Bestemmingsplan Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum En Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPREIMERWEG10-OW01
Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 8 11 11
Hoofdstuk 2 Beschrijvingvan het plan 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 16
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 28
Hoofdstuk 4 Milieu-en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed
33 33 33 34 36
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
38 40 41 42 44 46 46 48
Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets
Hoofdstuk 5 Juridischeplantoelichting 5.1 Juridische aspecten 5.2 Handhaving
49 49 51
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 53
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen
55 55 55 55
2
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Reimerweg 10 te Rossum en de Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum. Beide plandelen zijn gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Eigenaar (hierna; initiatiefnemer) van het perceel aan de Reimerweg 10 is voornemens om ter plaatse van hun gronden een herontwikkeling te laten plaatsvinden. Dit in het kader van bedrijfsmatige- en recreatieve doeleinden. Initiatiefnemer is eigenaar van een authentieke smederij waarbij midden in een landelijke omgeving, op traditionele wijze messen worden gemaakt. Gelet op het unieke concept, waarbij cursisten in enkele dagen een eigen authentiek mes maken, gevarieerd van een jachtmes, outdoormes tot koksmes met een zelf gesmeden lemmet, wil initiatiefnemer de avontuurlijke beleving nog specifieker op de cursisten overbrengen. Dit aangezien er sprake is van een specifieke doelgroep, bestaande uit echte avonturiers die niet altijd woonachtig zijn in Nederland. Hierdoor zijn recreatieve voorzieningen zowel noodzakelijk als een versterking van de beleving.
Initiatiefnemer wil om de beleving van het ambachtelijk maken van messen beter over te brengen twee ontwikkelingen op het perceel aan de Reimerweg 10 doorvoeren: Het bouwen van een nieuwe schuur voor de uitvoering van een specifieke vorm van smederij; een messensmederij waar messen in alle vormen en maten op ambachtelijke wijze worden gesmeed. Het realiseren van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) voor het verblijf van cursisten (kort verblijf van maximaal enkele dagen). Om de voorgenomen ontwikkeling aan de Reimerweg 10 te Rossum planologisch mogelijk te maken, wordt aan de Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum een landschapsontsierende asbesthoudende schuur gesloopt, met een oppervlakte van 118 m2. Dit om middels het beleid 'Buitengebied met kwaliteit' extra bebouwing mogelijk te kunnen maken. De voorgenomen ontwikkeling aan de Reimerweg 10, bestaande uit het toenemen van de bouwmogelijkheden, het verruimen van de woonbestemming, het realiseren van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) en het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten met een omvang van meer dan 50 m2 zijn niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Buitengebied 2010''. Om de gewenste ontwikkelingen ter plaatse van bovenstaande locaties mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.
Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan provinciale- en gemeentelijk beleid.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied, bestaande uit twee plandelen, ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierna wordt nader op beide plandelen in gegaan. 1.2.1
Reimerweg10 te Rossum
Het plandeel aan de Reimerweg 10 ligt ten noordwesten van de kern Rossum, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Dinkelland, sectie Q met perceelnummer 157. Het plandeel wordt omgeven door agrarische cultuurgronden en verspreid enkele agrarische bedrijfs- en woonpercelen. Het perceel aan de Reimerweg heeft een oppervlakte van 10.810 m2, omvat een woning met bijgebouwen en bestaat verder uit ruigte, tuin en wordt omgeven door een kleinschalig bos. In figuur 1.1 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Rossum weergegeven en in figuur 1.2 is de begrenzing van het plandeel weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
5
Figuur 1.1 Ligging plandeel Reimerweg 10 ten opzichte van de kern Rossum
Figuur 1.2: Begrenzing plandeel Reimerweg 10
6
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
1.2.2
Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum
Het plandeel aan de Laagsestraat 70 ligt ten noordoosten van de kern Oud Ootmarsum, eveneens in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het plandeel staat kadastraal bekend als (kadastrale) gemeente Dinkelland, sectie K met perceelnummers 725 en 726. Het plandeel wordt omgeven door agrarische cultuurgronden en verspreid enkele woonpercelen. Het plandeel omvat een woning, bijgebouwen en daarnaast onder andere groen en erfverharding. In figuur 1.3 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Oud Ootmarsum weergegeven en in figuur 1.4 is de begrenzing van het plandeel weergegeven.
