Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11.pdf
Tekst van het document
30
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld en om de uitleg daarvan.
RO standaarden 2012 In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Om dit mogelijk te maken zijn de RO standaarden ontwikkeld. De SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen) bevatten de normen die van toepassing zijn op de vormgeving en inrichting van onder andere het bestemmingsplan, met het doel om deze op vergelijkbare wijze op te bouwen en weer te geven. Deze uniforme opbouw maakt het eenvoudig bestemmingsplannen te tonen en te raadplegen, wat gebeurt via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Deze site toont een overzichtskaart met alle bestemmingsplannen. Door een bestemmingsplan te selecteren kunnen vervolgens ook de bijbehorende regels en de toelichting worden geraadpleegd. Bestemmingsplannen worden hiertoe gecodeerd op basis van IMRO 2012 om digitale publicatie mogelijk te maken. Aan deze digitale wijze van publicatie is gekoppeld dat de digitaal gepubliceerde versie van het bestemmingsplan de juridisch bindende versie is.
Planvorm Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangegeven. Aan de afzonderlijke bestemmingen zijn gebruiks- en bouwmogelijkheden toegekend in de planregels.
De toelichting heeft geen juridische betekenis, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
Voor dit bestemmingsplan is gekozen voor een directe planvorm. Het gehele plan kent een directe wijze van bestemmen. Dit wil zeggen dat een aanvraag omgevingsvergunning direct aan het bestemmingsplan getoetst kan worden en indien de aanvraag passend is een omgevingsvergunning afgegeven kan worden. Hiervoor zijn geen wijzigings- of uitwerkingsprocedures nodig. In de bestemmingsregels zijn kaders gesteld ten aanzien van de gebruiks- en bouwmogelijkheden.
5.2 Opzet De planregels zijn als volgt opgebouwd: bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 31
In hoofdstuk 1 komen de 'Inleidende regels' aan bod. Het betreft hier de 'Begrippen' en de 'Wijze van meten'; In hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels', zijn de regels behorende bij de verschillende bestemmingen opgenomen. Per hoofdfunctie is een bestemmingsregeling opgenomen, bestaande uit: 1. bestemmingsomschrijving: een beschrijving waarvoor de gebouwen en gronden gebruikt mogen worden; 2. bouwregels: een beschrijving van de toelaatbare bouwwerken; en indien van toepassing: 3. nadere eisen: nadere eisen die gesteld worden; 4. afwijken van de bouwregels: bevoegdheid van burgemeester en wethouders; 5. specifieke gebruiksregels: verbod op bepaald gebruik van gronden; 6. afwijken van de gebruiksregels: bevoegdheid van burgemeester en wethouders; 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 9. wijzigingsbevoegdheden: mogelijkheden om het bestemmingsplan te wijzigen; Hoofdstuk 3 'Algemene regels', bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn op elke bestemming uit hoofdstuk 2; Tot slot zijn de 'Overgangs- en slotregels' opgenomen in hoofdstuk 4.
