CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.pdf

Commissie Omgeving & Economie 5 juli 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen vaststellen bestemmingsplan ‘Weerselo, hoek Bisschopstraat en Sint Remigiusstraat’15.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

mei ’21

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

Projectnummer:

21-M9850

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

07 mei 2021

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

datum

07 mei 2021

projectnummer

21-M9850

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a Almelo

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

mei ’21

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 13

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 15

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 19

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 20

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 20

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 23

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 25

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 29

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 30

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

mei ’21

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in april 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A te Weerselo (gemeente Dinkelland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van en nieuwbouw van een appartementengebouw op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

mei ’21

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

mei ’21

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

mei ’21

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een appartementengebouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Dinkelland (verkregen via email d.d. 29-03-2021); • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

St. Remigiusstraat nr. 2-2A Weerselo Dinkelland Zie bijlage 1 X = 255,000 Y= 485,755 Gemeente Weerselo, perceel sectie P nr. 1099, 1373 en 2218 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 1.905 m2 De onderzoekslocatie betreft het onnbebouwde deel van de locatie gelegen aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A te Weerselo. De onderhavige onderzoekslocatie betreft de volgende kadastrale percelen: ♦ perceel sectie P nr. 1099: Op dit perceel bevindt zich een woon-winkelpand (Sint Remigiusstraat 2-2A) dat zal worden afgebroken. Het pand is thans nog in gebruik. Het onbebouwde deel rondom het bestaande gebouw is voornamelijk verhard met klinkers en deels onverhard (tuin). Ter plaatse van dit perceel is alleen uitpandig onderzoek verricht. ♦ perceel sectie P nr. 1373: Dit perceel betreft een onbebouwd perceel dat als grasveld in gebruik is. Op deze locatie was in het verleden een bibliotheek gevestigd. Deze bibliotheek is in 2018 afgebroken. ♦ perceel sectie P nr. 2218 (ged.): Dit deel van de onderzoekslocatie is onderdeel van een groter perceel dat grenst aan de beide andere (bovengenoemde) onderzochte percelen. Dit deel omvat een deel van een grasveld. De opdrachtgever is voornemens om de drie percelen samen te voegen (herontwikkeling) en hierop een nieuw appartementencomplex te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde terreindeel t.p.v.

de geplande herinrichting/nieuwbouw, zoals opgenomen in bijlage 2.

mei ’21

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting

Het bestaande gebouw op de onderzoekslocatie dateert van 1980. Het deel rondom de bestaande bebouwing is deels verhard met klinkers, de overige percelen betreffen voornamelijk grasveld en plaatselijk klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "onbekend". Herinrichting van en nieuwbouw van een appartementengebouw op de onderzoekslocatie.

bijzonderheden: -

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onbebouwde deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 tot rond 1907 is op de onderzoekslocatie niet eerder bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 1908 is op de locatie bebouwing te herkennen. In die tijd liep over een deel van de locatie een weg of pad in de richting van De Aanleg. De bebouwing is in de loop der tijd verder uitgebreid en gewijzigd. De vm. bibliotheek die op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie stond is in 2018 afgebroken. Huidig De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A te Weerselo. Op de locatie bevindt zich momenteel nog een bestaande woon-winkelpand. Deze zal worden afgebroken. Het onbebouwde deel van het onderzoeksgebied is in gebruik als tuin, grasveld en een klein deel bestrating. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om het bestaande gebouw af te breken. In combinatie met de twee andere onderzochte percelen is de nieuwbouw van een appartementencomplex gepland. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten van voor 1900 is in de naaste basis van omgeving hier en daar bebouwing te herkennen, topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder kaarten, uitgebreid/gewijzigd.

Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk bedrijfspanden. Noordzijde: Sint Remigiusstraat Oostzijde: naastgelegen Burgemeester Scholtensplein. Zuidzijde: grasland. Westzijde: Bisschopstraat.

