Bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Weerselo, Spikkert 4
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.WEEBPSPIKKERT4-VG01
Weerselo, Spikkert 4
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 Huidige situatie plangebied 2.1 Weerselo 2.2 Huidige situatie plangebied
11 11 12
Hoofdstuk 3 Gewenste ontwikkeling 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer- en parkeren 3.3 Beeldkwaliteit
15 15 17 18
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 21 30 33
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Water
39 39 40 41 42 43 45 47 48 49 50
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen
55 55 55 56
Hoofdstuk 7
59
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
61 61 61 61
Bijlagen bij de toelichting
63
2
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Bijlage 1
Groenplan
64
Bijlage 2
Bodemonderzoek
66
Bijlage 3
Geuronderzoek
124
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
142
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
171
Bijlage 6
Waterhuishoudkundig plan
202
Regels
285
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
287 287 292
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen
293 293 294 295
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
299 299 300 301
Artikel 9
Overige regels
302
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
303 303 304
Bijlagen bij de regels
305
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
306
Bijlage 2
Groenplan
319
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
3
4
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Toelichting
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
5
6
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een deel van de (in ontwikkeling zijnde) woonwijk Het Spikkert in Weerselo. Specifiek gaat het om de onbebouwde gronden gelegen aan de (nog aan te leggen) wegen Erve Mulderboer en Erve Marijnenboer (hierna: plangebied). Op 28 juni 2016 heeft gemeente Dinkelland het bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" vastgesteld. Ter plaatse van het plangebied zijn op basis van voorgenoemd bestemmingsplan in totaal 11 grondgebonden woningen toegestaan. Hoewel het bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" ter plaatse van het plangebied aaneengesloten, vrijstaande en halfvrijstaande woningen toestaat, was het stedenbouwkundig plan ingestoken op het realiseren van vrijstaande woningen. Vanwege gewijzigde behoefte vanuit de markt is het de wens om voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan vast te stellen met ruimte voor maximaal 19 grondgebonden woningen met een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen. Daarnaast wordt op de hoek van de Legtenbergerstraat en Eertmansweg de verkeersontsluiting aangepast. Momenteel is hier sprake van een 'regulier' voorrangskruispunt. In verband met de ontwikkeling van het Spikkert (fase 1 t/m 4) en overwegingen omtrent verkeersveiligheid is het gewenst om de Eertmansweg te verbreden en ter hoogte van de Legtenbergerstraat een bajonetaansluiting te realiseren.
De mogelijkheid voor het realiseren van voorgenoemde bajonetontsluiting wordt meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Hiervoor wordt een deel van de groenbestemming gewijzigd in een passende verkeersbestemming. De voorgenomen ontwikkeling past niet geheel binnen de regels van het geldende bestemmingsplannen “Het Spikkert, tweede fase” en "Weerselo, Spikkert 3". Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders. In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Erve Mulderboer en Erve Marijnenboer in het noorden van de kern Weerselo. In afbeelding 1.1 is de ligging van de het plangebied (rode contour) binnen de kern Weerselo en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. De locatie van de beoogde bajonetaansluiting is met de blauwe contour weergegeven.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied binnen de kern Weerselo en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: plattekaart.nl)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Weerselo, Spikkert 4" bestaat uit de volgende stukken
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
7
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.WEEBPSPIKKERT4-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4 Geldend bestemmingsplan 1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing de bestemmingsplannen "Het Spikkert, tweede fase", "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland", "Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland" en "Weerselo, Spikkert 3", respectievelijk vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 juni 2016, 29 mei 2018, 5 juli 2021 en 21 december 2021. In afbeelding 1.2 en 1.3 is respectievelijk een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" en "Weerselo, Spikkert 3" weergegeven. Daarnaast is in afbeelding 1.4 het deel van het plangebied ter plaatse van de beoogde bajonetaansluiting weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
8
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Afbeelding 1.3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Weerselo, Spikkert 3' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Afbeelding 1.4 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' locatie bajonetaansluiting (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Binnen het plangebied gelden verschillende bestemmingen (zie ook afbeelding 1.2 en 1.3). Hierna wordt ingegaan op de verschillende geldende bestemmingen. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. In de bouwregels is onder andere opgenomen dat de voorgevel van het hoofdgebouw uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' mag worden gebouwd. Ter plaatse zijn uitsluitend aaneengesloten, vrijstaande, dan wel halfvrijstaande woningen toegestaan. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
9
Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. Verder is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - noodontsluiting' een noodontsluiting toegestaan. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, 1.4.3
Strijdigheid
Op basis van het geldend bestemmingsplan is de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet geheel in overeenstemming met de geldende bouw- en gebruiksregels. Daarnaast is het niet toegestaan om binnen de bestemming 'Groen' de beoogde bajonetaansluiting te realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In Hoofdstuk 7wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in Hoofdstuk 8.