5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.3.1
Enkelbestemmingen
Wonen Voor de Timmusweg 11 en het perceel van de voormalige Alpentuin en het daarachter gelegen perceel is de bestemming 'Wonen' opgenomen. De bestaande woning is door middel van een bouwvlak, voorzien van de maximale maatvoering, op de huidige locatie weergegeven. In de planregels is vastgelegd dat er ten hoogste 1 woning mag worden gerealiseerd. De voormalige Alpentuin en het daarachter gelegen perceel zijn ook voorzien van een woonbestemming met bouwvlak. Daarnaast is voor deze percelen de aanduiding 'bijgebouwen' opgenomen. In de planregels is vastgelegd dat ter plaatste van de aanduiding 'bijgebouwen' geen hoofdgebouw is toegestaan en dat bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak gerealiseerd moeten worden. De bijbehorende bouwwerken mogen ter plaatste van de aanduiding 'Bijgebouwen' een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. Door middel van de figuur 'relatie' is aangegeven dat deze gronden deel uit maken van de gronden die behoren bij de betreffende woning aan de Timmusweg 11. In de bouwregels is de gezamenlijke oppervlakte door middel van een aanduiding gemaximaliseerd op 356,3 m2 en 94,7 m2 . De inrichting van het plangebied dient te voldoen aan het inrichtingsplan. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
Hiermee kan worden voldaan aan de eisen van de schuur-voor-schuur-regeling (zie paragraaf 3.3.2) Binnen deze bestemming worden kleinschalige beroepen- en bedrijven aan huis toegestaan. Ook is het toegestaan om bij deze bestemming behorende voorzieningen te plaatsen, zoals tuinen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen, parkeervoorzieningen en water. 5.3.2
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel (artikel 4) De anti-dubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de anti-dubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Algemene bouwregels (artikel 5) Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Met deze regeling wordt voorkomen dat bestaande situaties die afwijken van de maatvoering ingevolge 32
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
hoofdstuk 2 van de regels – onbedoeld – geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan vallen.
Overschrijding van bouwgrenzen Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de kaart aangeduid met een dikke lijn. De overschrijding van de bouwgrenzen dient wel beperkt te zijn.
Parkeergelegenheid Dit is een regeling ten aanzien van aan te houden parkeernormen en de regels uit het 'Facetbestemmingsplan Parkeren' van de gemeente Dinkelland.
Algemene gebruiksregels (artikel 6) In dit artikel is bepaald welk gebruik in ieder geval als strijdig wordt gezien.
Overige regels (artikel 7) In een aantal gevallen wordt in dit plan verwezen naar een (andere) wettelijke regeling, begrip en/of functie uit die andere regeling. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van onderhavig plan. Wijziging van de wettelijke regeling na de vaststelling zou anders een wijziging van onderhavig plan met zich mee kunnen brengen, zonder dat hiertoe is besloten door de gemeenteraad. 5.3.3
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 8) Overgangsrecht bouwwerken Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is geregeld in dit artikel. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag.
Overgangsrecht gebruik Dit artikel betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt.
Slotregel (artikel 9) Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 33
34
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op grondexploitatie.
6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.
Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 19 januari 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn twee zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn opgenomen in de zienswijze nota (bijlage 6) van de gemeente Dinkelland.
6.2 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de aanvrager. Deze beschikt over voldoende financiële middelen om het voornemen te bekostigen. Hiermee is aan de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond.
Grondexploitatie Doel van de grondexploitatieregeling is het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal door de gemeente. De gemeente heeft hierdoor meer sturingsmogelijkheden. Daarnaast kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden.
In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatie regeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor is tussen de gemeente en de initiatiefnemers een (anterieure) overeenkomst gesloten. Hier zijn onder andere het verhalen van eventuele planschade- en het verhalen van de kosten met betrekking tot het opstellen van het bestemmingsplan in geregeld. Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd.
