CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5_Bijlagen.pdf

Commissie Omgeving & Economie 1 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Weerselo, Vicarieweg 5”25.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Weerselo, Vicarieweg 5

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.WEEBPVICARIEWEG5-VG01

Bijlagen bij de toelichting Bijlage1

Ruimtelijkkwaliteitsplan

Bijlage2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage3

Waardenkaart

Bijlage4

Standaard waterparagraaf

Bijlagen bij de regels Bijlage1

1

RuimtelijkKwaliteitsplan

bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5

Landschappelijk inpassingsplan

Figuur 1 Definitief ontwerp bovengronds (Welgraven)

psychological care 8-1-2021

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2

Checklist Programma van Eisen ...................................................................................................... 5 2.1

3

4

5

Eisen ........................................................................................................................................ 5

Indeling ............................................................................................................................................ 6 3.1

Parkeerplaats........................................................................................................................... 6

3.2

Fietsenstalling.......................................................................................................................... 6

3.3

Terras....................................................................................................................................... 6

(Half)verharding .............................................................................................................................. 7 4.1

Grasbetonstenen..................................................................................................................... 7

4.2

Straatbakstenen ...................................................................................................................... 7

4.3

Grind ........................................................................................................................................ 7

4.4

Bentheimerstenen................................................................................................................... 7

4.5

Oude waaltjes.......................................................................................................................... 7

4.6

Kalksteen gravel ...................................................................................................................... 8

4.7

Hardhouten planken................................................................................................................ 8

4.8

Gras.......................................................................................................................................... 8

Beplanting........................................................................................................................................ 9 5.1

Kastanje- en beukenbomen .................................................................................................... 9

5.2

Hoogstam fruitbomen ............................................................................................................. 9

5.3

Inheemse loofbomen .............................................................................................................. 9

5.4

Leilindes................................................................................................................................... 9

5.5

Beukenhagen en vlierstruiken................................................................................................. 9

5.6

Meidoorn............................................................................................................................... 10

5.7

Houtwal ................................................................................................................................. 10

6

Terreinafscheiding ......................................................................................................................... 11

7

Ondergronds.................................................................................................................................. 12 7.1

Looppad................................................................................................................................. 12

7.2

Terras..................................................................................................................................... 12

7.3

Parkeerplaats......................................................................................................................... 12

7.4

Dak......................................................................................................................................... 12

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

1 Inleiding Vanuit de opdrachtgever (Dirk Binnekamp) heeft de projectgroep een opdracht toegewezen gekregen met als doel een oude smederij in Het Stift, om te dopen tot een psychologische praktijk waar waardegedreven zorg wordt gegeven. Dit houdt concreet in dat er zorg van de hoogst mogelijke kwaliteit wordt geleverd tegen acceptabele kosten. Patiëntenparticipatie is hierbij erg belangrijk. Alleen de patiënt weet tenslotte of de geleverde zorg hem of haar daadwerkelijk heeft geholpen. In de hedendaagse zorg wordt nog te weinig volgens dit principe gewerkt, terwijl de kosten wel enorm hoog liggen. In de zorg is momenteel een langzame transitie gaande richting de waardegedreven zorg. Zo wordt deze vorm van zorg momenteel geïmplementeerd in acht verschillende universitaire ziekenhuizen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dit project dus erg relevant. Dit document gaat echter niet over de waardegedreven zorg en de psychologische praktijk zelf. Naast de realisatie van de praktijk zelf, moet ook het omliggende kavel worden aangepast, om de praktijk goed te kunnen laten functioneren. Op basis van het Programma van Eisen is een ontwerp gemaakt voor zowel de boven- als ondergrondse voorzieningen. In dit document wordt het definitieve ontwerp toegelicht, door de beweegredenen achter de gemaakte ontwerpkeuzes te beschrijven.

Leeswijzer Zoals gezegd is het ontwerp opgesteld op basis van het Programma van Eisen. Er is geprobeerd een ontwerp te maken dat aan zoveel mogelijk van alle eisen voldoet. In hoofdstuk 2 is te zien aan welke eisen van de opdrachtgever het ontwerp wel en niet voldoet. Vervolgens wordt in de resterende hoofdstukken ingegaan op de indeling van het ontwerp (hoofdstuk 3), de keuzes achter de verschillende verhardingstypen (hoofdstuk 4) en de toegepaste beplanting (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 worden vervolgens de nietnatuurlijke afscheidingen besproken. In het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 7, wordt het ontwerp van de ondergrondse voorzieningen vervolgens toegelicht. In de hoofdstukken drie tot en met zeven wordt duidelijk dat de verschillende eisen uit hoofdstuk twee een belangrijke basis zijn voor het gehele ontwerpproces. Nagenoeg alle keuzes zijn gemaakt op basis van het Programma van Eisen.

