CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Koggelsteeg 4 Ootmarsum.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 18: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Ootmarsum, Koggelsteeg 4”23.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt op minimaal 490 meter afstand van gronden die horen bij Natuurnetwerk Nederland. bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

29

Figuur 4.4: Ligging plangebied t.o.v. NNN (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Deze activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking in Overijssel. Vanwege de ligging van het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, [naamgeving gebied], ligt [afstand en richting] van het plangebied. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

Uit figuur 4.5 blijkt de ligging van het plangebied ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Springendal & Dal van de Mosbeek. De afstand is minimaal 1,29 kilometer.

Figuur 4.5: Ligging Natura 2000-gebied t.o.v. plangebied (bron: geo.overijssel.nl) Stikstofgevoelige Habitattypen 30

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

Niet alle Habitattypen in Natura2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen. Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen in nabijgelegen Natura2000-gebieden. Beoordeling Stikstof Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden uitgesloten worden. Deze conclusie komt overeen met het advies van de Omgevingsdienst Twente. Conclusie Uitvoering leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen stikstofberekening uitgevoerd te worden. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, uitgesloten worden Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantsoorten en tot een matig geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. Vogels, vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren benutten het plangebied niet als foerageergebied en bezetten er ook geen vaste rust- en voortplantingsplaats.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten zijn er geen wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming.

Figuur 4.6: Vereenvoudigde samenvatting per diergroep (bron: Quickscan) Conclusie Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood en geen vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd en/of vernield. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten zijn er geen wettelijk consequenties m.b.t. soortbescherming. Ook leiden de voorgenomen activiteiten niet tot een wettelijke consequentie in het kader van gebiedsbescherming.

4.9 Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

31

Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Dinkelland geeft aan dat de planlocatie op dekzandhoogten en -ruggen ligt met een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit alle perioden.

Figuur 4.7 uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Dinkelland) Toets Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er geen monumenten in de directe omgeving aanwezig zijn. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.10

Verkeer / parkeren

Aannemersbedrijf Meijer - Oude Lashof wordt ontsloten via de Koggelsteeg een (asfalt)weg met een maximumsnelheid van 50 km per uur. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. De voorliggende uitbreiding van het bouwbedrijf ten behoeve van opslag/werkplaats, gaat niet gepaard met een wezenlijke verkeersgeneratie. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren 32

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

De gemeente Dinkelland heeft de eisen voor het parkeren geregeld in "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" (vastgesteld 29-5-2018). Daarin is vastgelegd dat de toename wat betreft parkeren in voldoende mate moet zijn geregeld op eigen terrein. Voor de normen wordt verwezen naar "Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018". Voor het bouwbedrijf geldt voor de werkplaats een norm 2,35 per 100 m² bvo. Met een uitbreiding van maximaal 346 m² betekent dit een behoefte van 8 parkeerplaatsen. Dit is vergeleken met de huidige parkeercapaciteit en onderstaand parkeerplan is goedgekeurd door de gemeente. Op het bedrijfsterrein is aan de voorzijde voldoende ruimte voor 12 parkeerplaatsen. In figuur 4.8 is aangegeven waar de parkeerplaatsen komen.

Figuur 4.8 Parkeerplaatsen (bron: Anacon)

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

33

34

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

35

36

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

37

38

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel p.m.

Waterschap Vechtstromen Op 20 mei 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap de normale procedure moet worden gevolgd. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

39

40

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

41

Bijlage 1

42

Watertoets

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

datum 20-5-2021 dossiercode 20210520-63-26520

Geachte heer/mevrouw Gerrieanne MInkjan, U heeft het Waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan Uitbreiding aannemersbedrijf Meijer-Oude Lashof door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoetsproces moet worden doorlopen. Watertoetsproces: Op grond van artikel 12 uit het besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies. Daarbij toetst het waterschap het plan aan het voorkeursbeleid dat is geformuleerd. Voor het verdere proces is het van belang om de RO adviseur van het waterschap te betrekken bij het plan. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Daarvoor kunt u contact opnemen met de, voor desbetreffende gemeente, aangewezen RO adviseur.