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 35
36
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 37
Bijlage 1
38
Inrichtingsplan
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
Aan te planten begroeiing 1 gemengd plantsoen (ca. 60m2)
0 200
2 Bestaande begroeiing bestaande uit: - Taxus - Rododendron - Hulst - Krent - Hazelaar
2000
3 weide
00 160
0 200
Tim
1
- Taxus Baccata 120/140 (7 stuks) - Ilex Aguifolium 100/120 (7 stuks) - Amelanchier Lamarkii 80/100 (18 stuks, bosplantsoen) - Corylus Avellanna 80/100 (18 stuks, bosplantsoen) - Rhododendron Catabiense Elegans 40/50cm (12 stuks)
24000
00 660
2 gemengd plantsoen (ca. 130m2)
nieuw te plaatsen schuur
0 300
0 00 11
eg sw mu
- Tillia Cordata 120+ (6 stuks, bosplantsoen) - Alnus Glutinosa 120+ (6 stuks, bosplantsoen) - Corylus Avellanna 80/100 (30 stuks, bosplantsoen) - Amelanchier Lamarkii 80/100 (30 stuks, bosplantsoen) - Crataegus Monogyna 80/100 (30 stuks, bosplantsoen) - Ligustrum Vulgare 80/100 (30 stuks, bosplantsoen)
H 3 gemengd plantsoen (ca. 50m2)
erf
- Tillia Cordata 120+ (3 stuks, bosplantsoen) - Alnus Glutinosa 120+ (3 stuks, bosplantsoen) - Corylus Avellanna 80/100 (15 stuks, bosplantsoen) - Amelanchier Lamarkii 80/100 (15 stuks, bosplantsoen) - Crataegus Monogyna 80/100 (15 stuks, bosplantsoen)
er f-
er f
G
paardenbak
weide
zic ht
lijn
F E
4 gemengd plantsoen (ca. 165m2)
41 00 0
40 00
- Taxus Baccata 120/140 (15 stuks) - Ilex Aguifolium 100/120 (15 stuks) - Amelanchier Lamarkii 80/100 (50 stuks, bosplantsoen) - Corylus Avellanna 80/100 (50 stuks, bosplantsoen) - Rhododendron Catabiense Elegans 40/50cm (35 stuks)
Tim
C erf
mu sw eg
4
D
Bestrating B
Bestaande bestrating bij Timmusweg 11 bestaat uit oud gebakken rode klinkers in waal- en dik-formaat.
I A tuin
Bestaande begroeiing bestaande uit: - Taxus - Rododendron - Hulst - Krent - Hazelaar
Dezelfde klinkers zullen ook worden gebruikt als bestating voor de te bouwen schuur tegenover Timmusweg 11
J
Inrichtingsplan - 'Over de weg erf ' A B C D E F G H I J
Woonhuis - Bestaand Zwembad - Bestaand Schuur - Bestaand Berging/ Garage - Bestaand Kantoor - Bestaand Schuurtje voor opslag - Bestaand Paardenstallen - Bestaand Schuur/ Berging - Nieuw te bouwen 'Sluis' tussen woonhuis en zwembad - Bestaand Verplaatsbaar chalet - Bestaand
Wijziging bestemming Modeltuin Timmusweg te Agelo
26-03-2020
f
b
30-03-2020
g
c
24-09-2020
h
d
02-12-2020
i
Get: Gew:
e Blad: Boekweit 17, 7577 HM Oldenzaal
I-01
Werk:
2018-006-Mzb
j Schaal: 0541-712833
1:200 www.xlbo.nl
info@xlbo.nl
Bijlage 2
40
Brief gemeente 14-05-2020
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
semeenre
<> <>
-
-
Dinkelland
-
Timmusweg 11 7636 PN Agelo
lnlichtingen bij
Zaaknummer
Uw kenmerk
Fysieke leefomgeving
zD-2020-001 095
Documentnummer DD-2020-00 t 4675
-Ondenverp
Bijlagen:
Slopen schuur in relatie tot mogelijkheid deelname Schuur voor schuur regeling
Verzenddatum
Geachte
14 mei 2020
heerf,
Op 11 mei 2020 heeft u een aanvraag om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor het perceel Ïimmusweg 11 en de daartegenover gelegen percelen, kadastraal bekend: Ootmarsum, sectie C, perceel nummers 2164 en 321 1. Op laatstgenoemd perceel staat een schuur die u in het kader van de Schuur voor schuur regeling wilt slopen. Een drietal omwonenden van de schuur hebben per mail van 1 mei 2020 aangegeven dat de desbetreffende schuur in zeer slechte staat is en hebben ons verzocht om de sloop van de schuur als noodzakelijk te bestempelen. U heeft aangegeven de schuur wel vroegtijdig te willen slopen, maar dan wel de mogelijkheid wilt behouden om de schuur in het kader van de Schuur voor schuur regeling in te kunnen zetten. ln deze brief leest u onze reactie.
