CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de motivering_Bijlage 9 Bodemonderzoek.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 12 mei 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22o Buitengebied, Rossumerstraat 19 en 19a Agelo”18.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 EN NEN5707 Rossumerstraat 19 - Agelo

Opdrachtgever: Ellen Haarhuis Vastgoed BV Locatie: Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo Maart 2025

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Rossumerstraat 19 - Agelo

Opdrachtgever: Ellen Haarhuis Vastgoed BV Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo Locatie: Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo Projectcode: 25009616 Rapportagedatum: 14 maart 2025 Projectleider: de heer R. Munsterhuis Auteur: mevrouw E. Koppelman Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

3 3 3 6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

7 7 8 9 9 11

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses

12 12 12 15 15 16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

17

6

Literatuur en bronvermelding

19

2

3

4

Bijlagen I

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, mei 2010 Boorplannen nader bodemonderzoek Terra Agribusiness, maart 2011 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2015 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2025 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsingen chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Informatie gemeente Dinkelland VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ellen Haarhuis Vastgoed BV op een terreindeel aan de Rossumerstraat 19 in Agelo (voormalig agrarisch erf en weiland) door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terrein. De bestaande bebouwing zal deels worden gesloopt en er wordt nieuwbouw (woning met bijgebouwen) gerealiseerd. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek wordt de bovengrond ter plekke van het bebouwde en verharde terreindeel, vanwege het historisch gebruik als agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater ter plekke van het voormalig agrarisch erf worden vooralsnog als onverdacht beschouwd. Het onbebouwde en onverharde terreindeel (weiland) wordt, op basis van het vooronderzoek geheel als onverdacht beschouwd.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of in puin de normwaarden overschrijdt.

Het veldwerk is uitgevoerd in februari en maart 2025 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdracht-gever en dat de kritische werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van hun persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 1 van 19

In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 2 van 19

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rossumerstraat 19 in Agelo, op circa 750 meter ten zuiden van de bebouwde kom van Ootmarsum. Het te onderzoeken terreindeel heeft de RDcoördinaten x = 258.199 en y = 490.461 en is kadastraal bekend als: gemeente Denekamp, sectie I, nummers 759 (gedeeltelijk). De Rossumerstraat bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Het voormalig agrarisch erf is grotendeels bebouwd met een woonboerderij, een voormalige veeschuur (ligboxenstal) en een houten schuurtje/overkapping. De bebouwing op de locatie zal deels worden gesloopt. Op de woonboerderij en overkapping liggen dakpannen. Op de voormalige veeschuur liggen asbesthoudende golfplaten. Inpandig zijn er verhardingen met beton en mestkelders aanwezig. Het onbebouwde deel van het erf is grotendeels verhard met klinkers, asfalt en beton en deels onverhard en in gebruik als tuin. Het weiland ten noorden van het erf is onbebouwd, onverhard en begroeid met gras. Op de oostelijke grens van de onderzoekslocatie bevindt zich tijdelijk een mobiele dieseltank welke binnen enkele maanden verplaatst zal worden. De tanklocatie zal op een later moment bij een eindsituatie bodemonderzoek worden onderzocht.

Onderzoekslocatie In het kader van de herontwikkelingsplannen en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard. De onderzoekslocatie omvat in totaal circa 4700 m². Dit is als volgt onderverdeeld: - voormalig agrarisch erf (circa 3250 m2); - weiland (circa 1450 m2). In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, mei 2010; - boorplannen nader bodemonderzoek Terra Agribusiness, maart 2011; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2015; - boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2025. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft een agrarische functie; - de te slopen woonboerderij dateert oorspronkelijk van voor 1925 en de te slopen ligboxenstal dateert van circa 1975 (bron: Topotijdreis); - er is in oktober 1988 een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een rundvee- en meststierenbedrijf met de daaraan verbonden opslag van mest annex bovengrondse opslag van 2400 liter dieselolie. Sinds circa 2010 wordt er geen vee meer op de locatie gehouden. Er is een melding gedaan van verandering van de inrichting per 1 januari 2010. De nieuwe activiteiten bestaan uit verhuur, inkoop, installatie en onderhoud van aggregaten en aanverwante producten. Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 3 van 19

- voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - direct ten oosten van de onderzoekslocatie is sprake van een tijdelijke bovengrondse opslag van diesel in een mobiele tank. Deze mobiele tank zal binnen enkele maanden worden verplaatst, waarna een eindsituatie onderzoek zal plaatsvinden; - ten behoeve van de huidige bedrijfsactiviteiten bevindt zich op circa 25 meter ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie een bovengrondse dieseltank (in lekbak) met een inhoud van circa 19 m3). Deze tanklocatie valt buiten de scope van dit bodemonderzoek; - voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - op de daken van de oude boerderij en de ligboxenstal liggen asbesthoudende dakplaten. Er bevinden zich dakgoten en regenpijpen langs de golfplaten, waardoor er in de meeste gevallen geen sprake is van asbestverdachte druppelzones. De dakgoot aan de noordzijde van de ligboxenstal is plaatselijk sterk begroeid. Hier is mogelijk alsnog sprake van een asbestverdachte druppelzone omdat hemelwater dat via de asbesthoudende dakplaten afwatert over de begroeiing op onverharde bodem stroomt.

Op verzoek van de opdrachtgever wordt er geen asbestonderzoek ter plaatse van deze druppelzone uitgevoerd; - in maart 2023 is er een asbestinventarisatie uitgevoerd ter plekke van de bebouwing op de onderzoekslocatie. Hierbij is ook de bebouwing op de huidige onderzoekslocatie geïnspecteerd. In het oude deel van de boerderij zijn asbesthoudende bronnen in de vorm van golfplaten op het dak, pakkingen in radiatoren en tegellijm aangetroffen. Ter plekke van de ligboxenstal zijn asbesthoudende golfplaten aangetroffen. In de overige bebouwing buiten de huidige onderzoekslocatie zijn asbesthoudende bronnen aangetroffen in de vorm van golfplaten, pakkingen, beglazingskit en dakbeschot; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. Vanwege de ouderdom van het erf en de historische agrarische bedrijfsactiviteiten wordt de bodem wel beschouwd als asbestverdacht; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000 - er zijn op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Op de percelen direct ten zuiden zijn in het verleden wel enkele bodem-onderzoeken uitgevoerd. De meest relevante onderzoeken worden hieronder toegelicht.

Terra Agribusiness verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo met projectnummer 2010-012, d.d. 10 mei 2010 Aanleiding voor dit onderzoek direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie was een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Naast het overig terrein (deellocatie I) zijn een bovengrondse dieseltank met olieopslag (deellocatie II), een olieopslag (deellocatie III) en een werkplaats (deellocatie IV) separaat als verdachte deellocaties onderzocht. Tijdens het veldwerk zijn er plaatselijk sporen puin in de opgeboorde bodem aangetroffen en ter plekke van boring 14 en 16 was een puinverharding aanwezig. De locatie is niet op asbest onderzocht. Uit de analyseresultaten bleek het volgende. Deellocatie I, overig terrein: - de bovengrond was plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie; - de ondergrond was plaatselijk matig verontreinigd met minerale olie; - het grondwater was matig verontreinigd met koper en licht verontreinigd met barium en zink. Deellocatie II, bovengrondse dieseltank met olieopslag: - de bovengrond was niet verontreinigd; - het grondwater was niet verontreinigd. Deellocatie III, olieopslag: - de bovengrond was sterk verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met PAK; - het grondwater was niet verontreinigd.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 4 van 19

