Bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Lattrop, Dorpsstraat 70
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.LATBPDORPSSTRAAT70VG01
Lattrop, Dorpsstraat 70
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
9 9 9 10 12 12
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 14
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 18 24
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering
29 29 30
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
32 32 33 34 35 36 38 38 40
Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
43 43 43
Hoofdstuk 6
47
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
49 49 49
Bijlagen toelichting
51
Bijlage 1
Inrichtingsschets Centrumplan Lattrop
52
Bijlage 2
Aanmeldnotitie m.e.r.
54
Bijlage 3
Besluit aanmeldnotitie
61
2
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Bijlage 4
Bodemonderzoek Dorpsstraat 70
76
Bijlage 5
Watertoets
160
Bijlage 6
Waterhuishouding Centrumplan Lattrop
163
Bijlage 7
Natuurwaardenonderzoek
171
Bijlage 8
Aerius berekening
204
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
220
Regels
257
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
259 259 264
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch Detailhandel Groen Verkeer Wonen
265 265 267 269 270 271
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
275 275
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
276 277 278 279 280
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
281 281 282
Bijlagen regels
283
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
284
Bijlage 2
Landschapsplan
302
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
3
4
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
5
Dummy vaststellingsbesluit
Toelichting
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
7
8
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Ten noorden van de H.H. Simon en Judas kerk in het dorp Lattrop-Breklenkamp is voor een bestaand erf aan de Dorpsstraat een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer (Stichting Projectontwikkeling Centrumplan Lattrop) heeft het voornemen het voormalige agrarische erf, met inmiddels een detailhandel bestemming, te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van acht woningen. Op het bestaande erf aan de Dorpsstraat 70 is momenteel een hoofdgebouw met een woning en fietsenwinkel en meerdere opstallen aanwezig. Het hoofdgebouw blijft gehandhaafd en de schuren zullen plaatsmaken voor de acht woningen. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de rand van Lattrop-Breklenkamp, ten noorden de H.H. Simon en Judaskerk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie L, perceelnummers 1588, 1589 en gedeeltelijk nummer 1587. Het erf met de bijbehorende percelen wordt in de huidige situatie ontsloten op de Dorpsstraat. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Zie de digitale verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
9
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het deel van het plangebied dat aan de Dorpsstraat ligt is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Lattrop'. Het overige deel van het plangebied (op dit moment agrarische grond) is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'. Het bestemmingsplan voor de kern Lattrop-Breklenkamp is vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 26 februari 2013. Het bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Dinkelland, 'Buitengebied 2010', is - eveneens door de gemeenteraad van Dinkelland - vastgesteld op 18 februari 2010. In figuur 1.3 en 1.4 zijn fragmenten uit de verbeeldingen van de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied opgenomen.
10
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Lattrop' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bovenstaande figuur geeft weer dat aan een gedeelte van het plangebied binnen het bestemmingsplan 'Lattrop' de enkelbestemming 'Detailhandel' is toegekend en deels de enkelbestemming 'Groen' is toegekend. Daarnaast kent dit gedeelte de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Om de huidige bebouwing op het bestaande erf is een bouwvlak opgenomen. Daarnaast geldt er ter plaatse van het bouwvlak een maximale goothoogte van vier meter een maximale bouwhoogte van acht meter. De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor detailhandel (enkel op de begane grond) en wonen ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning of voor zover het de tweede en/of hogere bouwlaag van het bedrijfsgebouw betreft. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen. De realisatie van acht woningen ter plaatse van het bestaande erf past daarmee dus niet binnen het huidige bestemmingsplan.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
11
Figuur 1.4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' (bron: ruimelijkeplannen.nl) De grond die gelegen is binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', kent de enkelbestemming 'Agrarisch -1'. Daarnaast kent een deel van dit gebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor het agrarisch gebruik, wonen is enkel toegstaan ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering en wanneer sprake is van een bouwperceel. In de huidige situatie is van beide geen sprake. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om een woningbouwontwikkeling op de desbetreffende locatie in Lattrop-Breklenkamp mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 70' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.LATBPDORPSSTRAAT70-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
12
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Dorpsstraat 70 in Lattrop-Breklenkamp sprake van een erf met een woning en fietsenwinkel (welke daarnaast een PostNL Pakketpunt heeft) in het hoofdgebouw en een aantal schuren. Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten op de Dorpsstraat. Achter Dorpsstraat 70 is agrarische (landbouw)grond gelegen. Tegenover Dorpsstraat 70 ligt een grasveld met parkeerplaats. In de omgeving zijn meerdere woningen, maatschappelijke functies en bedrijven aanwezig. In figuur 2.1 is een luchtfoto opgenomen van het plangebied. Deze luchtfoto geeft een beeld van de huidige situatie. De afbeelding in figuur 2.2 geeft een goed beeld van de situatie in het plangebied gezien vanaf de Dorpsstraat.
Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied (bron: Atlas van Overijssel)
Figuur 2.2: Huidige situatie plangebied Dorpsstraat 70 (bron: Google Maps)
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
13
2.2 Toekomstige situatie In Lattrop-Breklenkamp is er vraag naar woningen voor zowel starters als voor ouderen. Naar aanleiding hiervan heeft Stichting Projectontwikkeling Centrum Lattrop een plan ontwikkeld voor de realisatie van woningen in het dorp. Vanuit ‘Mijn Dinkelland 2030’ is deze beweging op gang gekomen, waarbij de sleutel tot succes blijkt te zijn: de boogde dorpsontwikkelingen vanuit een integrale blik op verschillende thema’s te benaderen. De ontwikkeling van acht woningen ter plaatse van de Dorpsstraat 70 te Lattrop, is een uitwerking van het Centrumplan Lattrop. Dit plan is bijgevoegd in Bijlage 1. In een latere fase is het de bedoeling dat er woningen achter de kerk gebouwd worden zodat hierdoor een ruimte om de kerk ontstaat met een pleinfunctie. Zo komt de kerk, een zeer markant gebouw in Lattrop, meer in het centrum van het dorp te liggen. Het plan omvat een acht tal woningen, met kavels van tussen de circa 150m2 en 400m2. Het betreft deels geschakelde, deels vrijstaande woningen. De doelgroep voor deze woningen bestaat hoofdzakelijk uit starters en senioren uit Lattrop. Momenteel is er een grote groep in die leeftijdscategorie. Daarnaast de doelgroep gezinnen, die hun eigen (starters)woning verkopen en een gezinswoning willen bouwen. Deze afmeting kavels en het type woning geldt in Lattrop als een starterswoning.
In het dorp zijn veelal zelfbouwers, die met een beperkt budget zo toch een redelijke woning kunnen bouwen. Zo zijn in Lattrop alle nieuwbouwwijken gebouwd en worden bestaande vrijstaande woningen verkocht aan starters. De fietsenwinkel en de woning in het hoofdgebouw blijven op deze locatie behouden, de achterliggende schuren zullen echter worden gesloopt om de ontwikkeling van acht woningen mogelijk te maken. De woningen zullen rondom een nieuw aan te leggen straat worden gerealiseerd, waarbij in het midden extra parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. De sloop van de bestaande schuren ter plaatse van de Dorpsstraat 70 en de realisatie van acht woningen, biedt een mogelijkheid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Lattrop-Breklenkamp kent niet een duidelijk aanwijsbaar centrum, de Dorpsstraat, Ottershagenweg en Disseroltweg vormen het hart van het dorp, waaraan de belangrijkste functies in het dorp gelegen zijn (de kerk, basisschool, sportvelden etc.). Voorliggend plan biedt daarom ook een kans om het 'centrumgebied' van Lattrop-Breklenkamp aantrekkelijker in te richten waarbij ruimte wordt geboden aan woningen voor starters en senioren in de vorm van levensloopbestendige woningen.
Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Leferink Architecten) De woningen zullen landschappelijk worden ingepast conform het landschapsplan zoals hieronder weergegeven is. Het plan bestaat uit een naar het landschap gerichte bebouwing waarbij de tuinen naar dat landschap zijn gericht. De woningen zijn vanuit het landschap over de es zichtbaar. De es ligt hoger waardoor de woningen iets verlaagd zichtbaar zijn. Er wordt een nieuw en sterk groen kader voorgesteld met nieuw opgaand geboomte.
14
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Aan de noord-westzijde wordt, aansluitend aan het oude erfbosje, een nieuw bosbestand aangelegd. Ook wordt aan de zuid-oostzijde een klein opgaand bosje geplant. Op het plein worden een aantal passende bomen geplant die de besloten sfeer benadrukken. Daarnaast zijn er waterhuishoudkundige voorzieningen getroffen zoals de aanleg van een wadi en de aanleg van een laagte langs de esrand die het water afvoert.
Figuur 2.4: Landschappelijke inpassing (bron: Bijkerk C.S.)
Beeldkwaliteit Qua beeldkwaliteit vormt het oorspronkelijke erf de basis voor de woningbouwontwikkeling. De bebouwing moet qua uitstraling een goede overgang naar het buitengebied vormen. Hieronder wordt verstaan dat gebruik wordt gemaakt van streekeigen kenmerken en een informeel voorkomen met een ingetogen en natuurlijke uitstraling naar het landelijke gebied. Teneinde dit beeld te kunnen bereiken is een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat voor het gebied de nieuwe welstandscriteria bevat. Dit beeldkwaliteitsplan maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, middels een separate procedure wordt het beeldkwaliteitsplan als welstandskader vastgesteld.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
15
16
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (inmiddels NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
17
De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken (ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van acht woning en is daarmee vergelijkbaar. De woningen worden gesitueerd op de locatie waar momenteel sprake is van bestaande bebouwing. Gelet op het aantal van acht woningen is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.
De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
18
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.
Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
19
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden en gebiedspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. Relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zijn in dit geval artikel 2.1.2, 2.1.3, 2.1.5. en artikel 2.2.2 lid 1 t/m 4. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Middels het principe van concentratie is bepaald dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in woningbouw en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van 8 woningbouwkavels op een inbreidingslocatie in Lattrop. Deze woningen maken deel uit van het Centrumplan voor Lattrop en voorzien in een lokale behoefte om voor de inwoners van Lattrop voldoende woningbouwkavels beschikbaar te hebben. Er wordt voldaan aan het principe van concentratie.
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' staat ervoor dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Een bestaand erf wordt deels herontwikkeld en deels getransformeerd waarbij het overgrote deel van de voormalige bedrijfsbebouwing plaats maakt voor nieuwe woningen. Het bestaande hoofdgebouw blijft behouden voor de fietsenwinkel en de woning. De stedenbouwkundige opzet van het plan neemt met zich mee dat een zeer klein deel van de Groene Omgeving wordt ingezet voor het plan. Een evenwichtig inrichtingsplan, met de gewenste woningaantallen, bleek uiteindelijk binnen de bestaande grenzen van het stedelijk gebied niet mogelijk. Het extra ruimtebeslag bestaat voornamelijk uit tuin en groen ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Er kan daardoor worden gesproken van een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte. Artikel 2.1.5. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 van de verordening is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Dit onderdeel is toegelicht in 3.2 waarbij toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Daarnaast wordt het ontwikkelingsperspectief gemotiveerd die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Daarnaast is een landschappelijke inpassingsplan opgesteld ter plaatse van de ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling zorgt voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat de ontwikkeling als passend kan worden aangemerkt. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4.