Figuur 1.3: Ligging plandeel ten opzichte van de kern Oud Ootmarsum
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
7
Figuur 1.4: Begrenzing plandeel
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Voorliggend plangebieden liggen binnen het bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Buitengebied 2010'', vastgesteld op 18 februari 2010 en het bestemmingsplan ''Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'', vastgesteld op 29 mei 2018. Beide bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de gemeente Dinkelland. Onderstaand wordt voor beide plandelen het vigerende bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" en de strijdigheid toegelicht. 1.3.1
Reimerweg10 te Rossum
Ter plaatse van het plandeel aan de Reimerweg 10 te Rossum is de enkelbestemming 'Wonen' en de enkelbestemming 'Agrarisch-2' van toepassing. Binnen het plandeel zijn geen dubbelbestemmingen dan wel functie-/gebiedsaanduidingen van toepassing. In figuur 1.5 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Hierna wordt nader op de bestemmingen ingegaan.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" Bestemmingen 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Bouwregels Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat hoofdgebouwen, uitsluitend woonhuizen worden gebouwd, per bestemmingsvlak ten hoogste één woonhuis met één woning wordt gebouwd, een hoofdgebouw zal uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw en de inhoud van een hoofdgebouw zal ten hoogste de bestaande inhoud bedragen. De aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 3,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, het hoofdgebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, dan wel de gebouwen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw zijn gebouwd, in welk geval de bestaande afstand dan wel de bestaande situering ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw geldt.
Vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zullen ten hoogste op een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd en de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte, met een maximum van 350 m2. Tot slot zal de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, de aangebouwde bijgebouwen en de aangebouwde overkappingen bij een hoofdgebouw ten hoogste 75% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen. 'Agrarisch -2' De voor 'Agrarisch -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische- en cultuurhistorische waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer en extensief dagrecreatief medegebruik. Daaraan ondergeschikt: cultuurgrond, openbare nutsvoorzieningen, wegen en paden, beken, plassen, poelen, bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
9
vennen, sloten en/of andere watergangen en/of-partijen met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en overkappingen. Bouwregels Er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd. Strijdigheid Het realiseren van een extra bijgebouw ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van de bestemming 'Wonen' is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, dit aangezien onder meer het toegestane oppervlak van 50 m2 ten behoeve van een beroep aan huis wordt overschreden. Daarnaast is het realiseren van verblijfsrecreatie ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - 2' niet toegestaan, dit omdat de desbetreffende bestemming recreatievoorzieningen niet toestaat. Bovendien is de maximaal toegestane oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning niet toereikend voor de voorgenomen ontwikkeling, initiatiefnemer wil 90 m2 aan extra bijgebouwen toevoegen ten opzichte van de maximaal toegestane oppervlakte in de bestaande situatie. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming 'Wonen' te worden vergroot, teneinde alle beoogde bebouwing binnen de woonbestemming te situeren. Ook dient de toegestane oppervlakte aan bedrijfsmatige activiteiten alsook de toegestane oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de woonbestemming te worden verhoogd.
Om het voornemen te kunnen realiseren, dient het bestemmingsplan te worden herzien. 1.3.2
Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum
Ter plaatse van het plandeel aan de Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum is de enkelbestemming 'Wonen' en de enkelbestemming 'Agrarisch - 2' van toepassing. Daarnaast is binnen het plangebied, ter plaatse van de enkelbestemming 'Agrarisch - 2', de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' van toepassing. Verder zijn geen (dubbel)bestemmingen dan wel functie-/gebiedsaanduidingen van toepassing. In figuur 1.6 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Hierna wordt nader op de bestemmingen ingegaan.
