CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 advies cie. bezwaarschriften inzake Ossendijk 4 Deurningen, geanonimiseerd (1).pdf

Gemeenteraad 19 januari 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10.: Voorstel inzake beslissing op bezwaar tegen afwijzing herziening bestemmingsplan Ossendijk 4 Deurningen5.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

semeente

,-,

-

-

-

Dinkelland

GEMEENTE DIT,IKELLAND

2 3 SEP. 2020 De gemeenteraad van Dinkelland Organisatieonderdeel Fysieke Leefom geving Mevrouw mr. drs. M. Rutjes

lnlichtingen bij

RAAD B&W

Uw kenmerk

Secretariaat commissie bezwaarschriften

Zaaknummer 90809

Bijlagen: diversen Onderwerp

Verzenddatum

Toezending advies commissie bearaarschriften

23 september 2020

Geachte mevrouw Rutjes, Deze brief gaat over het bezwaarschrift van de heer mr. ing. A.J.G. Nijland van Juridisch Adviesbureau Nijland namens de heer en mevrouw Ophuis te Deurningen tegen het besluit van uw raad van 21 april2020, waarbij het verzoek van de heer en mevrouw Ophuis om het bestemmingsplan Buitengebied 2010 ter plaatse van het perceelOssendijk 4 te Deurniningen te wijzigen van een recreatieve bestemming naar een woonbestemming is afgewezen. Er heeft op woensdag 9 september 2020 om 19.30 uur een hoorzitting door de commissie bezwaarschriften plaatsgevonden. Mede op basis daarvan heeft de commissie nu advies uitgebracht. Het advies van de bezwaarschriftencommissie wordt gelijktijdig toegezonden aan uw raad en aan alle belanghebbenden. lk stuur u hierbij het advies van de commissie. Nu moet uw raad een besluit op het bezwaarschrift nemen. Het advies van de commissie is niet bindend. Dit wil zeggen dat uw raad gemotiveerd kan afwijken van het advies. De taak van de commissie is hiermee beëindigd. Maar misschien heeft u nog vragen over het verdere verloop van de procedure. Dan kunt u contact opnemen met het organisatieonderdeel dat uw bezwaarschrift verder afhandelt. De voorzitter van de bezwaarschriftencommissie,

Namens deze,

L

L mr. A.G. Jansen

noa a

r

k racht

ADVIES De commissie van advies voor de bezryaarschriften, bestaande uit:

- de heer S. ten Kate; - de heer mr. E.E.J. Lastdrager; - de heer G.J. Elbertsen;

brengt aan de gemeenteraad van Dinkelland ingevolge artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het volgende advies uit.

Bestreden besluit Op 21 april 2020 heeft de gemeenteraad besloten het bestemmingsplan voor Ossendijk 4 te Deurningen niet vast te stellen. Het besluit is 23 april 2O2O aan bearaarden bekend gemaakt.

Bezwaarschrift Het bezwaarschrift van 24 mei 2020, ontvangen bij e-mail van 28 mei 2O2O van de heer mr. ing. A.J.G. Nijland van juridisch adviesbureau Nijland, namens de heer en mevrouw Ophuis (hierna te noemen: bezwaarden), tegen het besluit van de gemeenteraad van Dinkelland van 21 april2020, waarbij de gemeenteraad de gevraagde wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 voor het perceel ossendijk 4 te Deurningen heeft geweigerd.

Aanwezigheid hoorzitting Op de hoorzitting van g september 2020 waren aanwezig: Voorzitter: de heer S. ten Kate Leden: de heer mr. E.E.J. Lastdrager en de heer G.J. Elbertsen

Secretaris:

mevrouw mr. A.G. Jansen Van de zijde van bezwaarde: de heer mr. ing. A.J.G. Nijland van juridisch adviesbureau Nijland (gemachtigde)en de heer en mevrouw Ophuis Van de zijde van de gemeente: mevrouw mr. drs. M. Rutjes en de heer R. Oude Molenman Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun standpunten tijdens de hoorzitting toe te lichten. Van de hoorzitting is een geluidsopname gemaakt.

Ontvankelijkheid Bij brief van24 mei2020, ontvangen bij e-mail van 28 mei2020, heeft de heer mr. ing. A.J.G.