De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Het actuele gemeentelijke woningbouwprogramma is in overeenstemming met de Regionale Woonprogrammering Twente (april 2017). De toevoeging van 8 woningen binnen het plangebied past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma. Voorliggend plan is hiermee in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart 20
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omcirkeld (bron: provincie Overijssel) De locatie is gelegen op de grens van het gebied dat is aangemerkt als 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en het gebied dat is aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. De woonfunctie past binnen de 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en het gebied dat is aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het plan bestaat uit de realisatie van acht grondgebonden woningen voor starters- en senioren als vitalisering van de kern Lattrop-Breklenkamp. Daarbij zal een voormalig agrarisch erf, waarbij het detailhandel gedeelte (de fietsenwinkel) behouden blijft, getransformeerd worden tot woongebied voor de lokale behoefte. Slechts een klein deel van het plan valt binnen het ontwikkelperspectief van het kleinschalige mixlandschap. De plannen van initiatiefnemers passen binnen de ontwikkelingsperspectieven die ter plaatse gelden.
Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
21
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen van Overijssel een relëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms zijn deze gebieden ver van elkaar verwijderd en soms zijn deze zijn ze vlak bij elkaar gelegen. De ambitie voor gebieden met het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' is om de verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het waterysteem. Daarnaast is bij ontwikkelingen de vorm van het landschap het uitgangspunt. Toets De gronden in het plangebied zijn in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw en daarbij behorende erven. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is daarom niet of nauwelijks meer aanwezig. Wel worden landschapsmaatregelen getroffen met 'streekeigen' plantsoorten, waarmee wordt verwezen naar de oorspronkelijke 'natuurlijke laag'.
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
22
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt door verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Deze ontwikkelingsruimte werd gevonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot het oude hoevenlandschap, dat bestaat lijkt op het essenlandschap, maar kleinschaliger, individueler en jonger is. De ambitie is om dit kleinschalige en afwisselende landschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan kunnen deze bijdragen aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren (groenstructuren en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang van de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen (erven met erfbeplanting). Daarnaast kunnen nieuwe ontwikkelinge bijdragen aan het vergroten van de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Toets De nieuwe woningen ter plaatse van het bestaande erf zullen landschappelijk gezien gesitueerd worden aan de esrand van de noordelijke gelegen es. Met het plan wordt de esrand in noordelijke richting verschoven. De bebouwing en de tuinen zijn naar het landschap gericht.
De woningen zijn vanuit het landschap over de es zichtbaar. De es ligt hoger zodat de woningen iets verlaagd zichtbaar zijn. Er wordt een nieuw en sterk groen kader aangelegd met nieuw opgaand geboomte ter compensatie van de aanpassingen in het landschap ten behoeve van de inpassing van de woningen op het erf. Stedelijke laag De 'Stedelijke laag' heeft binnen het plangebied het kenmerk 'woonwijken 1955-nu'. De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toets Bij het stedenbouwkundige ontwerp is rekening gehouden met de bestaande bebouwde omgeving en het omliggende landschap. Het plan doet geen afbreuk aan de stedelijke laag. Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'Donkerte' aan het plangebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
23
de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.5: Laag van de beleving, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In gebieden met het kenmerk 'Donkerte' wordt het 's nachts nog echt donker en kan men de sterrenhemel waarnemen. Het zijn relatief dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambintie is om de huidige 'donkere'gebieden, tenminste even donker te houden, of bij nieuwe ontwikkelingen nog liever wat donkerder te maken. Toets Het plangebied is gesitueerd in de bebouwde kom van Lattrop-Breklenkamp, in de bebouwde kom is sprake van aanzienlijk meer licht in vergelijking tot het buitengebied. Daarnaast draagt de toevoeging van acht extra woningen slechts in zeer geringe mate bij aan het toenemen van de hoeveelheid licht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Dinkelland
