CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19

Gemeenteraad 22 september 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19”42.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en o f de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek en onderzoek naar voortplantingslocaties. Veel grondgebonden zoogdieren hebben zogende jongen in deze tijd van het jaar. Er is in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf -, krab-, en bijtsporen, haren, prooireste n, pootafdrukken en uitwerpselen. Vleermuizen De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen bezetten de zomer- en kraamverblijfplaatsen in deze tijd van het jaar. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële verblijf- en rustplaatsen van vleermuizen.

Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken in het plangebied. Amfibieën Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde amfibieën. De onderzoeksperiode is geschikt voor het verspreidingsonderzoek naar amfibieën en onderzoek naar voortplantingswateren. Enkele soorten zoals heikikker, gewone pad, kamsalamand er en bruine kikker hebben de voortplanting reeds voltooid en hebben de voortplantingswateren verlaten. Deze soorten houden zich op in landhabitat. Larven van deze soorten verblijven wel in de voortplantingswateren. De kleine watersalamander en groene 21 kikkersoorten als poelkikker, meerkikker en bastaardkikker komen in het voortplantingswater voor en zitten in hun paartijd. Deze soorten kunnen in deze periode eieren in wateren afgezet hebben. In het plangebied is gelet op (roepende) amfibieën en afgezette eitjes in voortplantingswateren.

Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het plangebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten. 21 Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als: dag - en nachtvlinders, vissen, reptielen, libellen, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor d eze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en planten. In het plangebied worden geen beschermde ongewervelden verwacht zoals beschermde weekdieren (platte schijfhoren en Bataafse stroommossel) en kevers (juchtleerkever, vermiljoenkever en vliegend hert). De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten het f unctionele leefgebied van bovengenoemde soorten.

Mogelijk komen in de omgeving van het plangebied populaties voor van beschermde vlinders als teunisbloempijlstaart, kleine ijsvogelvlinder en grote vos. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor voorgenoemde soorten vanwege het ontbreken van waard planten. Vanwege het ontbreken van waardplanten van beschermde vlinders en de ligging op ruime afstand van populaties van beschermde vlinders, wordt de aanwezigheid van beschermde vlinders in het plangebied op voorhand uitgesloten. Beschermde planten zijn (grotendeels) gebonden aan natuurreservaten zoals Natura 2000 -gebied. Alle beschermde planten stellen kritische eisen aan de standplaats (vochtgehalte, zuurgraad en voedselrijkdom) en bijbehorend beheer. Dergelijke standplaatsen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het plangebied sluit ook niet aan op de eisen die beschermde vissen en libellen stellen aan het habitat. Zo ontbreken grotere open wateren en verlandingswateren. Reptielen stellen bijzondere eisen aan hun leefgebied en vanwege deze habitateisen treffen we ze vaak aan in geïsoleerde (natuur)gebieden. Buiten deze (natuur)gebieden ontbreekt (veelal) geschikt habitat en zijn reptielen niet in staat om andere gebieden te bereiken. Het plangebied ligt op enige afstand van gebieden waar reptielen voorkomen. De aanwezigheid van reptielen in het plangebied kan op voorhand uitgesloten worden.

6.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken. Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk nestelen er jaarlijks vogels in de opgaande beplanting. Het kippenhok wordt niet beschouwd als geschikte nestplaats. Voorbeelden van vogelsoorten die mogelijk in beplanting binnen het plangebied nestelen zijn: pimpelmees, koolmees, boomklever, heggenmus, merel, winterkoning, witte kwikstaart, zwartkop, vink, houtduif, zwarte kraai en roodborst. Er zijn tijdens het veldbezoek auditief en visueel huismussen waargenomen. In het plangebied zijn echter geen (oude) nesten van huismussen vastgesteld. Huismussen nestelen voornamelijk onder dakpannen van gebouwen, echter 22 zijn de dakpannen in het plangebied zeer nauwsluitend , dit sluit aanwezigheid van nestplaatsen van de huismus binnen het plangebied uit.

