Bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp (4).pdf
Tekst van het document
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Bedrijventerrein De voor ‘Bedrijventerrein’ bestemde gronden zijn bestemd voor bedrijven genoemd in de bij de regels opgenomen ‘Staat van bedrijfsactiviteiten. De toegestane milieucategorie is vastgelegd op de verbeelding. Verder zijn de tot ‘Bedrijventerrein’ bestemde gronden bedoeld voor openbare nutsvoorzieningen, niet-zelfstandige kantoren, groenvoorzieningen, evenementen, voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijk) berging en infiltratie van hemelwater, parkeervoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen. Bos De tot ‘Bos’ bestemde gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor bos, met daaraan ondergeschikt de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosplanting ten behoeve van de houtproductie, groenvoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijk) berging en infiltratie van hemelwater, het extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik met de daarbijbehorende 48
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
kunstobjecten, nutsvoorzieningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
49
50
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
51
52
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie van 9 november 2022 aangegeven geen bezwaar te hebben op de voorgenomen ontwikkeling. Waterschap Vechtstromen Op 21 juli 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat de normale procedure van toepassing is.
Het waterschap heeft aangegeven akkoord te gaan met de plannen indien de bergingseis van 55 mm waterberging per m2 verhard oppervlak geprojecteerd kan worden in watervoorzieningen. Op eigen terrein is voldoende ruimte om, bijvoorbeeld middels een wadi, te kunnen voorzien in deze voorziening.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 29-12-2023 met voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn meerdere zienswijzen binnengekomen. Hiervoor is een zienswijzennota opgesteld welke is opgenomen in Bijlage 11 van de toelichting van dit plan.
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
53
54
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
55
Bijlage 1
56
Bomen effect analyse
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
RAPPORTAGE BOMEN EFFECT ANALYSE LEFERINK ARCHITECTEN RAPPORT:
BEA-221221B-156.2
OBJECT:
ONTWIKKELING HANZEWEG
LOCATIE:
HANZEWEG TE DENEKAMP
DATUM:
18 NOVEMBER 2024
COLOFON Opdrachtgever Naam Afdeling Contactpersoon Adres Postcode en Plaats Telefoon Email
: Leferink architecten : Projectontwikkeling : Dhr. O. Heerink : Kleibultweg 35 : 7575 BM Oldenzaal : 0541 - 35 82 60 : olaf@leferinkarchitecten.nl
Opdrachtnemer Naam Afdeling Adres Postcode en Plaats Telefoon Email Internet
: Expedio Arbori : Boomtechnisch onderzoek advies & taxatie : Burg. Kerssemakersstraat 40 : 8101 AP Raalte : 0572-364400 : info@expedio-arbori.nl : www.expedio-arbori.nl
Projectgegevens; Uw kenmerk Ons kenmerk Type onderzoek Straat/locatie Plaats Datum onderzoek
: Concept verbeelding bestemmingsplan : BEA-221221B-156.2 : Quickscan Bomen Effect Analyse (Q-BEA) : Hanzeweg : Denekamp : 21 januari 2022 en 18 november 2024
Status; Status rapport Datum
: definitief : 18 november 2024
Adviseur:
R. (Ronald) Wobben Boomtechnisch adviseur (ETT) Geregistreerd boomtaxateur Gecertificeerd boomcontroleur
De bevindingen en metingen, volstrekt nodig voor dit verslag zijn met de grootst mogelijke zorg en met gespecialiseerd kwaliteitsapparatuur uitgevoerd. Echter, bij bomen spreekt men van levend materiaal en op de schade die natuurkrachten (wind e.d.) ook bij volkomen gezonde bomen kunnen aanrichten, kunnen wij uiteraard geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor welke schade dan ook ontstaan aan of door deze bomen. Het is niet toegestaan het rapport of delen van het rapport te vermenigvuldigen en/of openbaar te maken, anders dan bedoeld voor intern gebruik zonder schriftelijke toestemming van Expedio Arbori te Raalte.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
2
0
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
pag.
4-6
METHODE VAN ONDERZOEK
pag.
7-8
2.1 Visuele inspectie 2.2 Bodem en bewortelingsonderzoek 2.3 Werken rond bomen
pag. pag. pag.
7-8 8 9
3
SITUATIE EN PLANVORMING
pag.
10
3.1 3.2
Huidige situatie Planvorming
pag. pag.
10 11
4
ONDERZOEK EN RESULTATEN
pag.
12-15
4.1 Visuele inspectie 4.2 Bodem en bewortelingsonderzoek 4.3 Conclusie
pag. pag. pag.
12 14 15
5
pag.
16
5.1 Te verwachten gevolgen bovengronds 5.2 Te verwachten gevolgen ondergronds
pag. pag.
16 16
6
pag.
