CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Analyses.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 22: Voorstel inzake oprichting Regionaal Energie Bedrijf REB-NOT2.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij oprichting Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) 1. Inleiding/aanleiding In het kader van het opstellen van het collegevoorstel voor de oprichting van het Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) zijn er een drietal analyses uitgevoerd, te weten een: 1. Krachtenveldanalyse, 2. Risicoanalyse in twee onderdelen en 3. Kansenanalyse. Deze analyses zijn in november 2021 uitgevoerd door leden van de ambtelijke werkgroep en leden van de Lokale Energie Initiatieven (LEI’s) gezamenlijk. Elke analyse is voorbereid door twee leden, de resultaten daarvan zijn vervolgens gedeeld met alle leden van de ambtelijke werkgroep en met de leden van de LEI’s. Hierop kan door iedereen gereageerd worden. Vervolgens zijn in een gezamenlijke sessie op 10 november 2021 de resultaten besproken en zijn de waardes toegekend. Tot slot is het verslag van de analyse gemaakt. Hieronder worden de resultaten van de analyses weergegeven.

2. Krachtenveldanalyse In de krachtenanalyse staat het project centraal binnen haar omgeving waarin o.a. actoren als: stakeholders, publieke opinie, wet- en regelgeving (EU, NL en lokaal), tijd, geld, raad en college enz. te vinden zijn. 1. Beschrijving van het thema dat aan de orde is: Realisatie van een organisatievorm om als gemeente zelf duurzame energie op te wekken, waarbij lokale energie-initiatieven kunnen deelnemen en burgerparticipatie optimaal is. 2. Beschrijving van de status quo, de huidige situatie met betrekking tot het genoemde Drie van de vier gemeenten hebben bij monde van hun wethouder aangegeven te willen participeren, de gemeente Oldenzaal beperkt zich tot financiële facilitering van de coöperatie in de gemeente. De colleges nemen een besluit tot oprichting, de gemeenteraad kan haar wensen en bedenkingen uiten, waarna de colleges een definitief besluit nemen. De coöperaties zijn ook bereid mee te doen, al hebben een paar coöperaties twijfels over de slagkracht. Beslissingsbevoegdheid ligt bij de collegese en de besturen van de LEI’s. 3.

De gewenste verandering (het doel of de visie) Het verkrijgen van commitment bij de bestuurders van de gemeenten en de betrokken coöperatiebesturen voor de oprichting van een REB NOT teneinde vanuit deze coöperatie samen met inwoners te werken aan de energietransitie, te beginnen met de plaatsing van zonnepanelen op daken met gebruik van de SCE. 4. Drijvende krachten en remmende krachten met waardering van sterkte In onderstaand schema zijn de drijvende en remmende krachten die in de voorbereiding en tijdens de gezamenlijke sessie naar voren zijn gekomen genoemd. In de gezamenlijke sessie is de waardering van deze krachten bepaald. Dit schema is ook opgenomen in het projectplan, evenals de tekst onder punt 6 Beheersen remmende krachten.

5. Welke krachten zijn het makkelijkst te beïnvloeden en hoe? Een belangrijke drijvende kracht is dat je (als gemeentelijke overheid) het niet moet willen dat grote bedrijven of multinationals (uit het buitenland) de revenuen opstrijken van subsidies van belastinggelden terwijl de lokale bevolking de lasten gepresenteerd krijgen in de vorm van horizonvervuiling enz. Vanuit een regionaal energiebedrijf met de Lokale Energie Initiatieven ben je veel beter in staat de direct betrokkenen in de nabije omgeving veel eerlijker en beter te compenseren. Klimaatontwikkeling en publieke opinie zijn lokaal weinig te beïnvloeden. Over de taakstelling RES is lokaal besloten. De drijvende krachten vanuit de politiek, in de vorm van moties vanuit de gemeenteraden liggen er. Met een goed plan voor het ontwikkelen van regionale energieproductie kunnen de drijvende krachten versterkt worden. Daarbij dient duidelijk gemaakt te worden dat inwoners van de gemeenten met (initieel) professionele ondersteuning en financiële facilitering vanuit de gemeenten, zelf in substantiële hoeveelheden lokaal groene energie gaan produceren waarbij de gemeenschap zelf bepaalt hoe en waar de productie plaatsvindt en hoe de verdiensten lokaal verdeeld worden.

