CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a.pdf

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan Deurningen Hoofdstraat 11-11a23.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

104 alinea's met “deur”: 2 6 33 47 50 52 55 58 59 61 64 65 66 67 68 70 73 76 77 78 79 81 82 85 87 92 96 99 106 107 119 124 129 134 136 140 143 145 148 150 …

Bestemmingsplan

Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.DEUBPHOOFDSTRAAT11VG01

Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 23

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid

29 29 30 32 32

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

34 35 37 38 39 40

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Parkeren / Verkeer

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

43 43 43

Hoofdstuk 6

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

47 47 47

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Vlekkenplan Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 Watertoets Bijlage 4 Quickscan Natuurwaarden

49 50 52 91 94

Regels

125

Hoofdstuk 1 Artikel 1 2

Inleidende regels Begrippen

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

127 127

Artikel 2

Wijze van meten

133

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

135 135

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

139 139 140 141 142 143 144

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

145 145 146

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

3

4

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Toelichting

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

5

6

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie Hoofdstraat 11-11a in Deurningen is een bestemmingsplan ontwikkeld. Initiatiefnemer wil graag de bestaande gebouwen op het perceel transformeren naar appartementen waarbij deze rondom worden uitgebreid met erkers. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden past de voorgenomen ontwikkeling niet bij recht in het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk is. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de ontwikkeling mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de Hoofdstraat 11-11A in Deurningen en bestaat uit de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Weerselo, sectie N, nummers 903 en 902. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 125 meter ten westen van het Sint Plechelmusplein (centrum Deurningen). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied middels een rode ster globaal weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (Bron: PDOK Viewer). Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de betreffende percelen te zien zijn. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrenst door woonfuncties en aan de oost en zuid-zijde door winkels en horeca. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (Bron: PDOK Viewer).

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied zijn het bestemmingsplan 'Deurningen' en 'Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland' van kracht. Het bestemmingsplan 'Deurningen' is op 29 januari 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland vastgesteld en is onherroepelijk in werking. Het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland' is op 5 juli 2021 vastgesteld en is onherroepelijk in werking. Het bestemmingsplan 'Deurningen' heeft aan het plangebied de enkelbestemming 'Detailhandel' toegekend met een bouwvlak en een maatvoering, waarbij de bedrijfswoning is aangeduid met een functieaanduiding. De voor 'Detailhandel' bestemde gronden zijn derhalve bestemd voor detailhandel op de begane grond en ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' tevens voor een bedrijfswoning. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor het wonen, voor zover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft. Met het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland' heeft de gemeente Dinkelland de mogelijkheid voor het wonen op de verdieping beperkt tot het bestaande aantal woningen. Verder geldt op basis van het bestemmingsplan 'Deurningen' dat gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd moeten worden en de maatvoering ten aanzien van de toegestane goot- en bouwhoogte in acht genomen moeten worden.

In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Deurningen' opgenomen. Het plangebied is globaal aangegeven middels een rode pijl.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Deurningen' (Bron: Ruimtelijke plannen). Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing op het plangebied te transformeren naar vijf appartementen en om deze rondom te uitbreiden met erkers. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de voor 'detailhandel' bestemde gronden en de bouwwerken volledig te gebruiken voor het wonen. Voor het gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen dient de detailhandel bestemming omgezet te worden naar een woonbestemming. Aangezien het geldende bestemmingsplan geen relevante binnenplanse afwijkingsbevoegdheden dan wel wijzigingsbevoegdheden bevat, is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. 8

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Deurningen, Hoofdstraat 11-11a' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DEUBPHOOFDSTRAAT11-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

