Bijlage 1 evaluatie herijking armoedebeleid Dinkelland.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 Evaluatie herijking armoedebeleid 2023
Bijlage 1 Evaluatie herijking armoedebeleid 2023 Opdrachtgever Rian Stamsnieder
Bestuurlijk verantwoordelijk(en) Cel Severijn
Datum Oktober 2023
Status Evaluatie
Projectteam Rene Stam, Babette Aubri & Eric Wolkotte
Versie 1.0
1
Inhoud 1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1.1 Wat is armoede? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 2. Armoede in Dinkelland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2.1 Armoede in cijfers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 3. Analyse Huidig beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
10
3.1 Beleid 2015-2018 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
10
3.2 Uitkomsten onderzoeksbureau KWIZ 2019 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
11
3.2.1 Analyse onderzoek informatiebronnen-dataonderzoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3.2.2 Enquête . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 3.2.3 Panelgesprekken met professionals . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 3.3 Huidige regelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3.4 Samenwerking met partners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 3.4.1 Bevindingen Vroegsignalering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 3.5 Beleidsplan integrale schulddienstverlening 2019-2023 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 3.6 Bevindingen WerkloonT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 4. Trends en ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 4.1 Landelijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 4.2 Lokaal/regionaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 5. Conclusie en aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 5.1 Conclusie .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 5.2 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
2
Terug naar inhoud
1 Inleiding Vanaf 2016 is het minimabeleid geactualiseerd en tot uitvoering gebracht. De effecten van het armoedebeleid zijn in 2019 door Bureau KWIZ geanalyseerd. Het resultaat van dat onderzoek is november 2019 opgeleverd onder de naam “Evaluatie armoedebeleid 2018 gemeente Dinkelland”. Het huidige armoedebeleid is voor een groot deel gestoeld op het minimabeleid van 2016 (zie bijlage 1) en is de afgelopen jaren aan de hand van interventies en aanbevelingen uit het evaluatierapport 2018 en adviezen vanuit het werkveld bijgestuurd.
Om te bepalen of dit beleid nog voldoende actueel is, is medio 2021 besloten het armoedebeleid te herijken. Met dit evaluatierapport wordt inzicht gegeven in de staat van armoede in de gemeente Dinkelland en beschreven waaraan en op welke manier uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen en wat daarvan de resultaten zijn. De analyse heeft geleid tot aanbevelingen voor een eigentijds, duurzaam en uitvoerbaar armoedebeleid.
1.1 Wat is armoede? Bij armoede gaat het om de kwetsbare inwoner. Armoede kan op verschillende manieren gedefinieerd worden. In de context van dit evaluatierapport of wel de aanpak tot armoedebeleid hanteren we de brede definitie van armoede: ‘situaties waarin mensen onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen (dreigen te) hebben, waardoor zij zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin zij leven als minimaal wordt gezien’. Armoede wordt daarbij gezien als het probleem van onvoldoende maatschappelijke participatie of uitsluiting. En niet alleen een financieel tekort of een achtergestelde en onzekere economische positie. In de brede definitie zoals wij die hanteren gaat het om de positieve gezondheid oftewel, het kunnen meedoen in de samenleving. In deze benadering wordt armoede minder bekeken vanuit een materieel perspectief maar gaat het ook om sociale uitsluiting en om factoren zoals een slechte(re) sociale relaties. Voorbeelden hiervan zijn: een beperkt sociaal netwerk, gebrekkige toegang tot publieke voorzieningen, weinig politieke participatie, geen vrijwilligerswerk (kunnen) uitvoeren. Hoewel we de brede definitie van armoede hanteren, is de mate waarin armoede in onze gemeente voorkomt moeilijk in beeld te krijgen.
Naast de minima, bijstandsgerechtigden met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm), en de inwoners die gebruik maken van de collectieve zorgverzekering met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm), hebben we geen zicht op de zogenaamde verborgen armoede.
3
Terug naar inhoud
Context •
de cijfers niet altijd actueel zijn. Het KWIZ-onderzoek is uitgevoerd over de periode 2015-2018; de cijfers over armoedebeleid zijn niet eenduidig, er worden daarnaast ook verschillende definities gebruikt;
•
de armoedecijfers zijn gebaseerd op de minimum inkomens en bekend zijn bij o.a. de UWV en SVB of geregistreerd staan bij de gemeente. Niet bekend zijn de armoede cijfers van inwoners die niet geregistreerd staan (verborgen armoede).
4
Terug naar inhoud
2. Armoede in Dinkelland Armoede in Dinkelland In het vorige hoofdstuk is de definitie van armoede uiteengezet. In dit hoofdstuk worden een aantal cijfers rondom armoede genoemd om een goed beeld te geven van het niveau van armoede in de gemeente Dinkelland.
2.1 Armoede in cijfers De gemeente heeft zicht op het aantal inwoners met een bijstandsuitkering en inwoners die gebruik maken van de regelingen. Om het aantal huishoudens dat leeft van een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) te analyseren heeft Bureau KWIZ in 2015 en 2018 een onderzoek uitgevoerd. Enkele data van de staat van armoede in Dinkelland zijn in onderstaande tabel weergegeven:
5
Terug naar inhoud
Minima Dinkelland Aantal
2018
Minimahuishoudens (tot 120 Wsm )
715
Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering
183
Aantal kinderen tot 18 jaar dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm
250
Langdurige minima (huishoudens die 3 jaar of langer een inkomen hebben tot 120%
611
Eenouder gezinnen met uitkering
42
Echtpaar met uitkering (zonder kinderen)
67
Alleenstaand met uitkering
92
* Bron: onderzoek KWIZ 2015-2018 (bijlage 2)
Hieronder een toelichting op bovenstaande tabel en overige cijfers uit de KWIZ onderzoeken samengevat:
•
7% (715 huishoudens) van de huishoudens heeft een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). In 2015 waren dit 500 huishoudens;
•
Het aantal AOW-ers is in de periode 2015-2018 fors gestegen (2015: 186 huishoudens; 2018: 356 huishoudens).
•
Van de 715 huishoudens heeft: > 26% een bijstandsuitkering. (183 huishoudens) > 24% een AOW-uitkering; > 50% heeft een overig inkomen;
•
5% van alle kinderen tot 18 jaar groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120%. Dit zijn 250 kinderen. In 2015 waren dit 185 kinderen;
•
86% van alle minima heeft al 3 jaar of langer een minimum inkomen;
•
In Denekamp woont het hoogst percentage huishoudens met een inkomen op basis van 120% van het Wsm. Dit is 10% van alle huishoudens;
•
Van de eenoudergezinnen heeft 22% een inkomen tot 120% Wsm;
6
Terug naar inhoud
•
Van de 715 huishoudens met een inkomen tot 120% Wsm, 48% een niet westerse migratieachtergrond heeft:
•
Van de minima doet: > 55% een beroep op de WMO; > 38% een beroep op de Jeugdwet; > 5% een beroep op schulddienstverlening;
•
De regeling waar minima heeft meest gebruik van maken is kwijtschelding Belastingen gevolgd door de collectieve zorgverzekering en de individuele inkomenstoeslag (voorheen de langdurigheidstoeslag). Dit was in 2015 ook het geval.
