CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo toelichting.pdf

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo13.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Gunnerstraat 10 Weerselo

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.WEEBPGUNNERSTR10VG01

Gunnerstraat 10 Weerselo

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

5 5 5 5 6 6

Hoofdstuk 2 Huidigeen gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Verkeer- en parkeren

7 7 8 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 17

Hoofdstuk 4 Milieu-en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit

23 23 23 24

4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

25 26 28 29 30 31 32

Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Geur Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage Water

Hoofdstuk 5 Juridischeaspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

35 35 35 36

Hoofdstuk 6

37

Economischeuitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak 7.3 Zienswijzen

2

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

39 39 39 39

Toelichting

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

3

4

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Gunnerstraat 10 in de kern Weerselo, in de gemeente Dinkelland, bevindt zich een perceel met daarop de bebouwing van een winkelpand. De bedrijfsmatige activiteiten zijn reeds beëindigd. De eigenaar het perceel (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om de bestaande bebouwing op het perceel te slopen en ter plaatse één vrijstaande woning te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan waardoor een bestemmingsplanherziening is vereist. De huidige bestemming 'Detailhandel' wordt gewijzigd naar 'Wonen'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied heeft in beginsel betrekking op het perceel Gunnerstraat 10. Daarnaast beslaat het plangebied een klein deel van het perceel Gunnerstraat 8, aangezien de huidige detailhandelbestemming voor een deel (aan de noordzijde) op dit perceel ligt. Na wijziging van de bestemming naar 'Wonen' is het ongewenst om op Gunnerstraat 8 een onlogische detailhandelbestemming te handhaven. Daarom behoren de tot detailhandel bestemde gronden op Gunnerstraat 8 eveneens tot het plangebied in voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied staat kadastraal bekend Weerselo sectie P, nummers 2248 (Gunnerstraat 10) en nummer 2247 (Gunnerstraat 8). In afbeelding 1.1 is de ligging van de het plangebied in de kern Weerselo (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Weerselo en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Gunnerstraat 10 Weerselo" bestaat uit de volgende stukken verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.WEEBPGUNNERSTR10-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

5

1.4 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de begrenzing de bestemmingsplannen "Weerselo Kern" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland". Deze bestemmingsplannen zijn door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld op respectievelijk 9 oktober 2013 en 29 mei 2018. Ten aanzien van de geldende planologische regels is het bestemmingsplan “Weerselo Kern” hoofdzakelijk relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan "Weerselo Kern" weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode lijn aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Weerselo Kern" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) In het bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de enkelbestemming 'Detailhandel' met bouwvlak. Hierbij is een maatvoering opgenomen, waarbij een de maximale bouw- en goothoogte respectievelijk 10 en 6 meter mag bedragen. De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel, met dien verstande dat deze functie alleen is toegestaan op de begane grond. Ten aanzien van de bouwregels geldt onder andere dat een gebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Voorliggend bestemmingsplan brengt de juridisch-planologische kaders in overeenstemming met de feitelijke situatie. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied en de gewenste ontwikkeling. Hoofdstuk 3 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In Hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in Hoofdstuk 7.

6

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Hoofdstuk 2 situatie

Huidige en gewenste

2.1 Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt, zoals reeds benoemd, aan de Gunnerstraat 8 en 10 in de kern Weerselo. Het plangebied was voorheen in gebruik ten behoeve van detailhandel. Deze bedrijfsmatige activiteiten zijn reeds beëindigd. In het plangebied zelf staat de in de huidige situatie de bebouwing van een voormalig winkelpand. De overige gronden van het plangebied zijn in gebruik als tuin en erf. De directe omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door woonfuncties. Ten zuiden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Weerselo. De huidige situatie in het plangebied wordt in afbeeldingen 2.1 en 2.2 middels respectievelijk een luchtfoto en het straatbeeld vanaf de Gunnerstraat in beeld gebracht. Het plangebied is aangeduid met een rode omlijning.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Atlas van Overijssel)

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

7

Afbeelding 2.2 Straatbeeld plangebied vanaf de Gunnerstraat (Bron: Google Streetview 2016)

2.2 Gewenste ontwikkeling Het concrete voornemen betreft de sloop van het bestaande winkelpand en de realisatie van een vrijstaande woning. De woning wordt met de voorgevel op de Gunnerstraat gericht en beschikt over een beperkte voortuin, maar een ruimte achtertuin. Op basis van het huidige ontwerp bestaat de woning uit twee bouwlagen met een kap. Op de eerste bouwlaag (begane grond) bevinden zich de hal, toilet, woonkamer, keuken en een berging. Op de tweede bouwlaag bevinden zich drie slaapkamers, een badkamer en een overloop. De derde bouwlaag wordt ingericht als zolder. Tevens wordt het perceel zo ingericht dat op de oprit de mogelijkheid wordt gecreëerd om drie auto's te parkeren. In afbeeldingen 2.3 en 2.4 worden de beoogde situering en de gevelaanzichten van de woning weergegeven.