9

10

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Hoofdstraat 11-11a Deurningen sprake van een voormalige bloemenwinkel en een bedrijfswoning. Het pand staat sinds medio 2020 leeg. Op de verdieping boven de winkel mag volgens het bestemmingsplan worden gewoond. De verdieping behoort tot de bedrijfswinkel en hiermee is het aanwezige woningsaantal één. Parkeren vindt plaats aan de voorzijde van het gebouw en eventueel aan de Wilthuisstraat. Daarnaast is er een privé parkeerplaats op eigen terrein. Hoofdstraat 11-11a is gelegen in een betrekkelijk rustige buurt en is goed bereikbaar met veel voorzieningen in de buurt. In de directe omgeving zijn diverse functies gelegen, o.a. een eetcafé, een ijswinkel, een interieurwinkel, woonfuncties en een kerk. Gelet op de verscheidenheid van functies kan gesproken worden van een gemengd gebied. De ontsluiting vindt plaats door de Hoofdstraat en de Wilthuisstraat. De dichtstbijzijnde uitvalsweg in de nabije omgeving, de N737, is gelegen op slechts 4 minuten rijden. In figuur 2.1 is een vogelaanzicht weergegeven van de Hoofdstraat 11-11a, in figuur 2.2 een vooraanzicht vanaf de Hoofdstraat en in figuur 2.3 een zijaanzicht vanaf de Wilthuisstraat.

Figuur 2.1: Vogelaanzicht van de Hoofdstraat 11-11a Deurningen (Bron: Cyclomedia).

Figuur 2.2: Vooraanzicht van de Hoofdstraat 11-11a Deurningen, vanaf de Hoofdstraat (Bron: Google Maps Streetview).

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

11

Figuur 2.3: Zijaanzicht van de Hoofdstraat 11-11a Deurningen, vanaf de Wilthuisstraat (Bron: Google Maps Streetview).

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het plangebied Hoofdstraat 11-11a getransformeerd. Voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling heeft initiatiefnemer het stedenbouwkundig ontwerp voorgelegd aan het kwaliteitsteam van de gemeente Dinkelland. Het ontwerp is zeer positief ontvangen. Uit het overleg is naar voren gekomen dat het parkeren op eigen terrein vervallen kan worden, gelet erop dat de toename in de parkeerbehoefte ten opzichte van de bestaande parkeerbehoefte minimaal is en er geparkeerd kan worden in het openbare gebied. In figuur 2.4, 2,5 en 2,6 is een fragment opgenomen van de toekomstige indeling van de bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a te Deurningen.

Figuur 2.4: Toekomstige indeling van de bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a, begane grond (Bron: Initiatiefnemer).

12

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Figuur 2.5: Toekomstige indeling van de bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a, verdieping (Bron: Initiatiefnemer).

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

13

Figuur 2.6: Toekomstige indeling van de bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a, Zolder (Bron: Initiatiefnemer). Zoals blijkt uit de figuren hierboven worden er vijf appartementen gerealiseerd. Appartement 1 en 2 worden uitsluitend op de begane grond gerealiseerd. Appartement 5 wordt zowel op de begane grond als op de verdieping gerealiseerd. Appartement 3 en 4 wordt op de verdieping en op de zolder gerealiseerd. Appartement 1 krijgt een oppervlakte van circa 102 m², appartement 2 een oppervlakte van 67 m², appartement 3 een oppervlakte van 138 m² waarvan 95 m² op de verdieping en 43 m² op de zolder, appartement 4 een oppervlakte van 81 m² waarvan 55 m² op de verdieping en 26 m² op de zolder, appartement 5 een oppervlakte van 179 m² waarvan 87 m² op de begane grond en 92 m² op de zolder. Verder krijgen de appartementen allemaal een eigen berging. De bergingen hebben, behoudens de berging van appartement 1 en 5, een gezamenlijke ingang. De entrees van de appartementen zijn gelegen aan de zijde van de Wilthuisstraat. Tot slot worden de appartementen rondom uitgebreid door middel van erkers. In onderstaande figuren (figuur 2.7 t/m 2.10) zijn de wijzigingen weergegeven.

Figuur 2.7: Gewijzigde gevels, voorgevel, linkerzijgevel, achtergevel en rechterzijgevel (Bron: Initiatiefnemer).

14

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Figuur 2.8: Bestaande gevels, voorgevel, linkerzijgevel, achtergevel en rechterzijgevel (Bron: Initiatiefnemer).

