CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t_m 1c.pdf

Commissie Omgeving & Economie 6 april 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c25.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Noord Deurningen, Johanninksweg 1a T/M 1c

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.NDEBPJOHANNINK1A1CVG01

Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Noord-Deurningen 2.2 Huidige situatie plangebied

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 13

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

15 15 16 23 23

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie en cultuurhistorie

29 29 30 31 32 34 35 38

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerende beleid 6.2 Waterparagraaf

41 41 41

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

43 43 43 44

Hoofdstuk 8

47

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Inspraak, vooroverleg en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

49 49 49 49

Bijlagen bij de toelichting

51

Bijlage 1

52

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

90

Bijlage 3

Watertoetsresultaat

193

Regels

197

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

199 199 204

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

205 205

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

209 209 210 211 212 213

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

215 215 216

Bijlage bij de regels

217

Bijlage 1

218

Staat van bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 3

4

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Toelichting

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 5

6

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Johanninksweg, in het zuidelijke deel van de kern Noord-Deurningen (gemeente Dinkelland) bevindt zich een braakliggend perceel. In 2013 heeft er ter plaatse van dit perceel een bestemmingsplanherziening plaatsgevonden op basis waarvan het perceel is voorzien van een woonbestemming met een bouwvlak waarbinnen drie woningen gerealiseerd mogen worden. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse een vierde woning te realiseren. Door het realiseren van deze woning tussen de bestaande en toekomstige woonbebouwing wordt het bestaande lint versterkt en wordt de Johanninksweg op een passende stedenbouwkundige wijze afgerond. Omdat het gewenste plan niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In dit bestemmingsplan zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom aan de Johanninksweg, aan de zuidzijde van Noord-Deurningen Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Denekamp, sectie N, nummer 331. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.NDEBPJOHANNINK1A1C-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 7

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Noord-Deurningen, Johanninksweg”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 16 april 2013. Daarnaast ligt het plangebied ook binnen de begrenzing van het paraplubestemmingsplan “Kernen gemeente Dinkelland” (vastgesteld op 11 december 2018) en het facetbestemmingsplan “Parkeren Dinkelland” (vastgesteld op 29 mei 2018). In afbeelding 1.2 is de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is aangegeven middels de rode omlijning.

Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied in bestemmingsplan "Noord-Deurningen, Johanninksweg" (Bron: Gemeente Dinkelland) 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Algemeen Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan “Noord Deurningen, Johanninksweg” de bestemming 'Wonen'. 1.4.2.2 Bestemmingen en aanduidingen Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bedoeld voor het wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Daarnaast zijn deze gronden tevens bedoeld voor wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Het plangebied is grotendeels voorzien van een bouwvlak. Met een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding is bepaald dat er binnen het bouwvlak maximaal drie woningen zijn toegestaan. Dit geldt ook voor de goot- en bouwhoogte van een woning.

8

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemming, aangezien binnen het bouwvlak slechts drie woningen zijn toegestaan. Om het voornemen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd kan worden.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 9

10

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

In dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied en de ruimtelijk-functionele structuur van Noord-Deurningen. Daarna wordt ingegaan op de ligging en de huidige situatie in het plangebied.

