Bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Weerselo, Echelpoelweg 13 En Zandhaarweg 36
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.WEEBPECHEL13ZAND36VG01
Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
5 5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ruimtelijke ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
11 11 11
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 24
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit
31 31 31
5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
32 33 34 36 37 38 40 41
Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Wateraspecten Besluit milieueffectrapportage
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk 7
47
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
2
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
49 49 49 49
Toelichting
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 3
4
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 op het bedrijventerrein Echelpoel van de kern Weerselo, binnen de gemeente Dinkelland, staan twee bedrijfshallen. Aan de achterzijde van deze bedrijven liggen agrarische gronden met perceelnummers 2317 en 2318 (hierna: plangebied). De agrarische gronden zijn verhard en in gebruik als opslagterrein voor deze bedrijven. In het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Weerselo' is bepaald dat agrarische gronden enkel bedoeld zijn voor agrarisch gebruik en cultuurgronden. Opslag ten behoeve van industriële bedrijfsvoering is in strijd met het bestemmingsplan omdat op de agrarische gronden dergelijke opslag niet is toegestaan. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de gronden (agrarisch) om te zetten naar het huidige gebruik (bedrijventerrein). De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan het voornemen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de bestemming van de gronden gewijzigd. Daarbij wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein van de kern Weerselo, binnen de gemeente Dinkelland. In afbeelding 1.1. is de ligging van het plangebied in de kern Weerselo en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is hierbij indicatief weergegeven met een ster en rode omlijning. Voor de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Weerselo en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.WEEBPECHEL13ZAND36-VG01) en een renvooi; regels en bijlagen; toelichting en bijlagen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 5
liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: Naam Bedrijventerrein Weerselo Parapluplan Staat van Bedrijfsactiviteiten Dinkelland Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland
Vastgesteld op 5 november 2013 19 april 2016 29 mei 2018 5 juli 2021
Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Weerselo'. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode contour.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Weerselo' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen
In het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Weerselo' geldt binnen het plangebied de bestemming 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik en cultuurgrond, met daaraan ondergeschikt onder meer het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden, openbare nutsvoorzieningen, wegen en paden, water en voorzieningen daarvoor, groenvoorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. In strijd met het gebruik van deze bestemming is in ieder geval het gebruiken van de gronden ten behoeve van het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten, het opslaan van niet-agrarische producten en/of stallen van auto's, caravans en boten, van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten en van verblijfsrecreatieve doeleinden, bosbouw en houtteelt en mestvergisting.
6
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
1.4.3
Strijdigheid
Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan aangezien het beoogde gebruik, opslag ten dienste van industriële bedrijfsvoering, niet toegestaan is binnen de agrarische bestemming. Het voornemen kan mogelijk worden gemaakt door de bestemming van de gronden te wijzigen naar 'bedrijventerrein', waarmee het dezelfde bestemming krijgt als de bedrijven, waartoe de opslag behoort. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders om de hiervoor benoemde ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 8 in op het vooroverleg.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 7
8
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
Dit hoofdstuk gaat in op de huidige situatie binnen het plangebied. Het plangebied bevindt zich in het zuidelijk deel van de kern Weerselo op het bedrijventerrein Echelpoel. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door bedrijven en enkele (bedrijfs)woningen, met verspreid liggende agrarische gronden. Het plangebied wordt aan de zuid-, west- en oostzijde begrensd door bedrijfsgebouwen met rondomliggende verharding. Aan de noordoostzijde liggen agrarische gronden. Het plangebied bestaat uit verhard terrein dat in gebruik is als opslag ten dienste van industriële bedrijfsvoering van de naastgelegen bedrijven. Deze gronden liggen aan de achterzijde van de bedrijven. De betreffende bedrijven grenzen aan de zuid- en westzijde aan de Echelpoelweg en Zandhaarweg. In afbeelding 2.1 is via een luchtfoto de huidige situatie in het plangebied weergegeven. Hierbij is het plangebied aangegeven middels een rode stippellijn.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied (Bron: Google maps)
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 9
10
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Ruimtelijke ontwikkeling Het plangebied is reeds in gebruik voor opslagdoeleinden ten dienste van industriële bedrijfsvoering van de aangrenzende bedrijven. Het plangebied bevindt zich aan de achterzijde van deze bedrijven. Het voornemen betreft het planologisch regelen van de huidige situatie.