Figuur 2.9: Gewijzigde gevels schuur, linkerzijgevel (Bron: Initiatiefnemer).

Figuur 2.10: Bestaande gevels schuur, linkerzijgevel (Bron: Initiatiefnemer).

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

15

16

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de NOVI wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de transformatie van bestaande bebouwing naar vijf appartementen binnen de bebouwde kom van Deurningen. Zoals hierboven beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst zowel aan het provinciaal - als gemeentelijk beleid. Daarin wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van wonen. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

17

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Toets/conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de transformatie van bestaande bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied naar appartementen mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is er een vergunde bedrijfswoning aanwezig ten behoeve van de voormalige bloemenwinkel. Op de verdieping boven de winkel wordt ook gewoond en dat is een onderdeel van de bedrijfswoning, er is hiermee één woning aanwezig. Het pand wordt getransformeerd naar vijf appartementen dus worden er concreet vier wooneenheden toegevoegd in de vorm van appartementen. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Bro, omdat de grens voor woningbouw waarmee bekeken wordt of een project aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling op 12 woningen en boven ligt (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Voorliggend plan voorziet per saldo in de toevoeging van vier extra wooneenheden. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De toetsing van onderhavig plan aan de diverse milieuaspecten wordt in Hoofdstuk 4 gedaan en in Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet ladder plichtig is en daarom een toetsing aan de ladder achterwege kan blijven. Of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is, wordt nader op ingegaan bij de genoemde hoofdstukken. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht vanuit de milieuaspecten en wordt verwacht dat het plan uitvoerbaar is.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de 18

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zogenaamde principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

19

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het plangebied getransformeerd naar vijf appartementen. De huidige vorm, structuur en het karakter van de bebouwing blijft daarbij gehandhaafd, maar wordt rondom versterkt door het realiseren van erkers. Daarmee wordt geacht dat de ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.5 van de omgevingsverordening provincie Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.

lid 2 In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. lid 3 In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken.

20

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. lid 5 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. lid 6 In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerking voor voorliggend plan: De provincie Overijssel en de Twentse gemeenten hebben in 2021 nieuwe woonafspraken gemaakt. Deze woonafspraken zijn vertaald in de woonagenda Twente 2021-2025. De ambities die in deze woonagenda zijn opgenomen zijn o.a.

het toevoegen het 60.000 woningen tot 2030 in de provincie, inspelen en voorsorteren op veranderde woningvraag, verstedelijking en stedelijke vernieuwing, sterke dorpen en platteland in het regionale netwerk, verduurzaming, versnelling van de woningbouw, toegankelijke en doorstromen. Deze ambities zijn vertaald in een visie op het wonen in Twente. Daarbij zijn drie hoofdpunten benoemd: 1. een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen; 2. een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied; 3. een duurzaam en circulair woningbestand. Centraal in de woonagenda staat het sturen op kwaliteit en betaalbaarheid. Bouwen voor de lokale behoefte kan op basis van goed onderbouwde woningbehoefte. De gemeente heeft dit vertaald in de woonvisie 2021+. De provincie heeft de woonvisie geaccordeerd als zijnde onderbouwing van de behoefte. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de transformatie van een voormalig bloemenwinkel met een bedrijfswoning naar vijf appartementen mogelijk gemaakt. Per saldo worden binnen het plangebied vier extra woningen toegevoegd. In paragraaf 3.3 wordt de ontwikkeling getoetst aan de Woonvisie 2021+ van de gemeente Dinkelland, tevens aan de beleidsnota 'Inbreidingslocaties 2021+'. Daarmee wordt geacht dat er voldaan wordt aan artikel 2.2.2 uit de omgevingsverordening van provincie Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven met een rode markering.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, plangebied globaal aangegeven met een markering (bron: provincie Overijssel).

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

21

Zoals blijkt uit figuur 3.2 is het plangebied gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief mag er altijd gebouwd worden voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Middels voorliggend plan wordt de bestaande bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a in Deurningen getransformeerd tot vijf appartementen en rondom uitgebreid met erkers.