Afbeelding 2.3 Gevelaanzichten van de beoogde woning (Bron: Erwin Meinders bouwkundig buro)

8

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Afbeelding 2.4 Situering beoogde woning (Bron: Erwin Meinders bouwkundig buro)

2.3 Verkeer- en parkeren 2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Dinkelland hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. In voorliggend gevalt wordt uitgegaan van het gemiddelde. Voor het plangebied binnen de gemeente Dinkelland gelden de volgende uitgangspunten: stedelijkheidsgraad: 'niet stedelijk'; zone: 'rest bebouwde kom'. 2.3.2

Verkeer

Op basis van bovenstaande uitgangspunten en de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW kan de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden bepaald. Een vrijstaande koopwoning levert een gemiddelde verkeersgeneratie op van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De totale verkeergeneratie komt neer op afgerond 9 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt wordt dat in het kader van de voorliggende ontwikkeling de ter plaatse aanwezige detailhandelsbestemming komt te vervallen evenals de daarbij behorende verkeersbewegingen. Van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen is hiermee geen sprake. Het plangebied wordt ontsloten op de Gunnerstraat. Deze weg is van voldoende omvang en beschikt over voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen op veilige wijze af te wikkelen. 2.3.3

Parkeren

Bij het berekenen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de beleidsnotitie “Bouwen & parkeren 2018” van de gemeente Dinkelland. Op basis van de onder paragraaf 2.3.1 beschreven uitgangspunten bedraagt de parkeerbehoefte 2,3 parkeerplaatsen voor een vrijstaande koopwoning. De totale parkeerbehoefte bedraagt hiermee afgerond 3 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Ook hier wordt opgemerkt dat de ter plaatse aanwezige detailhandelbestemming komt te vervallen evenals de bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

9

daarbij behorende parkeerbehoefte, waardoor per saldo de parkeerbehoefte naar verwachting afneemt. 2.3.4

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

10

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelenen regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

11

voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke binnenstedelijke ontwikkelingen. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR geraakt. Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen in ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een planologische toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. 3.2.1

OmgevingsvisieOverijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 3.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. 12

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.

De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

13

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4

Toetsing van het initiatiefaan het UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - Generiekebeleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinigen zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De in dit plan besloten ontwikkeling betreft een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied, aangezien het plangebied bestemd is voor detailhandel. Er is daarmee geen sprake van bouwen of verharden in de groene omgeving als bedoeld in artikel 2.1.3 van de verordening.

De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.1.3. uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de 2. behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; 3. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; 4. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de

14

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; 5. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming; 6. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer ervoor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning. De woning voorziet in de kwalitatieve verbetering van de lokale woningmarkt. De beoogde bewoners van de woning zijn familie van de initiatiefnemer en woonachtig in Weerselo. Er wordt dan ook gebouwd voor de lokale behoefte.

Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsverordening. 3.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Stedelijke Omgeving van belang. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

Afbeelding 3.2 Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Wonen en werken buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ontwikkelingsperspectief Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.

In voorliggend geval wordt is sprake van een inbreidingslocatie, waarbij een woning wordt gerealiseerd op de locatie van een winkelpand. bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

15

Van een belemmering voor omliggende functies is geen sprake. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 waar in wordt gegaan op diverse omgevings- en milieuaspecten. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. Voor de overige lagen volgt hierna een uiteenzetting. De 'Stedelijkelaag' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Stedelijke laag' is het plangebied aangewezen als 'Woonwijken 1955 nu'. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Stedelijke laag' opgenomen, het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

Afbeelding 3.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) ''Woonwijken 1955 - nu'' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' In het voorliggende geval wordt op de plaats van het bestaande winkelpand een vrijstaande woning gerealiseerd. Deze woning is zowel functioneel als ruimtelijk passend binnen het bebouwingsbeeld aan de Gunnerstraat. De ontwikkeling voegt zich in maat en karakter in het grotere geheel van de directe omgeving en in de kern Weerselo. Geconcludeerd wordt dat de invulling van de locatie in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'.

