesteld. Dit ruimtelijk plan vormt de juridisch-planologische basis voor de realisatie van de maatregelen.

Om aan te tonen dat de voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de eis van een goede ruimtelijke ordening wordt in de toelichting van het ruimtelijk plan onder andere beschreven wat de invloed is op een aantal omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld ecologie, water, archeologie en bodemkwaliteit.

7.6 Schadeafhandeling Eigenaren die schade ondervinden als gevolg van de maatregelen worden hierin gecompenseerd. In eerste instantie wordt onderzocht of met mitigerende maatregelen schade kan worden voorkomen of beperkt. Is dat niet mogelijk dan wordt in overleg met de eigenaar gezocht naar financiële compensatie. Ook is het soms mogelijk een eigenaar in grond te compenseren. Hiervoor worden door de provincie Overijssel overeenkomsten gesloten met de betreffende eigenaren of gebruikers. In de overeenkomsten die de eigenaren met de provincie sluiten, wordt ook opgenomen op welke wijze wordt omgegaan met afwijkingen die ontstaan ten opzichte van de gehanteerde uitgangspunten bij de schadebepaling vooraf. Deze schades kunnen worden gemeld bij het Schadeloket van Provincie Overijssel. Hierin werken de waterschappen en provincie Overijssel samen. Op deze manier is er ook na realisatie van de maatregelen een verantwoordelijke partij, die op schades kan worden aangesproken.

78

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Literatuurlijst -

-

-

-

-

-

-

Aggenbach, C.J.S., Groenendijk, D., Kemmers, R.H., Kleef, H.H. van, Smolders, A.J.P. Verberk, W.C.E.P. & Verdonschot P.F.M., 2009. Preadvies beekdallandschappen; Knelpunten, kennislacunes en kennisvragen voor natuurherstel in beekdalen. Ministerie van LNV, directie IFZ/Bedrijfsuitgeverij. Aggenbach, C.J.S., R. van Diggelen, A.P. Grootjans, H.H. van Kleef, L.P.M. Lamers & A.J.P. Smolders, 2011. Pilotstudie herstel veenvormende zeggenbegroeiingen in beekdalen. Den Haag: Directie Kennis en Innovatie, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Bakker, M.A.J., C. den Otter & H.J.T. Weerts, 2003. Beschrijving Formatie van Drenthe. Lithostratigrafische nomenclator van de ondiepe ondergrond. Berg M.W. van den & C. den Otter, 1993. Toelichting bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Almelo Oost/Denekamp (280/29). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Beije, H.M., A.J.M. Jansen, Q.L. Smits & N.A.C. Slings, jaar onbekend. Herstelstrategie H6410: Blauwgraslanden. Boleij, J., 2017. NATURA2000 DINKELLAND. Oppervlaktewatersysteem Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Arcadis. 's Hertogenbosch. Boleij, J., 2018. Ontwerp oppervlaktewatersysteem rond N2000 AVAV. Arcadis. Boesveld, A. & V. Kalkman, 2007. Verspreiding en habitat van de zeggekorfslak Vertigo moulinsiana in Zuid-Holland. Leiden: EIS, Stichting European Invertebrate Survey – Nederland.