Deellocatie IV, werkplaats: - de bovengrond was niet verontreinigd; - het grondwater was niet verontreinigd. De matige verontreiniging met koper in het grondwater ter plekke van deellocatie I en de matige tot sterke verontreinigingen met minerale olie in de bovengrond ter plekke van deellocatie I en deellocatie III gaven aanleiding tot nader onderzoek. Terra Agribusiness nader bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo met projectnummer 2010-012/1, d.d. 22 maart 2011 Het nader bodemonderzoek direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie is uitgevoerd naar aanleiding van de tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde matige tot sterke verontreinigingen. Deellocatie I, overig terrein: Er zijn in totaal 2 nieuwe boringen geplaatst en 2 mengmonsters samengesteld voor analyse op minerale olie. Tevens is de peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: - OM200 is niet verontreinigd met minerale olie; - OM201 is niet verontreinigd met minerale olie. - het grondwater was licht verontreinigd met koper (natuurlijke achtergrondwaarde). Gesteld werd dat er ter plekke van deellocatie I geen noemenswaardige verontreiniging aanwezig was. Deellocatie III, olieopslag: Er zijn in totaal 11 nieuwe boringen geplaatst en 6 mengmonsters samengesteld voor analyse op minerale olie.

Uit de analyseresultaten bleek het volgende: - 102-1 + 102-2 is niet verontreinigd met minerale olie; - 103-1 is niet verontreinigd met minerale olie; - boring 104-1 + 106 - 1 is sterk verontreinigd met minerale olie; - boring 105-1 is niet verontreinigd met minerale olie; - boring 101-2, 101-3, 101-4, 102-3, 102-4, 102-5 en 103-2 is niet verontreinigd met minerale olie - BM107 t/m 111 is niet verontreinigd met minerale olie; Geconcludeerd werd dat de oppervlakte van de interventiewaarde verontreinigingscontour circa 21 m2 bedroeg. De verontreinigde laag bevond zich op een diepte van circa 0.08 tot 0.5 m-mv. De verontreiniging had een omvang van circa 9 m3. Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 Agelo met projectcode 15049910, d.d. 25 november 2025 De aanleiding van dit onderzoek op circa 50 meter ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie, was de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning. Tijdens het veldwerk zijn er sporen puin en baksteen in de opgeboorde bodem waargenomen. Uit de analyseresultaten bleek: - de boven- en ondergrond waren niet verontreinigd; - het grondwater was zeer licht verontreinigd met barium.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 5 van 19

Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek. Relevante informatie

Bron

Specificatie

Opdrachtgever

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Ja

Gemeente Dinkelland

Bodeminformatie

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerdere bodemonderzoeken

Ja

Rapportagemodule Overijssel https://overijssel.nazca4u.nl/rapportage/

Ja

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINOloket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw BV, d.d. 28 mei 2020

Ja

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich op circa 23 meter boven NAP; - de onderzoekslocatie bevindt zich direct ten zuidoosten van de stuwwal Ootmarsum; - de deklaag bestaat tot circa 12 m-mv (meter minus maaiveld) uit zandige eenheden van de Formatie van Boxtel met een doorlaatwaarde van maximaal 50 m2/dag. Hieronder bevind zich een laag zand met een dikte van circa 0.5 meter van de Formatie van Drente met een onbekende doorlaatwaarde. Onder het zand is tot circa 60 m-mv een complexe eenheid aanwezig van gestuwde afzettingen bestaande uit zand, klei, grind en veen. Vanaf 60 m-mv tot meer dan 180 m-mv is klei aanwezig van de Formatie van Dongen; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.0 m-mv. Het freatische grondwater stroomt in (zuid)oostelijke richting onder invloed van afstroming vanaf de stuwwal; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen waterwingebied op korte afstand gelegen; - op circa 1.5 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie stroomt het Kanaal Almelo Nordhorn. De invloed hiervan op de freatische grondwaterstromingsrichting en grondwaterstand is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 6 van 19

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In norm NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bovengrond voormalig agrarisch erf (circa 3250 m2) Conform het beid van de Omgevingsdienst Twente en het historische gebruik van het voormalig agrarisch erf wordt de bovengrond beschouwd als heterogeen verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest. De hypothese "verdachte locatie" uit de normen NEN5740 en NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) wordt gebruikt. De twee strategieën worden gecombineerd. Op basis van een oppervlakte van circa 3250 m2 kan conform norm NEN5740 (strategie heterogeen verdacht) worden afgeleid dat er 15 boringen dienen te worden verricht tot 0.5 meter diepte.