Figuur 1.6: Uitsnede bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" Bestemmingen 'Wonen' 10
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Bouwregels Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt onder andere dat hoofdgebouwen uitsluitend als woonhuizen mogen worden gebouwd. Per bestemmingsvlak zal ten hoogste één woonhuis met één woning worden gebouwd. Daarnaast gelden er bouwregels voor de situering en maatvoering van de hoofdgebouwen alsook voor de bijgebouwen. Zo mag de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt. 'Agrarisch - 2' De voor 'Agrarisch -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische- en cultuurhistorische waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer en extensief dagrecreatief medegebruik. Daaraan ondergeschikt: cultuurgrond, openbare nutsvoorzieningen, wegen en paden, beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of-partijen met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en overkappingen.
Bouwregels Er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd. 'Waarde - Ecologie' De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de instandhouding en de realisatie van de Ecologisch Hoofdstructuur.
1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding (tek.no. NL.IMRO.1774.BUIBPREIMERWEG10-OW01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
11
12
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plan
2.1 Bestaande situatie Het plangebied, bestaande uit twee plandelen, ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In het buitengebied zijn een verscheidenheid aan functies aanwezig, dan wel planologisch toegestaan. Hieronder zal nader op de ruimtelijke omgeving alsook de bestaande situatie binnen de plandelen worden ingegaan, om vervolgens in 2.2 Toekomstige situatie de toekomstige situatie te beschrijven. 2.1.1
Reimerweg10 te Rossum
Ten noorden van het plandeel zijn agrarische (cultuur)gronden aanwezig. Hierbij bevindt zich in het verlengde aan de Reimerweg 12 een kleinschalig aannemersbedrijf en aan de Ootmarsumsestraat 7 een grondgebonden agrarisch bedrijf. Aan de oostzijde zijn eveneens agrarische (cultuur)gronden gesitueerd met in het verlengde, aan de Vennegoorsteeg een woonperceel. Ten zuiden en westen van het plangebied is aan de Reimerweg 13 een fruitboerderij aanwezig met agrarische gronden. Deze gronden zijn in gebruik voor de verbouw van fruit. Het betreft de teelt van fruit binnen kenmerkende tunnelkassen. In het verlengde zijn eveneens agrarische (cultuur)gronden aanwezig. Het plangebied zelf bestaat uit een woning met bijgebouwen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er sprake is van een opmerkelijke situatie waarbij de kopgevel van de woonboerderij richting het zuiden is gekeerd. Hierdoor ligt het kenmerkende achterveld met de niendeur aan de noordzijde. Gelet op de situering van het hoofdgebouw zijn de bijgebouwen voor de voorgevel gesitueerd. Dit vanwege de verlegging van de inrit in 2016. Hierdoor is een passende ontsluiting dan wel gebruik gerealiseerd. Het plandeel is aan de randen ingevuld middels een kleinschalig bos met hoog opgetrokken bomen. Binnen dit kleinschalig bos zijn enkele open plekken aanwezig. De beplanting zorgt voor een passende perceelsgrens.
In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. In figuur 2.2 en 2.3 zijn twee straatbeelden weergegeven.
