CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Motivering niet vaststellen bestemmingsplan.pdf

Commissie Omgeving & Economie 11 januari 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5.: Voorstel inzake besluit tot niet vaststellen bestemmingsplan Almelosestraat 68a t/m i Ootmarsum6.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1, raadsvoorstel Besluit tot niet vaststellen van het bestemmingsplan tot planologische verzelfstandiging van de hotelappartementen ter plaatse van Almelosestraat 68a t/m 68i te Ootmarsum ten opzichte van bestaande hotel-restaurant de Wyllandrie op het perceel Tichelwerk 1 te Ootmarsum 1.

INLEIDING

De heer G. van de Goor en de heer C. van de Goor zijn eigenaar van het perceel met daarop staande een gebouw met negen hotelappartementen aan de Almelosestraat 68A t/m 68 I in Ootmarsum. 1.1.

Principeverzoek

Bij brief van 11 juli 2018 is namens de eigenaren aan het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland (hierna: het college) verzocht in principe mee te werken aan de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 teneinde deze negen hotelappartementen als zelfstandig hotel, zonder binding met het naastgelegen hotel-restaurant Tichelwerk 1 (De Wyllandrie), te mogen gebruiken. De hotelappartementen zijn vanaf de bouw in 2013 tot op heden niet als zodanig als onderdeel van De Wyllandrie geëxploiteerd. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan Buitengebied 2010 staat het gebruik van de hotelappartementen voor verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan ten behoeve van het naastgelegen hotel-restaurant De Wyllandrie, niet toe. Daarnaast wordt met het verzoek de legalisatie van het in afwijking van de omgevingsvergunning van 28 februari 2013 gebouwde hotel-appartementencomplex los (dat wil zeggen op een afstand van circa 1,5 meter) van het bestaande hotel-restaurant De Wyllandrie beoogd. 1.2.

Principebesluit

Bij brief van 17 januari 2019 heeft het college aan de eigenaren meegedeeld dat het in principe bereid is aan het verzoek mee te werken. Aan zijn bereidheid mee te werken heeft het college de navolgende voorwaarden verbonden: 1.

Het perceel beschikt over een eigen ontsluiting;

2.

Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid;

3.

Er wordt voorzien in de behoefte aan een tweede zelfstandige horeca;

4.

Er wordt gemotiveerd aangetoond dat de appartementen overeenkomstig de nieuwe bestemming in gebruik zullen worden genomen;

5.

Er moet een planschadeovereenkomst worden gesloten;

6.

Er moet een exploitatieovereenkomst worden gesloten;

7.

De hotelappartementen moeten bedrijfsmatig worden geëxploiteerd;

8.

Het is verboden de appartementen uit te ponden (dat wil zeggen het in delen verkopen van het gebouw dat voor hotel is bestemd); en

9.

Er moeten reguliere hotelvoorzieningen worden gerealiseerd. Dit is meer dan alleen een receptie en/of het medegebruik van de hotelvoorzieningen van het naastgelegen hotel. Er moet een hotelplan worden ingediend.

De overeenkomst is bedoeld om zekerheid te krijgen over de exploitatiewijze teneinde te borgen dat de hotelappartementen als zelfstandig hotel zullen worden gebruikt en niet recreatief en/of permanent zullen worden bewoond. Deze zekerheid is vereist omdat de omvang en de inrichting van het bestaande gebouw zodanig zijn dat niet kan worden uitgesloten dat de appartementen voor recreatieve en/of permanente bewoning in gebruik zullen worden genomen. Deze gebruiksdoelen zijn in strijd met het provinciaal en gemeentelijk beleid. 2.

ONTWERPBESTEMMINGSPLAN

Naar aanleiding van het principeverzoek is ambtelijk met (de adviseur van) initiatiefnemers gesproken over de voorwaarden om het bestemmingsplan te kunnen herzien. Met het ontwerpbestemmingsplan wordt beoogd de bestaande hotelappartementen planologisch om te buigen tot een zelfstandig hotel dat onafhankelijk van het naastgelegen hotel-restaurant de Wyllandrie kan worden gebruikt. Op dit moment laat het bestemmingsplan ter plaatse enkel een uitbreiding ten behoeve van hotel-restaurant De Wyllandrie toe. Inmiddels staat voor de gemeente vast dat een gebruik conform het geldende bestemmingsplan is uitgesloten. Behoefte-onderzoek hotelmarkt Aan het ontwerpbestemmingsplan ligt het rapport van Van Reest Advies van 12 juli 2019 “Markbehoefte hotelontwikkeling Almelosestraat 68 te Ootmarsum” ten grondslag. Uit het onderzoek van Van Reest blijk dat er een flinke scheefgroei bestaat tussen vraag en aanbod van hotels in Noordoost Twente en dat er een grote vraag bestaat naar logiesaccommodaties waarvan niet alleen de locatie, maar ook de belevingswaarde van belang is. Voor het bepalen van de belevingswaarde is de verblijfsrecreatiemarkt opgedeeld in zeven leefstijlprofielen. Voor Twente is de doelgroep “Gezellig Lime” met name van belang.

Deze doelgroep bestaat uit informele groepen en families die behoefte hebben aan een accommodatie die beschikt over meerpersoonskamers, terras of balkon, moderne kookfaciliteiten en informele ontmoetingsruimte met enkele gezelschapsspellen en een poolbiljart. Ook is er ruimte voor de doelgroepen “Uitbundig Geel” en “Cultureel & Inspirerend Rood”. Er is vraag naar comfortabele, ruime en luxe kamers en horecavoorzieningen (met name een gezellige loungebar). De doelgroep “Cultureel & Inspirerend Rood” wil juist geen standaard hotelkamers en wil niet veel centrale voorzieningen. Deze doelgroep gaat elders uiteten en verblijft primair in het hotel om er te overnachten. Een eenvoudige hotellobby met enkele drank- en snoep/snackautomaten die tevens kan dienen als ontbijtruimte, volstaat. De slotsom is dat met name de toename van het aanbod op de hotelmarkt voor de doelgroep “Gezellig Lime” de groei van de hotelsector in Noordoost Twente verder zal stimuleren. De marktruimte wordt becijferd op circa 300 bedden. Er is derhalve meer dan voldoende ruimte voor het toevoegen van maximaal negen hotelappartementen met een capaciteit variërend van negen tot circa achttien bedden. Voorwaarden planologische medewerking Om te borgen dat de hotelappartementen in de huidige vorm niet als recreatiewoning in gebruik zullen worden genomen en dat voldaan kan worden aan de behoefte aan de geschetste