Verder zijn er in en rondom het plangebied geen verdere jaarrond beschermde nesten waargenomen en ontbreken sporen zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal in het plangebied. In de NDFF zijn verder waarnemingen bekend van de steenuil. Binnen een ruim zoekgebied is geen territorium bekend van de steenuil. Aangenomen wordt dat het plangebied enkel foerageergebied van de steenuil bevat. Er is geen geschikt nestelbiotoop voor deze soort aanwezig binnen het plangebied. Op onderstaande afbeelding staan alle waarnemingen van de steenuil weergegeven in een ruim zoekgebied binnen de NDFF. Waarnemingen van de steenuil zoals genoteerd binnen een ruim zoekgebied van de NDFF (bron: NDFF). Het plangebied is aangeduid met de rode cirkel. Als gevolg van het rooien van beplanting wordt mogelijk een vogel gedood en een bezet vogelnest beschadigd of vernield. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels neemt door het bebouwen en verharden van het plangebied af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Rooien beplanting tijdens de voortplantingsperiode van vogels; - Bebouwen en verharden plangebied;

23 Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen maar het plangebied behoort vermoedelijk tot leefgebied van verschillende algemene - en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als: veldmuis, bosmuis, huisspitsmuis, steenmarter, egel en haas. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied maar mogelijk bezetten veldmuis, bosmuis en huisspitsmuis er ook een voortplantings- en rustplaats. Deze soorten kunnen mogelijk een voortplantings- en rustplaats bezetten in holen en gaten i n de grond, onder strooisel en bladeren en opgeslagen spullen/materialen verspreid in de buitenruimte. D e aanwezige struiken beschikken niet over een dichte onderzijde en een dikke strooisellaag waardoor er geen geschikte voortplantings- en rustplaatsen voor egel aanwezig zijn in het plangebied. Geschikte bebouwing voor de steenmarter om een voortplantings - en rustplaats te bezetten in het plangebied ontbreekt . Er zijn geen latrines gevonden die wijzen op een voortplantings- en rustplaats van deze soort. Ve rder is het plangebied niet geschikt voor andere kleine marterachtigen zoals de wezel doordat het terrein te open is. Ook zijn in een ruim zoekgebied binnen de NDFF geen waarnemingen van de wezel gedaan. Verder ontbreken geschikte voortplantings - en rustplaatsen voor grote bosmuis in het plangebied.

Tevens leeft deze soort voornamelijk in open eiken- en beukenbossen met een uitgebreide struiklaag en weinig ondergroei. In een ruim zoekgebied van de NDFF is de soort één keer waargenomen ten noorden van het plangebied (zie onderstaande afbeelding). Waarnemingen van de grote bosmuis zoals genoteerd binnen een ruim zoekgebied van de NDFF (bron: NDFF). Het plangebied is aangeduid met de rode cirkel. Door het uitvoeren van grondverzet, het verwijderen van strooisel en bladeren en het verwijderen van spullen/materialen in de buitenruimte worden mogelijk grondgebonden zoogdieren gedood en wordt mogelijk een voortplantings - en/of rustplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren af.

24 Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Uitvoeren grondverzet; - Verwijderen beplanting, strooisel en bladeren - Verwijderen spullen/materialen in de buitenruimte; - Bebouwen en verharen plangebied; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn geen vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn doorgaans eenvoudig te herkennen aan uitwerpselen en prooiresten onder de hangplek. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op het gebruik van het pla ngebied als voortplantings- of rustplaats door vleermuizen. De beplanting in het plangebied beschikt niet over holenbomen of loshangende schors die een verblijfplaats voor vleermuizen zouden kunnen bieden. Door het rooien van beplanting wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen voortplantings- en rustplaats verstoord, beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Mogelijk foerageren vleermuizen rond de beplanting. Gelet op de inrichting , het gevoerde beheer en het oppervlak wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Door het rooien van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor verschillende amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bruine kikker, gewone pad en bastaardkikker benutten het plangebied mogelijk als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een voortplantings- en/of rustplaats. De siervijver vormt een geschikt voortplantingsbiotoop.

Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de 25 grond, onder strooisel en bladeren en onder opgeslagen spullen/materialen in de buitenruimte. Zeldzame amfibieënsoorten, zoals kamsalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad , ontbreken in de ruime omgeving van het plangebied (bron: NDFF) en het plangebied vormt een weinig geschikte habitat voor deze soorten. Aanwezigheid van deze soorten in het plangebied kan dan ook uitgesloten worden. Door het uitvoeren van grondverzet, het dempen van de siervijver en het verwijderen van strooisel en bladeren wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een voortplanting- en/of rustplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor amfibieën af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Uitvoeren grondverzet; - Verwijderen strooisel en bladeren - Verwijderen spullen/materialen in de buitenruimte; - Dempen siervijver; - Bebouwen en verharden plangebied; Rode-lijstsoorten Het plangebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van rode-lijstsoorten. Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van enkele rode lijst soorten zoals de egel en de haas. Door het uitvoeren van grondverzet en het rooien van beplanting neemt de hoeveelheid rode lijstsoorten op populatieniveau niet af.