Gelet erop dat er sprake is van transformatie en dat woonfuncties op de locatie passen wordt geacht dat de plannen van initiatiefnemer geen afbreuk doen aan het eigen karakter van het gebied en geen extra belemmeringen opleveren op voor functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Op voorhand kan geconcludeerd worden dat de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de laag van leisure binnen het plangebied niet zichtbaar zijn. Dit omdat de gronden binnen het plangebied reeds bewerkt zijn waardoor beide lagen verdwenen zijn. Voor wat betreft de stedelijke laag is het plangebied gelegen binnen het gebiedskenmerk 'Woonwijken 1955 Nu', 'Verspreide bebouwing' en 'Informele trage netwerk'. In figuur 3.3 is een fragment weergegeven van het gebiedskenmerk 'Woonwijken 1955 - Nu'. Het plangebied is daarbij aangegeven door een rode markering. Van de overige gebiedskenmerken is geen kaart aanwezig.

Figuur 3.3: Stedelijke laag, Woonwijken 1955 - Nu, plangebied aangegeven middels rode markering (Bron: provincie Overijssel). De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt de transformatie van bestaande bebouwing naar appartementen mogelijk gemaakt. De vorm en structuur van deze bebouwing blijft grotendeels bestaan, de gebouwen worden enkel rondom met erkers uitgebreid. Daarmee wordt geacht dat de plannen van initiatiefnemer geen afbreuk doen aan de ambities van de stedelijke laag. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

22

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goede voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Leefbare kernen In de Omgevingsvisie wordt gesproken van drie thema's (o.a. buitengebied in balans, leefbare kernen en leefomgeving van de toekomst) waar speerpunten voor zijn bedacht. Voor onderhavig geval is voornamelijk leefbare kernen van belang aangezien het plangebied binnen de kern Deurningen is gelegen. De gemeente Dinkelland wil kernen hebben waar het lekker is om te wonen, waar bedrijvigheid is en waar men werk kan vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en samen te komen.

Om dit te realiseren heeft de gemeente Dinkelland vier speerpunten: 1. voldoende voorzieningen; 2. aantrekkelijk wonen; 3. ruimte voor ondernemen; 4. leefbare openbare ruimte. Voor onderhavig geval is vooral de speerpunt 'aantrekkelijk wonen' relevant, gelet op dat er appartementen worden gerealiseerd. De gemeente wil dat het aantal en de soort woningen in een kern past bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Gemeente Dinkelland wil graag binnen de grenzen van een kern bouwen. Dit zijn vaak plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Wanneer binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, wordt gekeken naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Omdat er verschil zit in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is, heeft de gemeente een woonvisie opgesteld waarin onderzoek is gedaan naar de vraag naar woningen. Gemeente Dinkelland probeert het aanbod van woningen daarop af te stemmen. Daarbij worden de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in oog gehouden. Waardenkaart

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

23

Figuur 3.4: Fragment waardenkaart, het plangebied is globaal aangegeven middels een rode ster (Bron: Waardenkaart Dinkelland).

Figuur 3.5: Waarden en ambities voor gebied 'Kernen Landelijk' (Bron: Waardenkaart Dinkelland). Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de transformatie van een voormalig bloemenwinkel met bedrijfswoning naar vijf appartementen mogelijk gemaakt. Door de transformatie wordt de leefbaarheid in de kern Deurningen vergroot, omdat mensen die een woning zoeken in één van de appartementen kunnen wonen. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit van de Hoofdstraat gerespecteerd en in zekere mate verhoogd, doordat de gebouwen kleinschalig worden uitgebreid op de gevels met erkers rondom de appartementen waarbij het eigen karakter van de gebouwen niet verloren gaat. Dit is in overeenstemming met de waarden en ambities zoals die gelden voor het gebied 'Kernen Landelijk'. Geacht wordt hiermee dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met Omgevingsvisie Dinkelland.