Een REB-NOT dient om kennis te bundelen, als platform om van elkaar te leren en als sterke stabiele bovenlokale basis om verdere lokale initiatieven voor de energietransitie te ontwikkelen. Als het gaat om een Regionaal Energiebedrijf versus een Lokaal Energiebedrijf kan duidelijk gemaakt worden dat zonder een REB-NOT elke gemeente in een aantal opzichten het wiel zelf moet uitvinden (als ze de lokale energietransitie wil bevorderen) en dat dat waarschijnlijk meer personeel en meer geld kost. Deelnemen in de rechtspersoon betekent de mogelijkheid om samen gebruik te maken van in principe schaarse professionele kennis van de energietransitie. Door lokale bewoners een belangrijke rol te geven betrek je de gemeenschap. Door de gemeenschap te laten profiteren wordt als inwoner meewerken aan lokale initiatieven aantrekkelijker. Uiteindelijk biedt dit zich op een situatie waarin de gemeente niet meer hoeft te trekken aan de bewoners om mee te gaan in de energietransitie, maar de bewoners die het voortouw binnen de gemeente nemen. Gezien echter het feit dat het een kennis- en kapitaalintensief gebeuren is, is het wel belangrijk dat de gemeenten met een REB-NOT deze beweging op gang brengen. Samenwerken met bewoners (via de LEI’s) kan lastig zijn, maar in de energietransitie geldt heel sterk: alleen gaat het sneller, maar samen kom je verder.

De overtuiging dat de rijksoverheid of de markt het fikst gaat voor veel dingen op, maar de energietransitie is lokaal en grotendeels op het niveau van buurtschappen, dorpen en wijken. De energietransitie heeft invloed op het aanzien van het platteland en de gebouwde omgeving. Als lusten en lasten niet lokaal gedeeld worden, dan wordt het niet wat met de energietransitie. De markt is er per definitie op uit om vooral van de (financiële) lusten te profiteren.

6. Mogelijkheden om de remmende krachten te beheersen: We gaan hieronder per remmende kracht kort in op de mogelijkheden om deze te beheersen: 1. Capaciteitsgebrek: door het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen door de gemeenten voor de eerste twee jaar kan er voldoende capaciteit worden ingehuurd voor het realiseren van de eerste projecten. Door de opzet van de begroting kunnen LEI’s zonder voldoende capaciteit ervoor kiezen om de ontwikkeling van projecten vrijwel in zijn geheel door het REB-NOT te laten uitvoeren. 2. Achterblijven landelijke financiering: kan alleen opgelost worden door gezamenlijke druk van alle partijen richting het kabinet en Tweede Kamer. Is wel een voortdurend punt van zorg. 3. Nog een taak gemeente en 4. Politieke weerstand tegen nieuwe samenwerkingsvormen: de gekozen opzet (keuze tussen deelname in de rechtspersoon of alleen financiële participatie) en de termijn van vijf jaar, zorgen er samen voor dat het voor de gemeente geen “molensteen” wordt, waarvan de gevolgen bij voorbaat niet te overzien zijn. Het uitgangspunt is een professionele organisatie die vanuit de samenleving verder uitgebouwd wordt. 5.

Samenwerking kost geld: in eerste instantie kost het geld, maar het doel is natuurlijk dat de projecten ook geld opleveren, om er daarmee voor te zorgen dat de inwoners van de gemeenten ook profiteren van de resultaten (niet alleen de lasten, maar ook de lusten). 6. Taak van Rijk of markt: alle partijen hebben een taak in de energietransitie, voor de gemeenten is dat onder andere de regierol. Samenwerking met marktpartijen vanuit REB-NOT is een reële optie, maar dan wel op basis van gelijkwaardigheid en het maken van goede afspraken. 7. NIMBY of NIVEA: landelijk onderzoek wijst uit dat als inwoners niet alleen de lasten ervaren, maar ook profiteren van de lusten van projecten op het gebied van duurzame energie, de acceptatie en het draagvlak worden vergroot. Dit is ook één van de belangrijke voordelen van het gezamenlijk oprichten van REB-NOT. 8. Natuurorganisaties: bij deze organisaties botsen regelmatig de gevolgen van de klimaatverandering met de veranderingen in natuur en landschap door het uitvoeren van projecten. Bij deze organisaties speelt meer en meer mee dat er juist door het realiseren van projecten op lokaal niveau er kansen ontstaan voor multipliereffecten, waarbij opbrengsten ten goede komen aan de instandhouding en ontwikkeling van natuur en landschap. 9.