Figuur 2.1: Luchtfoto Reimerweg 10 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
13
Figuur 2.2: Straatbeeld Reimerweg vanaf de Reimerweg (Bron: Google Maps)
Figuur 2.3: Straatbeeld Reimerweg, genomen vanaf de Vennegoorsteeg (Bron: Google Maps)
14
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
2.1.2
Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum
Het plandeel aan de Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum wordt aan de noordoost-, oost- en zuidzijde omgeven door graslanden. Direct ten noordwesten van het plandeel is de Laagsestraat gesitueerd. Ten westen van het plandeel, aan de overkant van de Laagsestraat, is een grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig. In de omgeving van het plandeel zijn nog meer grondgebonden agrarische bedrijven gelegen. Het plandeel zelf bestaat in de huidige situatie uit een woning in het noordwesten, welke wordt omsloten door bijgebouwen, erfverharding en tuinen. Aan de rand van het plandeel, ten oosten van het hoofdgebouw, is asbesthoudende landschapsontsierende bebouwing gelegen (zie ook figuur 2.6 en Bijlage 4 Asbestinventarisatie Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum). De overige gronden van het plandeel bestaan uit grasland en een bomenrij. Het plandeel is middels twee ontsluitingen op de Laagsestraat ontsloten, welke dienen om de woning en bijgebouwen te kunnen bereiken. In figuur 2.4 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven. In figuur 2.5 is een straatbeeld weergegeven. Op figuur 2.6 is de achtergelegen landschapsontsierende asbesthoudende bebouwing te zien.
Figuur 2.4: Luchtfoto Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
15
Figuur 2.5: Straatbeeld Laagsestraat 70, genomen vanaf de Laagsestraat (Bron: Google Maps)
Figuur 2.6: Achtergelegen astbesthoudende landschapsontsierende bebouwing Laagsestraat 70 (Bron: Google Maps)
2.2 Toekomstige situatie 2.2.1
Reimerweg10 te Rossum
Zoals in de aanleiding reeds is vermeld, betreft het voornemen een herontwikkeling ter plaatse van de gronden aan de Reimerweg 10 te Rossum. In dit plandeel zijn een nieuwe schuur en drie trekkershutten beoogd. Aangezien het voornemen tweeledig is, zal hieronder op de invulling worden ingegaan. Voor de gehele invulling wordt verwezen naar Bijlage 1 Ruimtelijke inpassing Reimerweg 10 te Rossum. Aan de Reimerweg 10 is sprake van een bestaand woonerf. Het erf kenmerkt zich door een woning en een bijgebouw. Gek genoeg staat de woning ten opzichte van het bijgebouw in tegengestelde richting. Het bijgebouw en het ontstane erf liggen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw. Dat is niet gebruikelijk voor erven in het essenlandschap. Het erf is op kaarten van rond 1900 reeds zichtbaar. Van het essenlandschap is weinig meer over. Het gebied heeft min of meer de kenmerken van een ontginning. In de nieuwe situatie is het voornemen om het erf de juiste structuur mee te geven. Dat betekent dat de noordelijke gevel van de woonboerderij wordt gepromoveerd tot voorgevel. De achtergevel staat daardoor richting het zuiden en houdt vervolgens een verbinding met de daar te bouwen schuren en functies op het (achter)erf zoals dat gebruikelijk is in deze landschappen. Voor de voorgevel van het gebouw is dan alleen nog ruimte voor een klein houthok.
Het bestaande bijgebouw maakt in de nieuwe situatie onderdeel uit van een concept waarbij men een cursus kan volgen om zelf een mes te maken. Dit betekent letterlijk het omvormen van een plaat staal tot een lemmet inclusief het maken van eigen heft. Dat betekent dat er ook sprake is van smeedwerk, maar dit kan niet gezien worden als een smederij gericht op de productie van messen. De vervaardiging geschied in de schuren ten oosten van het hoofdgebouw, welke een totale omvang hebben van 200 m2. Naast deze gebouwen is de realisatie van drie kleine recreatiewoningen beoogd, ten oosten van de bijgebouwen. Deze recreatiewoningen worden (per stuk) maximaal 30 m2 groot en gebouwd zonder een enkele boom te vellen. De recreatiewoningen worden dus gebouwd op de min of meer open plekken in het bestaande bos. 16
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
De bestaande inpassing van het perceel is verder toereikend. Wel wordt de rand voorzien van struikvormers. Wat betreft de exacte invulling qua bouwmogelijkheden ten behoeve van bijgebouwen wordt verwezen naar 3.3.2 Buitengebied met kwaliteit. In figuur 2.7 is een uitsnede van het ruimtelijk inpassingsplan weergegeven.