Status van de schuur Op onderstaande situering is met een pijl aangegeven welke schuur het betreft
\ ils00 c 21la
oÍsm c ttó t0À
\"
t Í
rcÈ
Êa
dsm c 2r!6
Op 12 mei 2020 is onze toezichthouder ter plaatse geweest. Gebleken is dat de schuur in zeer slechte staat verkeert. De wanden eromheen zijn niet meer in tact, hier en daar laten planken los, zijn er gedeeltes weg, de schuurdeuren kunnen niet meer dicht, etc.. De constructie van het hoofdgebouw is nog redelijk. De constructie van de aanbouw is zodanig aangetast dat deze niet geheel veilig ls. De asbestgolfplaten, die als dakbeschot functie hebben, liggen niet meer goed vast en verkeren in zeer slechte staat. Hier en daar zitten er gaten in en enkele platen zUn al naar beneden gevallen. Over het algemeen kan niet gegarandeerd worden dat dit gebouw nog in veilige staat verkeert en wordt geadviseerd het gebouw te laten slopen.
rac
Schuur voor schuur regeling U wenst gebruik te maken van de Schuur voor schuur regeling. Voor het kunnen deelnemen aan deze regeling is het van belang dat deze bebouwing niet eerder wordt gesloopt dan dat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Enezijds heeft dat te maken met het feit dat de bebouwing aanwezig moet zijn ten tijde van vaststelling van het plan en andezijdi met de mogetijkheid dàt derde(n) beroep kunnen instellen tegen het bestemmingsplan. Op grond van artikel4:84 Algemene wet bestuursrecht kan van vastgesteld beleid worden afgeweken indien het vasthouden aan het beleid voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Gelet op de reeds ingediend aanvraag om heziening van het bestemmingsplan en gelet op de geconstateerde staat van de desbetreffende schuur waarbij de veiligheid niet langer gegarandeerd kan worden zijn wij van mening dat er sprake is van een dergelijke bijzondere omstandigheid. Wij stemmen dan ook in met de voortijdige sloop van de schuur, waarbij de sloopmeters alsnog ingezet kunnen worden voor de Schuur voor schuurregeling,
Voor de volledigheid merken wij op dat voor de sloop eerst de benodigde sloopmelding gedaan en geaccepteerd moet worden. Verder attenderen wij u er op dat dit antwoord gebaseerd is op het huidige beleid en dat de gemeenteraad uiteindelijk het besluit neemt en dit anders kan luiden. Heeft u vragen?
Danhorenwijgraagvanu,Ukuntcontactopnemenmet-vandeafdelingFysieke leefomgeving via 0546-628000 of qemeente@tubberoen.nl. Wilt u dan het zaaknummer vermelden? Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders, teamcoach Fysieke leefomgeving
G.J.A. Kleijssen
2
Bijlage 3
Quickscan ecologie
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 43
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN TIMMUSWEG TE AGELO
Eindrapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN TIMMUSWEG TE AGELO
rapportnummer 2020.3640 augustus 2020 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Adviesbureau Mertens B.V.
Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2020. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING .................................................................................................................................................................................... 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN ........................................................................................................................................ 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................................................. 4 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................................................... 4
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ................................................................................................5 2.1 WET NATUURBESCHERMING ................................................................................................................................................... 5 2.2 RODE LIJST ................................................................................................................................................................................. 5
3. METHODE............................................................................................................................................................ 7
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING .......................................................................................8 4.1 FLORA .......................................................................................................................................................................................... 8 4.2 VLEERMUIZEN ............................................................................................................................................................................ 8 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN ............................................................................................................................................................ 8 4.4 BROEDVOGELS .......................................................................................................................................................................... 9 4.5 AMFIBIEËN .................................................................................................................................................................................. 9 4.6 VISSEN.........................................................................................................................................................................................