Foerageergebied van deze soorten gaat echter wel verloren. Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten. 26 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de (mogelijk) in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het opzettelijk doden van een vogel kan geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het beschadigen, vernielen of verstoren van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. De betekenis van het plangebied is niet beschermd. Afname leidt niet tot een overtreding van een verbodsbepaling.

Indien het rooien van beplanting uitgevoerd wordt tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden voor aanvang van de werkzaamheden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Rooien beplanting buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); Grondgebonden zoogdieren Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden en dat voortplantings- en rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Voor beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de voortplantings - en rustplaatsen negatief beïnvloed wordt geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van voortplantings - en rustplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Dat kan door het werkterrein te ontdoen van spullen/materialen buiten de voortplantingsperiode. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit vereist.

De betekenis van het plangebied is niet beschermd. Afname leidt niet tot een overtreding van een verbodsbepaling. In onderstaande tabel worden de toepasbare vangmiddelen per soort weergegeven. Toepasbare vangmiddelen om beschermde grondgebonden zoogdieren weg te vangen uit het plangebied (Bron: Omgevingsverordening Overijssel, 2024).

27 Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgev ingsvergunning flora - en fauna -activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen grondgebonden zoogdieren opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Vleermuizen • Verblijfplaatsen Als gevolg van het rooien van beplanting worden geen vleermuizen verstoord of gedood en gaat geen verblijfplaats verloren. Uitvoering van het rooien van beplanting leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling . Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora - en fauna - activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast.

Uitvoering van het rooien van beplanting leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van het rooien van beplanting heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes 1 van vleermuizen. Uitvoering van het rooien van beplanting leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling; Amfibieën Door het uitvoeren van grondverzet, het dempen van de siervijver en het realiseren van infrastructuur kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden.

Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief 1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats va n een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 28 worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaats’. Voor het opzettelijk doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten) , of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën opzettelijk gedood en leidt het uitvoeren van grondverzet, het verwijderen van strooisel en bladeren , het verwijderen van spullen/materialen in de buitenruimte en het dempen van de siervijver niet tot een overtreding van een verbodsbepaling.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen amfibieën opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Rode-lijstsoorten Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een afname van de Rode -lijstsoorten op populatieniveau. Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit is niet noodzakelijk. In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep | Functie | Beschermde | Verbodsbepalingen | Aandachtspunt soorten | (Omgevingswet) planlocatie Grondgebonden | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie is niet | Geen zoogdieren | beschermd Grondgebonden | Voortplantings- en | Diverse soorten | Niet van toepassing; vrijstelling | Geen zoogdieren | rustplaats | i.v.m.

ruimtelijke ontwikkeling Grondgebonden | Doden van dieren | Diverse soorten | Art 11.54 lid 1a Bal | Geen grondgebonden zoogdieren | zoogdieren opzettelijk doden Vogels | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie is niet | Geen beschermd Vogels | Bezette nesten (niet | Diverse soorten | Art 11.37 lid 1b Bal | Geen bezette nesten jaarrond beschermd) | opzettelijk negatief beïnvloeden Vogels | Jaarrond beschermde | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen nest- en rustplaats Vogels | Doden van dieren | Diverse soorten | Art 11.37 lid 1a Bal | Geen vogels opzettelijk doden Vleermuizen | Verblijfplaats | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen Vleermuizen | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; er wordt | Geen geen essentieel foerageergebied aangetast Vleermuizen | Vliegroute | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen Vleermuizen | Doden van dieren | Niet van | Niet van toepassing | Geen toepassing Amfibieën | Foerageergebied | Diverse soorten | Niet van toepassing; functie niet | Geen beschermd Amfibieën | Rustplaats | Diverse soorten | Niet van toepassing; vrijstelling | Geen i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Amfibieën | Voortplantingsplaats | Diverse soorten | Niet van toepassing; vrijstelling | Geen i.v.m.

ruimtelijke ontwikkeling Amfibieën | Doden van dieren | Diverse soorten | Art 11.54 lid 1a Bal | Geen amfibieën opzettelijk doden Overige soorten | Dieren en overige | Niet aanwezig | Niet van toepassing | Geen functies Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep | Rustplaats | Voortplan- | Vliegroute | Essentieel | Wettelijke | Nader | Omgevingsvergunning tingsplaats | (vleermuizen) | foerageer- | consequenties | onderzoek | vereist gebied | vereist Grondgebonden | Ja | Ja | n.v.t. | Nee | Ja | Nee | Nee, tenzij zoogdieren | grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden Vogels | Ja | Ja | n.v.t. | Nee | Ja | Nee | Nee, tenzij vogels opzettelijk gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden Vleermuizen | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee Amfibieën | Ja | Ja | n.v.t. | Nee | Ja | Nee | Nee, tenzij amfibieën opzettelijk gedood worden Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. 6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden. 29 30 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’.

Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van voortplantings- en rustplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. 2 Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de voortplantings- en rustplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeu rde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.3 In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten, de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied en de duur van de ontwikkelfase wordt het uitvoeren van een stikstofberekening voor de ontwikkel - en gebruiksfase niet noodzakelijk geacht. Indien er juridische zekerheid verkregen wil worden wordt geadviseerd een stikstofberekening uit te voeren. Soortbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een voortplantings- en/of rustplaats. Vleermuizen benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Door het rooien van beplanting tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Voor het beschadigen of v ernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het beschadigen of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus -februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebond en zoogdieren, waarvan mogelijk de voortplantingsplaats en/of rustplaats negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats.

Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen beschermde 2 De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 3 Voor dit type activiteit is geen toepasbare gedragscode beschikbaar. 31 grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rust - of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield worden.

Voor de beschermde amfibieën waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief wordt beïnvloed, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën op zettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevin gsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. 32 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel

33 Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In h et Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.

voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°.dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°.voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 34 d.

alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora - en fauna -activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijst elling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen omgevingswet Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen. art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen art. 11.37 lid 1b.

Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen niet van toepassing Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. niet van toepassing niet van toepassing Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen 35 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan.

De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. 36

37 Overzicht vergunningsvrije gevallen soorten ikv beheer, onderhoud en RO per bevoegd gezag (Bron: Natuurinclusief).

38 Bijlage 3. Fotobijlage

39

40 Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.natura2000.nl https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten https://calculator.aerius.nl https://www.ndff.nl/ https://www.natuurinclusief.nl/ https://www.vogelbescherming.nl/ https://www.bij12.nl/ https://www.zoogdiervereniging.nl/ https://www.ravon.nl/ https://www.topotijdreis.nl/ 41 Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel Vogels met jaarrond beschermde nesten Overijssel (Bron: Natuurinclusief).

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek 112 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19

projectnr. 25.033 | pagina 2 van 9 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding_________________________________________________________________________________________ 3 2. Wettelijk kader __________________________________________________________________________________ 4 2.1. Besluit kwaliteit leefomgeving 4 2.2. Gemeentelijk beleid 6 3. Resultaten ______________________________________________________________________________________ 7 3.1. Invoergegevens 7 3.2. Resultaten wegverkeerslawaai 7 3.3. Geluidbeleid 8 3.4. Geluidwering gevel 8 4. Conclusie _______________________________________________________________________________________ 9 BIJLAGEN Bijlage 1. Situatie Bijlage 2. Invoergegevens Bijlage 3. Resultaten wegverkeerslawaai projectnr. 25.033 | pagina 3 van 9 1. INLEIDING In opdracht van Huis op Kavel Architectuur is door Geluid Plus Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai voor zes te realiseren rijwoningen, de bestaande woning aan de Drosteweg 19 en een te transformeren woning aan de Drosteweg 19A te Saasveld. De agrarische bestemming van de gronden dient gewijzigd te worden om wonen mogelijk te maken. In het kader van een TAM- omgevingsplanwijziging is het onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd.

In het kader van het toelaten van een woonfunctie op een locatie is onderzoek uitgevoerd naar geluidbronnen (wegen) in een geluidaandachtsgebied. De te realiseren woning en is gesitueerd in het geluidaandachtsgebied van de gemeentelijke wegen Drosteweg en de Zoekerdijk. De geluidbelasting afkomstig van deze wegen wordt getoetst aan de standaardwaarden en grenswaarden van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl ). Doel van het onderzoek is, in het kader van het opstellen van een TAM-omgevingsplanwijziging, het aangeven van de geluidbelasting op de gevels van de toekomstige woningen, zodat vastgesteld kan worden of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij overschrijding van de standaardwaarde wordt onderzoek uitgevoerd naar geluidbeperkende maatregelen. Daarnaast wordt het gecumuleerd geluid beoordeeld. In figuur 1.1 en bijlage 1 is de ligging van het plan opgenomen. In bijlage 1 zijn twee mogelijke opties voor het plan opgenomen. In het voorliggende onderzoek is één van de twee varianten opgenomen in de berekeningen. Figuur 1.1: plansituatie

