Bestemmingsplan Denekamperstraat 60 Ootmarsum Bijlagen regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Denekamperstraat 60 In Ootmarsum
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.OOTBPDENEKAMPSTR60VG01
Denekamperstraat 60 in Ootmarsum
Inhoudsopgave Bijlagen regels
3
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactitiviteiten
4
Bijlage 2
Beleidsnotitie "Bouwen en Parkeren 2018"
15
2
bestemmingsplan Denekamperstraat 60 in Ootmarsum
Bijlagen regels
bestemmingsplan Denekamperstraat 60 in Ootmarsum
3
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactitiviteiten
4
bestemmingsplan Denekamperstraat 60 in Ootmarsum
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten OMSCHRIJVING
021, 022, 024 03 03 0311 0312 032
0502 0502 15 151 151 151 151 151
032 032 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101
151
101, 102
151 152 152
108 102 102
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW - champignonkwekerijen (algemeen) - champignonkwekerijen met mestfermentatie - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
CATEGORIE
020 05 05 0501.1 0501.2 0502
4 5 6 7 0 1 2 3 4
GROOTSTE AFSTAND
01 0113 0113 0163 011 016 016 016 016 016 0162 02 02
GEVAAR
01 0112 0112 0112 0112 014 014 014 014 014 0142 02 02
GELUID
-
STOF
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
30 100 30 30
10 10 10 10
30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10
30 100 30 30
2 3.2 2 2
30 30 30 30 30
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30 C
10 10 10 10 0
50 D 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
10
10
50
0
50
3.1
100 50
0 0
100 C 50 C
50 R 10
100 50
3.2 3.1
100 50
30 0
50 C 50 C
0 0
100 50
3.2 3.1
100 100 50 30
0 0 0 0
100 C 100 C 50 C 50
50 R 50 R 30 10
100 D 100 50 50
3.2 3.2 3.1 3.1
50
0
50
10
50
3.1
50
0
50
10
50
3.1
100
10
50
30
100
3.2
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven
-
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen 1 - oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven 2 - visteeltbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 1 - slachterijen en pluimveeslachterijen 4 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² 5 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² 6 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² 7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 8 m² 0 Visverwerkingsbedrijven: 5 - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
10821 10821 10821 1073 1083 1083 1089 1089 1102 t/m 1104 1107 13 131 132 132 133 139
CATEGORIE
1584 1584 1584 1585 1586 1586 1589.2 1589.2 1593 t/m 1595 1598 17 171 172 172 173 174, 175
GROOTSTE AFSTAND
10821
GEVAAR
1584
GELUID
102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1051 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 10821
AFSTANDEN IN METERS
STOF
152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1584
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
50
10
30
10
50
3.1
50
10
50
50 R
50
3.1
50 50 100
10 10 10
100 C 100 C 100 C
10 10 10
100 100 100
3.2 3.2 3.2
50 50 10
0 0 0
100 C 100 C 30
50 R 50 R 0
100 100 30
3.2 3.2 2
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
100
30
50
30
100
3.2
3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen 0 Soep- en soeparomafabrieken: 1 - zonder poederdrogen Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren
30 100 30 50
10 30 10 30
30 50 30 10
10 30 R 10 10
30 100 30 50
2 3.2 2 3.1
100
10
30
10
100
3.2
100 10 10
10 0 0
50 30 C 100
10 0 50 R
100 30 100
3.2 2 3.2
10
50
100
30
100
3.2
10 50 10
10 0 0
100 50 50
0 10 10
100 50 50
3.2 3.1 3.1
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: 6 0 2 0 1 2 3 0 3 1 2 0 1 2
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
16 16101 16102 16102 1621 162 162 162902 17 17 1712 1712 172 17212 17212 58 58 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814
STOF
139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151 152
-
-
0 2 0 1
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
176, 177 18 18 181 182 183 19 19 192 193 20 20 2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 205 21 21 2112 2112 212 2121.2 2121.2 22 22 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225