16
2
vraagstelling aanleiding doelstelling projectfase leeswijzer
KNELPUNTENANALYSE
AANBEVELINGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
: Kaartoverzicht bomen : Boomgegevens : Concept verbeelding bestemmingsplan : Posters ‘werken nabij bomen’
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
3
1
INLEIDING In opdracht van de heer O. Heerink, namens Leferink architecten, is door Expedio Arbori in 2022 een Quickscan Bomen Effect Analyse (hierna BEA) uitgevoerd bij een 39-tal bomen welke in het kader van een herinrichtingsproject Hanzeweg te Denekamp onder invloed van de project gerelateerde werkzaamheden komen. Het onderhavige rapport betreft een update van het eerdere rapport met inbegrip van het vernieuwde planontwerp en een herinspectie van de bomen. Waar nodig zijn aanpassingen aan het eerdere rapport (BEA221221B-156 d.d. 3 februari 2022) verwerkt. Het voornemen bestaat om een deel van de bestaande bosopstand te verwijderen om ruimte te maken voor enkele bedrijfspanden. Om de panden heen is men voornemens een klinkerverharding aan te leggen. Men heeft zich als doel gesteld de bosopstand aan de westzijde te handhaven en aan de zijde van de Hanzeweg een verhoogde liggende houtwal in stand te houden. De geplande werkzaamheden zullen mogelijk van (negatieve) invloed kunnen zijn op het voortbestaan van de aanwezige bomen. Ten grondslag aan deze effect analyse liggen de ter beschikking gestelde stukken; -
concept verbeelding bestemmingsplan (bijlage 3)
Vraagstelling “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden blijven ?” Aanvullende vraagstukken; Wat is de conditie en toekomstverwachting van de bomen op dit moment? Welke invloed hebben de werkzaamheden in de directe omgeving van de bomen? Welke maatregelen kunnen genomen worden om de invloed ten aanzien van de aanwezige tot een minimum te beperken?
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
4
Aanleiding Aanleiding van het onderzoek vormt de voorgenomen herinrichting van een perceel aan de Hanzeweg te Denekamp. Het perceel heeft nu een bosachtig karakter, ten dele als spontane ontwikkeling ontstaan. Middels een Quickscan Bomen Effect Analyse wordt beoordeeld of de bomen parallel aan de Hanzeweg verantwoord behouden kunnen blijven.
Bron; Google Earth, bewerking Expedio Arbori Onderzoeksgebied is rood omkaderd globaal weergegeven.
Doelstelling De onderzoeksopdracht, gebaseerd op de hiervoor genoemde vraagstellingen, is volgens onderstaande werkomschrijving tot stand gekomen; Conditiebeoordeling/Toekomstverwachting van de bomen in de huidige situatie. Planbeoordeling, hierbij wordt beoordeeld of het huidige ontwerp toegepast worden of dat er mogelijke knelpunten zijn ten aanzien van het duurzaam behoud van de te onderzoeken bomen. Aanreiken van mogelijkheden ten aanzien van duurzaam behoud van de bomen en/of aandragen van mogelijke alternatieven ten aanzien van inpassingmogelijkheden van de boom in het plan. Verzorgen van adviesrapportage naar aanleiding van de uitkomsten van het boomonderzoek.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
5
Projectfase De status van het ontwerp is bijna definitief. Wijzigingen in het ontwerp zijn nog mogelijk indien noodzakelijk. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de wijze van onderzoek en hoofdstuk 3 bevat informatie over de huidige situatie en de planvorming. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitkomsten van de onderzoeken, waarna in hoofdstuk 5 de knelpunten ten aanzien van de bomen worden beschreven. Hoofdstuk 6 beschrijft uiteindelijk de aanbevelingen die worden gedaan naar aanleiding van de beschreven knelpunten om de bomen waar mogelijk duurzaam te behouden.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
6
2
METHODE VAN ONDERZOEK 2.1
Visuele boominspectie
Door een verscheidenheid aan bomen en boomsoorten met ieder hun eigen soorteigenschappen en de verscheidenheid aan groeiplaatsomstandigheden brengt met zich mee dat iedere boom zich anders ‘gedraagt’ en verschillend reageert op eventueel aanwezige aantastingen en/of mechanische gebreken. Het is daarom wenselijk om boominspecties op boomniveau te rapporteren. Dit betekent dat bij iedere boom afzonderlijk wordt gekeken naar de conditie en vitaliteit, soortspecifieke kenmerken en/of aanwezige aantastingen en gebreken, waarbij naast zichtbare afwijkingen vooral ook aandacht is voor de mechanische opbouw en mechanische defectsymptomen die bij bomen kunnen voorkomen. 2.1.1 conditie De conditie van de boom is beoordeeld volgens de beoordeling van de kronenstructuur volgens Dr. A. Roloff. Eén en ander is gebaseerd op respectievelijk knopbezetting en de meting van lengtescheuten (conditie) en de mate van wondovergroeiing (vitaliteit). De conditie van de boom is volgens de volgende klassen beoordeeld;
Normaal (lees; goed).
Verminderd (lees; licht afgenomen, maar voldoende).
Sterk verminderd (lees; matig, mogelijk herstelbaar).
Slecht (lees; onherstelbaar).
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
7
2.1.2 Kwaliteit De kwaliteit is gebaseerd op de huidige conditie, mechanische opbouw en stabiliteit van de bomen. De bomen zijn rondom, van top tot teen bekeken, waarbij is gelet op mogelijke afwijkingen, aantastingen en verzwakkingen welke kenbaar worden gemaakt door uitwendige symptomen. 2.1.3 Toekomstverwachting De toekomstverwachting van de bomen is uiteengezet in de volgende klassen; Goed;
Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom, worden binnen een termijn van >15 jaar geen problemen verwacht.
Redelijk;
Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom, wordt binnen een termijn van 10-15 jaar geen problemen verwacht.