2 / 15

belevingswaarde van de doelgroep op de hotelmarkt, eist de gemeente dat het gebouw intern bouwkundig wordt aangepast zodat het feitelijk kan fungeren als zelfstandig hotel voor de vraag van de markt, een en ander zoals blijkt uit het marktbehoefte-onderzoek naar de hotelmarkt in Noordoost Twente. Daarbij is van belang dat het accent ligt op de exploitatie van een hotel en niet op de verhuur van op zichzelf staande appartementen. Met het oog op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het nieuwe hotel ter plaatse en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, moeten initiatiefnemers een (hotel)plan indienen waaruit onvoorwaardelijk blijkt op welke wijze de noodzakelijke centrale hotelvoorzieningen in het gebouw van de hotelappartementen zullen worden gerealiseerd. Dit is een van de voorwaarden van het college om aan het initiatief mee te werken. Het aangeboden concept-ontwerpbestemmingsplan voldeed niet aan deze voorwaarden. Bij brief van 19 december 2019 heeft het college aan initiatiefnemers dan ook laten weten welke wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan dienen te worden aangebracht alvorens dit ontwerp ter inzage kon worden gelegd. In het kort heeft het college verzocht het ontwerpbestemmingsplan zodanig aan te passen dat uit de planregels en de toelichting blijkt dat sprake zal zijn van een zelfstandig hotel en niet van zelfstandige woningen.

Een belangrijke wijziging is het invoegen van de definitie van ‘Hotel’ in de planregels, waaronder wordt verstaan “een bedrijfsmatige exploitatie voor het bieden van logies aan gasten die voor een beperkte duur verblijven en waarbij voor de functie noodzakelijke algemene voorzieningen zijn aangebracht, welke tenminste bestaan uit een keuken, eetruimte en receptie”. Mogelijk dient voor dit doel een kamer te worden opgeofferd om plaats te maken voor de benodigde fysieke ruimte voor de realisatie van centrale hotelvoorzieningen. Tevens dienden aan de specifieke gebruiksregels te worden toegevoegd het verbod de gronden en bouwwerken te gebruiken en laten gebruiken voor permanente bewoning, bedrijfsmatige kamerverhuur, meer dan tien hotelkamers, anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie en ten behoeve van uitponding. Initiatiefnemers hebben het ontwerpbestemmingsplan conform het verzoek van het college aangepast. Het (aangepaste) ontwerpbestemmingsplan voorziet in de enkelbestemming “Horeca” en de dubbelbestemming “Waarde – Landschap”. De gronden bestemd voor ‘Horeca’ zijn bestemd voor een aparthotel met maximaal negen hotelappartementen met daarbij behorende voorzieningen.

Onder ‘aparthotel’ wordt verstaan een bedrijfsmatige exploitatie voor het bieden van logies in de vorm van hotelappartementen die voor een beperkte duur verblijven en waarbij voor de functie noodzakelijke voorzieningen zijn aangebracht, die tenminste bestaan uit een keuken, eetruimte en receptie. Onder ‘hotelappartementen’ wordt verstaan een ruimte in een aparthotel voor het bieden van logies met daarin een slaapkamer(s), badkamer(s), zitgelegenheid en een kitchenette. Het ontwerpbestemmingsplan bevat voorts een aantal specifieke gebruiksverboden, waarvan de belangrijkste zijn het verbod gronden en bouwwerken te gebruiken en te laten gebruiken voor permanente

bewoning,

woningen,

bedrijfsmatige

kamerverhuur,

meer

dan

negen

hotelappartementen, anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie, ten behoeve van meer dan één aparthotel en ten behoeve van uitponding (waaronder wordt verstaan het verkopen in delen van het gebouw dat voor een aparthotel is bestemd).

3 / 15

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het vorenstaande heeft het college het gewijzigde ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Op 28 mei 2020 is de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan “Tichelwerk 1, hotelappartementen” in de Staatscourant en het gemeenteblad bekendgemaakt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 29 mei 2020 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. KPB Invest B.V., de eigenaar van het naastgelegen hotel-restaurant Wyllandrie en Wyllandrie B.V., de exploitant van Wyllandrie, hebben bij de gemeenteraad over het ontwerpbestemmingsplan zienswijzen naar voren gebracht. Zienswijzen Namens KPB Invest B.V. en Wyllandrie B.V. zijn de volgende brieven met bijlagen als zienswijzen ingediend: -

brief van 6 juli 2020 met bijlagen A, B, C, D;

-

brief van 7 juli 2020 (aanvulling met 2e deel) met bijlagen E, F;

-

brief van 7 juli 2020 (aanvulling met 3e deel) met bijlagen H;

-

e-mail, zonder zienswijze, bijlagen planschadeovereenkomst, G, G1, G2, G3, G4;

-

brief van 9 juli 2020 (aanvulling met 4e deel) met bijlagen I, J;

-

brief van 9 juli 2020 (aanvulling met 2 opmerkingen);

-

brief van 9 juli 2020 (aanvulling op het 4e deel) met bijlagen J, K, K1;

-

e-mail van 10 juli 2020 inzake het horen;

-

e-mails van 28 oktober 2020 inzake de financiële zekerheid met bijlagen (krantenartikel en faillissementsverslag);

-

e-mail van 1 november 2020 inzake uitvoerbaarheid m.b.t parkeren met bijlage;

-

e-mails van 5 november 2020 met bijlagen (brief aan curator, reviews voor BBG bv, deel leveringsakte); en

-

e-mail van 8 november 2020 o.a. inzake de uitvoerbaarheid met bijlagen (deel leveringsakte, media-artikel, uitspraak rechtbank en brief COA).