P a g i n a 4 | 12

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

2 Checklist Programma van Eisen In dit hoofdstuk staan alle eisen van de opdrachtgever weergegeven waar het ontwerp aan moet voldoen. Achter iedere eis is te zien of het ontwerp hier ook daadwerkelijk aan voldoet. De eisen zijn alleen de wensen van de opdrachtgever. Het volledige Programma van Eisen is eveneens als bijlage aan het realisatieplan bijgevoegd. Onderstaande eisen zijn eigenlijk de dialoog tussen de projectgroep en de opdrachtgever.

2.1 Eisen In deze paragraaf staan de wensen van de opdrachtgever beschreven. De wensen van de opdrachtgever zijn het meest belangrijk, want je wil hem te allen tijde tevreden stellen met het uiteindelijk resultaat van het project. De onderstaande eisen zijn vastgesteld gedurende een overleg op 23-10-2020. Eis Er mogen maximaal 3 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er dienen voldoende algemene invalidenparkeerplaatsen te worden gerealiseerd. De nieuwe parkeerplaats dient aan de smederij te grenzen. De bestaande waterput dient functionerend te worden verwerkt in het ontwerp van de parkeerplaats. De 'toegangsdam' dient sterk genoeg te zijn voor auto's. De toegang naar de smederij vanaf de parkeerplaats dient mogelijk te zijn door middel van een entree aan zowel de noord- als de zuidkant van de smederij. Aan de noordkant van de smederij dienen de al aanwezige Bentheimerstenen als bestrating te worden hergebruikt. In verband met de Bentheimerstenen aan de noordkant dient de entree voor de rolstoel zich aan de zuidkant van de smederij te bevinden. Er dient een vorm van begroeiing rondom de parkeerplaats te worden gerealiseerd. Langs de Vicarieweg en het kavel dienen 3 beukenbomen te worden geplaatst, zodat de situatie uit 2006 wordt teruggebracht.

Tussen de aangrenzende akker en de parkeerplaats dient een houtwal te worden gerealiseerd om zo de biodiversiteit Er dient een afscheiding te worden gerealiseerd met betrekking tot de toegang van de parkeerplaats die past binnen het landschap. (oud Twents hekwerk) Er dienen bomen toegepast te worden op de zuidkant van de smederij in verband met de passieve ontwerpmethodologie. (komt voort uit eisen van het bouwkundige gedeelte) Rondom de smederij moeten inheemse- en hoogstam fruitbomen worden gerealiseerd. Dit om de parkeervoorziening In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de verschillende fietsroutes rondom het kavel van de smederij en de richtingen waaruit fietsers afkomstig kunnen zijn, omwille van de veiligheid. Het moet mogelijk zijn op het parkeerterrein te keren met een personenauto, zodat het terrein niet achterwaarts verlaten hoeft te worden. Dit is een veiligheidskwestie in verband met de vele fietsers rondom het kavel. Het ontwerp moet worden gemaakt met de aanname dat er maximaal zes fietsers tegelijkertijd aanwezig kunnen Er dient een goede afweging tussen functionaliteit en historische uitstraling te worden gemaakt. Het hemelwater wat op de smederij, de parkeerplaats en het terras valt dient opgevangen te worden zodat dit kan worden hergebruikt met behulp van de waterput.

In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met voorzieningen die de brandweer nodig is in het geval van brand. Ook riolering dient te worden meegenomen in het ontwerp. (Binnekamp, 2020)

P a g i n a 5 | 12

✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ❌ ✔

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

3 Indeling In dit hoofdstuk worden de beweegredenen achter de indeling van het ontwerp besproken. Op deze manier is het voor iedereen duidelijk waarom het ontwerp is geworden zoals hij is. Tevens laat het zien dat over het ontwerp is nagedacht.

3.1 Parkeerplaats Het belangrijkste aspect van het ontwerp is de parkeerplaats. De parkeerplaats grenst aan de bestaande smederij, de toekomstige praktijk dus. Dit was een wens vanuit de opdrachtgever. Tevens zorgt dit ervoor dat de bestaande waterput ook echt “in” de parkeerplaats is verwerkt. Dit geeft gelijk de historische waarde van het pand en het kavel aan en was tevens belangrijk met het oog op het transport van hemelwater van de parkeerplek naar de put. De afstand word op deze manier zoveel mogelijk beperkt, waardoor de complexiteit van het ondergrondse ontwerp (zie hoofdstuk 7) zoveel mogelijk beperkt wordt. Daarnaast was het ook goed mogelijk de parkeerplaats op deze locatie in te tekenen, omdat met de gemeente afgesproken is, dat er in totaal niet meer dan vier parkeerplekken gerealiseerd mogen worden. Deze afspraak heeft de opdrachtgever met de gemeente gemaakt, om het effect van de parkeerplaats op de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Zou hier geen rekening mee zijn gehouden, zou dit in strijd zijn geweest met de regelgeving rondom het beschermde dorpsgezicht. Vanwege de beperkte grootte van de praktijk, zijn er maar drie parkeerplekken benodigd. Hierdoor zou één invalidenparkeerplek voldoende moeten zijn.