OMSCHRIJVING
SBI-2008
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
0
10
50
10
50
3.1
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
30 10 50
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken
50 50
10 10
30 50
10 10
50 D 50
3.1 3.1
0
50
100
50 R
100
3.2
10 100 0 0 10
30 30 30 30 10
50 100 100 50 30
10 10 0 0 0
50 100 100 50 30
3.1 3.2 3.2 3.1 2
50 30
30 30
50 C 100 C
30 R 30 R
50 100
3.1 3.2
30
30
100 C
30 R
100
3.2
30 30 10 0 30 30 30
0 0 0 0 0 0 0
100 C 100 30 10 30 10 30
10 10 0 0 0 10 10
100 100 30 10 30 30 30 D
3.2 3.2 2 1 2 2 2
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven: - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
- VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten OMSCHRIJVING
CATEGORIE
231 232, 234 232, 234 232, 234 23612 23612 2362 2363, 2364 2363, 2364
GROOTSTE AFSTAND
23 231 231
GEVAAR
26 261 261 261 2615 262, 263 262, 263 262, 263 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664
GELUID
182 19 19 19202 20 20 2120 2120 2120 2052 2052 205902 205903 22 22 221102 221102 2219 222 222 23
STOF
223 23 23 2320.2 24 24 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466 25 25 2512 2512 2513 252 252 26
A 0 1 2 0 1
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Smeeroliën- en vettenfabrieken
50
0
100
30 R
100
3.2
50 10
10 10
50 30
50 R 10
50 30
3.1 2
100 50 50
10 10 10
100 100 50
50 50 R 50 R
100 100 50
3.2 3.2 3.1
50 100
10 10
30 50
30 50 R
50 100 D
3.1 3.2
50
30
50
30
50
3.1
30 10 10
30 30 30
100 30 50
30 10 10
100 30 50
3.2 2 3.1
10 30
10 50
30 100
10 30
30 100
2 3.2
10 50
50 50
100 100
30 30
100 100
3.2 3.2
10
50
100
10
100
3.2
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken: - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen 0 1 1 0 1 2 0 1 0 1
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasfabrieken: - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j Glas-in-loodzetterij Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Kalkzandsteenfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken Betonmortelcentrales: - p.c. < 100 t/u
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
CATEGORIE
- VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN 0 Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 1 - p.o. < 2.000 m2
GROOTSTE AFSTAND
25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33
GEVAAR
28 281 281 281 284 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 2852 287 287 29 29 29 29
Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: - p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken C Minerale produktenfabrieken n.e.g. VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 1 - algemeen 11 - metaalharden 12 - lakspuiten en moffelen 2 - scoperen (opspuiten van zink) 3 - thermisch verzinken 4 - thermisch vertinnen 5 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 6 - anodiseren, eloxeren 7 - chemische oppervlaktebehandeling 8 - emailleren 9 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 1 Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 0 1 0 1 2
GELUID
2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 2391 2399 25
AFSTANDEN IN METERS
STOF
2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 2681 2682 28
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
10
50
100
50 R
100
3.2
10 10 10 50
30 30 30 50
100 50 50 100
0 0 10 50
100 D 50 50 D 100 D
3.2 3.1 3.1 3.2
30 30 50 30
30 30 30 30
100 50 100 50
30 10 30 10
100 50 100 D 50 D
3.2 3.1 3.2 3.1
50 30 100 50 100 100 30 50 50 100 30 10 10 30 30
50 50 30 50 50 50 50 10 10 50 30 30 30 30 30
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50 100 50
50 50 50 R 30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10 30 10
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50 100 50
3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1 3.2 3.1
30
30
100
30
100 D
D D D
D D
3.2
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen - kunststof schepen Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: - algemeen Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g.
- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 1 Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken
CATEGORIE
0 1 2 0 1
GROOTSTE AFSTAND
30 301, 3315 301, 3315 301, 3315 302, 317 302, 317 309 3099 31 31 310 9524 321 322 323 324
GEVAAR
35 351 351 351 352 352 354 355 36 36 361 361 362 363 364 365
- VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS Auto-onderdelenfabrieken -
GELUID
26, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 272 293 26, 33 26, 33 261, 263, 264, 331 2612 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 29 29 293 30
AFSTANDEN IN METERS
STOF
30 30 30 31 31 314 316 32 32 321 t/m 323 3210 33 33 33 34 34 343 35
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
30
10
30
10
30
2
100 30
30 10
100 30
50 10
100 30
3.2 2
30 50
0 10
50 50
30 30
50 D 50
3.1 3.1
30
0
30
0
30
2
30
10
100
30 R
100
3.2
30 100
30 50
50 100
10 50 R
50 100
3.1 3.2
50 30 30
30 10 30
100 100 100
30 30 R 30
100 100 100 D
3.2 3.2 3.2
50 0 30 30 30 30
50 10 10 10 10 10
100 10 10 30 50 50
30 0 10 10 30 30
100 D 10 30 30 50 50
3.2 1 2 2 3.1 3.1
OMSCHRIJVING
35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 451
- PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER B0 bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen B1 voedingsindustrie B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA C3 - 100 - 200 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E1 - stadsverwarming E2 - blokverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW B2 - 1 - 15 MW - BOUWNIJVERHEID 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² 1 - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie)
CATEGORIE
GEVAAR
40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 41 45 45 45 45 45 45 50 50 501
Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
GELUID
32991 32999 35 35 35
STOF
3663.1 3663.2 40 40 40
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GROOTSTE AFSTAND
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
0 30
30 10
30 50
0 30
30 50 D
2 3.1
100 50
50 50
100 100
30 R 30 R
100 100
3.2 3.2
0 0 0
0 0 0
30 C 50 C 100 C
10 30 50
30 50 100
2 3.1 3.2
0 0 0
0 0 0
10 C 30 C 50 C
10 10 50 R
10 30 50
1 2 3.1
30 10
10 0
100 C 30 C
50 10
100 30
3.2 2
10
0
50 C
30
50
3.1
0 0
0 0
30 C 100 C
10 10
30 100
2 3.2
10 10 10 0
30 30 30 10
100 50 50 30
10 10 10 10
100 50 50 30
3.2 3.1 3.1 2
10
10
100
10
100
3.2
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
A Autoplaatwerkerijen B Autobeklederijen C Autospuitinrichtingen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: 1 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton 2 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton 0 Grth in vaste brandstoffen: 1 - klein, lokaal verzorgingsgebied Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) Grth in metalen en -halffabrikaten 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 1 - algemeen: b.o. > 2000 m² 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 5 - algemeen: b.o. > 200 m² 6 - algemeen: b.o. <= 200 m² 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 1 - algemeen: b.o. > 2.000 m² 2 - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in chemische produkten
GELUID
45204 45204 45204 453 46 46 4621 4622 4623 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46711 46711 46713 46722, 46723 4673 4673 4673 46735 46735 46735 4674 4674 4674 46751
AFSTANDEN IN METERS
STOF
5020.4 5020.4 5020.4 503, 504 51 51 5121 5122 5123 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5151.3 5152.2 /.3 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.1
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
10 0 50 0
30 0 30 0
100 10 30 30
10 10 30 R 10
100 10 50 30
3.2 1 3.1 2
30 10 50 50 30 10 0 10 10 30 10 10
30 10 10 0 10 0 0 0 10 10 10 10
50 30 100 C 30 30 30 30 30 30 30 30 30
30 R 0 0 0 50 R 50 R 0 0 0 0 10 10
50 30 100 50 50 50 30 30 30 30 30 30