projectnr. 25.033 | pagina 4 van 9 2. WETTELIJK KADER 2.1. BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend indien er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Voor geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn bepalingen opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) voor het toelaten van geluidgevoelige gebouwen voor zover deze geheel of gedeeltelijk liggen in een geluidaandachtsgebied. In een omgevingsplan wordt, bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen, rekening gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied (art. 5.78s). Het geluid van een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarde zoals opgenomen in tabel 5.78t. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, als het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde (tabel 5.78u). Hiertoe dienen geluidbeperkende maatregelen afgewogen te worden om aan de standaardwaarde te voldoen of de overschrijding zoveel mogelijk te beperken.

In de afweging van de aanvaardbaarheid van het geluid wordt de cumulatie van het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterre inen op geluidgevoelige gebouwen beoordeeld. Geluidgevoelig gebouw Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidzorgfunctie met bedgebied of kinderopvang met bedgebied. Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20). De omvang van het geluidaandachtsgebied bedraagt: ▪ voor een (spoor)weg, bestaande uit een of twee rijstroken of sporen: - tot en met een maximumsnelheid van 30 km/u: 100 meter; - met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u: 200 meter; - een spoorweg: 200 meter; ▪ voor een (spoor)weg bestaande uit drie of meer rijstroken/sporen: 350 meter; ▪ voor provinciale wegen, rijkswegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen de afstand tot aan de standaardwaarde. Standaard- en grenswaarden In tabel 5.78t/5.78u van het Bkl zijn de standaardwaarde en grenswaarde per geluidbronsoort opgenomen. De standaard- en grenswaarden betreffen het gezamenlijk geluid: het geluid van alle tot die geluidbronsoort behorende wegen of spoorwegen. In tabel 2.1 zijn de standaard- en grenswaarden per bronsoort opgenomen.

projectnr. 25.033 | pagina 8 van 9 3.3. GELUIDBELEID Conform het gemeentelijk beleid betreft de gebiedstypering van de dorpskern van Saasveld een “woonwijk”. Voor de planlocatie geldt voor wegverkeerslawaai de ambitiewaarde “redelijk rustig” met een plafondwaarde “onrustig”. De geluidbelasting op de gevels van de rijwoningen bedraagt ten hoogste 46 dB en valt daarmee in de geluidklasse “rustig”. De woningen aan de Drosteweg 19 en 19A ondervinden een geluidbelasting van ten hoogste 48 dB, deze geluidbelasting valt in de klasse “redelijk rustig”. De geluidbelasting ter plaatse van de woningen van het plan voldoet aan de ambitiewaarde van het gemeentelijk beleid. Wanneer voldaan wordt aan de geluidklasse “rustig” of “redelijk rustig” worden er in het beleid (Nota hogere grenswaarden) geen aanvullende eisen zoals geluidluwe gevels of een indelingsverplichting gesteld. Die voorwaarden gelden pas vanaf de geluidklasse “onrustig”. 3.4. GELUIDWERING GEVEL Omdat de geluidbelasting (het gezamenlijk geluid) op de gevels van het plan voldoet aan de standaardwaarde is nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels niet nodig. projectnr. 25.033 | pagina 9 van 9 4.

CONCLUSIE In opdracht van Huis op Kavel Architectuur is door Geluid Plus Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai voor zes te realiseren rijwoningen, de bestaande woning aan de Drosteweg 19 en een te transformeren woning aan de Drosteweg 19A te Saasveld . De agrarische bestemming van de gronden dient gewijzigd te worden om wonen mogelijk te maken. In het kader van een TAM- omgevingsplanwijziging is het onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het voorliggende onderzoek blijkt dat vanwege de omliggende gemeentelijke wegen, de Drosteweg en de Zoekerdijk, de geluidbelasting op de te realiseren woningen ten hoogste 48 dB bedraagt. Hiermee wordt aan de standaardwaarde conform het Besluit kwaliteit leefomgeving en de ambitiewaarde conform het gemeentelijk geldbeleid voldaan. Er is sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bijlage 1. Situatie