•
Deze kwalitatieve cijfers uit het KWIZ onderzoek konden niet geactualiseerd worden naar 2022
Cijfers uit de CBS statline zijn minder kwalitatief dan de cijfers uit het KWIZ onderzoek, deze geven vanuit 2021 het volgende beeld; •
Er zijn 800 Minimahuishoudens zijn (tot 120 Wsm )
•
Er zijn 310 huishoudens met een bijstandsuitkering
•
Er zijn 200 kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm
•
Er zijn 700 Langdurige minima huishoudens die 3 jaar of langer een inkomen hebben tot 120%
7
Terug naar inhoud
Kinderen in Armoede Hieronder de cijfers van kinderen in een minimahuishouden:
•
250 kinderen in de leeftijd tot 18 jaar groeien op in een minimahuishouden (in 2015 was dit 185, 3,4%). Oorzaak van de stijging is dat de gemeente meer kinderen uit een huishouding met een andere inkomensbron in beeld kreeg;
•
Van de 250 kinderen groeien: > 146 kinderen op in een huishouden met een bijstandsuitkering; > 104 kinderen op in een huishouden met een ander inkomen;
•
57% van de 250 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond woont in een minimahuishouden.
•
24% van alle minimakinderen heeft een indicatie voor de Jeugdwet. Daarvan heeft: > 72% een Nederlandse achtergrond; > 28% een migratieachtergrond.
8
Terug naar inhoud
GGD monitor Daarnaast zijn er nog een aantal cijfers gehaald uit de ‘Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020’. Deze monitor is door de GGD opgesteld in juli 2021. Samengevat bevat het de volgende informatie:
•
8% van de mensen uit Dinkelland heeft de afgelopen twaalf maanden moeite gehad om rond te komen van het huishoudinkomen. Dit ligt lager dan in Twente (11%) en is gedaald t.o.v. 2016, toen lag het percentage op 9%;
•
Ruim 629 inwoners in Dinkelland hebben geen € 1.000,- voor onverwachte uitgaven;
•
3 % van de inwoners in Dinkelland geeft aan financiële problemen te ervaren;
•
Het percentage huishoudens dat de meeste moeite heeft om rond te komen is het hoogst bij de laaggeletterden (14%) en de lage sociaal economische status (SES) (11%).
Voor het volledige overzicht ‘gezond rondkomen’ uit de monitor zie bijlage 3.
Cijfers 2021 In Nederland leven gemiddeld 6,8% van de huishoudens onder de lage inkomensgrens. Deze groep bestaat vaker uit eenoudergezinnen met kinderen dan tweeoudergezinnen. In de gemeente Dinkelland ligt dit percentage op 3,3%. 7,4% van de inwoners van de gemeente Dinkelland leeft van inkomsten tot 120% van het sociaal minimum. Het percentage inwoners dat leeft van inkomsten tot 120% van het sociaal minimum is vanaf 2018 gedaald, maar is sinds 2021 weer gestegen. In 2018 was het 7,2%, in 2020 5,6% en in 2021 6,3%. (Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/inkomen)
9
Terug naar inhoud
3. Analyse Huidig beleid Analyse Huidig beleid In dit hoofdstuk komen een aantal zaken m.b.t. het huidig beleid aan bod. Allereerst wordt puntsgewijs het beleid van 2015-2018 besproken. Het onderzoeksbureau KWIZ heeft in 2019 de interventies van 20152018 geanalyseerd met het doel om tot aanbevelingen te komen voor de gemeente Dinkelland t.a.v. het armoedebeleid. Dit wordt in paragraaf 3.2 besproken. In paragraaf 3.3. komen de huidige regelingen aan bod. Vervolgens wordt in paragraaf 3.4 de samenwerking met partners besproken. In paragraaf 3.5 wordt het beleidsplan integrale schulddienstverlening benoemd en in paragraaf 3.6 de bevindingen van WerkloonT.
3.1 Beleid 2015-2018 Het beleid is naar aanleiding van het onderzoek door Kwiz in 2015 geactualiseerd. Het door KWIZ uitgevoerde onderzoek in 2015, de landelijke- en lokale ontwikkelingen en de resultaten van een bijeenkomst met professionals uit het werkveld lag daaraan ten grondslag. De Raad van de gemeente Dinkelland heeft de nota minimabeleid in 2016 vastgesteld. Daarop zijn in de periode 2015 – 2018 de volgende interventies ingezet: 10
Terug naar inhoud
•
Beschikbaar stellen van kind-pakketten;
•
Aanstellen coördinator armoedepreventie (nu sociaal werker armoede);
•
Intern: Voorlichtingsbijeenkomsten consulenten Teamondersteuning en Zorg naar behoefte;
•
Vereenvoudiging aanvraagprocedure;
•
Afstemming minimabeleid en gemeentelijke belastingen m.b.t. kwijtschelding;
•
Informatie-voorlichtingsavonden door de ouderenbond voor ouderen over minima beleid;
•
Inzet communicatiekanalen om bekendheid regelingen voor minima te vergroten (o.a. campagne door middel van het uitreiken van een map waarin alle regelingen vermeld staan). Deze kan uitgereikt worden aan alle inwoners die daar de behoefte aan hebben. Niet iedereen is digitaal in de gelegenheid om de regelingen op internet op te zoeken.
•
Continue afstemming bedrijfsconsulenten en erfcoaches over ondersteuning voor Zzp-ers;
•
Tegemoetkoming afvalstoffenheffing middels aanvraag vergoeding medisch afval.
3.2 Uitkomsten onderzoeksbureau KWIZ Onderzoeksbureau KWIZ heeft de interventies 2015-2018 in 2019 geanalyseerd en aanvullend onderzoek uitgevoerd met het doel te komen tot aanbevelingen voor de gemeente Dinkelland t.a.v. van het armoedebeleid. Voor het volledige onderzoeksrapport zie bijlage 2.
Een verkorte weergave met de analyse van het aanvullende onderzoek wordt hieronder weergegeven: 1.
Informatiebronnen – data onderzoek
2. Enquête onder huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum 3. Panelgesprekken met professionals uit het werkveld
3.2.1 Analyse onderzoek informatiebronnen-dataonderzoek De data uit het KWIZ-onderzoek zijn in hoofdstuk 2 van dit rapport reeds samengevat. Een analyse van deze data geeft o.a. aan dat:
•
Het aantal minima huishoudens dat tussen 2015 en 2018 bereikt is, ofwel in beeld is gekomen, is toegenomen. Dat blijkt o.a. uit:
•
Een lichte toename van deelname aan (sport) activiteiten door minima;
•
Toename van noodzakelijke medische zorg door minima;
•
Toename van het aantal minima dat een beroep heeft gedaan op de regelingen kwijtschelding belastingen en collectieve zorgverzekeringen;
•
Toename van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede; 11
Terug naar inhoud
•
De interventies geen positief effect hebben gehad op:
•
De zoektocht naar werk. Het blijkt voor minima, met name inwoners met niet westerse migratieachtergrond, gecompliceerd om de stap naar betaald werk te maken. Dat heeft tevens een effect op de toekomstkansen voor hun kinderen.
•
De eetgewoonten van minima als het gaat om het eten van gezonder voedsel, waaronder groente en fruit.
3.2.2 Enquête Medio 2019 heeft de gemeente op basis van genoemde aanbevelingen een enquête uitgezet onder 761 minima huishoudens. De betreffende enquête is voor de volledigheid als bijlage toegevoegd (zie bijlage 4 voor de vragenlijst Dinkelland 2019). Deze enquête is door 283 respondenten ingevuld. Enkele uitkomsten van die enquête zijn hieronder samengevat:
•
Regelingen voor minima zijn onvoldoende bekend. Iets meer dan de helft van de respondenten geven aan niet de hoogte te zijn van bestaande regelingen.