mei ’21

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het onnbebouwde deel van de locatie gelegen aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A te Weerselo. De onderhavige onderzoekslocatie betreft de volgende kadastrale percelen: ♦ perceel sectie P nr. 1099: Op dit perceel bevindt zich een woon-winkelpand (Sint Remigiusstraat 2-2A) dat zal worden afgebroken. Het pand is thans nog in gebruik. Het onbebouwde deel rondom het bestaande gebouw is voornamelijk verhard met klinkers en deels onverhard (tuin). Ter plaatse van dit perceel is alleen uitpandig onderzoek verricht. ♦ perceel sectie P nr. 1373: Dit perceel betreft een onbebouwd perceel dat als grasveld in gebruik is. ♦ perceel sectie P nr. 2218 (ged.): Dit deel van de onderzoekslocatie is onderdeel van een groter perceel dat grenst aan de beide andere (bovengenoemde) onderzochte percelen. Dit deel omvat een deel van een grasveld. Het bestaande pand aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A is reeds lange tijd in gebruik als woon- en winkelpand. In het pand is een speelgoed- en kadoshop gevestigd. Op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (vm. St. Remigiusstraat 6) stond in het verleden tussen 1986 tot 2081 een bibliotheek. De opdrachtgever is voornemens om de drie percelen samen te voegen (herontwikkeling) en hierop een nieuw appartementencomplex te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde terreindeel t.p.v.

de geplande herinrichting/nieuwbouw, zoals opgenomen in bijlage 2.

Bouwvergunning

Milieuvergunning Handelsregister

mei ’21

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Sint Remigiusstraat 2-2a: ●1970, veranderen winkel en woning ●1972, verbouwen winkel en woning ●1979, herbouwen winkel en woning ●1991, uitbreiding winkel ●1998, bouw van een schuur Sint Remigiusstraat 6: ●1986, bouw van een bibliotheek ●2002, bouw tijdelijke kantoorunit Niet bekend. De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ● nr. 2-2a:Firma Speelgoed-Kadoshop Wesselink ● nr. 6: Bibliotheek Dinkelland, locatie Weerselo

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op het te bebouwen deel. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel wordt het dak van de bestaande bebouwing aangemerkt als niet verdacht voor asbest. Ook het dak van de voormalige bibliotheek wordt aangemerkt als niet asbestverdacht.

figuur 1: asbestdakenkaart provincie Overijssel

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

mei ’21

De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op het adres aan de Bisschopstraat 39 wordt melding gemaakt van een ondergrondse brandstoftank (HBB). Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

mei ’21

►centrumgebied Weerselo (het onderzoeksgebied maakt hiervan onderdeel uit). verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestonderzoek en een infiltratieonderzoek in het Centrumgebied Weerselo. Twee deelprojekten: a) Bisschopsstraat 37,39 en 39A b) Remigiusstraat 2, 2A, 6 en Burgemeester Scholtensplein 1 onderzoeks d.d. 08-03-2011, ref. Verhoeve Milieu (MRO/ADV/ VMO/181008) conclusies t.a.v. de St. Remigiusstraat 2-2a en 6: ●zintuiglijk zijn in de bovengrond puinsporen waargenomen ● de bovengrond bevat licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK’s, ● de ondergrond bevat geen verhoogde gehalten ● het grondwater bevat licht verhoogde gehalten barium, naftaleen, som 1,2dichloorethenen en tetrachlooretheen ● in de bovengrond is geen verhoogd gehalte asbest gemeten ● nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

Omgeving <25 m

►St. Remigiusstraat 5 (school): Verk onderzoek NEN 5740

03029510

Kruse

Hypothese correct. Geen aanleiding nader onderzoek. Geen vervolg noodzakelijk. zw: bg: og: gw: -

Verk onderzoek NEN 5740

11.11.2645

Nibag

Hypothese niet correct. Geen belemmeringen voor herinrichting. zw: licht puin. bg: Pb, Zn > t (mogelijk uit puin). og: gw: -

Verk onderzoek NVN 5740

980702-PHV

Kruse

Hypothese onjuist Geen aanleiding nader onderzoek. Geen vervolg noodzakelijk. zw: Puin bg: pak > s (uit puin) og: gw: Zn > s

► Bisschopstraat 39 (supermarkt):

mei ’21

Verkennend onderzoek NVN 5740

62040/BV/tb

Geofox

Hyp. 'onverdacht' onjuist: in bg licht verh. Cu, Hg, Pb, Zn en olie matig verh. PAK. Geen bezw. nieuwb. en huidige gebruik. Geen nader onderz. noodz. zw: puin, kool, glas bg: Cu, Hg, Pb, Zn, olie>s (puin) PAK>t (puin) og:gw:-

Verkennend onderzoek NEN 5740 d.d. 30-06-2008

20081274/ EBIJ

Geofox

Hypothese onverdacht, verworpen echter geen aanleiding voor NO. Deel A voorzijde, Deel B achterzijde ZW: Deel A en B puin en kolengruis, BG: Deel A PAK >S , Deel B PAK/Pb/Zn >S OG:GW: Deel A Cd, Ni >S