Ben van Veenen b.van.veenen@vechtstromen.nl ● gemeente Hardenberg ● gemeente Losser ● gemeente Ommen Frits Huttenhuis f.huttenhuis@vechtstromen.nl ● gemeente Borne ● gemeente Coevorden ● gemeente Hellendoorn ● gemeente Oldenzaal

Els Boerrigter e.boerrigter@vechtstromen.nl ● gemeente Dinkelland ● gemeente Enschede ● gemeente Tubbergen

Heral Hesselink h.hesselink@vechtstromen.nl ● gemeente Almelo ● gemeente Rijssen-Holten ● gemeente Wierden

Henry Legtenberg h.legtenberg@vechtstromen.nl ● gemeente Borger-Odoorn ● gemeente De Wolden ● gemeente Emmen ● gemeente Hoogeveen ● gemeente Midden-Drenthe ● gemeente Twenterand

Wim Geerdink w.geerdink@vechtstromen.nl ● gemeente Berkelland ● gemeente Haaksbergen ● gemeente Hengelo ● gemeente Hof van Twente

Telefonisch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die

bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl. Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets.nl//. Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

Bijlage 2

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Ootmarsum, Koggelsteeg 4

45

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Koggelsteeg 4 - Ootmarsum

Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Koggelsteeg 4 7631 AH Ootmarsum Mei 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Koggelsteeg 4 - Ootmarsum

Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Koggelsteeg 4 7631 AH Ootmarsum Projectcode: 21028210 Rapportagedatum: 21 mei 2021 Auteur: Mevr. E. Koppelman

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

8 8 8 9 10

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

11

6

Literatuur en bronvermelding

13

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Tauw Milieu BV, juli 1996 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2008 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Koggelsteeg 4 in Ootmarsum door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de aankoop van het terrein, de bestemmingsplanwijziging en de mogelijke uitbreiding van de bedrijfshal. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de eventuele aanvraag van een omgevingsvergunning. Het bodemonderzoek dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in mei 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.

Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 1 van 13

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Koggelsteeg 4 in de bebouwde kom van Ootmarsum, in het noordoostelijke deel van de bebouwde kom van Ootmarsum. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 254.310 en y = 490.293 en is kadastraal bekend als: gemeente Dinkelland, sectie C, nummer 2648. De Kerkstraat bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en deels verhard met klinkers. Het overige deel is voorzien van gras. Onderzoekslocatie In het kader van de aankoop van het terrein en de bestemmingsplanwijziging en de eventuele uitbreiding van de bedrijfshal is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, deels verhard en omvat circa 625 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Tauw Milieu BV juli 1996; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu B, september 2008; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu B, mei 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Dinkelland, daarbij is de volgende informatie verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel deels een groenbestemming en deels een bedrijfsbestemming; - de bedrijfshal direct ten zuidoosten van de huidige onderzoekslocatie dateert van 2008, hiervoor was de locatie in gebruik als landbouwgrond. Rond 2005 is het terrein bouwrijp gemaakt. - onder de klinkerverharding op de onderzoekslocatie is een puinfundering aanwezig welke is aangebracht in 2008 en als onverdacht voor asbest wordt beschouwd; - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het terrein niet eerder bebouwd geweest; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie.

Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - er hebben eerder bodemonderzoeken op de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. De meest relevante onderzoeken worden hieronder nader toegelicht.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 2 van 13

Tauw Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Industrieterrein de Mors IV te Ootmarsum, d.d. 26 juli 1996 met rapportnummer R3509249.N01/GAL De aanleiding van het onderzoek, op en rondom de huidige onderzoekslocatie was de geplande aanleg van industrieterrein de Mors IV Uit de analyseresultaten bleek het volgende: - in de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond; - in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond; - in het grondwater zijn matig verhoogde gehalten aan nikkel aangetoond. Kruse Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Industrieterrein de Mors IV te Ootmarsum, d.d. september 2008 met projectcode 08036510 De aanleiding van het onderzoek op op en rondom de huidige onderzoeks-locatie, was de geplande nieuwbouw op de locatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: - in de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond; - in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond; - in het grondwater zijn zeer lichte verhoogd gehalte aan barium, nikkel en zink aangetoond.

Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 24 meter boven NAP; - de onderzoekslocatie is ten zuidoosten van de stuwwal Ootmarsum gelegen; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. De deklaag is ter plaatse zeer dun. Onder deze deklaag bevindt zich een teriaire kleilaag. Het doorlatend vermogen is eveneens gering; - de grondwaterspiegel bevindt zich ruim 1.0 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt in oost-zuidoostlijke richting met een gering verhang van ongeveer 8m/km; - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich geen waterwingebieden of oppervlaktewateren die van invloed kunnen zijn op de lokale grondwaterstand of de stromingsrichting van het grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 3 van 13

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten.

Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).

Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 4 van 13

Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van circa 625 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, worden afgeleid dat er 6 boringen dienen te worden verricht, waarvan 4 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Van de diepe boringen wordt 1 boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van een grondwatermonster. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 2 grondmengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen.

De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 5 van 13

Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 6 van 13

Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 7 van 13

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in mei 2021 uitgevoerd door de heren B. Dierink, J. Hartman en R. Veltmaat. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 3 mei 2021 zijn er in totaal 6 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot een diepte van 2.85 m-mv en afgewerkt met een peilbuis. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Het puingranulaat onder de klinkerverharding is aangevoerd en aangebracht bij de bouw van de in 2008 gebouwde bedrijfshal. Het puingranulaat is vanwege dit jaartal niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest en valt buiten de scope van het onderzoek.

De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit zeer fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. Analyse

(Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

BG

1 en 2 3 4 5 6

0 - 0.5 0.15 - 0.65 0.4 - 0.9 0.45 - 0.7 0.2 - 0.7

NEN5740standaardpakket

1 en 2 1 en 2

0.7 - 1.0 1.0 - 1.5

NEN5740standaardpakket

OG

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 8 van 13

Boringen 1 is doorgezet tot 2.85 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 10 mei 2021 is de peilbuis (PB 1) bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

PB 1

1.85 - 2.85

1.15

7.0

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 290

7.0

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 4. In de boven- en ondergrond (BG en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 4: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster

Component

PB 1

Barium Zink

Gemeten Concentratie

GSSD

streefwaarde

Interventiewaarde

180 170

180 * 170 *

50 65

625 800

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 9 van 13

Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater PB 1 - Barium, en zink De licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Ook in eerdere bodemonderzoeken zijn verhoogde gehalten aan metalen in het grondwater aangetoond. Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarden niet overschrijden, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 10 van 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 625 m² aan de Koggelsteeg 4 in Ootmarsum. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en deels verhard. Het onbebouwde en onverharde deel van de onderzoekslocatie is voorzien van gras. De aanleiding van dit onderzoek is de aankoop van het terrein, de bestemmingsplanwijziging en de mogelijke uitbreiding van de bedrijfshal. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 6 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuizen is aangetroffen op 2.85 m-mv.

Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en zink. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen aangezien er enkele overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond (BG en OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de mogelijke uitbreiding van de bedrijfshal, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijf). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 11 van 13

Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 12 van 13

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland Tauw Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Industrieterrein de Mors IV te Ootmarsum, d.d. 26 juli 1996 met rapportnummer R3509249.N01/GAL Kruse Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Industrieterrein de Mors IV te Ootmarsum, d.d. september 2008 met projectcode 08036510 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013,

Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 F, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21022810

Pagina 13 van 13

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Tauw Milieu BV, juli 1996 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2008 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2021

Koggelsteeg 4 in Ootmarsum

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21022810 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 F

12

LEGENDA boring 0.5 m- m.v. 2

m-

m.v.

boring 3

m-

m.v.

boring

peilbuis

vokgrens vaknummer

#

Voormalige

\

vuilstort

\

\‘

\

‚

193

\\‘

°

\\

‘ .

\

I!

215

210

\\ “[ 214\\

‘\ ‘\\

o

\\

204 _ \

203

022

‘„_

6

\\

\\‘ °

J22°

‚224 \

Û

J

\\

\ 192 \

.

\ ‘\

‚zm

.

194

z1s\:

\

\

‘

I

\

‘\

\

.

2Ì3

bossoge

.

f

‘

:

,’ 0

225

‘

[‚ÉS _227

22‘

(

‘

‘ \

**

î%:

25-07—98

6960031DDVK?