De zienswijzen zien op een breed scala aan onderwerpen. Deze komen samengevat op het volgende neer: -

initiatiefnemers waren van meet af aan niet van plan de hotelappartementen te gebruiken ten behoeve van hotel-restaurant de Wyllandrie; het was altijd de bedoeling om de hotelappartementen individueel te verkopen en te gebruiken voor bewoning;

-

het betreft de legalisering van een illegale situatie waaraan de gemeente zelf heeft meegewerkt. De gemeente schendt de beginselen van behoorlijk bestuur;

-

het bestemmingsplan is onzorgvuldig voorbereid en inspraak is ten onrechte niet geboden;

-

de begripsbepalingen van aparthotel, hotel en hotelappartementen zijn innerlijk tegenstrijdig. Daarnaast zijn veel overbodige regels opgenomen en zijn de planregels niet juist;

-

de behoefte aan een aparthotel is niet aangetoond;

-

het initiatief doorstaat niet de toets van de ladder voor duurzame verstedelijking;

-

het hotel beschikt niet over parkeerplaatsen en is niet bereikbaar voor (vracht)verkeer en voor hulpdiensten. Tevens zijn de parkeerplaatsen niet bereikbaar;

4 / 15

-

er bestaat geen fysieke ruimte voor het realiseren van hotelvoorzieningen, er is over de eigendomsgrenzen heen gebouwd en de omgevingsvergunning uit 2013 is in strijd met de beoogde bestemming;

-

door het faillissement van BBG b.v. op 8 september 2020 is de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in het gedrang. De gemeente heeft nagelaten onderzoek te doen naar de financiële positie van initiatiefnemers.

Reactie op de zienswijzen Het college is niet gehouden inspraak te bieden voordat een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Aan het verzoek het bestemmingsplan ten behoeve van een zelfstandig hotel te herzien, is een handhavingstraject voorafgegaan. Het college heeft op 28 februari 2013 een omgevingsvergunning aan initiatiefnemers verleend voor het uitbreiden van hotel Wyllandrie met negen luxe hotelappartementen. Het college heeft de vergunning verleend, omdat tussen de toenmalige eigenaar van hotel Wyllandrie (De Wyllandrie B.V, failliet op 2 april 2014) en de toenmalige eigenaren van het perceel (Tyro Beheer B.V en Heke Beheer B.V.) overeenstemming was over de uitbreiding van de Wyllandrie met hotelappartementen. Naar het oordeel van het college liet het bestemmingsplan het beoogde gebruik toe en werd de bebouwingsoppervlakte niet overschreden. Anders dan wordt gesteld heeft het college geen toestemming verleend om in afwijking van de omgevingsvergunning te bouwen en/of de hotelappartementen als zelfstandig hotel te gebruiken. Eind 2013, toen de bouw gereed was, heeft het college geconstateerd dat het gebouw in afwijking van de omgevingsvergunning was gebouwd. Bij controle is niet gebleken dat het gebouw de eigendomsgrenzen en/of het bestemmingsplanvlak overschrijdt.

Nadat de gemeenteraad een besluit over het onderhavige bestemmingsplan heeft genomen, zal het college, mede ter voldoening aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 27 mei 2020, een nieuw besluit op het handhavingsverzoek van reclamanten nemen. Initiatiefnemers (de heer C. van de Goor en de heer K. van de Goor in privé) zijn sinds 3 oktober 2016 gezamenlijk (ieder voor de helft) eigenaar van alle appartementsrechten en daarmee ook gezamenlijk eigenaar van het gebouw en van de daarbij behorende grond. KPB Invest B.V. is sinds 26 juli 2017 eigenaar van hotel-restaurant Wyllandrie. Het is juist dat de hotelappartementen sinds 1 mei 2017 leegstaan en dat een gebruik conform het geldende bestemmingsplan niet (meer) tot de mogelijkheden behoort. Het faillissement van Aannemingsbedrijf Macro B.V. (voorheen BBG B.V., de bouwer van de hotelappartementen in opdracht van de eigenaren), heeft voor het bestemmingsplan en de financiële uitvoerbaarheid ervan geen gevolgen. Initiatiefnemers – en niet Macro B.V. zijn eigenaar van de appartementsrechten. Het appartementengebouw en de grond vallen niet in de boedel van Macro B.V. Verder is met initiatiefnemers op 12 maart 2020 een planschadekostenovereenkomst gesloten.

In deze procedure draait het niet om de financiële positie van initiatiefnemers, maar is het de vraag of het plan als zodanig binnen een redelijke termijn (financieel) uitvoerbaar is.

5 / 15

Of initiatiefnemers het plan kunnen uitvoeren en/of dit voor hun rendabel is, moeten zij in eerste instantie beoordelen. Initiatiefnemers hebben marktonderzoek naar de behoefte van nieuwe hotelontwikkeling laten uitvoeren. Uit het rapport van Van der Reest Advies “Marktbehoefte hotelontwikkeling Almelosestraat 68 te Ootmarsum” van 12 juli 2019 blijkt de behoefte aan nieuwe hotels. De gemeenteraad acht op basis van de uitkomsten van dit marktbehoefte-onderzoek een rendabele exploitatie van een zelfstandig hotel mogelijk. Het is verder aan initiatiefnemers om een degelijk hotelplan in te dienen dat de uitvoerbaarheid aantoont. Hierna onder punt 4. gaat de gemeenteraad nader in op de vraag of aan de voorwaarden van het principebesluit is voldaan en/of het bestemmingsplan uitvoerbaar is. In tegenstelling tot hetgeen eerder is gesteld is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten behoeve van hotel-restaurant de Wyllandrie is in het vigerend bestemmingsplan gemaximeerd op 1.625 m². Door het afscheiden van dit perceel en het hieraan toekennen van een zelfstandige bestemming, wordt meer dan 500 m² bvo’s toegevoegd. De Wyllandrie kan in de situatie dat het onderhavige bestemmingsplan wel zou worden vastgesteld uitbreiden tot 1625 m².