9 4.7 REPTIELEN .................................................................................................................................................................................. 9 4.8 OVERIGE ..................................................................................................................................................................................... 9
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .....................................................................................................................10
GERAADPLEEGDE LITERATUUR .......................................................................................................................11
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................. 12 1. PLANGEBIED ..........................................................................................................................................13 2. BEGRIPPEN ............................................................................................................................................14 3. VOORWAARDEN ....................................................................................................................................16
Adviesbureau Mertens
1
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
1. INLEIDING
1.1 Inleiding
Er is het voornemen voor de sloop van een bestaande schuur, bouw en het gebruik van een nieuwe schuur aan de Timmusweg te Agelo. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. In het kader daarvan is door Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen een analyse gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer aanwezige beschermde natuurwaarden. Hierbij ligt de focus op flora en alle diergroepen waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat beschermde soorten voor kunnen komen in het plangebied. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
N▲
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Timmusweg te Agelo.
1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Timmusweg te Agelo is een braakliggend perceel gelegen met aan de oostzijde een schuur. Recentelijk is op dit perceel de beplanting, vijver verwijderd. De randen zijn ingepland met klimop of bestaan aan de wegzijde uit bestaande laurierstruiken. Het plan is om op dit perceel één vrijstaande schuur met landschappelijke inpassing te realiseren waarbij de bestaande schuur wordt gesloopt. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op maandag 13 maart 2020.
Adviesbureau Mertens
2
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Timmusweg te Agelo.
Adviesbureau Mertens
3
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied aan de Timmusweg te Agelo? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie? 3. Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor?
1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.
Adviesbureau Mertens
4
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn: in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Overijssel wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.
Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen Adviesbureau Mertens
5
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
6
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
3. METHODE Op maandag 13 maart 2020 is een bezoek gebracht aan het plangebied aan de Timmusweg te Agelo en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.
Adviesbureau Mertens
7
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING 4.1 Flora Het plangebied en directe omgeving aan de Timmusweg te Agelo is volledig in cultuur gebracht. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op maandag 13 maart 2020 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.
4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In de te slopen schuur zijn geen geschikte openingen in de muren en dakaansluitingen vastgesteld waarin vleermuizen kunnen verblijven. Gedurende het verkennend veldonderzoek op maandag 13 maart 2020 zijn geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals uitwerpselen en afgebeten vleugels van vlinders. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Het plangebied grenst aan de Timmusweg. Deze weg wordt in de huidige vorm behouden. Vleermuizen kunnen de weg blijven gebruiken als begeleidend element. Negatieve effecten op migratie- of vliegroutes worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er sporadisch gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (pioniervegetatie, openheid e.d.).
Door de openheid van het plangebied en omgeving kunnen vleermuizen zich minder oriënteren. Het plangebied en directe omgeving is als gevolg van de aanwezige ecotopen en openheid niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. Effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Er zijn tijdens het veldbezoek geen sporen als uitwerpselen, holen of graafsporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van internationaal beschermde grondgebonden zoogdieren. Voor marters en bijvoorbeeld egel is het gebied te veel in cultuur gebracht. Bovendien ontbreken in het plangebied en omgeving elementen als ruigten, struweel en takkenhopen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor deze soorten. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de wezel, hermelijn of bunzing. Het plangebied is ook ongeschikt voor deze soorten door het ontbreken van een dekkende vegetatie en prooidieren in ruime mate. Molshopen, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen voor kleine marters ontbreken in en direct rond het plangebied. Adviesbureau Mertens
8
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
Mogelijk komt bosmuis en huisspitsmuis voor aan de randen van het perceel. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Overijssel. Doordat deze algemene soorten mogelijk leven aan de randen van het perceel kunnen deze er ongehinderd blijven leven. 4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 14 april 2020 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen). De schuur bezit geen geschikte mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor huismus en gierzwaluw zijn er geschikte geen nestelmogelijkheden vastgesteld. Huismus is ook niet vastgesteld in en in de omgeving van het plangebied. Rond half april is de meest geëigende periode voor het waarnemen van mussen. Voor gierzwaluw ontbreken geschikte openingen in muren en dak in de schuur. Tevens zijn er geen sporen van steen- of kerkuil aangetroffen op vrijdag 14 april 2020 zoals braakballen, veren en krijtstrepen. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) kunnen derhalve worden uitgesloten. Er kan bij voorbaat worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied/invloedssfeer van de werkzaamheden nestplaatsen bevinden van vogelsoorten waarvan de nesten tijdens het broedseizoen beschermd zijn.
