CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan.pdf

Commissie Omgeving & Economie 5 februari 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Weerselo, Vicarieweg 2”15.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De afstand van het bijgebouw tot bedrijven bedraagt 63 meter, en wordt dus niet verkleind. Door voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning in het bijgebouw. 4.7.4 Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.8 Wateraspecten Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

42

ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen.

Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie. Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt. Watertoetsproces Via de Digitale Watertoets is Waterschap Vechtstromen van de ontwikkeling op de hoogte gebracht. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat geen waterschapsbelang van toepassing is. Het plan heeft een geen invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.

4.9 Verkeer en parkeren Verkeer

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

43

Het plangebied is gelegen aan de Vicarieweg. Ter plaatse van het plangebied geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. De bestaande inritten van het perceel blijven in de nieuwe situatie gehandhaafd. Door het toevoegen van extra wooneenheden zullen er meer verkeersstromen ontstaan. Dit aantal kan op eenvoudige wijze via de Vicarieweg worden afgewikkeld. Parkeren Het parkeren in het kader van het gebruik van de woningen vindt deels plaats op eigen terrein. Twee parkeerplaatsen worden gerealiseerd op gemeentegrond. Hierdoor ontstaat er voldoende ruimte om te parkeren. Het aspect ‘’parkeren’’ levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan en voldoet aan het parkeerbeleid ‘’Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018’’.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

44

Toetsing De bestaande verhardingsoppervlaktes zijn in grote lijnen gehandhaafd omdat deze goede mogelijkheden bieden om functies als (terras)verblijf en parkeren een plek te geven. Er zijn wel wat aanpassingen gedaan ter optimalisatie van de functionaliteit en vormgeving maar deze zijn beperkt. De parkeerplaatsen op het erf zijn geclusterd op verschillende locaties, ten behoeve van een optimale bereikbaarheid van/naar de verschillende woningen. De clustering voorkomt tevens onnodige en ongewenste verspreiding van losse parkeerplaatsen op het terrein. Voor de 2 meest westelijke appartementen zijn de parkeerplaatsen aldaar geclusterd voor gezamenlijk gebruik. Voor de overige 3 appartementen zijn de parkeerplaatsen aan de oostzijde gesitueerd, waar zich ook de hoofdingang voor deze appartementen bevindt. Hoewel het huidige verharde erf hier voldoende ruimte biedt voor meerdere parkeerplaatsen is dit niet wenselijk, omdat dit teveel beeldverstoring zou geven in belangrijke zichtlijnen op de oude gevels. Parkeren aan de oostzijde van de vrijstaande schuur wordt dan als een betere oplossing gezien. Aangezien dit grotendeels buiten de erfgrens valt, zijn de gebruiks-/eigendomsrechten nader besproken met de Gemeente en hiervoor wordt een overeenkomst opgesteld. Gezien de aanwezige bomen kunnen aan de oostzijde van de schuur maximaal 2 parkeerplaatsen verantwoord ingepast worden.

De 2 parkeerplaatsen zijn voor exclusief gebruik van betreffende bewoners. Omdat een derde benodigde vaste parkeerplaats hier niet verantwoord is in te passen, is deze gesitueerd aan de westzijde van de schuur, maar dusdanig dat deze een minimale beeldverstoring geeft. Voor de woning en de 5 appartementen zijn er in totaal 8 parkeerplaatsen, conform de aangegeven parkeernorm. Daarnaast is er voldoende verhardingsruimte voor extra, tijdelijk parkeren.

Gewenste situatie waarbij parkeerplaatsen zijn aangegeven (Bron: bijlage 2 en 3 erfplan)

Conclusie

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

45

Het aspect ‘’parkeren’’ levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan en voldoet aan het parkeerbeleid ‘’Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018’’.

4.10Besluit milieueffectrapportage 4.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

46

motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.10.2 Situatie plangebied 4.10.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologische kaders voor het toevoegen van 3 wooneenheden. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, worden negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, voor wat betreft stikstof, uitgesloten. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig. Er is dan ook geen sprake van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.10.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het wijzigen van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden.

In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in dit wijzigingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

47

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit wijzigingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het splitsen van een bestaande woning in twee zelfstandige wooneenheden. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen.

Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit wijzigingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 4.10.2.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit wijzigingsplan.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

48

5 Juridische vormgeving 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 5.2 Opzet van de regels 5.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan.

Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

49

5.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1)

In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. •

Wijze van meten (Artikel 2)

Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;

•

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (goot- en bebouwingshoogte, etc.);

•

Nadere eisen: met het oog op het voorkomen van onevenredig aantasting van bepaalde aspecten kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de ondergeschikte punten;

•

Specifieke gebruiksregels: omschrijving van wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt gerekend;

•

Afwijkingen van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

5.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5)

Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

50

daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. •

Algemene bouwregels (Artikel 6)

In de algemene bouwregels is opgenomen dat bepaalde ondergeschikte bouwonderdelen de bouw c.q. bestemmingsgrenzen met 1,00 meter mag overschrijden. •

Algemene gebruiksregels (Artikel 7)

In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. •

Algemene afwijkingsregels (Artikel 8)

In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. •

Algemene wijzigingsregels (artikel 9)

In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. •

Overige regels (Artikel 10)

In dit artikel zijn de eisen ten aanzien van parkeren opgenomen. 5.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 5.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

51

keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 5.3.1 Wonen Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan, is het plangebied voorzien van de bestemming 'Wonen'. Gronden met de bestemming Wonen (Artikel 3) zijn bestemd voor wonen en daaraan ondergeschikt speelvoorzieningen, wegen en paden, water(huishoudkundige voorzieningen), openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en tuinen, erven en terreinen. Woningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Door middel van maatvoeringsaanduidingen is aangegeven hoeveel woningen in het bouwvlak zijn toegestaan (in voorliggend geval maximaal zes) en wat de maximale goot- en bouwhoogte mag zijn. 5.3.2 Tuin Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan, is het plangebied voorzien van de bestemming ‘’Tuin’’.

Gronden met de bestemming ‘’Tuin’’ (Artikel 4) zijn bestemd voor tuinen, geen erven zijnde, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woonhuizen met de daar bijbehorende bouwwerken.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

52

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘’Weerselo, Vicarieweg 2’’

53

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo

Inleiding, ’t Stift is een uniek stukje historie in de gemeente Dinkelland. Met zijn kerk, stift-huizen en omringende historische panden is het al een redelijk tot goed te benoemen toeristische trekpleister in Twente. Op ’t Stift zijn vele panden in privébezit en gelukkig redelijk tot goed onderhouden. Om het toerisme op ’t Stift nog een impuls te kunnen geven is het dan ook wenselijk dat vele panden en gronden behouden al dan niet onderhouden blijven in hun oorspronkelijke staat. De eigenaar van de Vicarieweg 2 heeft/had al vergevorderde plannen om tot sloop van de woonboerderij over te gaan en zodoende nieuwbouw op het dezelfde plek te realiseren. De Woonboerderij bestaat uit 3 wooneenheden, Vicarieweg 2,2A en 2B deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het plan van sloop zou door meerdere mensen uit de gemeenschap graag afgewend worden. De volgende tekst en uitleg gaan over het behouden van de Woonboerderij gelegen aan de Vicarieweg 2 op ’t Stift. 1

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo De woonboerderij dateert uit 1877 en had origineel 4 kappen. De woonboerderij is altijd in bezit geweest van huidige eigenaar.

De typische “wolfskap”, gelegen richting ‘t Stift met daarachter het rechte “achterhoes” zijn kenmerkend voor deze regio en verkeerd nog altijd in dezelfde toestand als destijds gebouwd.

2

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo

Tegenover de Woonboerderij staat de (monumentale) Vicarie deze was tot 1985 ook eigendom van de huidige eigenaar.

3

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo

Door het gebrek aan financiële middelen was de huidige eigenaar ten spijt genoodzaakt de Vicarie te verkopen. Tegenwoordig is de Vicarie gerenoveerd, bewoonbaar en worden de Vicarie en de woonboerderij zoals vaker gebruikelijk in de vorige eeuw, nog wel gezien als één “ensemble”.

4

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo

5

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo Rond 1900 was er in de Woonboerderij (die toen dienstdeed al Boerderij) ook een Herberg gevestigd. Er deden diverse doorgaande reizigers de herberg aan voor een overnachting, de woonboerderij had destijds dan ook een volledige vergunning. Hiervan zijn enkel de verhalen gebleven.

Het zou bijzonder, en naar verwachting goed voor het toerisme zijn als er weer een soortgelijke situatie zou ontstaan in de vorm van een B&B of iets soortgelijks.

6

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo De huidige eigenaar staat hier open voor en klaarblijkelijk zetten ze zich veel in voor de lokale gemeenschap. De complete groenvoorziening van de gehele Vicarieweg wordt al jaren zonder enig compromis door de familie gedaan, dit zodat er richting de toeristen altijd een positieve uitstraling richting de Vicarie is.