Het aparthotel kan blijkens de gevestigde erfdienstbaarheden gebruik maken van de aanwezige parkeerplaatsen en van de weg van en naar Tichelwerk. De planregels en de plan toelichting worden waar nodig aangepast. Ook de naam van het bestemmingsplan zal bij de vaststelling worden gewijzigd. 3.

VOORSTEL WIJZIGING ONTWERPBESTEMMINGSPLAN

Mede naar aanleiding van de zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan zijn initiatiefnemers bij e-mail van 7 oktober 2020 in de gelegenheid gesteld om wijzigingen aan te brengen in de planregels en de plantoelichting. Voorts is verzocht om alsnog te voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld in de principe-uitspraak van het college van 17 januari 2019. De wijzigingen zijn noodzakelijk uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en ter borging van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De gemeente verzocht initiatiefnemers om uiterlijk op 16 oktober 2020 het gewijzigde bestemmingsplan, de ondertekende overeenkomst en het hotelplan aan te leveren. Een dag eerder, bij e-mail van 6 oktober 2020, is aan de advocaat van initiatiefnemers meegedeeld dat voorafgaand aan de eventuele (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan moet zijn voldaan aan de twee voorwaarden van het principebesluit van 17 januari 2019, namelijk het aangaan van een overeenkomst ter borging van het verbod op uitponding en het indienen van een hotelplan waaruit blijkt dat het gebouw voor hoteldoeleinden geschikt zal zijn. 3.1.

Reactie initiatiefnemers op de wijzigingsvoorstellen / reactie college

Initiatiefnemers hebben meer tijd verzocht om op de wijzigingsvoorstellen van het college te reageren. Het college heeft initiatiefnemers bij e-mail van 9 oktober 2020 erop gewezen dat het bestemmingsplan ook nodig is om de illegale bouw (althans wat betreft de ligging ten opzichte van het

hotel-restaurant

de

Wyllandrie)

te

kunnen

legaliseren.

Hiervoor

is

een

nieuwe

6 / 15

omgevingsvergunning nodig die echter niet kan worden verleend zolang het onderhavige bestemmingsplan niet in werking is getreden. Het college kan enkel deze vergunning verlenen als de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt en het bestemmingsplan in werking treedt. Bij e-mail van 12 oktober 2020 reageerde het stedenbouwkundig bureau namens initiatiefnemers op de door het college voorgestelde wijzigingen van 7 oktober 2020. Initiatiefnemers zijn het niet eens met de begripsomschrijving van ‘aparthotel’ en willen deze zodanig gewijzigd zien dat de noodzakelijke hotelvoorzieningen (tenminste een receptie, keuken en eetruimte) uit de begripsomschrijving worden verwijderd [onderstreping gemeente]. “De achtergrond hiervan is dat er geen sprake is van hotelkamers maar van hotelappartementen. Hotelappartementen zijn zelfvoorzienend. Daar waar hotelkamers hoofdzakelijk zijn gericht op het slapen zijn hotelappartementen geschikt en bestemd voor een breder gebruik door onder meer de aanwezigheid van meer ruimte, een betere zitgelegenheid en kookgelegenheid”.

Daarnaast wensen

initiatiefnemers ‘Hotelappartementen’ te wijzigen in: “Een verzameling van ruimten welke ter beschikking staan aan de gast en tot 1 af te sluiten geheel behoren in een aparthotel voor het bieden van logies”. Tussendoor: op 2 oktober 2020 trof de advocaat van de gemeente op www.beleggingspanden.nl een advertentie aan waarin de hotelappartementen te koop werden aangeboden, met de volgende tekst: “Het betreft een object dat geschikt is voor uitponden waarbij u, de investeerder, de appartementen aan eindgebruikers verkoopt”. Deze advertentie en hetgeen de indieners van zienswijzen naar voren hebben gebracht, zijn voor het college reden om te twijfelen aan de daadwerkelijke intenties van initiatiefnemers met de hotelappartementen. Initiatiefnemers zijn hierop direct bij e-mail van 2 oktober 2020 om een uitleg gevraagd. Volgens de advocaat van initiatiefnemers is sprake van een misverstand. Initiatiefnemers hebben de advertentie direct laten verwijderen.

De advocaat van Initiatiefnemers liet de gemeente bij e-mail van 16 oktober 2020 weten dat initiatiefnemers de civielrechtelijke overeenkomst niet wensen te ondertekenen. Zij stellen zich ten eerste op het standpunt dat het verbod van uitponding van de individuele appartementen in het bestemmingsplan moet worden geregeld en ten tweede dat de gemeente onredelijke eisen stelt (zoals het tot contractspartij maken van echtgenotes en hypotheekhouder, de eis een besloten vennootschap op te richten, de toestemmingseis van de gemeente bij vervreemding of verzwaring en de bedreiging met astronomische boetes). Het vereiste hotelplan zou pas worden ingediend nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Als reactie hierop heeft de gemeente bij e-mail van 22 oktober 2020 initiatiefnemers gewezen op de voorwaarden in het principebesluit van 17 januari 2019. Eén van de voorwaarden voor de medewerking aan het initiatief is de realisatie van algemene hotelvoorzieningen. Aan initiatiefnemers is toen direct vermeld dat algemene hotelvoorzieningen uit meer dan alleen een receptie bestaan. Deze eis is van belang omdat de hotelappartementen anders voor langdurig verblijf geschikt zijn en de vrees gerechtvaardigd is dat deze ook als zodanig zullen worden gebruikt. Het gebouw moet daarom ingrijpend worden verbouwd om te kwalificeren als zelfstandig hotel.