•
De gemeente dient een meer proactieve houding aan te nemen t.a.v. de informatie over de regelingen voor minima. De persoonlijk benadering naar inwoners die in beeld zijn wordt daarin aanbevolen.
•
De voortdurende vraag naar inkomensinformatie wordt als vervelend ervaren.
•
De persoonlijke aandacht en ondersteuning bij de aanvragen van regelingen wordt gemist. Eén aanspreekpunt is daarin wenselijk.
•
71 procent van de respondenten geeft aan extra medische kosten te hebben. Deze kosten voor o.a. brillen/ lenzen, medicijnen en kosten voor de tandarts of orthodontist worden niet vergoed door de zorgverzekering en zijn dus voor eigen rekening. Voor een derde van de respondenten betekend dat: > doktersbezoek en medische zorg regelmatig wordt vermeden; (5% is structureel zorg mijdend) > de benodigde medicijnen niet kunnen worden aangekocht.
Als belangrijkste oorzaak voor het niet kunnen rondkomen wordt de inflatie genoemd. (De eerste levensbehoeften worden steeds duurder terwijl de inkomsten niet of nauwelijks stijgen)
12
Terug naar inhoud
3.2.3 Panelgesprekken met professionals Interview gesprekken met een panel bestaande uit professionals van de organisaties SWTD, de Adviesraad Sociaal Domein, Stichting leergeld, Stichting Palet/Impuls, Maatschappelijk Werk, Wijkkracht, Wmo- en jeugdconsulent, consulent inkomen en 5 inwoners uit de doelgroep heeft een aantal suggesties en aanbevelingen opgeleverd. Enkele uitkomsten, suggesties en aanbevelingen zijn hieronder samengevat: Voor het volledige rapport zie bijlage 2.
Geconstateerd wordt dat: •
Door extra zorgkosten bijvoorbeeld door bijv. medicatie, allergieën, chronische ziekte inwoners in financiële nood geraken;
•
De aanvraag bijzondere bijstand te hoge eisen kent; gevolg (te) snelle afwijzing;
•
De werkende arme nog onvoldoende in beeld is;
•
Er veel onvrede heerst en klachten zijn over de Stadsbank;
•
Boerengezinnen – agrariërs onvoldoende in beeld zijn;
•
Er een overzicht ontbreekt waar inwoners terecht kunnen met vragen waarop men recht heeft en wat de (on)mogelijkheden zijn. De armoedecoördinator is nog niet bij iedereen bekend;
•
Monitoring en nazorg belangrijk is bij schulddienstverlening;
13
Terug naar inhoud
3.3 Huidige regelingen Het verbeteren van de Financiële Gezondheid van inwoners maakt onderdeel uit van het huidige beleid. Zo kan iedere inwoner kostenvrij gebruik maken van ondersteuning bij o.a. het invullen van formulieren voor de aanvraag van regelingen. Waar nodig voorzien we in maatwerk. Daarbij maken we samen meten voor de inwoner met ernstige financiële problemen een speciaal plan om hen uit de problemen te halen. In de onderstaande piramidetabel wordt duidelijk hoe de verschillende vormen van ondersteuning door de gemeente eruit ziet. De regierol van de gemeente is het grootst in trede 1 en het laagst in trede 3.
14
Terug naar inhoud
Hoe de huidige regelingen waarop minima een beroep kunnen doen zich verhouden tot bovenstaande piramidetabel is op de volgende pagina’s uiteengezet.
Trede 1: Niet vrij toegankelijke voorzieningen. Maatwerk voorziening Inwoners ervaren meer Financiële Gezondheid door de inzet van maatwerkvoorzieningen die specifiek bij hun problemen passen. Denk hierbij aan schulddienstverlening. Deze trede komt bij voorkeur uitsluitend aan bod als de andere treden ineffectief blijken. De gemeente heeft hierin de regie.
Trede 2: Vrij toegankelijke voorzieningen. Voorliggende voorziening, alleen waar nodig Professionals kunnen door middel van algemene voorzieningen inwoners ondersteunen bij het bereiken van Financiële Gezondheid. Denk hierbij aan de verschillende regelingen die de gemeente aan kan bieden, zoals de bijzondere bijstand. Daarnaast vallen hier ook de niet-professionele algemene voorzieningen onder. . Denk hierbij aan vrijwilligers die helpen bij het invullen van lastige formulieren.
Trede 3: Vrij toegankelijke voorzieningen. Leefomgeving- mensen zorgen voor zichzelf, mensen zorgen voor elkaar Door aandacht te besteden aan de basis kunnen veel financiële problemen voorkomen te worden. Denk hierbij aan advies over opvoeden of budgetteren.
15
Terug naar inhoud
Regelingen minimabeleid Trede 1: Niet vrij toegankelijke voorzieningen. Maatwerk voorziening
Regeling:
Schulddienst-verlening
Doel:
Begeleiden en beheersbaar maken van schulden en eventueel hulpverlening voor de problematiek achter de schulden. Door de Stadsbank Oost Nederland wordt eens per twee weken een inloopspreekuur gehouden in het gemeentehuis.
Inkomensgrens:
Geen
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
N.v.t.
Doelgroep:
18+ Note: Ouders financieel verantwoordelijk t/m 21
Trede 2: Vrij toegankelijke voorzieningen. Voorliggende voorziening, alleen waar nodig
Regeling:
Voedselbank
Doel:
In noodsituaties voorzien van een voedselpakket. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de voedselbank in Dinkelland die samenwerkt met de Voedselbank Oldenzaal
Inkomensgrens:
Noodsituaties
Draagkracht berekening: Geen. Eigen methodiek voor beoordeling. Vergoeding:
-
Doelgroep:
Zelfstandig huishouden
Regeling:
Kleding bank
Doel:
In noodsituaties. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de kledingbank Oost Twente in Oldenzaal
Inkomensgrens:
Noodsituaties
Draagkracht berekening: Geen. Eigen methodiek voor beoordeling. Vergoeding:
-
Doelgroep:
Zelfstandig huishouden
16
Terug naar inhoud
Regeling:
Parochiële Caritas Instelling (PCI) & diaconie van de Protestantse Kerk (PKN)
Doel:
In noodsituaties. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de kledingbank Oost Twente in Oldenzaal
Inkomensgrens:
Noodsituaties
Draagkracht berekening: Geen. Eigen methodiek voor beoordeling. Vergoeding:
-
Doelgroep:
Zelfstandig huishouden
Regeling:
Thuis-Administratie en Formulierenservice Dinkelland (TAFT)
Doel:
lastige brieven, het op orde brengen van de administratie en bij problemen met geldzaken.
Inkomensgrens:
-
Draagkracht berekening: Vergoeding:
-
Doelgroep:
-
Regeling:
Stichting Vluchtelingenwerk
Doel:
Begeleiding en hulp aan statushouders bij Nederlandse regelgeving en Financiële Gezondheid.
Inkomensgrens:
-
Draagkracht berekening: Vluchtelingen met een verblijfsvergunning Vergoeding:
-
Doelgroep:
-
Regeling:
Kwijtschelding belastingen
Doel:
Kwijtschelding afvalstoffenheffing, rioolrecht.
