CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 13: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Weerselo, Abdijweg 46”21.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Munsterhuis Geluidsadvies heeft een akoestisch onderzoek (kenmerk 02.22.130RM , d.d. 30 juni 2022) verricht naar de geluidbelasting op de op te richting woning ten gevolge van wegverkeerslawaai op de Bisschopstraat en Abdijweg. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit plan opgenomen.

Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Bisschopstraat bedraagt 57 dB, inclusief 5 dB aftrek, op de zuidwestgevel; Ten gevolge van het verkeer op de Bisschopstraat wordt de ambitiewaarde uit het geluidbeleid overschreden; De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Abdijweg bedraagt 51 dB, inclusief 5 dB aftrek, op de zuidwestgevel; Ten gevolge van het verkeer op de Abdijweg wordt de ambitiewaarde uit het geluidbeleid overschreden; De maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder en de bovengrenswaarde uit het geluidbeleid van 58 dB wordt niet overschreden; Maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van de Bisschopstraat en de Abdijweg terug te dringen tot aan de voorkeursgrenswaarde stuiten naar verwachting op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en financiële aard; Er moet een hogere waarde aangevraagd worden voor de in het plan opgenomen woning; De maximale waarde van 33 dB ten aanzien van het binnenniveau uit het Bouwbesluit wordt overschreden ter plaatse van de zuidwest, noordwest en -zuidoostgevel van de woning. Voor deze gevels zijn extra geluidwerende voorzieningen noodzakelijk. Dit zal in een gevelweringsonderzoek moeten worden aangetoond. bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

29

Railverkeerslawaai Er zijn geen spoorwegen aanwezig in de directe omgeving. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidzoneerde industrieterreinen coform de Wet geluidhinder aanwezig. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets In de toekomstige situatie is er sprake van één extra woning met inwoningssituatie aan de Abdijweg 46. Verkeersbewegingen bestaan enkel uit het af en aan rijden van de bewoners. Hierdoor zullen de verkeersbewegingen door het voornemen nauwelijks toenemen.

Voor zover er sprake zal zijn van een toename aan verkeersbewegingen, zal deze zeer beperkt zijn. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 16,4 per dag gesteld worden (8,2 per woning). In figuur 4.2 is de worst-case scenario berekening weergegeven met 16,4 extra voertuigbewegingen.

30

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Tevens kan de realisatie van een woning met inwoning niet worden aangemerkt als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

31

Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Toets Op een afstand van 150 meter van het plangebied bevindt zich een tankstation met verkooppunt van LPG. In figuur 4.3 zijn de plaatsgebonden risicocontouren (pr10-6) weergegeven. Eveneens is het invloedsgebied (explosiegevaar) weergegeven. Aangezien het plangebied buiten het invloedsgebied is gelegen geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

32

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.

In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal.

Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

33

- en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 7 november 2023 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Watertoets.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Om te onderzoeken of de voorgenomen activiteiten leiden tot wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming, is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaarden uitgevoerd met betrekking tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. De quickscan natuurwaarden is als Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 860 meter van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In onderstaande figuur wordt de ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 4.4: Ligging plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlas van Overijssel) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied

34

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Het plangebied ligt op minimaal 1,62 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Lemselermaten. In onderstaande figuur wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 4.5: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Atlas van Overijssel) De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Lemselermaten is een negatief effect uitgesloten. Het is niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied en leidt daarom niet tot wettelijke consequenties. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel.

Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, wordt uitgesloten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden om de wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming vast te kunnen stellen. Stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden.Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk.

Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

35

NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 is de huidige AERIUS Calculator geactualiseerd. De belangrijkste verandering is de 'afkapgrens' van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het adviescollege 'Meten en berekenen Stikstof'(ook wel de 'Commissie Hordijk') en de uitspraak van de Raad van State over de A15 van begin dit jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht. De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%.