4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad uitgesloten (zie Ravon.nl, Creemers &Delft, 2009). Rugstreeppad is de afgelopen tien jaar niet vastgesteld rond het plangebied. Aan de randen van het perceel komen mogelijk gewone pad en bruine kikker voor. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Overijssel.
4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en direct rond het plangebied aan de Timmusweg te Agelo, wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten. 4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de schuur en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. 4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Adviesbureau Mertens
9
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE Er is het voornemen voor de bouw en het gebruik van een schuur aan de Timmusweg te Agelo. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig aan de rand van het perceel. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Overijssel. Doordat deze algemene soorten mogelijk leven aan de randen van het perceel kunnen deze er ongehinderd blijven leven. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden uitgesloten; de plannen voor de bouw en het gebruik van een schuur aan de Timmusweg te Agelo zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht.
Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
Adviesbureau Mertens
10
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Timmusweg te Agelo.
Eindrapport augustus 2020
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
11
Wageningen
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
3. VOORWAARDEN
Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderheving en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.
Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.
Bijlage 4
64
Watertoets
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11
datum 14-4-2020 dossiercode 20200414-63-23014 Geachte heer/mevrouw Demi Rutte, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast.
STANDAARD WATERPARAGRAAF
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan Timmusweg 11-7, Agelo. Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.
Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd.
een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel. ja Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve va het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl
Bijlage 5
Bodemonderzoek
bestemmingsplan Bestemmingsplan Ootmarsum Timmusweg 11 67
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2020-050
Locatie:
Timmusweg tov 11 te Agelo
Opdrachtgever:
E. Lammerink Timmusweg 11 7636 PN Agelo
Datum:
1 december 2020
Verkennend bodemonderzoek Timmusweg tov 11 te Agelo
Verkennend Bodemonderzoek Timmusweg tov 11 te Agelo
Opdrachtgever:
E. Lammerink Timmusweg 11 7636 PN Agelo
Adviesbureau:
Terra Agribusiness BV Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 4 1 december 2020 2020-050
Auteur:
Joost Stevelink
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Remco Woertman
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink
Paraaf:
2020-050
1-12-20
Pagina 2 van 20
Verkennend bodemonderzoek Timmusweg tov 11 te Agelo
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
7
2.6 Vooronderzoek PFAS
8
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
8
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
8
Onderzoeksprogramma
9
3.1 Hypothesestelling
9
3.2 Onderzoeksopzet
9
3.3 Analysestrategie
10
Onderzoeksresultaten
11
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
11
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
12
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
13
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2020-050
14
Situering van de locatie (schaal 1: 12500) Situering van de locatie (schaal 1: 1000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
1-12-20
Pagina 3 van 20
Verkennend bodemonderzoek Timmusweg tov 11 te Agelo
1 Inleiding In opdracht van E. Lammerink heeft Terra Agribusiness BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Timmusweg tov 11 te Agelo. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is ten behoeve van de voorgenomen bouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Het procescertificaat van Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2020-050
1-12-20
Pagina 4 van 20
Verkennend bodemonderzoek Timmusweg tov 11 te Agelo
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Dinkelland
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
Dhr. Lammerink
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie