CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 evaluatie schulddienstverlening Dinkelland.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 25: Voorstel inzake vaststellen kadernota armoede en schulden 2024-20285.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 8 Evaluatie schulddienstverlening 2019-2023

Bijlage 8 Evaluatie schulddienstverlening 2019-2023 Opdrachtgever Rian Stamsnieder

Bestuurlijk verantwoordelijk(en) Cel Severijn

Datum Oktober 2023

Status Evaluatie

Projectteam Rene Stam, Babette Aubri & Eric Wolkotte

Versie 1.0

Samenvatting Voor u ligt de evaluatie schulddienstverlening 2019-2023. In deze evaluatie is allereerst gekeken in hoeverre de doelstellingen omschreven in het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 behaald zijn. Uit de evaluatie is op hoofdlijnen gebleken dat veel van de doelstellingen, geformuleerd in het beleidsplan schuldhulpverlening 2019-2023, behaald zijn. Daarnaast zijn er een aantal projecten genoemd in het beleidsplan 2019-2023, die inmiddels volledig geborgd zijn in het reguliere werk.

De afgelopen jaren zijn er veel landelijke, regionale en lokale wijzigingen geweest rondom schulddienstverlening. De belangrijkste wijzigingen zijn o.a. de verkorting van de aflossingingsperiode WSNP (wettelijke schuldsanering natuurlijke personen) en MSNP (minnelijke schuldsanering natuurlijke personen) van 36 naar 18 maanden. Tevens valt sinds 1 januari 2021 vroegsignalering onder de WGS (wet gemeentelijke schuldhulpverlening). Hiermee is vroegsignalering een wettelijke taak van de gemeente geworden.

Bovendien is in de huidige evaluatie, de cijfers van zowel de gemeente als de Stadsbank meegenomen. De cijfers moeten echter voorzichtig geïnterpreteerd worden. De reden hiervoor is dat er vanuit de gemeente nog geen goed werkend registratiesysteem is waardoor cijfers mogelijk kunnen afwijken. Daarnaast is de wetswijziging verkorting aflossingsperiode WSNP/MSNP sinds 1 juli 2023 ingegaan. Om deze reden zijn de cijfers in het eerste half jaar van 2023 ook lastig te interpreteren. Mensen hebben immers hun schuldenregeling uitgesteld tot na 1 juli 2023 om de profiteren van de verkorte aflossingstermijn.

De belangrijkste conclusies zijn dat zowel de Stadsbank als de consulenten erg positief zijn over de samenwerking. De lijntjes zijn erg kort en er kan makkelijk maatwerk geleverd worden. Daarnaast zijn er nog wel een aantal verbeterpunten. Zo is het belangrijk dat de consulenten gaan werken met een goed werkend registratiesysteem dat aansluit op de werkwijze van de consulenten. Daarmee samenhangend zijn veel cijfers nu niet in beeld vanwege het ontbreken van dit systeem. Om tot goede conclusies en aanbevelingen te komen zijn deze cijfers cruciaal. Tot slot geven de schulddienstverleners aan dat het wenselijk zou zijn om meer uren te krijgen. In de huidige setting doen onze schulddienstverleners het reguliere werk rondom schulddienstverlening, vroegsignalering en de kindertoeslagenaffaire. Dit maakt het lastig om soms net dat stapje extra te kunnen zetten en bijvoorbeeld wat vaker op huisbezoek te gaan. De mogelijkheid om meer capaciteit te creëren moet onderzocht worden.

1

Inhoud Samenvatting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Leeswijzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 2. Doel evaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2.1 Schulddienstverlening in de gemeente Dinkelland. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2.2 Beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 3. Ervaring schulddienstverleners en de Stadsbank Oost Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3.1 Praktijkervaring schulddienstverleners. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3.2 Praktijkervaring SON . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 4. Cijfers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4.1 Cijfers vanuit de gemeente Dinkelland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4.2 Cijfers vanuit de Stadsbank Oost Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . 10 5. Landelijke, regionale & lokale ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 5.1 Landelijke ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (2022-2025) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

12

Verkorting aflossingstermijn wettelijk- en minnelijk schuldsaneringstraject . . . . . . . . . . . . . 12 Adviesrecht gemeente beschermingsbewind . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Vroegsignalering als wettelijke taak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 5.2 Regionale ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Wijziging Wet Gemeenschappelijke regeling (WGR) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

5.3 Lokale ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 6. Kosten & opbrengsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 7. Conclusie & aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 7.1 Conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 7.2 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Bijlage A . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Bijlage B . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Bijlage C . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

2

Terug naar inhoud

1 Inleiding Op 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) ingevoerd. Hierbij heeft de gemeente de opdracht gekregen om inwoners te ondersteunen bij het vinden van adequate oplossingen gericht op de aflossing van schulden en een vorm van nazorg en preventie in te richten. Met de invoering van de WGS is de Algemene Wet bestuursrecht (Awb) van toepassing geworden op schuldhulpverlening.