Matig;
Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is deze duidelijk verminderd, verwacht mag worden dat ‘herstel’ van de boom eventueel mogelijk is. (toekomstverwachting <10 jaar)
Slecht;
Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is deze minimaal of nihil te noemen, verwacht wordt dat ‘herstel’ van de boom niet of nauwelijks mogelijk is. (toekomstverwachting <5 jaar).
2.2
Bodem en bewortelingsonderzoek
Door middel van een bodem- en bewortelingsonderzoek is het mogelijk om inzicht te krijgen in de bodemsamenstelling en de opbouw en kwaliteit van het wortelstelsel. Door het uitvoeren van grondboringen kan de opbouw en samenstelling van de bodem en beworteling worden beoordeeld.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
8
2.3 Werken rond bomen Werkzaamheden nabij bomen hebben veelal een grote (negatieve) invloed op bomen en/of hun directe leefomgeving. Dit kan zowel op de kwantiteit als de kwaliteit van de boven- en ondergrondse situatie betrekking hebben. Gedacht kan worden aan beschadiging van boven- en ondergrondse boomdelen, wortelverlies, bodemverdichting, verdroging etc. Het is vooral van belang om middels een groeiplaatsonderzoek te beoordelen wat de diepte en de intensiteit van de wortelkluit(en) is. In stedelijk gebied is er veelal sprake van bewortelingspatronen die sterk afwijken van de meer natuurlijke situatie. Om te beoordelen of en in welke mate de bomen schade zullen ondervinden van de voorgenomen plannen, wordt het volgende onderzocht; Bovengronds; Visuele inspectie ter bepaling van de actuele conditie en mechanische kwaliteit; Indien noodzakelijk uitvoeren van nader boomtechnisch onderzoek; Ondergronds Kwaliteit (voeding) en kwantiteit van de bodem (doorwortelbare ruimte); Aanwezigheid en intensiteit van de beworteling (ondergronds ruimtegebruik). Op basis van bovenstaande onderzoeksaspecten is het mogelijk om een uitspraak te doen over de toekomstverwachting (levensduur) bij gelijkblijvende omstandigheden. Daarnaast kan worden beoordeeld of en in weke mate de geplande bouwwerkzaamheden negatieve effecten zullen hebben op de kwaliteit van de bomen.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
9
3
SITUATIE EN PLANVORMING 3.1
Huidige situatie
De bomen staan als ‘houtwal’ verhoogd ten opzichte van het omringende maaiveld als afscheiding tussen het bos en de Hanzeweg. De gemeten afstand tussen een parkeerstrook (tevens perceelsgrens) aan de Hanzeweg en het hart van de 1 e boom bedraagt zo’n 1.5 meter. Het hart van de laatste boom bevindt zich op 3 meter vanuit deze parkeerstrook. Het gaat om een volwassen bomenbestand, overwegend bestaande uit zomereiken en een enkele grove den. Aan het einde van het perceel staan nog twee beuken welke geen onderdeel uitmaken van de houtwal, maar mogelijk binnen de invloedssfeer staan van het project. De bomen zijn allen afzonderlijk beoordeeld en opgenomen in bijlagen 2 van deze rapportage. De bomen zijn oplopend genummerd weergegeven in bijlage 1.
bos
3 meter
1.5 meter
Impressie van de onderzoekslocatie.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
10
3.2
Planvorming
De voorgenomen plannen bestaan uit het ten dele kappen van een bosopstand om deze in te richten met bedrijfspanden. Hierbij is aan de zijde van het kanaal rekening gehouden met behoud van een bosstrook. Aan de zijde van de Hanzelaan is rekening gehouden met het behoud van de hoger gelegen houtwal. Onderstaand het ontwerp van de nieuwe situatie zoals ook is opgenomen in bijlage 3.
Voorontwerp mogelijke bebouwing Bron; Leferink Architecten
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
11
4
ONDERZOEK & RESULTATEN
4.1 Beoordeling bomen Ten aanzien van de BEA zijn de bomen, die binnen de invloedsferen van de werkzaamheden staan, beoordeeld. In bijlage 2 zijn de boomgegevens verwerkt in een excel-document. Het gaat om een volwassen bomenbestand, overwegend bestaande uit zomereiken en een enkele grove den. Aan het einde van het perceel staan nog twee beuken, welke geen onderdeel uitmaken van de houtwal, maar mogelijk binnen de invloedssfeer staan van het project. Omdat de bomen als onderdeel van het houtwal grenzen aan een bos, zijn deze onder invloed van onderlinge lichtconcurrentie uitsluitend de hoogte in gegroeid. Dit betekent dat de bomen een beperkte kroonbreedte hebben aan de zijde van het perceel. Conditie Op basis van een visuele controle is de conditie (groeivermogen) bij één boom als verminderd aangeduid (nr. 6). Vier bomen zijn afgestorven (nr. 12 en 14) of afstervend (nr. 38 en 39). Bij de overige bomen is de conditionele gesteldheid als normaal (lees; goed) aangemerkt. Veiligheid Bij de bomen zijn ook de veiligheidsaspecten beoordeeld. Hieronder volgt voor een aantal bomen een beknopte toelichting. Bij alle bomen is in meer of mindere mate dood hout waargenomen, welke in de binnenkroon van een boom normaal is te noemen, vanwege lichtgebrek (natuurlijke verschijnsel).