10
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Hoofdstuk 2 plangebied
Huidige situatie
2.1 Weerselo 2.1.1
Historie
De naam Weerselo wordt al in het jaar 1150 genoemd. Het klooster met die naam had destijds duchtig te lijden onder de terreur van de heren van Saterslo (het huidige Saasveld). De kern Weerselo is in de eerste aanleg ontstaan ter hoogte van het buurtschap Het Stift, in de nabijheid van het klooster in het noordelijke deel van de marke. Deze marke was een schoolvoorbeeld van een essenzwermdorp. Nadat in het begin van de 19e eeuw op een kilometer ten zuidoosten van Het Stift een kleine rooms-katholieke kerk werd gebouwd, kwam daar een nieuwe nederzetting tot ontwikkeling: Nijstad genaamd. Dit vormt het centrum van het huidige dorp Weerselo. Doordat de groei van de oude nederzetting vervolgens stagneerde, heeft Het Stift tot op heden zijn oorspronkelijke karakter behouden. Langs de verbindingsweg tussen de samenstellende delen van het dorp Weerselo ontstond lintbebouwing. Deze vorm van bebouwing was aanvankelijk ook kenmerkend in Nijstad, waar de eerste bewoning zich aan een viertal wegen rond de rooms-katholieke kerk concentreerde. Duidelijke kernvorming trad in Weerselo pas op na de Tweede Wereldoorlog. Vlakbij de roomskatholieke kerk werd in 1955 het nieuwe gemeentehuis van Weerselo in gebruik genomen. De eerste bebouwing ligt dus hoofdzakelijk rondom de kerk en langs de weglinten.
De eerste uitbreidingen van de kern hebben plaatsgevonden aan de westzijde van de Legtenbergerstraat en ten noorden van de Gunnerstraat. Deze woongebieden bestaan hoofdzakelijk uit stroken- en blokverkaveling. Deze uitbreiding van de kern vond plaats in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Rond de jaren ’70 en ’80 is de kern verder uitgebreid in oostelijke richting. Dit woongebied is gebouwd vanuit de forumgedachte en bestaat uit vele woonerven met zijn kenmerkende kronkelige wegenstructuur. Van begin jaren ’90 vindt uitbreiding plaats in noordelijke richting in het nieuwe woongebied “Reestman”. Het woongebied Reestman bestaat uit individuele bouw in de vorm van vrijstaande woningen. 2.1.2
Stedenbouwkundige structuur
Vanuit het centrum van Weerselo strekken radiale wegen zich uit naar het omringende landschap. Hierbij kan worden gedacht aan de Haarstraat, de Legtenbergerstraat, de Bisschopstraat, de Gunnerstraat en de Wenshofsteeg. Vooral ten noorden van het centrum zijn in latere jaren nieuwe woonwijken ontwikkeld. Binnen en tussen deze woonwijken bevinden zich groene aders die vanuit het omringende landschap het woongebied binnentrekken. Het plangebied, dat aan de noordoostzijde van de kern is gesitueerd, heeft op het ogenblik grotendeels een groen karakter. Als gevolg van het vigerende bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" is de tweede fase van woningbouwplan Het Spikkert in ontwikkeling gebracht. Binnen de verschillende woonbuurtjes kunnen in totaal circa 75 woningen worden gerealiseerd, bestaande uit rijtjes-, tweenaaneengebouwde en vrijstaande woningen. De woonbuurtjes worden van elkaar gescheiden door groene scheggen die samenkomen in het centrale groengebied. In dit centrale groengebied wordt een speelvoorziening gerealiseerd. Tot het nieuwe woongebied behoren tevens de twee oude boerenerven Eertmansweg 1 en 3, alsmede het erf Legtenbergerstraat 26. De ontwikkeling van Het Spikkert, tweede fase vindt gefaseerd plaats waardoor goed kan worden aangesloten op de woningbehoefte.