Nijland van juridisch adviesbureau Nijland, namens de heer en mevrouw Ophuis (hierna te noemen: bezwaarden) een bezwaarschrift ingediend, tegen het besluit van de gemeenteraad van Dinkelland van 21 april2020, waarbij de gemeenteraad de gevraagde wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 voor het perceel Ossendijk 4 te Deurningen heeft geweigerd. Het bezvvaarschrift is ingekomen op 28 mei 2020. Het bestreden besluit is verzonden op 23 april 2020. De commissie stelt vast dat het bezwaarschrift is ingediend binnen de wettelijke bezwarentermijn van 6 weken. Gelet op het bepaalde in de artikelen 6:5 en 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht acht de commissie bezwaarden ontvankelijk in hun bezwaarschrift.

Wet- en regelgeving

-

-

Algemene wet bestuursrecht (Awb) Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.9 Wro. ; Bestemmingsplan Buitengebied 2010 (Ossendijk 4 te Deurningen): https ://www. ru imtel iikeola nnen. nl/viewer/view Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 2018: htto://decentrale.reqeloevino.overheid.nl/cvdr/xhtmloutouUActueel/Dinkelland/CVDR6 13127.htm1

BELEIDSNOTA (SEMI) PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN: httos ://oerm anent-wonenrecreatiewonino.nl/htto www.dinkelland.nl bestuur beleidsnotas BELEIDSNOTA PB meí 11.odí

KwaliteitsimpulsGroeneOmgeving: htto://decentrale.reoelqevino.overheid.nl/cvdr/PDFoutouUHistorie/Dinkelland/30533g/

CVDR305339 2.pdf

Provinciale verordening: https://www.overiissel.nl/onderweroen/omoevino/omqevinosvisie/omqevinosverordeni

!d

Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015 https://decentrale.reoeloevino.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutouUActueel/Dinkelland/CVD R380810.html#:-:text=Het%20Rood%20voor%20Rood%20beleid%20van%20de%20 qemeente%20Di nkelland%20bestaat. initiatiefnemer%20hanteerbaar%20en%20duide liik%20beleid. Provincie Overijssel, Kennisgeving Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie.

Zie verder bijlage 1

lnhoud bezwaarschrift Zakelijk weergegeven worden de volgende gronden van bezwaar aangevoerd: 1 Het niet toepassen en negeren van het meest recente eigen beleid zoals opgenomen onder 4.8 van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 voor zover daarin de mogelijkheid wordt geboden om een woonbestemming toe te kennen aan een langdurig permanent bewoonde solitaire recreatiewoning. En daarmee samenhangend, het afwijzen van de aanvraag op basis van de inmiddels grotendeels achterhaalde beleidsnota "(Semi) permanente bewoning van recreatiewoningen" van 2011 (hierna: (Semi)beleidsnota). 2 Het verplichtend en onjuist toepassen en hanteren van de gemeentelijke beleidsregeling "Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015" (hierna: RvR-regeling), waaronder met name Ook artikel6D van die regeling. 3 Het afwijken van een vaste gedragslijn waarbij de RvR-regeling (sloop ontsierende stallen) wordt toegepast in combinatie met de nieuwbouw van een woning en juist niet wordt toegepast in situaties waarbij een nieuwe of extra woning wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing. 4 Het niet in de afweging en motivering betrekken van informatie van de zijde van aanvrager dat de gemeentelijk beleidstoepassing en -interpretatie in verband met de voorliggende aanvraag onjuist is en deels niet toegestaan en/of onmogelijk is. 5.

Het feit dat er geen of geen afdoende belangenafweging heeft plaatsgevonden omdat de raad zich niet gerealiseerd heeft dat de situatie aan de Ossendijk 4 niet binnen het doelbereik of de reikwijdte van de (Semi)beleidsnota viel, als deze nota al van toepassing zou z{n geweest. 6. Het motiveren van een planologisch afwijzingsbesluit door te venruijzen naar ontbrekende bouwvergunningen. En, in samenhang daarmee, het niet in de beoordeling betrekken van het juist wel weer relevante feit dat er in planologisch-ruimtelijke zin sprake is van een volkomen legale situatie met betrekking tot alle bebouwing die op het

perceelOssendijk 4 aanwezig is.

7. Het schenden van het vertrouwen van aanvragers door de aanvraag af te wijzen. En het afwijzen van de aanvraag zonder daarbij een schadevergoeding toe te kennen aan aanvragers.

Feiten 1.

2.

3. 4.

5

6. 7.