7

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo Tussen de Boerderij en de tegenovergelegen Vicarie, loopt de Vicarieweg. Deze weg was tot 1961 toen de nieuwe Bisschopstraat werd aangelegd, de hoofdweg (hoofdadder) tussen Tubbergen en Oldenzaal.

De beide gebouwen grenzen pal aan de Vicarieweg. Dit kwam vroeger vaker voor en is tegenwoordig niet erg meer gewenst. Omdat de Vicarieweg voor groot verkeer is afgesloten, en dit dus voor beide gebouwen (gezien het ensemble) ten goede komt, is het wenselijk de beide gebouwen ook zo blijven behouden. Door toeristen wordt met enige regelmaat van dit type bebouwing genoten.

8

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo Rond 1992 is de woonboerderij een transformatie ondergaan in de vorm van een verbouwing. Bij deze verbouwing is een gedeelte van de boerderij gesloopt (de meest noordelijke schuur). Deze schuur was in een dermate slechte staat, dat toentertijd is besloten om hem te slopen en de middelste schuur met 3 meter te verbreden, dit om daarin (inmiddels dienstdoende als woningVicarieweg 2) meer woongenot te creëren. Het aanzicht gezien vanaf de Bischopstraat is ingrijpend door deze verbouwing veranderd.

Het aanzicht aan de Vicarieweg is behouden gebleven en past nog steeds bij de contouren op ‘t stift. De eigenaar heeft/had tot voorkort al vergevorderde plannen om tot sloop van de huidige woonboerderij over te gaan met als doel, een nieuwbouwwoningen op eenzelfde plek te realiseren. Het is/was de bedoeling om de nieuwbouwwoningen 5 mtr verder noordelijk af de Vicarieweg te herbouwen. Doel van deze nieuwbouw is om het leefgenot in de woningen Vicarieweg 2A en 2B op het peil van 2020 te krijgen. De woningen ondervinden dagelijks problemen van vochtige vloeren, schimmels en verslechterende kapconstructies.

Dit plan was al gedeeltelijk goedgekeurd door het “Oversticht”. Het ensemble met de tegenovergelegen Vicarie zal door deze nieuwbouw volledig verstoord worden.

9

Behoud: Boerderijwoning Vicarieweg 2 ’t Stift te Weerselo Ook zal het aanzicht vanaf ’t Stift richting de woonboerderij niet meer passen in de contouren van ’t Stift. Het plan van nieuwbouw met een verschuiving van 5 meter richting noordelijke zijde is dan ook niet wenselijk. Er zijn diverse gesprekken gevoerd met monumentencommissies en instanties als het overzicht en gemeente. Een status als monument is dan ook afgewezen. Een complete tegenhouding van Nieuwbouw is in de huidige situatie niet mogelijk.

Na gesprekken met de eigenaar zijn ze bereid tot een compromis. Om de cultuurhistorische waarden van ’t Stift te blijven behouden en daarbij de woonboerderij gelegen aan de Vicarieweg, die deel uitmaakt van één ensemble met de tegenovergelegen Vicarie, stelt de familie het volgende voor. Om het gemeenschappelijk belang te behartigen, het behouden van de woonboerderij zoals hij nu staat en is vormgegeven. De familie zou na een interne renovatie, het mogelijk maken van 4 extra appartementen in de Vicarieweg 2A & 2B . Zodoende komt het totaal op 6 wooneenheden. De appartementen worden in de verhuur aangeboden. Dit zou ook inkomsten kunnen vergaren om in de kapconstructie aan te kunnen pakken.

10

Hobergenstraat 4 7665 AJ Albergen | 06-81 99 71 30 | info@burobuitengoed.nl | www.burobuitengoed.nl KvK: 63659379 | IBAN: NL08 RABO 0305 6125 73 | BTW: NL001582172B28

De Klinker Milieu Adviesbureau

VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 Vicarieweg 2 Weerselo

Datum:

23 februari 2023

Adviesbureau:

De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298

Rapportnummer:

K2320020

Opdrachtgever:

RAACC Adviesbureau Ringlaan 9 6961 KJ Eerbeek

Auteur: J.F. Eggink

Paraaf

Gecontroleerd door N. Looman

Paraaf

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten....................................................................................................................4 2.4 Informatie Omgevingsrapportage .............................................................................................5 2.5 Informatie Overheid ..................................................................................................................5 2.6 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................5 2.7 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................5 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................6 2.9

Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................6 2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................6 2.11 Hypothese en strategie .............................................................................................................7 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................8 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................8 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................8 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................9 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 10 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 10 4.2 Zintuiglijke waarnemingen .....................................................................................................