3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van zowel de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW, als de beleidsnotitie 'Bouwen en Parkeren 2018' van de gemeente Dinkelland. De kencijfers uit deze publicatie en beleidsnotitie zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.2.2
Uitgangspunten
Qua verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, hoofdgroep en type worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: niet-stedelijk - gemeente Dinkelland (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom Functie: loods, opslag, bergplaats: 1,05 parkeerplaats per 100 m2 bvo; Functie: bedrijfs arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf): 4,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. 3.2.3
Parkeerbehoefte
Zoals aangegeven bestaat het plangebied uit opslag ten dienste van industriële bedrijfsvoering. De bedrijven en hun bedrijfsgebouwen, waartoe deze opslag van roerende zaken toebehoort, worden niet aangepast. Daarmee verandert de parkeerbehoefte dan ook niet. Zowel in de huidige situatie als de planologische nieuwe situatie zal het plangebied bestaan uit verharding ten behoeve van de opslag van de naastgelegen bedrijven. Deze bedrijven liggen niet in het plangebied. Echter geldt voor deze bedrijven dat er voldoende ruimte is om in de nodige parkeerbehoefte te voorzien. Geconcludeerd wordt dat de parkeerbehoefte niet veranderd door het voornemen.
3.2.4
Verkeersgeneratie
Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van dezelfde uitgangspunten (zie 3.2.2) voor het aspect parkeren. Ook hier geldt dat door het voornemen het aantal verkeersbewegingen niet wijzigt. Het plangebied ligt aan de achterzijde van de betrokken bedrijven. De verharding aan de achterzijde van de bedrijfsgebouwen wordt hiermee uitgebreid. De bedrijfspercelen worden ontsloten op de Zandhaarweg en Echelpoelweg. De reeds aanwezige wegenstructuur kan de verkeersgeneratie eenvoudig en verkeersveilig afwikkelen.
3.2.5
Conclusie
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggende ontwikkeling.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 11
12
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 13
1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
4.1.2.1 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Zie onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. In voorliggend geval is er sprake van een uitbreiding van de bedrijfsbestemming met circa 600 m2, waarbij er geen sprake is van bouwmogelijkheden.
Het is een kleine uitbreiding van het bedrijventerrein, maar voorziet daarmee wel in een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 en is daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte In voorliggend geval hebben de bestaande bedrijfspercelen onvoldoende ruimte om te voorzien in de behoefte 14
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
aan opslagcapaciteit voor de betreffende bedrijven. De uitbreiding is alleen bedoeld voor opslag en in de regels wordt vastgelegd dat er ter plaatse van de uitbreiding niet gebouwd mag worden. Het ruimtelijke verzorgingsgebied wordt niet veranderd door de uitbreiding van het perceel. Immers wordt de uitbreiding alleen gebruikt voor de opslag van materialen. De plek voor de opslag is een logische locatie en is landschappelijk ingepast, waardoor het uit het zicht van de omgeving wordt ontrokken. Het is een relatief kleine uitbreiding, maar voorziet daarmee wel in de behoefte aan opslagruimte van de betrokken bedrijven. Deze kunnen zo meer logisch hun perceel indelen. Door de uitbreiding hebben de bedrijven een toekomstbestendige locatie en hoeven zij niet te verhuizen en blijven ze daarmee behouden voor de gemeente. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling invulling geeft binnen de concrete behoefte. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 15
gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen.
Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.
4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
16
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3 (lid 1) en 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) van belang. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan.