In dat licht is een hotelplan geëist. Daaruit moet blijken dat het gebouw voor hoteldoeleinden geschikt zal zijn en

7 / 15

tevens dat daadwerkelijk een gebruik als zodanig wordt beoogd. Dat deze eis ruimtelijk relevant is, blijkt uit de motivering hierna onder punt 4. De advocaat van de gemeente heeft initiatiefnemers meermalen erop gewezen dat zij aan de voorwaarden om aan het bestemmingsplan mee te werken moeten voldoen. Het is van belang dat de bouwkundige aanpassingen worden verricht. Zonder de bouwkundige aanpassingen zal geen sprake zijn van een gebruik als zelfstandig hotel. Duidelijk is geworden dat initiatiefnemers meer een gebruik als recreatiewoning en wellicht zelfs voor permanente bewoning voor ogen staat, hetgeen voor de gemeente onaanvaardbaar is. Deze reacties en het voorval met het te koop aanbieden van de hotelappartementen die voor het uitponden geschikt zijn, dat wil zeggen dat een investeerder de appartementen aan eindgebruikers verkoopt, maken aannemelijk dat initiatiefnemers van meet af aan voornemens waren de appartementsrechten te verkopen ten behoeve van een gebruik als recreatiewoning (en/of permanente bewoning) en dat zij niet voornemens zijn het gebouw te voorzien van de noodzakelijke hotelvoorzieningen. Gelet hierop staat geenszins vast dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is als bedoeld in art. 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening.

Gelet op de gevolgen van het niet vaststellen van het bestemmingsplan zijn initiatiefnemers eenmalig in de gelegenheid gesteld alsnog aan de voorwaarden van de principe-uitspraak te voldoen. Daarnaast zou in art. 3.3 van de planregels het specifieke gebruiksverbod worden opgenomen dat het verboden is de hotelappartementen te gebruiken of laten gebruiken buiten de bedrijfsmatige exploitatie van het aparthotel. Het doel hiervan is te voorkomen dat de hotelappartementen bij verkoop of anderszins gebruikt zullen worden zonder een binding met het aparthotel. Initiatiefnemers hadden tot 1 november 2020 de gelegenheid aan de voorwaarden te voldoen. Op 30 oktober 2020 gaven initiatiefnemers in een gesprek met de burgemeester hun zienswijzen op het voornemen van het college de gemeenteraad voor te stellen het bestemmingsplan niet vast te stellen. Initiatiefnemers wensen niet in te stemmen met de eis van centrale hotelvoorzieningen, maar willen de mogelijkheid openhouden dat ter plaatse een dependance van een elders gevestigd hotelbedrijf kan worden gevestigd. Tevens vinden zij de overeenkomst wat betreft een duurzame bedrijfsmatige exploitatie te vergaand en kan het verbod op uitponding naar hun mening in het bestemmingsplan worden geregeld.

Bij e-mail van 3 november 2020 heeft de gemeente te kennen gegeven dat de zienswijzen geen aanleiding gaven op het voornemen terug te komen en stelde zij initiatienemers nogmaals tot 11 november 2020 in de gelegenheid aan de voorwaarden van het principebesluit te voldoen. Aan dit verzoek is niet voldaan. Nu niet aan de voorwaarden van het principebesluit is voldaan en het duidelijk is dat initiatiefnemers geen hotelvoorzieningen in het aparthotel willen realiseren, staat ook vast dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is als bedoeld in art. 3.1.6 lid 1 onder f. van het Bro. Dit terwijl één van de voorwaarden van het principebesluit om mee te werken is dat gemotiveerd wordt aangetoond dat de appartementen overeenkomstig de nieuwe bestemming in gebruik zullen worden genomen. De

8 / 15

gemeenteraad

kan

het

bestemmingsplan

niet

conform

het

ontwerp

met

de

vereiste

hotelvoorzieningen vaststellen, omdat niet gemotiveerd is aangetoond dat de appartementen conform de nieuwe bestemming (met centrale hotelvoorzieningen) in gebruik zullen worden genomen. Het niet vaststellen van het bestemmingsplan heeft tot gevolg dat de in strijd met de omgevingsvergunning van 28 februari 2013 gebouwde hotelappartementen niet kunnen worden gelegaliseerd. Het beoogde gebruik van de hotelappartementen als zelfstandig hotel is namelijk in strijd met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2010” dat slechts een gebruik ten dienste van het bestaande hotel-restaurant de Wyllandrie toestaat. Gelet op de ingrijpende gevolgen van het niet vaststellen van het bestemmingsplan, zijn initiatiefnemers op 17 november 2020 in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen over het voornemen van het college om initiatiefnemers onder oplegging van een last onder dwangsom te gelasten de hotelappartementen te slopen wegens het ontbreken van concreet zicht op legalisatie. Volgens de advocaat van initiatiefnemers moet over de voorgestelde wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan wel sprake zijn van communicatiestoornis. Men dacht dat de wijzigingsvoorstellen een praatstuk waren en dat er ruimte was voor de wensen van initiatiefnemers.

Initiatienemers zijn wel bereid aan enkele voorwaarden, waaronder het uitpondingsverbod, te voldoen, maar kunnen zich niet geheel vinden in de voorgelegde overeenkomst (zoals de eis dat de bank de overeenkomst moet meeondertekenen). Ook meenden initiatiefnemers in het gesprek met de burgemeester te hebben begrepen dat zij binnen een maand na vaststelling van het bestemmingsplan de gemeenschappelijke voorzieningen moeten realiseren en dat zij alle keukens uit de appartementen moeten slopen. Na de door het college gestelde termijn van 11 november 2020, ontving het college op 23 november 2020 een e-mail waarin de advocaat van initiatiefnemers liet weten dat deze alsnog bereid zijn het verbod op uitponding in de civielrechtelijke overeenkomst te accepteren en de overeenkomst voor het overige (mits redelijk) te ondertekenen. Overeenstemming is er echter niet over de eis om (op voorhand) algemene hotelvoorzieningen te realiseren. Volgens initiatiefnemers is deze eis tijdens de besprekingen over het ontwerpbestemmingsplan geen enkele keer ter sprake gekomen en hadden zij niet voorzien dat de gemeente aan deze eis zulke vergaande eisen als via de voorgelegde overeenkomst zou stellen.