3.1 2 3.2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2
10 10
0 0
30 30
10 50
30 50
2 3.1
10 100 0
50 0 10
50 30 100
30 50 10
50 100 100
3.1 3.2 3.2
0 0
10 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
0 0
30 10
100 30
0 0
100 30
3.2 2
0 0 50
0 0 10
50 30 30
10 0 100 R
50 30 100 D
3.1 2 3.2
V V
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
CATEGORIE
77 7712, 7739 773 62 62 62 58, 63 72 72 721
-
GEVAAR
71 712 713 72 72 72 72 73 73 731
0 1 0 1 0 1 2
Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Autosloperijen: b.o. > 1000 m² - autosloperijen: b.o. <= 1000 m² Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² - overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² Grth in machines en apparaten: - machines voor de bouwnijverheid - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
GELUID
46752 4676 4677 4677 4677 4677 466 466 466 466, 469 47 47 952 49 49 493 494 494 52 52 52102, 52109 52109 5221 77
AFSTANDEN IN METERS
STOF
5155.2 5156 5157 5157 5157.2/3 5157.2/3 518 518 518 519 52 52 527 60 60 6023 6024 6024 63 63 6312 6312 6321 71
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GROOTSTE AFSTAND
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
30 10 10 10 10 10
30 10 30 10 30 10
30 30 100 50 100 50
30 R 10 30 10 10 10
30 30 100 50 100 D 50
2 2 3.2 3.1 3.2 3.1
0 0 0
10 10 0
100 50 30
10 0 0
100 50 30
3.2 3.1 2
0
0
10
10
10
1
10 0 0
0 0 0
100 C 100 C 50 C
0 30 30
100 100 50
3.2 3.2 3.1
30 0 10
10 0 0
50 C 30 C 100 C
50 R 10 30
50 D 30 100
3.1 2 3.2
10 10
0 0
50 50
10 10
50 D 50 D
3.1 3.1
0 0
0 0
10 30 C
0 0
10 30
1 2
30
10
30
30 R
30
2
-
VERVOER OVER LAND Touringcarbedrijven 0 Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² 1 - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER A Distributiecentra, pak- en koelhuizen B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 2 Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE - GOEDEREN Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
GEVAAR
CATEGORIE
GELUID
74 747 90 90 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 93 93 9301.1 9301.1 9301.3
STOF
74
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 812 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 381 381 382 382 382 382 382 382 382 93 96 96011 96011 96013
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
definitief maart 2009
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GROOTSTE AFSTAND
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
50
10
30
30
50 D
3.1
30 50 30
0 30 30
10 C 50 50
0 10 30 R
30 50 50
2 3.1 3.1
100 50 100 10
50 10 0 10
30 30 10 30
10 10 30 R 30 R
100 50 100 D 30
3.2 3.1 3.2 2
100
100
100
10
100
3.2
30 30 0
0 0 0
50 C 50 30
30 30 0
50 50 30
3.1 3.1 2
-
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen
- MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen A Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. B Gemeentewerven (afval-inzameldepots) A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A2 - kabelbranderijen A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) A5 - oplosmiddelterugwinning A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval C0 Composteerbedrijven: C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr - OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasserijen en strijkinrichtingen B Tapijtreinigingsbedrijven A Wasverzendinrichtingen
Bijlage 2 Beleidsnotitie "Bouwen en Parkeren 2018"
bestemmingsplan Denekamperstraat 60 in Ootmarsum
15
BELEIDSNOTITIE “BOUWEN & PARKEREN2018” voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen, met daarin opgenomen parkeernormen, rekensystematiek en beoordelingsgrondslag.
Colofon Citeertitel: “Bouwen & Parkeren 2018” Vastgesteld op 2018 in de colleges van Dinkelland en Tubbergen.
1
“Bouwen & Parkeren2018”
2018
Inhoudsopgave “Bouwen & Parkeren 1. 2. 3. 4. 5. 6.