Buijs, E., 2011. Onderzoek bodemopbouw Achter de Voort. Buijs Hydro-Ecologisch Onderzoek en Advies. Heeten. Buishand, T.A., T. Brandsma, G. de Martino & J.N. Spreeuw, 2011. Ruimtelijke verdeling van neerslagtrends in Nederland in de afgelopen 100 jaar. H2O 44, 24, 31-33 Projectgroep Habitatkartering, 2012. Methodiekdocument kartering habitattypen Natura 2000. Jalink, M.H. en A.J.M. Jansen, 1995. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiëring van grondwaterafhankelijke beekdalgemeenschappen. Deel 2 uit de serie ‘Indicatorsoorten’. Staatsbosbeheer Driebergen. Jansen, P.C., 1981. Verwerking, interpretatie en toepassingsmogelijkheden van grondwaterstandsgegevens met behulp van overschrijdingsduurlijnen. ICW Wageningen. Kieskamp, A.A.M. & L.J.L. van den Berg 2019. Achter de voort, Ageler- en Voltherbroek definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces. Unie van Bosgroepen Kluin, D. 2015. Verkenning Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek gemeente Dinkelland i.o.v. Samen Werkt Beter Lucassen, E.C.H.E.T & J.G.M. Roelofs, 2016. Uitwerking onderzoeksvragen gerelateerd aan bodemonderzoek, grondwaterkwaliteit en inschatting interne eutrofiëring. Onderzoekcentrum B-WARE. Nijmegen. Lucassen, E.C.H.E.T., A.J.P. Smolders & J.G.M. Roelofs (2002).

Potential sensitivity of mires to drought, acidification and mobilisation of heavy metals: the sediment S/(Ca+Mg) ratio as diagnostic tool. Environmental Pollution 120: 635-646. Lucassen, E.C.H.E.T. (2004a) Biogeochemical constraints for restoration of sulphate-rich fens (black alder forests). Proefschrift Catholic University of Nijmegen, ISBN 90-9017602, 150 pp. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Van de Crommenacker, J. & J.G.M. Roelofs (2004b) Effects of stagnating sulphaterich groundwater on the mobility of phosphate in freshwater wetlands: a field experiment. Archiv für Hydrobiologie 160: 117-131. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Van der Salm, A.L. & J.G.M. Roelofs (2004c) High groundwater nitrate concentrations inhibit eutrophication of sulphate-rich freshwater wetlands. Biogeochemistry 67: 249-267. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Lamers, L.P.M. & J.G.M. Roelofs (2005a) Water table fluctuations and groundwater supply are important in preventing phosphate eutrophication in sulphate-rich fens: consequences for wetland restoration. Plant and Soil 269: 109-115. Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P. & J.G.M. Roelofs (2005b) Effects of temporary desiccation on the mobility of phosphorus and metals in sulphur-rich fens: differential responses of sediments and consequences for water table management. Wetlands Ecology and Management 13: 135-148.

Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P., Boedeltje, G., Van den Munckhof, P.J.J. & J.G.M. Roelofs (2006) Groundwater input affecting plant distribution by controlling ammonium and iron availability. Journal of Vegetation Science 17: 425-434. Lucassen, E.C.H.E.T. & J.G.M. Roelofs, 2016. Uitwerking onderzoeksvragen gerelateerd aan bodemonderzoek, grondwaterkwaliteit en inschatting interne eutrofiëring. Rapport 2016.044, onderzoekscentrum B-WARE. Lucassen, E.C.H.E.T. & J.G.M. Roelofs, 2021. Onderzoek naar nitraatuitspoeling landbouwgronden westelijk van het Agelerbroek. Onderzoekscentrum B-WARE. Ministerie van LNV, 2006. Natura 2000-doelendocument. Ministerie van LNV, 2008. Natura 2000-profieldocumenten voor habitattypen Mars, H. de, 1996. Chemical and physical dynamics of fen hydro-ecology. Utrecht: Dissertatie Universiteit Utrecht. Mullekom, M. van, E.C.H.E.T. Lucassen, M.J. Weijters, R. Bobbink, H. Tomassen & A.J.P. Smolders (2013). Van landbouw naar natuur: gericht op zoek naar kansen! De Levende Natuur 114: 120-126. Mullekom, M. van, F. Smolders & B. Timmermans, 2016. Van landbouw naar natuur: een efficiënte en effectieve aanpak. Onderzoekscentrum B-WARE & het Louis Bolk Instituut. 79