Lokale Politiek: met een positief advies vanuit de gemeenteraad voor het oprichten van een REBNOT met bijbehorende financiering en garantstelling is er feitelijk geen sprake meer van een remmende kracht vanuit de politiek. 10. Samenwerking LEI’s/gemeenten: zoals uit het overzicht blijkt wordt dit punt zowel als een drijvende als een remmende kracht gezien. Zoals de situatie nu is, is het duidelijk een grotere drijvende kracht dan een remmende kracht.

3. A. Risicoanalyse Fase 1: Oprichting REB-NOT (t/m besluitvorming) Bij de risicoanalyse gaat het erom te bepalen welk beheersaspect (tijd, geld, kwaliteit, organisatie, informatie) het meeste risico in zich draagt. De risico’s zijn bekeken vanuit de onderstaande invalshoeken: -

Politiek/bestuurlijk Financieel/economisch Juridisch/wettelijk Technisch Organisatorisch Geografisch/ruimtelijk Maatschappelijk

Na het benoemen van de risico’s voor deze fase is er een waardering gegeven aan de kans en aan het effect. Dit bepaalt de riscowaarde (= kans x effect) en de rangorde van de risico’s. Daarbij is gebleken dat er zowel risico’s zijn in de fase tot de oprichting en in de fase daarna. Omdat de beheersmaatregelen voor beide fasen verschillend zijn, is ervoor gekozen om deze analyse te splitsen.

De resultaten van fase 1 zijn weergegeven in onderstaande tabel. De resultaten voor fase 2 staan onder 3. B. vermeld. De resultaten van fase 1 zijn in het projectplan door middel van een grafiek opgenomen.

Ernstig

1

2

4 X

8 16 8

1

4

2

X

2

3

X

4

2

X

2

3

8

1

X

4

2

X

8

1

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Funest

Serieus

8 16 0,1

Zeer ernstig

Vervelend

4

Vrijwel zeker

Onbelangrijk

2 X

Groot

1

Reëel

0,1

Risico- Rangwaarde orde

Waarschijnlijk

Imago/politiek: Onvoldoende (politieke) bestuurlijke/organisatorische consensus over de oprichting van REB-NOT en de wijze waarop door gemeenten wordt deelgenomen Imago/politiek: Onvoldoende aandacht voor geldende wet- en regelgeving (Project voortgang zonder wettelijke toestemming van colleges volgens gemeentewet art. 169 jo 160) Imago/politiek: Onvoldoende aansluiting gezocht bij afwegingskader Verbonden Partijen Imago/politiek: geen besluitvorming over de gemeentelijke bijdrage/participatie in een REB-NOT qua geld en inzet Maatschappij: Onvoldoende draagvlak door LEI’s (zien REB als concurrent). Structuur: Opzet REB-NOT onvoldoende opportuun gezien aankomende verkiezingen (verandering van politieke opvatting) Structuur: Onvoldoende helderheid over participatie/zeggenschap en/of onvoldoende bepaling van eigenaarschap Mensen: Ontbreken Ondersteuning aan de werk-projectgroepen (capaciteit, kennis en kunde)

Effect

Onwaarschijnlijk

Kans

(vrijwel) nul

Risico

Vervolgens zijn de beheersaspecten bepaald en is waar nodig aangegeven hoe deze aangepakt worden, dus hoe ze kunnen worden voorkomen, vermindert, uitbesteed (verzekeraars) of geaccepteerd.

Rangorde Risico 1 Mensen: Ontbreken ondersteuning aan de werkprojectgroepen (kennis/kunde)

1

1

2

2

2

3

3

Beheersmaatregel Geen risico bij het opzetten van het bedrijf, maar meer de voortgang van het bedrijf (kennis en capaciteitsvraagstuk). In Fase 1 een gezamenlijke verantwoordelijkheid Externe projectleider/opdrachtgever. In Fase 2 ligt de verantwoordelijkheid bij: Directeurprojectleider en Bestuur REB-NOT Imago/politiek: Zorgdragen voor voldoende communicatie tussen Onvoldoende (politieke) bestuurlijke en politieke geledingen. Verwachtingen bestuurlijke/organisatorische consensus over over en weer helder scheppen. de oprichting van REB-NOT en de wijze Verantwoordelijkheid ligt bij: Externe waarop door gemeenten wordt Projectleider/Opdrachtgever deelgenomen Structuur: Scherp beeld in de politiek blijven schetsen van de Opzet REB-NOT onvoldoende opportuun voordelen en kansen van een Regionaal gezien aankomende verkiezingen Energiebedrijf. Verdere beheersing niet mogelijk. (verandering van politieke opvatting) Imago/politiek: Geldende regelgeving is in beeld Onvoldoende aandacht voor geldende wetIn beeld houden en brengen dat deze wettelijke en regelgeving (Project voortgang zonder toestemming er moet komen. wettelijke toestemming van colleges volgens Verantwoordelijkheid ligt bij: gemeentewet art.