Bijlage 2. Invoergegevens

Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Rapport: | Lijst van model eigenschappen Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) Model eigenschap Omschrijving | 12-2025 Drosteweg (2040) Verantwoordelijke | rdegraaf Rekenmethode | #-1|Geluid algemeen|Omgevingswet| Aangemaakt door | rdegraaf op 12-6-2025 Laatst ingezien door | rdegraaf op 4-12-2025 Model aangemaakt met | Geomilieu V2024.2 rev 1 Periode definities - Dagperiode | 07:00 - 19:00 - Avondperiode | 19:00 - 23:00 - Nachtperiode | 23:00 - 07:00 - Samengestelde periode | Lden - Waarde | Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) Resultaten - Detailniveau toetspunt resultaten | Bronresultaten - Detailniveau resultaten grids | Groepsresultaten - Octaafresultaten ontvangers | Ja Algemeen Standaard maaiveldhoogte | 0 Rekenhoogte contouren | 5 Modelinstellingen - Geluidstype | Wegverkeer - Standaard bodemfactor [-] | 0,5 - Meteorologische correctie | Ja Optimalisatie | Industrie / Windturbine - Zoekafstand [m] | -- - Max.refl.afstand [m] | -- - Dynamische foutmarge [dB] | -- - Max.refl.diepte [-] | 1 - Clusteren gebouwen | Ja - Verwijderen binnenwanden | Ja Luchtdemping | Industrie / Windturbine - Methode | Standaard - Luchtdemping [dB/km] | 0,02 / 0,07 / 0,25 / 0,76 / 1,63 / 2,86 / 6,23 / 19,00 / 67,40 Optimalisatie | Wegverkeer / Railverkeer Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs | 4-12-2025 11:59:01

Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Rapport: | Lijst van model eigenschappen Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) Model eigenschap - Zoekafstand [m] | 5000 - Max.refl.afstand [m] | -- - Openingshoek [grd] | 2 - Max.refl.diepte [-] | 1 - Gebruik vereenvoudigde absorptiewaarde | Nee - Geen reflectie als scherm meer dan 5° helt | Nee Luchtdemping | Wegverkeer / Railverkeer - Methode | Standaard - Luchtdemping [dB/km] | 0,00 / 0,00 / 0,00 / 1,00 / 2,00 / 4,00 / 10,00 / 23,00 / 58,00 Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs | 4-12-2025 11:59:01 Geluid Plus AdviseursWoningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld Commentaar 4-12-2025 11:59:01Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) Drosteweg - Saasveld Groep: | (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet Groep | Naam | Omschr. | Hdef.

| Hbron | Type | Wegdek | Wegdek | V(LV(D)) | V(LV(A)) | V(LV(N)) | V(MV(D)) | V(MV(A)) | V(MV(N)) | V(ZV(D)) | V(ZV(A)) | V(ZV(N)) | 30 km/uur gemeentewegen | 100 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 101 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 102 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 103 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 104 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 105 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 106 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 107 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 108 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding

in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 109 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 110 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 200 | Zoekerdijk | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 201 | Zoekerdijk | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 202 | Zoekerdijk | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | False gemeentewegen | 203 | Zoekerdijk | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | False gemeentewegen | 204 | Zoekerdijk | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | False gemeentewegen | 111 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W13 | Elementenverharding in keperverband | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | True gemeentewegen | 112 | Drosteweg | Relatief | 0,75 | Verdeling | W1 | Referentiewegdek | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | False Omgevingswet,

Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs | 4-12-2025 11:58:28 Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) Drosteweg - Saasveld Groep: | (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet Groep | Totaal aantal | %Int(D) | %Int(A) | %Int(N) | %LV(D) | %LV(A) | %LV(N) | %MV(D) | %MV(A) | %MV(N) | %ZV(D) | %ZV(A) | %ZV(N) gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 257,83 | 6,69 | 3,67 | 0,62 | 95,87 | 96,63 | 95,02 | 3,54 | 2,88 | 4,42 | 0,59 | 0,49 | 0,55 gemeentewegen | 558,37 | 6,69 | 3,68 | 0,61 | 97,14 | 97,67 | 96,60 | 2,28 | 1,85 | 2,85 | 0,59 | 0,48 | 0,55 gemeentewegen | 558,37 | 6,69 | 3,68 | 0,61 | 97,14 | 97,67 | 96,60 | 2,28 | 1,85 | 2,85 | 0,59 | 0,48 | 0,55 gemeentewegen | 558,37 | 6,69 | 3,68 | 0,61 | 97,14 | 97,67 | 96,60 | 2,28 | 1,85 | 2,85 | 0,59 | 0,48