10 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 10 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 10 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 10 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 11 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 11 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 12 4.7 Interpretatie resultaten grond ............................................................................................... 12 4.8 Interpretatie resultaten grondwater ...................................................................................... 12 4.9 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 13 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................

14 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 14 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 14

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:

Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek Historische informatie Foto’s onderzoek

Rapportnummer: K2320020

1

1 INLEIDING In opdracht van RAACC Adviesbureau is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Vicarieweg 2 te Weerselo (gemeente Dinkelland). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2.500 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en voorgenomen bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden.

Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.

Rapportnummer: K2320020

2

2

VOORONDERZOEK

Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Weerselo (WSL02), sectie T, perceelnummer 2068 en 2069 (ged.) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie betreft een woonperceel met bebouwingen gelegen in het buitengebied ten noordwesten van Weerselo. Even ten westen van de locatie is het dorp Het Stift gesitueerd. Ten oosten van de onderzoekslocatie is de provinciale weg N343 gelegen.

Aan de provinciale weg is ten hoogte van huisnummer 62 een benzine-service-station gevestigd. De omgeving waarin de onderzoekslocatie is gelegen wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van agrarische en bosrijke gebied. Plaatselijk zijn kleinschalige bedrijfslocaties en/of woonpercelen gesitueerd.

Figuur 1: Overzicht onderzoekslocatie (blauwe stippellijn)

Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 27 januari 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Het terrein is bebouwd met een woonhuis met bijgebouwen. Het woonhuis, gebouwd omstreeks 1850, is opgetrokken uit metselwerk en voorzien van een zadeldak bedekt met dakpannen. De bijgebouwen staan verspreid over het perceel en zijn allen opgetrokken uit metselwerk met houtvakwerk en voorzien van een zadeldak bedekt met dakpannen.

Rapportnummer: K2320020

3

Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.

foto 1

foto 2

foto 3

foto 4

foto 5

foto 6

foto 7

foto 8

foto 9

Tijdens de locatie-inspectie is gebleken dat op geen van de bestaande bebouwingen een asbestverdachte dakbedekking aanwezig is. In dat geval is er geen sprake van verdachte druppelzones. 2.3 Historische kaarten Onderstaand is een schematische weergave gegeven van historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, uit de periode van 1900 tot heden. Er zijn op de historische kaarten, voor zover zichtbaar, geen verdachte zaken waar te nemen die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten. De provinciale weg N343 is omstreeks eind jaren zeventig aangelegd.

1900

Rapportnummer: K2320020

1925

1950

4

1975

1990

2020

2.4 Informatie Omgevingsrapportage Uit de omgevingsrapportage Overijssel blijkt binnen het aangegeven zoekgebied (onderzoekslocatie) is geen relevante (bodem)informatie beschikbaar is. 2.5 Informatie Overheid Bij de gemeente Dinkelland zijn eveneens geen relevante bodemgegevens van de onderzoekslocatie en direct aangrenzende percelen bekend. 2.6 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart gelegen in deelgebied ‘163 Dinkelland Wonen’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: wonen - Bodemfunctieklasse: wonen - Toepassingsklasse: wonen (bron: informatie Regionale bodemkwaliteitskaart regio Twente, 23 maart 2018). 2.7 Asbestdakenkaart Op de locatie zijn volgens de provinciale asbestdakenkaart geen bebouwingen aanwezig welke verdacht zijn op de aanwezigheid van asbest (dakvlakken).

Figuur 2: Overzicht onderzoekslocatie asbestdakenkaart

Rapportnummer: K2320020

5

2.8 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B28H1629 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:

Figuur 3: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)

De regionale grondwaterstroming is Noordwestelijk gericht (bron: provincie Overijssel). 2.9 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. Wel wordt opgemerkt dat op circa zeventig meter in oostelijke richting een autogaragebedrijf met benzine-service-station is gevestigd. Ter plaatse van het autogaragebedrijf is plaatselijk in de bodem een lichte verontreiniging met minerale olie en in het grondwater een sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten vastgesteld. In de jaren negentig heeft bij het tankstation een sanering plaatsgevonden. De verontreiniging is volledig verwijderd. In 2007 is op het terrein een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd. 2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie is niet of onvoldoende bekend. Er zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging.