169 jo 160) Concern controller Structuur: Besluit nemen/in statuten vaststellen op welke wijze Onvoldoende helderheid over de participatie/zeggenschap en/of eigenaarschap participatie/zeggenschap en/of onvoldoende wordt geregeld. bepaling van eigenaarschap Verantwoordelijkheid ligt bij: Externe projectleider Imago/politiek: Besluit nemen/statuten vaststellen (financieel) Geen besluitvorming over de gemeentelijke waarin wordt omschreven wat de gemeentelijke bijdrage/participatie in een REB-NOT qua bijdrage in een REB-NOT qua geld en inzet van geld en inzet ambtelijke uren wordt verwacht. Bepalen of het uit bestaande budgetten kan of er nieuw budget moet worden vrijgemaakt, waarbij het budgetrecht bij de raden ligt. Verantwoordelijkheid ligt bij Externe projectleider/Opdrachtgever Maatschappij: Onvoldoende draagvlak door Contacten met de LEI’s en lokale projecten scherp LEI’s (zien REB als concurrent). houden en voortdurend communiceren over de eventuele deelnamen in het REB-NOT. Bijsturen indien nodig Goede procesafspraken over voorrang (privaat, LEI en dan pas REB) Verantwoordelijkheid ligt bij: Externe Projectleider Imago/politiek: Onvoldoende aansluiting In beeld houden en aansluiting zoeken wat de door gezocht bij afwegingskader Verbonden de raden van Dinkelland en Tubbergen is vastgesteld Partijen in de nota verbonden partijen.

Hierin is een afwegingskader opgenomen over het wel en niet oprichten van een verbonden partij Verantwoordelijkheid ligt bij: Concern controller

4. B. Risicoanalyse Fase 2: REB-NOT in bedrijf Voor deze fase 2 is dezelfde werkwijze gevolgd als omschreven bij 3. A.

Fase 2: Werking REB-NOT Structuur: Onvoldoende uitgekristalliseerde processen voor (b.v. kaders voor toe- en uittreding bij REB-NOT) Ruimtelijke kaders: Vastgestelde ruimtelijke kaders waardoor omvangbeperkingen kunnen worden opgelegd of technieken/gebieden worden uitgesloten Netcapaciteit: onvoldoende terugleveringcapaciteit Energieopslag: Initiatieven voor energieopslag worden opgepakt door marktpartij. Hierdoor ligt een vorm van energie-ongelijkheid op de loer (meer economische dan maatschappelijk belang) Schade en Vernieling: Schade en vernieling aan objecten Mensen: Ontbreken juiste kennis en kunde bij bedrijfsvoering REB-NOT Maatschappij: Onvoldoende draagvlak door inwoners en omwonenden met als gevolg dat de exploitatie onder druk komt te staan (de afzonderlijke energieprojecten lokaal in de maatschappij)

Risico- Rangwaarde orde

Groot

Onbelangrijk

Vervelend

Serieus

Ernstig

Zeer ernstig

1

2

4

8 16 0,1

1

2

4

8 16

Funest

Waarschijnlijk

0,1

Vrijwel zeker

Reëel

Effect

Onwaarschijnlijk

Kans

(vrijwel) nul

Risico

X

X

4

3

X

X

4

3

X

64

1

X

16

2

1

5

2

4

16

2

X X

X

X

X

X X

X

Rangorde Risico

Beheersmaatregel

1

Netcapaciteit: onvoldoende terugleveringcapaciteit

Netcapaciteit is onvoldoende, dit is bekend en er moet op korte termijn actie op ondernomen worden. Belangrijk is om projecten voor te bereiden en aan te kondigen bij netbeheerder. Gezamenlijk oppakken als colleges en REB-NOT.

2

Energieopslag: Initiatieven voor energieopslag worden opgepakt door marktpartij. Hierdoor ligt een vorm van energie-ongelijkheid op de loer (meer economische dan maatschappelijk belang)

Energieopslag is nog niet rendabel, maar wordt in de toekomst belangrijker. Combinaties ontwikkelen tussen energieopwekking en opslag vanuit REB-NOT. Oppakken vanuit REB-NOT, samen met andere lokale partijen vanuit RES Twente.