2.1 Noord-Deurningen Noord-Deurningen wordt al genoemd vanaf het begin van de 13e eeuw. Vanwege de beperkte bebouwingsverdichtheid kon er echter niet van een buurtschap worden gesproken. Pas rond 1850 is het buurtschap Noord-Deurningen ontstaan en is een voorbeeld van een essenzwerm nederzetting. Na 1934 kwam in de oostelijke heideontginningsgebied het dorp tot ontwikkeling, rond de in dat jaar in gebruik genomen Rooms-katholieke noodkerk. Zo werd het grootste deel van de nog resterende woeste gronden omgezet in cultuurgrond met name in grasland. Het oudste deel van de kern wordt gevormd door linten langs de kerk, de Johanninksweg vormt een van deze linten. Bebouwing aan deze linten neemt toe en vanaf 1976 groeien de linten naar elkaar. Langs deze linten komen expressionistische woningen uit de jaren '30 voor.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling Noord- Deurningen (Bron: www.watwaswaar.nl) Het dorpsgebied van het jonge ontginningslint van Noord-Deurningen is een verdichting van het bebouwingslint. Deze linten zijn langs de Johanninksweg en de Pastoor Knuifstraat in de nabijheid van de kerk ontstaan. Aan de Johanninksweg liggen enkele beeldbepalende woningen en een voormalige marechaussee kazerne. Achter de jonge ontginningslinten, de Johanninksweg en de Nordhornsestraat, ligt een woongebied met hoofdzakelijk vrijstaande bebouwing. Naast wonen komen enkele andere functies voor zoals detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. De omgeving aan de noordkant van het dorp valt op door een enigszins op het Westland lijkend beeld met veel kassen, een groot tuincentrum en kwekerijen.

2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Johanninksweg, in de bebouwde kom van Noord-Deurningen. Het plangebied wordt omgeven door woonbebouwing aan de noordwestzijde en groen aan de oost- en zuidzijde. Aan de overzijde van de Johanninksweg zijn een kerk en school gelegen. Het plangebied ligt in de nabijheid van de Nordhornsestraat (N342), die Denekamp en Nordhorn met elkaar verbindt. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 11

Afbeelding 2.2: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Provincie Overijssel) Het plangebied ligt op de hoek van de Johanninksweg en de Nordhornsestraat (N342). Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en bestaat uit braakliggend terrein. In afbeelding 2.3 is een foto van het straatbeeld van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2.3: Straatbeeld huidige situatie vanaf de Nordhornsestraat (Bron: Google Streetview)

12

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens binnen het nu onbebouwde plangebied vier woningen te realiseren in plaats van de nu toegestane drie woningen. Hiermee wordt het bestaande bebouwingslint langs de Johanninksweg doorgetrokken tot aan bestaande woonpercelen en wordt er een passende afronding van de stedenbouwkundige opzet van omliggend gebied gerealiseerd. Hierna zal worden ingegaan op de stedenbouwkundige opzet en de aspecten verkeer en parkeren. 3.1.2

Bebouwing

Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omgeving en aansluit bij omliggende bebouwingsstructuren. De Johanninksweg kenmerkt zich door verschillende kapvormen en richtingen. Gekozen is voor een eenvoudige stedenbouwkundige opzet waarbij de verkaveling, massa en schaal van de toekomstige bebouwing aansluit bij de structuur van de omgeving. Het plan voorzien in 4 woningen waarvan 1 vrijstaande woning, 1 dubbel woonhuis met 1 geschakelde woning. De nokrichting van de vrijstaande en geschakelde woning zal haaks op de weg zijn en het dubbel woonhuis heeft de nok evenwijdig aan de straat. De woningen krijgen 1,5 bouwlaag met kap conform met een maximale goothoogte van 4 meter en een nokhoogte van 8 meter. De bebouwing sluit aan bij de overige lintbebouwing aan de Johanninksweg. Het plan zal moeten voldoen aan de criteria genoemd in de welstandsnota gebied middenniveau aansluitend op de overige woningen aan de Johanninksweg.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In de volgende subparagraaf wordt nader op de uitgangspunten ingegaan. De gemeente Dinkelland valt binnen de categorie ´niet stedelijk´. Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom in een gebied dat als ´rest bebouwde kom´ gezien wordt. 3.2.2