Inkomensgrens:
100% van de toepasselijke bijstandsnorm
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
Geen maximum bedrag
Doelgroep:
Zelfstandig huishouden
17
Terug naar inhoud
Regeling:
Bijzondere bijstand
Doel:
Vergoeding van bijzondere noodzakelijke kosten indien deze niet zelf betaald kunnen worden. Bijv. eigen bijdrage Wmo, kinderopvang op basis van sociale medische indicatie.
Inkomensgrens:
120% van de toepasselijke bijstandsnorm
Draagkracht berekening: 20% m.u.v. woonkosten toeslag en kosten bewind voering Vergoeding:
Geen maximum bedrag
Doelgroep:
Alle inwoners
Regeling:
Individuele inkomens toeslag
Doel:
Inkomens ondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimum inkomen
Inkomensgrens:
3 jaar een inkomen tot 105% van de toepasselijke bijstandsnorm
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
Per jaar € 350,00 voor alleenstaande, € 450,00 voor een alleenstaande ouder en € 500,00 voor een echtpaar
Doelgroep:
Vanaf 21 tot pensioen gerechtigde leeftijd
Regeling:
Individuele studietoeslag
Doel:
De student die als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek niet in staat is naast zijn/haar studie bij te verdienen. Een onafhankelijk medisch advies ligt hieraan ten grondslag.
Inkomensgrens:
Geen inkomenstoets. Inwoner moet recht hebben op Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) of studiefinanciering (WSF). Geen vermogenstoets
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de leeftijd.
Doelgroep:
Inwoner moet recht hebben op WTOS of WSF. (v.a. 15 jaar)
Doelgroep:
18
Zelfstandig huishouden
Terug naar inhoud
Regeling:
Collectieve zorg verzekering
Doel:
Collectieve zorgverzekering via Menzis zorgverzekeraar
Inkomensgrens:
130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Geen vermogenstoets
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
Een samenwerking tussen gemeente en Menizs met extra aanvullingen in het pakket. In pakket 3 hoeft het eigen risico niet betaald te worden.
Doelgroep:
Alle inwoners
Regeling:
Regeling maat schappelijke Participatie minima
Doel:
Bijdrage voor de kosten van sport, cultuur of educatie vanaf 18 jaar en ouder en aanschaf ID kaart voor personen vanaf 14 jaar en ouder
Inkomensgrens:
120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Eigen woning en auto tellen niet mee.
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
€ 150,00 per jaar per persoon. De kosten van een ID kaart inclusief pasfoto’s.
Doelgroep:
14+ (kosten ID kaart) en 18+ beide voor-zieningen
Regeling:
Stichting Leergeld Dinkelland
Doel:
Kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar van minima kunnen meedoen aan sport en cultuur
Inkomensgrens:
120% van de toepasselijke bijstandsnorm
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de leeftijd.
Doelgroep:
€ 250,00 voor sport en € 450,00 voor cultuur.
Doelgroep:
4-18 jaar
Regeling:
Meedoenpakket (kindpakket)
Doel:
Regeling voor kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar
Inkomensgrens:
120% van de toepasselijke bijstandsnorm
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
maatwerk
Doelgroep:
voor kinderen in leeftijd van 12-18 jaar 150,00 en voor kinderen in leeftijd van 0 tot 12 jaar € 100,00 per jaar.
Doelgroep: 19
0-18 jaar
Terug naar inhoud
Regeling:
Schoolpakket (kindpakket)
Doel:
Regelingen voor kinderen in de leeftijd van 4-18 jaar.
Inkomensgrens:
120% van de bijstandsnorm
Draagkracht berekening: Geen Vergoeding:
maatwerk
Doelgroep:
voor kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar €100,00 per jaarvoor kinderen in de leeftijd van 12-18 jaar €300,00 per jaar
Doelgroep:
4-18 jaar
Wettelijke inkomensvoorzieningen Participatiewet, IOAW inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, IOAZ inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, BBZ 2004 Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen 2004,
20
Terug naar inhoud
3.4 Samenwerking met partners Ter bevordering van de financiële gezondheid streeft de gemeente Dinkelland een continue verbetering en ontwikkeling na. Dat houdt o.a. in dat meer de samenwerking is gezocht met de professionele partners die te maken hebben met de doelgroep. De samenwerking met de partners heeft geleid tot aanvullende verbeterpunten om de financiële gezondheid van inwoners te bevorderen. Hieraan is tevens uitvoering gegeven. Zie het rijtje hieronder:
1.
Minder bureaucratie, verhoging efficiëntie (binnen de wettelijke kaders);
2. Blijven door-ontwikkelen van beleid; 3. Focus op vroegsignaleren; 4. Integrale aanpak 5. Communicatie 6. Betaalbaarheid onderwijs 7.
WerkloonT
21
Terug naar inhoud
Minder bureaucratie, verhogen efficiëntie •
De organisaties Caritas, Stichting Welzijn Tubbergen Dinkelland, Verjaardagsbox, Kledingbeurs, Voedselbank en Stichting leergeld Dinkelland hanteren één intakeformulier. Met het invullen van het formulier wordt direct duidelijk of de aanvrager/inwoners voldoet aan de voorwaarden van andere regelingen.
•
Realisatie van één loket voor alle vragen op het gebied van zorg, hulp en ondersteuning (Schakel).
Beleid blijven door-ontwikkelen •
In het kader van ons voortdurende streven naar beleidsvernieuwing en -verbetering binnen het Sociaal Domein, betrekken wij actief de expertise en inzichten van alle betrokken stakeholders binnen de Werkplaats Sociaal Domein. Deze input is cruciaal voor de vorming en herziening van beleid, evenals voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Bovendien erkennen we de waarde van de multidisciplinaire aanpak van de Werkplaats Sociaal Domein en zien we verdere kansen voor ontwikkeling in deze structuur.
Vroegsignaleren van schulden •
De gemeente werkt de gemeente als partner samen met zorgverzekeraars, energiemaatschappijen, waterleidingbedrijf, woningbouwverenigingen en private verhuurders om betalingsachterstanden van inwoners vroegtijdig op te sporen met het doel erger te voorkomen. Een betalingsachterstand van een inwoner bij de partners wordt direct gemeld bij de gemeente. Bij meldingen van betalingsachterstanden door twee verschillende organisaties op één adres zoekt de consulent actief contact met deze inwoner en wordt een huisbezoek afgelegd. In Corona-tijd wordt vanwege beperkingen telefonisch contact gezocht met de inwoner. Tijdens het huisbezoek of telefonisch wordt getracht te achterhalen wat de reden is van de betalingsachterstand, of er sprake is van achterliggende problematiek en welke hulp de inwoner nodig heeft en kan krijgen om o.a. de betaling weer in gang te zetten. Bij een enkelvoudig signaal ontvangt de inwoner een brief of e-mail met het verzoek contact op te nemen met de consulent schulddienstverlening om de betalingsachterstand te bespreken. Hierdoor wordt tevens inzicht verkregen of er wellicht sprake is van achterliggende problematiek.
Integrale aanpak •
Om te komen tot meer samenhang in de aanpak zijn meerdere netwerkbijeenkomsten met- en voor professionals uit het werkveld georganiseerd. Het delen van ervaringen vanuit diverse disciplines en expertises stimuleert de behoefte samen te zoeken naar oplossingen. Deze komen voor in en zijn beschreven in de evaluatie vroegsignalering die als bijlage 7 is toegevoegd.