Op 31 juli 2019 heeft het college van B&W van Dinkelland een brief verzonden aan de heer en mevrouw Ophuis inzake het doen van een principeverzoek. Bij brief van 2O september 2019 heeft het college van B&W van Dinkelland het verzoek van de gemachtigde van de heer en mevrouw Ophuis, tot het raadplegen van een onafhankelijke deskundige, afgewezen. Op 23 oktober 2019 verzend burgemeester Joosten van Dinkelland een e-mail aan de heer en mevrouw Ophuis. Op 30 januari 2020 is een aanvraag binnengekomen van de heer en mevrouw Ophuis waarin de raad verzocht wordt het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2010" ter plaatse van perceel Ossendijk 4 te Deurningen te wijzigen. Op 21 april 2020 heefl de gemeenteraad van Dinkelland het raadsvoorstel, verzoek partiele herziening bestemmingsplan Ossendijk 4 te Deurningen behandeld en het raadsbesluit genomen tot afwijzen van het verzoek. Op 23 april 2019 is het besluit bekend gemaakt aan bezwaarden. Het bezwaarschrift van 24 mei 2020 is bij e-mail van 28 mei 2020 ontvangen.

8. Op 23 juni 2020 is een reactie op het bezwaarschrift ontvangen. 9. Op 14 augustus 2020 heeft gemachtigde van bezwaarden aanvullende stukken (een schematische weergave) ingebracht.

10. Op woensdag 9 september 2020 heeft de hoorzitting plaats gevonden. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun standpunten ter hoorzitting van de commissie toe te lichten. Bezwaarden waren met hun gemachtigde aanwezig om hun standpunten toe te lichten. De vertegenwoordiger van de raad was aanwezig om het standpunt van de raad toe te lichten.

Overwegingen

1. De commissie dient te beoordelen of het besluit van 21 april2020, bij brief van 23 april

2020 bekendgemaakt aan bezwaarden, waarbij het verzoek tot partiele herziening van het bestemmingsplan Ossendijk 4 te Deurningen is afgewezen, in stand kan blijven. 2. lngevolge artikel 3.9 Wro staat tegen een afwijzing van een dergelijk verzoek aan de gemeenteraad bezwaar open. 3. Bezwaarden zijn het oneens met de afwijzing en hebben bij brief van 24 mei 2020 een bezwaarschrift ingediend. 4. Volgens bezwaarden is het grootste bezwaar dat artikel 4.8 van de "Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018" in deze zaak niet is toegepast. Op grond van artikel4.S van de "Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018" had een woonbestemming moeten worden toegekend aldus bezwaarden. En daarmee samenhangend zijn bezwaarden het ook niet eens met het afwijzen van de aanvraag op basis van de inmiddels grotendeels achterhaalde beleidsnota '(Semi) permanente bewoning van recreatiewoningen" van 2011. Ook het verplichtend toepassen en hanteren van de gemeentelijke beleidsregeling "Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015" (RvR-beleid) en dan met name artikel6D van die regeling is niet juist. Het afwijken van een vaste gedragslijn, waarbij de RvR-regeling wordt toegepast is niet juist. Het niet betrekken van informatie van de aanvragers bij de afweging en motivering van het raadsbesluit klopt niet. Ook heeft er geen voldoende belangenafweging plaatsgevonden.

Daarnaast was er in het planologisch afiruíjzingsbesluit geen reden om te verwijzen naar ontbrekende bouwvergunningen, terwijl er wel sprake is van een volkomen legale situatie met betrekking tot alle bebouwing op het perceel Ossendijk 4, maar werd dat niet vermeld. Ook wordt een beroep gedaan op schending van het vertrouwensbeginsel en het afwijzen van de aanvraag zonder daarbij een schadevergoeding toe te kennen aan bezwaarden. Verder wijzen bezwaarden bij het bezwaar ook op de Notitie Beleid gemeente Dinkelland, de spreekrechtreactie in verband met herziening bestemmingsplan Ossendijk 4 en de reactie op de voorbereiding en behandeling van de aanvraag in de commissie. Als laatste hebben bezwaarden bij brief van 14 augustus 2020 hun beat'taar nog aangevuld, dan wel toegelicht. Voor de uitgebreide toelichtingen van de bezwaren wordt verwezen naar de ingebrachte stukken van bezwaarden. 5. Volgens de raad is artikel 4.8 van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 niet van toepassing op Ossendijk 4, omdat het beleid omtrent de functiewijzing van recreatie naar wonen, dat de raad heeft vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied 2010, de beleidsnota (Semi)-permanente bewoningen van recreatiewoningen (2011), het KGO-beleid en het RvR-beleid, in tegenstelling tot bezwaarden stellen, niet gewijzigd is met de vaststelling van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018.