Desalniettemin vormt dood hout een risico op breuk, waardoor dit in bewoond gebied leidt tot een verhoogd risico voor de veiligheid. Daar waar de bomen grenzen aan de openbare weg en/of aan het naastgelegen perceel, hangen de takken dermate ver door, dat niet aan de wettelijke vrije doorgang wordt voldaan van 4.5 meter. In alle gevallen zijn de genoemde gebreken in één snoeibeurt weg te nemen. Toekomstverwachting Op basis van de huidige bevindingen en groeiplaatsomgeving is de toekomstverwachting van alle bomen normaal (lees; goed) te noemen en bedraagt deze in onveranderde omstandigheden meer dan 15 jaar. Opgemerkt dient te worden dat er enkele bomen zich als onderstandige boom scheef hebben ontwikkeld richting de rijbaan. Daar waar dit ten aanzien van de rijbaan (te laag kroonbeeld) leidt tot een onhoudbare situatie en/of een slecht toekomstperspectief, is geadviseerd de betreffende boom te verwijderen. Dit geldt ook voor enkele reeds afgestorven bomen. De bomen welke in aanmerkingen komen voor kap kunnen in het kader van regulier beheer (dunning) geveld worden.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
12
37
Aanzicht uit noordoostelijke richting
Smal opgaand kroonbeeld
38
39
Boom 38 staat zo’n acht meter vanuit de perceelsgrens.
Afstervend conditiebeeld boom 38 d.d. 18-11-2024
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
13
4.2 Bodem en bewortelingsonderzoek Door het graven en boren van profielen in de directe groeiplaatsomgeving van de bomen (binnen de kroonprojectie) is getracht een beeld te krijgen van de ondergrondse omstandigheden. Gekeken is hier naar de structuur, humusgehalte alsook de doorwortelbaarheid van de grond. Er zijn profielen gegraven haaks op de ontwikkelrichting van de wortels, aan de zijde waar ook de inrichting van het perceel is gepland. Het profiel bestaat uit een tien cm dikke bladlaag met daarop volgend een matig intensief doorwortelde (wortelharen) humusrijke zandgrond tot een diepte van 40 cm. Gemeten op een afstand van 3.5 meter uit de perceelsgrens is het hoofdwortelpakket waargenomen vanaf -40 tot -60 cm, tot waar de bodem nog bestaat uit een humusrijke zandgrond. Tot een diepte van -80 cm worden nog enkele wortelharen waargenomen in een matig grove, humusarm rood zand. Gemeten op een afstand van 4.5 meter uit de perceelsgrens is het hoofdwortelpakket waargenomen vanaf -50 onder het maaiveld. Dit betekend dat de boomwortels zich in een neerwaartse hoek in de bodem hebben ontwikkeld. Tussen -80 en -100 cm diepte bevindt zich een gemengde matig humusrijke zandgrond, welke daarna over gaat in fijn geel zand, humusarm en sterk verdicht. Wortelgroei dieper dan 100 cm is dan ook niet mogelijk.
Profiel op 3.5 meter uit de perceelsgrens
Detail profiel, hoofdbeworteling vanaf -40 cm.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
Profielboring
14
4.3 Conclusie Conditie De conditie bij twee bomen is verminderd tot matig (6 en 39), waarbij er bij boom 6 sprake is van een houtrot veroorzakende schimmel. Bij boom 39 is geen aanwijsbare oorzaak aangetroffen van de conditievermindering, maar is in vergelijking met de inspectie van januari 2022 tot 18 november 2024 van verminderd tot matig ontwikkeld. Bij boom 38 is het conditiebeeld sterk afgenomen naar slecht. De overige bomen kennen een normale ontwikkeling en een goede conditie. Toekomstverwachting In onveranderde omstandigheden is de toekomstverwachting van de bomen goed (>15 jaar), met uitzondering van een negental bomen. Uit beheertechnisch oogpunt is geadviseerd om de bomen 4, 6, 12, 14, 22, 35,36, 38 en 39 niet langer te handhaven. Planbeoordeling De hoofdvraag van de BEA: “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden blijven?” kan beantwoord worden met ja. De bomen kunnen duurzaam behouden blijven mits onverkort de hierna volgende maatregelen en/of een aangepaste werkwijze worden toegepast voor het werken nabij bomen.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
15
5
KNELPUNTENANALYSE
5.1 Te verwachten gevolgen bovengronds: De voorgenomen aanleg van verharding tot aan de houtwal betekent dat hiervoor gegraven dient te worden binnen de doorwortelde zone, nabij en/of binnen de stabiliteitskluit. Daarnaast kent de horizontale ontwikkeling van de kronen mogelijk beperkingen ten aanzien van de geplande bebouwing; Omdat de geplande bebouwing zo’n 7 meter vanuit de perceelsgrens wordt gepland, kan dit mogelijk ter hoogte van de bomen 37 en 38 leiden tot een conflict. Middels geringe snoei is dit te beperken bij boom 37, boom 38 dient gekapt te worden vanwege de slechte levensverwachting. Inzet van zwaar materiaal en materieel kan tot verdichting van de groeiplaats leiden. Opslag van materiaal en materieel kan zowel fysieke schades bij de bomen veroorzaken en ook leiden tot een ongunstige invloed op de groeiplaatsomstandigheden. Afscherming van de gehele kroonprojectie (kritieke zone) is niet mogelijk omdat er binnen de kroonprojectie gewerkt moet worden. Een deel van de werkzaamheden zal binnen de stabiliteitskluit plaats vinden. Werkzaamheden binnen de stabiliteitskluit dienen handmatig te worden uitgevoerd, in bijlage 5 is een kolom met daarin de straal van de indicatieve stabiliteitskluit opgenomen.
5.2 Te verwachten gevolgen ondergronds: Te allen tijde dient schade aan stam, kroon en aan dikkere beworteling (> 5 cm diameter) te worden voorkomen. Bij wortelsnoei dienen wortels haaks te worden afgeknipt of afgezaagd. Wortels dikker dan 5 cm dienen te alle tijde in overleg met de toezichthouder te worden afgezet. Ten aanzien van de houtwal dient de aanleg van verharding (en daarmee het graafwerk) ten minste vanaf 4,5 meter buiten de perceelsgrens plaats te vinden. Een aangepaste werkwijze bij boom 38 is vereist. Bronbemaling is niet van toepassing
6 AANBEVELINGEN De bomen zijn te handhaven door een aangepaste werkwijze aan te houden.
Voor de houtwal dient ten minste een breedte van 4.5 meter aangehouden te worden met behoud van maaiveldniveau en profiel.
Als algemene richtlijnen voor het werken nabij bomen is de bomenposter ‘Werken rond bomen’ van het Norminstituut bomen in bijlage 4 bijgevoegd.
BEA-221221B-156.2 Quickscan Bomen Effect Analyse
16
BIJLAGE 1 ; KAARTOVERZICHT BOMEN
Nederlandse naam
boomhoogte (m)
kroondiameter (m)
groeivorm
levensfase
conditie
afwijkingen
toekomstverwachting
opmerkingen
zomereik
30
12-14
4-6
Normaal
volwas
normaal
plakoksel, dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
2
Quercus robur
zomereik
30
12-14
4-6
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
3
Quercus robur
zomereik
30
12-14
4-6
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
4
Quercus robur
zomereik
10
4-6
2-4
onderstandig volwas
normaal
onderstandig
matig (<10 jaar)
vellen
5
Quercus robur
zomereik
25
6-8
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
6
Quercus robur
zomereik
30
14-16
8-10
Normaal
volwas
verminderd
dood hout, lekpits agv matig (<10 jaar) honingzwam
vellen
7
Quercus robur
zomereik
30
8-10
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
8
Quercus robur
zomereik
30
12-14
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
9
Quercus robur
zomereik
15
6-8
2-4
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
10
Pinus sylvestris
grove den
45
12-14
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
11
Pinus sylvestris
grove den
30
12-14
6-8
Normaal
volwas
normaal
scheefgroei
goed (>15 jaar)
12
Pinus sylvestris
grove den
30
12-14
2-4
Normaal
volwas
slecht (afgestorven)
dood
zeer slecht (<1 jaar)
13
Quercus robur
zomereik
20
8-10
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout, scheefgroei goed (>15 jaar)
Stamdiameter (cm)
Boomsoort Quercus robur
Boomnummer 1
vellen onderhoudssnoei uitvoeren
Nederlandse naam
boomhoogte (m)
kroondiameter (m)
groeivorm
levensfase
conditie
afwijkingen
toekomstverwachting
opmerkingen
zomereik
15
n.v.t.
6
n.v.t.
volwas
slecht (afgestorven)
dood
zeer slecht (<1 jaar)
vellen
15
Quercus robur
zomereik
30
12-14
10-12
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
16
Quercus robur
zomereik
20
12-14
2-4
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
17
Quercus robur
zomereik
20
12-14
2-4
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
18
Quercus robur
zomereik
35
16-18
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
19
Quercus robur
zomereik
35
16-18
10-12
Normaal
volwas
normaal
dood hout, zuiger
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
20
Quercus robur
zomereik
50
16-18
12-14
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
21
Quercus robur
zomereik
40
16-18
10-12
Normaal
volwas
normaal
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
22
Quercus robur
zomereik
10
2-4
12-14
onderstandig volwas
normaal
matig (<10 jaar)
evt. vellen
23
Quercus robur
zomereik
20
14-16
2-4
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
24
Quercus robur
zomereik
30
16-18
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
25
Quercus robur
zomereik
40
16-18
12-14
Normaal
volwas
normaal
dood hout, plakoksel, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei / correctiesnoei; kroondeel met plakoksel verwijderen
26
Pinus sylvestris
grove den
25
16-18
4-6
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
Stamdiameter (cm)
Boomsoort Quercus robur
Boomnummer 14
dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, onderstandig
boomhoogte (m)
kroondiameter (m)
groeivorm
levensfase
conditie
toekomstverwachting
opmerkingen
40
16-18
10-12
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
28
Quercus robur
zomereik
30
16-18
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
29
Quercus robur
zomereik
30
16-18
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
30
Quercus robur
zomereik
30
16-18
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