Verkeer

3.2.2.1 Verkeersgeneratie Gezien de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een verkeersgeneratie van 32,8 (8,2 x 4 woningen) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Planologisch gezien worden er al drie woningen toegestaan en wordt er dus slechts één woning toegevoegd. De verkeersbewegingen nemen vanuit planologisch opzicht toe met 8,2 bewegingen. De woningen krijgen een eigen in- en uitrit welke worden ontsloten op de Johanninksweg. Met betrekking tot de met deze ontwikkeling gemoeide verkeersgeneratie wordt gesteld dat de Johanninksweg het berekende aantal verkeersbewegingen eenvoudig kan afwikkelen. De Johanninksweg is gecategoriseerd op deels 50 km/uur weg en voor het overige 30 km/uur weg. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling brengt op piekmomenten een (beperkte) extra verkeersdruk met zich mee. Hierbij is geen sprake van zwaar verkeer, enkel personenauto’s. Voor de afwikkeling en doorstroming op de Johanninksweg levert de beperkte verkeerstoename geen problemen op. De afstand die het bestemmingsverkeer op de Johanninksweg aflegt is zeer beperkt. De Johanninksweg wordt vrijwel direct ontsloten op de N342 (Nordhornsestraat). De N342 heeft een dusdanig capaciteit dat het de huidige en toekomstige verkeersstroom kan verwerken.

Voorgaande houdt in dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert. bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 13

3.2.2.2 Ontsluiting De nieuwe woningen worden ontsloten op de Johanninksweg. De te realiseren aansluitingen van de nieuwe woonpercelen levert vanuit verkeerskundig oogpunt geen overwegende bezwaren op, gezien het feit dat er overzichtelijke ontsluitingen gecreëerd worden, sprake is van een lage maximum snelheid (30 km/uur) en een onevenredige toename aan verkeersbewegingen niet aan de orde is. 3.2.3

Parkeren

Bij het berekenen van het aantal benodigde parkeerplaatsen is uitgegaan van de beleidsnotitie “Bouwen & parkeren 2018” van de gemeente Dinkelland. De volgende uitgangspunten worden hierbij gehanteerd. Functie Parkeernorm Aantal Parkeerbehoefte Wonen vrijstaand 2,3 1 2,3 Op basis van de hiervoor beschreven uitgangspunten bedraagt de totale parkeerbehoefte van de gewenste ontwikkeling 2,3 parkeerplaatsen, naar boven afgerond 3 parkeerplaatsen. Per woning wordt voorzien in de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein. Er is in voorliggend initiatief voldoende ruimte voor een lange oprit waar de benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Het 'Noaberkracht Bouwen & Parkeren 2018' schrijft voor dat in voorliggend initiatef een oprit van minimaal 10 meter lengte benodigd is. De kavels aan de Johanninksweg hebben een lengte van circa 18 meter voor het realiseren van een oprit. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de minimale afstanden voor parkeerplaatsen die de gemeente voorschrijft in het beleidsdocument 'Noaberkracht Bouwen & Parkeren 2018'. Gezien vorenstaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.

14

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.

Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 15

dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke binnenstedelijke ontwikkelingen. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR geraakt. Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen in ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een planologische toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht.

16

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 17

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt binnen de kern Noord Deurningen en het betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan het principe van ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’. Met de ontwikkeling wordt een inbreidingslocatie ingevuld met in totaal vier vrijstaande woningen.

Resumerend wordt dan ook gesteld dat de ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied wordt gerealiseerd waardoor van extra ruimtebeslag op de groene omgeving geen sprake is. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de 18

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming; 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer ervoor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Op de gronden binnen het plangebied worden als gevolg van dit bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Het toevoegen van een enkele woning in Noord-Deurningen past binnen het Regionaal Woningbouwprogramma (RWP Twente) en de gemeentelijke woonvisie. Kortheidshalve wordt verweven naar paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 waar het voornemen aan beide beleidsdocumenten getoetst wordt.

Hier wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, waarin het plangebied met de rode belijning is weergegeven.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 19

om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen.

Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het ontwikkelingsperspectief Het plangebied ligt momenteel nog binnen twee ontwikkelingsperspectieven. Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' is ruimte voor onder andere landelijk wonen. Met het toevoegen van een viertal woonkavels zal het bestaande lint aan de Johanninksweg worden afgerond. De voorgenomen ontwikkeling wordt gelet op de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving (woongebied Noord Deurningen) als passende invulling beschouwd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelingsperspectieven richtinggevend zijn en zich niet verzetten tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied.

Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. Voor de overige lagen volgt hierna een uiteenzetting. De 'Stedelijke laag' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Stedelijke laag' is het plangebied aangewezen als 'Woonwijken 1955 nu'. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Stedelijke laag' opgenomen, het plangebied is met de rode belijning weergegeven. Op de afbeelding is waarneembaar dat het plangebied niet is gelegen in de stedelijke laag 'Woonwijken 1955 - nu' maar wel direct daarop aansluit.

20

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Afbeelding 4.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Zoals ook in Hoofdstuk 3 is beschreven, zal de bebouwing aansluiten op de bestaande bebouwingstructuren langs de Johanninksweg. De nieuwe bebouwing gaat qua massa, ritmiek en schaal aansluiten bij de omliggende bebouwing. Voorliggend initiatief is gelet op het vorenstaande zowel functioneel als ruimtelijk passend binnen het bestaande bebouwingsbeeld. Gezien het vorenstaande wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorwaarden die gelden voor de 'stedelijk laag'.

De 'Laag van beleving' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' is het plangebied aangewezen als 'Donkerte'. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van de beleving' opgenomen, het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 21

Afbeelding 4.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Laag van de beleving' (Bron: Provincie Overijssel) 'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' De gewenste ontwikkeling brengt geen onevenredige toename van lichthinder met zich mee, die leidt tot een onaanvaardbare situatie.

Het plangebied is daarnaast gelegen in de kern van Noord Deurningen, waar het gebruik van licht inherent is. Het planologisch toestaan van één extra woning brengt geen onevenredige toename van licht met zich mee. Het aspect 'donkerte' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

22

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

4.3 Regionaal beleid Het regionaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan voor voorliggend initiatief betreft het Regionale Woningbouwprogramma. 4.3.1

Regionaal Woningbouwprogramma

4.3.1.1 Algemeen Gemeenten in Twente hebben samen met de provincie woonafspraken gemaakt in 2016. Door te spreken over de nieuwe woonprogrammering en de Ladder voor duurzame verstedelijking is in Twente een grote slag gemaakt met het denken en werken volgens deze Ladder. De gemaakte woonafspraken dragen dan ook bij aan een grote veranderslag in het denken over de woonprogrammering in Twente. Het RWP Twente 2017 betreft een actualisatie van 2016 waarin marktinzichten over woningvraag- en aanbod zijn meegenomen en legt de afspraken in Twente vast. Dankzij het RWP kennen gemeenten het kader voor hun woonprogrammering, is het duidelijk wanneer de provincie achter een woonplan van de gemeenten staat en beschikken gemeenten grotendeels over een indicatie voor onderbouwingen voor de Ladder. 4.3.1.2 Programmering gemeente Dinkelland 2017 In circa 55% van de woningvraag voorziet de gemeente Dinkelland voor de komende 10 jaar met plannen met een directe bouwtitel. De gemeente heeft niet te maken met uitwerkingsplichten en gaat daarnaast uit van een onderprogrammering van 80%. De 20% die daarbij overblijft wenst de gemeente in te zetten voor de herontwikkeling van locaties voor herstructurering en transformatie. Daarnaast vraagt de toenemende vraag van de zogeheten rood voor rood plannen om een meer flexibel woningbouwprogramma.

Het woningbouwprogramma voor de gemeente Dinkelland, dat afkomstig is uit het RWP Twente uit 2017, is gebaseerd op prognoses van de afgelopen zes jaar en wordt weergegeven in afbeelding 4.5.