Met het invoeren van de WGS heeft de gemeente een regierol gekregen om een integraal aanbod schulddienst- en schuldhulpverlening tot stand te brengen. Bij schuldhulpverlening wordt specifiek gekeken naar de financiële situatie van een inwoner en bij schulddienstverlening wordt breder gekeken. Hierbij wordt ook de problematiek achter de schulden uitgevraagd en onderzocht. In onze gemeente spreken we van schulddienstverlening omdat we spreken van een brede aanpak met brede samenwerking met andere hulpverleners om naar een effectieve en duurzame oplossing te zoeken. De gemeente voert de taken rondom schulddienstverlening in samenwerking uit met Stadsbank Oost Nederland (SON).

Met de invoering van de WGS op 1 juli 20212 moest iedere gemeente zelf aangeven hoe het aanbod van schulddienstverlening eruit kwam te zien en aan welke voorwaarden inwoners moeten voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Dit is destijds opgesteld in het beleidsplan schulddienstverlening. In 2019 is het ‘beleidsplan integrale schulddienstverlening 2019-2023’ opgesteld. Tijdens het opstellen van dat beleidsplan waren er allerlei ontwikkelingen gaande met betrekking tot schulddienstverlening. Daarnaast werd er in 2019 ook een nieuwe werkwijze geïmplementeerd met als doel om de schuldenaanpak in de gemeente Dinkelland beter en duidelijker onderdeel uit te laten maken van de totale integrale aanpak in het sociaal domein waarbij meer ingezet zou worden op preventie en vroegsignalering. Kortom, de afgelopen 4 jaar hebben er veel ontwikkelingen plaatsgevonden. In deze evaluatie zal gekeken worden wat de effecten zijn geweest van de ontwikkelingen die de afgelopen 4 jaar gespeeld hebben.

Leeswijzer Deze evaluatie bestaat uit 7 hoofdstukken voorafgegaan door een samenvatting. In het eerste hoofdstuk is de inleiding weergegeven. In het tweede hoofdstuk wordt het doel van de evaluatie uitgelegd. Vervolgens komt in het derde hoofdstuk de praktijkervaring van de consulenten en de Stadsbank aan bod. In hoofdstuk 4 worden een aantal cijfers weergegeven. In het vijfde hoofdstuk komen wat landelijke-, regionale- en lokale ontwikkelingen aan bod en in het zesde hoofdstuk worden de kosten en opbrengsten van schulddienstverlening benoemd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 de conclusies en aanbevelingen benoemd.

3

Terug naar inhoud

2. Doel evaluatie In dit hoofdstuk wordt besproken hoe de schulddienstverlening in de gemeente Dinkelland eruit ziet en welke doelstellingen er in het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 zijn geformuleerd. Vervolgens wordt het doel van de huidige evaluatie geformuleerd.

4

Terug naar inhoud

2.1 Schulddienstverlening in de gemeente Dinkelland Naast schulddienstverlening, voeren de consulenten schulddienstverlening ook de taken rondom vroegsignalering en Adviesrecht voor gemeenten uit. Vroegsignalering is sinds 2021 een wettelijke taak van de gemeente, maar werd sinds 2019 al uitgevoerd in de vorm van een pilot.

In 2019 is het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 opgesteld. Het doel hiervan was om signalen van beginnende schulden breed op te pakken en te kijken naar problematiek op alle leefgebieden. Ook het bieden van een goede nazorg en monitoring was een belangrijk onderdeel. De reden voor het aanstellen van een consulent schulddienstverlening was om conform het uitgangspunt ‘’één plan, één gezin, één regisseur’’ te werken.

De consulent schulddienstverlener voert de taken rondom schulddienstverlening uit in samenwerking met de Stadsbank Oost Nederland (SON). Het proces ziet er als volgt uit:

1.

Inwoner meldt zich met een hulpvraag voor schuld-dienstverlening. Of signaal derden.

2. De consulent schulddienstverlening kijkt of de inwoner aan de criteria voldoet. 3. Indien de consulent aan de criteria voldoet volgt er een intake met brede uitvraag. 4. Vervolgens gaat de consulent in gesprek met de inwoner maakt een inschatting wat nodig is. Dit kan een schuldenregeling zijn, maar ook een advies of een doorverwijzing. 5. Indien de inwoner een schuldenregeling ingaat, doet de consulent een aanvraag voor een schuldenregeling bij SON. Hiervoor moet de consulent en plan van aanpak opstellen. 6. Tot slot verstuurt de consulent de beschikking.

Belangrijk is dat de consulent schulddienstverlening tijdens het hele proces regie blijft voeren. Dus ook op het moment dat een inwoner in een schuldenregeling bij de SON zit. Zie bijlage A voor de zogeheten klantreis van SON.

5

Terug naar inhoud

2.2 Beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 In het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 werden een aantal doelstellingen geformuleerd. Schulddienstverlening zou moeten leiden tot een blijvend resultaat met minder tot geen terugval in schulden. Daarmee zou de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner versterkt moeten worden. Overigens zou bij een te late inzet van schulddienstverlening het beroep op zwaardere zorg toenemen. Daarnaast zou de schulddienstverlening, waar mogelijk, te verbinden moeten zijn aan de Participatiewet, de WMO en de Jeugdwet om een brede aanpak te bewerkstellen. Het uiteindelijk doel is om de zelfredzaamheid van inwoners te stimuleren zodat zij kunnen (blijven) participeren in de samenleving.

Het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 beleidsplan beoogt: 1.