Uit het beleid van de raad volgt, volgens de raad, dat het wijzigen van de vigerende bestemming "recreatie-recreatiewoningen" naar een woonbestemming niet tot de mogelijkheden behoort. 6. De commissie kan de raad in haar standpunt evenwel niet volgen. Zoals bekend heeft de raad een ruime mate van beleidsvrijheid om te bepalen welke bestemmingen en daarbij behorende regels voor bepaalde gronden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabel zijn. Dit houdt echter niet in dat bepaalde beoordelingsmarges overschreden mogen worden of dat het recht onjuist mag worden toegepast. Tevens dienen de in het geding zijnde (individuele) belangen op een zorgvuldige wijze te zijn afgewogen. 7 . Voor de invulling van de beleidsruimte is titel 2.12 van de provinciale verordening van belang en dan met name artikel 2.12.4.|n dit artikel staat het volgende opgenomen: 1. Bestemmingsplannen voorzien niet in wijziging van geldende bestemmingsplannen waarbij aan een recreatiewoning die op dat moment als zodanig is bestemd, een woonbestemm ing wordt toegekend. 2. ln afwijking van het bepaalde in lid 1 kan aan een recreatiewoning een woonbestem-

ming worden toegekend, indien wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden: - de recreatíewoning werd vóór of op 31 oktober 2003 permanent bewoond en deze permanente bewoning is sindsdien onafgebroken voortgezet, of - op de gronden van de recreatiewoning rust krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan og 12 april2017 objectgebonden overgangsrecht op grond waarvan de

recreatiewoning voor permanente bewoning mag worden gebruikt; en indien wordt voldaan aan de volgende voonruaarden: - er kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 voor (bestaande) Reguliere woningen; - er kan worden voldaan aan de relevante milieuregelgeving; en - de bouwmogelijkheden binnen de te realiseren woonbestemming zijn niet ruimer dan nodig is voor de invulling van de huidige woonfunctie. 8. De beleidsvrijheid van de raad is volgens de commissie onder andere met behulp van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 ingevuld. ln artikel4.S van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 staat:

4.8 Vakantiebungalowshecreatiewoningen buiten vakantieparken Definitie Een vakantiebungalow / recreatiewoning buiten een vakantiepark is een gebouw c.q. complex van ruimten dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. U itg a ng sp u nte n voor toe kom stige o ntw i kke I i ng e n

. Uitbreiding van het aantalvakantiebungalows/recreatiewoningen buiten vakantieparken is in Noordoost Twente niet toegestaan (conform Omgevingsverordening), met uitzondering van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig geëxploiteerd zullen worden. . De inhoud van een bestaande vakantie/recreatiewoning mag maximaal 300m3 inclusief Kelder bedragen. Aan verbouw of herbouw kan medewerking worden verleend als wordt voldaan aan de voorwaarden van de omgevingsvergunning. . Permanente bewoning is niet toegestaan.

. Op öast's van aftikel 2.12.3 lid 2 en 3 van de Omgevingsverordening Overijssel20lT kan permanente bewoning worden toegestaan een daarop gericht persoonsgebonden overgangsrecht, een persoonsgebonden gedoogbeschikking, ee n persoonsgebonden ontheffing of een objectgebonden ontheffing, voor zover deze recreatiewoningen vóór of op 31 oktober 2003 permanent werden bewoond en dat gebruik sindsdien onafgebroken is voortgezet.

. Op basrs van artikel 2.12.4 lid 2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 kan aan een recreatiewoning een woonbestemming worden toegekend, indien wordt voldaan aan een van de volgende vootwaarden: o de recreatiewoning werd voór of op 31 oktober 2003 permanent bewoond en deze permanente bewoning ls srndsdrbn onafgebroken voortgezet, of o op de gronden van de recreatiewoning rust krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan op 12 april 2017 objectgebonden overgangsrecht op grond waarvan de recreatiewoning voor permanente bewoning mag worden gebruikt; en indien wordt voldaan wordt aan de volgende voonnaarden: o er kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 voor (bestaande) reguliere woningen; o er kan worden voldaan aan de relevante milieuregelgeving; en o de bouwmogelijkheden binnen de te realiseren woonbestemming zijn niet ruimer dan nodig is voor de invulling van de huidige woonfunctie.