Artikel 2.1.3
Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1)
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van een bedrijventerrein ten behoeve van de opslag van roerende goederen. Door de wijziging neemt de hoeveelheid bebouwing niet toe. Echter is er qua verhardingsmogelijkheden sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving, omdat de uitbreiding op agrarische gronden ligt. Echter is er in redelijkheid geen andere logische locatie beschikbaar voor de betreffende bedrijven voor het opslaan van hun roerende zaken. Bovendien is de uitbreiding zodanig gesitueerd dat er sprake is van een logische erfindeling. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 17
Artikel 2.1.5
Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5)
lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Zoals aangegeven ligt de uitbreiding van het bedrijventerrein ten behoeve van de opslag aan de achterzijde van de betrokken bedrijven. Het is hiermee aan het zicht ontrokken.
Daarnaast heeft de buurman ten noorden van het plangebied een natuurlijke afscheiding gecreeërd, waarmee het geheel ook aan die zijde aan het zicht wordt ontrokken. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5.
4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt op de grens van de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven weergegeven met daarin het plangebied met een rode omlijning aangeduid.
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant 18
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.
'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het uitbreiden van bedrijfspercelen ten behoeve van het uitbreiden van de opslagmogelijkheden. De uitbreiding is passend in beide ontwikkelingsperspectieven, waarbij 'werken' mogelijk zijn. Daarnaast betreft het een kleine uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt mogelijk en doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
1.
De 'Natuurlijke laag'
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is indicatief aangeduid met een rode omlijning.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 19
Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
"Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Binnen het plangebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar vanwege het feit dat de gronden in het verleden zijn ontgonnen ten behoeve van de landbouw en grenzen aan het bedrijventerrein. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, de ontginning en de ontwikkeling in de landbouw verminderd. Geconcludeerd wordt dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, aangezien ter plaatse van het gewenste bestemmingsvlak geen hoogteverschillen meer waarneembaar zijn.
2.
De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'
De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap'. Afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarische cultuurlandschap”. De ligging van het plangebied is indicatief aangeduid met een rode omlijning.
20
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
"Jonge heide- en ontginningslandschap" De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het geval van voorliggend initiatief is geen sprake van onevenredige aantasting van de landschapswaarden, aangezien deze niet meer duidelijk aanwezig zijn. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
3.
De 'Stedelijke laag'
In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is deels gelegen in het gebiedstype 'Bedrijventerreinen', dit is in afbeelding 4.5 weergegeven.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 21
Afbeelding 4.5 Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
“Bedrijventerreinen” De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een 'no nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon.
Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' De ontwikkeling sluit aan op kavels met de bestemming bedrijventerreinen. De uitbreiding draagt bij aan de verbetering van de gebruiksmogelijkheden van de bedrijfspercelen. Immers wordt er aan de achterzijde van de bedrijven ruimte gecreëerd voor de opslag. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling op de bewuste locatie goed past bij het huidige karakter van het omliggende gebied en daarmee passend is binnen de 'stedelijke laag'.
4.
De 'Laag van de beleving'
In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in 22
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 4.6 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 4.6 Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)
"Donkerte" Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerst wordt gesteld dat het een uitbreiding betreft ten behoeve van de vergroting van de opslagmogelijkheden bij twee bestaande bedrijfsgebouwen. Daarbij wordt niet gebouwd. De bestaande gebouwen zijn reeds voorzien van kunstlicht, waardoor het voornemen op voorhand geen onevenredige afbreuk doet de 'Laag van beleving'. Tot slot wordt het geheel afgeschermd door een natuurlijke afscheiding, waarbij de bomen een natuurlijke afwering vormen voor de uitstraling van licht.
4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 23
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld.
4.3.1
MijnOmgevingsvisie Dinkelland
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goede voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.