Deze invalidenplek is de meest zuidelijk gelegen parkeerplek, omdat de zuidelijke entree geschikt is voor rolstoelers en de noordelijke entree juist niet in verband met de Bentheimerstenen. Dit is dan ook een van de redenen dat er twee entrees zijn ontworpen. Tot slot zorgt de situering van de drie parkeerplekken ervoor dat beide ingangen goed bereikbaar zijn, zonder dat hier lange wandelpaden voor aangelegd moeten worden. Tot slot is de parkeerplaats zo vormgegeven dat er voldoende ruimte is om te draaien. Op deze manier kunnen alle auto’s het terrein zowel voorwaarts oprijden als verlaten. Dit is belangrijk met het oog op de vele fietsers die (vooral zomers) gebruik maken van de fietsroutes rondom de smederij. Op deze manier is dus een stukje veiligheid ingebouwd.

3.2 Fietsenstalling Een fietsenstalling was een vereiste vanuit de opdrachtgever. Deze is uiteindelijk ingetekend aan de noordkant van de smederij, tegen de Vicarieweg aan. In eerst instantie was de fietsenstalling ingetekend aan de zuidkant van de smederij, maar na overleg tussen de opdrachtgever en de gemeente is besloten deze toch aan de noordkant te realiseren. De stalling biedt plek aan zes fietsen, volledig zoals de opdrachtgever dit wenst. Het is niet mogelijk elektrische fietsen op te laden, om zo te voorkomen dat mensen de fiets hier aan de oplader leggen om vervolgens ergens anders heen te gaan. Dit is dus een zeer bewuste keuze.

3.3 Terras Een andere wens van de opdrachtgever was een klein terras te realiseren aan de zuidkant van de smederij. De locatie van het terras was eigenlijk geen discussiepunt, omdat dit de enige serieuze mogelijkheid was. Wel is er in de schetsfase gesproken over of het terras direct aan de smederij moest grenzen of niet. Uiteindelijk is ervoor gekozen dit wel te doen. Door het terras dichtbij de smederij te realiseren, kan een enkele rij hoge bomen voor het terras langs schaduw creëren op zowel het terras als de smederij. Dit wordt passieve ontwerpmethodologie genoemd en is in samenspraak met het bouwkundige ontwerp zo afgesproken.

4 (Half)verharding Naast de keuzes omtrent de inrichting van het kavel, zijn ook de toegepaste materialen op doordachte wijze gekozen. Hierdoor bestaat het ontwerp uit redelijk veel verschillende (half)verhardingen. In dit hoofdstuk wordt per verhardingssoort uitgelegd waarom dat type verharding is toegepast.

4.1 Grind De parkeervoorziening is voor het grootste gedeelte uitgevoerd in grind. Dit is gedaan om het aanzicht van het terrein zo min mogelijk aan te tasten, wat in strijd zou zijn geweest met de regels omtrent het beschermde dorpsgezicht. Door grind toe te passen komt de parkeerplaats in lijn met de op het stift gebruikelijke verharding. Daarnaast is het bij hevige buien zo dat het hemelwater niet direct infiltreert, waardoor het ondergronds opgevangen kan worden voor hergebruik.. Alleen de invalidenparkeerplek is niet uitgevoerd in grind maar in straatbakstenen. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd waarom dit zo is. Het terras wordt gerealiseerd met grind en het looppad met de oude waaltjes. Hier is voor gekozen, omdat het een mooi aanzicht geeft aan de smederij en het beter is met het oog op de beperking van hittestress dan bij versteende oppervlakten het geval is.

4.2 Straatbakstenen De invalidenparkeerplek is uitgevoerd in straatbakstenen, om de simpele reden dat grind niet rolstoelvriendelijk zijn vanwege het oneffen oppervlak. In eerst instantie was gekozen voor waterdoorlatende bestrating, maar uiteindelijk is toch gekozen voor traditionele straatbakstenen. Hier is voor gekozen omdat hemelwater niet direct infiltreert en opgevangen kan worden voor hergebruik. Bij waterdoorlatende bestrating infiltreert hemelwater wel direct.

4.3 Gras Aan de noordkant en oostkant van de smederij is gras toegepast. Hier is voor gekozen om een goede afweging tussen functionaliteit en historische uitstraling te maken en dus te voldoen aan de regelgeving omtrent het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast draagt gras bij aan het beperken van wateroverlast bij hevige buien en hittestress bij extreme hitte. Eigenlijk zou er gesteld kunnen worden dat het overige oppervlak is “verhard” door middel van gras. In de huidige situatie is alles rondom de smederij gras. De keuze om dit zoveel mogelijk zo te laten is genomen omdat hittestress op deze manier zoveel mogelijk wordt beperkt en wateroverlast wordt voorkomen doordat het kan infiltreren.