| 0,55 gemeentewegen | 1388,63 | 6,70 | 3,66 | 0,62 | 94,01 | 95,08 | 93,27 | 3,58 | 2,92 | 4,48 | 2,41 | 2,00 | 2,26 gemeentewegen | 1388,63 | 6,70 | 3,66 | 0,62 | 94,01 | 95,08 | 93,27 | 3,58 | 2,92 | 4,48 | 2,41 | 2,00 | 2,26 gemeentewegen | 3235,87 | 6,77 | 3,10 | 0,79 | 88,67 | 93,54 | 88,21 | 7,52 | 4,30 | 7,40 | 3,81 | 2,16 | 4,39 gemeentewegen | 3235,87 | 6,77 | 3,10 | 0,79 | 88,67 | 93,54 | 88,21 | 7,52 | 4,30 | 7,40 | 3,81 | 2,16 | 4,39 gemeentewegen | 3235,87 | 6,77 | 3,10 | 0,79 | 88,67 | 93,54 | 88,21 | 7,52 | 4,30 | 7,40 | 3,81 | 2,16 | 4,39 gemeentewegen | 3235,87 | 6,77 | 3,10 | 0,79 | 88,67 | 93,54 | 88,21 | 7,52 | 4,30 | 7,40 | 3,81 | 2,16 | 4,39 gemeentewegen | 3235,87 | 6,77 | 3,10 | 0,79 | 88,67 | 93,54 | 88,21 | 7,52 | 4,30 | 7,40 | 3,81 | 2,16 | 4,39 gemeentewegen | 3393,35 | 6,81 | 3,28 | 0,67 | 88,84 | 93,73 | 85,96 | 7,43 | 4,40 | 8,29 | 3,74 | 1,87 | 5,74 gemeentewegen | 3393,35 | 6,81 | 3,28 | 0,67 | 88,84 | 93,73 | 85,96 | 7,43 | 4,40 | 8,29 | 3,74 | 1,87 | 5,74 Omgevingswet, Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs | 4-12-2025 11:58:28 Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) Drosteweg - Saasveld Groep: | (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet Naam | Omschr. | X | Y | Hdef.

| Hoogte A | Hoogte B | Hoogte C | Hoogte D | Hoogte E | Hoogte F | Gevel 015 | kavel 7 | 251791,35 | 483816,05 | Relatief | 2,00 | -- | -- | -- | -- | -- | Ja 019 | kavel 7 | 251793,41 | 483821,58 | Relatief | 2,00 | -- | -- | -- | -- | -- | Ja 020 | kavel 7 | 251795,98 | 483816,49 | Relatief | -- | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 018 | kavel 7 | 251802,43 | 483817,96 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 017 | kavel 7 | 251803,72 | 483812,14 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 016 | kavel 7 | 251798,11 | 483811,45 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 021 | kavel 8 | 251797,91 | 483828,75 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 022 | kavel 8 | 251801,42 | 483826,64 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 026 | kavel 8 | 251797,77 | 483833,20 | Relatief | -- | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 025 | kavel 8 | 251801,69 | 483835,35 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 024 | kavel 8 | 251805,62 | 483833,03 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 023 | kavel 8 | 251805,73 | 483828,49 | Relatief | 2,00 | 5,00 | -- | -- | -- | -- | Ja 001 | kavel 1 | 251739,71 | 483850,05 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 002 | kavel 1 | 251740,80 | 483844,92 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 003 | kavel 1 | 251744,96 | 483851,75 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 005 |

kavel 2 | 251750,27 | 483847,92 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 004 | kavel 2 | 251747,12 | 483841,87 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 007 | kavel 3 | 251755,90 | 483844,60 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 006 | kavel 3 | 251752,71 | 483838,57 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 008 | kavel 4 | 251758,44 | 483835,20 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 009 | kavel 4 | 251761,63 | 483841,23 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 011 | kavel 5 | 251767,38 | 483837,83 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 010 | kavel 5 | 251763,95 | 483831,95 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 014 | kavel 6 | 251774,29 | 483829,41 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 013 | kavel 6 | 251773,31 | 483835,03 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 012 | kavel 6 | 251769,49 | 483827,99 | Relatief | 2,00 | 5,00 | 8,00 | -- | -- | -- | Ja 020 | kavel 7 | 251790,10 | 483820,02 | Relatief | 2,00 | -- | -- | -- | -- | -- | Ja Omgevingswet, Geomilieu V2025.2 Licentiehouder: Geluid Plus Adviseurs | 4-12-2025 11:58:28 Bijlage 3. Resultaten wegverkeerslawaai