24

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

3.3.2

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. Daarnaast moeten er ook voldoende betaalbare en huurwoningen zijn. In de Woonvisie wordt ook de toenemende vraag naar diverse soorten zorgwoningen meegenomen en er is aandacht voor huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Bovendien is er aandacht voor aanpassingen in de bestaande woningvoorraad, zodat deze levensloopbestendiger wordt. Woningbehoefte De gemeente Dinkelland wil inzetten op meer woningen met de juiste kwaliteit. De gemeente gaat de komende jaren voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. Voor de komende periode is op basis van verschillende prognoses een behoefte benoemd tussen de 225 en 800 woningen. Het verschil binnen de bandbreedte. Voor de komende vijf jaar wordt uitgegaan van een programma van 665 woningen. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking dient de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties te worden gerealiseerd.

Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houdt de gemeente ook rekening met de instroom van vestigers. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente Dinkelland de woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma waarbij de zachte plannen verdeeld zijn over de grote en kleine kernen:

Figuur 3.6: Verdeling van de plancapaciteit binnen de gemeente Dinkelland (Bron: Woonvisie 2021+). Dit houdt in dat ongeveer de helft van de woningbehoefte landt in de grotere kernen. In deze kernen woont tweederde van de inwoners van Dinkelland en geldt de grootste woningbehoefte vanwege de nabijheid van voorzieningen: iets wat met name voor senioren en de mensen met een zorgvraag een grote rol speelt. Realisatie vindt plaats per kern (evt. gefaseerde) plannen plaats. Dus niet alles in een paar grote plannen. Hierdoor kan goed worden bijgestuurd als dat nodig blijkt te zijn. Focus op kwaliteit In de gemeente Dinkelland krijgt inbreiding prioriteit boven uitbreiding. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking zal de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties plaatsvinden. Dit heeft de gemeente ook vastgelegd in de Nota Inbreidingslocaties 2020 (zie ook paragraaf 3.3.3). Bij het bouwen op inbreidingsplekken gaat de focus uit naar zogenaamde 'structuurversterkende plekken'. Dit zijn beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op dergelijke plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen.

Kwaliteitskader Dinkelland Onderdeel van de Woonvisie 2021+ is het Kwaliteitskader Dinkelland dat als bijlage 4 bij de woonvisie is opgenomen. In het kwaliteitskader wordt een richtinggevend kader gegeven, waarin de woningbehoefte per doelgroep per kern is beschreven. Daarin wordt een onderverdeling gemaakt tussen drie doelgroepen: 1. Starters; 2. Gezinnen/doorstromers; 3. Senioren. Voor Deurningen beschrijft het kwaliteitskader dat starters behoefte hebben aan goedkope koopwoningen en woningen in het middensegment. Daarbij kan het gaan om kleine grondgebonden woning, maar ook een appartement. Voor gezinnen/doorstromers wordt beschreven dat deze doelgroep in de komende jaren af zal bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

25

nemen en er een beperkte opgave is voor betaalbare woningen voor gezinnen. Tot slot hebben senioren behoefte aan levensloopgeschikte woningen. Gestreefd wordt naar een flexibel woonproduct dat zowel voor senioren als starters aantrekkelijk is. Toets en conclusie Voor transformatie/knelpunten heeft de gemeente Dinkelland een vrije ruimte voor 70 woningen binnen de gemeente gereserveerd. Deze krijgen, op basis van de 'Beleidsnota inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2020', prioriteit (zie ook paragraaf 3.3.3 van deze toelichting). Voorliggend bestemmingsplan maakt de transformatie van een voormalig bloemenwinkel met bedrijfswoning naar vijf appartementen mogelijk. Per saldo worden er in totaal vier woningen toegevoegd. Met de toevoeging van vier woningen wordt de plancapaciteit van 70 woningen voor een klein deel benut. Dankzij de ontwikkeling krijgen de bestaande gebouwen een passende vervolgfunctie, waardoor de leefbaarheid binnen het plangebied zal toenemen. Door de aanwezigheid van voorzieningen op korte afstand zijn de appartementen zowel geschikt voor starters/jongeren als senioren. Daarnaast worden de bestaande gebouwen enigszins uitgebreid waarbij het eigen karakter van de gebouwen behouden blijft, teneinde te zorgen dat de ruimtelijke kwaliteit van de Hoofdstraat niet verloren gaat.