22
Terug naar inhoud
Communicatie •
De gemeente Dinkelland brengt de mogelijkheden die inwoners hebben om hun financiële gezondheid te verbeteren onder de aandacht door:4 keer per jaar extra aandacht te schenken aan armoede via de gemeente- en diens facebookpagina; > het uitreiken van flyers en minimamapjes met daarin een opsomming van de regelingen door de buurtmannen en buurtvrouwen, dorpsondersteuners en andere professionals. > het uitreiken van flyers met daarin een opsomming van de regelingen door de buurtmannen en buurtvrouwen, dorpsondersteuners en andere professionals.
Daarnaast brengt de SWTD het thema via voorlichting op scholen en (boeren) bedrijven en via verenigingen en ontmoetingsplekken (Kulturhusen) onder de aandacht.
Betaalbaarheid onderwijs •
Door de technologische ontwikkelingen en de stijgende welvaart lopen de kosten voor onderwijs steeds verder op. Ouders worden bijvoorbeeld verplicht tot de aanschaf van een laptop en of het betalen van een schoolreis voor hun kind naar het buitenland. Omdat het essentieel is dat iedereen kan blijven meedoen, onderwijs betaalbaar blijft, gaat de gemeente in gesprek met het onderwijs om te verkennen wat daarvoor nodig is, , vooralsnog kunnen regelingen ingezet worden zoals Individuele studietoeslag, Regeling maatschappelijke Participatie minima, Schoolpakket (kindpakket) en het Meedoen pakket.
Werkloont •
Regeling maatschappelijke Participatie minima. Middels de tool “WerkloonT” is het mogelijk te berekenen wat de overstap per situatie van leven in de bijstand naar betaald werk financieel betekent. De financiële prikkel is dé stimulans voor inwoners om de stap naar werk te (willen)maken. Met deze tool wordt daarin concreet inzicht gegeven.
Nog niet alle acties zijn geëvalueerd. In de volgende pagina’s zijn de meest opvallende zaken uiteengezet.
23
Terug naar inhoud
3.4.1 Bevindingen Vroegsignalering Uit de evaluatie is op hoofdlijnen gebleken dat vroegsignalering een goed en effectief instrument lijkt te zijn om schuldenproblematiek in een vroeg stadium te signaleren en bestaande schuldenproblematiek op te lossen. Hoe hoger de schulden, hoe langer afgelost moet worden, hoe meer begeleiding nodig is en hoe minder vertrouwen er is bij de schuldeisers. Dus met andere woorden vroegsignalering kan dit voorkomen. Dit heeft zowel voor de sanering, de klant en de schuldeisers een positief effect. Ook de ervaringen en bevindingen van zowel de schulddienstverleners als de partners zijn positief. Het vertrouwen bij zowel schuldenaars als schuldeisers dat op een professionele manier gewerkt wordt aan een oplossing vergroot het vertrouwen tussen partijen.
Inmiddels is de gewijzigde WGS per 1 januari 2021 ingevoerd. Dit betekent dat bij wet is vastgelegd dat signalen opgepakt moeten worden.
24
Terug naar inhoud
Voorlopige conclusie 1.
Zorg voor een professionaliseringsslag door: a. In voorkomende gevallen het signaal van de gemeentelijke belastingen op te pakken in het
traject schulddienstverlening. We zullen hierover procesafspraken maken teneinde een
sluitende schulddienstverleningsketen te krijgen. Op basis van de WGS mag de afdeling
Belastingen vanaf 2021 geen signalen meer afgeven in RIS. Met de afdeling Belastingen is
de afspraak gemaakt dat, mocht zich situaties voordoen waarbij sprake is van achterstanden,
dan wordt door de consulent Belastingen contact gezocht met de consulent
Schulddienstverlening. b. Uitbreiding van convenantpartners. De lokale wens is om ook signalen van o.a. de afdeling
Belastingen, banken, krediet- en hypotheekverstrekkers te ontvangen. Landelijk lopen er een
aantal pilots om te kijken wat het effect is als o.a. banken, gemeentelijke belastingen,
hypotheekverstrekkers en DUO signalen af kunnen geven. Wij moeten de uitslag van pilots
afwachten want de gemeenten die aan deze pilots mee mogen doen worden aangewezen
door het Ministerie.
c. Beleidsmatig een nazorgtraject in te richten.
3.5 Beleidsplan integrale schulddienstverlening 2019-2023 Het beleidsplan integrale schulddienstverlening gemeente Dinkelland 2019-2023 wordt in 2023 vernieuwd. In het huidige proces van schulddienstverlening ontbreekt momenteel nog de inrichting van ‘nazorg’, daarnaast is een goed werkend registratiesysteem een vereiste. Verdere resultaten worden meegenomen in het (nieuw) te vormen armoedebeleid.
3.6 Bevindingen WerkloonT Om te duiden wat de overstap per situatie van leven in de bijstand naar werk betekent zijn 4 casussen uitgelicht en in een schema geconcretiseerd (zie bijlage 6). De berekening leert dat het voor inwoners in de bijstand naar werk niet in alle gevallen veel voordeel oplevert. Hierin is ook geen rekening gehouden met extra kosten zoals de aanschaf van kleding t.g.v. representativiteit of de aanschaf van een vervoersmiddel en of extra reiskosten(woon-werk), etc. De financiële prikkel en stimulans voor inwoners om de stap van de bijstand naar werk te maken lijkt daarmee voor bepaalde groepen onvoldoende aanwezig.
25
Terug naar inhoud
4. Trends en ontwikkelingen 4.1 Landelijk Corona De pandemie heeft iedereen geraakt. Wat het effect daarvan op de staat van armoede voor de korte- en lange termijn gaat zijn, valt niet te voorspellen. De verwachting is dat het aantal inwoners dat in armoede leeft toeneemt. Tevens verwacht men dat de druk op de financiële, sociale- en mentale gezondheid van onze inwoners groter wordt. Daarmee neemt de druk op het Sociaal Domein ook toe.
Landelijke trends Uit onderzoek blijkt dat geldzorgen, schulden en armoede een negatieve invloed hebben op zowel fysieke, sociale als mentale gezondheid. Mensen met een laag inkomen leven korter, ze ervaren meer stress en hebben vaker last van slapeloosheid en depressie.
De uitdaging om financieel rond te komen en ook nog ruimte te hebben voor meedoen in vertier en vrijetijdsbesteding groeit
•
Basisvoorzieningen worden duurder, denk bijvoorbeeld aan de brandstof en energieprijzen.
•
Ook de krapte op de woningmarkt zorgt dat de betaalbaarheid van woningen onder druk staat. Zeker voor de groep inwoners met een kleiner budget zoals starters.
•
Daarbij opgeteld zien we bij starters dat zij veelal met schulden van school afkomen waarmee hun startpositie verslechterd.
•
De kloof tussen arm en rijk is gestegen en mee kunnen doen en participeren in de samenleving is niet altijd meer een vanzelfsprekendheid. Dit vraagt om innovatieve interventies waarbij vroegsignalering een belangrijke eerste stap is.
Daarnaast ontvangen we signalen dat AOW-ers, werkende armen, ondernemers, waaronder agrariërs, wwers, wia-ers en wa-jongers steeds meer op de grens van armoede leven. Deze groep, met uitzondering van inwoners die gebruik maken van kind-pakketten en minimaregelingen is nog onvoldoende in beeld.