Woningbouwplan Dorsteweg 19 te Saasveld | Geluid Plus Adviseurs Rapport: | Resultatentabel Model: | 12-2025 Drosteweg (2040) LAeq totaalresultaten voor toetspunten Groep: | (hoofdgroep) Groepsreductie: | Nee Naam Toetspunt | Omschrijving | X | Y Hoogte | Dag | Avond | Nacht | Lden 001_A | kavel 1 | 251739,71 | 483850,05 | 2,00 | 42,39 | 38,88 | 33,50 | 43,05 001_B | kavel 1 | 251739,71 | 483850,05 | 5,00 | 43,35 | 39,72 | 34,35 | 43,95 001_C | kavel 1 | 251739,71 | 483850,05 | 8,00 | 44,18 | 40,40 | 35,04 | 44,70 002_A | kavel 1 | 251740,80 | 483844,92 | 2,00 | 30,89 | 27,99 | 21,73 | 31,59 002_B | kavel 1 | 251740,80 | 483844,92 | 5,00 | 31,92 | 28,93 | 22,56 | 32,53 002_C | kavel 1 | 251740,80 | 483844,92 | 8,00 | 29,90 | 27,17 | 19,86 | 30,36 003_A | kavel 1 | 251744,96 | 483851,75 | 2,00 | 42,89 | 39,43 | 34,03 | 43,58 003_B | kavel 1 | 251744,96 | 483851,75 | 5,00 | 44,23 | 40,61 | 35,23 | 44,83 003_C | kavel 1 | 251744,96 | 483851,75 | 8,00 | 45,61 | 41,86 | 36,45 | 46,13 004_A | kavel 2 | 251747,12 | 483841,87 | 2,00 | 31,24 | 28,57 | 21,96 | 31,95 004_B | kavel 2 | 251747,12 | 483841,87 | 5,00 | 32,06 | 29,28 | 22,46 | 32,64 004_C | kavel 2 | 251747,12 | 483841,87 | 8,00 | 31,39 | 28,72 | 21,25 | 31,83 005_A | kavel 2 | 251750,27 | 483847,92 | 2,00 | 42,50 | 39,02 | 33,62 | 43,17 005_B | kavel 2 | 251750,27 | 483847,92 | 5,00 | 43,77 | 40,16 | 34,77 | 44,37 005_C |

kavel 2 | 251750,27 | 483847,92 | 8,00 | 45,20 | 41,46 | 36,04 | 45,72 006_A | kavel 3 | 251752,71 | 483838,57 | 2,00 | 31,36 | 28,80 | 22,04 | 32,09 006_B | kavel 3 | 251752,71 | 483838,57 | 5,00 | 32,36 | 29,62 | 22,67 | 32,92 006_C | kavel 3 | 251752,71 | 483838,57 | 8,00 | 31,94 | 29,27 | 21,79 | 32,38 007_A | kavel 3 | 251755,90 | 483844,60 | 2,00 | 42,28 | 38,80 | 33,40 | 42,95 007_B | kavel 3 | 251755,90 | 483844,60 | 5,00 | 43,53 | 39,93 | 34,53 | 44,14 007_C | kavel 3 | 251755,90 | 483844,60 | 8,00 | 45,01 | 41,27 | 35,84 | 45,53 008_A | kavel 4 | 251758,44 | 483835,20 | 2,00 | 34,42 | 31,51 | 25,30 | 35,13 008_B | kavel 4 | 251758,44 | 483835,20 | 5,00 | 35,36 | 32,31 | 25,94 | 35,94 008_C | kavel 4 | 251758,44 | 483835,20 | 8,00 | 32,88 | 30,14 | 22,78 | 33,32 009_A | kavel 4 | 251761,63 | 483841,23 | 2,00 | 42,07 | 38,59 | 33,18 | 42,74 009_B | kavel 4 | 251761,63 | 483841,23 | 5,00 | 43,32 | 39,71 | 34,31 | 43,92 009_C | kavel 4 | 251761,63 | 483841,23 | 8,00 | 44,67 | 40,93 | 35,50 | 45,19 010_A | kavel 5 | 251763,95 | 483831,95 | 2,00 | 34,75 | 31,82 | 25,58 | 35,44 010_B | kavel 5 | 251763,95 | 483831,95 | 5,00 | 35,74 | 32,66 | 26,27 | 36,29 010_C | kavel 5 | 251763,95 | 483831,95 | 8,00 | 33,31 | 30,55 | 23,21 | 33,74 011_A | kavel 5 | 251767,38 | 483837,83 | 2,00 | 42,12 | 38,64 | 33,23 | 42,79 011_B | kavel 5 | 251767,38 | 483837,83 | 5,00 | 43,23 | 39,61 |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1052/documents/25589