Indien zintuiglijk verontreinigingen of bijmengingen worden opgemerkt, wordt de betreffende boring doorgezet tot in de zintuiglijk schone ondergrond. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek volgens norm NEN5707 (strategie heterogeen verdacht) naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. De grondboringen worden tot 0.5 m-mv vervangen door inspectiegaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Ter plekke van de betonverharding worden, in afwijking van de richtlijnen, betonboringen van 120 mm verricht. Er wordt mogelijk een geringe negatieve invloed op de analyseresultaten verwacht als gevolg van deze afwijking op de richtlijnen. Tijdens het veldwerk kan de bodem onder het beton minder goed beoordeeld worden, waardoor de resultaten van het asbestonderzoek onder het beton als indicatief dienen te worden beschouwd. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Bovengrond weiland (circa 1450 m2) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik kan de bovengrond ter plekke van het weiland als niet verdacht worden beschouwd.

De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt hiervoor gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op basis van het oppervlakte van circa 1450 m² kan conform norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-NL), worden afgeleid dat er 8 boringen dienen te worden verricht tot 0.5 meter diepte.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 7 van 19

Ondergrond en grondwater voormalig agrarisch erf en weiland De ondergrond en het grondwater van de gehele onderzoekslocatie worden als onverdacht beschouwd. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ongeroerde zintuiglijk schone ondergrond en het grondwater gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op basis van het gezamenlijke oppervlak van circa 4700 m2 kan conform norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-NL), worden afgeleid dat er 4 boringen dienen te worden verdiept tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 verdiept tot circa 1.5 meter onder de actuele grondwaterstand en afgewerkt met een peilbuis voor het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster. Vanwege eerdere bodemonderzoeken op de locatie Rossumerstraat 19 te Agelo worden de boringen gecodeerd als boring 401 tot en met 423. Alle opgeboorde grond wordt gezeefd over 20 mm of uitgeharkt/uitgespreid en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Vooralsnog wordt aangenomen dat visueel geen bijzonderheden (zoals asbestverdachte materialen of puinbijmengingen) worden opgemerkt en dat er geen asbestanalyse uitgevoerd hoeft te worden in het weiland.

Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).

Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 8 van 19

3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA te Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Zintuiglijke waarnemingen kunnen aanleiding geven voor meer analyses en/of aanvullend onderzoek. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Analysepakket

Monster

Voormalig agrarisch erf Bovengrond (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (3x)

Asbest en droge stof Weiland

Bovengrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof Voormalig agrarisch erf en weiland

Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 9 van 19

De Regeling bodemkwaliteit is per 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. De bodemonderzoeken behorende bij vergunningaanvragen uit 2023 worden getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit van 2012 en getoetst aan de Circulaire van 2013. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (geldt alleen voor grond). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden, is in principe een nader onderzoek nodig.

Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T (grond) of I (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 10 van 19

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 11 van 19

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3 en 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in februari en maart 2025 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/10). Er is assistentie verleend door de heer J. Braakman. Agrarisch erf In het beton ter plekke van boring 417, 418, 422 en 423 zijn er voorafgaand aan het veldwerk betonboringen verricht door een betonboringsbedrijf. Voormalig agrarisch erf Op 18 februari en 7 maart 2025 zijn er in totaal 11 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Tevens zijn er 4 grondboringen (ter plekke van de betonboringen) verricht met behulp van een Edelmanboor. Er zijn 3 inspectiegaten met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 2.5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 401). Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van bebouwing, verharding en begroeiing, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, weinig neerslag).

Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld waargenomen Weiland Op 18 februari en 7 maart 2025 zijn er met behulp van een Edelmanboor in totaal 8 boringen verricht, waarvan er 1 is doorgezet in de diepere ondergrond. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de boorplannen van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorstaten zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw is globaal als volgt: ter plekke van het voormalig agrarisch erf is er matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, matig humeus zand aangetroffen. Ter plekke van het weiland bestaat de bodem uit zeer tot matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, matig humeus zand met wortelresten. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn ter plekke van het voormalig agrarisch erf bodemvreemde materialen in de opgeboorde bodem waargenomen. Deze worden beschreven in tabel 3. Door de veldwerker zijn geen bodemvreemde waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem ter plekke van het weiland. Op de gehele onderzoekslocatie zijn in de opgeboorde bodem geen asbestverdachte materialen waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 12 van 19

Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming Agrarisch erf 401

0.07 - 0.5

Sporen puin

404

0.2 - 0.48

Zwak puin

411

0 - 0.35

Sporen puin

412

0 - 0.5

Sporen puin

413

0 - 0.5

Sporen puin

414

0 - 0.5

Sporen puin

415

0 - 0.5

Sporen puin, sporen metaal

416

0.08 - 0.4

Sporen puin

418

0.45 - 0.95

Sporen puin

419

0.28 - 0.65

Sporen puin

420

0.08 - 0.4

Sporen puin

421

0.08 - 0.4

Sporen puin

422

0.25 - 0.9

Sporen puin, boring gestaakt op betonpuin

423

0.25 - 0.85

Sporen puin, boring gestaakt op betonpuin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Het analyseresultaat van MM FF - 03 dient als indicatief te worden beschouwd omdat er niet conform de richtlijnen gewerkt kon worden (boringen in plaats van inspectiegaten). Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Bovengrond voormalig agrarisch erf BG I (sporen puin)

401 404 419 420

0.17 - 0.5 0.2 - 0.48 0.28 - 0.65 0.08 - 0.4

NEN5740standaardpakket

BG II (sporen puin)

411 412, 413 en 414

0 - 0.35 0 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG III (sporen puin)

418 422 423

0.45 - 0.95 0.65 - 0.9 0.65 - 0.85

NEN5740standaardpakket

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 13 van 19

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Traject (diepte in m-mv)

Monsterpunt

Analyse

Bovengrond voormalig agrarisch erf MM FF - 01

412, 413 en 414 415 416

0 - 0.5 0.06 - 0.5 0.08 - 0.4

MM FF - 02

404 420 en 421

0.08 - 0.48 0.08 - 0.4

MM FF - 03 (indicatief)

417 418 422 en 423

0.12 - 0.5 0.45 - 0.95 0.25 - 0.65

Asbest Asbest

Asbest

Bovengrond weiland BG IV (zintuiglijk schoon)

402 en 405 406, 407, 408 en 409 410

0 - 0.5 0 - 0.4 0 - 0.2

NEN5740standaardpakket

Ondergrond voormalig agrarisch erf en weiland OG

401 403 404

0.5 - 0.75 0.7 - 1.05 0.65 - 1.05

NEN5740standaardpakket

Boring 401 is doorgezet tot 2.5 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 7 maart 2025 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonste-ring maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens worden weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 401

1.50 - 2.50

0.97

6.5

391

8.7

Goed

pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 14 van 19

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de streef- en interventiewaarden. Er zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Deze worden weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond1- of streefwaarde

Interventiewaarde

Bovengrond voormalig agrarisch erf BG I

Minerale olie

43

215 *

190

5000

BG II

Lood

77

116 *

50

530

50

625

Grondwater voormalig agrarisch erf en weiland Barium

PB 401 1

51

51 *

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T (grond) of I (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I - Minerale olie Het mengmonster van de bovengrond BG I is zeer licht verontreinigd met minerale olie. Op basis van de beschikbare gegevens kan het licht verhoogde gehalte niet direct verklaard worden. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond BG II - Lood Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen (en PAK) niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor het licht verhoogde gehalte wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 15 van 19

Grondwater PB 401 - Barium Het zeer licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5

Resultaten asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 16 van 19

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Ellen Haarhuis Vastgoed BV is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel (voormalig agrarisch erf en weiland) ter grootte van circa 4700 m² aan de Rossumerstraat 19 in Agelo. Het voormalig agrarisch erf is grotendeels bebouwd met een woonboerderij, een voormalige veeschuur (ligboxenstal) en een houten schuurtje/overkapping. De bebouwing op de locatie zal deels worden gesloopt. Het onbebouwde deel van het erf is grotendeels verhard met klinkers, asfalt en beton en deels onverhard en in gebruik als tuin. Het weiland ten noorden van het erf is onbebouwd, onverhard en begroeid met gras. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terrein. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt en er wordt nieuwbouw (woning met bijgebouwen) gerealiseerd. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek is de bovengrond ter plekke van het bebouwde en verharde terreindeel, vanwege het historisch gebruik als agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest.