Een aanbod schulddienstverlening te leveren dat maatwerk biedt;

2.

Schulddienstverlening onderdeel te laten uitmaken van de sociaal domein brede werkwijze en dienstverlening;

3.

Meer inzet op vroegsignalering en preventie van de schuldenproblematiek;

4.

Een vermindering van maatschappelijke problematiek en kosten (als gevolg van bijvoorbeeld huisuitzetting, afsluiting van energie en belemmering van re-integratie, slechte gezondheid, psychische klachten, isolement, criminaliteit).

In deze evaluatie zal gekeken worden in hoeverre deze doelstellingen behaald zijn. Daarnaast zijn er in de afgelopen 4 jaar veel projecten rondom schulddienstverlening ontwikkeld. Deze projecten zijn: 1.

Vroegsignalering;

2. (Veeggroep) Regeling Uitstroom Bijstandsgerechtigden (RUB); 3. Regeling uitstroom Overig (RUO) voor de sociale werkvoorziening; 4. RUO voor niet bijstandsgerechtigden; 5. RUO bij andere zorgverzekeraars; 6. Inhouden en doorbetalen; 7.

Samenwerken met de Rechtbank Oost Nederland;

8. Verbreding van de doelgroep die gebruik maakt van de budgetbeheerrekening (BBR).

In deze evaluatie wordt ook een stand van zaken rondom deze projecten gegeven. Tevens zal gekeken worden wat deze projecten tot nu toe opgeleverd hebben.

6

Terug naar inhoud

3. Ervaring schulddienstverleners en de Stadsbank Oost Nederland 3.1 Praktijkervaring schulddienstverleners Uit de praktijkervaringen van de schulddienstverleners blijkt dat er veel dingen goed gaan. Zo wordt benoemd dat er veel ruimte is om maatwerk te leveren. Deze ruimte wordt ook goed benut. Daarnaast is de samenwerking in het netwerk ook erg goed. Tevens geven de schulddienstverleners aan dat de samenwerking met de SON naar volle tevredenheid verloopt. Er zijn korte lijntjes en er wordt snel gehandeld. Voor wat betreft het contact met de inwoners vinden de schulddienstverleners dat dit ook goed verloopt. Het is erg fijn dat inwoners via vele kanalen bij de schulddienstverleners op de lijn kunnen komen. De schulddienstverleners horen dan ook veel tevreden klanten. Doordat ze maatwerk kunnen leveren en hun uren flexibel in kunnen zetten kan de procedure ook snel in gang worden gezet.

Voor wat betreft de huisbezoeken geven de schulddienstverleners aan dat de huisbezoeken tot nu toe altijd nog goed zijn verlopen. Het wordt als prettig ervaren dat de schulddienstverleners nu mobiele alarmknoppen hebben. Wel geven de schulddienstverleners aan dat ze graag meer tijd voor huisbezoeken zouden willen hebben. In sommige gevallen zou het fijn zijn als de schulddienstverleners nog wat vaker langskomen en bijvoorbeeld ook meegaan naar een intake bij de Stadsbank. Tevens wordt aangegeven dat voorafgaand aan de huisbezoeken, vaak met een collega of een wijk GGD’er wordt afgestemd om mee te gaan op huisbezoek. Diegene moet daar dan ook tijd voor vrij kunnen maken. Tijdens een huisbezoek geven de schulddienstverleners aan altijd dieper door te vragen op bijvoorbeeld problematiek rondom Jeugd/Participatiewet/WMO. De schulddienstverleners geven aan dat dit bij gesprekken op kantoor lastiger is omdat je dan niet altijd de aanknopingspunten hebt en geen zicht hebt op de thuissituatie. Dit benadrukt het belang van meer huisbezoeken.

Naast punten die goed gaan, zijn er ook een aantal verbeterpunten. Allereerst geven de schulddienstverleners aan dat ze momenteel nog niet met een goed werkend registratiesysteem werken. Inmiddels wordt er wel aan gewerkt, maar in de praktijk moet nog blijken of dit systeem in voldoende mate aansluit. Daarnaast geven de schulddienstverleners aan dat een uitbereiding van de ureninzet op schulddienstverleners wenselijk zou zijn. In onze gemeente pakken de schulddienstverleners ook het werk rondom vroegsignalering en Adviesrecht voor gemeenten op. Uit de praktijk blijkt dat daar onvoldoende tijd voor is met de huidige ureninzet. Tevens wordt benoemd dat het werken met het nieuwe registratiesysteem ook meer tijd vergt. Overigens houden onze schulddienstverleners zich ook bezig met de gedupeerden van de toeslagenaffaire. De aanmeldingen lopen op en dit vergt ook veel tijd. Tot slot wordt als verbeterpunt benoemd dat het product ‘nazorg’ nog moet worden ontwikkeld en in het beleid en in de uitvoering moet worden opgenomen. Om het product ‘nazorg’ uit te voeren zouden ook extra uren nodig zijn.

7

Terug naar inhoud

3.2 Praktijkervaring SON Op 10 juli 2023 heeft de laatste evaluatie met de Stadsbank plaatsgevonden. De evaluatie met de Stadsbank vindt 2 tot 3 keer per jaar plaats. Dit kan door middel van een overleg en door middel van de zogeheten platformvergadering waarbij in regionaal verband wordt overlegd met de Stadsbank. Uit de afgelopen evaluatie kwamen een aantal zaken naar voren die op dit moment erg goed gaan.