4.4 Bentheimerstenen Naast grind liggen er ook Bentheimerstenen aan de noordzijde van de smederij. Deze Bentheimerstenen liggen in de huidige situatie al op deze locatie en vanuit de opdrachtgever is er de wens deze te hergebruiken. Net als bij grind, geven de oude Bentheimerstenen een historische uitstraling aan de smederij, zeker in combinatie met het grind. Daarnaast zitten vergelijkbare stukken natuursteen verwerkt in het pad met waaltjes langs de oostzijde van de smederij. Een straat welke verhard is door verschillende soorten bestrating geeft automatische een cultuurhistorische uitstraling aan het geheel. Dit is ook een veelvoorkomend verschijnsel bij traditionele boerderijen.

4.5 Oude waaltjes Zoals gezegd zitten er naast stukken natuursteen ook oude waaltjes verwerkt in het looppad. Uitgangspunt hierbij was het vinden van een goede balans tussen historische uitstraling en functionaliteit. Oude waaltjes zijn de perfecte verharding om dit te bereiken. Het geeft een nagenoeg effen pad, welke ook een ouderwetse uitstraling heeft. Daarnaast is bestrating van oude waaltjes niet volledig waterdicht. Bij zware piekbuien kan hemelwater enigszins infiltreren tussen de voegen van de waaltjes

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

5 Beplanting Ook de beplanting in het ontwerp is zorgvuldig gekozen. Achter ieder stukje groen zit een gedachtegang waar in het ontwerpproces over nagedacht is. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. Historische waarde en klimaatadaptatie waren vaak belangrijke beweegredenen bij de gemaakte keuzes. Alle beplanting die gekozen is, is inheems voor de Twentse regio. Daarnaast was het noodzakelijk veel bomen en overig groen toe te passen om schaduw te creëren en zo hittestress te beperken. Dit draagt bij aan het maken van klimaatadaptatief ontwerp.

5.1 Kastanje- en beukenbomen Ten eerste de kastanjeboom en de drie beukenbomen die in het ontwerp staan. Deze drie bomen zijn volledig vanuit historisch oogpunt teruggebracht. De locatie van deze bomen is dan ook hetzelfde als hoe dit plusminus vijftien jaar geleden was. De drie beukenbomen staan aangrenzend aan de Vicarieweg, waardoor een soort natuurlijke afscheiding wordt gecreëerd tussen de weg en het kavel. De beuk welke het dichtst bij de smederij staat, staat daar in de huidige situatie nog steeds, terwijl de andere twee rond 2006 gekapt zijn. Vanuit de opdrachtgever was er de wens deze bomen terug te laten komen in het nieuwe ontwerp. Dit laatste geldt ook voor de kastanjeboom die ten zuidoosten van de smederij/het terras staat geplaatst. Tevens zullen er op de oostelijke perceel afscheiding een aantal Beukenbomen worden geplaatst zodat de bomenlijnen op het stift ,zoals besproken met de gemeente, beter zichtbaar worden in het landschap.

5.2 Hoogstam fruitbomen Een andere wens vanuit de opdrachtgever was dat er hoogstam fruitbomen gerealiseerd zouden worden rondom de smederij. Dit is, in combinatie met het feit dat deze bomen inheems zijn voor Twente, de reden dat dit ook daadwerkelijk in het ontwerp is verwerkt. Daarnaast draagt het zoals gezegd bij aan het creëren van schaduw en dus het beperken van hittestress. Verreweg het grootste gedeelte van alle bomen in het ontwerp zijn hoogstam fruitbomen.

5.3 Inheemse loofbomen Aan de zuidkant van de smederij/het terras zijn nog een aantal inheemse, bladverliezende loofbomen toegepast. De locatie van deze loofbomen is vastgesteld in samenspraak met de bouwkundige afdeling van de projectgroep. Door aan de zuidkant van de smederij bladverliezende loofbomen toe te passen, wordt gewerkt door middel van de passieve ontwerpmethodologie. Dit houdt in dat de loofbomen zomers hitte weren en het terras en de smederij zoveel mogelijk koel houden, terwijl de smederij en het terras ’s winter zoveel mogelijk van zon worden voorzien. Dit is dan ook de reden waarom de loofbomen bladverliezend moeten zijn. Het heeft dus zowel ’s zomers als ’s winters z’n functies.

5.4 Leilinden Aan de westelijke kant van de smederij, tussen het kavel en de Rudolph Wilminklaan zijn een aantal leilindes toegepast. In overleg met de opdrachtgever is hiervoor gekozen, om het niet meer mogelijk te maken dat er vanaf de Rudolph Wilminklaan rechtstreeks de praktijk ingekeken kan worden. Het creëert dus privacy voor de cliënten. Daarnaast hebben leilindes historische waarde. Het is dus de perfecte boomsoort in de afweging functionaliteit en historische identiteit.

5.5 Beukenhagen en vlierstruiken Zoals in het Programma van Eisen te lezen dient rondom de parkeerplaats groen gerealiseerd te worden. Dit is nodig om de geparkeerde auto’s de zichtlijnen zo min mogelijk te beïnvloeden. Ook voor deze groene afscheiding moeten natuurlijk inheemse plantsoorten worden gebruikt. Hierom is er gekozen voor vlierstruiken aan de noordkant van de parkeerplaats, terwijl er aan de zuidkant gekozen is voor een zeeuwse haag in overleg met de gemeente.