9. Met de vaststelling van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 op 6 oktober 2018 maakt de raad het beleidsmatig mogelijk om een woonbestemming toe te kennen aan een recreatiewoning, mits aan bepaalde vooruvaarden wordt voldaan (artikel 4.8). Voorafgaand aan de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 had de gemeente geen beleid vastgesteld in verband met het toekennen van een woonbestemming aan een recreatiewoning. Wel werd permanente bewoning van recreatiewoningen beleidsmatig niet toegestaan. Ook in de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 wordt permanente bewoning van recreatiewoningen niet toegestaan. ln zoverre is er dan ook geen sprake van een beleidswijziging met het vaststellen van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018. 10. Volgens de commissie is met name de laatste bullet (.) van artikel4.S van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 en de daaronder van toepassing zijnde voorwaarden van

artikel4.S van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 van belang. Daarin staat beleid opgenomen dat op basis van artikel 2.12.41id 2 van de Omgevingsverordening Overijssel20lT aan een recreatiewoning een woonbestemming kan worden toegekend, mits voldaan

wordt aan de voorwaarden. Bezwaarden hebben te kennen gegeven dal zij voldoen aan artikel 4.8 van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018. Hoewel dit evenwel niet is getoetst door de raad, zou bij een positieve uitkomst, aan de recreatiewoning aan de Ossendijk 4 een woonbestemming kunnen worden toegekend. Hieruit kan volgens de commissie ook de conclusie worden getrokken dat de raad niet voldoende de informatie van de aanvragers bij de afweging en motivering van het raadsbesluit heeft betrokken. Ook heeft er aldus geen voldoende belangenafweging plaatsgevonden. 11. Provinciale regels zijn aldus omgezet in eigen gemeentelijk beleid. Dat het, zoals de raad aangeeft slechts om een venruijzing naar artikel 2.12.4 van de provinciale verordening zou gaan of een citaat, kan de commissie niet volgen. Uit niets blijkt ook dat het slechts om een verwijzing naar artikel 2.12.4 van de provinciale verordening of een citaat zou gaan. Dat het om beleid gaat valt ook op te maken uit de beleidsnota zelf waarvoor onder andere, maar niet uitsluitend, gewezen wordt op hoofdstuk 4 van de Nota, waarin gesproken wordt over het "beleid". Evenmin is, net als bezwaarden aangeven, in te zien dat artikel 4.8 buiten het doelbereik van de nota waarin het artikel is opgenomen valt.

Artikel2.12.4lid 2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 is naar het oordeel van de commissie integraal opgenomen in artikel4.S van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 en ook als beleid vastgesteld en in werking getreden op 6 oktober 2018. Volgens de commissie is de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 van toepassing in de voorliggende zaak, inclusief het provinciale KGO-beleid. 12.Wal betrefl het standpunt van de raad dat niet de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 van toepassing is, maar het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en de beleidsnota (Semi)permanente bewoningen van recreatiewoningen (2011) geldend beleid is, merkt de commissie het volgende op. De Nota Verblijfsrecreatie NOT 20í8 bevat dezelfde onderwerpen als de beleídsnota (Semi)permanente bewoning van recreatiewoningen, maar is gedetailleerder en van een recentere datum. Het lex specialis- en lex posterior-beginsel zijn hier naar het oordeel van de commissie dan van toepassing. De gedetailleerde (speciale) beleidsregel gaat voor op de algemene beleidsregel en de nieuwere beleidsregel gaat voor op de oudere beleidsregel. Verder bevat de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 ook nieuwe RO-beleidsregels, zoals voor het toekennen van een woonbestemming aan permanent bewoonde solitaire recreatiewoningen.

ln de (Semi)beleidsnota zrln daarnaast geen beleidsregels geformuleerd in verband met het toekennen van een woonbestemming. Op grond van het voorgaande is de commissie dan ook eveneens van oordeeldat niet het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en de beleidsnota (Semi)-permanente bewoningen van recreatiewoningen (2011) geldend beleid is, maar de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018. 13. Daaruit volgend is de commissie ook van mening dat er geen juiste belangenafweging door de raad heeft plaatsgevonden, wat in strijd is met artikel 3:2 en 3:4 van de Awb. Vanaf het begin van de bewoning van de woning, werd er al permanent gewoond en werd de woning niet als recreatiewoning gebruikt. Zoals uit de stukken blijkt was er in 1995 een handhavingsactie, maar is daar geen vervolg aan gegeven. Er is aldus jarenlang niet handhavend opgetreden. En uit de stukken en tijdens de hoorzitting kwam naar voren dat er ook geen intentie is om te handhaven. Zo blijkt tijdens de inhoudelijke behandeling van de aanvraag namens het college door de burgemeester verklaard te zijn dat handhaving, voor zover al mogelijk, niet opportuun is.