Rapportnummer: K2320020

6

2.11 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie

Oppervlakte (m²)

Hypothese

Verdachte stoffen

Verdachte bodemlaag

Strategie*

Gehele terrein

Ca. 2.500

Onverdacht

-

-

ONV-NL

* ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie

Indien in de geanalyseerde grond- en/of grondwatermonsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.

Rapportnummer: K2320020

7

3

ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2.500 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie

Veldwerk

Analyses

Gehele terrein

9 boringen tot 0,5 m-mv en 2 boringen tot 2,0 m-mv en 1 peilbuis

2x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater

De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie

Aantal boringen (excl. peilbuizen)

Aantal peilbuizen

Gehele terrein

9 boringen tot 0,5 m-mv (2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 12) 2 boringen tot 2,0 m-mv (8, 11)

1 peilbuis (PB1, filterstelling 1,6-2,6 m-mv)

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 27 januari 2023 (boorwerkzaamheden) door de heer W. Lichtenberg en op 7 februari 2023 (monsterneming grondwater) door de heer D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren Lichtenberg en Van Konijnenburg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.

Rapportnummer: K2320020

8

3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie

Monster

Samenstelling

Traject (m-mv)

Analyse

Gehele terrein

MMBG01

G

1-1, 2-1, 3-1, 4-1, 5-1, 6-1

0,00-0,50

Standaardpakket grond

MMBG02

G

7-1, 8-2, 9-2, 10-2, 11-2, 12-2

0,00-0,65

Standaardpakket grond

MMOG03

G

1-2, 1-3, 1-4, 1-5, 8-3-, 8-4, 11-3, 11-4, 11-5

0,50-1,80

Standaardpakket grond

PB01

W PB01-1

1,60-2,60

Standaardpakket grondwater

G=grond W=grondwater

Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond

Grondwater

Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn

*

*

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))

*

PCB (7)

*

Minerale olie

*

*

Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen

*

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)

*

Geleidbaarheid, pH en troebelheid

*

Organische stof en lutum

Rapportnummer: K2320020

*

9

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring 01 van onderhavig onderzoek welke als peilbuis is afgewerkt. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00-1,20 1,20-1,80 1,80-2,10 2,10-2,60

Bodemsamenstelling Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus Zand, matig grof, zwak siltig Leem, sterk zandig Zand, matig grof, matig siltig

Kleur Donker zwartbruin Lichtbruin Lichtgrijs Licht bruingrijs

Opmerkingen -

4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring

Traject (m-mv)

Zintuiglijke afwijking

2

0,00-0,50

Sporen baksteen

11

0,15-1,00

Zwak wortelhoudend

4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuis is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis

Plaatsingsdatum

Bemonsteringsdatum

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad pH

Geleidbaarheid EGV (µS/cm)

Troebelheid (ntu)

PB01

27-01-2023

07-02-2023

1,60-2,60

1,30

6,4

340

2,83

Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De opgeboorde grond is eveneens visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 “Monsterneming en analyse van asbest in bodem” of NEN-5897 “Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat” heeft plaatsgevonden. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop).

Rapportnummer: K2320020

10

De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde1 tussenwaarde2

= =

interventiewaarde

=

referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek

De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde

= = = =

niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd

De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.

Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota.

1

Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.

2 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.

Rapportnummer: K2320020

11

Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)

(b)

= = =

Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie

De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X

7

16

27

37

Y

2

3

4

5

4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.4 zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4.4: Resultaten toetsing Monster (traject)

Beoordeling

Kritieke parameter

MMBG01 (0,00-0,50 m-mv)

+

Lood, PAK (10 VROM)

Wonen

MMBG02 (0,00-0,65 m-mv)

-

-

Achtergrondwaarde

MMOG03 (0,50-1,80 m-mv)

-

-

Achtergrondwaarde

Toetsing Wbb

Toetsing Bbk Beoordeling

Grond

Grondwater PB01 (1,60-2,60 m-mv)

-

-

+ ++ +++

< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde

n.v.t.

4.7

Interpretatie resultaten grond  In het bovengrondmengmonster MMBG01 is een licht verhoogd gehalte aan lood en PAK (10 VROM) aangetoond;  In het bovengrondmengmonster MMBG02 en het ondergrondmengmonster MMOG03 zijn geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetroffen.

4.8

Interpretatie resultaten grondwater  In het grondwatermonster uit peilbuis 1 zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.

Rapportnummer: K2320020

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/816/documents/20982