De ondergrond en het grondwater ter plekke van het voormalig agrarisch erf zijn als onverdacht beschouwd. De bovengrond, de ondergrond en het grondwater ter plekke van het onbebouwde en onverharde terreindeel (weiland) zijn als onverdacht beschouwd. Resultaten veldwerk Ter plekke van het agrarisch erf zijn er in totaal 11 inspectiegaten gegraven en 4 boringen verricht. Ter plekke van het weiland zijn er in totaal 8 boringen verricht. Er zijn 4 monsterpunten doorgezet in de diepere ondergrond, waarvan er 1 is afgewerkt met een peilbuis. De bodem bestaat globaal uit zeer tot matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, matig humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn ter plekke van het agrarisch erf bodemvreemde materialen in de opgeboorde bodem waargenomen. Het freatische grondwater is aangetroffen op 0.97 m-mv. Er zijn door de veldwerker geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem.

Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Bovengrond voormalig agrarisch erf - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met minerale olie; - de bovengrond (BG II) is licht verontreinigd met lood; - de bovengrond (BG III) is niet verontreinigd; - mengmonster MM FF - 01 is niet asbesthoudend; - mengmonster MM FF - 02 is niet asbesthoudend; - mengmonster MM FF - 03 is niet asbesthoudend.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 17 van 19

Bovengrond weiland - de bovengrond (BG IV) is niet verontreinigd. Ondergrond en grondwater voormalig agrarisch erf en weiland - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 401) is zeer licht verontreinigd met barium (natuurlijke achtergrondwaarde). Hypothese Met betrekking tot de bovengrond van het voormalig agrarisch erf dient de hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5740 te worden aangenomen, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. Met betrekking tot het voormalig agrarisch erf kan de hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5707 worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. met betrekking tot de bovengrond van het weiland kan de hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 worden aangenomen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. Met betrekking tot de ondergrond van de gehele onderzoekslocatie kan de hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 worden aangenomen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrond- waarden zijn aangetoond. Met betrekking tot het grondwater van de gehele onderzoekslocatie dient deze hypothese te worden verworpen, aangezien er een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond.

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 401) zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar paragraaf 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In de mengmonsters van boven- en ondergrond (BG III, BG IV en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten. In de mengmonsters van de fijne fractie (MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03) is geen asbest aangetoond. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is.

Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 18 van 19

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland Terra Agribusiness, rapport verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo met project-nummer 2010-012, d.d. 10 mei 2010 Terra Agribusiness, rapport nader bodemonderzoek Rossumerstraat 19 te Agelo met projectnummer 2010-012/1, d.d. 22 maart 2011 Kruse Milieu BV, rapport verkennend bodemonderzoek Rossumerstraat 19 Agelo met projectcode 15049910, d.d. 25 november 2025 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 F, Topografische Dienst Kadaster Archief Kruse Milieu BV Rapportagemodule Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 25009616

Pagina 19 van 19

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, mei 2010 Boorplannen nader bodemonderzoek Terra Agribusiness, maart 2011 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2015 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2025

Rossumerstraat 19 in Agelo

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 25009616 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 F



       



   



   

) 7 



  

:<   3 7 :87   . 7 / := / 3 7  113 :87   . 7 / :87   .;. 7 / : 77





 677 8

'(   )  *+,-   ))).  /. 