26
Terug naar inhoud
Ondernemers kunnen geen beroep doen op de bijstand zolang ze ingeschreven staan bij de KvK. Daardoor komen de regelingen waarop ze recht hebben vaak niet onder hun aandacht. Het gevolg is dat zowel agrariërs als andere ondernemers pas in beeld komen wanneer de financiële problemen escaleren. Uit gegevens van de plaatselijke bank blijkt dat 35% van de agrariërs onder het bestaansminimum leeft, maar het is belangrijk te beseffen dat ook andere sectoren met dergelijke problemen kunnen kampen.
AOW-ers: Met de verdere vergrijzing is de verwachting dat armoede onder 67+ zal toenemen. Alles is er op gericht dat ouderen langer thuis kunnen/moeten wonen. Voor inwoners zonder aanvullend pensioen veelal onbetaalbaar en anders dan werkenden of werkzoekenden heeft de 67+ groep ook geen zicht op inkomensverbetering.
Coalitieakkoord In het landelijke coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie worden o.a. de volgende ambities benoemd: •
Vergroten van de kansengelijkheid;
•
Afschaffen van de toeslagen;
•
Werken lonender maken en de armoedeval verkleinen;
•
Hervorming huurtoeslag;
•
Stimulering uitkering naar werk;
•
Doorzetten brede armoede- en schuldenaanpak;
•
Om de vier jaar herijking van sociaal minimum;
•
Inzet op voorkomen van schulden of vroegtijdig verhelpen;
Bovenstaande ambities en keuzes hebben naar verwachting invloed op de wijze waarop we het beleid kunnen gaan vormgeven.
27
Terug naar inhoud
Loket Life events Inwoners kunnen te maken krijgen met grote veranderlijke gebeurtenissen die grote impact kunnen hebben op de financiële situatie zoals:.
•
Echtscheiding
•
Pensionering
•
Van uitkering naar werk of verlies van werk
•
18 jaar worden
Dit worden ook wel life events genoemd. Het inrichten van een loket waar mensen terechtkunnen voor specifieke informatie bij dergelijke gebeurtenissen is een landelijke trend.
Social media Huishoudens die moeten leven van een minimum inkomen kunnen een beroep doen op een aantal regelingen. Om de vindbaarheid van de regelingen te bevorderen en tekst en uitleg te geven wordt steeds meer gebruik gemaakt van Social media als een laagdrempelig instrument voor deze doelgroep.
Hieronder enkele voorbeelden:
Kansrijk Opgroeien Coevorden Om generatiearmoede te voorkomen en te doorbreken is de gemeente Coevorden gestart met het project Kansrijk opgroeien. Dit maakt onderdeel uit van een 4 jarig programma waarin een programmateam samen met ouders/verzorgers en hun kinderen aan de slag gaan. De doelstellingen van Kansrijk opgroeien zijn: •
Vergroten bewustwording van het effect van armoede op de kansen van kinderen;
•
Stimuleren van talenten van kinderen. Op school en in hun vrije tijd;
•
Versterken fysieke en mentale gezondheid van kinderen;
•
Verminderen schooluitval en vergroten van de kansen op betaald werk;
•
Versterken financiële situatie gezinnen;
•
Verbeteren basisvaardigheden (lezen, schrijven en rekenen)
Voor meer info zie: https://www.kansrijk-opgroeien.nl/wat-gaan-we-doen/
28
Terug naar inhoud
Gemeente Utrecht De gemeente Utrecht zet steffie.nl in. Dit is een animatie figuur met het doel om kwetsbare mensen te helpen in een wereld die steeds digitaler en ingewikkelder wordt. Steffie kan per mail, telefoon of per brief benaderd worden. Steffie is ook actief op Facebook, Twitter en Instagram. Daarnaast biedt de website steffie.nl veel informatie over onderwerpen zoals geld, de basis zorgverzekering, eenvoudig bankieren, voedselhulp, bijstand aanvragen en meer. Deze onderwerpen worden middels filmpjes, plaatjes, websites, etc. ondersteund. Voor meer info zie: www.steffie.nl
Financiële hulp van de gemeente De website https://berekenuwrecht.nibud.nl/introductie is een website waarop iedere inwoner anoniem in vijf eenvoudige stappen gegevens kan invullen over zijn/haar situatie. Vervolgens laat BerekenUwRecht zien op welke tegemoetkomingen de inwoner recht heeft.
Signalenkaart Armoede Het is belangrijk armoede bespreekbaar te maken. Voor veel inwoners is dat ongemakkelijk. De signalenkaart Armoede helpt armoede te herkennen, armoede bespreekbaar te maken en biedt mogelijke oplossingen. https://www.signalenkaartarmoede.nl/
Opgroeien in een Kansrijke Omgeving OKO (Implementatie IJslands Preventie Model) Vanaf 1 januari 2022 is de gemeente Dinkelland gestart met de implementatie van ‘’Opgroeien in een Kansrijke Omgeving”. Dit is de nieuwe naam voor de vertaling van het IJslands Preventie Model naar de Nederlandse en lokale situatie.
Hoewel de aanpak gericht is op het verminderen van het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren werd tijdens de introductietrainingen benadrukt dat een aanpak gericht op de omgeving waarin jongeren opgroeien positief gaat bijdragen aan de mentale- en sociale gezondheid van jongeren. Daarmee wordt ook een gezondere financiële gezondheid voorzien.
29
Terug naar inhoud
4.2 Lokaal/regionaal Moties Er zijn door de raad van gemeente Dinkelland aan het college drie moties ingediend: 1.
Menstruatiearmoede
2. Dinkellandpas 3. Eén loket armoede
Motie Menstruatiearmoede Verzoek aan het college: •
gratis verkrijgen van menstruatieproducten mogelijk te maken;
•
te onderzoeken hoe dit het best in de praktijk kan worden vormgegeven;
•
te bezien welke rol basis-/middelbare scholen en maatschappelijke instellingen of organisaties bij voorlichting en verstrekken kunnen spelen;
•
voorlichting over deze nieuwe mogelijkheid breed te verspreiden, en vertrouwenspersoon bij werkgevers daarbij nadrukkelijk te betrekken. 30
Terug naar inhoud
Stand van zaken: Een denkrichting om de inwoner die in armoede verkeert beter te dienen is: •
de vergoeding als apart onderdeel op te nemen in de Verordening Participatie Minima Dinkelland 2017.
•
Te onderzoeken of de zogenaamde “Stadspas” een optie is om in te zetten.
•
Communicatie, in afstemming met de strategisch communicatie adviseur verder vorm te geven.
Motie Dinkellandpas Verzoek aan het college •
Te onderzoeken of de Dinkellandpas in onze gemeente ingevoerd kan worden;
•
Te bezien welke gepersonaliseerde regelingen in de Dinkellandpas kunnen worden ondergebracht;
•
De lokale ondernemers en instellingen nadrukkelijk bij dit onderzoek te betrekken;
•
Over de mogelijkheid voorafgaand aan de begrotingsbehandeling aan de gemeenteraad te rapporteren.
Stand van zaken: Diverse organisaties zijn bevraagd naar de mogelijkheden van de Dinkellandpas. Besloten is de verdere uitwerking dan wel uitvoering mee te nemen in de herijking van het minimabeleid. Er is verder onderzoek nodig om tot een goed advies te komen.