Vanuit de Stadsbank wordt het als prettig ervaren dat zij op donderdag de hele dag aanwezig zijn in het gemeentehuis. Zij hebben hier om de week spreekuren met inwoners. Tevens geeft de Stadsbank aan dat het goed bevalt om om de week de hele dag aanwezig te zijn in het gemeentehuis. Voorheen was dit wekelijks een halve dag. Daarnaast wordt het vanuit de Stadsbank als prettig ervaren dat er meer fysieke structurele overleggen met de gemeente plaatsvinden. De afstemming met de gemeente gaat dus goed en signalen worden over en weer goed opgepakt.

8

Terug naar inhoud

4. Cijfers 4.1 Cijfers vanuit de gemeente Dinkelland Allereerst moet gemeld worden dat onderstaande cijfers vanuit de gemeente bij benadering zijn. De reden hiervoor is dat er momenteel nog gewerkt wordt aan het opzetten van een systeem waarin dit nauwkeurig bijgehouden wordt. Op dit moment houden onze consulenten zelf de aantallen bij vanwege het ontbreken van een goed registratiesysteem.

In tabel 1 worden de nieuwe aanvragen over 2021, 2022, 2023 weergegeven. Naast bovengenoemde cijfers is gevraagd naar het aantal tussentijdse beëindigingen in 2022 en de redenen. In de gemeente Dinkelland waren er in 2022 geen tussentijdse beëindigingen. Tevens is gevraagd naar het aantal doorverwijzingen (en waar naartoe) in 2022. Zie hiervoor tabel 2.

Tabel 1

Tabel 2

Tot slot is gevraagd naar de gemiddelde doorlooptijd voordat een inwoner overgaat naar de Stadsbank in 2022. De schulddienstverlener geeft aan dat dit gemiddeld 2 weken is. 1

BBR= Budget Beheer Rekening

9

Terug naar inhoud

4.2 Cijfers vanuit de Stadsbank Oost Nederland

2

Tabel 3

Tabel 4

WSNP staat voor: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De Wsnp is een wettelijke regeling voor mensen met problematische schulden. Dit zijn schulden die zo hoog zijn, dat deze schulden zonder hulp niet binnen afzienbare termijn afgelost kunnen worden. De Wsnp duurt sinds 1 juli 2023 in beginsel 18 maanden en gaat altijd via de rechter. In die 18 maanden probeert de schuldenaar zoveel mogelijk te sparen voor de schuldeisers. De schuldenaar mag elke maand een bedrag houden om van te leven. Wat de schuldenaar meer dan dat bedrag verdient of ontvangt gaat naar de schuldeisers.

Vóór 1 juli 2023 was de aflossingstermijn 36 maanden. Er is geen sprake van overgangsrecht. Dit betekent dat iedereen die vóór 1 juli 2023 gestart is met een WSNP traject een aflossingsperiode van 36 maanden heeft, en iedereen die na 1 juli 2023 gestart is met een WSNP traject een aflossingsperiode van 18 maanden heeft.

Uit de cijfers is gebleken dat het aantal WSNP aanvragen in de gemeente Dinkelland in ieder geval niet is toegenomen.

2

WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

10

Terug naar inhoud

3.0

4

2.5

6

2.0 1.5

7 1.0

2

0

3

2

0.5

4

6

8

10

Tabel 5

0.0

Tabel 6

In tabel 5 worden de cijfers omtrent de schuldenregelingen genoemd. In een schuldenregeling (ook wel minnelijk traject), neemt de Stadsbank contact op met alle schuldeisers zonder tussenkomst van een rechter. De Stadsbank probeert met alle schuldeisers om in goed overleg een regeling te treffen. Indien dat niet mogelijk is, kan er een aanvraag voor de WSNP komen. Een schuldenregeling zonder tussenkomst van een rechter duurt sinds 1 juli 2023 ook 18 maanden, daarvoor 36 maanden. Ook hier is geen sprake van overgangsrecht.

Tot slot zijn er in 2022 3 saneringskredieten verstrekt. Een saneringskrediet houdt in dat de Stadsbank alle schulden op zich neemt. De inwoner heeft dan niet bij verschillende partijen een schuld, maar slechts bij één partij, in dit geval de Stadsbank. De inwoner heeft duidelijkheid qua bedrag en looptijd. Dit zorgt bij inwoners voor aanzienlijk minder stress. De Stadsbank verstrekt saneringskredieten voor alle 14 Twentse gemeenten. Voor de lopende saneringskredieten in de gemeente Dinkelland geldt dat er geen betalingsachterstanden zijn. De afspraken worden dus goed nagekomen.