2
”:
Inleiding en doel Reikwijdte beleidsnotitie Harmonisatie en uitgangspunten parkeernormen Berekening van de parkeerbehoefte Afwijken van het parkeren op eigen erf Slotbepalingen
3 3 3 3 4 5
“Bouwen & Parkeren2018”
1. INLEIDING EN DOEL Wonen en werken zijn onlosmakelijk met verkeer verbonden. Het is in ieders belang dat bouwplannen, gebruikswijzigingen en bestemmingsplannen voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bij het beoordelen van bouwaanvragen en ruimtelijke ontwikkelingen is het noodzakelijk om objectief inzicht te krijgen in de parkeervraag en het -aanbod. Dat is het belangrijkste doel van deze beleidsnotitie. Het biedt een beleidskader bij het beoordelen van vergunningsaanvragen en ruimtelijke plannen. Naar aanleiding van wetswijzigingen is het noodzakelijk om de beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2014” aan te passen, zonder inhoudelijke wijzigingen van de parkeernomen, rekensystematiek en andere uitgangspunten. 2. REIKWIJDTE BELEIDSNOTITIE Wettelijke basis voor het stellen van parkeereisen van Bouwverordening verschoven naar het bestemmingsplan. De juridische basis voor het stellen van parkeereisen was opgenomen in de gemeentelijke Bouwverordening. Om een nadere uitleg te geven hoe om te gaan met de parkeerbepalingen uit de Bouwverordening, is de beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2014 ”vastgesteld.
Deze beleidsregel dient als richtinggevend kader voor o.a.: algemene toetsing, parkeerbalansen en adviezen voor inrichting openbare ruimte; nieuwbouw en verbouw en uitbreiding van bestaande gebouwen, de beoordeling van afwijkingen van het bestemmingsplan (artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), als het gaat om functiewijzigingen voor zover daarbij de parkeerproblematiek betrokken is, ongeacht of daarbij bouwactiviteiten betrokken zijn. Parkeerhinder vormt immers een van de aspecten bij de beoordeling van verzoeken om af te wijken van bestemmingsplanregels. Sinds 29 november 2014 is deze situatie echter veranderd, doordat de Reparatiewet BZK in werking is getreden. Voor bestemmingsplannen die na 29 november 2014 worden vastgesteld, betekent dit dat parkeernormen in de planregels opgenomen moeten worden. Voor de geldende bestemmingsplannen geldt een overgangsregeling die loopt tot 1 juli 2018 en blijft de Bouwverordening, in combinatie met de beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2014”, het wettelijk toetsingskader. Deze wetswijziging heeft tevens tot gevolg dat de beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2014” “opnieuw” vastgesteld moet worden als beoordelingskader voor de parkeerbepalingen in bestemmingsplannen. De voorliggende beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2018” is hiervan het resultaat.
Hierbij is de beleidsnotitie “Bouwen en Parkeren 2014” als basis genomen en zijn er geen inhoudelijke beleidswijzigingen aangebracht. Het beleid heeft toepassing op gebouwen en ontwikkelingen binnen de gemeenten Dinkelland en Tubbergen. In deze beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik 1 is (de parkeernormen) (als de extra parkeerbehoefte niet op eigen erf kan worden gerealiseerd), onder welke voorwaarden er een afwijkingsvergunning kan worden verleend, welke rekensystematiek en uitgangspunten e.d. worden gehanteerd.
3. UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN Voor Dinkelland en Tubbergen worden eenduidig beleid en duidelijke parkeernormen vastgesteld met deze beleidsnotitie. De nieuwe parkeernormen voor beide gemeenten zijn opgenomen in bijlage I. Voor veel voorkomende gebruiksfuncties zijn de parkeernormen vermeld. Andere parkeernormen kunnen afgeleid worden uit publicatie 317, op grond van de uitgangspunten in deze beleidsnotitie. Parkeerkencijfers worden “vertaald” naar parkeernormen. Daarvoor zijn in Dinkelland en Tubbergen de volgende uitgangspunten vastgesteld: Parkeernormen zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers uit publicatie 317 CROW. Dat geldt voor alle gebruiksfuncties voor het gehele grondgebied van Dinkelland en Tubbergen. Er wordt voor het gehele grondgebied in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen een onderscheid gemaakt naar drie zones: “centrum”, “rest bebouwde kom” en “buitengebied”. De normen zijn niet overal in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen gelijk. Voor gebieden binnen de bebouwde kom is een onderscheid gemaakt tussen “centrum” en “rest bebouwde kom”. In
1
3
Voor definitie van het begrip ‘erf’ wordt aangesloten bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
“Bouwen & Parkeren2018”
bijlage II zijn die verschillende gebieden per kern vastgelegd. Dinkelland en Tubbergen zijn “niet stedelijk” op grond van de adresdichtheid (kaartje bijlage III). Het uitgangspunt is dat het parkeren in voldoende mate op eigen erf plaatsvindt. Dat is de basis voor het gehele grondgebied voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen. Afwijken van het parkeren op eigen erf is onder voorwaarden mogelijk, zoals beschreven in paragraaf 5, met dien verstande dat voor bedrijventerrein maatwerk wordt geleverd. De rekensystematiek is voor Dinkelland en Tubbergen gelijk. In bijlage IV wordt de rekensystematiek eenduidig vastgelegd. Hierin staan o.a. de berekeningswijze, definities voor het bepalen van het BVO (brutovloeroppervlak) en aanwezigheidspercentages voor gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen.
4. BEREKENING VAN DE PARKEERBEHOEFTE De parkeerbehoefte van een bouwplan en/of een gebruikswijziging wordt bepaald door het vermenigvuldigen van de parkeernorm met de bruto vloeroppervlakte of met een aantal. Dat kan op grond van de afzonderlijke ruimtes in een bouwwerk of op grond van het totale bouwwerk (b.v. een kantoorgebouw, indien van zeer homogene functie sprake is). Daarbij wordt de rekensystematiek uit bijlage IV in acht genomen. Het berekende aantal parkeerplaatsen is de “nieuwe” parkeerbehoefte van het bouwplan of de gebruikswijziging. Bij verbouw of wijziging van een bestaand bouwwerk, mag de parkeerbehoefte van de bestaande (oude) situatie in mindering worden gebracht. Aldus wordt voorkomen dat een nieuw bouwplan bezwaard wordt met tekortkomingen uit het verleden (b.v. te weinig parkeerplaatsen bij het bestaande gebouw of functie). In het kader van een bouwplan hoeft alleen de toename van de parkeerdruk, die dus het gevolg is van het bouwplan zelf, te worden gecompenseerd door de aanvrager. Het omgekeerde is ook het geval. Als er gedurende langere tijd sprake is van leegstand, dan is de bestaande parkeervraag nul (0). Bij een leegstandsperiode van ≥ 5 jaar is de oude parkeerbehoefte gelijk aan 0.
Bij een zeer geringe extra parkeervraag (≤ 2 parkeerplaatsen) is er in principe geen aanleiding om eisen te stellen aan het te realiseren aantal parkeerplaatsen bij het bouwplan met dien verstande dat ook de ‘aard’ van het parkeren het zelfde is. Aanvullende voorwaarden kunnen nodig zijn wanneer er bijvoorbeeld sprake is van het realiseren van woningen binnen een parkeerschijfzone. Door de parkeerschijfzone kunnen bewoners niet voor een langere tijd in die zone parkeren. Er kunnen dan nadere voorwaarden worden gesteld of maatregelen die nodig zijn, zodat langdurig parkeren in de paarschijfzone mogelijk wordt. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een situatie waarin de afstand tussen de parkeerplaats(en) en de ontwikkeling te groot wordt, waardoor er toch parkeervoorzieningen voor lang parkeren in de omgeving gerealiseerd moeten worden. Tenslotte geldt dat de afronding van het berekende aantal parkeerplaatsen altijd naar boven geschiedt (7,1 PP wordt 8 PP). 5. AFWIJKEN VAN HET PARKEREN OP EIGEN ERF Uitgangspunt is dat het parkeren op het eigen erf plaatsvindt. Als een aanvrager alle parkeergelegenheid voor het bouwplan op eigen erf realiseert, wordt er een positief parkeeradvies gegeven.
