CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO.pdf

Commissie Omgeving & Economie 14 november 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, uitbreiding Drosteweg 28 Saasveld”3.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N K G O •

Drosteweg 28 - Saasveld •

Tubbergen, 7 Juni 2023 - Versie 2 Definitief

T 1516

T 1964

T 1988 T 1517

T 467

T 1541

T 489

T 1778

T 480 T 1770

Project: KGO

Afbeelding: Ontwikkeling Drosteweg 28 Saasveld (Bron: N+L Landschapsontwerpers) T 1777

2

T 481

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

KGO

Locatie: Drosteweg 28 Saasveld

Titel rapport

RKP KGO - Drosteweg 28 Saasveld

Opgesteld:

28 september 2022, Tubbergen

Gewijzigd:

7 Juni 2023, Tubbergen

Status:

Versie 3 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. NH Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie

06

3. Beleid

08

4. Nieuwe situatie

16

5. Financiële onderbouwing

18

1. Aanleiding Aan de Drosteweg 28 in Saasveld is een boomkwekerij gelegen. De boomkwekerij bestaat uit diverse bedrijfsgebouwen, kassen, containervelden en daarnaast kweekt het bedrijf in de volle grond. Enkel aan de Drosteweg beslaat de huiskavel al minimaal 23 hectare. Het bedrijf heeft een opslag van regenwater en daarnaast beschikt het reeds over een waterbassin met een oppervlakte van 6.400 m2. Het bassin wordt gevuld met regenwater en het residu van sproeiwater. Plantgoed, en dan met name de containercultuur, is erg gevoelig voor water. Er moet sprake zijn van een continu systeem voor het geven van water om te voorkomen dat planten uitdrogen en daardoor niet meer gebruikt kunnen worden. Ons klimaat lijkt daarin te veranderen. In de afgelopen 5 jaar is de droogte in minimaal 3 jaar een dusdanig groot probleem geworden dat er sprake was van een fors tekort aan water. Tekorten moeten steeds worden opgelost met de aanvoer van water, onder meer door middel van transport per vrachtwagen. Deze vorm is erg kostbaar en bovendien levert dat niet bepaald een bijdrage aan een duurzame vorm van deze bedrijfsvoering.

ook met elkaar communiceren. De bassins zijn opgedeeld in compartimenten waardoor water gecontroleerd kan worden. Als een bepaald compartiment gerepareerd of vernieuwd dient te worden kan dit doorgang vinden zonder verlies van water en/of de beperking van de bedrijfsvoering. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via het nieuwe beleid “buitengebied met kwaliteit”. Via deze regeling kan een initiatiefnemer een uitbreiding tegemoet zien, mits een evenwichtige bijdrage in de ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd. De gemeente heeft op 7 september 2022 aangegeven in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Landschappelijke inpassing De gemeente Dinkelland eist voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

Het bedrijf heeft wel de mogelijkheid om nog meer hemelwater en residu op te vangen. Daarvoor dient er echter opnieuw een groot waterbassin aangelegd te worden. De ondernemer heeft het voornemen om een bassin van circa 1 hectare aan te leggen nabij de bestaande bassin. Op deze manier ligt deze techniek op één plek. Naast een bassin wordt er ook een pomphuisje gerealiseerd. Behalve de extra opvang van water kunnen de diverse bassins

5

2. Huidige situatie Het plangebied is gelegen in een landschap dat is opgebouwd door beekdalgebieden en dekzandvlakten met hoogteverschillen in de vorm van wat dekzandwelvingen of dekzandruggen. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. Grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes en de laagten vormden matenlandschappen.

niet als landschappelijke inpassing moeten rekening houden met het open essenlandschap, maar kunnen ook bijdragen aan de herkenning van het oorspronkelijke kleinschalige beekdalgebied. Het bestuderen van de hoogtekaart én de topografische kaart is dan een vereiste. Op de rechterpagina is een fragment uit de AHN opgenomen. Daarop is de overgang van laag naar hoog zichtbaar. De topografische kaart uit 1925 laat mogelijkheden zien voor de aanleg van (oorspronkelijke) landschapsstructuren.

Essenlandschap Het plangebied ligt aan de rand van het open essenlandschap. Het erf ligt in een van oorsprong zeer waardevol deel van het landschap. Het is gelegen tussen twee essen (Zoeker Esch en Noordijker Esch) dat aanvankelijk de groene omkadering vormde met houtsingels, houtwallen, wegen en erven. Nagenoeg alle landschapselementen zijn verdwenen met uitzondering van een landschapselement dat langs een voormalige veldweg is gelegen.