De gemeente Dinkelland heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente (10 september 2013). De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De locatie is op basis van de structuurvisiekaart aangewezen als 'centrumgebied'. Deze gebieden kenmerken zich hoofdzakelijk door een mix van functies als 'wonen' en 'detailhandel'. Een woningbouwontwikkeling en het behoud van het bestaande pand met fietsenzaak en de bestaande woning past uitstekend binnen het 'centrumgebied'. Relevante onderdelen uit de visie op hoofdlijnen voor Lattrop betreffen: Het borgen van de woonfunctie en basisvoorzieningen voor eigen gemeenschap (kern en buurtschappen); Verdere uitbreiding naar het buitengebied is niet gewenst. Specifiek voor de kernen wil de gemeente Dinkelland de leefbaarheid en sociale samenhang behouden en versterken. De gemeente zet in op vitale woonkernen. Voor Lattrop-Breklenkamp zijn het borgen van de 24
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
woonfunctie en basisvoorzieningen voor de gemeenschap van belang. Toets Met de woningbouwontwikkeling wordt een groot deel van de bestaande bestemming 'Detailhandel' vervangen door een bestemming 'Wonen' waarbinnen ruimte wordt geboden voor de ontwikkeling van maximaal 8 woningen. Deze ontwikkeling draagt bij aan het borgen van de woonfunctie. Doordat de ontwikkeling grotendeels plaatsvindt binnen een bestaande bestemming bedoeld voor een stedelijke functie als 'detailhandel', is van een verder uitbreiding van de bebouwing naar het buitengebied geen sprake. Volledigheidshalve wordt ook verwezen naar de onderbouwing van artikel 2.1.3. van de provinciale Omgevingsverordening. Een woningbouwontwikkeling en het behoud van het bestaande pand met fietsenzaak en woning passen uitstekend binnen het centrum gebied. Een bestaand erf wordt herontwikkeld waarbij vanuit stedenbouwkundige overwegeningen een deel van de tuinen buiten de grenzen van het bestaande erf komen te liggen. De nieuwe situatie wordt landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken van het landschap waarbij ter plaatse landschapselementen worden toegevoegd. Onderhavig plan voorziet in de vraag naar woningen voor starters en senioren uit Lattrop-Breklenkamp.
Met name het kunnen bieden van aantrekkelijke woonruimten voor starters is van belang, zo blijft Lattrop-Breklenkamp een aantrekkelijk - en daarmee ook leefbaar - dorp voor jong en oud. 3.3.2
Woonbeleid Dinkelland
3.3.2.1 Algemeen Op 11 juli 2016 is door de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2016+ ‘Een uitdaging om het mooier te maken’ vastgesteld. Deze visie schetst een visie op het wonen in de gemeente tot 2020, met een doorkijk tot 2025. De visie is de basis voor strategische afwegingen en stelt de vraag hoe de woonaantrekkelijkheid van Dinkelland versterkt kan worden voorop. Tevens staan een aantal thema’s centraal, te weten: beschikbaarheid, betaalbaarheid, extramuralisering en duurzaam wonen. De gemeente neemt hierbij een faciliterende positie in en geeft richting, waarna zij partijen uitnodigt om met concrete plannen te komen. De woonvisie is in hoofdlijnen overeenkomstig met Het Regionaal Woningbouwprogramma (zie paragraaf 3.3.1) en is dan ook regionaal afgestemd. 3.3.2.2 Visie en ambitie De ambitie van de gemeente voor 2025 luidt als volgt: Voor alle doelgroepen, jong en oud, blijft het aantrekkelijk wonen in Dinkelland. Het woningaanbod is gevarieerd, comfortabel en toekomstbestendig zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Er is sprake van een passend voorzieningenniveau en inwoners zijn tot elkaar betrokken, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen versterkt.
De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens. betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. Toets Voor de periode 2015-2024 is de woningbehoefte voor Lattrop-Breklenkamp 16 tot 24 woningen, met daarbij nog een nader te bepalen aantal die zullen voortkomen uit woningbouwinitiatieven die de komende periode worden ontwikkeld en ingediend. De gemeente geeft onder meer mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe/extra plancapaciteit indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden hebben onder meer betrekking op het invulling geven aan beleidsdoelen uit de Woonvisie en het benutten van inbreidingslocaties (transformatie en herstructurering).
Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
25
3.3.2.3 Uitvoeringsnota In de Woonvisie 2016+ is aangegeven dat de woningbouw-programmering in een tweejaarlijkse uitvoeringsnota Woningbouw wordt verantwoord en geactualiseerd, inclusief een actueel kwaliteitskader. Dat kwaliteitskader wordt gebruikt om te beoordelen of de plannen van ontwikkelaars goed aansluiten op de marktvraag. Dit kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Met vaststelling van de 'Uitvoeringsnota woningbouw 2018' op 11 oktober 2018 heeft de gemeente Dinkelland de woningbouwprogrammering geactualiseerd. In het Coalitieakkoord 2018-2022 is ervoor gekozen om de voormalige methode van het toekennen van woningen per kern, die gebaseerd is op het inwoneraantal, los te laten. Veel meer dan sturen op aantallen per kern is gebleken dat het van belang is snel te kunnen inspelen op de actualiteit. De gemeente Dinkelland heeft ervoor gekozen het aantal van 600 woningen als volgt te verdelen:
Binnen het voornemen wordt invulling geven aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals beschreven in de woonvisie. Zo wordt ingezet op het realiseren van toekomstbestendige en duurzame woningen die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen, eveneens passend binnen het nieuwbouwprogramma dat is afgestemd binnen de regio. De acht woningen die worden toegevoegd zullen daarnaast zowel vrijstaand als aaneen gebouwd gerealiseerd kunnen worden, waardoor sprake is van flexibele woningdifferentiatie binnen voorliggend bestemmingsplan. Het betreft een transformatielocatie waarbij de bijgebouwen plaatsmaken voor acht woningen in de kern Lattrop. Het toevoegen van acht woningen past binnen het actuele woningbouwprogramma voor woningen in het de 'overige kernen' dan wel als transformatie en herstructurering locaties. Gezien het bovenstaande kan dan ook worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de Woonvisie Dinkelland 2016+ en de Uitvoeringsnota woningbouw 2018. 3.3.2.4 Programmeringsnotitie Voor de leefbaarheid van de kernen is het van belang dat er in alle kernen woningen kunnen worden gebouwd. In het Coalitieakkoord 2018-2022 is het toekennen van woningen per kern die gebaseerd is op het inwoneraantal losgelaten.
Er wordt actief gestuurd op inbreiding, waarbij de mogelijkheid bestaat dat strategische grondposities worden ingenomen indien inbreidingsmogelijkheden niet of onvoldoende aanwezig zijn. Voor de programmering werken we met prioriteiten die worden gevoed door: 1. 2. 3. 4.
de harde plancapaciteit voor uitgeefbare grond transformatie en herstructurering van locaties de prioriteiten die vanuit de kerngesprekken naar voren zijn gebracht de heersende grondpositie van de gemeente
In de programmeringsnotitie zijn vervolgens de bevindingen per afzonderlijke kern en locatie besproken. Voor Lattrop is het volgende van belang: In Lattrop is behoefte aan levensloopbestendig wonen (wonen en slapen op begane grond) zoals op de locatie Oortman. Op korte termijn is er behoefte aan seniorenwoningen in laagbouw (1 bouwlaag met kap) of appartementen (2 bouwlagen). Ook is er een concrete vraag aan starterswoningen, waaronder tweekappers op 300 m² grond. Deze worden in Lattrop nog vaak in eigen tijd gebouwd. De doorstroming van Lattrop komt momenteel niet goed op gang vanwege omvangrijke koopsom en veel grond (600 tot 700 m²). Dit is niet interessant voor starters. Daarbij moeten veel woningen dan nog voor veel geld 26
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
verbouwd worden (duurzaamheid en isolatie). Het toevoegen van seniorenwoningen leidt dus niet automatisch tot de gewesnte doorstroming. Er is de laatste jaren wel veel migratie van buiten de gemeente naar Lattrop. De gewenste woningbouwlocaties in Lattrop zijn als volgt: Locatie Japink met 7 starterskavels is urgent (prio hoog), daarna fase 2, 3 en 4 voor verdere invullingen (seniorenproducten). Locatie Holsbeek: (prio hoog) met gevarieerd aanbod, afhankelijk van concrete behoefte. Hoewel in de structuurvisie aangemerkt als mogelijke toekomstige woningbouwlocatie, is de locatie aan de zuidzijde van het dorp (Disseroltweg) volgens Lattrop geen optie. Holsbeek en Japink zijn de primaire locaties. Ten aanzien van locaties Holsbeek en Japink: doelstelling is om plan gezamenlijk verder te brengen. Toets Het plangebied, de Dorpsstraat 70 te Lattrop, betreft de locatie 'Japink'. De locatie ten zuiden van de kerk betreft de locatie 'Holsbeek'. Locatie 'Japink' is één van de twee primaire locaties en heeft een hoge prioriteit. Daarbij zijn de plannen 'Japink' en 'Holsbeek' altijd in samenhang bekeken en dienen te worden gezien als één nieuwe gezamenlijke woningbouwontwikkeling in de kern Lattrop. De doelstelling is om de locaties in één gezamenlijk plan met een ruimtelijke visie verder te brengen.
De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de programmeringsnotitie van de gemeente Dinkelland. 3.3.3
Nota Inbreidingslocaties 2016
De "Nota inbreidingslocaties 2016" is van toepassing op aanvragen voor kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied. Voor de definitie van kleinschalige woningbouw, wordt aangesloten bij de jurisprudentie inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van de huidige jurisprudentie wordt de ontwikkeling van 11 woningen niet aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De Nota inbreidingslocaties is dan ook uitsluitend van toepassing op woningbouwontwikkelingen van niet meer dan 11 woningen. Indien het voorliggende plan als zelfstandig plan wordt getoetst aan de nota, wordt het volgende opgemerkt. Er verdwijnt een groot deel van de bestemming 'Detailhandel' en de daar binnen aanwezige bebouwing die benut kan worden voor 'detailhandelsdoeleinden' maar op dit moment niet meer als zodanig in gebruik is. De bebouwing die nog wel in gebruik is ten behoeve van detailhandel, de fietsenzaak is hierin gevestigd evenals een bestaande woning, blijft behouden met het plan. De overige bebouwing die geen functie meer heeft ten behoeve van detailhandel wordt gesloopt. Ter plaatse van de te vervallen bestemming 'Detailhandel' en de te slopen bebouwing worden in totaal 8 woningen gebouwd. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat het plan, indien het als zelfstandig plan wordt beoordeeld, voldoet aan het bepaalde in de Nota inbreidingslocaties 2016.
De ontwikkeling waar het voorliggende bestemmingsplan in voorziet is echter geen op zichzelf staande woningbouwontwikkeling. Direct ten zuiden van de kerk is eveneens verzocht om medewerking voor een woningbouwontwikkeling, hier is op 9 september 2019 positief op besloten door het college van B&W. Deze woningbouwontwikkeling en de woningbouwontwikkeling waarin voorliggend bestemmingsplan voorziet, zijn altijd in samenhang bekeken en beoordeeld. Dit is gedaan vanwege de ruimtelijke samenhang tussen beide locaties die wordt bepaald door de korte afstand tussen beide locaties en de beeldbepalende kerk als het centrum van de woningbouwplannen. Dat sprake is van een ruimtelijke samenhang tussen beide locatie blijkt ook wel uit het feit dat het Q-team noodzaak heeft gezien tot het opstellen van een ruimtelijke visie om op die wijze de onderlinge samenhang en afstemming van de plannen te kunnen borgen. De separaat aangevraagde bestemmingsplanherzieningen voor beide locaties (de verwachting is dat het ontwerpbestemmingsplan voor de locatie ten zuiden van de kerk op korte termijn wordt aangeleverd) dienen dan ook, te worden gezien als één nieuwe gezamenlijke woningbouwontwikkeling in de kern Lattrop. Met dit uitgangspunt is sprake van een woningbouwontwikkeling van meer dan 11 woningen.