Figuur 2.7: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan 2.2.2
Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum
Het plandeel aan de Laagsestraat 70 betreft een locatie waar landschapsontsierende asbesthoudende bebouwing wordt gesloopt. Hieronder wordt ingegaan op de beoogde invulling van het betreffende plandeel. Voor de gehele invulling wordt verwezen naar Bijlage 2 Ruimtelijke inpassing Laagsestraat 70 te Oud Ootmarsum. In de beoogde situatie blijft de bestaande invulling van het plandeel grotendeels behouden. Het planvoornemen voorziet enkel in de sloop van 118 m2 aan landschapsontsierende astbesthoudende bebouwing. Daarnaast wordt nieuwe beplanting gerealiseerd om het plandeel landschappelijk in te passen en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te versterken. In figuur 2.8 is een uitsnede van het ruimtelijk inpassingsplan weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
17
Figuur 2.8: Uitsnede landschappelijk inpassingplan
18
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationaleomgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherpere keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Dit gelet op de kleinschaligheid wat betreft het voornemen. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijkeordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
19
3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
In voorliggend plan is niet sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar gaat om het toevoegen van drie recreatieve voorzieningen met een beperkte omvang naast extra bijgebouwen. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt de realisatie van drie recreatievoorzieningen en een extra bijgebouwen mogelijk gemaakt. Tevens wordt een asbesthoudende schuur met een oppervlak van 118 m2 gesloopt. Gelet op de jurisprudentie welke de omvang van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' heeft bepaald, wordt gesteld dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. in beginsel is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
OmgevingsvisieOverijssel
In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. 3.2.2
OmgevingsverordeningOverijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven. Per 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Overijssel 2024 inwerking getreden. Dat heeft niet geleid tot een 20
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
inhoudelijke beleidswijziging met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan, maar wel tot een nieuwe artikelnummering. Dat betekent dat als wordt verwezen naar de artikelnummers uit de oude provinciale verordening hier de nummers van nieuwe provinciale verordening gelezen moet worden. 3.2.2.1 UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel. 3.2.2.2 Generiekebeleidskeuzes(of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikelen 2.1.3, 2.1.4 en 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Tevens is artikel 2.12.4 aangaande locaties voor verblijfsrecreatie van toepassing. Hieropvolgend wordt aan de artikelen getoetst. Artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 1.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
21
dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voornemen voorziet in de realisatie van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) binnen een woonbestemming. Daarnaast voorziet het voornemen in de realisatie van een extra bijgebouw. Om een extra bijgebouw te kunnen realiseren, dit aangezien het totale toegestane oppervlak aan bijgebouwen wordt overschreden, wordt een asbesthoudend gebouw gesloopt. Hierbij blijven nagenoeg alle bomen behouden waarbij de recreatievoorzieningen (trekkershutten) op de open reeds zichtbare plekken worden gerealiseerd. Aangezien het een ontwikkeling is die plaatsvindt aangrenzend aan een bestaand woonperceel, naast dat er een beperkte toename aan verharding en bebouwing plaatsvindt, vindt een passende landschappelijke inpassing plaats waarbij aansluiting wordt gevonden bij de gebiedskenmerken. In het kader van de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik). In de paragraaf 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken' wordt nader op de lagen en ontwikkelmogelijkheden ingegaan.