Zowel landelijk als lokaal is de wens geuit om in de toekomst meer via saneringskredieten af te handelen. De gemeentelijke kredietbanken kunnen veel tijd besparen door in de toekomst volledig over te gaan op saneringskredieten. De beheersbaarheid van een saneringskrediet is een stuk minder arbeidsintensief omdat er bijvoorbeeld geen hercontrole meer nodig is. Daarnaast is de tevredenheid van de klant na een saneringskrediet positiever dan na een schuldregeling. De communicatie verloopt bij een saneringskrediet soepeler en de klant weet waar hij/zij aan toe is. Er is een slagingspercentage van 92 procent bij een saneringskrediet.4

In bijlage B is zichtbaar onder welke voorwaarden een saneringskrediet verstrekt wordt, in bijlage C is zichtbaar dat de Stadsbank de afgelopen jaren steeds meer saneringskredieten is gaan verstrekken. 3

SR: schuldregeling, https://stadsbankoostnederland.nl/jan-tingen-minder-schuldbemiddeling-meer-saneringskrediet/

4

11

Terug naar inhoud

5. Landelijke, regionale & lokale ontwikkelingen 5.1 Landelijke ontwikkelingen Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (2022-2025) Door de inflatie en de hoge gasprijzen komen naar verwachting meer mensen in de financiële problemen. Met de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (2022-2025) wil het kabinet het aantal mensen in armoede en schulden terugdringen. De aanpak bouwt voort op het actieplan Brede Schuldenaanpak.

Verkorting aflossingstermijn wettelijk- en minnelijk schuldsaneringstraject. In februari 2023 is besloten om voor de Wsnp (wettelijk schuldsaneringstraject) een aflossingsperiode van 18 maanden in te stellen. Voorheen was dit 36 maanden. Aangezien de Msnp (minnelijk schuldsaneringstraject) een voorportaal van het wettelijke traject is, is met ingang van 1 juli 2023 besloten dat er voor de Msnp ook een aflossingsperiode van 18 maanden gehanteerd wordt in plaats van 36 maanden. Tijdens de Msnp wordt gekeken hoeveel de schuldenaar aan schuldeisers kan betalen. Op basis van het bedrag dat de schuldenaar kan betalen, doet de schuldhulpverlener een voorstel aan de schuldeisers om de schuld (gedeeltelijk) kwijt te schelden.

12

Terug naar inhoud

Indien er geen afloscapaciteit is bij de schuldenaar, is er geen kans op Msnp en kan men verwezen worden naar de Wsnp. De verkorting van de aflosperiode draagt bij aan de kabinetsdoelstelling om inwoners sneller uit de problematische schulden te helpen. Zoals in hoofdstuk 4.2 benoemd is, is er geen sprake van een overgangsrecht.

Adviesrecht gemeente beschermingsbewind. Met schuldenbewind beheert de bewindvoerder de financiën en stabiliseert de situatie. Schuldenbewind is een ingrijpende maatregel. Gemeenten kunnen mensen met schulden ook ondersteunen met lichtere vormen van hulp.

Daarnaast geldt per 1 januari 2021 dat gemeenten drie maanden nadat er schuldenbewind is ingesteld en door de rechtbank is vastgesteld, de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Gemeenten kunnen zo hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. Verder regelt de wet dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan worden ingesteld. Dit zorgt ervoor dat schuldenbewind niet langer duurt dan noodzakelijk.

Vroegsignalering als wettelijke taak. Op 1 januari 2021 is vroegsignalering een wettelijke taak van de gemeente geworden. Vroegsignalering van schulden door de gemeente houdt in dat de gemeente signalen ontvangt op het moment dat er een betalingsachterstand is op de huur, zorgverzekering, water of de energierekening. Het doel van vroegsignalering is om mogelijke schulden eerder aan het licht te krijgen en dus eerder hulp aan te kunnen bieden. Daarmee worden ernstige schuldensituaties, sancties en afsluitingen e.d. mogelijk voorkomen.

5.2 Regionale ontwikkelingen Wijziging Wet Gemeenschappelijke regeling (WGR) Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (en de Gemeentewet) gewijzigd. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Deze wijzigingen moeten worden verwerkt in de verschillende gemeenschappelijke regelingen waar ook onze gemeente in deelneemt. De wijziging van de GR SON is meteen benut om de GR SON op onderdelen te actualiseren en door het samenvoegen van artikelen beter leesbaar te maken. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen in de GR SON aangebracht.

13

Terug naar inhoud

5.3 Lokale ontwikkelingen Zoals genoemd in hoofdstuk 2 zijn er de afgelopen 4 jaar veel projecten rondom schulddienstverlening binnen onze gemeente ontwikkeld. Deze projecten zijn:

1.

Vroegsignalering;

2. (Veeggroep) Regeling Uitstroom Bijstandsgerechtigden (RUB); 3. Regeling uitstroom Overig (RUO) voor de sociale werkvoorziening; 4. RUO voor niet bijstandsgerechtigden; 5. RUO bij andere zorgverzekeraars; 6. Inhouden en doorbetalen; 7.

Samenwerken met de Rechtbank Oost Nederland;

8. Verbreding van de doelgroep die gebruik maakt van de budgetbeheerrekening (BBR).

In deze paragraaf wordt uiteengezet wat de huidige stand van zaken rondom deze projecten is.