Geacht wordt hiermee dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie 2021+. 3.3.3

Nota inbreidingslocaties 2020

Bij de gemeente Dinkelland werd en wordt er regelmatig een aanvraag ingediend voor het bouwen van woningen op inbreidingslocaties. Daarbij gaat het dan veelal om kleinschalige grondgebonden woningbouw zonder functiemenging binnen de grenzen van de bebouwde kom. Voor de beoordeling van dergelijke aanvragen is voor het eerst in 2011 door de gemeenteraad een beleidskader vastgesteld in de vorm van een “Beleidsnota Inbreidingslocaties”. Nadien is het beleid aangepast in de versie “Beleidsnota inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2020”. Het doel van deze nota is het bieden van een kader voor de beoordeling van woningen binnen de kernen op inbreidingslocaties. Om dergelijke verzoeken te kunnen beoordelen is het noodzakelijk om duidelijk vast te leggen welke uitgangspunten daarvoor gelden en onder welke voorwaarden inbreiding mogelijk is. Het beleid is van toepassing op: verzoeken voor woningbouw welke niet passen in het bestemmingsplan; verzoeken binnen bestaand bebouwd gebied. Het aantal woningen dat toegevoegd kan worden in de gemeente is beperkt en neemt op termijn af, zodat toevoegen moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. Denk hierbij aanbeeld bepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is.

Bouwen op structuurversterkende plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. Onder structuurversterkende plekken verstaat de gemeente Dinkelland:

Daarnaast heeft de gemeente Dinkelland de volgende overige stedenbouwkundige voorwaarden geformuleerd: a. Aansluiting op de bestaande stedenbouwkundige structuur; b. Kavel(s) moet(en) grenzen aan de openbare weg; c. Samenhang met de omgeving; d. Woonmilieus mogen niet onevenredig worden aangetast. Toets en conclusie Zoals reeds beschreven ligt het plangebied binnen de kern Deurningen, is het goed bereikbaar voor al het verkeer en ligt in een omgeving met centrumfuncties (o.a. wonen, detailhandel en horeca). Door de transformatie van het plangebied wordt er bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de Hoofdstraat en wordt de leefbaarheid in de kern vergroot, doordat leegstand wordt voorkomen. Tevens is de ontwikkeling vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Tot slot wordt geconcludeerd dat ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten geen sprake is van 26

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

belemmeringen, hiervoor wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 4). Geconstateerd wordt dat het voornemen past binnen het planologisch beleid met betrekking tot inbreidingslocaties. 3.3.4

Detailhandelsstructuurvisie Dinkelland

Op 22 september 2015 heeft de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland de 'Detailhandelsstructuurvisie Dinkelland' vastgesteld, waarin de visie op de gewenste detailhandelsstructuurvisie is bepaald op basis van ambities en uitgangspunten. De gemeente Dinkelland heeft de volgende ambities voor de toekomstige detailhandelsstructuur: Voor inwoners een zo compleet mogelijk aanbod op aanvaardbare afstand van de woning; Voor ondernemers een gezond ondernemersklimaat met ruimte voor kwaliteit en innovatie; Een ontwikkelingsgerichte visie, die marktpartijen stimuleert om te investeren; Duurzaam en intensief ruimtegebruik en winkelgebieden met ruimtelijke kwaliteit. De gemeente Dinkelland wil door het verbieden van nieuwe winkelontwikkelingen buiten Denekamp, Ootmarsum en eventueel Weerselo ondernemers stimuleren in bestaande winkelgebieden te vestigen. Op deze manier wordt het voor inwoners uit de gemeente Dinkelland, maar ook voor Duitse en overige toeristen aantrekkelijk juist deze centra te bezoeken. Hiermee worden kansen geboden voor functie synergie en daarmee voor (behoud van) een completer aanbod en aantrekkelijke, levendige centra. Bestaande winkels mogen vanzelfsprekend hun activiteiten voorzetten (en uitbreiden binnen de kaders van de vigerende bestemmingsplannen), maar rekening moet gehouden worden met de geleidelijke transformatie naar andere functies zoals wonen of zorg.