Afbeelding 4.5: De woningvraag en het woningaanbod van de gemeente Dinkelland 2017 t/m 2026 (Bron: Stec Groep) Inclusief een bandbreedte van 10% kent de gemeente een netto woningvraag van in totaal 690 woningen. In vergelijking met het oorspronkelijke woningbouwprogramma is de vraag met 70 woningen gestegen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Regionaal Woningbouwprogramma' In voorliggend geval wordt, ten opzichte van de huidige planologische situatie, één nieuwe woning gerealiseerd. Deze woning past binnen het actuele gemeentelijke woningbouwprogramma (zie paragraaf 4.4.2). Dit programma is in overeenstemming met het RWP Twente, waardoor het initiatief eveneens in overeenstemming is met het RWP Twente. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het programma van de regio.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1

Structuurvisie Dinkelland

4.4.1.1 Inleiding De Structuurvisie Dinkelland bevat een integrale, ruimtelijke en functionele toekomstvisie voor de gemeente Dinkelland. Naast een integrale beleidsvisie geeft de visie de regionale positionering en inbreng van de gemeente Dinkelland in de regio Twente aan.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 23

4.4.1.2 Hoofdambitie Hoofdambitie van Structuurvisie is: “Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van een unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde en weerbare economie”. Om deze hoofdambitie te kunnen realiseren zijn vijf hoofdkeuzes gemaakt: 1. de gemeente zet in op 10 vitale woonkernen, met een concentratie van de meest kostbare gemeenschapsvoorzieningen in de hoofdkernen Denekamp, Ootmarsum en Weerselo; 2. het versterken van het economisch profiel door het realiseren van compenserende werkgelegenheid in de agrarische sector en het bevorderen van de economische betekenis van de toeristisch-recreatieve sector; 3. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied; 4. het bevorderen en versterken van recreatie en toerisme; 5. het bevorderen van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid.

4.4.1.3 Visie op hoofdlijnen Noord Deurningen De visie op hoofdlijnen voor de kern Noord Deurningen is als volgt: Borgen woonfunctie en basisvoorzieningen voor eigen gemeenschap (kern en buurtschappen); als toekomstige woningbouwlocatie is het gebied tussen de Gravenveen en het Baveldspad aangewezen (aansluitend op het huidige uitbreidingsplan)' tussen deze nieuwbouwlocatie en de Gravenveen als afronding dorpsrand een parkachtige inrichting met dorpsommetje en als groene buffer t.o.v. het tuincentrum; de plaatselijke supermarkt wordt mogelijk verplaatst; ontwikkelingen (grensovergang Rammelbeek met Duitsland). 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Dinkelland Het voornemen sluit aan op het feit van het borgen van woonfuncties voor de gemeenschap van Noord-Deurningen. Door de ontwikkeling wordt binnen de kern Noord Deurningen bijdragen aan het voorzien in voldoende woningen voor de lokale woningbehoefte. Het voornemen draagt daarmee bij aan de leefbaarheid in de kern en behoud van basisvoorzieningen. Tot slot voorziet het initiatief in een stedenbouwkundige afronding van het bebouwingslint aan de Johanninksweg. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Structuurvisie Dinkelland'. 4.4.2

Woonvisie Dinkelland 2016+

4.4.2.1 Algemeen Op 21 juni 2016 heeft de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2016+ 'een uitdaging om het mooier te maken' vastgesteld. Daarin wordt de gemeentelijke visie op het wonen in Dinkelland tot eind 2020 geschetst met een doorkijk tot 2025. De woonvisie vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. De vraag hoe de woonaantrekkelijkheid van Dinkelland kan worden versterkt staat hierbij voorop. Daarnaast heeft een aantal belangrijke thema's die spelen in het Dinkellandse een plek gekregen. Dit betreft de klassieke thema's beschikbaarheid en betaalbaarheid, waarbij laatstgenoemde actueler dan ooit is nu blijkt dat er steeds meer betalingsproblemen ontstaan, ondanks huurtoeslag. Andere thema's die een plek krijgen zijn de gevolgen van de extramuralisering en het duurzaam wonen. 4.4.2.2 Visie en ambitie De visie bestaat uit een wensbeeld welke is uitgewerkt in drie ambities. Het wensbeeld is als volgt omschreven: "Voor alle doelgroepen, jong en oud, blijft het aantrekkelijk wonen in Dinkelland. Het woningaanbod is gevarieerd, comfortabel en toekomstbestendig zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen.