De 'Laag van beleving' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' is het plangebied aangewezen als 'Donkerte'. In 16

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

afbeelding 3.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van de beleving' opgenomen, het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

Afbeelding 3.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Laag van de beleving' (Bron: Provincie Overijssel) ''Donkerte'' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' De gewenste ontwikkeling brengt geen onevenredige toename van lichthinder met zich mee, die leidt tot een onaanvaardbare situatie.

Het plangebied is daarnaast gelegen in de kern van Weerselo, waar het gebruik van licht inherent is. Het aspect 'donkerte' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.2.5

Conclusietoetsing aan het provinciaalbeleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid Hierna wordt het in het kader van voorliggende ontwikkeling het meest relevante gemeentelijke beleid behandeld. 3.3.1

Structuurvisie Dinkelland

3.3.1.1 Inleiding De Structuurvisie Dinkelland bevat een integrale, ruimtelijke en functionele toekomstvisie voor de gemeente Dinkelland. Naast een integrale beleidsvisie geeft de visie de regionale positionering en inbreng van de gemeente Dinkelland in de regio Twente aan.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

17

3.3.1.2 Hoofdambitie Hoofdambitie van Structuurvisie is: "Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van een unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde en weerbare economie". Om deze hoofdambitie te kunnen realiseren zijn vijf hoofdkeuzes gemaakt: 1. de gemeente zet in op 10 vitale woonkernen, met een concentratie van de meest kostbare gemeenschapsvoorzieningen in de hoofdkernen Denekamp, Ootmarsum en Weerselo; 2. het versterken van het economisch profiel door het realiseren van compenserende werkgelegenheid in de agrarische sector en het bevorderen van de economische betekenis van de toeristisch-recreatieve sector; 3. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied; 4. het bevorderen en versterken van recreatie en toerisme; 5. het bevorderen van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. 3.3.1.3 Visie op hoofdlijnenWeerselo De kern Weerselo is gelegen in het zuidwestelijk deel van de gemeente met ongeveer 3.000 inwoners. Weerselo heeft een centrum- en verzorgingsfunctie voor Rossum, Deurningen en Saasveld. Weerselo is gelegen te midden van bossen, beken en weiden. In de directe omgeving van de kern zijn vele typische Twentse boerderijen gevestigd. Ten westen van Weerselo ligt de toeristische trekpleister Het Stift.

Het Stift is een oud en beschermd dorpsgezicht, ontstaan in de 12e eeuw. Ten zuiden van de kern Weerselo is bedrijventerrein Echelpoel I en II gelegen. Het betreft een gemengd bedrijventerrein bedoeld voor de opvang van plaatselijke verzorgende bedrijven. De visie op hoofdlijnen voor de kern Weerselo is onder meer: De kern Weerselo is aangeduid als verzorgingskern. Voor Weerselo zal enige groei van draagvlak/inwonertal moeten worden gerealiseerd zodat het dienst kan blijven doen als verzorgingskern. Voor de komende jaren wil de gemeente in het plan Het Spikkert bouwen via een uniek concept: "riant wonen in het groen". Een kwalitatief hoogwaardig woonconcept met een combinatie van natuur en woonruimte. De gemeente streeft ernaar om ook met name speciale doelgroepen zoals jongeren te bedienen. Dit moet leiden tot een evenwichtige opbouw van de bevolking voor Dinkelland en borging van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau; Reconstructiegebieden binnen de kern; Reconstructie Bisschopstraat; Uitbreiding woonbebouwing: naast het Spikkert zijn enkele locaties als mogelijkheid aangeduid, nader onderzoek noodzakelijk. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatiefaan de Structuurvisie Dinkelland Het voornemen sluit aan op de visie voor de kern Weerselo. De gewenste ontwikkeling voorziet in het realiseren van vrijstaande woning voor de lokale behoefte.

Het voornemen sluit daarmee tevens aan bij de wens woonbebouwing in Weerselo uit te breiden. Daarnaast verbetert de ruimtelijke kwaliteit doordat er een pand zonder vervolgfunctie gesloopt wordt en er passende vervolgfunctie voor terug komt. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met uitgangspunten uit de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2

DetailhandelsstructuurvisieDinkelland

3.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Dinkelland heeft in de vergadering van 3 november 2015 de Detailhandelsstructuurvisie Gemeente Dinkelland vastgesteld. In de detailhandelssector speelt landelijk een aantal trends en ontwikkelingen, die leiden tot een afname en wijziging van de behoefte aan winkels. Te denken valt aan de economische recessie, schaalvergroting, branchevervaging, internetwinkelen en vergrijzing. De gemeente Dinkelland wil een optimale detailhandelsstructuur realiseren, behouden en daar waar mogelijk versterken. Daarom heeft Dinkelland een detailhandelsstructuurvisie opgesteld. De visie geeft inzicht in de toekomstige functie en positie per kern, uitgewerkt in een plan van aanpak. Met deze visie kan Dinkelland inspelen op lokale en regionale ontwikkelingen en initiatieven van marktpartijen beoordelen. In voorliggend geval is binnen het thema 'uitwerking centra' met name, gezien de ligging van het plangebied, de visie op het centrum van Weerselo van belang.

18

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

3.3.2.2 Centrum Weerselo Het winkelaanbod in Weerselo is van beperkte omvang. Het bestaat uit een supermarkt, aangevuld met enkele winkels in uiteenlopende branches. De winkels liggen verspreid over het dorp. In Weerselo wordt gewerkt aan plannen voor een nieuw centrum, waarbij winkels worden geclusterd op een centrale locatie. In eerste instantie wordt ingezet op concentratie van winkels. In het algemeen draagt concentratie van het aanbod in een compact centrum bij aan het functioneren van winkels. Indien concentratie van het aanbod niet haalbaar blijkt, kan alslnog ingezet worden op behoud van aanbod op huidige locaties. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatiefaan de DetailhandelsstructuurvisieDinkelland Het bestaande winkelpand in plangebied ligt buiten het beoogde centrum, en daarmee buiten het beoogde concentratiegebied, van Weerselo. Bovendien is het pand al geruime tijd niet meer in gebruik als winkel. Het in gebruik nemen van de locatie als een woonfunctie draagt dan ook bij aan de concentratie van het winkelaanbod in het centrum van Weerselo. Geconcludeerd wordt dat de omzetting van detailhandelbestemming naar een woonbestemming past binnen de Detailhandelsstructuurvisie Dinkelland. 3.3.3

Woonvisie 2016+

3.3.3.1 Algemeen Op 11 juli 2016 is de Woonvisie 2016+ vastgesteld. De centrale ambitie van de woonvisie is dat het voor alle doelgroepen, jong en oud, het aantrekkelijk wonen blijft in Dinkelland. Hiervoor dient het woningaanbod gevarieerd en comfortabel en toekomstbestendig te zijn, zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Hierbij hoort een passend voorzieningenniveau en betrokkenheid van inwoners tot elkaar, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen wordt versterkt. 3.3.3.2 Visie en ambitie De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving; beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens; betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. Dinkelland krijgt de komende jaren te maken met enige bevolkingskrimp.

Tot 2035 blijft het aantal huishoudens nog wel toenemen, waarvoor nog aanvullende nieuwbouw nodig is. De gemeente vindt het belangrijk dat er in alle kernen woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de lokale woonbehoefte. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen en woonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. 3.3.3.3 Uitvoeringsnotawoningbouw2018 Op 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland de 'Uitvoeringsnota woningbouw 2018' vastgesteld. In de Woonvisie 2016+ is aangegeven dat de woningbouwprogrammering in een tweejaarlijkse uitvoeringsnota Woningbouw wordt verantwoord en geactualiseerd, inclusief een actueel kwaliteitskader. Voor de leefbaarheid in de kernen is het van belang dat er in alle kernen woningen kunnen worden gebouwd. Conform het Coalitieakkoord 2018-2022 wordt het toekennen van woningen per kern die gebaseerd is op het inwoneraantal losgelaten. Er wordt actief gestuurd op inbreiding, waarbij de mogelijkheid bestaat dat strategische grondposities worden ingenomen indien uitbreidingsmogelijkheden niet aanwezig zijn.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

19

3.3.3.4 Toetsing van het initiatiefaan de Woonvisie Dinkelland2016+ en de Uitvoeringsnota woningbouw2018 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een vrijstaande woning toegevoegd aan de kern Weerselo. De woning wordt gasloos gebouwd. Hiermee wordt bijgedragen aan het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad van de gemeente Dinkelland. De woning wordt tevens gebouwd voor de lokale woonbehoefte waarmee eveneens wordt voorzien in aanvullende nieuwbouw, gelet op de beoogde stijging van het inwonersaantal tot 2035. Daarnaast wordt met het realiseren van een woning op inbreidingslocatie de leefbaarheid in de kern Weerselo vergroot. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Woonvisie Dinkelland 2016+ en de Uitvoeringsnota woningbouw 2018. 3.3.4

Beleidsnota inbreidingslocaties

3.3.4.1 Algemeen De gemeente Dinkelland heeft op 26 januari 2016 de 'Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2016' vastgesteld. Aanleiding van de herziening van de beleidsnota vormen wijziging van de ruimtelijke regelgeving (Besluit ruimtelijke ordening), een toenemende leegstand en de demografische ontwikkeling. De herziening schetst daarvoor het actuele beleidskader en biedt een handreiking voor de toetsing van dergelijke aanvragen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de lokale regelgeving te harmoniseren. De beleidsnota is van toepassing op aanvragen voor kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied. Prioriteit wordt toegekend aan aanvragen die betrekking hebben op de benutting van locaties voor herstructurering of transformatie. Voor uitleg van het begrip 'kleinschalig' wordt aangesloten bij de actuele stand van de jurisprudentie met betrekking tot de toepassing van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening). Vastgesteld beleid schept kaders en geeft meer duidelijkheid en zekerheid voor initiatiefnemers en omwonenden. De doelstelling van deze nota is het hebben van een beleidsinstrument om aanvragen voor het bouwen op inbreidingslocaties ruimtelijk te verantwoorden en gemaakte keuzes te kunnen beargumenteren.

Beleid op inbreidingslocaties geeft kansen voor verbetering en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt primair ingezet op bouwen voor behoefte op locaties voor herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied. 3.3.4.2 Beleid

Kader

Het bestaande beleid waar ontwikkelingen aan getoetst worden, betreft onder meer: a. Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte: toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro); b. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel: woonafspraken c. Gemeente: Structuurvisie Dinkelland (ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen per keren en locaties) Woonvisie 2016+: woningbouwprogramma totaal en per kern en doelgroepen Stedenbouwkundige aspecten De stedenbouwkundige toetsing is erop gericht te kijken of de aanvraag aansluit op de omgeving, of deze een meerwaarde heeft voor de kwaliteit van de bestaande situatie en of het perceel geschikt is. Afhankelijk van de aard en omvang van het voorgenomen bouwplan en de locatie kan het college besluiten de gemeentelijke kwaliteitsgroep in te schakelen voor de stedenbouwkundige toets. Aansluiting op de omgeving Bebouwing op inbreidingslocaties is alleen acceptabel als de bebouwing vanuit stedenbouwkundige overwegingen als logisch kan worden beschouwd, als het iets toevoegt aan de ruimtelijke situatie of als er aantoonbaar sprake is van een verbetering van de bestaande situatie. Er moet een logische aansluiting zijn op de bestaande stedenbouwkundige structuur en er moet samenhang worden gevormd met de omgeving.

De groene elementen in een gebied en de stedenbouwkundig ruimtelijke waarde van een gebied zijn in hoge mate bepalend bij de afweging of bebouwing aanvaardbaar is. Wanneer het perceel deel uitmaakt van een groter geheel mag de bebouwing op de inbreidingslocatie geen kwaliteitsverlies betekenen van de samenhang met de omgeving. Herstructurering of transformatie 20

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Indien een voorgenomen ontwikkeling voorziet in een regionale behoefte moet volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro) vervolgens worden beoordeeld of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Onder transformatie wordt verstaan de verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop van een bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Herstructurering betreft het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, b.v. door sloop en nieuwbouw waardoor met een ander type woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen. Het bebouwen van lege plekken valt niet onder transformatie en herstructurering. Behandeling en prioritering locaties Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Primair komen in aanmerking plannen die betrekking hebben op een van de volgende situaties: 1. de sanering van een (milieuhinderlijk) bedrijf uit de woonomgeving; 2. het vervangen van een reeds langer leegstaand gebouw zoals een horecapand, winkelpand of schoolgebouw; 3. Het oplossen van een stedenbouwkundig ongewenste situatie; 4. Het bijdragen aan het realiseren van gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in een structuurvisie, woonvisie of bestemmingsplan.