De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. De wet maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling was van toepassing voor de bouw-, aanleg-en sloopactiviteiten van projecten. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd. Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) zowel een berekening van de aanleg- als gebruiksfase nodig is. Uitgangspunt van de stikstofdepositieberekening is dat een realistische/ representatieve inschatting wordt gegeven van de werkmethode en materieelinzet die in de aanlegfase benodigd zal zijn. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat de inzet van het materieel “voldoende reëel en aannemelijk” moet zijn (vgl. AbRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960, r.o. 17.1).

Er zijn de laatste jaren meerdere situaties doorgerekend waarbij de emissie is bepaald op basis van reële uitgangspunten, zoals ook gehanteerd in onderzoeken voor de bouwvrijstelling van kracht werd. Deze berekeningen zijn ook uitgevoerd voor sloopwerkzaamheden, heien en ontsluiting van een kleine woonwijk. Het bouwplan wordt gerealiseerd op een afstand van circa 1,62 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Op basis van vergelijkbare projecten, waarbij de stikstofdepositie is doorberekend, blijkt dat voor het bouwen van: 5 vrijstaande woningen en garages en aanleg tuinen/verharding op 1.250 meter van Natura 2000-gebied niet leid tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied; 6 twee onder een kapwoningen inclusief garages en aanleg tuinen/verharding op 1.350 meter van Natura 2000-gebied niet leid tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied; 18 rijwoningen (inclusief aanleg tuinen/verharding) op 1.700 meter van Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Het bouwplan voorziet in de bouw van één vrijstaande woning. Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de bouw van één woning op meer dan 1,62 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie.

Soortenbescherming In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 1 november 2023 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling 'het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. 36

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats. Daarnaast nestelen er vogels in de beplanting. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend benut als foerageergebied en wordt niet als functioneel leefgebied voor amfibieën beschouwd. Als gevolg van het rooien van de beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari.

Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de gewone bos- en huisspitsmuizen, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Deze vrijstelling geldt niet voor egel, voor deze soort dient een ontheffing aangevraagd te worden om de rust- en voortplantingsplaats te beschadigen en vernielen. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakte te worden zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood. Er dient wel een ontheffing van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen' egel aangevraagd te worden. Voor de genoemde werkzaamheden zal voor de aanvraag van de omgevingsvergunning, een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie Overijssel.

Het aspect 'ecologie' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland heeft voor haar grondgebied een archeologische verwachtings- en advieskaart laten opstellen. Het rapport is door RAAP opgesteld en geeft voor het grondgebied de verwachtingswaarde voor archeologische resten aan. Aan de hand van deze kaart kan bepaald worden of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In onderstaande figuur is een uitsnede van de archeologische verwachtingenkaart weergegeven.

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

37

Figuur 4.6: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: RAAP) Toets Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als 'dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek'. Daarnaast bevindt het plangebied zich op de grens van de bufferzone rond erf, adellijk huis of watermolen. Voor deze gebieden geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in plangebieden groter dan 2500 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Het plangebied is kleiner dan 2500 m2. Derhalve geldt dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen (monumenten) aanwezig zijn. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren

Het plangebied wordt ontsloten via de Abdijweg. Deze weg loopt parallel aan de provinciale Bisschopstraat. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen door de realisatie van de woning met inwoning kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Ten aanzien van het parkeren wordt uitgegaan van de beleidsnotitie "Bouwen en parkeren 2018" van de gemeente Dinkelland. Bij een vrijstaande woning wordt voor de rest van de bebouwde kom, niet zijnde in het centrum gelegen, een parkeernorm gehanteerd van 2,3. In onderhavig plan vindt het parkeren plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Bij de te bouwen woning wordt een lange oprit aangelegd met een diepte van circa 25 meter. Volgens de berekeningsaantallen in de beleidsnotitie voorziet de oprit in de benodigde minimale 2 parkeerplaatsen. Het bezoekerspercentage van 0.3% kan in de Abdijweg parkeren. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

38

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

39

om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen - Wonen Gronden met de bestemming Wonen (Artikel 3) zijn bestemd voor wonen en daaraan ondergeschikt speelvoorzieningen, wegen en paden, water(huishoudkundige voorzieningen), openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en tuinen, erven en terreinen.

Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Binnen het bouwvlak mag maximaal één vrijstaande woning worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 6 en 10 meter.

40

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

41

42

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie A, onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 7 november 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

43

44

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

45

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Industrielawaai

46

bestemmingsplan Weerselo, Abdijweg 46

Building Design Architectuur

Aanslagsweg 22

Mevrouw R. Oerbekke

7622 LD Borne

Stationsstraat 37 7622 LW BORNE

telefoon

06 10556500

e-mail datum

27 september 2022

ons kenmerk

B04.22.130RM

Projectnummer

22.130

info@munsterhuisgeluidsadvies.nl

internet

www.munsterhuisgeluidsadvies.nl

onderwerp

Rapport industrielawaai woning Abdijweg, Weerselo

Geachte mevrouw Oerbekke, Hierbij zend ik u de resultaten van het akoestisch onderzoek betreffende het bepalen van de geluidbelasting ten gevolge van de maatgevende geluidbronnen bij Linderman slagerij ter plaatse van de gevels van de op te richten woning aan de Abdijweg (naast nr. 44) te Weerselo. Het onderzoek is noodzakelijk inzake de bestemmingsplanwijziging. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. 1 Inleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Abdijweg te Weerselo een woning te realiseren. Het onderzoek richt zich op het bepalen van de geluidbelastingen ten gevolge van de maatgevende geluidbronnen van Linderman Slagerij gelegen aan de Abdijweg 48 direct naast de toekomstige woning aan de Abdijweg. Het onderhavig akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999). 2 Wetgeving Wegverkeer Gemeentelijk Geluidbeleid De gemeente Dinkelland kent geluidbeleid dat is verankerd in de nota “Gebiedsgericht geluidsbeleid”. De geluidnota bevat voor 5 gebiedstypen beleid met betrekking tot industrie. Het geluidbeleid hanteert geluidsklassen om zo de geluidsambities per gebiedstype aan te geven. Per gebiedstype hanteert de gemeente Dinkelland zogenaamde ambitiewaarden en een bovengrens.

De geplande woning ligt binnen het gebiedstype “woonwijk”. Voor dit gebiedstype hanteert de gemeente voor industrielawaai een ambitiewaarde van ‘ rustig’ (45 dB(A)), met een bovengrens van ‘onrustig’ (55 dB).

bank

ING-bank 65.20.43.232

k.v.k.

64846148

Projectnummer Pagina

Activiteitenbesluit

22.130 2 van 4

De normen die van toepassing zijn staan gegeven in het Activiteitenbesluit: Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, mag ter plaatse van woningen van derden niet meer bedragen dan 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.

Voor het piekniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, mag ter plaatse van woningen van derden niet meer bedragen dan 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode. 3 Geluidbronnen Op het dak van de slagerij bevindt zich een afzuiging. Deze is gedurende de dagperiode in bedrijf. De afzuiging staat in principe in stand 1 in bedrijf en gedurende maximaal 1½ uur per dag in stand 3. Het bronvermogen is berekend op basis van metingen die ter plaatse zijn uitgevoerd tijdens een representatieve bedrijfsbelasting en bedraagt 70 en 76 dB(A) (zie bijlage 2). Het piekgeluid is gemeten en bedraagt 3 dB(A) hoger. Andere relevante (vast opgestelde) stationaire bronnen zijn niet aanwezig of worden volledig afgeschermd door bestaande aanwezige gebouwen. Door de gemeente is aangegeven de relevante geluidbronnen in beschouwing te nemen aan de zijde van de toekomstige woning.