Er is sprake van een passend voorzieningenniveau en inwoners zijn tot elkaar betrokken, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen versterkt" Bovenstaande visie is uitgewerkt in drie ambities: Vergroten van de kwaliteit: In stand houden kwaliteit centrumgebieden / kernwinkelgebieden; Verduurzamen van de bestaande woningvoorraad; Toekomstbestendig maken bestaande woningvoorraad; Gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving. 24

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning: Nieuwbouwprogramma afstemmen met de regiogemeenten; Nieuwe plancapaciteit toetsen aan afwegingskader; Flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen; Nieuwbouwaccenten: sociale huur en voor middeninkomens. Betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit: Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk; Voortzetten starterslening om het gat tussen huur en koop te overbruggen; Onderzoek naar de blijverslening; In het huurprijsbeleid corporaties wordt de huurprijs beter afgestemd op het inkomen. 4.4.2.3 Programmering van de nieuwbouw: kwantitatief In de 'Woonvisie Dinkelland 2016+' is per kern de beschikbare plancapaciteit en de woningbehoefte tussen 2015 en 2024 (exclusief sloop) uiteengezet. Voor de verzorgingskern Noord-Deurningen is sprake van een beschikbare plancapaciteit van 21 woningen. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Dinkelland 2016+ Voor de kern Noord-Deurningen wordt gestreefd naar een nieuwbouwaantal van 16-24 woningen tot 2024. Het planologisch toestaan van één extra woning past binnen de gemeentelijke woningbouwprogramma. Het initiatief levert een bescheiden bijdrage aan de realisatie van voldoende woningen binnen de kern Noord-Deurningen. 4.4.3

Beleidsnota inbreidingslocaties

4.4.3.1 Algemeen De gemeente Dinkelland heeft op 26 januari 2016 de 'Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2016' vastgesteld. Aanleiding van de herziening van de beleidsnota vormen wijziging van de ruimtelijke regelgeving (Besluit ruimtelijke ordening), een toenemende leegstand en de demografische ontwikkeling. De herziening schetst daarvoor het actuele beleidskader en biedt een handreiking voor de toetsing van dergelijke aanvragen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de lokale regelgeving te harmoniseren. De beleidsnota is van toepassing op aanvragen voor kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied. Prioriteit wordt toegekend aan aanvragen die betrekking hebben op de benutting van locaties voor herstructurering of transformatie. Voor uitleg van het begrip 'kleinschalig' wordt aangesloten bij de actuele stand van de jurisprudentie met betrekking tot de toepassing van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening). Vastgesteld beleid schept kaders en geeft meer duidelijkheid en zekerheid voor initiatiefnemers en omwonenden De doelstelling van deze nota is het hebben van een beleidsinstrument om aanvragen voor het bouwen op inbreidingslocaties ruimtelijk te verantwoorden en gemaakte keuzes te kunnen beargumenteren.

Beleid op inbreidingslocaties geeft kansen voor verbetering en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt primair ingezet op bouwen voor behoefte op locaties voor herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied. 4.4.3.2 Planologie

Kader

Het bestaande beleid waar ontwikkelingen aan getoetst worden, betreft onder meer: Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte: toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro); Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel: woonafspraken Gemeente: 1. Structuurvisie Dinkelland (ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen per keren en locaties) 2. Woonvisie 2016+: woningbouwprogramma totaal en per kern en doelgroepen 3. Beleidsnota Inbreidingslocaties Stedenbouwkundige aspecten De stedenbouwkundige toetsing is erop gericht te kijken of de aanvraag aansluit op de omgeving, of deze een meerwaarde heeft voor de kwaliteit van de bestaande situatie en of het perceel geschikt is. Afhankelijk van de aard en omvang van het voorgenomen bouwplan en de locatie kan het college besluiten de gemeentelijke kwaliteitsgroep in te schakelen voor de stedenbouwkundige toets. Aansluiting op de omgeving bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 25