3.3.4.3 Toetsing van het initiatiefaan de 'Beleidsnota inbreidingslocaties' De gewenste ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het kader van de beleidsnota, aangezien voorliggend plan niet ladderplichtig is. De woning wordt gebouwd op een binnenstedelijke locatie, die na het slopen van de bestaande bebouwing beschikbaar komt voor woningbouw. Er is hiermee sprake van het vervangen van een leegstaand gebouw in de vorm van een winkelpand. Door deze ontwikkeling zal de ruimtelijke kwaliteit ter plaatste van het plangebied verbeteren. Het onderhavig plan geeft daarmee invulling aan de doelstellingen van de nota inbreidingslocaties. Ook wordt voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit verder afneemt door leegstand. In deze toelichting is gemotiveerd dat het plan voldoet aan de planologische, beleidsmatige en stedenbouwkundige voorwaarden. Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan in overeenstemming is met de 'Beleidsnota inbreidingslocaties'. 3.3.5

Conclusietoetsing aan het gemeentelijkbeleid

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

21

22

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) en water.

4.1 Geluid 4.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2

Situatie plangebied

Met het realiseren van de woning wordt een nieuw geluidsgevoelig object gerealiseerd. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai De nieuw te bouwen woning wordt aangemerkt als een geluidsgevoelig object. De woning ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Gunnerstraat en de Bisschopstraat. Voor deze wegen geldt een maximale snelheid van 50 km/uur. Ten aanzien van de Bisschopstraat wordt opgemerkt dat tussen de beoogde woning en de weg tussenliggende bebouwing is gelegen die voor de nodige afscherming zorgt. Wat betreft de geluidsbelasting als gevolg van de Gunnerstraat wordt opgemerkt dat, gezien de aard en omvang van deze weg, het niet aannemelijk is dat er sprake is van een geluidsbelasting die leidt tot een onevenredige aantasting van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Gesteld wordt dat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan. Gelet op het vorenstaande is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar het wegverkeerslawaai in het kader van de voorgenomen ontwikkeling niet noodzakelijk. 4.1.2.2 Spoorwegen en industrielawaai In voorliggend geval bevinden spoorwegen zich op dusdanig grote afstand dat een nadere beschouwing van railverkeerlawaai achterwege kan blijven. Daarnaast ligt het projectgebied niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder.

Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar de paragraaf milieuzonering (4.5). 4.1.3

Conclusie

De het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.2 Bodem 4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

23

4.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is door Terra Agribusiness een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. In de volgende alinea worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. 4.2.3

Onderzoeksresultaten

Verkennend bodemonderzoek NEN5740 In zowel het boven- als het ondergrondmengmonster (BM1 en OM1) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) is eveneens geen verhoging aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Van de uitgevoerde inspectiegaten zijn twee mengmonsters van de bovengrond samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De gewogen asbestgehalten in het mengmonster MM1 is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In inspectiegat 6 is samen gewogen met het asbestmateriaal een concentratie asbest aangetoond boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek, maar beneden de interventiewaarde. Formeel geeft dit aanleiding tot het laten uitvoeren van een nader asbestonderzoek. Echter vanwege de kleinschaligheid lijkt het niet zinvol om een nader asbestonderzoek uit te voeren. De inspectiegaten 4 en 5 zijn op enkele meters afstand van inspectiegat 6 in de tuin geplaatst en de concentratie asbest hiervan blijft ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Ook van inspectiegat 6 is de concentratie asbest in de fijne fractie ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het aangetroffen materiaal in inspectiegat 6 zorgt ervoor dat de concentratie asbest net boven de toetsingswaarde uitkomt. In de overige inspectiegaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De verwachting is dat de interventiewaarde niet zal worden overschreden. 4.2.4

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 4.3.1.1 Besluit en de Regelingniet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in 24

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie plangebied

In paragraaf 4.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, wordt geconcludeerd dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat een woning niet worden aangemerkt als gevoelige bestemmingen in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen en moet worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb) die op 1 januari 2011 in werking is getreden.

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

25

4.4.2

Situatie plangebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven.

Afbeelding 4.1 Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart) Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. LPG-tankstation Holtwijkerstraat 3 In afbeelding 4.1 is weergegeven dat er een LPG-tankstation in de nabijheid van het plangebied ligt. Het betreft Tankstation Hoogendijk VOF aan de Holtwijkerstraat 3. De inrichting heeft een plaatsgebonden risicocontour van 35 meter. De groepsrisicocontour bedraagt 150 meter. De afstand tussen het plangebied en het tankstation bedraagt circa 390 meter. Het plangebied ligt daarmee buiten de risicocontouren, waardoor een nadere verantwoording van het plaatsgebonden- en/of groepsrisico niet benodigd is. 4.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.

4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar 26

bestemmingsplan Gunnerstraat 10 Weerselo

SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/469/documents/15018