Nu in artikel4.S van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 de mogelijkheid is opgenomen om aan een recreatiewoning (die niet als zodanig is of wordt gebruikt) een woonbestemming te geven, mits aan de voonryaarden wordt voldaan, kan de commissie niet anders dan concluderen dat de raad een beslissing moet nemen met inachtneming van het beleid dat zii zelf heefl vastgesteld en daar een afweging in dient te maken. Door de woning aan de Ossendijk 4 een woonbestemming te geven gaal er geen recreatiewoning verloren, omdat de woning nooit als recreatiewoning is gebruikt (en dit is bij de gemeente ook bekend). Er wordt geen nieuwe woning toegevoegd en planologisch / stedenbouwkundig gezien veranderd er niets. De commissie adviseert om in de beslissing op bezwaar uitdrukkelijk aandacht te besteden aan het feit waarom de raad wel of niet vast wil houden aan een recreatiewoning die nooit als zodanig is gebruikt of gebruikt gaat worden. 14. Wat betreft het RvR-beleid en dan met name artikel 6 D, is de commissie van oordeel dat dit beleid niet ziet op de voorliggende situatie en in dit geval niet opgaat en ook een ander doel heeft. ln het RvR-beleid staat ruimtelijke kwaliteitsverbetering centraal. Het doel van het RvR-beleid is ruimtelijke kwaliteitswinst behalen door het slopen van landschapsontsierende stallen.

Het RvR-beleid houdt in het kort in dat de initiatiefnemer minimaal 850m2 landschapsontsierende gebouwen of 4500m2 kassen sloopt en als tegenprestatie een bouwkavel voor een woning mag realiseren. Aan de Ossendijk 4 is geen sprake van sloop van ontsierende stallen en er hoeft ook geen nieuwe woning gebouwd te worden. De aanvraag voor de Ossendijk 4 heeft betrekking op het toekennen van een woonbestemming aan een bestaande situatie op grond van artikel 4.8 van de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018. ln planologische / stedenbouwkundige zin wijzigt er niets aan de Ossendijk 4. Niet qua gebruík en niet qua bebouwing. Het RvR-beleid is ook niet bedoeld om aan een recreatiewoning een woonbestemming toe te kennen en de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 biedt deze speciÍieke mogelijkheid wel. Voor zover er al strijd mocht zijn met het RvR-beleid en (artikel 4.8 van) de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018, dan geldt dat de laatste op 6 oktober 2018 in werking is getreden en het RvR-beleid op 16 oktober 2015 en dat nieuw beleid voor oud beleid gaat en de bijzondere regeling voor de algemene regeling. 15. Ook ziet de commissie, net als bezwaarden, niet in waarom in het (planologisch) afwijzingsbesluit verwezen wordt naar ontbrekende bouwvergunningen, tenrijl niet vermeld wordt dat er wel sprake is van een legale situatie met betrekking tot alle bebouwing op het perceel Ossendijk 4.

ln zijn geheel had deze informatie niet in het besluit meegenomen of opgenomen hoeven te worden, aldus de commissie. lndien het wel relevant was geweest, dan had het op de weg gelegen om in het besluit ook te wijzen op de legale situatie met betrekking tot alle bebouwing op het perceel Ossendijk 4. 16. Wat betreft het beroep op het gelijkheidsbeginsel is de commissie van oordeel dat er geen sprake is van vergelijkbare gevallen met betrekking tot de adressen Heuvelweg 1 in Oud Ootmarsum en Hanenweg 3/3a in Saasveld in relatie tot de Ossenduk 4. De commissie is echter wel van mening dat van de vaste gedragslijn en strikte naleving van het RvRbeleid, zoals door de raad wordt voorgesteld, in deze twee aangehaalde gevallen niet is gebleken en dat in deze twee gevallen is afgeweken van de vaste gedragslijn op grond van het eigen RvR-beleid. 17. Dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, zoals bezwaarden stellen, vermag de commissie verder niet in te zien. Zoals uit de reactienota van de vertegenwoordiger van de raad blijkt heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak RvS in de uitspraak van 29 mei 2019 een driestappenplan geïntroduceerd voor het vertrouwensbeginsel (ABRS 29 mei 2019, ECLI :NL:RVS:201 9: 1 694).

De volgende stappen moeten daarbij worden doorlopen: Stap 1: kwalificeert de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept als toezegging? Stap 2: kan deze toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan worden toegerekend? lndien beide vragen bevestigend worden beantwoord en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. Stap 3: wat is de betekenis van het gewekte vertrouwen bijde uitoefening van de betreffende bevoegdheid en is er eventueel recht op schadevergoeding? Net als de vertegenwoordiger van de raad is de commissie van oordeel dat er geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, omdat er geen uitlating of gedraging is die zich kwalificeert als een toezegging. Artikel 4.8 van de nota verblijfsrecreatie NOT 2018 is namelijk niet aan te merken als een dergelijke uitlating of