Bebouwing op inbreidingslocaties is alleen acceptabel als de bebouwing vanuit stedenbouwkundige overwegingen als logisch kan worden beschouwd, als het iets toevoegt aan de ruimtelijke situatie of als er aantoonbaar sprake is van een verbetering van de bestaande situatie. Er moet een logische aansluiting zijn op de bestaande stedenbouwkundige structuur en er moet samenhang worden gevormd met de omgeving. De groene elementen in een gebied en de stedenbouwkundig ruimtelijke waarde van een gebied zijn in hoge mate bepalend bij de afweging of bebouwing aanvaardbaar is. Wanneer het perceel deel uitmaakt van een groter geheel mag de bebouwing op de inbreidingslocatie geen kwaliteitsverlies betekenen van de samenhang met de omgeving. Herstructurering of transformatie Indien een voorgenomen ontwikkeling voorziet in een regionale behoefte moet volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro) vervolgens worden beoordeeld of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Onder transformatie wordt verstaan de verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop van een bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Herstructurering betreft het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, b.v.

door sloop en nieuwbouw waardoor met een ander type woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen. Het bebouwen van lege plekken valt niet onder transformatie en herstructurering. Behandeling en prioritering locaties Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Primair komen in aanmerking plannen die betrekking hebben op een van de volgende situaties: 1. de sanering van een (milieuhinderlijk) bedrijf uit de woonomgeving; 2. het vervangen van een reeds langer leegstaande gebouw zoals een horecapand, winkelpand of schoolgebouw; 3. Het oplossen van een stedenbouwkundig ongewenste situatie; 4. Het bijdragen aan het realiseren van gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in een structuurvisie, woonvisie of bestemmingsplan. 4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsnota inbreidingslocaties' Het voornemen gaat uit van het realiseren van een viertal woningen op een inbreidingslocatie in de kern Noord-Deurningen, waarvan drie woningen reeds planologisch zijn toegestaan. De woningen zullen zorgen voor een stedenbouwkundige afronding van de Johanninksweg van deze zijde van de kern, hetgeen een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit met zich mee brengt. In deze toelichting is gemotiveerd dat het plan voldoet aan de planologische, beleidsmatige en stedenbouwkundige voorwaarden.

Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan in overeenstemming is met de 'Beleidsnota inbreidingslocaties'. 4.4.4

Nota omgevingskwaliteit

4.4.4.1 Algemeen De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben op 22 december 2015 de gezamenlijke welstandsnota 'Nota Omgevingskwaliteit' vastgesteld. De gemeenten hebben de keus gemaakt om de bemoeienis zoveel mogelijk te beperken en daarom alleen te sturen op omgevingskwaliteit waar dit nodig en voor iedereen uitlegbaar is. Ruimtelijke kwaliteit en deregulering hebben in het proces bij het opstellen van de nota centraal gestaan. Behalve deregulering staat ook maatwerk centraal in het welstandsbeleid. De beeldkwaliteit van karakteristieke en kenmerkende plekken dient te worden geborgd. Het grondgebied van de gemeenten is opgedeeld in deelgebieden, om per deelgebied tot een passend welstandsbeleid te komen is gewerkt via de thema's waardering, ambitie en beleid. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: basis omgeving; midden omgeving; bijzonder omgeving. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen bouwwerken, die allen een andere impact hebben op de omgeving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: Kleine bouwwerken (binnen en buiten het bestemmingsplan);

26

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Reguliere bouwwerken (binnen het bestemmingsplan); Reguliere bouwwerken (buiten het bestemmingsplan, m.u.v. kleine bouwwerken); Bijzondere bouwwerken. In afbeelding 4.6. staat de toetsingsmethodiek weergegeven.