De ontwikkeling van Het Spikkert, tweede fase, is gestart aansluitend aan het kruispunt Legtenbergerstraat/Eertmansweg (A). Vervolgens wordt het plan gefaseerd ontwikkeling in oostelijke richting (B en C, zie afbeelding 2.1). Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een deel van gebied C.
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
11
Afbeelding 2.1 Gefaseerde ontwikkeling woningbouw Het Spikkert (Bron: gemeente Dinkelland)
2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt in het noordoosten van de kern Weerselo en maakt onderdeel uit van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Het Spikkert. De hoofdfunctie in de directe omgeving van het plangebied betreft wonen. Daarnaast zijn ten oosten en noordoosten van plangebied verspreid liggende agrarische bedrijfspercelen aanwezig. Het plangebied wordt in de huidige situatie omgeving door weilanden. Op de duur zal ten zuiden van het plangebied de weg Erve Mulderboer worden aangelegd. Ten oosten van het plangebied zijn de gronden reeds voorzien van een woonbestemming. Verder is ten westen van het plangebied groen- en speelvoorziening aanwezig. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie weergegeven middels een luchtfoto. Het plangebied is indicatief met de rode (woningbouw) en blauwe (bajonetaansluiting) contour aangegeven. Zoals is te zien op afbeelding 2.2 bestaat het plangebied in zijn geheel uit onbebouwde weilanden.
12
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Afbeelding 2.2 Huidige situatie plangebied (Bron luchtfoto: PDOK)
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
13
14
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Hoofdstuk 3
Gewenste ontwikkeling
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied in de huidige situatie gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1 Gewenste ontwikkeling Het voornemen is om binnen het plangebied 18 grondgebonden woningen te realiseren. Het gaat hierbij wat betreft woningtypen om een mix van vrijstaande, twee-onder-een-kap en aaneengebouwde woningen. De overige gronden worden ingericht ten behoeve van infrastructurele-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. In afbeelding 3.1 is een situatietekening van de gewenste situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van het volgende woningbouwprogramma: 3 vrijstaande woningen; 6 twee-aaneen-gebouwde woningen; 10 rijwoningen.
Afbeelding 3.1 Beoogde situatie (Bron: gemeente Dinkelland) De woningen bestaan uit één bouwlaag met kap of twee bouwlagen met kap. Hiermee wordt aangesloten op de bouwmogelijkheden zoals opgenomen in de bestemmingsplannen "Het Spikkert, tweede fase" en "Weerselo, Spikkert 3". Hierdoor zal de toekomstige bebouwing zich goed voegen bij de bestaande en de te realiseren bebouwing rond het plangebied. De woningen worden door middel van een ontsluitingsweg ontsloten op de Erve Mulderboer. Langs de randen is ruimte voor groen in combinatie met voorzieningen voor de waterberging. Daarnaast is er in het noordoosten ruimte voor speelgelegenheid. Centraal in het plangebied is een parkeerhaven beoogd. In het kader van voorgenomen ontwikkeling een groenplan opgesteld. Het goenplan is opgenomen in Bijlage 1 van de plantoelichting en weergegeven in afbeelding 3.2. Te zien is dat in het zuiden, noorden en westen van het plangebied veel ruimte is voor groen. Hierdoor zal de woonbuurt niet alleen een groene uitstraling krijgen, het zorgt tevens voor een zachte overvang van de bebouwde omgeving richting de onbebouwde gronden ten noorden en westen van het plangebied.
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
15
Afbeelding 3.2 Groenplan (Bron: Tuuulk) Tot slot wordt op de hoek van de Legtenbergerstraat en Eertmansweg de verkeersontsluiting aangepast. Momenteel is hier sprake van een 'regulier' voorrangskruispunt. In verband met de ontwikkeling van het Spikkert (fase 1 t/m 4) en overwegingen omtrent verkeersveiligheid is het gewenst om de Eertmansweg te verbreden en ter hoogte van de Legtenbergerstraat een bajonetaansluiting te realiseren. De mogelijkheid voor het realiseren van voorgenoemde bajonetontsluiting wordt meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Hiervoor wordt een deel van de groenbestemming gewijzigd in een passende verkeersbestemming. De beoogde bajonetaansluiting is met de rode lijn weergegeven in afbeelding 3.3. Omdat de beoogde bajonetaansluiting vanuit planologisch oogpunt weinig tot geen impact heeft en slecht een zeer beperkte wijziging betreft, wordt hier in hoofdstuk 4 en 5 niet nader op ingegaan.