Verder hebben initiatiefnemers er problemen mee dat de bank de overeenkomst moet medeondertekenen, hebben zij problemen met de hoogte van de boetes, de verplichte medeondertekening van de echtgenoten en de verplichting de appartementsrechten in een b.v. onder te brengen. Initiatiefnemers verzoeken de gemeente de overeenkomst dan ook te herzien. Men kondigde de indiening aan van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de afwijkende ligging van de hotelappartementen en een hotelplan “met een plattegrond toe waarop de gemeente kan zien waar mogelijk indien door de exploitant gewenst de receptie, keuken en eetgelegenheid komen” [onderstreping gemeente]. Zonder op een reactie van het college te wachten, hebben initiatiefnemers op 26 november 2020 een concepthotelplan met een bijlage hotelplan d.d. 25 november 2020 ingediend. Op 25 november 2020

9 / 15

is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ter legalisatie van de gewijzigde ligging van de hotelappartementen ingediend. Op vraag 7 van het aanvraagformulier is geantwoord dat men het bouwwerk gaat gebruiken voor hotelappartementen.

Anders dan initiatiefnemers stellen, heeft het college reeds in de brief van 17 januari 2019 aan initiatiefnemers meegedeeld dat het in principe onder voorwaarden de bereid is om mee te werken aan het initiatief om de bestaande hotelappartementen te verzelfstandigen, zodat deze los van hotelrestaurant de Wyllandrie kunnen worden geëxploiteerd. Het college eiste dat een overeenkomst zou worden gesloten ter borging dat de hotelappartementen niet worden uitgepond en dat sprake zal zijn van

een

zelfstandig

hotel.

Ook

dient

permanente

en

recreatieve

bewoning

van

de

hotelappartementen te worden voorkomen. Daarnaast eiste het college een hotelplan waaruit blijkt dat sprake zal zijn van een zelfstandig hotel, dat los van de Wyllandrie kan en zal worden geëxploiteerd. Het hotelplan dient tenminste een omschrijving van de te realiseren centrale voorzieningen te bevatten, alsmede plattegronden van de huidige en de nieuwe situatie en openingstijden van de centrale voorzieningen. Het college heeft verzocht aandacht te besteden aan de nieuwe inrichting van het gebouw gelet op de begripsomschrijving van ‘aparthotel’ in het ontwerpbestemmingsplan. Het aparthotel dient te bestaan uit minimaal een keuken, een eetruimte en een receptie. Het college wees er verder op dat na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen moet worden ingediend. De voorwaarden zijn herhaald in de brief van het college van 19 december 2019. Initiatiefnemers hebben tevens expliciet ingestemd met de opname van een definitie van ‘aparthotel’ in de begripsbepalingen in het ontwerpbestemmingsplan

zoals

dit

ook

ter

inzage

heeft

gelegen.

Ook

het

bij

het

ontwerpbestemmingsplan door initiatiefnemers gevoegde marktbehoefte-onderzoek van 12 juli 2019 ziet op de ontwikkeling van een hotel ter plaatse. Het is derhalve niet juist dat nooit eerder met initiatiefnemers over de eis van centrale hotelvoorzieningen is gesproken. Verder hebben initiatiefnemers bezwaren tegen de inhoud van de overeenkomst. Ter borging van de uitvoerbaarheid is het van belang dat middels een overeenkomst kan worden afgedwongen om de hotelvoorzieningen daadwerkelijk te realiseren. In de e-mail van 23 november 2020 worden vier bezwaren aangevoerd tegen de inhoud van de overeenkomst: 1. Ondertekening van de overeenkomst door de bank; 2. Hoogte van de boete staat niet in verhouding tot de waarde van de appartementsrechten; 3. Ondertekening van de overeenkomst door hun echtgenoten; 4. Verplichting om de appartementsrechten in een B.V. onder te brengen. In art. 9 van de overeenkomst is de toestemming van de hypotheekhouder voor hetgeen in de overeenkomst is bepaald, geregeld. Deze toestemming moet blijken uit het mede ondertekenen van de overeenkomst door de hypotheekhouder. Dat dit een gerechtvaardigde eis van de gemeente is vloeit voort uit het volgende. In de (algemene/hypotheek)voorwaarden van de hypotheekhouder zal staan dat hypotheekgevers (zijnde de exploitanten) niet zonder toestemming van de hypotheeknemer

kwalitatieve

verplichtingen

mogen

vestigen.

De

toestemming

van

de

10 / 15

hypotheeknemer (en ter bewijs daarvan de ondertekening van de overeenkomst) is dus vereist. Gebeurt dit niet, dan zullen hypotheekgevers (exploitanten) wanprestatie plegen jegens de hypotheeknemer, met als gevolg dat de lening opeisbaar wordt. Als dan vervolgens een executieverkoop zou plaatsvinden dan kan de hypotheekhouder de kwalitatieve verplichtingen naast zich neer leggen, waardoor die geen werking meer hebben. Dit terwijl die kwalitatieve verplichtingen (verbod permanente bewoning en verbod uitponding) essentieel zijn voor de gemeente. Hiermee is dan ook de redelijkheid van de vereiste ondertekening door de bank gegeven. De boete is een prikkel tot nakoming. De boete zal ook alleen voldaan moeten worden als de exploitanten tekort schieten in de nakoming van (een van) hun verplichtingen. Er is sprake van een boete waarbij de hoogte daarvan moet voorkomen dat exploitanten één of meerdere van hun verplichtingen bewust gaan overtreden en daarbij de boete op de koop toenemen. In art. 8 van de overeenkomst is de toestemming van de echtgenoten voor het door de exploitanten aangaan van de overeenkomst en voor de daaruit voort te vloeien rechtshandelingen geregeld. Deze toestemming moet blijken uit het mede ondertekenen van de overeenkomst door de echtgenoten. Dat dit een gerechtvaardigde eis van de gemeente is vloeit voort uit art. 1:88 lid 1 onder c BW.