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

►centrumgebied Weerselo (het onderzoeksgebied maakt hiervan onderdeel uit). verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestonderzoek en een infiltratieonderzoek in het Centrumgebied Weerselo. Twee deelprojekten: a) Bisschopsstraat 37,39 en 39A b) Remigiusstraat 2, 2A, 6 en Burgemeester Scholtensplein 1 onderzoeks d.d. 08-03-2011, ref. Verhoeve Milieu (MRO/ADV/ VMO/181008) conclusies t.a.v. Bisschopstraat 39: ●zintuiglijk zijn in de grond puinresten en kolengruisresten waargenomen, plaatselijk is sprake van puinlagen ● de puinhoudende bovengrond bevat plaatselijk een matig verhoogd gehalte PAK’s en licht verhoogde gehalten lood, zink en minerale olie ● de ondergrond bevat geen verhoogde gehalten ● het grondwater bevat na herbemonstering licht verhoogde gehalten barium, naftaleen, som 1,2-dichloorethenen en tetrachlooretheen ● in de bovengrond en de puinlaag is geen verhoogd gehalte asbest gemeten ● nader onderzoek t.a.v. het matig verhoogd gehalte PAK’s wordt geadviseerd ►Burg. Scholtensplein 1(vm. gemeentehuis):

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

►Niet bekend.

►De locatie bevindt zich in de zone wonen.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 17-19 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-2

2-7

7-10

beschrijving

formatie

kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei

Boxtel

Boxtel

Drente

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. mei ’21

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Weerselo, perceel sectie P nr. 1099, 1373 en 2218 (ged.) Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie aan de St. Remigiusstraat nr. 2-2A reeds lange tijd in gebruik is als woon- en winkelpand. In het pand is een speelgoed- en kadoshop gevestigd. Op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (vm. St. Remigiusstraat 6) stond in het verleden tussen 1986 tot 2081 een bibliotheek. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Op de locatie is in 2011 een verkennend bodemonderzoek incl. onderzoek asbest in grond uitgevoerd. Op basis van het voorgaande bodemonderzoek zijn op de locatie ten hoogste lichte verontreinigingen gemeten. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.

de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde deel van het plangebied, zoals opgenomen in bijlage 2.

mei ’21

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (onbebouwde deel van plangebied) (ca. 1.905 m2)

mogelijke verontreiniging Grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. In het kader van voorgaand bodemonderzoek uit 2011 is een onderzoek asbest in grond uitgevoerd. Destijds is geen asbesthoudend materiaal in de bodem aangetroffen. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

mei ’21

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 19-04-2021 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. M.J.A. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

locatie-inspectie

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 19-04 -2021 (erkend en geregistreerd)

30-04-2021

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

10

0.5

4 t/m 13

2

2.0

2+3

1

3.2

1

Onderzoekslocatie (ca. 1.905 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

mei ’21

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-1.1 1.1-1.5 1.5-1.7 1.7-3.2

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand leem zand

zwak siltig zwak siltig zwak siltig sterk zandig zwak siltig

bruin / grijs bruin / grijs geel geel geel

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1

2.2-3.2

1.9

5

6.2

mei ’21

EGV geleidingsvermogen µS/cm 460

troebelheid (NTU) 7.1

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring

diepte m -mv.

zintuiglijke waarnemingen

1 2 3 4 5 6 8 9 10 11 12 13

0.0-0.6 0.0-0.2 0.0-0.5 0.0-0.4 0.0.0-0.5 0.0-0.3 0.0-0.4 0.0-0.5 0.3-0.5 0.0.07-0.5 0.0-0.5 0.07-0.5

sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin

In de bovengrond zijn puinsporen waargenomen, aangezien in het kader van voorgaand bodemonderzoek reeds een onderzoek asbest in grond in is uitgevoerd is de grond in dit onderzoek niet opnieuw onderzocht op aanwezigheid van asbesthoudend materiaal

grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden.

Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

mei ’21

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke analysepakket waarnemingen

MM1

1+2+4+5+6+8

0.0-0.5

puinsporen

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

3+9 t/m 13

0.0-0.5

puinsporen

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

1+2+3

0.9-2.0

1

2.2-3.2

grond

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater 1 (peilbuis)

-

NEN-grondwater(**)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

mei ’21

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

mei ’21

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 26542592#21-M9850-St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo Certificaten 1179255 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 4 mei 2021 16:39 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.