Waar mogelijk kan medewerking worden verkregen voor de verplaatsing van deze winkels naar winkelgebieden. Indien mogelijk dan bestaat de voorkeur van de gemeente om detailhandel bestemmingen van achterblijvend vastgoed te wijzigen in een andere bestemming. Toets en conclusie Het wegbestemmen van een leegstaande winkel met bijbehorende detailhandel bestemming past binnen de detailhandelsstructuurvisie. Geacht wordt hierdoor dat voorliggend plan in overeenstemming is met de detailhandelsstructuurvisie van de gemeente Dinkelland.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

27

28

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets en conclusie Er wordt middels dit bestemmingsplan de transformatie van bestaande bebouwing naar appartementen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is detailhandel.

Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r. wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben.

Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet erop dat in onderhavig geval de bebouwde oppervlakte door het realiseren van erkers in geringe mate

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

29

toeneemt, kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel onderhavig plan betrekking heeft op de transformatie van een voormalige bloemenwinkel met bedrijfswoning naar vijf appartementen waarbij rondom de appartementen kleinschalig wordt uitgebreid met erkers, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan door de toevoeging van vier wooneenheden binnen bestaande bebouwing niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de huidige bebouwing op het perceel. Uit voorgaande volgt dat het transformeren van bestaande bebouwing met beperkte uitbreidingen in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt.

In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het straatbeeld opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets en conclusie 30

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In het onderstaande tabel zijn de in de omgeving aanwezige milieubelastende functies genoemd welke van invloed kunnen zijn op het plangebied. Ook is genoemd onder welke categorie deze bestemming of functie valt, welke richtafstand geadviseerd wordt en wat de afstand van deze activiteiten/functies tot het bouwvlak voor de woningen is. Op voorhand kan worden gesteld dat het plangebied in een gemengd gebied gelegen is. Dit komt doordat het plangebied op een zeer korte afstand is gelegen van het centrum van Deurningen waar veel verschillende functies aanwezig zijn.

Figuur 4.2: Tabel met richtafstanden en milieubelastende functies. Zoals in de tabel hierboven is af te lezen wordt er voldaan aan de richtafstanden die voor het gemengd gebied in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' zijn bepaald. Voor het aspect Gevaar geldt dat er niet met een trede verlaagd kan worden, omdat gevaarlijke situaties altijd vermeden dienen te worden. Daarom is voor dit aspect de normale richtafstand aangehouden. Aangezien aan die richtafstanden ook wordt voldaan, kan worden geconcludeerd dat er ter plaatse van de appartementen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake.

Omgekeerd leveren de woningen geen belemmering op voor omliggende bedrijven, aangezien in de omgeving geen bedrijven zijn gelegen waarvan de ontwikkelingsmogelijkheden in gevaar komen indien op het plangebied woonfuncties worden gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

bestemmingsplan Deurningen, Hoofdstraat 11-11a

31

4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets en conclusie In het voorliggende bestemmingsplan wordt de transformatie van bestaande bebouwing aan de Hoofdstraat 11-11a in Deurningen naar appartementen mogelijk gemaakt, waarbij de appartementen rondom worden uitgebreid met erkers. Er is sprake van een functiewijziging (Detailhandel -> Wonen).

Een bodemonderzoek is noodzakelijk voor het bepalen van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit ter plaatse om te kijken of de grond geschikt is voor de beoogde functiewijziging. Op 4 september 2020 is door Terra Agribusiness een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 2 opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. De resultaten worden hieronder besproken. Uit het bodemonderzoek is gebleken dat er in het bovengrondmengmonster (BM1) en in het ondergrondmengmonster (OM1) lichte verhogingen minerale olie zijn aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen barium en naftaleen aangetroffen. Op basis van het onderzoek wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het plangebied wordt vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets en conclusie Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/584/documents/17601