CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp (4).pdf

Commissie Omgeving & Economie 30 juni 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Hoek Parallelweg en Hanzeweg Denekamp”26.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Hoek Parallelweg En Hanzeweg, Denekamp

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.DENBPHOEKPARAWHANWVG01

Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 18 25

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid

31 31 32 34 34

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

35 36 39 40 42 43

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

47 47 47

Hoofdstuk 6

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

53 53 53

Bijlagen bij toelichting

55

Bijlage 1

Bomen effect analyse

56

Bijlage 2

Aanmeldnotitie

83

Bijlage 3

Besluit aanmeldnotitie

98

Bijlage 4

Compensatie bos

106

Bijlage 5

Bodemonderzoek

108

2

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

158

Bijlage 7

Watertoets

203

Bijlage 8

Natuurwaardenonderzoek

210

Bijlage 9

Addendum Natuurwaardenonderzoek

241

Bijlage 10

Aerius

252

Bijlage 11

Zienswijzennota

291

Regels

305

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

307 307 310

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Bedrijventerrein Bos Waarde - Ecologie

311 311 314 316

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

317 317 318 319

Artikel 9 Artikel 10

Algemene afwijkingsregels Overige regels

320 321

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

323 323 324

Bijlagen bij regels

325

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

326

Bijlage 2

Landschappelijk inrichtingsplan Kampstieweg

345

Bijlage 3

Landschappelijk inrichingsplan Hanzeweg

347

Bijlage 4

Bomen effect analyse

349

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

3

4

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Toelichting

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

5

6

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie op de hoek van de Parallelweg met de Hanzeweg op het bedrijventerrein te Denekamp is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers hebben de wens om een bedrijfspand voor een metaalbedrijf tot categorie 3.2 te ontwikkelen op de kavel. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de noordoostzijde van Denekamp. Het plangebied bestaat uit het perceel op de hoek van de Parallelweg met de Hanzeweg op het bedrijventerrein Denekamp. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie O, perceelsnummer 3. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (blauw omkaderd). In dit figuur is een topografische kaart met kadastrale lijnen weergegeven waarop de begrenzing van het plangebied te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt voor het zuidelijke gedeelte het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Denekamp' vastgesteld 17 december 2013, het parapluplan 'Staat van bedrijfsactiviteiten' vastgesteld 19 april 2016 en het paraplubestemmingsplan 'kernen gemeente Dinkelland' vastgesteld 5 juli 2021. Voor het noordelijke gedeelte geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' vastgesteld 18 februari 2010 en het facetbestemmingsplan 'parkeren Dinkelland' vastgesteld op 29 mei 2018. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

8

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' en 'Bedrijventerrein Denekamp' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Bos en Natuur' voor het noordelijke deel en de bestemming 'Bos' voor het zuidelijke deel toegekend. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor bos, dan wel bos in combinatie met natuur. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om een bedrijfspand voor maximaal een categorie 3.2 bedrijf te ontwikkelen. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DENBPHOEKPARAWHANW-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

9

10

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er op de hoek van de Parallelweg en de Hanzeweg sprake van een bosperceel. Het perceel grenst aan het bedrijventerrein Kloppendijk, een bedrijventerrein met een omvang van ruim 19 hectare en is het oudste bedrijventerrein binnen de kern Denekamp. Het aangrenzende bedrijventerrein de Kloppendijk is een gemengd bedrijventerrein met bedrijven in milieucategorie I t/m IV.

Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl) In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse bedrijven, bedrijfswoningen en op verdere afstand burgerwoningen. De Hanzeweg gaat in noordelijke richting over in het zandpad langs het Kanaal Almelo-Nordhorn.

Figuur 2.2: Huidige situatie plangebied (bron: Google Maps) bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

11

Figuur 2.3: Huidige situatie plangebied (bron: Google Maps)

2.2 Toekomstige situatie Aan de Kloppendijk 48 is momenteel het bedrijf Hogeling Metaal gevestigd. Een gedeelte van een bestaand gebouw wordt gebruikt door het genoemde metaalbedrijf waar metalen onderdelen worden vervaardigd voor onder andere industrieel gebruik. Het bedrijf loopt momenteel aan tegen de maximale mogelijkheden van het bestaande bedrijfslocatie en het bedrijfspand. Het bedrijf kampt al geruime tijd met problemen met betrekking tot ruimte tekort voor zowel productie als opslag mogelijkheden. De initiatiefnemer wenst het bosperceel om te zetten in bedrijventerrein voor de ontwikkeling van een bedrijfshal voor een bedrijf tot en met milieucategorie 3.2. Op het terrein zal een bedrijfshal voor opslag en werkplaats ontwikkeld worden. Tevens een kantoor voor de administratie. Om de panden heen is men voornemens een klinkerverharding aan te leggen voor de benodigde parkeerplaatsen en manouvreerruimte. In het noordoostelijke gedeelte van de bedrijfskavel zal een wadi zorgen voor waterberging. Men heeft zich als doel gesteld de bosopstand aan de westzijde waar mogelijk te handhaven en aan de zijde van de Hanzeweg een verhoogde liggende houtwal in stand te houden. De bomen op deze houtwal zijn onderzocht, zie Bijlage 1. De kavel met de bestemming bedrijventerrein heeft een oppervlakte van ca. 3.615 m2. Er zal ca. 1.980 m2 aan bedrijfsbebouwing worden toegevoegd.

In figuur 2.4 is een situatieschets opgenomen van de beoogde situatie.

Figuur 2.4: Toekomstige situatie plangebied (bron: Leferink Architecten)

12

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

13

14

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een kleinschalige uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein te Denekamp en draagt bij aan de verbetering van de concurrentiekracht van de regio Twente. Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

15

Of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van bedrijfskavel van circa 3.615 m² en wordt extra bebouwing ter grootte van ca. 2000 m2 toegestaan. Gelet op de aard en omvang van de uitbreiding dient het plan te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarom onderbouwd te worden aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Behoefte Dit bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het bedrijventerrein Kloppendijk ten behoeve van het vormen van een bedrijfsperceel gesitueerd op de hoek van de Parallelweg en de Hanzeweg te Denekamp. De ontwikkeling betreft een concrete behoefte van metaalbedrijf Hogeling Metaal. Hogeling Metaal is gevestigd aan de Kloppendijk 48 te Denekamp en bestaat sinds 2013. Het bedrijf bestaat overigens reeds 50 jaar in het dorp Denekamp. Het metaalbedrijf Hogeling beschikt op deze locatie over een gedeelte van een bestaand bedrijfsgebouw (ongeveer 1800 m2). Het bedrijf doet aan metaalbewerking en beschikt daartoe over draaibanken, zaagmachines en andere noodzakelijke metaalbewerkingmachines. Ook worden metaalproducten gelast, gedraaid, gezaagd en gefreest. Op deze locatie zijn de planologische mogelijkheden voor de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen geheel ingevuld.

De huidige bedrijfsbebouwing bestaat uit lage en voor de betreffende bedrijfsactiviteiten onpraktische ruimten die gelet op de groei van het bedrijf ongeschikt zijn voor de machines, routing en opslag. Om op de huidige bedrijfslocatie de bedrijfsbebouwing te gaan slopen en te vervangen door nieuwbouw heeft geen zin want de bebouwing staat “strak” tussen andere bedrijfsbebouwing waardoor uitbreiding niet mogelijk is. Nieuwe bebouwing op de huidige kavel kan derhalve niet zorgen voor een efficiënte indeling en routing van het bedrijf waardoor er nu veel oppervlakte verloren gaat aan loze ruimte. Bovendien betreft het verouderde bebouwing en gelet op voorgaande heeft investeren door het metaalverwerkingsbedrijf op deze plek geen zin. De huidige bedrijfshallen lenen zich wel voor andere kleinere bedrijfjes, daar is op het moment veel vraag naar. Hiervoor is aangegeven waarom uitbreiding noodzakelijk is en waarom dat niet kan op de huidige locatie. Ook is bestaande ontsluiting niet meer passend voor de huidige werkzaamheden gezien de ingesloten ligging. Na verplaatsing komt de huidige locatie weer beschikbaar als bedrijfslocatie (categorie 3.1/3.2). Er is veel behoefte aan bedrijfsruimte dus deze locatie zal snel weer ingevuld worden.

Zoals aangegeven kan het metaalbewerkingsbedrijf op deze locatie niet meer uitbreiden, is de bestaande ontsluiting niet passend bij de uitgevoerde bedrijfsactiviteiten en kan er geenszins meer een duurzame en toekomstbestendige werklocatie gevormd worden. In de toekomstige situatie vindt er bedrijfsverplaatsing plaats zodat de gewenste duurzame en toekomstbestendige ruimte gerealiseerd kan worden. Er wordt een nieuw kantoor gerealiseerd en nieuwe hallen voor opslag en metaalbewerking. Op de nieuwe locatie wordt de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen met 1.980 m² vergroot. Bijkomend hieraan is een uitbreiding van de verharding met circa 1.000 m².

Rapport: Behoefte raming bedrijventerreinen provincie Overijssel (januari 2023) - Periodiek stellen provincie en gemeenten een nieuwe programmeringsafspraken op De provincie Overijssel laat periodiek een raming opstellen van de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen. Deze raming vormt de basis voor programmeringsafspraken voor de regio’s Twente en West-Overijssel, waarin afspraken worden gemaakt over ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen in de komende jaren. Deze programmeringsafspraken zijn enerzijds een concretisering van het ruimtelijk uitvoering geven aan de economische ambities van de regio’s: waar willen we groeiende bedrijven de ruimte bieden en onder welke voorwaarden? Anderzijds zijn de programmeringsafspraken een middel om vraag en aanbod regionaal in balans te houden en daarmee voor nieuwe ontwikkelingen te voldoen aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals deze wettelijk is vastgesteld in het Besluit ruimtelijke ordening (en straks in dezelfde vorm wordt overgenomen in de Omgevingswet).

- De markt heeft de afgelopen jaren een hoger dan verwachte groei laten zien De meest recente behoefteraming is opgesteld in 2018 en de meest recente regionale programmeringsafspraken zijn vastgesteld medio 2019. In de tussentijd heeft de markt een periode van historisch forse groei doorgemaakt. De economische groeicijfers op de bedrijventerreinen in Overijssel overtroffen de initiële verwachtingen van gerenommeerde rekeninstituten als het Centraal Planbureau en het Economische Instituut voor de Bouw fors. Dat heeft, aangevuld met de historisch lage kapitaalrentes, geleid tot een groter dan verwachte vraag naar nieuwbouwkavels. De groei kwam voor een groot deel van de grootschalige logistiek en industrie, maar ook het lokale MKB, dat een aanzienlijk deel van de Overijsselse economie bedraagt. Als gevolg van de toegenomen vraag naar nieuwbouwkavels lopen veel gemeenten tegen de grenzen van het beschikbare aanbod aan. Er wordt in verschillende gemeenten dan ook al nagedacht over nieuwe plannen.

16

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

- Recente ontwikkelingen hebben geleid tot behoefte aan een geactualiseerd marktbeeld Bovenstaande ontwikkelingen hebben geleid tot de wens om de huidige programmeringsafspraken (uit 2019) te herzien. In de bestaande afspraken was bovendien al afgesproken dat een dergelijke herziening uiterlijk in 2022 plaats moet vinden. Het fundament voor deze herziening is een (geactualiseerd) beeld van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in de komende jaren. Daarom heeft de provincie aan Stec Groep, opdracht verstrekt om een nieuwe raming op te stellen. Deze raming is uitgewerkt het rapport “Behoefteramingen Bedrijventerreinen Overijssel (januari 2023). Uitgangspunt is dat de raming geen doel op zichzelf is, maar een middel om te komen tot goede regionale afspraken tussen de provincie en de gemeenten in Overijssel. De behoefteraming moet inzicht geven om op provinciaal, regionaal en lokaal schaalniveau te streven naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod op middellange en lange termijn.

- Kwantitatieve confrontatie vraag-aanbod In het rapport is de totale ruimtevraag t/m 2030 geconfronteerd met het aanbod. Kijkend naar het aanbod dat binnen de reguliere afspraken uit 2019 valt, is er in het lage scenario in deze periode in Twente sprake van een behoefte aan ongeveer 65 hectare. In het hoge scenario is sprake van een behoefte aan ongeveer 185 hectare. Mogelijke vervangings- en additionele vraag is hierin niet meegerekend. Daar staan regionaal circa 30 hectare aan zachte plannen (plannen in structuurvisie) tegenover. De behoefte kan worden ingevuld door het ontwikkelen van nieuwe plannen, het intensiveren van bestaande bedrijventerreinen en/of het alsnog benutten van aanbod dat nu buiten de afspraken valt. Ook kan ervoor worden gekozen om de behoefte niet volledig te faciliteren, bijvoorbeeld door selectiever te zijn.

- Kwalitatieve confrontatie vraag-aanbod Ook vindt in het rapport een confrontatie plaats van de vraag per type werkmilieu met de kwalitatieve beoordeling van het aanbod . Daarbij is de ruimtevraag in de twee scenario’s per werkmilieu afgezet tegen het aanbod dat als geschikt beoordeeld is voor dat werkmilieu. Hierbij is vaak sprake van een dubbeltelling van het aanbod; een terrein kan bijvoorbeeld voor zowel het reguliere werkmilieu als voor grootschalige productie en distributie geschikt zijn.

Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023 t/m 2026 Hieronder is de programmering van nieuwe plannen opgenomen voor de komende jaren, specifiek voor de gemeente Dinkelland. Het is een dynamisch overzicht, dat halfjaarlijks bij het regionaal bestuurlijk overleg wordt geactualiseerd. Op die manier is er een doorlopend overzicht van plannen die in de pijplijn zitten. Het overzicht bevat alle plannen die op ‘geel’, ‘oranje’ of 'groen' staan. Wanneer het bestemmings-/omgevingsplan voor deze ontwikkeling nog niet onherroepelijk is, staat een plan op 'groen'. Op het moment dat het bestemmings-/omgevingsplan voor deze ontwikkeling onherroepelijk is, wordt een ‘groen’ plan overgeheveld naar de lijst van harde plannen.

Groen: het plan heeft kwantitatief en kwalitatief bestuurlijke instemming verkregen conform de programmeringsafspraken, de betreffende gemeente voldoet daarmee aan het onderdeel programmering binnen de ruimtelijk en juridisch planologische procedures.

Toets rapport t.a.v. uitbreiding bedrijventerrein voor metaalbewerkingsbedrijf Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van de uitbreiding van het bedrijventerrein Denekamp. Het bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

17

betreft de toevoeging van 3615 m2 bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming zal ongeveer 1980 m2 bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd en daarnaast zal voorzien worden in parkeerplaatsen. Op basis van het rapport kan de uitbreiding gezien worden als “regulier bedrijventerrein”. In het Rapport wordt het aanbod vanuit de profielen beoordeeld per werkmilieu. Dat geldt voor alle bedrijventerreinen met een harde planstatus, en minimaal 1 hectare uitgeefbaar. De voorliggende planherziening betreft een uitbreiding van 3615 m2 bedrijventerrein waarvan ongeveer 50% bebouwd gaat worden. In het kader van de uitgangspunten van het Rapport kan deze uitbreiding (ruim minder dan 1 hectare) niet direct aan de daarin opgenomen uitgangspunten worden getoetst. Uiteraard is bij de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein wel degelijk rekening gehouden met factoren als: bereikbaarheid, milieucategorie (i.v.m. omliggende functies) en kavelomvang. Dus op dat punt rekening gehouden met het Rapport. In de gemeente Dinkelland is 0-10 ha vraag naar bedrijventerreinen. De ontwikkeling past binnen de kaders van de programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente.

Bestaand stedelijk gebied Zoals blijkt uit het voorgaande voorziet dit bestemmingsplan in een specifieke behoefte van het bedrijf Hogeling Metaal. Daarbij kan geconstateerd worden dat er in de directe omgeving van het bedrijf geen leegstaande bedrijfspanden aanwezig zijn die kunnen voorzien in deze behoefte. Uitwijken naar een andere gemeente is niet gewenst daar het bedrijf lokaal gebonden is. Personeel, de klanten en de toeleveranciers zijn gebonden aan Denekamp. De bedrijfspercelen van de meest recente uitbreiding van het bedrijventerrein in Denekamp (Sombeek IV) zijn niet meer beschikbaar en er zijn geen bedrijfspercelen te koop of te huur die geschikt zijn voor het metaalbedrijf. Derhalve wordt geconcludeerd dat de behoefte van het bedrijf Hogeling Metaal niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De bedrijfskavel ligt aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied, het bedrijventerrein aan de Kloppendijk. De kavel kan goed worden ontsloten door aan te sluiten op de bestaande infrastructuur van het bedrijventerrein. Conclusie Op basis van vorenstaande, en voorzover mogelijk rekening houdend met het rapport "Behoefteraming bedrijventerrein Overijssel"(provincie Overijssel januari 2023), wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de uitgangspunten voor de Ladder van Duurzame Verstedelijking.

Het voorliggende plan geeft invulling aan een concrete kwantitatieve en kwalitatieve behoefte die ingevuld kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

18

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

19

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: In voorliggend plan wordt de mogelijkheid geboden om een bedrijfskavel aansluitend aan bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. Er bestaat een concrete behoefte voor de bedrijfskavel vanuit een lokaal geworteld bedrijf. Het plan voldoet daarmee aan de eis van principe van concentratie.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied, zodat artikel 2.1.3 niet van toepassing is. 20

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Volledigheidshalve wordt voor het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wel aangesloten bij de uitgangspunten van artikel 2.1.3. In Hoofdstuk 2 is al aangegeven dat in huidige situatie problemen ondervonden worden in de bedrijfsvoering. Geruime tijd is er ruimte tekort voor de productie en opslag van materiaal en producten. Een vergroting van het bedrijfsperceel is daarom noodzakelijk, maar niet mogelijk op de plek waar het bedrijf nu gevestigd is. Het lokaal gewortelde bedrijf heeft tot dusver geen andere bedrijfslocatie kunnen vinden binnen de bestaande grenzen van de bedrijventerreinen in Denekamp en omstreken. In het bestaande stedelijk gebied van de kern Denekamp zijn redelijkerwijs geen geschikte locaties met benodigde omvang aanwezig of geschikt te maken voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. Er wordt opgemerkt dat de realisatie van de uitbreiding van een bedrijventerrein binnen bestaand bebouwd gebied van Denekamp niet mogelijk is. In de toetsing aan de ladder is hier reeds op ingegaan. Daarnaast is het vanuit milieukundig oogpunt niet wenselijk om nieuwe bedrijfslocaties te realiseren in het bestaand stedelijk gebied nabij andere functies zoals wonen.

Dit omdat enerzijds een dergelijke ontwikkeling mogelijk overlast voor nabijgelegen gevoelige functies (zoals woningen) met zich meebrengt, en anderzijds levert de nabijheid van gevoelige functies belemmeringen op voor de bedrijfsvoering van bedrijven. Derhalve kan in redelijkheid worden gesteld dat er geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaand bebouwd gebied. In onderhavige ontwikkeling wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het bestaande bedrijventerrein. Bovendien wordt de ontwikkeling landschappelijk verantwoord ingepast door de houtwal en een bosstrook om het bedrijfsperceel te behouden. Voorliggend plan staat weliswaar een 'rode' ontwikkeling toe, maar deze ontwikkeling wordt ruimschoots vergoed/gecompenseerd door te compenseren en te investeren in de ruimtelijke kwaliteit aan de Kampstieweg te Denekamp.

2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: In de uitwerking van het uitvoeringsmodel worden de perspectieven en gebiedskenmerken relavant voor onderhavige ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Onderhavige ontwikkeling wordt ingepast en de oppervlakte aan bos wordt gecompenseerd.

Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein Het provinciale beleid voor werklocaties ligt vast in de Omgevingsvisie Overijssel. Als ambitie streeft de provincie naar een vitale en zichzelf vernieuwende regionale economie. Een belangrijk randvoorwaarde daarbij is dat er in Overijssel vitale werklocaties beschikbaar moeten zijn die zowel kwantitatief als kwalitatief aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven. Aan de andere kant geldt dat wij ook streven naar zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Een belangrijke duurzaamheidsambitie is het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Onnodig ruimtebeslag moet worden tegengegaan. Doorwerking voorliggend plan: Er is een concrete vraag vanuit een lokale ondernemer om het bedrijf te voeren op de beoogde locatie. De huidige locatie voldoet niet meer aan de vereisten voor de bedrijfsvoering van het bedrijf. De routing op het terrein is niet meer toereikend voor de bedrijf, het huidige pand is gedateerd en omvat veel inefficiente ruimtes die daardoor niet gebruikt kunnen worden. De wens is een pand wat voor de toekomst klaar is, voor de klanten, personeel en voor het aantrekken van jonger personeel. Daarnaast is door de ligging aansluitend aan bestaand stedelijk gebied, sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan voldoet aan de eis van de realisatie van nieuw bedrijventerrein.

Tevens wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2 "Ladder voor duurzame verstedelijking" waar aandacht wordt besteed aan het rapport: "Behoefte raming bedrijventerreinen provincie Overijssel (januari 2023). Daar wordt ingegaan hoe voor deze uitbreiding, voor zover mogelijk, rekening is gehouden met dat rapport en de gemeentelijke programmering.

Artikel 2.8.2 Bos en natuurgebieden buiten het NNN lid 1 bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

21

Bestemmingsplannen die betrekking hebben op bestaande natuur voorzien in een specifieke, daarop toegesneden bestemming die gericht is op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. lid 2 Bestemmingsplannen als bedoeld in lid 1 voorzien niet in ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. lid 3 In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen ontwikkelingen die uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen noodzakelijk zijn worden toegestaan als: a. b. c. d.

er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten van de ontwikkeling zo beperkt mogelijk worden gehouden de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd. een heldere onderbouwing wordt aangeleverd van het bepaalde in lid a, b en c.

lid 4 In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen kleinschalige ontwikkelingen worden toegestaan als: a. daardoor de waarde van een bos- of natuurgebied slechts in beperkte mate wordt aangetast en b. er per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het gebied en/of vergroting van het oppervlakte daarvan en c. is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn. Doorwerking voorliggend plan: Lid 4 is van toepassing daar het bedrijventerrein een relatief kleine aanvulling is op het bestaande bedrijventerrein te Denekamp. De inrichting van het terrein behoud de randstructuren zodat het terrein landschappelijk ingepast is. De oppervlakte dat wordt verwijderd wordt aan de Kampstieweg te Denekamp, passend in het landschapstype, ruimschoots gecompenseerd. De landschappelijke structuren ter plaatse van de Kampstieweg te Denekamp worden versterkt. Het omzetten van de bestemming bos naar bedrijventerrein faciliteert de vraag naar oppervlakte bedriifsruimte in Denekamp. De locatie sluit aan op het bestaande bedrijventerrein en de bestaande ontsluitingen. Momenteel zijn er geen locaties beschikbaar waar het desbetreffende bedrijf zich duurzaam kan vestigen. De huidige locatie biedt geen mogelijkheden in de toekomst.

Tevens wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2 "Ladder voor duurzame verstedelijking" waar aandacht wordt besteed aan de behoefte en er wordt aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn voor de ingreep.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijk (aangrenzend aan stedelijke omgeving) van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

22

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief voor de groene omgeving 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie ook figuur 3.2). In het ontwikkelingsperspectief 'mixlandschap' is sprake van verweving van functies. Aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkeling van het bedrijfsperceel aangrenzend aan bestaand bedrijventerrein past binnen dit ontwikkelingsperspectief en draagt bij aan de diversiteit van functies binnen het perspectief. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakten en ruggen ' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

23

grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Ter plaatse van de gronden die ontwikkeld gaan worden is niet of nauwelijks nog iets waarneembaar van de oorspronkelijke natuurlijke laag. Dit heeft met name te maken met aangrenzende ontwikkelingen uit het verleden zoals de aanleg van de Kanaal Almelo-Nordhorn en de ontwikkeling van het bedrijventerrein aan de Kloppendijk. De overgang van het nieuwe bedrijfsperceel naar het buitengebied wordt verzacht door behoud van de bestaande houtwal aan de Hanzeweg en een bosstrook aan de Parallelweg. De beplanting van deze wal zal bestaan uit streekeigen ‘natuurlijke soorten’. Gezien de aard van de omgeving en de toekomstige functie is het niet reëel verschillen tussen hoog en laag en droog en nat meer zichtbaar te maken. Bij de inrichting van het gebied wordt wel bewust rekening gehouden met het aspect ‘water’ in het gebied.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘Oude hoevenlandschap’. I In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Het plangebied ligt in de overgang van het oude hoevenlandschap naar het jonge heide- en broekontginningslandschap. Het stuk grond was een incourant stuk land dat bebost is gebleven gedurende diverse ontwikkelingen in de omgeving. Gezien de rationele inrichting van het perceel en de ontwikkelingen kijkend naar de historische topografische kaarten, heeft de locatie meer kenmerken van een heideontginning. Vanuit ruimtelijk oogpunt is sprake van een logische uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein.

De gewenste uitbreiding vindt plaats binnen de bebouwde kom en er zijn voldoende mogelijkheden voor landschappelijke inpassing door behoud van de houtwal aan de landschapszijde. De ontwikkeling vindt plaats binnen het stramien van de landschappelijke structuren ter plaatse. Ter compensatie van het te vellen bos wordt elders bos aangeplant, passend in het landschapstype ter plaatse. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de 24

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

landschappelijke kenmerken ter plaatse. Stedelijke laag Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘stedelijke laag’ geen bijzondere eigenschappen anders dan dat het plangebied grenst aan het bedrijventerrein van Denekamp. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Laag van de beleving Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Laag van de beleving’ geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente wil kernen waar het lekker wonen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.

Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. De speerpunten voor de kernen zijn als volgt: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Voor onderhavige ontwikkeling is 'ruimte voor ondernemen' van belang. De gemeente gaat voor goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven en het faciliteren van ondernemers met als principe “ja- tenzij”. Goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden: Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent dat de gemeente inzet op voldoende en passende bedrijventerreinen. En op een goede bereikbaarheid. Leegstand willen ze daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Meer uitgebreid gaat het om het volgende: Het doel is om het aanbod aan bedrijfsgrond aan te laten sluiten bij de vraag. In principe moeten ondernemers en/of bedrijven met een ruimtebehoefte binnen de gemeente een plek kunnen vinden. Of dit lukt is mede afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf. Als er veel vraag is kijken we of uitbreiding van

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

25

bedrijfsterreinen nodig is. We kijken daarbij ook naar vraag en aanbod in de regio. Ook buiten de bedrijventerreinen zet de gemeente zich in voor voldoende, duurzame en passende ruimte (huisvesting) voor ontwikkelingen. Dit is maatwerk. De gemeente weegt de specifieke behoefte van onze ondernemers en bedrijven af en adviseren over de haalbaarheid van initiatieven. Er wordt gestreefd naar kwalitatieve verbeteringen. Dit gaat bijvoorbeeld over het voorkomen van leegstand, een goede ontsluiting en een goede fysieke en digitale bereikbaarheid. Het faciliteren van ondernemerschap De gemeente geeft ondernemers de ruimte door in te zetten op maatwerk en door flexibiliteit te bieden. De gemeente vindt het belangrijk dat de juiste functies op de juiste plek terecht komen. Het slim combineren van functies vanuit een duidelijke visie biedt kansen. De ondernemers, de bedrijfsconsulent en het OndernemerServiceTeam zijn hierbij de spil, verbinden partijen aan elkaar en helpen met de juiste routes. Toets Het plangebied is volgens de Waardenkaart gelegen binnen het perspectief 'Kernen met woon- en centrumfunctie'.

Figuur 3.5: Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) De kleinschalige uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Kloppendijk met één bedrijfskavel past binnen het maatwerk dat de gemeente biedt. Er is een concrete behoefte voor een lokaal gebonden bedrijf. De ontwikkeling sluit aan op de bestaande structuur van het bedrijventerrein. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 3.3.2

Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente

Op basis van de bestaande samenwerking van de Twentse gemeenten en de provincie in het Bestuurlijk Overleg Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Twente zijn er programmeringsafspraken gemaakt voor de bedrijventerreinen voor de regio Twente voor de periode 2023 tot en met 2026. De doelstelling betreft het streven naar een balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) en te voorzien in de (boven)regionale en de lokale vraag naar ruimte voor nieuwvestiging en/of uitbreiding. Daarmee dragen we namelijk bij aan waarde behoud van bedrijventerreinen en een zuinig en zorgvuldig gebruik van de kostbare ruimte in onze regio. Omdat dit bij uitstek om een gezamenlijke inspanning vraagt – de economische dynamiek gaat immers over gemeentegrenzen heen – maken de gemeenten en de provincie periodiek regionale programmeringsafspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen en de kaders die daarbij gelden. Door snel en sterk veranderde marktomstandigheden – o.a. economische groei, toenemende vraag naar grotere kavels en schaarste in het midden en westen van het land – zijn er zorgen over de beschikbaarheid van bedrijventerreinen in alle segmenten: klein- en grootschalig, lokaal en regionaal.

We zien dat economische groei en de ontwikkeling van een lineaire economie naar een circulaire economie leidt tot een nieuwe ruimtevraag, nieuwe businessmodellen en andere locatiekeuzes en -eisen van bedrijven. Tegelijkertijd staan we voor grote maatschappelijke opgaven die hun weerslag hebben op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, zoals de 26

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

klimaatopgave en de opgaven rondom bodem en water. De provincie Overijssel heeft de uitgangspunten en beleidsprincipes voor de grote opgaven vastgelegd in het Fundament van de Provinciale Omgevingsvisie, dat als voorgenomen beleid is vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Voor de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen zijn hierin de volgende principes opgenomen: Maximaal benutten van bestaande locaties (inbreiding); Sturen op het verbeteren van het bodem- en watersysteem; Sturen op duurzaamheid en een gezonde leefomgeving; Sturen op het clusteren van grootschalige bedrijvigheid op goed bereikbare, multimodale locaties. Hierbij staat voorop dat er ruimte is voor economische ontwikkeling op duurzame en toekomstbestendige werklocaties als basis voor een optimaal economisch vestigingsklimaat.

Meer specifiek zijn in het Fundament van de Provinciale Omgevingsvisie de volgende beleidskeuzes opgenomen die richtinggevend zijn voor deze nieuwe programmeringsafspraken: We werken mee aan grootschalige nieuwe bedrijventerreinen voor kavelgrootte > 5 ha als de sociaaleconomische regionale meerwaarde is aangetoond (ja, mits); We werken niet mee aan nieuwe bedrijventerreinen voor datacentra > 5 ha, tenzij de sociaaleconomische regionale meerwaarde is aangetoond (nee, tenzij); We hanteren ‘clustering’ als uitgangspunt voor nieuwe terreinen voor grootschalige kavels >5 ha op de regionale (multimodaal bereikbare) bedrijventerreinen in stedelijk gebied gelegen aan de corridors A1/A35 en A28; We werken mee aan nieuwe bedrijventerreinen voor regionale en lokale ruimtevraag voor kavelgrootte < 5 ha als de actuele marktvraag is aangetoond en herontwikkeling van bestaande locaties is uitgesloten; We maken regionale afspraken over de kwaliteitseisen aan de fysiek-ruimtelijke inpassing om en op nieuwe bedrijventerreinen zodat de ruimtelijke impact zo klein mogelijk is; We maken regionale afspraken over vergelijkbare ontwikkel- en uitgiftevoorwaarden op het vlak van energie, klimaat, groen, circulariteit, duurzame brandstof, voorzieningen (o.a. parkeren, huisvesting arbeidsmigranten), verplicht lidmaatschap parkmanagement en koppeling tussen oude en nieuwe locaties.

Toets In onderhavige ontwikkeling is sprake van de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein op basis van lokale ruimtevraag. De actuele marktvraag is aangetoond daar het bedrijf op de bestaande locatie geen mogelijkheden kent voor een duurzame en toekomstbestendige werklocatie. De programmering geeft voor de gemeente Dinkelland een indicatieve vraag tot 2040 van 0 - 10 ha waarbij het harde aanbod 0.79 ha is. Voor Denekamp is een uitbreiding voorzien van 0.5 ha met de kleur groen. De ontwikkeling van ca. 0.35 ha bedrijventerrein in aanlsuiting op het bestaande bedrijventerrein is passend binnen de vraag.

3.3.3

Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats.

Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

27

Toets Het plangebied valt binnen de 'overige bebouwing' binnen de kern Denekamp en ligt in een gebied dat het niveau 'basis omgeving' heeft. De bedrijventerreinen en de gebieden met een woonfunctie, vaak aan of tussen de invalswegen, zijn minder bepalend voor de karakteristiek van Denekamp. De kwaliteit van de bebouwing in woongebieden en bedrijventerreinen varieert en vormt een doorsnee van de stedenbouwkundige stromingen en de Nederlandse architectuur van de periode 1940 tot heden. Op voorhand worden er geen belemmeringen verwacht vanuit de Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bedrijfsgebouwen.

Figuur 3.6: Fragment Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

3.3.4

Kapverordening Dinkelland 2021

In de kapverordening van de gemeente Dinkelland zijn regels opgesteld omtrent het kappen en vellen van houtopstanden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Aan een omgevingsvergunning kan de verplichting worden verbonden om elders in de gemeente in compenserende beplanting te voorzien. Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat in deze compenserende beplanting wordt voorzien buiten het grondgebied van de eigen gemeente, mits binnen het gebied van de gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen. Op de cascokaart zijn de landschapstypen binnen de gemeente aangegeven, waarop ook is aangegeven welke landschapselementen typerend en welke landschapselementen minder typerend zijn voor het ter plaatse aanwezige landschap, en waarop staat waar compenserende beplanting kan worden gerealiseerd ter versterking van het ter plaatse aanwezige landschapstype. Toets De te vellen houtopstand is gelegen binnen de grenzen van de bebouwde kom. Ter compensatie van de te vellen bomen op een oppervlakte van ca. 3.615 m2 zal er aan de Kampstieweg te Denekamp 3800 m2 bos aangeplant worden. In onderhavige afbeelding is locatie weergegeven.

28

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

3.3.5

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.7: Fragment casco-kaart met het plangebied blauw omkaderd (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets De voorgenomen ontwikkeling heeft tot gevolg dat een deel van een Casco element, een oppervlakte van ca. 3.615 m2, verwijderd zal worden. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats binnen de grenzen van de bebouwde kom. Vanwege deze ligging zijn de regels van de casco-benadering niet van toepassing. Voor het verwijderen van de houtopstanden zal echter wel compensatie moeten plaatsvinden.

bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp

29

Aan de Kampstieweg, ongeveer ter hoogte van nummer 11, is een locatie voor compensatie gevonden. Ter plaatse zullen de bestaande structuren versterkt worden. Een oppervlakte van 3800 m2 aan bos zal aangeplant worden. De herplantlocatie is gelegen in het matig dynamische kampenlandschap en sluit aan op een bestaand casco element.

Figuur 3.8: Fragment casco-kaart met het plangebied rood omkaderd (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Het kampenland is een kleinschalig landschap met een ordening vanuit verspreid liggende erven waar de wegen de 'organische'vormen van het landschap volgen. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Op historische kaarten is de kleinschaligheid van dit landschap gevormd door de diverse landschapselementen zoals houtwallen, perceelrandbegroeiingen en erfbeplantingen terug te vinden. Door de tijd heen zijn veel van deze elementen en begoeiingen verdwenen door schaalvergroting en ruilverkaveling. In deze omgeving is het landschap nog vrij kleinschalig gebleven. De herplant sluit aan op de gebiedskenmerken door het toevoegen van bos op de plek waar vroeger ook beplantingen aanwezig waren en de bestaande structuur wordt versterkt door de aanplant van een organische gevormde boszoom in aanvulling op het bestaande bos langs het kanaal.

In Bijlage 4 is het inrichtingsplan met beplantingsplan opgenomen.

Figuur 3.8: Fragment historische topografische kaart rond 1900 met het plangebied rood omcirkeld (bron: www.topotijdreis.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/942/documents/23744