Als een aanvrager van een bouwplan en/of een gebruikswijziging gemotiveerd kan aantonen waarom het parkeren op het eigen erf niet (of niet geheel) kan worden gerealiseerd, kunnen burgemeester en wethouders bij het verlenen van een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht om op eigen erf parkeerplaatsen aan te leggen. Maar altijd geldt dat sowieso zoveel mogelijk parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd moeten worden. 5.1 Afwijkingsopties Parkeerplaatsen moeten in voldoende mate op het eigen erf worden gerealiseerd. Dit is in de planologische parkeerregeling tot uitdrukking gebracht dat parkeren dient plaats te vinden bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. Idem voor een gebruikswijziging. Indien dit niet of niet geheel mogelijk is, bestaat er de mogelijkheid om bij het verlenen van omgevingsvergunning voor strijdig gebruik van het bestemmingsplan, de zogenoemde binnenplanse afwijkingsvergunning, van dat uitgangspunt af te wijken en kunnen er eventueel aanvullende voorwaarden worden gesteld. De in de betreffende volgorde te onderzoeken mogelijkheden zijn als volgt, met daaronder randvoorwaarden die op de daarbij aangegeven opties betrekking hebben. Voor bedrijventerreinen gelden de afwijkopties B, C en E niet en wordt maatwerk conform afwijkoptie D geleverd.
4
“Bouwen & Parkeren2018”
A.
Parkeerplaatsen worden op een eigen erf aangelegd, niet zijnde de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden , maar wel binnen een redelijke afstand. De parkeerplaatsen dienen openbaar toegankelijk te zijn en te blijven voor andere gebruikers.
B.
Er worden extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd. Deze parkeerplaatsen dienen binnen een redelijke afstand van het bouwplan te worden aangelegd. Dit kan alleen als dit ter plaatse zowel stedenbouwkundig als verkeerstechnisch niet leidt tot een kwalitatief mindere situatie. Het oordeel hierover is ter bepaling van de gemeente. De parkeerplaatsen dienen openbaar toegankelijk te zijn en te blijven voor andere gebruikers.
C.
Indien binnen een redelijke afstand van het bouwplan aantoonbaar voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. De bouwer dient dit aan te tonen met een recent parkeeronderzoek (niet ouder dan 2 jaar) of aan de hand van een uitgewerkte parkeerbalans. De methodiek is ter bepaling van de gemeente. Er wordt geacht voldoende parkeerruimte aanwezig te zijn, indien de hoogste bezettingsgraad na de realisatie van het bouwplan onder de 85% blijft.
D.
Indien niet aan de voorwaarden voor het parkeren wordt voldaan, kan aanvrager een gelijkwaardige oplossing voorstellen. Zulke maatwerkoplossingen vallen buiten het bestek van deze parkeernotitie en dienen van geval tot geval worden bezien. Het aanleggen van parkeergelegenheid op grotere afstand in combinatie met een bus/shuttledienst kan een voorbeeld zijn van een gelijkwaardige oplossing. Voor bedrijventerreinen geldt dat mogelijk met een maatwerkoplossing kan worden afgeweken van het uitgangspunt van parkeren op eigen erf. Dit wordt van geval tot geval wordt beoordeeld of het voldoen aan dit uitgangspunt op overwegende bezwaren stuit en of er een gelijkwaardige oplossing mogelijk is om in de benodigde parkeerruimte te voorzien.
E.
De optie van een parkeerfonds wordt bij hoge uitzondering toegepast in gemeente Dinkelland. In de gemeente Tubbergen bestaat deze mogelijkheid niet. Alleen als de gemeente reele mogelijkheden ziet om binnen korte termijn de geëiste parkeerplaatsen te realiseren, kan de mogelijkheid van het parkeerfonds worden toegepast. “Korte termijn” is in dit geval: binnen 5 jaar na ingebruikname van het bouwplan. De regeling is nader uitgewerkt in bijlage VI.