Motie Eén loket armoede Verzoek aan het college •
Het initiatief te nemen om samen de betrokken instanties (gemeente, Stadsbank, Voedselbank, Stichting Leergeld, Stichting Welzijn Tubbergen Dinkelland etc.) een stroomlijning aan te brengen in de onderlinge communicatie inhoudend en met als doel dat aanvragers/cliënten kunnen volstaan met één intake om alle voorzieningen en instanties te ontsluiten;
•
De raad van de resultaten op de hoogte te houden.
Stand van zaken: Aan de motie Eén loket armoede is reeds invulling gegeven: de gemeente Dinkelland heeft “Schakel” als één loket waar inwoners terecht kunnen voor de gemeentelijke regelingen. Inzake de uitvraag van bewijsstukken: er worden niet meer bewijsstukken uitgevraagd dan wettelijk noodzakelijk is. Daarnaast heeft Stichting welzijn Tubbergen Dinkelland heeft één formulier ontwikkeld voor aanvraag van kind-pakketten, stichting Leergeld, verjaardag box en overige regelingen die door de SWTD worden uitgevoerd. 31
Terug naar inhoud
Energiearmoede De prijsstijgingen van de eerste levensbehoeften (inflatie) is een trend die iedereen, maar vooral de financieel minder draagkrachtigen raakt. Met name de explosieve stijging van de prijs voor gas en elektriciteit eind 2021 heeft specifiek bij die inwoners met een flexibel contract voor meer betalingsachterstanden gezorgd. In 2021 zijn er ook fors meer meldingen ontvangen gerelateerd aan betaalachterstanden bij energiearmoede (t.o.v. 2020). In 2022 zijn deze meldingen lichtelijk gedaald t.o.v. 2021. Een oorzaak hiervan kan zijn dat er in de tussentijd een aantal landelijke maatregelen getroffen zijn.
In het kader van de vroeg-signalering is met de consulenten afgesproken dat signalen gerelateerd aan energiearmoede direct gemeld worden. Daarnaast is in het kader van ‘Dinkelland duurzaam ontwikkelen’ een samenwerking voorzien met de woningcorporatie Mijande Wonen en de afdeling Duurzaamheid van de Gemeente.
32
Terug naar inhoud
Twentse Koers Twentse Koers is een strategische samenwerking tussen de veertien Twentse gemeenten, zorgverzekeraar en zorgkantoor Menzis, GGD Twente en provincie Overijssel. In Twente zijn veel inwoners die in schulden en armoede leven. Het streven van de samenwerking is: heel Twente schuldenvrij. De focus ligt daarbij op de aanpak en het voorkomen van schulden en armoede en op vroegsignalering. Bij de doelgroep spelen vaak ook andere problemen. Hierom wordt aangestuurd op een brede, integrale aanpak.
Samenwerking met ervaringsdeskundigen De samenwerking met ervaringsdeskundigen is een trend. In Twente is een speciaal programma ontwikkeld door de Academische Werkplaats Jeugd. Daarin werken onderzoekers, professionals uit de Twentse gemeenten, ervaringsdeskundige en huishoudens met een krappe beurs met elkaar samen aan de de interventie ‘Gezonde kinderen in krappe tijden’, (bijlage 5) Het programma heeft in de periode van mei 2018 tot mei 2019 in Almelo, Losser, Oldenzaal, Hof van Twente, Enschede, Dinkelland en Tubbergen gedraaid.
Hierbij een verkorte opsomming van de bevindingen: •
Verbetering herkenning en erkenning van ervaringsdeskundige naar inwoner;
•
Delen van verhalen ervaringsdeskundige werkt drempelverlagend voor inwoners met vergelijkbare problematiek;
•
Niet elke ervaringsdeskundige is geschikt; profielschets/ competenties noodzakelijk;
•
De ervaringsdeskundige kan een aanvulling zijn op de beroepskracht;
•
Zet ervaringsdeskundige in op zijn of haar specifieke kennis;
Daarnaast staat de inzet van ervaringsdeskundigen hoog op de regionale agenda van de 14 Twentse gemeenten. De gemeenten hebben behoefte aan meer informatie. Hierom is besloten een organisatie met expertise op het gebied van ervaringsdeskundigen uit te nodigen voor een presentatie. Een praktische invulling kan zijn ten gunste van (nieuw) te vormen van beleid of anderszins een pool met ervaringsdeskundigen op te zetten waar gemeenten uit kunnen putten. Daarbij wordt ook rekenschap gehouden met (bij)scholing van de ervaringsdeskundige.
Een samenwerking betekent dat: •
de kosten gedeeld kunnen worden onder de 14 Twentse Gemeenten;
•
er meerdere ervaringsdeskundigen beschikbaar zijn;
•
specifieke expertise ervaringsdeskundige sneller voorhanden is.
33
Terug naar inhoud
5. Conclusie en aanbevelingen 5.1 Conclusie We kunnen concluderen dat het gevoerde beleid vanaf 2015 en de diverse interventies positief hebben bijgedragen aan de bekendheid van de regelingen voor minima. Het aantal minima dat gebruik maakt van de regelingen is daardoor toegenomen
Of het aantal huishoudens in de gemeente Dinkelland dat in armoede leeft is gestegen is niet concreet vast te stellen. Temeer omdat de werkende arme onvoldoende in beeld is is, wel geven de evaluatierapporten van vroegsignalering en schulddienstverlening een inzicht met concrete cijfers (bijlage 7 en 8). Wel kunnen we vaststellen dat het percentage minima met een niet westerse migratieachtergrond groot is en dat de doorstroming van- en het stimuleren van uitkeringsgerechtigden om de stap naar betaald werk te maken aandacht vraagt.
34
Terug naar inhoud
De huidige inflatie, de groeiende groep ouderen met een AOW uitkering, een mogelijke toename van de instroom van inwoners met een niet westerse migratieachtergrond kan in de nabije toekomst leiden tot een forse stijging van het aantal minima in onze gemeente. Dit maakt het zeer belangrijk de komende jaren extra aandacht te blijven besteden aan dit thema en te komen tot een meerjarige uitvoeringsprogramma ten aanzien van armoede. Daarin is extra aandacht voor de integratie van nieuwe Dinkellanders een voorwaarde. Een meerjarige uitvoeringsprogramma waarin de samenhang tussen de beleidsterreinen binnen en buiten het Sociaal Domein en de doorontwikkeling van de integrale aanpak wordt geoptimaliseerd om zo de kansengelijkheid te vergroten. Focus op een bredere aanpak waarbij naast financiële gezondheid ook aandacht is voor de mentale- en sociale gezondheid van inwoners.
Door in te zetten op het updaten van het huidige beleid en de bijbehorende aanpak en tegelijkertijd een nieuwe aanpak te ontwikkelen voor dreigende en verborgen armoede, hopen we komen tot een situatie waarin iedereen meetelt en de mogelijkheid heeft om mee te kunnen doen. Samenwerking bij het voorkomen van problematiek met oog voor het individu ten gunste van de kansengelijkheid gaat daaraan bijdragen.
5.2 Aanbevelingen Om te komen tot een eigentijds, duurzaam en uitvoerbaar beleid zijn aansluitend op de opmerkingen van ervaringsdeskundigen, de sociaal werker armoede en andere experts aanbevelingen uiteengezet die daaraan bijdragen.