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

-

-

-

Oling, A.J., A.P. van den Berg, R.N.P. Neefjes, C.J.S. Aggenbach, R. van Dongen, M. Spek, H. Smeenge & A. Moning, 2015. Gebiedsanalyse Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Pleijter,M., J. van Berkum, W. Harder en E. van Essen, 2021. Bodem grondwater en bodemgeschiktheid landbouwgebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Aequator groen & ruimte Provincie Overijssel, 2015, Gebiedsscan Ruimtelijke Kwaliteit, randvoorwaarden en inspiratie voor de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Smolders, A.J.P., L.P.M. Lamers, M. Moonen, K. Zwaga & J.G.M. Roelofs (2001). Controlling phosphate release from phosphate-enriched sediments by adding various iron compounds. Biogeochemistry 54: Smolders, A.J.P., E.C.H.E.T. Lucassen & J.G.M. Roelofs, 2003. „Waterpeilregulatie in broekbossen: bron van aanhoudende zorg.” H2O 36 Smolders, A.J.P., L.P.M. Lamers, E.C.H.E.T. Lucassen & Roelofs J.G.M, 2006. „Internal eutrophication: how it works and what to do about it - a review.” Chemistry & Ecology 22: 93-111. Unie van Bosgroepen Staatsbosbeheer & Dienst Landelijk Gebied, 2013. Gebiedsanalyse Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek. Zwolle. Stroet, R., 2017. Huidige situatie Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek, Model huidige situatie. Royal Haskoning DHV. Amersfoort.

Stroet, R. & A. Van Wachtendonk, 2017. Notitie. Iteratief proces AVAV, Opzet scenario's 1 en 2. Royal Haskoning DHV. Amersfoort. Stroet, R., A. van Wachtendonk & L. van den Berg, 2018. Notitie. Iteratief proces AVAV: Voorstel Geoptimaliseerd maatregelenpakket (Scenario 5). Royal Haskoning DHV & Unie van Bosgroepen. Amersfoort. van den Berg, L. , A. Krikken & A. van Wachtendonk, 2018a. Notitie maatregelenpakket scenario 5. Unie van Bosgroepen en RHDHV. Ede. van den Berg, L. J. L. , H. Smeenge & B. van Duijn, 2017. Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek - Systeemanalyse. Unie van Bosgroepen. Ede. Van den Berg, L. J. L. , H. Smeenge, A. A. M. Kieskamp, B. Van Duijn & A. Van Wachtendonk, 2018b. Grondwaterkwantiteit en -kwaliteit voor Vochtige alluviale bossen en Blauwgraslanden. Unie van Bosgroepen. Ede. van den Berg, L.J.L. & H. Smeenge, 2017a. Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek – uitwerking maatregelenpakket. Unie van Bosgroepen. Ede. van den Berg, L.J.L. & H. Smeenge, 2017b. Verfijning maatregelen Achter de Voort. unie van Bosgroepen. Ede. van den Berg, Leon, Harm Smeenge, Ariët Kieskamp & Beren van Duijn, 2018c. Grondwaterkwantiteit en –kwaliteit voor Vochtig alluviale bossen en Blauwgraslanden. Unie van Bosgroepen. Ede. van den Berg, Leon 2021, Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek conclusies en aanbevelingen n.a.v.

B-WARE onderzoek naar nitraatuitspoeling landbouwgronden westelijk van het Agelerbroek. Unie van Bosgroepen. Ede. Van der Werfhorst, 2016. Geohydrologische schematisatie ter plaatse van natura 2000gebied AVAV en Lemselermaten. Waterschap Vechtstromen. van Wachtendonk, A. , L. van den Berg & A. Krikken, 2018. Notitie. Iteratief proces AVAV: geohydrologische effecten en ecologische toetsing scenario 5. Royal Haskoning DHV en Unie van Bosgroepen. Amersfoort. Agerbeek, B., J. Beuseker, 2021. Natura 2000-gebied Dinkelland, Oppervlaktewatersysteem rond Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Arcadis Aggenbach, C.J.S., 2021. Duurzaamheid van basenminnende schraallanden in kwelzones. Monitoring 1989-2020 Stroothuizen, Punthuizen en Lemselermaten. Rapport nummer OBN-28-BE, VBNE, Driebergen. Kieskamp A.A.M. & L.J.L. van den Berg, 2019. Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek. Definitief maatregelenpakket Natura 2000 – uitkomsten iteratief proces. Unie van Bosgroepen, Ede. Provincie Overijssel, 2016. Natura 2000 beheerplan Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek. Provincie Overijssel, Zwolle. Van den Berg L. & H. Smeenge, 2017. Achter de Voort, Ageler- en Voltherbroek– Uitwerking maatregelenpakket. Unie van Bosgroepen, Ede. Van den Berg L., H. Smeenge, A. Kieskamp, B. van Duijn (UvB) & A. van Wachtendonk (RHDHV), 2018.

Grondwaterkwantiteit en –kwaliteit voor Vochtig alluviale bossen en Blauwgraslanden (ecologisch toetsingskader). Unie van Bosgroepen, Ede. Stroet R. & A. van Wachtendonk, 2021a. Huidige situatie Natura 2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. RHDHV, Amersfoort. Wachtendonk van A., 2021b. Toekomstige situatie Natura2000-gebied Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (AVAV). RHDHV, Amersfoort.

80

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Bijlage 1

Kaartbeeld inrichtingsplan Agelerbroek en Voltherbroek

Versie 2 februari 2022

81

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Overzicht separate bijlagen De volgende onderzoeksrapporten zijn als bijlagen bij het inrichtingsplan gevoegd: 1.

UITWERKING ONDERZOEKSVRAGEN IN HET KADER VAN NATURA 2000 GERELATEERD AAN BODEMONDERZOEK, GRONDWATERKWALITEIT EN INSCHATTING INTERNE EUTROFIËRING Datum: 6 juni 2017 Auteurs: Esther Lucassen & Jan Roelofs B-ware rapportnummer: 2016.044 2. SYSTEEMANALYSE ACHTER DE VOORT, AGELER- EN VOLTHERBROEK Datum: 17 juni 2017 Auteurs: L.J.L. van den Berg, H. Smeenge, B. van Duijn Unie van Bosgroepen 3.

DEFINITIEF MAATREGELENPAKKET NATURA 2000 ACHTER DE VOORT, AGELER- EN VOLTHERBROEK, UITKOMSTEN ITERATIEF PROCES Datum: 27 oktober 2019 Auteurs: A.A.M. Kieskamp & L.J.L. van den Berg Unie van Bosgroepen 4.

NATURA 2000-GEBIED DINKELLAND, OPPERVLAKTEWATERSYSTEEM ROND ACHTER DE VOORT, AGELERBROEK EN VOLTHERBROEK Datum: 7 september 2021 Auteurs: Bas Agerbeek en Jeroen Beuseker Arcadis 5. GRONDWATERMODEL AVAV – BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE NATURA 2000-GEBIED Datum: 11 november 2021 Auteurs: Ron Stroet en Arjan van Wachtendonk Royal HaskoningDHV 6. GRONDWATERMODEL AVAV – TOEKOMSTIGE SITUATIE NATURA 2000-GEBIED Datum: 11 november 2021 Auteurs: Arjan van Wachtendonk Royal HaskoningDHV 7.

BODEM GRONDWATER EN BODEMGESCHIKTHEID LANDBOUWGEBIED ACHTER DE VOORT, AGELERBROEK EN VOLTHERBROEK Datum: 10 november 2021 Auteurs: Matheijs Pleijter, Jan van Berkum, Wiebe Harder en Everhard van Essen Aequator groen & ruimte 8. AVAV DEELGEBIED VOLTHERBROEK BEMESTINGSMAATREGELEN (LAARWEG EN BEEKMEDEN) Datum: 23 september 2021 Auteur Fons Eysink ecohydrologisch adviseur Provinciaal kernteam AVAV

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/597/documents/18308