Wat voor de parkeerplaats geldt, geldt ook voor de fietsenstalling. Ook de fietsen mogen het natuurlijke landschap zo min mogelijk verstoren, waardoor ook hier begroeiing gerealiseerd is. Ook hier is gekozen voor een Zeeuwse haag vanwege de inheemse eisen.

5.6 Meidoorn De zuidelijke kant van het kavel wordt gescheiden van het Schoolpad door middel van een meidoornhaag. Hoewel de opdrachtgever nadrukkelijk de wens heeft uitgesproken géén begroeiing toe te passen met stekels, is dus toch een meidoornhaag gebruikt. De reden hiervoor is simpel: Deze meidoornhaag staat in de huidige situatie ook al op deze plek in het ontwerp. Daarnaast levert deze haag een grote historische bijdrage aan de uitstraling van het kavel.

5.7 Houtwal In het Programma van Eisen staat de wens van de opdrachtgever een houtwal te realiseren tussen de akker en de parkeerplaats. Ten eerste heeft dit wederom de reden de parkeerplaats zo min mogelijk invloed te laten hebben op het landschap, terwijl tegelijkertijd de biodiversiteit wordt vergroot. In deze houtwal zijn de hazelaar, gele kornoelje, sporkehout en de zwarte els verwerkt. Deze plantsoorten zijn gekozen, omdat ze inheems zijn voor dit gebied. Wel zijn er meer plantsoorten welke daadwerkelijk gebruikt kunnen worden voor de houtwal.

6 Terreinafscheiding Naast alle plantaardige terreinafscheidingen, worden op twee locaties ook niet natuurlijke afscheiding toegepast. Tussen het kavel en de Rudolph Wilminklaan worden de bestaande wagenwielen hergebruikt als terreinafscheiding. Deze afscheiding wordt toegepast op dezelfde locatie als in de bestaande situatie. De wielen staan in de huidige situatie al op de locatie en dragen bij aan het historische aanzicht van de smederij zoals te zien in Figuur 3.

Naast deze niet natuurlijke terreinafscheiding, wordt ook de ingang naar de parkeerplaats voorzien van een afscheiding. Ook deze afscheiding moet bijdragen aan de historische uitstraling en daarom is gekozen van een traditioneel Twents hekwerk zoals in Figuur 2 te zien is.

Figuur 3 Smederij (De Smederij, sd)

Figuur 2 (Typisch Twents landhek op het Springendal, Ootmarsum, sd)

VOORONDERZOEK | INFRASTRUCTUUR EN LANDSCHAP

7 Ondergronds Om hemelwater te kunnen hergebruiken moet het worden opgevangen. Hier moet rekening mee gehouden worden in het ontwerp door kolken en een ondergronds stelsel te realiseren. In totaal zijn in het ontwerp negen kolken geplaatst, ieder uitgerust met een zandvanger. Dit om zo min mogelijk zand in de ondergrondse opslagtank te krijgen en het systeem zo goed mogelijk te laten functioneren. Verstoppingen worden op deze manier voorkomen.

7.1 Looppad De eerste kolk is geplaatst ter hoogte van de fietsenstalling en wordt in het looppad aan de oostkant van de smederij geplaatst. Deze plek is gekozen, omdat de fietsenstalling zelf is verhard door middel van kalksteen gravel. Hemelwater infiltreert in dit oppervlak, waardoor een kolk in de fietsenstalling zelf dus overbodig is. Ten tweede is de kans aanwezig dat het gravel ook in de kolk belandt wanneer hier daadwerkelijk een kolk in geplaatst wordt. Aangezien de Vicarieweg zelf niet over kolken beschikt en in een dakprofiel ligt, stroomt hemelwater de bermen en de naastgelegen sloten in. De kolk liggend aan de Vicarieweg zal dus ook nog hemelwater van de Vicarieweg opvangen. De volgende twee kolken zijn verderop in hetzelfde looppad geplaatst. De keuze hiervoor is gemaakt, omdat het looppad is verhard door middel van waaltjes en natuursteen. Omdat hier maar in beperkte mate water kan infiltreren, zijn de kolken op deze locatie benodigd om wateroverlast te beperken. Ten tweede hoeven invalide personen geen gebruik te maken van dit gedeelte van het pad, waardoor de kolken ook geen enkele belemmering vormen voor bijvoorbeeld rolstoelen.

7.2 Terras Ook op het terras worden twee kolken geplaatst. Deze worden aan de zuidkant van het terras gerealiseerd, zodat het hemelwater niet richting de smederij hoeft te stromen om afgekoppeld te worden. Wateroverlast in de smederij wordt op deze manier dus voorkomen. Bij de realisatie van het terras moet rekening worden gehouden met het afschot richting de zuidelijke zijde dus.