Daarin worden vier categorieën overeenkomsten genoemd en hier is de tweede categorie – overeenkomsten die ertoe strekken dat de echtgenoot zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt – toepasselijk. Dit vanwege het feit dat ingevolge art. 7 van de overeenkomst – kort gezegd - de exploitanten in alles hoofdelijk verbonden zijn jegens de gemeente. De toestemming van de echtgenoten (en ter bewijs daarvan de ondertekening van de overeenkomst) is dus verplicht. Gebeurt dit niet, dan is de overeenkomst door de echtgenoten vernietigbaar. Hiermee is meteen de redelijkheid van de vereiste ondertekening door de echtgenoten gegeven. Voor een bedrijfsmatige exploitatie van het aparthotel is het bij nader inzien niet noodzakelijk een b.v. op te richten. Initiatiefnemers kunnen de exploitatie ook in een vennootschap onder firma onderbrengen en als zodanig de hotelappartementen exploiteren. Deze eis uit de overeenkomst kan derhalve vervallen. Bij e-mail van 3 december 2020 heeft het college aan initiatiefnemers laten weten dat de eis van het onderbrengen van de appartementsrechten in een b.v. vervalt, maar dat de overige eisen onverkort overeind blijven om te garanderen dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is en om te voorkomen dat de hotelappartementen als recreatiewoning en/of permanente bewoning in gebruik zullen worden genomen.

Het op 26 november 2020 ingediende hotelplan met bijlage voldoet niet aan de gestelde voorwaarden van het principebesluit: er moeten reguliere hotelvoorzieningen worden gerealiseerd, die meer zijn dan alleen een receptie en/of het medegebruik van de hotelvoorzieningen van het naastgelegen hotel. Daarnaast moet worden aangetoond dat de appartementen overeenkomstig de nieuwe bestemming in gebruik zullen worden genomen. Het ingediende hotelplan voldoet niet aan deze voorwaarden; het gaat namelijk uit van mogelijke invullingen van de hotelappartementen en laat verder de definitieve invulling afhangen van de wensen van een mogelijke exploitant. Er zijn

11 / 15

twee mogelijke invullingen gepresenteerd: A. het appartementengebouw als dependance toevoegen (verhuur of verkoop) aan een reeds gesetteld hotel in de omgeving; of B. het hotel als zelfstandig functionerend hotel uitvoeren. Omdat het hotelplan niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan de gemeenteraad niet hiermee instemmen. Voorts bevestigt de aanvraag om omgevingsvergunning van 25 november 2020 dat geen sprake zal zijn van een nieuw zelfstandig hotel, maar sec de bouw van hotelappartementen. Over het beoogde gebruik wordt in de aanvraag met geen woord gerept. De gemeenteraad trekt dan ook de conclusie dat initiatiefnemers niet daadwerkelijk voornemens zijn een zelfstandig hotel conform de voorwaarden van het principebesluit te realiseren. 4.

HOTELAPPARTEMENTEN TER PLAATSE RUIMTELIJK NIET AANVAARDBAAR

Zoals uit het voorgaande volgt hebben initiatiefnemers pas na de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar gemaakt dat zij niet voornemens zijn een zelfstandig hotel met centrale hotelvoorzieningen conform de definitie van een aparthotel in het ontwerpbestemmingsplan te realiseren. Initiatiefnemers willen de keuze hebben de hotelappartementen als dependance van een elders gevestigd hotel te exploiteren. Bij een dependance is geen sprake van hotelvoorzieningen ter plaatse. De gasten kunnen desgewenst gebruik maken van de voorzieningen van het elders gevestigde hotel. De raad heeft bij het bepalen van de keuze om wel of geen medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende maatvoeringen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabel is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeenteraad bestaan over de wenselijk geachte planologische ontwikkelingen in het betrokken gebied. Bepaalde beoordelingsmarges mogen echter niet worden overschreden en het recht mag ook niet onjuist worden toegepast. Tevens dienen de in het geding zijnde (individuele) belangen op een zorgvuldige wijze te zijn afgewogen.

Hotelappartementen die niet als een zelfstandig hotel worden gebruikt zijn ter plaatse voor de gemeenteraad ruimtelijk niet aanvaardbaar. Ten eerste zijn de bestaande hotelappartementen door hun omvang en inrichting geschikt voor recreatieve en permanente bewoning. Het toevoegen van nieuwe recreatiewoningen is in strijd met het provinciaal beleid. Daarnaast is uitbreiding van het aantal recreatiewoningen ongewenst omdat bij een te lage bezettingsgraad van recreatiewoningen het risico van permanente bewoning toeneemt. Hierbij is verder van belang dat het vereiste van hotelvoorzieningen ter plaatse - zoals uit al het voorgaande blijkt - voor de initiatiefnemers van meet af aan duidelijk is geweest. Ten tweede voldoen hotelappartementen als zelfstandig hotel aan de Nota Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018. Volgens deze nota zijn hotels zodanig specifiek dat bij nieuwe ontwikkelingen maatwerk nodig is. Het uitgangspunt is een gezond, divers en onderscheidend, toekomst- en vraaggericht (verblijfs)recreatief product. Dit is van groot (economisch) belang voor de regio. Het doel is dan ook om het verblijfstoerisme in Noordoost Twente te versterken door middel

12 / 15

van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Goede en kansrijke initiatieven die van toegevoegde waarde zijn voor het huidige verblijfsrecreatieve product worden daar waar mogelijk dan ook aangemoedigd. In voorliggend geval is sprake van de verblijfsvorm hotel, waarbij het gaat om maatwerk. Het initiatief voor een zelfstandig hotel (met hotelvoorzieningen) voorziet in een aanbod dat past bij de vraag. Het initiatief voor een zelfstandig hotel is dan ook van toegevoegde waarde voor het huidige verblijfsrecreatieve product en heeft daarmee een positief effect op de economie binnen de regio In een relatief verzadigde markt is het daarom van extra belang om te kijken naar de toegevoegde waarde van een initiatief; het moet niet ‘meer van hetzelfde’ zijn, bijdragen aan diversificatie van het aanbod en/of beter inspringen op de wensen vanuit de markt. De markt vraagt om vernieuwend en luxe aanbod, waarbij beleving en authenticiteit centraal staan. De hotelappartementen in de huidige vorm (dus zonder hotelvoorzieningen ter plaatse) voldoen niet aan de vraag uit de markt. Zoals gezegd is het doel van de Nota Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018 een vitale en eigentijdse vrijetijdseconomie met een gezond, onderscheidend en toekomstbestendig aanbod te realiseren.