Artikel 2.1.4 (Toekomstbestendigheid) In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij het initiatief zijn geen provinciale belangen in het geding. Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken'. Het initiatief is niet strijdig met de in het artikel bepaalde uitgangspunten. Artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is beruikt bij de ruimtelijke inpassen van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van een bijgebouw, de sloop van een bijgebouw ter plaatse van de slooplocatie en drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) als onderkomen voor de cursisten. Dit gelet op het meerdaagse programma. Gelet op de toelichting wat betreft het perceel in 2.1 Bestaande situatie worden de nieuwe bijgebouwen in lijn met de bestaande bebouwing aan de zuidoostzijde gerealiseerd, zodat er een passende clustering van de bebouwing is en de onbebouwde gronden.
Daarnaast is bewust gekozen voor het realiseren van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) in een bebosde omgeving in het kader van de cursus. Hierbij worden de open plekken ingevuld middels kleinschalige recreatievoorzieningen (trekkershutten). Tevens voorziet het voornemen in een versterking van de gebiedskenmerken middels het realiseren van een glooiende overgang naar de omliggende agrarische cultuurgronden. Hierbij wordt in het hoofdstuk Ontwikkelingsperspectieven' en Gebiedskenmerken' nader op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de bepaalde uitganspunten opgenomen in artikel 2.1.5.
Artikel 2.12.4 (locaties voor verblijfsrecreatie) lid 1:In afwijking van artikel 2.12.2 kan een bestemmingsplan de bouw van nieuwe recreatiewoningen mogelijk maken binnen gebieden die aangewezen zijn als 'locatie verblijfsrecreatie' als: verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden en; 22
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. lid 2: In afwijking van lid 1 mogen in gebieden die zijn aangewezen als 'locatie verblijfsrecreatie', alleen kleinschalige complexen toegestaan de bouw van nieuwe recreatiewoningen worden toegestaan als: die worden gerealiseerd in de vorm van een kleinschalig complex van recreatiewoningen; verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden, en de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.12.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In de voorgenomen ontwikkeling worden de kleinschalige recreatievoorzieningen (trekkershutten) binnen de woonbestemming gerealiseerd. Echter, gelet op de situering van het perceel, waarbij sprake is van een bebosde omgeving zal er een passende afscherming zijn ten opzichte van de hoofdwoning en bedrijf aan huis. Hierbij wordt in de regels uitgesloten dat de recreatievoorzieningen regulier bewoond mogen worden. De drie kleinschalige recreatievoorzieningen (trekkershutten) hebben een maximaal oppervlakte van 30 m2 en worden landschappelijk ingepast en afgeschermd. Hierbij zijn de recreatievoorzieningen (trekkershutten) in beperkte mate zichtbaar vanaf de weg.
Geconcludeerd wordt dat de realisatie van recreatiewoningen in overeenstemming zijn met de in artikel 2.1.2.4 vervatte uitgangspunten en geen belemmering vormt. 3.2.2.3 Ontwikkelingsperspectieven(waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende bestemminsplan, waarbij enkel sloopwerkzaamheden ter plaatse van het plandeel aan Laagsestraat plaatvinden, zal dit plandeel enkel qua verwoording worden verduidelijkt. Dit gelet op de kleinschaligheid van werkzaamheden dan wel de invulling van het perceel. Het plandeel aan de Reimerweg 10 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. Tevens geldt voor de westzijde van het plangebied de zone 'Ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland'.
'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kan gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalig mixlandschap in Overijssel. 'Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het Natuurnetwerk Nederland' Het ontwikkelingsperspectief 'Zone ondernemen met Natuur en Water' richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit.
Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, biedt de provincie ruimte aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. In figuur 3.2 is een uitsnede van Omgevingsverordening weergegeven. Het plangebied is met een blauwe omlijning aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
23
Figuur 3.2: Uitsnede Omgevingsverordeningskaart (Bron: Provincie Overijssel)
Wat betreft het plandeel aan de Laagsestraat is eveneens het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. Toetsing: van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' De uitbreiding van de smederij en de realisatie van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) passen binnen het 'kleinschalige mixlandschap'. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt de mogelijkheid geboden voor kwaliteitsverbetering ter plaatse. Dit zorgt voor een duurzaam toekomstperspectief voor het bedrijf. Daarnaast heeft het voornemen geen negatieve invloed op de bestaande natuur aangezien er een passende versterking plaatsvindt middels een landschappelijke inpassing. Voorliggende ontwikkeling voorziet juist in een kwalitatieve impuls voor het perceel gelet op een glooiende overgang. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.2.4 Gebiedskenmerken(hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc.