7.3 Parkeerplaats Natuurlijk zijn ook op de parkeerplaats zelf rekening gehouden met de waterafvoer. In totaal zitten in de parkeerplaats vier kolken verwerkt, zodat er voldoende capaciteit is om hemelwater bij een hevige bui te kunnen afkoppelen. De kolken zijn allemaal zo gesitueerd, dat de parkerende zo min mogelijk hinder ondervind van staand water. Dit is de reden waarom alle kolken aan het einde van de parkeerplekken zijn gerealiseerd en niet voor in de plekken. Omdat de kolken maar aan een zijde van het parkeerterrein zijn geplaatst, moet de parkeerplaats worden gerealiseerd op één oor voor een optimale opvang van het hemelwater. Ook kan de parkeerplaats in een dakprofiel worden gerealiseerd, maar hierbij zal water richting het grasveld stromen, waar het vervolgens zal infiltreren. Hoewel dit niet problematisch is, wordt op deze manier niet al het hemelwater opgevangen voor hergebruik.

7.4 Dak Ook het water dat op het dak van de smederij valt dient afgekoppeld te worden. In de huidige situatie zit op iedere hoek van de smederij een regenpijp. Via deze regenpijp infiltreert het water de grond in. De opdrachtgever heeft de duidelijk wens uitgesproken maar twee regenpijpen aan de goot te willen (aan de oostelijke zijde), waardoor er dus een afschot in de dakgoot aanwezig moet zijn. Via de twee regenpijpen en het ondergrondse buizenstelsel wordt het hemelwater vervolgens opgevangen in de ondergrondse tank.

RAPPORT VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NTA 5755 Vicarieweg 5 - Weerselo

Opdrachtgever: De heer D. Binnekamp Locatie: Vicarieweg 5 7595 LS Weerselo April 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend en Nader Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NTA 5755 Vicarieweg 5 - Weerselo

Opdrachtgever: De heer D. Binnekamp Stiftstraat 3 7595 LS Weerselo Locatie: Vicarieweg 5 7595 LS Weerselo Projectcode: 21012118 Rapportagedatum: 19 april 2021 Auteur: ing. J. Lammers Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 6

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Separate analyses

8 8 8 9 10 11

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Nader bodemonderzoek Conceptueel model en onderzoeksopzet Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

13 13 13 14 14 14

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

16

7

Literatuur en bronvermelding

18

2

3

4

5

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend en nader bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en nader bodemonderzoek, dat in opdracht van de heer D. Binnekamp op een terreindeel aan de Vicarieweg 5 te Weerselo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de voorgenomen verbouwing van de oude smederij tot praktijkruimte (gezondheidszorg). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond rondom de smederij verdacht is voor zware metalen, als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten. De ondergrond en het grondwater op de locatie worden als onverdacht beschouwd voor chemische componenten. Gezien de ouderdom van de smederij kan de bodem als onverdacht worden beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. De aanleiding voor het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek. Ter plekke van boring 2 is de bovengrond (0 - 0.5 m-mv) sterk verontreinigd met zink. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; De doelstelling van het onderzoek op een verdachte locatie is vast stellen of de veronderstelde verontreinigingen ook daadwerkelijk aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond de achtergrondwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in maart 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 1 van 18

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Vicarieweg 5 in Weerselo. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 254.29 en y = 486.36 en is kadastraal bekend als gemeente: gemeente Weerselo, sectie T, nummer 637 (ged.). De Vicarieweg is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. De Rudolph Wilminklaan is ten westen van de locatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is grotendeels bebouwd met een oude smederij. In het pand zijn klinkers aanwezig. Het omliggende terrein is grotendeels onverhard (gras) en deels verhard met grind. Onderzoekslocatie Er zijn plannen om de oude smederij te verbouwen tot praktijkruimte (gezondheidszorg). In het kader van de bestemmingsplanwijziging dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terreindeel. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met de smederij en deels onverhard (gras) en deels verhard met grind. De onderzoekslocatie omvat circa 170 m². In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan opgenomen. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en bij de gemeente Dinkelland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bestemming (bedrijf). De oorspronkelijke smederij is gebouwd rond 1800. - Voor zover bekend is er op het terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Op de locatie was tot circa 40 jaar geleden een smederij gevestigd. In 2007 was er tijdelijk een smederij gevestigd. Het omliggende terrein is altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Verder is het terrein voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. Voor zover bekend hebben er geen calamiteiten op de onderzoekslocatie plaatsgevonden. Er zijn geen (vervallen) Hinderwet of milieuvergunningen van de locatie bekend bij de gemeente Dinkelland. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden.

- Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de te onderzoeken bodem in de kwaliteitsklassen Wonen (bovengrond) en AW2000 (ondergrond). - Er is voor zover bekend nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein of in de directe omgeving hiervan.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 2 van 18

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich circa 16 meter boven NAP. - De locatie ligt tussen het glaciale dal Weerselo-Manderveen en de stuwwal Oldenzaal. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. De deklaag heeft een dikte van ongeveer 25 meter. Het doorlatend vermogen bedraagt minder dan 250 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in westnoordwestelijke richting met een verhang van 2.8 m/km. - Het kanaal Almelo-Nordhorn stroomt op circa 1.5 kilometer ten noorden van de onderzoekslocatie. Het waterwingebied “Weerselo” is op ruim twee kilometer ten zuidoosten van het perceel gelegen; de onderzoekslocatie is niet gelegen in het omliggende grondwaterbeschermingsgebied.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 3 van 18

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond rondom het pand, als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten, als verdacht beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN 5740 (VED-HE) wordt gebruikt. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 (ONV-NL) wordt voor de bovengrond in het pand, de ondergrond en het grondwater op de locatie gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Bij het samenstellen van de mengmonsters van de bovengrond wordt rekening gehouden met het bebouwde In de norm NEN 5740 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses.

De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen.

Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 4 van 18

- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Er worden 4 boringen verricht rondom de voormalige smederij, waarvan 3 tot 0.50 meter en 1 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. De boringen worden gecodeerd als boring 1 tot en met 4. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. In de voormalige smederij worden 3 boringen verricht, waarvan 2 tot 0.50 meter en 1 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. De boringen worden gecodeerd als boring 11 tot en met 13. Van iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 3 grond(meng)monsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 5 van 18

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 6 van 18

De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 7 van 18

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. In paragraaf 4.5 zijn de resultaten van de separate analyses weergegeven. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in maart 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 10 maart 2021 zijn in totaal 7 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor, waarvan er 2 zijn doorgezet tot 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is één diepe boring doorgezet in de diepere ondergrond en afgewerkt tot peilbuis (peilbuis 1). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. De grondmonsters uit boring 1 zijn op het laboratorium zoekgeraakt. Op 18 maart 2021 is daarom naast boring 1 een nieuwe boring verricht tot een diepte van 1.5 meter (gecodeerd als boring 1A). Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot circa 2.6 meter min maaiveld (m-mv) is met name matig fijn zwak siltig zand aangetroffen. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. In de bodem ter plekke van de voormalige smederij zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen.

In verband met de grondwaterstand zijn grondmonsters genomen tot maximaal 1.5 meter diepte. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

2

0 - 0.5

Sporen kolengruis

3

0 - 0.4

Sporen kolengruis

4

0 - 0.75

Sporen kolengruis

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 8 van 18

Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I (uitpandig)

2 en 4 3

0 - 0.5 0.4

Standaard pakket

BG II (inpandig)

12 13

0.25 - 0.5 0.2 - 0.5

Standaard pakket

OG

1A 1A 11

0.5 - 1.0 1.0 - 1.5 0.6 - 1.1

Standaard pakket

Boring 1 is doorgezet tot circa 2.6 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 18 maart 2021 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

1.6 - 2.6

1.00

5.8

170

48

Goed

De waarde voor de pH wordt als verlaagd beschouwd, de EC-waarde wordt normaal geacht. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 9 van 18

De conserveringstermijn van het grondmonster uit boring 11 in het grondmengmonster OG is voor de analyse op minerale olie op minerale olie overschreden. De negatieve invloed op de resultaten van het onderzoek wordt, als gevolg van deze overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien het monster op het laboratorium geconditioneerd is bewaard. Tevens wordt de bodem als onverdacht beschouwd voor de aanwezigheid van minerale olie. Er wordt geen significante invloed op de analyseresultaten van de grondmengmonsters verwacht als gevolg van deze afwijking van de richtlijnen. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele van de onderzochte stoffen in verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

BG I

Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink PCB PAK

1.2 13 100 0.12 2.9 28 310 380 0.018 6.9

1.669 * 40.79 * 171.9 ** 0.1632 * 2.9 * 74.84 ** 439.9 ** 765.5 *** 0.261 * 6.935 *

0.6 15 40 0.15 1.5 35 50 140 0.02 1.5

13 190 190 36 190 100 530 720 1 40

BG II

Lood

160

234.7 *

50

530

Peilbuis 1

Barium Cadmium Zink

260 1.6 2300

260 * 1.6 * 2300 ***

50 0.4 65

625 6 800

AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG I en BG II - Zware metalen en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing. Oorzaak voor de verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (kolengruis) en de voormalige bedrijfsactiviteiten (smederij). Het mengmonster van de bovengrond BG I is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met koper, nikkel en lood en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, PCB en PAK. Aangezien de tussenwaarden worden overschreden, zijn de monsters uit het mengmonster BG I separaat geanalyseerd op zware metalen. De resultaten van de separate analyses zijn weergeven in paragraaf 4.5. Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 10 van 18

Grondwater - Peilbuis 1 - Barium, cadmium en zink Het licht verhoogde gehalten aan barium in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. De verhoogde gehalten aan cadmium en zink houden mogelijk (deels) verband met de voormalige bedrijfsactiviteiten en de aangetoonde verontreinigingen in de bovengrond. De tussenwaarden voor barium en cadmium worden niet overschreden en het uitvoeren van nader onderzoek is hiervoor niet noodzakelijk. Het sterk verhoogde zinkgehalte houdt mogelijk (deels) verband met het aangetoonde zinkgehalte in de bovengrond (BG I). Formeel gezien dient verder aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de sterke verontreiniging met zink in het grondwater te bepalen. Er zijn naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: - In de ondergrond zijn oer- en/of roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. - In de grondwatermonsters is een lage pH aangetoond. Hierdoor lossen zware metalen makkelijker op in het grondwater; - Bij de geplande verbouwing van de voormalige smederij tot praktijkruimte is geen contact met het grondwater. Voor de verbouwing is geen bronbemaling nodig.