Afbeelding 3.3 Beoogde bajonetaansluiting
16
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
3.2 Verkeer- en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Dinkelland hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt in voorliggend geval de publicatie van het CROW aangehouden (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381). Voor het plangebied gelden de volgende uitgangspunten: stedelijkheidsgraad: 'niet stedelijk'; zone: 'rest bebouwde kom'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 18 woningen. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Woningtype Vrijstaand Twee-onder-één-kap Tussenwoning of rijwoning
Parkeernorm per woning 2,3 2,2 2,0
Verkeersgeneratie (per woning) 8,2 7,8 7,4
Parkeren Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van de volgende parkeerbehoefte: Woningtype Vrijstaand Twee-onder-één-kap Tussenwoning of rijwoning
aantal woningen 3 6 10
parkeernorm per woning totaal 2,3 6,9 2,2 13,2 2,0 20 Totale parkeerbehoefte 40,1 Als gevolg van het voornemen is sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 41 parkeerplaatsen. Voor het parkeren mogen de volgende normen gebruikt worden: Type parkeerplaats(en) Norm Enkele oprit met garage Parkeerplaatsen in openbaar gebied
1,0 parkeerplaats 1,0 parkeerplaats
Aantal binnen plangebied 9 33
Totaal 9,0 parkeerplaatsen 33,0 parkeerplaatsen
Totaal aanwezig 42,0 parkeerplaatsen Gelet op het vorenstaande zijn er binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen gepland om te voldoen aan de parkeerbehoefte. Er worden 33 parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd. De overige 9 parkeerplaatsen worden op eigen terrein voorzien.
Verkeer Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van de volgende verkeersgeneratie: Woningtype
aantal woningen
verkeersgeneratie per totaal woning Vrijstaand 3 8,2 24,6 Twee-onder-één-kap 6 7,8 46,8 Tussenwoning of rijwoning 10 7,4 74 Totale verkeersgeneratie per weekdag etmaal 145,4 Als gevolg van het voornemen is sprake van een verkeersgeneratie van afgerond 146 verkeersbewegingen per weekdag etmaal. Gesteld wordt dat de nieuwe ontsluitingsweg en de direct omliggende (aan te leggen) infrastructuur deze verkeersbewegingen zonder problemen en op een verkeersveilige manier kunnen opvangen en verwerken. Hierbij dient te worden opgemerkt dat binnen het plangebied reeds 11 vrijstaande woningen zijn toegestaan. Vanuit planologisch oogpunt zal de verkeersgeneratie van ook met slechts (146-(11*8,2)=) 55,8 verkeersbewegingen toenemen. Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'verkeer en parkeren' geen belemmering vormt voor bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
17
de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.3 Beeldkwaliteit Voor het plangebied is ten tijde van het bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is afgeleid van het stedenbouwkundige plan dat aansluiting heeft gezocht bij de landschappelijke structuren van Weerselo. Hierdoor ontstaat een optimale verweving met de ruimtelijke kwaliteiten en wordt de woonwijk gehecht aan de belangrijkste identiteitsdrager in het gebied “het landschap“. De volgende elementen zijn van belang voor de aanhechting met het landschap en versterken het gevoel van “riant wonen in het groen”. De centrale weide en de groene wiggen tussen de woonclusters verstevigen de relatie tussen de woonwijk en het bestaande landschap. De uitstraling in de centrale weide is ontspannen en natuurlijk. De verbinding voor langzaam verkeer door de centrale weide heen wordt geregeld met een halfverhard pad. De centrale weide is een plek voor ontmoeten, ontspannen en spelen. De inrichting sluit aan op het natuurlijke karakter van de plek. De maat en schaal van de centrale weide leent zich goed voor het houden van diverse evenementen in een natuurlijke setting. Het beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingsdocument voor de welstandscommissie/stadsbouwmeester met als doel het vastleggen van een zekere basiskwaliteit voor de inrichting van de openbare ruimte en de vormgeving en materialisatie van de woningen.