gedraging. Aan de stappen 2 en 3 wordt dan ook niet toegekomen. Desalniettemin is de commissie wel van oordeel dat burgers er op mogen vertrouwen dat regelgeving juist wordt uitgelegd. Voor zover bezwaarden schade proberen te verhalen is de commissie de volgende mening toegedaan. De commissie ziet geen reden om een schadevergoeding toe te kennen, anders dan een proceskostenvergoeding en ziet ook niet in waar de schade anders uit bestaat. lndien de recreatiewoning een woonbestemming krijgt, zal ook, naar waarschijnlijkheid, de waarde van de woning toenemen. 18. Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de Nota Verblijfsrecreatie NOT 2018 beleid bevat die in de voorliggende situatie aan de orde is. De commissie kan zich, voor zover in dit advies niet nader wordt ingegaan op de redeneringen die in het bezwaarschrift van 24 mei2020 en de toelichting op het bezwaarschrift van 14 augustus 2020 worden gegeven, ook vinden in deze redeneringen. Dientengevolge is de commissie van oordeeldat de raad niet alle voor de besluitvorming relevante feiten adequaat en op een zorgvuldige wijze heeft afgewogen. Ook alle relevante belangen zijn volgens de commissie niet op een zorgvuldige wijze afgewogen en het bestreden besluit kan op grond daarvan niet in stand blijven en dient herroepen te worden. 19.

Wellicht ten overvloede: ook Provinciale Staten van Overijssel hebben op 3 juni 2020 nieuw beleid vastgesteld (Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie), waarbij aan solitaire recreatiewoningen een andere bestemming kan worden toegekend, waaronder een woonbestemming. De verruiming van het provinciale beleid geldt daarmee ook in verband met de Nota VerblijÍsrecreatie NOT 2018. Dit nieuwe beleid wordt ook door de raad in haar reactienota aangehaald. De commissie adviseert de raad dit nieuwe beleid in de heroverweging mee te nemen, voor zover (nog) nodig. 20. Wellicht ten overvloede wijst de commissie ook nog op het feit dat in het bezwaarschrift van 24 mei 2O2O een verzoek wordt ingediend om de Startnotitie bij de heroverweging van het besluit te betrekken, indien de raad de bezwaren (deels) gegrond acht. Dit is ook bij de hoorzitting nogmaals naar voren gebracht. 21. Ter overweging geeft de commissie als aanbeveling aan de raad nog mee dat indien de raad dit advies niet wenst over te nemen toch, alvorens een beslissing op bezwaar te nemen, een onafhankelijk deskundige in te schakelen, zodal onnodige procedures voorkomen kunnen worden.

Proceskosten Bezwaarden verzoeken om vergoeding van kosten van juridische bijstand. De commissie overweegt daartoe het volgende. Artikel 7:15, tweede lid, van de Awb bepaalt dat deze vergoeding dient te worden voldaan indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Hiervan is sprake indien het bestuursorgaan het primaire besluit herroept, de herroeping plaatsvindt wegens de onrechtmatigheid van het besluit en indien de onrechtmatigheid aan het bestuursorgaan te wijten is. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt het bedrag van de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld aan de hand van het bij het besluit opgenomen tarief (€ 525,= per punt), waarbij voor het indienen van een bezwaarschrift één punt kan worden toegekend en één punt voor het bijwonen van een hoorzitting. Het gewicht van de zaak kan evenwel nader tot uiting worden gebracht in de wegingsfactoren. Dit kan variëren van 0,25 voor een zeer lichte zaak tot 2 voor een zeer zuare zaak. Nu de commissie van oordeel is dat het primaire besluit dient te worden herroepen wegens de onrechtmatigheid van het besluit is de commissie van oordeeldat í punt kan worden toegekend voor het indienen van een bezwaarschrift en I punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een wegingsfactor 1.

De commissie gaat uit van een wegingsfactor '1, aangezien dit als een gemiddelde bett'taarzaak wordt gezien. Bezwaarden hebben om een wegingsfactor 2 gevraagd. Volgens de bezwaarschriftencommissie valt echter niet in te zien waarom hier een wegingsfactor 2 aan de orde zou zr1n. Nu de wegingsfactor op 1 wordt gesteld komt dit neer op toekenning van een proceskostenvergoeding van 2 x € 525,- = € 1.050,-.

Advies

1. Bezwaarden ontvankelijk te verklaren in hun bezwaarschrift. 2. Het besluit van de raad van 21 april202O le herroepen en met inachtneming van hetgeen in het advies is opgenomen een nieuw besluit te nemen.