- Het is bekend uit diverse risicoanalyses dat er bij huidig gebruik geen sprake is van blootstellingsrisico’s. Er zijn mogelijk wel (humane) risico’s aanwezig, wanneer het freatische grondwater gebruikt wordt als drinkwater (voor vee) of voor de besproeiing van gewassen in een moestuin. Deze risico’s worden gering geacht bij de vastgestelde gehalten. Gebruik van het freatisch grondwater wordt echter afgeraden om enig risico uit te sluiten. De sterke zinkverontreiniging in het grondwater levert bij huidig en toekomstig gebruik geen risico’s op. Naar onze mening is het dan ook niet noodzakelijk om over te gaan tot een nader onderzoek. 4.5

Separate analyses

Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan zink en de matig verhoogde gehalten aan koper, nikkel en lood in het mengmonster BG I is besloten de monsters uit het mengmonster separaat te laten analyseren. De grondmonsters zijn geanalyseerd op de zware metalen uit het NEN 5740 standaardpakket. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Boring 2 (0 - 0.5)

Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

1.3 14 100 0.13 2.5 32 360 510

1.675 * 43.51 * 161.7 ** 0.1737 * 2.5 * 84.85 ** 492.8 ** 978.8 ***

0.6 15 40 0.15 1.5 35 50 140

13 190 190 36 190 100 530 720

AW2000

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 11 van 18

Vervolg tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Boring 3 (0 - 0.4)

Cadmium Kobalt Koper Nikkel Lood Zink

1.0 6.4 38 14 180 280

1.463 * 19.7 * 67.66 * 36.84 * 260.6 * 576.5 **

0.6 15 40 35 50 140

13 190 190 100 530 720

Boring 4 (0 - 0.5)

Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

0.71 11 77 0.13 1.7 27 230 310

1.024 * 33.22 * 135.1 ** 0.1772 * 1.7 * 70 ** 33.2 ** 628.5 **

0.6 15 40 0.15 1.5 35 50 140

13 190 190 36 190 100 530 720

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Uit de separate analyses blijkt dat in de bovengrond rondom de voormalige smederij verhoogde gehalten voorkomen aan zware metalen. Het betreft met name koper, nikkel, lood en zink. Ter plekke van boring 2 is de bovengrond sterk verontreinigd met zink. De licht tot sterke verontreinigingen met metalen in de bovengrond zijn heterogeen aanwezigen en houden waarschijnlijk verband met de voormalige bedrijfsactiviteiten (smederij) en de aangetroffen bodemvreemde materialen (kolengruis). Een nader bodemonderzoek is uitgevoerd om de omvang van de sterke verontreiniging in kaart te brengen. Dit nader onderzoek is beschreven in hoofdstuk 5.

Kruse Milieu BV

Project: 21012118

Pagina 12 van 18

5

Nader bodemonderzoek

Naar aanleiding van het sterk verhoogde zinkgehalte in de bovengrond van boring 2 is een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreiniging vast te stellen. 5.1

Conceptueel model en onderzoeksopzet

Op basis van de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek, is conform NTA 5755 een conceptueel model opgesteld, waarbij aandacht vooral uit gaat naar de omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd. Tabel 7: Conceptueel model in tabelvorm. Oorzaak van de De smederij op de locatie is rond 1800 gebouwd en is tot verontreiniging circa 40 jaar geleden in gebruik geweest als smederij. De verontreiniging is waarschijnlijk destijds ontstaan door het verspreiden van asresten uit het smidsvuur, dat mogelijk ook metaalresten bevat, rondom de smederij. In de bovengrond rondom het pand zijn sporen kolengruis aangetroffen, die waarschijnlijk verband houden met de verhoogde gehalten aan zware metalen. Bodemgebruik Het terrein terreindeel rondom de smederij is grotendeels onverhard en in gebruik als groenstrook. Bodemopbouw Ter plekke van boring 2 bestaat de bodem tot een diepte van circa 1.0 meter uit matig fijn zwak siltig en zwak humeus zand. Tot een diepte van 0.5 meter zijn sporen kolengruis aangetroffen. Omvang van de De bovengrond rondom de smederij is licht tot matig verontverontreiniging reinigd met diverse zware metalen. De sterke verontreiniging met zink ter plekke van boring 2 is in westelijke richting in voldoende mate afgeperkt door de boringen 1 en 1A.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/643/documents/17325