De relevante mobiele geluidbronnen binnen de inrichting betreffen eigen bestelwagen en enkele personenauto’s. De bestelwagen rijdt een heel klein stukje over het terrein links naast de winkel. Aangegeven is dat deze maximaal 6 keer heen en weer rijdt op een dag (in de dagperiode). De personenauto’s blijven in principe op de openbare weg staan. Mogelijk dat er enkele dezelfde plaats als de bestelwagen gaan innemen als de bestelwagen niet aanwezig is. Uitgegaan is van circa 5 personenauto’s per dag. Bij de berekeningen is uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie. De opgaven van de hoeveelheden bewegingen zijn volgens de slagerij Linderman. De gehanteerde bronvermogens zijn berekend aan de hand van geluidmetingen aan soortgelijke voertuigen. Uitgegaan is van een bronvermogen van 92 dB(A) voor de eigen bestelwagen en 89 dB(A) voor de personenauto’s. De rijsnelheid op het terrein van de inrichting bedraagt 5 km/uur. De feitelijke lijnbron van de voertuigen is voor de berekening ingevoerd als een serie puntbronnen (zie bijlage 3, invoergegevens).

Projectnummer Pagina

4 Rekenresultaten

22.130 3 van 4

Door middel van een overdrachtsberekening zijn de equivalente en maximale geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig methode II.8 uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’. Hiertoe zijn gebouwen, geluidbronnen met bijbehorende bedrijfstijden en beoordelingspunten als coördinaten in een rekenmodel ingevoerd. De invoergegevens die zijn gebruikt bij de geluidoverdrachtsberekening zijn gegeven in bijlage 3. De bijbehorende schematische ligging van objecten, bronnen en beoordelingspunten zijn weergegeven in bijlage 3, figuur 2 tot en met 4.

De beoordelingspunten zijn gelegen ter plaatse van woningen van derden en liggen op een hoogte van 1,5 meter in de dagperiode en 5,0 meter in de avond en nachtperiode. De geluidniveaus zijn invallend berekend. Bij de berekening van de overdracht van geluid is uitgegaan van een afname van het geluidniveau door geometrische uitbreiding, door luchtabsorptie en door bodemabsorptie. De bodemfactor welke is gehanteerd in het model is 0,5 (akoestisch half zacht). Bij de berekening is rekening gehouden met reflecties binnen het bedrijfsterrein en de nabije omgeving. De bedrijfstijden van de verschillende immissierelevante geluidbronnen zijn in de berekening verdisconteerd.

Voor de bepaling van de maximale geluidniveaus is rekening gehouden met: -

bron 01-02, LAmax= Limaatgevende bron – Cm + een verhoging van 3 dB(A);

-

de bestelwagen en personenauto’s (001-002), LAmax= Limaatgevende bron – Cm + een verhoging van 3 dB(A) voor het optrekken en remmen.

-

extra bron 03. Voor het dichtslaan van portieren is een bronvermogen van 95 dB(A) gehanteerd.

Voor de bepaling van de maximale geluidniveaus kan de hoogste waarde worden aflezen in bijlage 3.2).

In bijlage 4 zijn de rekenresultaten opgenomen. In tabel 1 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus op de beoordelingspunten samengevat.

Tabel 1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en maximale geluidniveaus (LA,max) Beoordelingspunt,

Geluidbelasting LAr,LT en LAmax [dB(A)] * en **

Toekomstige woning Abdijweg

Dag

Avond

Nacht

(LAr,LT)

(LA,max)

(LAr,LT)

(LA,max)

(LAr,LT)

(LA,max)

02 Zuidwestgevel (voorgevel)

21

50

-

-

-

-

02 Noordwestgevel (zijgevel)

33

48

-

-

-

-

03 Noordwestgevel (zijgevel)

35

47

-

-

-

-

04 Noordwestgevel (zijgevel)

36

47

-

-

-

-

05 Noordoostgevel (achtergevel)

33

41

-

-

-

-

Projectnummer Pagina

*

: dagperiode

: 07.00 uur - 19.00 uur;

22.130 4 van 4

: avondperiode : 19.00 uur - 23.00 uur; : nachtperiode : 23.00 uur – 07.00 uur. **

: LAmax is gedefinieerd als kortstondige verhoging van het geluidniveau gemeten in meterstand "fast". Het piekgeluidniveau is bepaald door bij de geluidoverdrachtsberekeningen geen rekening te houden met een bedrijfsduur- en meteocorrectie.

Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de toekomstige nabij gelegen woning in de dagperiode maximaal 36 dB(A) bedraagt. De ambitiewaarde uit het beleid als de normen uit het activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau worden niet overschreden.

Het maximale geluidniveau ter plaatse van de toekomstige woning bedraagt maximaal 50 dB(A) in de dagperiode. Voor een uitgebreider overzicht van de immissieniveaus op basis waarvan de maximale geluidniveaus zijn bepaald wordt verwezen naar bijlage 4.2. De normen voor het maximale geluidniveau worden niet overschreden. 5 Conclusie Op basis van uit uitgevoerde onderzoek en berekeningsresultaten kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de toekomstige woning naast slagerij Linderman sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast zal de toekomstige woning geen nadelige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van Slagerij Linderman.

Ik verwacht u hiermee van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groet,

Ing. R.P.M. Munsterhuis Munsterhuis Geluidsadvies

Bijlagen: 1 tot en met 4

Bijlage 1

Situatie + 3D overzicht

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Situatie en 3D

22.130 Bijlage 1

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Situatie en 3D

22.130 Bijlage 1

Bijlage 2

Berekening bronvermogens

Linderman te Weerselo Berekening bronvermogen

22130 Bijlage 2

II2 GECONCENTREERDE BRON ___________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] : Alu conform : Bronhoogte [m] : Meetafstand [m] : Meethoogte [m] :

<Onderdeel> Afzuiging slagerij stand 1 26-9-2022 : : Continu ----HMRI-II.8 6,50 2,00 6,70

Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 20,5 37,0 44,2 42,2 48,7 46,9 43,7 34,2 20,3 53,0 Achtergr [dB(A)] : ----------DGeo [dB] : 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 DAlu*R [dB] : 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 DBodem [dB] : 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 37,5 54,0 61,2 59,2 65,7 63,9 60,7 51,2 37,3 70,0

II2 GECONCENTREERDE BRON ___________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] : Alu conform : Bronhoogte [m] : Meetafstand [m] : Meethoogte [m] :

<Onderdeel> Afzuiging slagerij maximale stand 26-9-2022 : : Continu ----HMRI-II.8 6,50 2,00 6,70

Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 25,5 40,8 49,3 54,0 54,0 52,1 48,4 41,7 29,4 59,3 Achtergr [dB(A)] : ----------DGeo [dB] : 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 DAlu*R [dB] : 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 DBodem [dB] : 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 42,5 57,8 66,3 71,0 71,0 69,1 65,4 58,7 46,4 76,3