De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.
Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van beleving.
Gelet op de ligging van de plandelen, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, kan de 'Stedelijke laag' buiten beschouwing worden gelaten. Dit aangezien geen gebiedskenmerken voor deze laag van toepassing zijn. Hieronder wordt nader op de 'Natuurlijke laag', 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' en 'Lust en leisurelaag' ingegaan. Net zoals bij de ontwikkelingsperspectieven zal ter plaatse van het plandeel aan de Laagsestraat enkel qua verwoording op de situatie worden ingegaan.
24
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Natuurlijke laag Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in de stad en dorp. Het plandeel aan de Reimerweg ligt binnen het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. Hierna wordt nader op dit gebiedskenmerk ingegaan.
Figuur 3.2: Uitsnede 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) op onbebouwde gronden naast een uitbreiding aan bouwmogelijkheden middels een bijgebouw. De hoogteverschillen zijn gelet op de beperkte omvang van het plandeel aan de Reimerweg nauwelijks nog zichtbaar. Daarnaast zijn de gronden ter plaatse van het woonperceel al reeds geëgaliseerd gelet op het verkrijgen van een passend woonerf. De gronden ter plaatse van de beoogde trekkershutten zullen nagenoeg ongewijzigd blijven.
Hierbij wordt enkel ter plaatse van de open plekken drie kleinschalige verblijven gebouwd, wat geen invloed uitoefent op het watersysteem dan wel de beperkte aanwezige hoogteverschillen. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig, dan wel dat deze laag in zeer beperkte mate wordt aangetast. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de voormalige natuurlijke ondergrond. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plandeel aan de Reimerweg 10 ligt in het gebiedskenmerken 'Essenlandschap' In figuur 3.3 is een uitsnede van de 'Laag van agrarisch Cultuurlandschap' weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
25
Figuur 3.3: Uitsnede 'Laag van het agrarisch Cultuurlandschap' “Essenlandschap” Het essenlandschap is geordend vanuit de erven en de essen en de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting (met heideplaggen en stalmest) heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Ter plaatse van het plandeel aan de Laagsestraat is het gebiedskenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' van toepassing. Hierbij is de ambitie de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken.
Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen van toepassing. Met voorliggende situatie wordt een bestaande schuur gesloopt en wordt het gebied versterkt met een passende landschappelijke inpassing. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ligt binnen het gebiedskenmerk 'Essenlandschap'. Gelet op dit gebiedskenmerk is er sprake van een natuurlijke afbakening van het perceel ten opzichte van omliggende gronden. Hierbij is ter plaatse van het perceel sprake van een natuurlijke afscherming van de woning ten opzichte van de omliggende agrarische gronden. Het plandeel zal middels de landschappelijke inpassing glooiender dan in de huidige situatie worden ingericht. Op deze plek wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Laag van beleving' Beide plandelen liggen op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van beleving' binnen de laag 'Donkerte'. In figuur 3.4 is een uitsnede van de Omgevingsvisie Overijssel weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid.
26
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Figuur 3.4: Uitsnede 'Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel) 'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'laag van de beleving' De toekomstige invulling van het perceel aan de Reimerweg voorziet in een beperkte toename aan licht.