Afbeelding 4.6: Werkwijze welstandsbeoordeling (Bron: gemeenten Dinkelland en Tubbergen) 4.4.4.2 Welstandsniveau Het plangebied ligt in de kern Noord Deurningen, in een gebied dat in het welstandsbeleid is aangemerkt als 'ontsluitingswegen'. In onderstaande afbeelding 4.7is de ligging van het plangebied aangegeven met de blauwe ster.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 27

Afbeelding 4.7: Welstandsniveau (Bron: gemeenten Dinkelland en Tubbergen) In voorliggend geval gaat het om de netto toevoeging van 1 woning. Dit wordt aangemerkt als kleine bouwwerken (bouwwerken binnen + buiten het bestemmingsplan). Aangezien het plangebied in een kern en in gebiedstype 'midden omgeving' ligt wordt het initiatief ambtelijk getoetst. 4.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Nota omgevingskwaliteit' Voorliggend plan is passend qua opzet en sluit aan op de bebouwingskenmerken van bestaande bebouwing in de omgeving. In deze fase zijn de bouwtekeningen nog niet uitgewerkt. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zal een definitief welstandsadvies worden uitgebracht. 4.4.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.

28

bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.

5.1 Geluid 5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van één extra grondgebonden woning. Woningen worden in de Wgh aangemerkt als geluidgevoelige objecten. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Door BJZ.nu is is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels, afkomstig van het wegverkeer op de N342. In Bijlage 1 van deze toelichting is het akoestisch onderzoek opgenomen. Hierna worden de onderzoeksresultaten kort behandeld en wordt ingegaan op de geluidsbelasting op de vierde woning. De gewenste woningen liggen binnen de wettelijke geluidszone van onder andere de N342/Nordhornsestraat en het 50 km/uur deel van de Johanninksweg. Het 30 km/uur deel van de Johanninksweg is eveneens meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ter plaatse van de vier nieuwe woningen bedraagt de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai, als gevolg van de Johanninksweg maximaal 46 dB (incl. aftrek) (voorgevels woningen 2, 3 en 4). Hiermee wordt ter plaatse van alle vier de woningen voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Ter plaatse van de voor- en oostelijke zijgevel van woning 1 bedraagt de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai, als gevolg van de N342/Nordhornsestraat maximaal 53 dB (incl. aftrek). Ter plaatse van de voorgevels van woningen 2 en 3 bedraagt de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai, als gevolg van de N342/Nordhornsestraat respectievelijk maximaal 50 en 49 dB (incl. aftrek).

Ter plaatse van woning 4 en de overige gevels van de woningen bedraagt de geluidsbelasting maximaal 48 dB, waarmee aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Een hogere waarde voor het aspect wegverkeerslawaai is in voorliggend geval noodzakelijk, aangezien de voorkeurswaarde ter plaatse van woningen 1, 2 en 3 wordt overschreden als gevolg van de geluidsbelasting afkomstig van de N342/Nordhornsestraat. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard, een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden en wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. Met gevelwering van maximaal 25 dB kan in alle gevallen worden voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB op basis van het Bouwbesluit. Dit kan bijvoorbeeld door de toepassing van Standaard HR++ beglazing. Daarnaast wordt er voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden voor het toekennen van een bestemmingsplan Noord Deurningen, Johanninksweg 1a t/m 1c 29

hogere waarde. Er moet voor woningen 1, 2 en 3 dan ook een hogere waarde LDEN van maximaal 53 dB worden aangevraagd in verband met de geluidsbelasting afkomstig van de N342/Nordhornsestraat. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van de te realiseren woningen voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wgh, aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (bedrijven en milieuzonering). 5.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/470/documents/15101