Op de bouw van dergelijke woningbouwaantallen is de "Nota inbreidingslocaties 2016" niet van toepassing.
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
27
28
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Op voorhand dient beschouwd te worden of sprake is van een activiteit welke voorkomt in de D-lijst. De activiteit waar voorliggend plan de meeste aansluiting bij vindt is een stedelijk ontwikkelingsproject. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid.
Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Middels onderhavig bestemmingsplan wordt een bestaand erf herontwikkeld naar een woningbouwlocatie. Bestaande bebouwing op het erf wordt gesaneerd en in totaal worden binnen het plangebied acht woningen toegevoegd. De concrete ontwikkeling is beschreven in de planbeschrijving in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied bestaat reeds uit detailhandel en de agrarische functie, daarmee bestaat het plangebied reeds uit stedelijke functies met bijbehorende bebouwing. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is verplicht als het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.
en de omvang van die activiteit ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject waardoor een aanmeldnotitie noodzakelijk is. Een m.e.r.-beoordeling is verplicht in de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woning omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project onder blijft. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Op basis hiervan kan de conclusie getrokken worden dat het onderhavige project niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Dit betekent dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dat kader is een aanmeldnotitie opgesteld (Bijlage 2), die bij het bevoegd gezag is ingediend. Op basis van de aanmeldnotitie heeft de Omgevingsdienst Twente besloten dat geen milieueffectrapport vereist is. Dit besluit is als Bijlage 3 bij deze toelichting bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
29
opgenomen. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen. Gelet op de kenmerken van het onderhavige project (zoals het feit dat de omvang ruimschoots beneden de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. ligt), de plaats van het onderhavige project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Alternatieven hoeven dan ook niet te worden afgewogen. Het onderhavige project is niet m.e.r.-plichtig. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Externe werking: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies. Oftewel: past de nieuwe functie in de omgeving? Interne werking: Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Oftewel: laat de omgeving de nieuwe functie toe? Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies.
De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Gebiedstypen Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zoals gesteld in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten'.
Hierbij wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij twee gebiedstypen te onderscheiden zijn, namelijk: 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering
30
bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70
Het plangebied is gelegen in een gebied dat wordt gekenmerkt als centrumgebied met functiemenging. Door deze functiemenging is het plangebied aan te merken als omgevingstype 'gemengd gebied'. Voor gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), kunnen de gebieden worden aangemerkt als 'functiemengingsgebied'. Bij 'functiemengingsgebieden' moet gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woonen leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Situatie plangebied Het plangebied aan de Dorpsstraat 70 te Lattrop ligt in het centrumgebied van het dorp. In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied'.
De omgeving van het plangebied bestaat uit diverse functies, zoals horeca, maatschappelijk, wonen, bedrijf en groen. Interne werking Ten westen van het plangebied is een discotheek, categorie 2, aanwezig welke op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering een maximale richtafstand heeft van 30 meter voor het aspect geluid. Deze afstand mag met één trap verlaagd worden tot een richtafstand van 10 meter omdat sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied'. De onderlinge afstand tussen de planlocatie en de discotheek voldoet aan deze richtafstand. Daarnaast is er een aannemersbedrijf, categorie 3.1, aanwezig ten noord-westen van het plangebied. De grootste richtafstand voor het aannemersbedrijf is 50 meter voor het aspect geluid. Deze afstand mag met één trap verlaagd worden tot een richtafstand van 30 meter omdat sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied'. De afstand van het bestemmingsvlak tot aan de woonbestemming betreft circa 30 meter. De onderlinge afstand tussen de planlocatie en het aannemersbedrijf voldoet aan deze richtafstand. Ten zuiden/oosten van het plangebied is een kerkgebouw, categorie 2, aanwezig welke op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering een maximale richtafstand heeft van 30 meter voor het aspect geluid.