In het beeldkwaliteitsplan is een lijst met welstandscriteria opgenomen. De Welstandscommissie/stadsbouwmeester van de gemeente Dinkelland toets bij de aanvraag omgevingsvergunning of de ontwerpen aan de minimale welstandscriteria voldoen.
18
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
19
mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Ter plaatse van het plangebied zijn op basis van het geldend bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase" in totaal 11 grondgebonden woningen toegestaan. Het voorliggend bestemmingsplan gaat uit van het mogelijk maken van maximaal 19 woningen. Vanuit planologisch oogpunt is daarom sprake van een toevoeging van 8 woningen. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Desalniettemin wordt hierna beknopt ingegaan op de ladder: Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten.
De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. De woningen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte. Gelet op de aard en omvang kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot de gemeente Dinkelland. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de kern Weerselo. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het 'Regionaal Woningbouwprogramma Twente 2017' en de gemeentelijke 'Woonvisie 2021+'. Voor een nadere toetsing wordt verwezen naar respectievelijk paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat er sprake is van een behoefte aan voorgenomen woningbouw ontwikkeling. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied 20
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het plangebied grotendeels onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Immers zijn voor het grootste gedeelte van het plangebied reeds stedelijke functies toegestaan. Verder is een beperkt deel van het plangebied op basis van het bestemmingplan "Het Spikkert, tweede fase" voorzien van de bestemming 'Groen'. In de kern Weerselo zijn echter reeds alle potentiële binnenstedelijke ontwikkellocaties ontwikkeld of in ontwikkeling. Er is hierdoor binnenstedelijk geen ruimte meer voor inbreiding. Om ervoor te zorgen dat de kern Weerselo qua woningbouw mogelijkheden niet 'op slot' gaat, waardoor niet meer kan worden voorzien in de woningbehoefte, is het gewenst om de kern uit te breiden met nieuwe woningbouwkavels. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. 4.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het uitvoeringsmodel weergegeven.
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
21
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. 22
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘generieke beleidskeuzes’ zijn een aantal artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen zal hierna nader worden ingegaan.
Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Als gevolg van het voornemen worden per saldo 8 grondgebonden woningen toegevoegd binnen de kern Weerselo. Het plan voorziet in de behoefte van Weerselo en de gemeente Dinkelland (zie paragraaf 4.4.2 van deze toelichting). Deze behoefte is bepaald aan de hand van de behoefte in de regio (zie paragraaf 4.3.1 van deze toelichting). Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling voldoet aan de bepalingen, zoals opgenomen in artikel 2.1.2.
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorgenomen ontwikkeling vindt geheel plaats op gronden die reeds bestemd zijn ten behoeve van stedelijke functies, in dit geval wonen, verkeer en stedelijk groen. Deze gronden zijn ook zodanig bestemd in het geldende bestemmingsplan. Het plangebied maakt hiermee onderdeel uit van bestaand bebouwd gebied. Van een extra ruimtebeslag op de groene omgeving is daarom geen sprake. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
23
realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.
Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek dat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Binnen het plangebied worden in totaal 19 woningen mogelijk gemaakt. Vanuit planologisch oogpunt is per saldo sprake van het toevoegen van 8 woningen. Het voornemen past binnen het actuele gemeentelijk woningbouwprogramma (zie ook paragraaf 4.4.2 van deze toelichting). Gelet hierop wordt voldaan aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” en "Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken". In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorend bij de Omgevingsvisie opgenomen.
Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.
24
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Afbeelding 4.2 Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied.
Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.
Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De gronden die op basis van het bestemmingsplan "Het Spikkert, Tweede fase" zijn voorzien van een woonbestemming behoren tot het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De overige gronden behoren tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan op het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' waarbinnen ruimte is voor herstructurering, inbreiding en transformatie. Wat betreft het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' wordt opgemerkt
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
25
dat de beoogde ontwikkeling formeel hier niet binnen past. Echter zijn de ontwikkelingsperspectieven richtinggevend en kan hier van worden afgeweken. In geval van voorgenomen ontwikkeling is sprake van een wijziging van de aldaar aanwezige woonbestemming teneinde de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. Uit hoofdstuk 5 blijkt verder dat de ontwikkeling niet tot belemmeringen leidt voor omliggende (bedrijfs)functies. Gelet op het vorenstaande vormen de ontwikkelingsperspectieven geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de 26
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' In het gebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. Afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 4.4 Laag van agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
Jong heide- en broekontginningslandschap Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van de kern Weerselo. Met de inrichting van de woonbuurt wordt rekening gehouden met structuurdragende groenelementen aan de randen van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
27
3. De 'Stedelijke laag' In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de “Stedelijke laag” aangeduid met de gebiedstypen 'Verspreide bebouwing' en 'Woonwijken 1955 - nu'. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.5 Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) Verspreide bebouwing De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broeken heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende 'gewone' burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan.
Woonwijken 1955-nu De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.
28
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Met het realiseren van de woningen wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Wat betreft bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij de bebouwingskenmerken in de omgeving (zie ook paragraaf 3.1). Hiermee worden bouwkenmerken afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. De invulling van het plangebied is in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'.
4. De 'Laag van de beleving' De 'Laag van de beleving' is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt beleefbaar en veroorzaakt een belevenis. Dit belevenisaspect wordt een steeds belangrijke pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' voor een deel aangeduid met 'donkerte'. In afbeelding 4.6 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.6 Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)
Donkerte Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek, zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen.
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
29
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Voor de hele kern Weerselo is het aspect 'donkerte' van toepassing. In hoeverre hier daadwerkelijk sprake is van een kwaliteit valt, gezien het feit dat verlichting in woon- en werkgebieden noodzakelijk is vanuit het oogpunt van sociale en verkeersveiligheid, te betwijfelen. In geval van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zal het gebruik van kunstlicht echter zoveel mogelijk worden vermeden, danwel op effectieve wijze (gericht) worden toegepast. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Regionaal beleid Het regionaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan voor voorliggend initiatief betreft het Regionaal Woningbouwprogramma uit 2017. 4.3.1
Regionale Woonagenda Twente
4.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde 'Regionale Woonagenda Twente'. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht.
Tot slot, maar niet in de laatste plaats, kan wonen niet los gezien worden van regionale opgaven zoals verstedelijking, de vitaliteit van de dorpen en steden en de transitie van het platteland. Wonen vormt in deze grote opgaven immers een belangrijke sleutelfunctie. 4.3.1.2 Algemeen
Kwantitatieve behoefte
Voor de provincie Overijssel geldt dat sprake is van een forse woningbouwambitie. In de periode tot 2030 moeten 60.000 woningen worden bijgebouwd. Hierdoor is er sprake van een flinke versnellingsopgave. De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: 1. de beschikbare woningbehoefteprognoses tot 2030; 2. het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030, en; 3. een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland. Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal wordt gedefinieerd 30
bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4
als de lokale behoefte. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie-opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De noodzakelijk acties bestaan hiermee uit: Realiseren harde plannen tot 2025; Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030; Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030. De onderstaande tabel geeft per gemeente de netto harde en zachte plancapaciteit weer per 1-1-2020. Daarnaast is de woningbouwopgave tot 2030 weergegeven.
Afbeelding 4.7: Woningbouwopgave regio Twente (Bron: Regionale Woonagenda Twente)
Opgave 2021-2025 Tot 2025 ligt de focus op het realiseren van de bestaande harde plancapaciteit. Dit zijn de woningbouwprojecten waarmee de gewenste versnelling ingevuld kan worden. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat de harde plancapaciteit getoetst wordt op basis van het kwalitatief afwegingskader. Uitgangspunt is een woning voor iedereen: ruim baan voor de lokale behoefte, inbreiding, herstructurering en transformatie. Dit wil onder andere zeggen dat bij inbreidingsplannen waarbij binnen vijf jaar kan worden gestart met de realisatie geen kwantitatieve kaders gelden. Daarnaast moet de opgave voor de periode vanaf 2025 voorbereid worden. In deze periode moeten zachte plannen hard worden gemaakt en moet ook al een deel van deze nieuwe toegevoegde harde plancapaciteit worden gerealiseerd om de totale woningbouwopgave tot 2030 te halen. Daarvoor is de realisatie van 2.000 bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4