Source Explorer V2.20

26-9-2022 15:43:54

Bijlage 3

Invoergegevens rekenmodel

Omschr. Afzuiging slagerij stand 1 Afzuiging slagerij maximale stand

Hoogte 6,50 6,50

Cb(D) 1,01 9,03

Cb(A) ---

Cb(N) ---

Tb(u)(D) 9,5100 1,5003

Tb(u)(A) ---

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Naam 01 02

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, bronnen

Tb(u)(N) ---

Lw 31 37,51 42,51

Lw 63 54,01 57,81

Lw 125 61,21 66,31

Lw 250 59,21 71,01

Lw 500 65,71 71,01

27-9-2022 10:28:40

Lw 1k 63,91 69,11

22.130 Bijlage 3

Lw 2k 60,71 65,41

Lw 4k 51,21 58,71

Lw 8k 37,31 46,41

Lw Totaal 69,96 76,29

Lwr Totaal 69,96 76,29

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Naam 01 02

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, bronnen

27-9-2022 10:28:40

22.130 Bijlage 3

Omschr. Bestelwagens Personenauto's

ISO_H 0,75 0,75

Lengte 10,33 10,13

Aantal(D) 12 10

Aantal(A) ---

Aantal(N) ---

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Naam 001 002

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, mobiele bronnen

Cb(D) 29,86 30,74

Cb(A) ---

Cb(N) ---

Gem.snelheid 5 5

Lw 31 ---

Lw 63 69,40 66,40

Lw 125 77,10 74,10

Lw 500 84,20 81,20

27-9-2022 10:27:48

Lw 250 81,40 78,40

22.130 Bijlage 3

Lw 1k 86,80 83,80

Lw 2k 86,20 83,20

Lw 4k 82,10 79,10

Lw 8k 77,80 74,80

Lw Totaal 91,98 88,98

Lwr Totaal 91,98 88,98

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Naam 001 002

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, mobiele bronnen

27-9-2022 10:27:48

22.130 Bijlage 3

Zuidoostgevel (zijgevel) Zuidoostgevel (zijgevel) Zuidoostgevel (zijgevel)

06 07 08

0,00 0,00 0,00

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Relatief Relatief Relatief

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Omschr. Zuidwestgevel (voorzijde) Noordwestgevel (zijgevel) Noordwestgevel (zijgevel) Noordwestgevel (zijgevel) Noordoostgevel (achterzijde) 1,50 1,50 1,50

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50 5,00 5,00 5,00

Hoogte B 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 ----

Hoogte C ------

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam 01 02 03 04 05

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, beoordelingspunten

----

Hoogte D ---------

Hoogte E ---------

Hoogte F -----Ja Ja Ja

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

27-9-2022 10:29:01

22.130 Bijlage 3

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, gebouwen Model: Groep:

22.130 Bijlage 3

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. nieuwe woning nieuwe woning nieuwe schuur woning nr 44 bestaand gebouw 44

Hoogte 5,50 8,50 3,00 8,50 8,50

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

06 07 08 09 10

Slagerij Linderman BV Slagerij Linderman BV bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw 42

7,50 9,00 3,00 2,00 4,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

11 12 13 14 15

Slagerij Linderman BV Slagerij Linderman BV bestaande woning 44 bestaand gebouw nr 44 bestaand gebouw 44

3,50 4,00 5,50 2,50 5,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

16 17 18 19 20

bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw 40 bestaand gebouw bestaand gebouw 40

3,00 4,50 7,00 7,25 8,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

21 22 23 24 25

bestaand gebouw 42 bestaand gebouw Slagerij Linderman BV, nok bestaand gebouw 40 bestaand gebouw 42

6,50 8,00 6,00 3,00 3,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

26 27 28 29 30

bestaand gebouw 54 bestaand gebouw 54 Slagerij Linderman BV schuur bestaand schuur nok

8,50 7,00 8,25 3,50 4,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

31 32 33 34 35

gebouw gebouw gebouw schuur schuur nok

2,50 4,00 5,50 2,30 4,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

36 37 38 39 40

schuur schuur woning woning woning

2,00 3,50 2,50 5,00 7,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

41 42 43 44 45

schuur schuur Slagerij Linderman BV Slagerij Linderman BV Slagerij Linderman BV

2,00 3,50 5,00 6,50 2,30

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

46 47

schuurtje schuurtje

2,50 4,00

0,00 0,00

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

27-9-2022 10:29:25

Omschr. Afzuiging slagerij stand 1 Afzuiging slagerij maximale stand dichtslaan deur auto piekgeluid

Hoogte 6,50 6,50 1,00

Cb(D) 1,01 9,03 0,00

Cb(A) ----

Cb(N) ----

Tb(u)(D) 9,5100 1,5003 12,0000

Tb(u)(A) ----

Lamax eerste model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Naam 01 02 03

Model: Groep:

Woning naast Slagerij Linderman Abdijweg te Weerselo Invoergegevens, Lamax bronnen

Tb(u)(N) ----

Lw 31 37,51 42,51 40,17

Lw 63 54,01 57,81 51,27

Lw 125 61,21 66,31 57,37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/822/documents/21275