2

Maatschappij: Onvoldoende draagvlak door Draagvlak creëren en communicatie met inwoners inwoners en omwonenden met als gevolg dat vanuit REB-NOT, maar met name vanuit de deelnemende LEI’s in REB-NOT. er onvoldoende projecten worden gerealiseerd en de exploitatie onder druk komt te staan.

Grootste probleem ligt bij de windmolens, maar ook zonnevelden (landbouwgrond) vormen een hindernis. Zoeken naar slimme combinaties en niet controversiële grond en opbrengsten naar het gebied. Gezamenlijke taak voor alle leden van REB-NOT.

3

Structuur: Onvoldoende uitgekristalliseerde processen voor (b.v. kaders voor toe- en uittreding bij REB-NOT)

Basis is vastgelegd in de statuten. Verdere kaders moeten nog worden gemaakt. Een werkgroep vanuit de LEI’s in REB-NOT is daarmee begonnen. Gezamenlijke taak voor directeur-projectleider en bestuur REB-NOT.

3

Ruimtelijke kaders: Vastgestelde ruimtelijke kaders waardoor omvangbeperkingen kunnen worden opgelegd of technieken/gebieden worden uitgesloten

Bij verschillende overheden worden steeds meer ruimtelijke en maatschappelijke voorwaarden voorgeschreven. In beeld brengen welke opties er (zonder beperkende maatregelen) zijn of hoe de beperkende maatregelen kunnen worden getackeld. Gezamenlijke taak voor directeur-projectleider en bestuur REB-NOT en bestuurders gemeenten.

4

Mensen: Ontbreken juiste kennis en kunde bij bemensing REB-NOT

Aanstellen deskundige directeur-projectleider voor de 1e 2 jaar, in die tijd mensen van de LEI’s opleiden. Professionaliseren LEI’s is een belangrijk doel. Taak voor: Bestuur REB-NOT

5

Schade en Vernieling: Schade en vernieling aan objecten

Voor de meeste voorkomende schade of vernieling rondom zonnepark en windturbines zijn reguliere verzekeringsopties beschikbaar. Verzekeringsopties bekijken. Taak voor: directeur-projectleider

5. Kansenanalyse Bij de kansenanalyse gaat het erom te bepalen welk aspect (tijd, geld, kwaliteit, organisatie, informatie) de grootste kans in zich draagt. De kansen zijn bekeken vanuit dezelfde invalshoeken als de risicoanalyse. Na het benoemen van de kansen en het bepalen van de frequentie en het reëel effect zijn deze met elkaar vermenigvuldigd. Dit bepaalt de kanswaarde (= frequentie x reëel effect) en rangorde van kansen.

Financieel: Op termijn financiële voordelen Maatschappij: De diverse LEI’s weten elkaar steeds beter te vinden waardoor succeskans toeneemt en gemeente minder nodig is. Politiek/imago en Mensen: succesvolle uitvoering van dit project binnen NOT heeft een positief effect op andere gezamenlijke NOT-projecten als Participatiewet, sportaccommodaties etc. en de toekomstige samenwerking Maatschappij: Meer grip op burgers en bedrijven Structuur: Verbetering communicatie met stakeholders Structuur: Betere positie in en versterking van de netwerken rondom duurzaamheid Maatschappij: (On)mogelijkheden worden duidelijker Maatschappij: Beter begrip voor de overheid Imago/politiek: Versterking van rol als aanjager in duurzaamheidsinitiatieven Organisatorisch: opdoen van ervaring met dit soort trajecten, waardoor minder externe inhuur in de toekomst noodzakelijk is. Imago/politiek: Meer duidelijkheid rol overheid Maatschappij: Bedrijven denken actiever mee

Groot

eenmalig

Onregelmatig (beperkt)

Regelmatig (beperkt)

Oregelmatig (veelvuldig)

Regelmatig (veelvuldig)

1

2

4

8 16 0,1

1

2

4

8 16

4

8

4

2 4

32

1

4

16

2

4

8

3

8

3

2

2

4

8

3

2

4

8

3

2

2

4

4

2

2

4

4

2

2

4

4

2

2

4

4

1

2

5

1

1

6

2 1

Continue

Waarschijnlijk

0,1

Vrijwel zeker

Reëel

Frequentie

Onwaarschijnlijk

Effect

(vrijwel) nul

Kans

Kans- Rangwaarde orde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/578/documents/17495