31
Quercus robur
zomereik
20
16-18
8-10
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
32
Quercus robur
zomereik
10
10-12
6-8
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
33
Quercus robur
zomereik
40
16-18
10-12
Normaal
volwas
normaal
dood hout, plakoksel, te laag kroonbeeld
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei / correctiesnoei; kroondeel met plakoksel verwijderen
34
Quercus robur
zomereik
30
16-18
10-12
Normaal
volwas
normaal
dood hout
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren
matig (<10 jaar)
vellen
matig (<10 jaar)
evt. vellen
goed (>15 jaar)
onderhoudssnoei uitvoeren, correctiesnoei; kroondeel met plakoksel uitlichten *mogelijk eekhoornnest aanwezig
35
Quercus robur
zomereik
25
14-16
10-12
onderstandig volwas
normaal
36
Quercus robur
zomereik
20
8-10
2-4
onderstandig volwas
normaal
37
Quercus robur
zomereik
50 x 4
18-20
18-20
Normaal
volwas
normaal
afwijkingen
Nederlandse naam zomereik
Stamdiameter (cm)
Boomsoort Quercus robur
Boomnummer 27
dood hout, te laag kroonbeeld, onderstandig, lengteribben stam dood hout, onderstandig
dood hout, plakoksel, 4 stammige boom
39
Fagus sylvatica
beuk
90
Normaal
volwas
slecht
18-20
18
Normaal
volwas
opmerkingen
conditie
16
toekomstverwachting
levensfase
18-20
afwijkingen
groeivorm
75
kroondiameter (m)
beuk
boomhoogte (m)
Nederlandse naam
Fagus sylvatica
Stamdiameter (cm)
Boomsoort
Boomnummer 38
kroon instervend, dood slecht (<5 jaar) hout, wond stamvoet
vellen
matig
dood hout, top- en twijgsterfte, plakoksel recent uitgescheurd matig (<10 jaar) (loshangend in kroon), te laag kroonbeeld
evt. vellen uit oogpunt beheer
DNK00M00656 DNK00M01373
DNK00M00655
DNK00M01502
DNK00M00525
blijvend bos - groen
DNK00M00803
eg
DNK00O00003
hofw
nde
Bra
BO
5
DNK00O01885 DNK00O03987
3
(bw) 18
DNK00O03886
16
DNK00O03243
(bw)
(bw)
4
bouwkavel ca. 3.615 m2 DNK00O03828
DNK00O01880
G
enkelbestemming: Bedrijventerrein functie: t.m. categorie 3.2
10
DNK00O01882
54
DNK00O03829
(bw) 56
DNK00O03986
DNK00O01884
33
DNK00O01482
5
4A (bw)
DNK00O01486
DNK00O03244
Ha
nz
DNK00O04845
DNK00O04823
52
A
ew
eg
(b<=3.1) 12
7
DNK00O03941 DNK00O03831
(bw)
5
2 (bw)
DNK00O03837
DNK00O04824
DNK00O03836
(b<=3.2)
29-3
1
Paral
50
ew
DNK00O01485
eg
DNK00O01483
nz
BT
Titel:
DNK00O03832
W
DNK00O04341
Ha
DNK00O01370
DNK00O04846
46
A-
(bw)
46
Ondergrond:
C DNK00O04342
DNK00O05374
W
DNK00P02097
.
DNK00M00525
blijvend bos - groen
DNK00M00803
DNK00O00003
5
wal met best. bomen DNK00O03987
3
(bw) 18 16
(bw)
4
bouwkavel ca. 3.615 m2 DNK00O03828
DNK00O01880
G
enkelbestemming: Bedrijventerrein functie: t.m. categorie 3.2 DNK00O01882 DNK00O03986
(bw) 56
54
DNK00O03829
DNK00M00525
blijvend bos - groen
DNK00M00803
10.7 18.7
hal ca. 233 m2 18.7x12.5 m
51.6 12.5
27
10
DNK00O00003
hal ca. 1.395 m2 27x51.6 m
5
16.2
DNK00O03987
3
(bw) 18
4
CONCEPT MOGELIJKE BEBOUWING bouwkavel ca. 3.615 m2
16
(bw)
hal ca. 350 m2 16.2x21.6 m
DNK00O03828
DNK00O01880
G
enkelbestemming: Bedrijventerrein functie: t.m. categorie 3.2 DNK00O01882 DNK00O03986
(bw) 56
54
DNK00O03829
BIJLAGE 4: ‘POSTERS WERKEN ROND BOMEN’
Bijlage 2
Aanmeldnotitie
bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp
83
Aan: Gemeente Dinkelland College Burgermeester en Wethouders Postbus 11 7590 AA Denekamp Borne, 5 december 2022 Ons kenmerk: 22AF064 Bijlagen: Geen
Betreft: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Hanzeweg – Parallelweg Denekamp
Geachte college, Hierbij doen wij u namens onze opdrachtgever een aanmeldnotitie voor een (vormvrije) m.e.r. beoordeling toekomen. Aan de Kloppendijk 48 is momenteel het bedrijf Hogeling Metaal gevestigd. Een gedeelte van een bestaand gebouw wordt gebruikt door het genoemde metaalbedrijf. Het bedrijf loopt momenteel aan tegen de maximale mogelijkheden van het bestaande bedrijfslocatie en het bedrijfspand. Het bedrijf kampt al geruime tijd met problemen met betrekking tot ruimtetekort voor zowel productie als opslag mogelijkheden. Initiatiefnemer is voornemens om het bosperceel om te zetten in bedrijventerrein voor de ontwikkeling van een bedrijfshal voor een bedrijf tot en met milieucategorie 3.2. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplanherziening. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Het plan maakt de realisatie van een bedrijfsperceel (bouwvlak). Daarmee voorziet het plan in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject volgens het Besluit m.e.r.. In deze vormvrije M.e.r.-beoordeling wordt beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen met zich meebrengt.
Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: • • •
de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de kenmerken van het project; de kenmerken van het potentiële effect.
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW Borne T 074 255 70 20 IBAN NL92RABO 0331 6534 27 BIC RABONL2U KvK Veluwe-Twente 08140851 Btw nr. NL 8151.28.939.B01 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl
Kenmerken van het betreffende project Onze opdrachtgever (Hogeling Metaal) is voornemens om zijn bedrijfslocatie aan de Kloppendijk 48 te Denekamp te verplaatsen. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt het bestemmingsvlak op de hoek van de Parallelweg en de Hanzeweg gewijzigd, zodat hier nieuwbouw kan plaatsvinden met een gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing van ca 2000 m2. Het plangebied wordt ontsloten via de Parallelweg. Op eigen terrein is aan de westkant van het erf voldoen gelegenheid om te parkeren. In onderstaande figuur is een impressie van het inrichtingsplan weergegeven van de voorgenomen ontwikkeling aan de Hanzeweg – Parallelweg te Denekamp.
Figuur 1: Impressie toekomstige ontwikkeling
Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de Hanzeweg – Parallelweg aan de noordzijde van de kern Denekamp. De ontwikkeling heeft betrekking op het kadastraal perceel bekend als gemeente Denekamp, sectie O, perceelsnummer 3. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.615 m2. In figuur 2 is een kaart opgenomen, waarop de ligging van het plangebied globaal ten opzichte van de omgeving wordt weergegeven. Ook is in figuur 3 een kaart opgenomen. Daarop wordt de begrenzing van het plangebied
-2-
(indicatief) weergegeven. Voor het exacte plangebied wordt kortheidshalve verwezen naar de verbeelding behorende bij de bestemmingsplanherziening.
Figuur 2: Ligging plangebied (bron: PDOK)
Figuur 3: Begrenzing plangebied (Bron: PDOK)
-3-
Kenmerken van de potentiële effecten Voor wat betreft de potentiële milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Het plangebied wordt ontsloten via de Hanzeweg en de Parallelweg te Denekamp die aansluiten op de hoofdontsluiting tot de rotonde Nordhornsestraat – Scandinaviëroute. De Hanzeweg en de Parallelweg zijn ontsluitingswegen (50 km/u) . Om de verkeersgeneratie te berekenen die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt zijn als uitgangspunt de kengetallen van de 381e CROW uitgave aangehouden. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Denekamp. Deze buurt kent een niet stedelijk stedelijkheidsgraad (<500 adressen per km2) en is en is gelegen in het gebiedstype rest bebouwde kom. In de huidige situatie is er op de hoek van de Parallelweg en de Hanzeweg sprake van een bosperceel. Het perceel grenst aan het bedrijventerrein Kloppendijk, een bedrijventerrein met een omvang van ruim 19 hectare en is het oudste bedrijventerrein binnen de kern Denekamp. Het aangrenzende bedrijventerrein de Kloppendijk is een gemengd bedrijventerrein met bedrijven in milieucategorie I t/m IV. Voor het bedrijventerrein met een oppervlakte van circa 3.615 m2 en circa 2000 m2 aan bebouwing geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo.
Dit komt neer op een totaal van afgerond 200 verkeersbewegingen. Omdat wordt uitgaan van weekdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33 voor een werkdag. Dit komt derhalve neer op afgerond 13 verkeersbewegingen (berekening: 10*1,33). De nieuwe situatie leidt tot een toename in verkeersgeneratie van 13 verkeersbewegingen per werkdag. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. -4-
Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen van de gehele bedrijfslocatie op 13 verkeersbewegingen per dag gesteld worden. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in bovenstaande paragraaf, kan op voorhand worden gesteld dat dit plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Ook wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Archeologie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden.
Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland heeft een archeologische verwachtings- en advieskaart gemaakt voor haar gehele grondgebied, waarin aangegeven is wanneer een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In figuur 4.6 is een uitsnede opgenomen van de verwachtingskaart. Het plangebied is globaal rood omlijnd.
-5-
Figuur 4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: Archeologische verwachtings- en advieskaart)
Op basis van het figuur hierboven bevindt het plangebied zich in dekzandwelvingen en -vlakten. Het advies hier is dat er een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij plangebieden groter dan 5.000 m² bij bodemingrepen dieper dan 0,4 m. Voor plangebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor een archeologisch onderzoek. Het plangebied in voorliggend bestemmingsplan heeft een oppervlakte van circa 3.200 m². Uitgaande van het advies in de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Dinkelland is er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat zich binnen, of in de nabijheid van het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten, of andere landschappelijke cultuurhistorische structuren of elementen bevinden.
Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft voor wat betreft cultuurhistorie. Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: •
Woningen. -6-
• •
Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.
Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: • voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: • voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; • voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied bevindt zich aan de Sombeekweg in Denekamp. De weg betreft een weg binnen stedelijk gebied, bestaande uit 1 rijstrook. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs deze weg een geluidzone van 200 meter. Gelet op het feit dat bedrijfsgebouwen geen geluidsgevoelige objecten zijn, kan geconcludeerd worden dat de geluidszone hier niet van toepassing is.
Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Industrielawaai Op 26 februari 2020 heeft de gemeente Dinkelland ten behoeve van de uitbreiding van de bedrijven van initiatiefnemers een akoestisch onderzoek laten uitvoeren om te bepalen welke milieucategorie van bedrijven hier mogen vestigen zonder dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Omdat het plangebied in onderhavig bestemmingsplan afwijkt van het plangebied van het uitgevoerde onderzoek, is er een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
-7-
Voor het plangebied zijn in het onderzoek verschillende opties voor de invulling van het plangebied doorgerekend:
Met een invulling van het plangebied met (hoofdzakelijk) bedrijfsactiviteiten conform milieucategorie 1 wordt voldaan aan de ambitiewaarde voor de geluidbelasting ter plaatse van het maatgevend, zuidelijk gelegen woongebied. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt in deze varianten ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde; Met een invulling van het kavel met (hoofdzakelijk) bedrijfsactiviteiten conform milieucategorie 2 wordt voldaan aan de plafondwaarde, de geluidklasse "redelijk rustig", voor de geluidbelasting ter plaatse van het maatgevend, zuidelijk gelegen woning (Sombeekweg 5). Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt in deze varianten ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde; Een hogere milieucategorie heeft een gemiddeld grotere geluidemissie en leidt tot een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau waarbij niet meer voldaan kan worden aan het Activiteitenbesluit; Het gebruik van het plangebied heeft beperkingen vanwege het maximaal geluidniveau in de avond- en nachtperiode; Op de planlocatie zijn relatief lichte bedrijfsfuncties mogelijk tot milieucategorie Aanbevolen wordt de toekomstige bedrijven een akoestisch onderzoek uit te laten voeren bij de melding Activiteitenbesluit; Ter plaatse van omliggende woningen is er geen onacceptabele samenloop van geluid omdat de voorkeursgrenswaarde vanwege wegverkeerslawaai en de normering van het Activiteitenbesluit niet
overschreden wordt. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat bedrijven met milieucategorie 1 en 2 op deze locatie passen. Bedrijvigheid conform milieucategorie 2 is nog acceptabel waarbij een goed woon- en leefklimaat nog mogelijk is. De toekomstige bedrijfsactiviteiten dienen met name in de dagperiode plaats te vinden. De bedrijven van initiatiefnemers voldoen hieraan. Er wordt maximaal een opslaggebouw gerealiseerd dat tot een 2e milieucategorie behoort. Daarnaast vinden de activiteiten van de bedrijven met name tussen 08:00 - 17:00 plaats. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan, mits invulling wordt gegeven aan het uitgevoerde akoestisch onderzoek opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Om in de toekomst een goede woon- en leefklimaat voor de omwonenden te garanderen, is in de regels van het voorliggende bestemmingsplan bepaald dat op het plangebied geen hogere bedrijven kunnen vestigen dan de milieucategorie 1 of 2. Bij de vestiging van bedrijven met de milieucategorie 2 is een aanvullende regel opgenomen die bepaald dat de bedrijfsactiviteiten van een bedrijf in de dagperiode tussen de 08:00 - 19:00 moet plaatsvinden.
Geacht wordt hiermee dat er vanuit het aspect 'geluid' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.
-8-
Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 om ter plaatse het van het plangebied de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. Door Kruse Milieu is een verkennend bodemonderzoek (rapport met kenmerk 22031110 , d.d.
juni 2022) uitgevoerd om de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen, zie Bijlage 2 van de bestemmingsplan toelichting. In een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 3.615 m2 aan de Hanzeweg (nabij nummer 56) in Denekamp. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en in gebruik als bos. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van een nieuw bedrijfspand. In totaal zijn er 13 boringen verricht, waarvan er 3 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in peilbuis 1 is aangetroffen op gemiddeld 1.95 m-mv. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: • • •
de bovengrond (BG I en BG II) is niet verontreinigd; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink;
Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) licht verhoogde gehalten gemeten. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 van het bodemonderzoek. In de boven- en ondergrond (BG I, BG II en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. -9-
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijf). Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden (Natuurbank Overijssel, projectnummer 4525, versie 1. d.d. 21 juli 2022), zie ook Bijlage 5 Quickscan natuuronderzoek. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.Het plangebied ligt op minimaal 1,51 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het plangebied ligt op minimaal 2,47 kilometer afstand van Natura 2000-gebied.
Het meest nabij gelegen Natura 2000gebied, is Dinkelland. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de gebruiksfase. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied maar benutten het wel als foerageergebied.
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd en de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
- 10 -
Voor de meeste beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling van het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen’. Dit geldt echter niet voor de wezel. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt geen vrijstelling. De vaste rust- en voorplantingsplaats van de wezel is beschermd. Om de vaste rust- en voorplantingsplaats van wezels te mogen vernielen dient een ontheffing verkregen te worden, of dient gewerkt te worden volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode. Onderdeel van het werken volgens een gedragscode is het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Stikstof Daarnaast is in het kader van stikstof- en ammoniakdepositie een AERIUS-berekening gemaakt om te laten zien dat voorliggend plan voor dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet tot onevenredige nadelige gevolgen leidt. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem.
In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om de emissie/depositie van NOx, als gevolg van de beoogde situatie te berekenen wordt een onderscheid gemaakt in de aanleg- en gebruiksfase. Update AERIUS doorvoeren. Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid.
Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; - 11 -
• •
het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit;
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: •
•
•
•
Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen.
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. •