4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'ruimte voor ondernemen' van belang. 'Ruimte voor ondernemen' De gemeente wil zorgen voor voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor plekken waar bedrijven zich kunnen vestigen. Zo wordt bijgedragen aan de werkgelegenheid en kunnen verschillende soorten bedrijvigheid ontstaan. Er wordt gestreefd naar levendige compacte kernwinkelgebieden. Voor duurzame, kansrijke initiatieven wordt maatwerk geleverd. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent dat er wordt ingezet op voldoende en passende bedrijventerreinen. En op een goede bereikbaarheid. Leegstand wil de gemeente daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast geeft de gemeente ondernemers de ruimte door in te zetten op maatwerk en door flexibiliteit te bieden. De gemeente vindt het belangrijk dat de juiste functies op de juiste plek terecht komen. Het slim combineren van functies vanuit een duidelijke visie biedt kansen. De ondernemers, de bedrijfsconsulent en het OndernemerServiceTeam zijn hierbij de spil, verbinden partijen aan elkaar en helpen met de juiste routes.
4.3.1.3 Waardenkaart In afbeelding 4.7 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode cirkel. Het gebied ligt in het 'Kernen met een woon- en centrumfunctie'.
24
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Afbeelding 4.7 Uitsnede Waardenkaart (Bron: Gemeente Dinkelland)
'Kernen met een woon- en centrumfunctie' De waarden die hierbij een rol spelen zijn: kernen met kleinschalige woonbebouwing aan de randen en dichtere en soms ook middelhoge bebouwing in het hart; kernen met belangrijke voorzieningen zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg, pinmogelijkheden; aanwezigheid van ontmoetingsplekken in het bijzonder in de omgeving van voorzieningen; (verbindingen met) de groene omgeving; in veel gevallen een kerk als belangrijk gebouw in het silhouet van de kern; tevens is er op enkele plekken karakteristieke bebouwing aanwezig. Hierbij wordt ingespeeld op: de opzet van dorpen met compacte bebouwing en ontmoetingsplekken in het dorpshart en lagere woonbebouwing aan de randen; behoud van (het zicht op) de kerk en de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing; mogelijkheden om te ontmoeten; concentratie van de publieksgerichte functies; voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en ondernemers passend binnen het aanbod van de kern; de verbindingen met de groene omgeving; vasthouden van water.
4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland De voorgenomen ontwikkeling, het uitbreiden van bedrijfsgronden ter vergroting van de opslagruimte, is passend binnen de omgeving. Er is geen sprake van extra bebouwing en er zijn geen bouwmogelijkheden ter plaatse van de uitbreiding. Door de uitbreiding kunnen de bedrijven op de huidige situatie gehuisvest blijven. De ondernemers krijgen daarbij de ruimte om hun bedrijven verder te ontwikkelen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 25
4.3.2
Nota omgevingskwaliteit
4.3.2.1 Algemeen De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben op 22 december 2015 de gezamenlijke welstandsnota 'Nota Omgevingskwaliteit' vastgesteld. De gemeenten hebben de keus gemaakt om de bemoeienis zoveel mogelijk te beperken en daarom alleen te sturen op omgevingskwaliteit waar dit nodig en voor iedereen uitlegbaar is. Ruimtelijke kwaliteit en deregulering hebben in het proces bij het opstellen van de nota centraal gestaan. Behalve deregulering staat ook maatwerk centraal in het welstandsbeleid. De beeldkwaliteit van karakteristieke en kenmerkende plekken dient te worden geborgd. Het grondgebied van de gemeenten is opgedeeld in deelgebieden, om per deelgebied tot een passend welstandsbeleid te komen is gewerkt via de thema's waardering, ambitie en beleid. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: basis omgeving; midden omgeving; bijzonder omgeving. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen bouwwerken, die allen een andere impact hebben op de omgeving.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen: Kleine bouwwerken (binnen en buiten het bestemmingsplan); Reguliere bouwwerken (binnen het bestemmingsplan); Reguliere bouwwerken (buiten het bestemmingsplan, m.u.v. kleine bouwwerken);
4.3.2.2 Welstandsniveau Het plangebied ligt in de kern Weerselo, in een gebied dat is aangeduid met een basis omgeving. In onderstaande afbeelding 4.8 is het plangebied rood omcirkeld. De gebieden met een woonfunctie en bedrijfsbebouwing, vaak aan of tussen de invalswegen, zijn minder bepalend voor de karakteristiek van Weerselo. De kwaliteit van de bebouwing in woongebieden en gebieden met bedrijven varieert en vormt een doorsnee van de stedenbouwkundige stromingen en de Nederlandse architectuur van de periode 1940 tot heden. Veelal ruime verkaveling met daarop twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen met een traditionele bouwstijl.