0   " 1  "

 )  9'

0 

2 3 3 +34 5 

9

  !"#  $ %&  

Ellen Haarhuis Vastgoed BV Rossumerstraat 19 7636 PK Agelo Verkennend (asbest)bodemonderzoek

402 407 405 406 409 410 408 411 412

413 414

416

401 415

418

417

403

mobiele dieseltank 422

423

419 420

= Uitbreiding = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 2.5 meter diepte = Peilbuis

421

404

0

25

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: RM

: 25009616 : 1:500 (A3-formaat) : Maart 2025

Bijlage II Boorstaten Legenda Boorstaten

401

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

404 0

1

1

-7 2 50 3 4 100 5

150

150

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen puin, ophoogzand

klinker / cm t ov m aaiveld

0

2 50

3

-17

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen puin

4 100

-95

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -140

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, zuigerboor

250 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, donker beige, bruin, m at ig t eelaarde, zwak oer -105

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -170

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen oer, zwak wort els, edelm an

50

t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen oer, edelm an

-50

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-80

100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an

150

50

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, st erk oer, edelm an -50

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

403

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

2

-8

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen oer

100

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen oer, edelm an

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-50

408 -40

3

t ype dat um boorm eest er

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin

1 -70

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak t eelaarde, edelm an -105

150

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n 0 .7

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, zwak oer, edelm an

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker grijs, zwart , zwak t eelaarde, edelm an

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-50

409

-150

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Rossu m e r st r a a t 1 9 - Ag e lo 25009616 N EN 5 1 0 4

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen oer, zwak wort els, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, zwak wort els, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen oer, zwak wort els, edelm an

50 0

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen oer, zwak wort els, edelm an -40

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

407

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n 1 .2

50

t ype dat um boorm eest er

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen oer, zwak wort els, edelm an

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

406 -50

2

t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n 1 .0 7

405

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n 1

402

t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin -65

150 -75

250

-20

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak puin, gf/ff : 3,9/44,6 kg. geen asbest -48

5

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, st erk oer 200

-8

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin, m at ig t eelaarde

0

-40

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen oer, edelm an -50

410

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 2 3

50 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

416 0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin

1 -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht grijs, geel, sporen roest , sporen keien -40

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen keien, sporen oer, edelm an

1

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin -50

bet on / cm t ov m aaiveld

0

50

100 t ype dat um boorm eest er

-50

t uin / cm t ov m aaiveld 1

0

418

bet on / cm t ov m aaiveld

0

50

t uin / cm t ov m aaiveld

0 1

0

33x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen puin

50

t ype dat um boorm eest er

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen puin -95

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-100

419 -50

-13

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, bruin -45

100

413

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

in sp e ct ie g a t 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

2

50

414

t uin / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype dat um boorm eest er

-8

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht wit -28

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-65

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, zwak wort els, st erk oer

-50

-80

in sp e ct ie g a t 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

420

415 0 1 50 2

1

0 -6

31x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, st erk t eelaarde, sporen puin, zwak oer, sporen m et aal

2

50

0 -8

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwart , sporen t eelaarde, sporen puin -40

-50

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, m at ig oer -70

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

klinker / cm t ov m aaiveld

0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, zwak wort els, sporen puin

0

33x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen puin

0

bet onboor

2

in sp e ct ie g a t 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak t eelaarde, edelm an -100

1 -50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen bakst een, edelm an

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen puin

50

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

0

bet onboor

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, sporen oer, edelm an

0

t ype dat um boorm eest er

0

30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, zwak oer oerbrokken -35

in sp e ct ie g a t 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

412

t ype dat um boorm eest er

-8

30x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen puin -40

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

1

weiland / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er

50 t ype dat um boorm eest er

0

-12

411

t ype dat um boorm eest er

2

417 -50

t ype dat um boorm eest er

klinker / cm t ov m aaiveld

0

Rossu m e r st r a a t 1 9 - Ag e lo 25009616 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak t eelaarde -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, m at ig oer -70

421

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

0 -8

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen puin -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen t eelaarde t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 2 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-75

422

bet on / cm t ov m aaiveld

0 1 2

50

3

0

bet onboor -11

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige -25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen puin -65

t ype dat um boorm eest er

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen puin

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

-90

edelm an, boring gest opt op bet onpuin -91

423

bet on / cm t ov m aaiveld

0

0

bet onboor 1 2

50

3

-13

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand -25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, sporen puin -65

t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 J. H a r t m a n

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen puin -85

edelm an, boring gest opt op bet onpuin -86

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Rossu m e r st r a a t 1 9 - Ag e lo 25009616 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1040/documents/25123