Dit gelet op drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) die gerealiseerd worden in een bosrijke omgeving. Ondanks dat er een toename is aan voorzieningen, zal de bebouwing passend worden afgeschermd waardoor geen hinder naar omliggende percelen te verwachten is. Tevens is het voornemen gericht op de beleving van de omgeving. Hierbij zal een toename aan kunstlicht niet passend zijn. Daarnaast bevinden de eerste omliggende woningen op een grote afstand. Ter plaatse van het plandeel aan de Laagsestraat zal een afname aan kunstlicht plaatsvinden. Dit vanwege het verwijderen van bebouwing. Het aspect 'donkerte' vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.2.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsest raat 70 Oud Ootmarsum
27
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
OmgevingsvisieDinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, cultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.
Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart behoort het plandeel aan de Reimerweg tot de lichtgroene zone. Dit betreft het 'Lichtgroen gekleurd landschap', gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Waarden: open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; modern erfopzet. Speel in op: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Het plandeel aan de Laagsestraat ligt binnen de middelgroene zone; Gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek.
Waarden: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historische herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde.
28
bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 10 Rossum en Laagsestraat 70 Oud Ootmarsum
Speel in op: de schaal van het landschap en afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie; Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van drie recreatievoorzieningen (trekkershutten) en een uitbreiding wat betreft het oppervlakte aan bijgebouwen. Gelet op de uitbreiding van bijgebouwen ter plaatse van de Reimerweg dient een schuur te worden gesloopt. Gelet op voorliggende bestemmingsplanwijziging zal het perceel landschappelijk worden ingepast waarbij wordt voldaan aan de behorende gebiedskenmerken. Hierbij vinden weinig wijzigingen, met uitzondering van de landschappelijke kwaliteitsverbetering als een glooiende overgang, het vellen van enkele bomen en het clusteren van bebouwing plaats. Zo zal het nieuwe bijgebouw aan de oostzijde van de bestaande woning worden gebouwd, waarbij een clustering plaatsvindt. Gesteld wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een toekomstbestendige ontwikkeling ter plaatse van het plandeel aan de Reimerweg plaatsvindt en inspeelt op ontwikkelmogelijkheden in het buitengebied.
Daarnaast vindt ter plaatse van het plandeel aan de Laagsestraat 70 een kwaliteitsverbetering plaats middels de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de aanplant en versterking van beplanting gelet op de gebiedskenmerken ter plaatse. 3.3.2
Buitengebiedmet kwaliteit
De verwachting is dat er tot 2030 in de gemeente Dinkelland circa 236.000 m2 en in Tubbergen circa 197.000 m2 agrarische bebouwing vrij komt. Het vrijkomen van dergelijke hoeveelheden agrarische bebouwing zal een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit, de vitaliteit en de sociaal-economische kwaliteit van het buitengebied van beide gemeenten. De impact die dit zal hebben stopt niet bij de gemeentegrenzen, maar is grensoverschrijdend. Er is dan ook geen sprake van verschillende ‘buitengebieden’, maar van één samenhangend buitengebied dat onderdeel uitmaakt van twee gemeenten (en wellicht nog breder getrokken kan worden). Dit komt niet alleen tot uiting door het feit dat beide gemeente plattelandsgemeenten zijn die qua landschapskenmerken en grondgebruik goed vergelijkbaar met elkaar zijn, maar ook in het gegeven dat beide gemeenten een zelfde visie voor het buitengebied nastreven. Deze visie is neergelegd in MijnOmgevingsvisie van beide gemeenten onder het speerpunt ‘Buitengebied in balans’. Gelet hierop en de grote opgave voor wat betreft vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied, wordt in deze beleidsregel als kwaliteitsimpuls nog nadrukkelijker ingezet op de sloop van vrijkomende agrarische bebouwing in beide gemeenten.
3.3.2.1 Uitbreidenvrijstaande bijbehorendebouwwerkenbij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen een veelvoud aan landschap ontsierende gebouwen wordt gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw- sloopverhouding: Extra oppervlakte Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten Tot en met 100 m2 1 m2 extra is 1 m2 sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 101 m2 tot en met 500 m2 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 2 2 2 501 m en meer 1 m extra is 3 m sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop 2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschapsontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6.