26
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Afbeelding 4.8 Uitsnede omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen
In voorliggend geval gaat het om de uitbreiding van een bedrijventerrein, waarbij geen bouwmogelijkheden zijn. Deze worden aangemerkt als kleine bouwwerken (buiten het bestemmingsplan). Hierbij zijn de bouwwerken toetsvrij, waardoor er geen welstandcriteria van toepassing zijn.
4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Nota omgevingskwaliteit' Voorliggend plan is passend qua opzet en sluit aan op de kenmerken van het bedrijventerrein. Daarnaast is er geen sprake van bebouwing. Hiermee voldoet het aan de 'nota omgevingskwaliteit'.
4.3.3
Casco-benadering in Noordoost-Twente
4.3.3.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 27
Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.
4.3.3.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen); Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen); Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom; Boomgaarden; Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren
Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Zoals blijkt uit de in afbeelding 4.9 opgenomen uitsnede van de casco-kaart is er aan de achterzijde van omliggende bedrijven sprake van bestaande groenstructuren die onderdeel zijn van de Casco.
28
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Afbeelding 4.9 Uitsnede Cascokaart (Bron: Atlas van Overijssel)
4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de "Casco-benadering in Noordoost-Twente" De uitbreiding van het terrein vindt op de achterzijde van de bedrijfspercelen plaats. Zoals in bovenstaande afbeelding is weergegeven, is daar geen sprake van onderdelen van de Casco. Geconcludeerd wordt dat er geen casco-elementen worden aangepast.
4.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling goed past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 29
30
bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het wijzigingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1 Geluid 5.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
5.1.2
Situatie plangebied
In dit geval is geen sprake van een geluidsgevoelig object, omdat het de uitbreiding van gronden ten behoeve van opslag betreft. Doordat het geen geluidsgevoelig object betreft zijn de aspecten industrie-, weg- en railverkeerslawaai niet van toepassing.
5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.2 Bodemkwaliteit 5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, is een historisch vooronderzoek conform de richtlijnen NEN 5725 uitgevoerd. Onderstaand wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Voor de complete onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.
5.2.2
Situatie plangebied
Het bedrijventerrein in Weerselo is ontstaan omstreeks 2002. Uit de BAG-viewer blijkt dat de betreffende panden zijn gebouwd in 2002 en 2005. Uit historische kaarten valt te zien dat het terrein hiervoor uit landbouwgrond heeft bestaan. Er heeft in het verleden, volgens de historische kaarten, nooit bebouwing op de locatie gestaan. De bestemming van de onderzoekslocatie is “agrarisch”. Initiatiefnemer is voornemens om de onderzoekslocatie bestemmingsplan Weerselo, Echelpoelweg 13 en Zandhaarweg 36 31
te herbestemmen naar “bedrijven”. Binnen onderhavige onderzoekslocatie zijn geen verdachte deellocaties aan te wijzen. Gegeven het historische gebruik, de periode dat de locatie in gebruik is als opslag en de resultaten van onderhavig historisch onderzoek, kan de locatie als onverdacht beschouwd worden in het kader van de NEN5740 en NEN5707. Indien er ruimtelijke ontwikkelingen op de locatie gaan plaatsvinden kan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 noodzakelijk zijn. De locatie dient hierbij als onverdacht beschouwd te worden. Een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5707 wordt voor deze locatie in het kader van voorliggend bestemmingsplan niet noodzakelijk geacht. 5.2.3
Conclusie
Gezien het voorgaande vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);