T

I

Monster 6706759 Monster 6706760 Monster 6706761 MM1, 02: 0-20, 04: 0-40, 05: 0-50, 06: 0-30, 08: 0-40, 01:MM2, 0-50 09: 0-50, 10: 30-50, 11: 7-50, 12: 0-50, 13: 7-50, 03: MM3, 0-5001: 110-150, 01: 170-200, 02: 90-140, 02: 150-200, 03: 180-200, 03: 90-130 Max. Bodemindex 0,086 Max. Bodemindex 0,276 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,5 2,4

10 25

90,9

90,9

@

0 0

4 2,8

10 25

0

87,1

87,1

@

0 0

0,6 2,1

10 25

0

87,5

87,5

@

0

0 0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

39 < 0.2 <3 10 0,06 33 < 1.5 5 82

140 < 0.23 < 7.1 20 0,09 51 < 1.0 14 190

@ 0 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0,002 0 0 1.3 AW(WO) 0,086

56 0,3 <3 11 0,12 60 < 1.5 4 140

200 0,47 < 6.8 21 0,17 90 < 1.0 11 300

@ 0,014 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,001 1.8 AW(WO) 0,083 0 0 2.2 AW(IND) 0,276

< 20 < 0.2 <3 5,9 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 22

< 54 < 0.24 < 7.3 12 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 52

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

190

2595

5000

< 35

< 98

-

0

< 35

< 61

-

0

< 35

< 120

-

0

< 0.05 0,11 < 0.05 0,45 0,29 0,36 0,24 0,28 0,24 0,2

< 0.035 0,11 < 0.035 0,45 0,29 0,36 0,24 0,28 0,24 0,2

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 0,16 0,11 0,44 0,31 0,38 0,29 0,3 0,2 0,19

< 0.035 0,16 0,11 0,44 0,31 0,38 0,29 0,3 0,2 0,19

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

2,2

2,2

2,4

2,4

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,005

< 0.020

0

0,005

< 0.012

0

0,005

< 0.024

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

1.5 AW(WO) 0,018

-

1.6 AW(WO) 0,023

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

mei ’21

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1

Diepte 0.0-0.5

Zintuiglijk sporen puin

>AW lood, zink, PAK’s

>T -

>I -

Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*

MM2

Boringen 1+2+4+5+6+ 8 3+9 t/m 13

0.0-0.5

sporen puin

-

-

Industrie*

MM3

1+2+3

0.9-2.0

-

kwik, lood, zink, PAKs -

-

-

Achtergrondwaarde*

Legenda >AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. De in de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 verhoogd gemeten gehalten zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen mogelijk deels te relateren aan de aangetroffen puinsporen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval.

Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica.

mei ’21

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

ondergrond (0.9-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

mei ’21

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie Parameters

OPID 26765816#21-M9850-St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo 1184284 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 7 mei 2021 09:10 Toetsing

Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.

mei ’21

T

I

Monster 6719640 Pb1, 01-Pb1: 220-320 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

89 0,44 4,1 37 < 0.05 <2 <2 11 250

1.8 S 1.1 S 2.5 S 3.8 S

0,068 0,007 0 0,367 0 0 0 0 0,252

325

600

< 50

-

0

15,1 77 35,005

30 150 70

-

153 503,5

300 1000

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

35,1

70

0,2

-

0

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

203,5

400

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

262 203

500 400

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

0,367 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

interpretatie resultaten grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster

Diepte filter

Zintuiglijk

>S

>T

>I

1 (peilbuis)

2.2-3.2

-

barium, cadmium, koper, zink

-

-

Legenda >S

overschrijding streef waarde (bodemindex <=0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

peilbuis 1 (2.2-3.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium, koper en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

mei ’21

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk sporen puin waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster grond

Boringen

Diepte

Zintuiglijk

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

MM1

1+2+4+5+6+8

0.0-0.5

sporen puin lood, zink, PAK’s

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2

3+9 t/m 13

0.0-0.5

-

-

Achtergrondwaarde*

0.9-2.0

sporen puin kwik, lood, zink, PAKs -

MM3 grondwater

1+2+3

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

1

2.2-3.2

-

-

-

n.v.t.

>AW of >S

barium, cadmium, koper, zink

Legenda >AW / >S

overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze geval niet overschreden zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.9-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

mei ’21

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 St. Remigiusstraat 2-2A te Weerselo

grondwater peilbuis 1 (2.2-3.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium, koper en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in deze gevallen niet overschreden zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze licht verhoogd gemeten gehalten overschrijdt de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/592/documents/18024