Gemeente Dinkelland

1888

Industrieterrein Mors IV Ootmarsum

N W ie

Verkennend bodemonderzoek 2553

ntz

ms elw eg

12 ntz

2552

ntz

15

1889

17

13

18

6 14

16

19 1891

22

1

15 23 3

mp ka

24

11

2592

10

ntz bos

l s te

2527

ntz

eg

25

10 13

160

g ge

2557

ks

eg

ntz

Ko

in Tij

em selw

628

21 20

Wi

12

4

5

624

7

2584

ntz

8

26

s k am p

5

9

2585

27

Tijin k

2540

2591

6

2

2556

3

ntz

Koggelsteeg

2558

8

2586

119

wgr

4

28

1839

1844

2320

De ntz

ntz

bos

1

2

2554

2321 2137

2522

bos

253

1503

2130 752

1504

753

120

118

rs Mo

2555

201

s De Mor

11

252

2521 1897

2015 bos

124 1050

238

56 2013

1502

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl

2014 2011

100 Tel: 0546 - 631153 Fax: 0546 - 632139

2126 2

54

201

= Boring tot 0.5 meter diepte = Boring tot 1.0 meter diepte = Peilbuis

0

Kruse Milieu BV

203

Projectcode : 08036510 Schaal : 1:2000 (A3-formaat) Datum : September 2008

Ad Fontem Koggelsteeg 4 7631 AH Ootmarsum Verkennend bodemonderzoek

Nieuwe watergang groen

3

2

4

groen

eg lste gge Ko

1

5

6

0

4 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: BD/JH/RV Tekenaar: JL

2

Projectcode Schaal Datum

: 21022810 : 1:500 (A4-formaat) : Mei 2021

Bijlage II Boorstaten

1

1

4

groenst rook, m aaiveld

0

0 1

klinker, m aaiveld

0

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak zand

1 -8

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige

50

-15

2

2

-70 3 100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige -100

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs, geel, sporen roest

150

-150

puingranulaat -40

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig zand

100

-100

t ype g r on d b or in g dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs 185

5

200 -220

leem , st erk zandig, donker grijs, bruin, zwak plant en

250

klinker, m aaiveld

0

0 1 -8

-240

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs 50 285

2

-285

-15

puingranulaat -45

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig zand

100

-70

t ype g r on d b or in g dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, sporen t eelaarde -100

2

groenst rook, m aaiveld

0

0 1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig zand

6

groenst rook, m aaiveld

0

50

0 1

2 -70 3 100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige

50 -100

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs, geel, sporen roest -150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs 200

t ype g r on d b or in g dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n -200

t ype g r on d b or in g dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

3

puin, m aaiveld

0

0

puingranulaat -15 1 50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -70

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde -100

t ype g r on d b or in g dat um 0 3 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-20

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, st erk zand -70

100 150

2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, bruin, zwak t eelaarde, ophoogzand geroerd

Kog g e lst e e g 4 - Oot m a r su m 21022810 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde -100

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 06-May-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021073218/1 21022810 Koggelsteeg 4 - Ootmarsum 03-May-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21022810 Koggelsteeg 4 - Ootmarsum

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Jan Hartman

Eenheid

Analyse

1

2

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

82.0

86.1

2021073218/1 03-May-2021 06-May-2021 06-May-2021/09:19 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

3.5

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

96

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

2.6

2.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

6.2

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

<10

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

24

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

17

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

16

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

39

<35

Minerale olie

S

Zie bijl.

Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

1

BG

2

OG

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

12028772 12028773

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

S

21022810 Koggelsteeg 4 - Ootmarsum

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Jan Hartman

Analyse

Eenheid

1

2

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

S S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0049

2021073218/1 03-May-2021 06-May-2021 06-May-2021/09:19 A,B,C 2/2

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

<0.050

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.35

<0.050 1)

0.35

Nr. Uw monsteromschrijving

1

BG

2

OG

1)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

12028772

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

12028773

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021073218/1 Pagina 1/1 Monster nr.

Uw monsteromschrijving Van

Tot

0538775544

1

0

50

03-May-2021

0538775486

2

0

50

03-May-2021

0538775482

4

40

90

03-May-2021

0538775475

5

45

70

03-May-2021

0538775473

3

15

65

03-May-2021

0538775462

6

20

70

03-May-2021

Barcode

Boornr

12028772

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

BG

12028773

OG

0538775548

1

70

100

03-May-2021

0538775556

1

100

150

03-May-2021

0538775472

2

70

100

03-May-2021

0538775488

2

100

150

03-May-2021

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2021073218/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/578/documents/17475