Vroegsignalering Voor wat betreft vroegsignalering geldt dat dit sinds 1 januari 2021 op grond van de WGS een wettelijke taak van de gemeente is. Samenhangend met deze evaluatie schulddienstverlening, is er ook een evaluatie vroegsignalering opgesteld. De belangrijkste conclusies zijn dat ondanks dat men op hoofdlijnen erg positief is over vroegsignalering, er nog wel een aantal verbeterpunten zijn. Zo is het erg belangrijk dat het RIS systeem waarin de schulddienstverleners werken, up to date blijft. Daarnaast geven de schulddienstverleners aan dat het wenselijk zou zijn om meer tijd te kunnen besteden aan vroegsignalering. In de huidige setting doen onze schulddienstverleners het reguliere werk rondom schulddienstverlening én vroegsignalering. Vroegsignalering wordt dan vaak niet als hoofdtaak gezien. Dit kan ten koste gaan van de kwaliteit op lange termijn. De mogelijkheden om meer tijd en ruimte te creëren moeten onderzocht worden.

14

Terug naar inhoud

(Veeggroep) Regeling Uitstroom Bijstandsgerechtigden (RUB) Ook van de RUB regeling kan gesteld worden dat dit momenteel geborgd is in de reguliere werkzaamheden en dus niet meer als project gezien wordt. Wanneer inwoners deelnemen aan de RUB worden zij, voor zowel de basisverzekering als de aanvullende verzekering, verzekerd via de collectieve zorgverzekering van Menzis in samenwerking met de gemeente. Om geen nieuwe schulden, met betrekking tot het eigen risico, te laten ontstaan is het eigen risico meeverzekerd in deze regeling. De totale kosten van het meeverzekeren van het eigen risico bedraagt € 30,00 per maand. Hiervan wordt de helft (15 euro) door de gemeente betaald en de andere helft door de inwoner zelf. De gemeente koopt de schuld af met € 900,--. Het voordeel hiervan is dat men dan direct weer in de aanvullende verzekering kan. De klant lost deze € 900,-- door middel van inhouding van € 25,00 per maand op de uitkering af aan de gemeente. Na drie jaar aflossen is deze schuld afgelost. De bedragen van de premie zorgverzekering, het herverzekeren van het eigen risico en het aflossen van de schuld worden, gedurende drie jaar, door middel van inhouding op de uitkering doorbetaald aan Menzis. Dit betekent dat deze mensen na drie jaar schuldenvrij zijn.

Regeling uitstroom Overig (RUO) voor de sociale werkvoorziening, RUO voor niet bijstandsgerechtigden & RUO bij andere zorgverzekeraars De doelstellingen van deze projecten waren om 1) Om deze inwoners met een andere zorgverzekeraar dan Menzis ook een kans te geven om van hun zorgverzekeringsschuld af komen, 2) schuldenproblematiek aan te pakken bij inwoners die werkzaam zijn bij een sociale werkvoorziening en 3) het aanpakken van schuldenproblematiek bij wanbetalers zonder bijstandsuitkering.

Huidige stand van zaken: Voor deze projecten geldt dat ze nooit geïmplementeerd zijn. De reden hiervoor is dat er een wettelijke grondslag op de afkoopregeling ontbrak. Deze inwoners hadden namelijk geen uitkering waar een bedrag op ingehouden kon worden.

15

Terug naar inhoud

Inhouden en doorbetalen van vaste lasten. Gemeenten kunnen er voor kiezen om de premie in te houden op de (bijstands)uitkering en deze door te betalen aan vaste lasten zoals bijvoorbeeld huur en de zorgverzekeraar. Bewezen is dat de schuldenproblematiek effectief vermindert door de premie van de zorgverzekering in te houden op de uitkering. De kans dat verzekeraars de premie geïnd krijgen is, bij inhouden en doorbetalen, een stuk groter. Zij zijn daardoor vaker bereid om in ruil daarvoor, een korting of vergoeding op de premie aan te bieden

Huidige stand van zaken: Voor dit project heeft de gemeente Dinkelland niet gekozen want er bleken veel nadelen aan te zitten. Eén ervan is dat als een uitkering wordt verlaagd, voorlopig wordt stopgezet, of halverwege de maand wordt beëindigd, er dan niet voldoende geld over is om de inhouding te doen plaatsvinden. Dan moet de klant dit alsnog weer zelf gaan betalen. Daar gaat het dan vaak mis omdat de klant dit ook niet gewend is.

Samenwerken met de Rechtbank Oost Nederland De Rechtbank heeft aangegeven te willen samenwerken met de gemeente. Wanneer een inwoner schulden heeft bij een bedrijf of organisatie (bijvoorbeeld bij een energiemaatschappij, een winkelketen en/of bij een specifiek persoon) kan de vordering van deze schulden worden voorgelegd aan de rechtbank ter vaststelling. Met deze uitspraak kan beslag worden gelegd op bijvoorbeeld het inkomen van de desbetreffende inwoner.

Het voorstel van de rechtbank Almelo en de rechtbank Enschede was dat zodra er door de rechter een vordering wordt vastgesteld bij een inwoner uit de gemeente Dinkelland, de inwoner wordt doorverwezen naar een consulent van de gemeente die tijdens de zitting aanwezig is in de Rechtbank. Samen met de inwoner kan dan worden besproken welke problemen er spelen en welke hulpverlening op maat kan worden aangeboden. Het betreft hier een brede klantbenadering, waarbij alle leefgebieden aan bod komen. Het betreft hier schulddienstverlening waarbij ook wordt gekeken naar andere problematiek.

Huidige stand van zaken: De Rechtbank Overijssel heeft nu zelf schuldhulpverleners in dienst. Die gaan naar de zitting als er een vordering vastgesteld moet worden. Zij nemen dan contact op met de inwoner en vragen of zij ondersteuning willen in het beheersbaar maken c.q. oplossen van hun schulden. Vervolgens worden ze doorverwezen naar de schulddienstverlening van de gemeente.

16

Terug naar inhoud

Verbreding van de doelgroep die gebruik maakt van de budgetbeheerrekening (BBR). In gevallen waarin de BBR regeling van toepassing is bij schuldbemiddeling en de inwoner op basis van vrijwilligheid (maar wel noodzakelijk) gebruik (wil blijven) maken van de BBR, is het voorstel dat de gemeente de kosten van de BBR rekening vergoed. Dit motiveert inwoners om laagdrempelig een BBR te houden of af te sluiten. Het betreft een gering aantal gevallen per jaar. Het effect is dat deze inwoners niet in de schuldenproblematiek terecht komen of erin terugvallen.

Huidige stand van zaken: De gemeente betaalt een BBR rekening als de inwoner aangeeft daar behoefte aan te hebben. Hiermee wordt voorkomen dat mensen in de schulden komen.

Tot slot staan er in het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 nog een aantal doelstellingen geformuleerd. Zo moet schulddienstverlening:

1.

een aanbod schulddienstverlening te leveren dat maatwerk biedt;

2. schulddienstverlening onderdeel te laten uitmaken van de sociaal domein brede werkwijze en dienstverlening; 3. meer inzet op vroegsignalering en preventie van de schuldenproblematiek; 4. een vermindering van maatschappelijke problematiek en kosten (als gevolg van bijvoorbeeld huisuitzetting, afsluiting van energie en belemmering van re-integratie, slechte gezondheid, psychische klachten, isolement, criminaliteit).

Zoals eerder genoemd geven de schulddienstverleners aan dat ze voldoende de vrijheid en flexibiliteit in hun werk hebben. Hierdoor kan er gemakkelijk maatwerk geleverd worden. Daarnaast wordt er in paragraaf 2.1 benoemd dat de schulddienstverlener gebruik maakt van een brede intake en bij huisbezoeken wordt er altijd doorgevraagd op achterliggende (sociale) problematiek. Voor wat betreft de inzet op vroegsignalering en preventie geldt dat sinds 1 januari 2021 vroegsignalering een wettelijke verplichting is voor de gemeente. Hier wordt dus ook goed op ingezet. Ten slotte zou schulddienstverlening moeten zorgen voor een vermindering van maatschappelijke problematiek en kosten. Dit wordt in hoofdstuk 6 besproken.

17

Terug naar inhoud

6. Kosten & opbrengsten Kosten & opbrengnsten Voor schulddienstverlening zijn er jaarlijkse (structurele) kosten voor de inzet van personeel. Voor de gemeente Dinkelland bedraagt dit € 96.149 per jaar. De kosten van de inzet van de consulenten schulddienstverlening zijn niet exact toe te rekenen aan schulddienstverlening aangezien de consulenten ook vroegsignalering in hun takenpakket hebben. Daarnaast werken we nauw samen met de Stadsbank Oost Nederland. Voor 2023 is voor de gemeente Dinkelland € 111.500 begroot als bijdrage aan de SON.

De opbrengsten van schulddienstverlening zijn moeilijk aan te tonen in cijfers. Het doel van de integrale schuldenaanpak is om problematische schulden terug te dringen. Op dit moment is het lastig om daar uitspraken over te doen. Het aantal aanvragen bij de Stadsbank en bij de gemeente lijkt het afgelopen jaar afgenomen te zijn, maar dit kan deels te maken hebben met de verkorte aflossingstermijn MSNP en WSNP van 18 naar 36 maanden. Dit is namelijk in februari 2023 aangekondigd en per 1 juli 2023 ingegaan. Verwacht wordt dat de komende periode de MSNP en WSNP zullen toenemen, dit betekent dat dat het aantal mensen met problematische schulden toeneemt. Daarnaast speelt landelijk de discussie wat de definitie van een problematische schuld is. Eind 2023 zal een rapport van het onderzoeksbureau Berenschot met een eenduidige definitie van een problematische schuld komen.

De opbrengsten zijn dus moeilijk aan te tonen in cijfers, wel constateren we dat schulddienstverlening een maatschappelijke opbrengst heeft. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat (problematische) schulden kunnen leiden tot stress, gezondheidsproblemen, sociaal isolement, schaamte en het zet kinderen langdurig op achterstand, vaak van generatie op generatie. Het doel van de integrale schuldenaanpak is om het aantal mensen met (problematische) schulden terug te dringen. Daarmee samenhangend moeten ook de kosten in bv. de gezondheidssector als gevolg van het hebben van (problematische) schulden teruggedrongen worden.

Uit de praktijkervaringen van de schulddienstverleners en de Stadsbank blijkt dat inwoners via diverse kanalen bij de schulddienstverleners op de lijn komen en dat inwoners vaak hun tevredenheid uiten over de dienstverlening. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat de inrichting van de ‘nazorg’ een belangrijke stap is die nog gezet moet worden. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners die uit de schulddienstverlening komen, niet weer zichtbaar worden bij de bv. vroegsignalering binnen een paar maanden. 18

Terug naar inhoud

7. Conclusie & aanbevelingen 7.1 Conclusie Uit de evaluatie kunnen de volgende conclusies getrokken worden: •

In het huidige proces van schulddienstverlening ontbreken momenteel nog 2 onderdelen: de inrichting van ‘nazorg’ en een goed werkend registratiesysteem. Aan het systeem wordt momenteel gewerkt. Uit de praktijk zal nog moeten blijken of het goed aansluit op de wensen en behoeften van de schulddienstverleners.

•

In het beleidsplan schulddienstverlening 2019-2023 staan een aantal doelstellingen geformuleerd (zie paragraaf 2.2). In paragraaf 5.3 is bekeken in hoeverre die doelstellingen behaald zijn. De conclusie is dat alle doelstellingen behaald zijn. Wel is er op sommige vlakken nog ruimte voor verbetering.

•

Daarnaast worden er in paragraaf 2.2 een aantal projecten genoemd die in 2019 gestart zijn. In paragraaf 5.3 is bekeken wat de huidige stand van zaken rondom die projecten is. Voor een aantal projecten (vroegsignalering, RUB) geldt, dat dit opgenomen is in het regulier werk. Voor een aantal andere genoemde projecten geldt dat het niet opgenomen is in het reguliere werk. Een reden hiervoor kan zijn dat het onvoldoende doorontwikkeld is, of dat gebleken is dat er toch meer nadelen dan voordelen aan zaten.

•

Vanuit de praktijkervaringen van onze schulddienstverleners en de SON kan opgemaakt worden dat beide partijen erg tevreden zijn over de samenwerking. Men weet elkaar goed te vinden en er zijn korte lijntjes. Daarnaast geven de schulddienstverleners aan dat zij veel tevreden inwoners horen. Doordat de schulddienstverleners hun werk flexibel kunnen uitvoeren gaat de procedure snel en kan er makkelijk maatwerk geleverd worden. Dit wordt ook vanuit de schulddienstverleners als positief ervaren.

19

Terug naar inhoud

Overigens worden er ook een aantal verbeterpunten genoemd. Zo zouden de schulddienstverleners meer tijd voor huisbezoeken willen. Daarmee samenhangend geven de schulddienstverleners aan om meer uren te willen. Naast de taken rondom schulddienstverlening, kosten de taken rondom vroegsignalering en de kindertoeslagenaffaire ook veel tijd. •

De cijfers van de gemeente en Stadsbank zijn moeilijk te duiden. De cijfers vanuit de gemeente moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden vanwege het ontbreken van een registratiesysteem. Wel kan voorzichtig geconcludeerd worden dan het aantal aanvragen bij zowel de gemeente als bij de Stadsbank in 2023 zijn afgenomen t.o.v. 2022. Zoals eerder genoemd is kan dit deels te maken hebben met de verkorting van de aflossingsperiode MSNP en WSNP. Er bestaat een grote kans dat het aantal MSNP en WNSP aanvragen vanaf 1 juli 2023 weer gaat oplopen. Deze trend is ook landelijk zichtbaar.

•

De opbrengsten van schulddienstverlening zijn moeilijk aan te tonen in cijfers. Het doel van de integrale schuldenaanpak is om problematische schulden terug te dringen. Op dit moment is het lastig om daar uitspraken over te doen vanwege de wetswijziging MSNP/WSNP in de schuldhulpverlening en ontbrekende cijfers. Daarnaast ontbreekt een eenduidige definitie van ‘problematische schulden’.

7.2 Aanbevelingen De aanbevelingen die op basis van de evaluatie gegeven kunnen worden zijn: •

Draag zorg voor een goed werkend registratiesysteem en zorg dat dit ieder half jaar geëvalueerd wordt zodat dit goed blijft aansluiten op de wensen en behoeften van de schulddienstverleners.

•

Zorg ervoor dat het product ‘nazorg’ ontwikkeld wordt. Dit moet vastgelegd worden in het nieuwe beleidsplan schulddienstverlening

•

Zet meer in op huisbezoeken zodat er achter de voordeur gekeken kan worden of er meer speelt dan alleen maar schulden.

•

De schulddienstverleners geven aan meer tijd te willen voor o.a. het afleggen van huisbezoeken. De mogelijkheid tot uren uitbereiding moet onderzocht worden.

•

Uit de cijfers van onze schulddienstverleners is gebleken dat veel cijfers ontbreken. Dit is het gevolg van een niet goed werkend registratiesysteem. Er moet zorg voor worden gedragen dat in de toekomst cijfers altijd volledig aangeleverd kunnen worden.

•

Zorg ervoor dat er iedere 2 jaar een evaluatie met de schulddienstverleners en beleid uitgezet wordt. Zoals uit deze evaluatie is gebleken zijn er veel landelijke ontwikkelingen die spelen. Het is belangrijk dat het beleid goed aan blijft sluiten op de praktijk.

•

Hanteer eenduidige definitie van een ‘problematische schuld’

20

Terug naar inhoud

Bijlage A

21

Terug naar inhoud

Bijlage B

22

Terug naar inhoud

Bijlage C

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/822/documents/21418