3. Bezwaarden een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Aldus besloten door de commissie bezwaarschriften op 9 september 2O20 DE BEZWAARSCH RI FTENCOMMISSIE De secretaris, de voorzitter,

/,o-"

mr. A.G. Jansen

S. ten Kate

fua--

Biilaqe í: Wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht (Awb) Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.9 Wro. ; Bestemmingsplan Buitengebied 2010 (Ossendijk 4 te Deurningen): https ://www. ru i m tel i i ke ol a n ne n. n l/vi ewer/v iew

Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente 201 8: htto://decenlrale.reoelqevino.overheid.nl/cvdr/xhtmloutouUActueel/Dinkelland/CVDR6 13127.htm| BELEIDSNOTA (SEM I) PERMANENTE BEWON ING VAN RECREATI EWONINGEN: httos ://oermanent-wonenrecreatiewoninq.nl/htto www.dinkelland.nl bestuur beleidsnotas BELEIDSNOTA PB mei 11.odf Kwaliteitsim puls Groene Omgeving : http://decentrale.reoelqevino.overheid.nl/cvdr/PDFoutouUHistorie/Dinkelland/305339/

CVDR305339 2.odf Provinciale verordening : https://www.overiissel.nl/onderweroen/omoevino/omoevinqsvisie/omoevinosverordeni

!d

Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015 httos://decentrale.reoelqevinq.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutouUActueel/Dinkelland/CVD R380810.html#:-:text=Het%20Rood%20voor7o20Rood%20beleid%20van%20de%20 qemeente%20Dinkelland%20bestaat. initiatiefnemer%20hanteerbaar%20en%20duide liik%20beleid. Provincie Overijssel, Kennisgeving Beleidsaanpassing provinciaal omgevingsbeleid voor verblijfsrecreatie. Nota Verbliifsrecreatie Noordoost Twente 2018: 4.8 Vakantiebungalows/recreatiewoningen buiten vakantieparken Definitie: Een vakantiebungalow / recreatiewoning buiten een vakantiepark is een gebouw c.q. complex van ruimten dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. Uitgangspunten voor toekomstige ontwikkelingen

. Uitbreiding van het aantal vakantiebungalows/recreatiewoningen buiten vakantieparken is in Noordoost Twente niet toegestaan (conform Omgevingsverordening), met uitzondering van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig geëxploiteerd zullen worden. . De inhoud van een bestaande vakantie/recreatiewoning mag maximaal300m3 inclusief kelder bedragen. Aan verbouw of herbouw kan medewerking worden verleend als wordt voldaan aan de vooruvaarden van de omgevingsvergunning. . Permanente bewoning is niet toegestaan. . Op basis van artikel 2.12.3|id 2 en 3 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 kan permanente bewoning worden toegestaan een daarop gericht persoonsgebonden overgangsrecht, een persoonsgebonden gedoogbeschikking, een persoonsgebonden ontheffing of een objectgebonden ontheffing, voor zover deze recreatiewoningen vóór of op 31 oktober 2003 permanent werden bewoond en dat gebruik sindsdien onafgebroken is voortgezet. . Op basis van artikel 2.12.4 lid 2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 kan aan een recreatiewoning een woonbestemming worden toegekend, indien wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden: o de recreatiewoning werd vóór of op 31 oktober 2003 permanent bewoond en deze

permanente bewoning is sindsdien onafgebroken voortgezet, of

o op de gronden van de recreatiewoning rust krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan op 12 april 2017 objectgebonden overgangsrecht op grond waarvan de recreatiewoning voor permanente bewoning mag worden gebruikt;

en indien wordt voldaan wordt aan de volgende voonivaarden: o er kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluil2Ol2 voor (bestaande) reguliere woningen; o er kan worden voldaan aan de relevante milieuregelgeving; en o de bouwmogelijkheden binnen de te realiseren woonbestemming zijn niet ruimer dan nodig is voor de invulling van de huidige woonfunctie.

Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015 6. De compensatiekavel wordt op de slooplocatie of één van de slooplocaties gerealiseerd.

A.() B.()

c.() D.

Het realiseren van de Rood voor Rood woning op een locatie met een bestemming "recreatiewoning" is mogelijk, als het gaat om een solitaire recreatiewoning (dus niet op recreatieparken/-terreinen). De recreatiebestemming vervalt dan en wordt gewijzigd in een woonbestemming. i. De gemeente beoordeelt of een positief bestemde solitaire recreatiewoning geschikt is voor wijziging in een reguliere woning (maatwerk). Voorbeelden van afwegingen hierbij kunnen zijn ligging in of direct naast (omvangrijke) bos- en natuurgebieden, Ecologische Hoofdstructuur (EHS) of Natura2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/462/documents/14590