Bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Watertoetsproces
Via de Digitale Watertoets is Waterschap Vechtstromen van de ontwikkeling op de hoogte gebracht. Uit de Watertoets kwam naar voren dat de normale procedure doorlopen dient te worden. In het kader van de normale procedure is contact met Waterschap Vechtstromen opgenomen. Het watertoetsresulstaat is verwerkt in het waterstructuurplan in Bijlage 9. 6.2.3
Waterstructuurplan
In dit geval is voor de gewenste woningbouwontwikkeling een waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek) opgesteld en uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar Bijlage 9 bij deze toelichting. Dit waterhuishoudkundig plan vormt de basis voor de wateraspecten binnen het plangebied en wordt bij de uitwerking van de plannen toegepast. Bij de keuze voor de locatie van het plangebied wordt rekening gehouden met de wateropgave en de eigenschappen van het watersysteem. Hierna wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten en resultaten. Resultaten Binnen het plangebied zullen 24 woonkavels worden gesitueerd en zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater over het maaiveld te laten afstromen naar diverse wadi’s, voornamelijk gelegen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied. De planontwikkeling voorziet niet in een extra belasting van de waterkwaliteit. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 4.500 m2 verharding aanwezig. Daarnaast stroomt ook een deel van de woonwijk welke ten zuiden gesitueerd is, af op onderhavig plangebied. In lijn met de beringseis (37 mm) is binnen het plangebied 240 m3 bergingscapaciteit benodigd. Er zijn voldoende bergingsmogelijkheden aanwezig in de te realiseren wadi’s, totaal is 255 m3 ruimte beschikbaar.
In tabel 6.1 in het waterstructuurplan zijn de vloerpeilen opgenomen. Aanbevolen wordt om maatregelen te nemen om versleping van de (onder)grond bij de bouwwerkzaamheden tegen te gaan. Daarnaast wordt aanbevolen kruipruimteloos te bouwen, gezien de hoge grondwaterstanden die lokaal kunnen voorkomen. Watertoets Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van de watertoets moet worden gevolgd, is de digitale watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl in november 2021. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is doorlopen. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 5 van het waterstructuurplan.
46
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2 Opzet van de regels 7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (goot- en bebouwingshoogte, etc.); Nadere eisen: met het oog op het voorkomen van onevenredig aantasting van bepaalde aspecten kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan de ondergeschikte punten; Specifieke gebruiksregels: omschrijving van wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt gerekend; Afwijkingen van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
47
7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In de algemene bouwregels is opgenomen dat bepaalde ondergeschikte bouwonderdelen de bouw c.q. bestemmingsgrenzen met 1,00 meter mag overschrijden. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel zijn de eisen ten aanzien van parkeren opgenomen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 7.3.1
Groen
Gronden met de bestemming Groen (Artikel 3) zijn bestemd voor onder meer groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater. Binnen deze bestemming worden de wadi's parkeerplaatsen en voetpaden gerealiseerd. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.3.2
Verkeer
Ter plaatse van de ontsluitingsweg is de bestemming Verkeer (Artikel 4) opgenomen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wegen, straten en paden en parkeervoorzieningen. 7.3.3
Wonen
Binnen het plangebied zijn drie bestemmingsvlakken met de bestemming Wonen (Artikel 5) opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor wonen en daaraan ondergeschikt speelvoorzieningen, wegen en paden, water(huishoudkundige voorzieningen), openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en tuinen, erven en terreinen.
48
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
Per bestemmingsvlak zijn aanduidingen opgenomen voor het aantal woningen, het aantal woningen dat maximaal aaneen mag worden gebouwd en wat de maximale goot- en bouwhoogte mag bedragen. Binnen de bestemmingsvlakken zijn bouwvlakken opgenomen. De hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. Bijbehorende bouwwerken mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd.
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
49
50
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggend wordt in het kader van de economische haalbaarheid opgemerkt dat het hier gaat om een gemeentelijk plan. Het plan wordt gefinancierd uit gemeentelijke middelen. Het is niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn naast procedurele kosten geen andere kosten verbonden aan de vaststelling van dit plan. Het plan is economisch uitvoerbaar.
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
51
52
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
Hoofdstuk 9 zienswijzen
Inspraak, vooroverleg en
9.1 Vooroverleg 9.1.1
Het rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan zal in het kader van vooroverleg aan de provincie worden voorgelegd. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een normale procedure. Het plan is aan het waterschap voorgelegd in het kader van vooroverleg. De resultaten hiervan zijn in Hoofdstuk 6 verwerkt.
9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
9.3 Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft met ingang van 16 juli 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen kenbaar maken. Er zijn drie reclamanten die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. Mede naar aanleiding van de zienswijzen zijn wijzigingen doorgevoerd in de regels en de verbeelding: in de regels is het begrip 'Peil' aangepast; in de regels is het vloerpeil opgenomen; op de verbeelding zijn per kavel aanduidingen opgenomen met de vloerpeilen (m NAP). Voor de volledige samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie wordt verwezen naar de reactienota in Bijlage 10 bij deze toelichting.
bestemmingsplan Ootmarsum, Brookhuis Noordwest
53