Huidige erfindeling Het (oorspronkelijke) erf (met geel gemarkeerd op de rechterpagina) kent de klassieke cultuurhistorische indeling waarbij in dit geval de oostzijde uit het woongedeelte bestaat en de noord- en westzijde alle (voormalige) bedrijfsgebouwen omvat. De boerderij is zeer karakteristiek net als de rondom gelegen bijgebouwen. Het betreft een uniek erfensemble. Er is een open verbinding met de zuid gelegen kamp. Voorheen was deze er ook met de noordgelegen es. Deze ruimte is echter ingevuld met een kwekerij. De kwekerij beslaat feitelijk de gehele “Zoeker Esch”. De nieuwe waterbassin komt ten noorden van deze es op de overgang naar de “Noordijker Esch”. De locatie is met rood gemarkeerd.

Nieuwe elementen De kenmerken van het beekdal tussen de essen zijn grotendeels verdwenen. Het oorspronkelijke kleinschalige landschap heeft plaats gemaakt voor een open landschap. Hoogteverschillen zijn nog wel herkenbaar, maar niet meer als harde steilrand zoals dat gebruikelijk kan zijn in essenlandschappen. De beek is ter plaatse van de kwekerij meanderend gemaakt, al lag de beek van oorsprong veel noordelijker. Langs de beek is een zone met kruiden c.q. onderhoudsstrook gelegen en tussen de beek en het bestaande waterbassin is een groenstructuur aangelegd. Nieuwe elementen al dan

6

Hoogtekaart rondom plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

Planlocatie omstreeks 1925. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten noordoosten van Saasveld. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. Nadien is deze visie meerdere keren geactualiseerd. De laatste actualisatie is betreft maart 2021. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie.

Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

8

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap”. De ambitie voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen staat voorop. De kwaliteitsambities zijn een zichtbaar en leefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteit en een continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief richt zich op de gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie verduurzaming de ruimte krijgt. Agrarische ondernemers dienen gebouwen en erven zo vorm te geven dat zij passen bij de maat en schaal van het landschap.

Niet agrarische initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken. Bij voorkeur moet aangesloten worden bij bestaande bebouwing en wegen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de gestelde ambitie.

Ontwikkelingsperspectief, het plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Zoals grote delen van Overijssel bestond ook het plangebied uit dekzandvlakten. Door de aanwezigheid van dekzandwelvingen en -ruggen is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen verder geërodeerd door de wind, soms juist weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik en uiteindelijk weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Desondanks zijn hoogteverschillen in de omgeving nog goed waar te nemen.

Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de

10

overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De open essen kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd. In latere instantie ontstonden de eenmansesjes in het kampenlandschap. Het voorgaande is nog erg herkenbaar aanwezig. Laag van de beleving Het plangebied is omschreven als donkerte. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkelingen houden rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd. 3.2 Buitengebied met kwaliteit (ruimtelijk beleid buitengebied) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen.

Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds

Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “beekdalgebieden”. Midden: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “Essenlandschap”. Rechts: laag van de beleving. Plangebied is omschreven als: “Donkerte”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld: 1. De ontwikkeling moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning. 3. Er is een balans tussen ontwikkeling en de kwalitatieve investeringen. 4. De ontwikkeling past naar aard en omvang. 5. De bestaande infrastructuur is toereikend. 6. Parkeren vindt op eigen erf plaats. 7. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 8. Er is geen onevenredige afbreuk voor aanwezige functies. 9. Er is geen onevenredige afbreuk aan de belangen van derden. 10. Indien noodzakelijk wordt er een bedrijfsplan gevraagd. 11. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke verplichtingen opgenomen. 12. Gecombineerde toepassingen van de beleidsregels is mogelijk. 13. Niet actuele vergunningen kunnen niet worden benut. De aanvraag betreft de aanleg van een waterbassin. In het bestemmingsplan positief te bestemmen met een functieaanduiding waterbassin. In het beleid is daarom artikel 4.4 van toepassing. Daaronder staat: voor het uitbreiden van een bedrijfsperceel met de functie agrarisch bedrijf is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist.

De hoogte van de vermeerdering moet uitgevoerd worden op basis van een tabel als in artikel 8.1 van het beleid opgenomen.

12

De waardevermeerdering bij een functieaanduiding waterbassin staat gelijk aan de bestemming agrarisch bedrijf. Dat betekent een waardevermeerdering van € 16,- per m2, totaal € 179.399,82. Daarentegen wordt rondom de aanduiding bos/natuur aangebracht. Hier is sprake van een waardevermindering. Hierdoor is er sprake van een subtotaal van € 164.124,15. Op het moment dat een activiteit feitelijk aan het buitengebied is gebonden kan de kwaliteitsprestatie minder zijn dan de volledige waardevermeerdering. In die gevallen moet rekening worden gehouden met een kwaliteitsprestatie van 25% van de totale waardevermeerdering. Dat levert een subtotaal van € 41.031,04. De kosten voor advies mogen in mindering worden gebracht met een maximum van € 5.000,-. Dit zorgt voor een eindbedrag van € 36.031,04. De bijdrage kan in zijn geheel worden besteed aan 2 verschillende doeleinden. Aan de zuidzijde van het oorspronkelijke erf (Drosteweg 24) is een oude weg gelegen. Wegen die van oorsprong van erf tot erf liepen om de afstanden te verkorten. Dit pad wordt in ere hersteld met de aanplant van bomen en het verbeteren van het pad. Daarnaast wordt de basisinspanning rondom het waterbassin aangevuld met zware bomen om de groenstructuur eerder aan te laten sluiten bij haar omgeving. Gesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het gestelde beleid.

1

2

Links: KGO berekening voor de ruimtelijke investering. Rechts: nieuw aanduiding waterbassin en aanduiding natuur/bos. (Bron: N+L)

13

3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart). De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. De ontwikkeling heeft daarom geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.

14

Fragment van de cascokaart behorende bij de casco benadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

15

4. Nieuwe situatie Vanwege de droge jaren heeft het bedrijf meerdere keren te maken gehad met een fors tekort aan water. Het inzetten van vrachtwagens is een noodzaak, maar de kosten zijn extreem en het is allesbehalve duurzaam. Om die reden wordt, naast het bestaande bassin (A op tekening), een nieuw bassin aangelegd (B) met pomphuisje (E). De invulling is tot stand gekomen na het bestuderen van de oorspronkelijke situatie via topografisch beeldmateriaal en de actuele hoogtekaart. De hoogtelijn én de topografische kaarten geven aanleiding om een nieuwe houtsingel (D op tekening) aan te brengen. Op de hoogtekaart is met een gele onderbroken lijn aangegeven waar bij benadering de opgang naar de es is gelegen. Deze lijn wordt aangeplant met inheems bosplantsoen en vormt dan ook meteen de begrenzing van het nieuwe bassin. De bedoelde overgang is in het veld ook goed terug te vinden door het kwaliteitsverschil van het aangebrachte kweekgoed. De nieuwe houtstructuur sluit op de voorgestelde wijze ook goed bij haar omgeving aan bij de bestaande landschapsstructuur (C op tekening). Met deze inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

Hoogtekaart rondom plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

16

T 1964

A:

Bestaand waterbassin.

B:

Nieuw te realiseren waterbassin met een opper vlakte van 10.000m2.

C:

Bestaande houtopstanden. 2 bomen ver wijderen t.b.v. bereikbaarheid nieuw te realiseren waterbassin. Bomen vellen buiten het broedseizoen

T 1988 T 1517

om. D:

Nieuw te realiseren houtsingel met solitaire bomen en onderbeplanting. Totaal opper vlakte 2340 m2. Breedte: 8-9 meter. Te planten bomen in de maat 16-18 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Totaal 30 stuks.

C

Soor ten: Hollandse Linde en zomereik. Beide soor ten 15 stuks. Onderbeplanting bestaand uit meidoorn, veldesdoorn, krent, hazelaar en lijsterbes.aanplant in gelijke verhouding. plantafstand 1,5 x 1,5 meter. Totaal 1040 stuks. hoogte 80-100 (hoogte in

D

centimeters). E:

B

Nieuw te realiseren pomphuis t.b.v. waterbassin. Pomphuis voorzien van een elektrische pomp. Voorzijde pomphuis haag doorzetten.

C

Betreft: nieuwe aanplant beukenhaag. Lengte 30 meter. Aanplant 5 stuks per m1. Totale aanplant 150 stuks. Hoogte 80-100 (maat in centimeters).

T 467

T 1541

E C

C

T 489

A

F T 480 T 1770

T 481

T 1777

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing KGO

Getekend:

DA

Status:

DO

Adres:

Drosteweg 28

Datum:

21-11-2022

Aantal pag.:

1

Woonplaats:

Saasveld

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:1500

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

17

5. Financiële onderbouwing In het kader van het gestelde beleid (voormalige KGO regeling) moet worden geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Op de planlocatie is daar wel sprake van, maar de houtsingel valt onder het begrip basisinspanning. Deze inspanning is op voorhand reeds noodzakelijk om de uitbreiding ingepast te krijgen. Het kan derhalve geen onderdeel uitmaken van de investering die geleverd moet worden. Voor de aanplant van extra bomen in een zwaardere maat is dat echter wel het geval. De bomen zijn derhalve meegenomen in de berekening. Daarnaast is een invulling gevonden aan de zuidzijde van de Drosteweg 24. Ter plaatse wordt een voormalige wegenstructuur weer zichtbaar gemaakt. Het pad wordt onder handen genomen waarbij vooral de verdwenen dan wel zwaar achterstallige houtstructuur weer wordt hersteld.

Het pad wordt opgenomen in Routenetwerken Twente, daarvoor is overeenstemming bereikt. De kosten voor het herstel en de aanplant van nieuwe bomen is opgenomen in onderstaande tabel. Met de totaalkosten wordt de minimale investering van € 36.031,04 ruimschoots overschreden. Daartoe dient nog vermeld te worden dat het beheer in de eerste 6 jaar onderdeel uit mag maken van de kosten. Deze zijn niet opgenomen in de kosten. Dit geldt ook voor de kosten voor de voorzieningen van Routenetwerk Twente. Daarom mag gesteld worden dat er ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde investering en dus wordt voldaan aan het gestelde beleid.

Kostenberekening invulling KGO Drosteweg 24 Vellen bomen (21x) en opschonen onderbeplanting bos (Manuur) Vellen bomen (21x) en opschonen onderbeplanting bos (Manuur) Wegfrezen stobben Overig onderhoud bestaande bomen Overig onderhoud bestaande bomen (Hoogwerker) Ontgraven cunet t.b.v. aanleg halfverharding t.b.v. padenstructuur Levering bomen maat 16-18 incl. aanplant/water geven/boompalen Inboet Drosteweg 28 Levering bomen maat 16-18 incl. aanplant/water geven/boompalen Inboet

Totaal (exclusief BTW)

Element Eenheid

Aantal

Prijs p.e.

D/E D/E

uur uur uur uur dag m2 st 10%

32 32 32 32 2 450 55 totaal

€ 45,00 € 10,00 € 50,00 € 45,00 € 450,00 € 12,00 € 450,00 € 24.750,00

€ € € € € € € €

1.440,00 320,00 1.600,00 1.440,00 900,00 5.400,00 24.750,00 2.475,00

D/E D/E

st 10%

30 totaal

€ 450,00 € € 13.500,00 €

13.500,00 1.350,00

€

53.175,00

D D D

Totaal

KGO berekening. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

18

T 1772

T 1106

T 1080

A:

Bestaand wooner f.

B:

Bestaande privé inritten.

C:

Te herstellen kerkepad vanaf het mariabeeld. Dit wandelpad wordt openbaar gesteld. Langs de Drosteweg lopen meerdere wandelroutes. Dit kerkepad wordt aangesloten bij de wandelroutes die onderdeel zijn van routenetwerktwente. Het openbaar te stellen gebied is weergegeven met een roze -stippellijn. Het pad dient voorzien te worden van de kenmerkende markeringen van routenetwerktwente (paaltjes met routeaanduiding).

G

B

G

D:

G

Laanboomverjonging toepassen. Te vellen houtopstanden om originele laanbeplanting in zijn

A

F

volledigheid te kunnen herstellen. Totaal te vellen: 28 stuks. Enkele te vellen bomen zijn gesitueerd buiten de huidige laan

F

dit om de nieuw aan te planten laan voldoende ruimte te geven om

D

T 1083

C

uit te laten groeien. Bestaande beplanting zit grotendeels in de aftakelingsfase en/of is eerder al weggevallen. Nieuwe beplanting wil niet groeien onder de bestaande beplanting.

T 1756

Totaal aan te planten: 20 zomereiken. Minimum maatvoering 16-18

T 1755 T 1754 C T 1753 T 1752 T 1751 T 1750

(stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Afstand h.o.h. variërend van 350 tot 450 centimeter.

F E

E:

Laanbeplanting herstellen. Totaal aan te planten: 35 zomereiken. Minimum maatvoering 16-18 (stamomtrek in centimeters) en elk

H

voorzien van twee boompalen.

C F B

eik

F:

Bestaande te behouden houtopstanden.

G:

Reeds nieuw aangeplante houtopstanden.

H:

Houtopstand verminderd door kap uitheemse soor ten, reeds nieuw aangeplant met inheemse soor ten.

T 1112 T 1113

T 486

Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing KGO

Getekend:

DA

Status:

DO

Adres:

Drosteweg 28

Datum:

20-12-2022

Aantal pag.:

1

Woonplaats:

Saasveld

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:1500

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

19

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/727/documents/20372