1. Life eventsloket Initieer een loket voor inwoners die te maken krijgen met ingrijpende veranderende levensomstandigheden door:
•
Het initiëren van spreekuren en/ of voorlichtingsmomenten in Schakel;
•
Te verwijzen naar de sociaal werker armoede of bedrijfsconsulenten;
•
Inrichten van een online omgeving (via communicatie Schakel).
35
Terug naar inhoud
2. Communicatie en social media Optimaliseer de toepassing van communicatie en social media om: •
Armoede meer zichtbaar en bespreekbaar te maken;
•
De interventies t.a.v. preventie breed onder de aandacht te brengen;
•
De bewustwording te vergroten
Door: •
Het initiëren van een campagne;
•
De uitleg van de regelingen in begrijpelijke taal;
•
Het geven van extra voorlichting aan bijvoorbeeld jongeren die in hun 18e levensjaar zitten;
•
Te verwijzen naar de website Bereken uw Recht;
3. KWIZ onderzoek (3.2.1) Onderzoek: 1.
Of de regeling Maatschappelijke participatie minima voldoende aansluit bij de vraag van de inwoner en op welke wijze deze regeling nog meer bij onder de aandacht kan worden gebracht;
2.
Hhoe huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond beter bereikt kunnen worden. (Deze groeiende groep inwoners kent een relatief hoog aantal minima)
•
Stimuleer de zoektocht naar betaald werk voor ouders met kinderen.
•
Verhoog het bereik van de kind-regeling.
•
Zet in op vroegsignalering.
4. Panelgesprekken met professionals (3.2.2) Onderzoek of: •
Er een noodfonds kan worden ingericht;
•
Hoe de schulddienstverlening nog meer onder de aandacht gebracht kan worden, zodat de inwoner zich eerder meld;
•
Intensiveer de begeleiding op de gezinnen met kinderen om de structurele armoede in deze gezinnen te voorkomen.
•
Intensiveer de integrale samenwerking met o.a. de belastingdienst
•
Zet in op de groep 18 jarigen met het doel is de overerving van armoede en bijkomende problematiek te voorkomen;
36
Terug naar inhoud
•
Heb aandacht voor ouderen. Pensioengerechtigden hebben geen zicht op inkomensverbetering. De nog groeiende groep ouderen krijgt te maken met stijgende (zorg) lasten. Dat zorgt in toekomst mogelijk zorgt voor financiële problemen bij deze groep;
•
Eén coördinator/hulpverlener per gezin;
•
Zet in op vroeg signalering;
•
Brieven en flyer in begrijpelijke taal
•
Stel een tolk ter beschikking voor statushouders. Doorverwijzing via de Sociaal werker armoede;
•
Intensiveer voorlichting op scholen over geld en schulden.
5. Verordening maatschappelijke participatie minima Er dient een politieke keuze gemaakt te worden m.b.t. het moment wanneer de regeling maatschappelijke participatie minima ingezet wordt. De keus kan zijn: •
Direct bij de aanvraag van de uitkering en/of andere minimaregelingen en deze in het gesprek meenemen of,
•
Aan het einde van het jaar bekijken wie nog geen beroep heeft gedaan op de regeling en deze inwoners aanschrijven voor het indienen van een aanvraag of,
•
Afwachten wanneer de mensen hiervoor zelf een aanvraag indienen.
6. Aanpassen regelingen gemeente Neem bij de regelingen (waar deze nog niet is opgenomen) de bepaling op dat bij de draagkrachtberekening rekening wordt gehouden met de middelen waarover een belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.
Dit zou moeten gelden voor de inwoner die is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) als voor de inwoner die in het kader van het minnelijk traject bij de Stadsbank een schuldregeling heeft gesloten met zijn/haar schuldeisers.
7. Ervaringsdeskundige De overtuiging is dat het inzetten ervaringsdeskundigen bij nieuw te vormen beleid veel kan opleveren. Een verdere samenwerking met de Twentse gemeenten om te onderzoeken op welke wijze ervaringsdeskundigen efficiënt kunnen worden ingezet en hoe dit praktisch vormgegeven kan worden verdient aanbeveling .
37
Terug naar inhoud
8. Monitoring minimabeleid Herijk het armoedebeleid minimaal één keer per 5 jaar én plan iedere 2 jaar een toets moment in om het beleid daar waar nodig te kunnen bijsturen ofwel aan te passen. De veranderlijke en onvoorspelbare maatschappij en of keuzes van de overheid (ambities regeerakkoord) vragen naast flexibiliteit naar alle waarschijnlijkheid ook om bijsturing.
9. Integrale aanpak Ontwikkel de samenwerking met de partners met gedeelde belangen. Een deel van de doelgroep is huurder van woningcorporatie Mijande. Dinkelland duurzaam is een gezamenlijke opgave. Het energiezuiniger maken van de huurwoningen levert een structurele verlaging van de energielast op voor de huurder en daarmee voor de doelgroep. Hiermee wordt energiearmoede voorkomen. Daarnaast kan het beschikbaar stellen van vouchers en of een geoormerkt budget voor de aanschaf van energiezuinige producten in combinatie met voorlichting leiden tot meer financiële draagkracht. De ontwikkeling van de brede, integrale aanpak van schulden en armoede vanuit Twentse Koers, een strategische samenwerking tussen de veertien Twentse gemeenten, Menzis, GGD Twente en de provincie Overijssel is reeds ingezet.
10. Schulddienstverlening Hoewel de evaluatie van de schulddienstverlening nog niet is afgerond wordt daarin een doorontwikkeling voorzien: •
Samenwerking met banken en bedrijven te zoeken voor oplossingen van inwoners met schulden.
•
Onderzoek of binnen de wettelijke kaders: > Ontstane schulden bij de gemeente kwijtgescholden kunnen worden. De openstaande vorderingen bij de gemeente Dinkelland bedraagt in totaal € 522.575,00 > Ontstane schulden (geen fraudeschulden) tijdens de uitkeringsperiode na een aflossingsperiode van 3 jaar kwijtgescholden kunnen worden.
11. WerkloonT Middels de tool WerkloonT is het mogelijk te berekenen of de overstap van leven van de bijstand naar werk, daadwerkelijk loont. Conclusie is dat het voor inwoners die op de grens zitten soms financieel gezien niet of nauwelijks voordeel oplevert. Om inwoners te bewegen en te stimuleren naar betaald werk verdient het aanbeveling te onderzoeken:
•
Of een beloningssysteem voor inwoners die de stap naar werk willen maken mogelijk is, bijvoorbeeld een tijdelijke continuering van een gedeelte van de regelingen;
•
Hoe groot de financiële prikkel moet zijn en of wat er nodig is om inwoners in beweging te krijgen;
•
Wat werkgevers beweegt om inwoners die leven van een uitkering en een afstand hebben tot de arbeidsmarkt een kans te geven; 38
Terug naar inhoud
12. Aandacht voor doelgroepen met financiële problemen die nu nauwelijks in beeld zijn Zet in op het in beeld krijgen van de financiële gezondheid van agrariërs, bedrijven en AOW-ers door:
•
Het initiëren van bijeenkomsten door en met gemeente(n), banken, ROZ , belastingdienst etc. en de doelgroep waarbij:
•
De problematiek in kaart wordt gebracht;
•
(mogelijke) oplossingsrichtingen worden besproken;
•
Het belang van de samenwerking wordt onderstreept;
•
Aanbrengen prioritering: gezamenlijk agenda van o.a. erfcoaches, Wijk-GGD’er, bedrijfsconsulenten en sociaal werker armoede.
39