Op basis van het onderzoek naar marktbehoefte hotelontwikkeling Almelosestraat 68 te Ootmarsum is het van belang dat een hotelvoorziening wordt gerealiseerd dat aan de vraag uit de markt en de behoefte van de doelgroepen voldoet. Uit dit onderzoek blijkt dat door de groei in de vraag naar hotelbedden in Twente en Overijssel er ruimte is voor nieuw aanbod in de hotelsector. De conclusie van het onderzoek is dat herschikking van het bestaande aanbod van hotels het beste richting de doelgroep Gezellig Lime (o.a. informele groepen en familie, meerpersoonskamers) kan plaatsvinden, vanwege de grote mismatch tussen vraag en aanbod en de bovengemiddelde belangstelling voor hotels bij deze doelgroep. Ook de doelgroepen Uitbundig Geel (o.a. comfortabele, ruim en trendy kamers, luxe badkamers) en Cultureel & Inspirerend Rood (o.a. niet standaard, gericht op de omgeving van het hotel) bieden potentie. Volgens dit onderzoek is in de groeiende hotelmarkt een toenemende vraag naar zelfstandige (familie)hotels. Daarbij wordt belevingswaarde van een hotel steeds belangrijker. Logiesverschaffing staat daarbij niet op zichzelf, maar is onderdeel van het totaalpakket (eten en drinken, attracties, bezienswaardigheden, natuurlijke omgeving). Gelet hierop is het voor de gemeenteraad van belang dat het aparthotel een zelfstandig (familie)hotel wordt met de belevingswaarde die de doelgroepen zoeken.

Het aparthotel is kleinschalig en dient multifunctioneel te zijn, dat wil zeggen dat het geschikt is voor zowel individuele doelgroepen als voor groepen. Gelet op de vraag en behoefte uit de markt, acht de gemeente slechts een aparthotel dat zelfstandig, in de zin dat het op locatie over eigen (minimale) centrale hotelvoorzieningen beschikt, acceptabel. De gemeente eist daarom de realisatie van (minimaal) een receptie, een keuken en een eetgelegenheid. Een hotel als dependance van een elders gevestigd hotel voldoet niet aan de belevingswaarde als geschetst. De gemeenteraad verkiest daarom een zelfstandig hotel met centrale hotelvoorzieningen op een locatie dichtbij het centrum van Ootmarsum boven een hotel dat een dependance is van een elders gevestigd hotel en dat zelf niet over hotelvoorzieningen beschikt.

13 / 15

Initiatiefnemers hebben na de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan duidelijk gemaakt dat zij niet voornemens zijn een zelfstandig hotel (met hotelvoorzieningen) te realiseren. Het hotelplan dat op 25 november 2020 is ingediend en de aanvraag om omgevingsvergunning van 26 november 2020 bevestigen nogmaals dat initiatiefnemers blijven opteren voor de keuze tussen een zelfstandig hotel en appartementen als dependance van een elders gevestigd hotel. Initiatiefnemers hebben niet conform het principebesluit aangetoond dat zij daadwerkelijk een zelfstandig hotel zullen realiseren en niet appartementen. De conclusie is dan ook dat de raad appartementen zonder hotelvoorzieningen ter plaatse uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet acceptabel acht. Appartementen zonder hotelvoorzieningen zijn – zoals blijkt uit al hetgeen hiervoor is overwogen – ook nooit de bedoeling geweest. Nu niet aan de voorwaarden van het principebesluit is voldaan en inmiddels duidelijk is geworden dat initiatiefnemers geen hotelvoorzieningen in het aparthotel willen realiseren, staat ook vast dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is als bedoeld in art. 3.1.6 lid 1 onder f. van het Bro. 5.

BELANGENAFWEGING

Bij de gevolgen van het besluit tot het niet vast stellen van het bestemmingsplan zijn alle relevante belangen afgewogen. Het belang van initiatiefnemers is gelegen in de verzelfstandiging van de hotelappartementen, maar zonder dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden van het principebesluit. Het belang van reclamanten is gelegen in de omstandigheid dat zij niet onevenredig in

hun

belangen

worden

geschaad

bij

de

planologische

verzelfstandiging

van

de

hotelappartementen. Het belang van de gemeenteraad is gelegen in het algemeen belang. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het vanuit planologisch oogpunt niet aanvaardbaar een bestemmingsplan vast te stellen waarvan niet is komen vast te staan dat het uitvoerbaar is. Dit belang weegt in redelijkheid zwaarder dan het belang van initiatienemers. Raadsbesluit Gelet hierop heeft de gemeenteraad op 19 januari 2021 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Dit document bevat de motivering van het besluit. 6.

BESLUIT

Gelet op het bepaalde in art. 3.1 van de Wro is in de raadsvergadering van 19 januari 2021 besloten om

het

ontwerpbestemmingsplan

‘Tichelwerk

1,

hotelappartementen’

met

identificatie

NL.IMRO.1774.OOTBPTICHELWERK1-OW01 niet vast stellen. Beroepsclausule Voordat dit besluit is genomen, heeft een ontwerpbesluit zes weken ter inzage gelegen. Met betrekking tot dit ontwerp konden zienswijzen worden ingediend. Tegen het nu genomen besluit kan alleen nog maar beroep worden ingesteld door: 

belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend met betrekking tot het ontwerpbesluit;

belanghebbenden die er echt niets aan konden doen dat zij niet eerder zienswijzen hebben ingebracht met betrekking tot het ontwerpbesluit;

14 / 15

belanghebbenden die het niet eens zijn met de wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerpbesluit zijn aangebracht.

Het beroepsschrift moet binnen zes weken worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. De termijn van zes weken gaat lopen met ingang van de dag nadat dit besluit is bekend gemaakt. Voor de behandeling van het beroep is griffierecht verschuldigd.

15 / 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/460/documents/14351