In bijlage III is het vorenstaande opgenomen in het schema ‘afwijken van parkeren op eigen erf en kaart adresdichtheid’. Redelijke afstand (opties A, B en C) Een redelijke afstand tussen parkeergelegenheid en bouwplan is in Tubbergen gedefinieerd op 100 m. Het gaat om de afstand van de meest logische en directe looproute tussen de parkeergelegenheid en het bouwwerk. In Dinkelland geldt ook een afstand van 100 m, maar voor de bezoekers van winkels of bedrijven is 200 m nog acceptabel en voor grote recreatieve-/leisurefuncties is dat 500 m. Onder grote recreatieve en/of leisure functies worden b.v. verstaan (a) zeer grote tuincentra (b.v. ‘Oosterik’), (b) zeer grote sportaccommodaties en -terreinen, (c) attractieparken en openlucht musea, en dergelijke. Met andere woorden , functies waar grote aantallen parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, die normaliter ook niet allemaal binnen een afstand van 100-200 m te realiseren zijn. Parkeerschijfzone (opties B en C). Binnen een parkeerschijfzone moet voor woningen op maximaal 100 m afstand van de woning voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn om lang te parkeren. Dat kan onder meer door “vrije parkeerplaatsen” binnen de parkeerschijfzone te realiseren.
Het kan ook middels het realiseren van “blauwe zone-plaatsen” in combinatie met een ontheffing voor de bewoners (alleen in de gemeente Tubbergen voor bewoners binnen de parkeerschijfzone). Voor bezoek en klanten moeten voldoende parkeerplaatsen voor het kort parkeren aanwezig zijn. In bijlage I is ter beoordeling van dit aspect voor verschillende functies het bezoekersaandeel in de parkeernormen vermeld. Indien ten behoeve van een bouwplan binnen een parkeerschijfzone parkeerplaatsen gerealiseerd worden, wordt vooraf bepaald of de parkeerplaatsen onder het regime van de parkeerschijf vallen (dat gebeurd zo nodig in overleg met aanvrager). Personeel van winkels of bedrijven moet ‘lang parkeren’ buiten de parkeerschijfzone.
5
“Bouwen & Parkeren2018”
Toetsing, realisatie, kosten (optie B) Ingeval van aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte dient aanvrager een inrichtingsvoorstel in, voorzien van maatvoering en op schaal getekend, waarop de parkeerplaatsen zijn aangegeven. De gemeente toetst het inrichtingsvoorstel op aantal parkeerplaatsen, wenselijkheid en realiseerbaarheid. Het inrichtingsplan mag niet leiden tot een kwalitatief mindere stedenbouwkundige of verkeerstechnische situatie. Het oordeel daarover is aan de gemeente. Aanleg- en uitvoeringskosten komen voor rekening van aanvrager. De gemeente laat het werk uitvoeren en stelt voorwaarden ten aanzien van uitvoeringswijze, materiaalkeuze, en dergelijke. De kosten worden achteraf bij de aanvrager in rekening gebracht. Hervoor wordt een schriftelijke overeenkomst gesloten met aanvrager, voorafgaand aan de vergunningsverlening. Parkeeronderzoek (optie C) Soms kunnen er op eigen erf of in de openbare ruimte rond een bouwplan geen extra parkeerplaatsen aangelegd worden, maar zijn er voldoende bestaande parkeerplaatsen aanwezig. Als dit met parkeeronderzoek of een parkeerbalans kan worden onderbouwd, kan ontheffing worden verleend. De gemeente kan deze mogelijkheid bieden, maar is dat niet verplicht.
De gemeente kan redenen hebben om geen bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te wenden ten behoeve van een (particulier) bouwplan, bijvoorbeeld omdat zij andere ontwikkelingen in de omgeving voorziet. Als de gemeente deze mogelijkheid wel aanbiedt aan een aanvrager, wordt onderzocht hoe hoog de parkeerbezettingsgraad is na voltooiing van het bouwwerk. Die parkeerbezettingsgraad mag hooguit 85% bedragen op het drukste moment. De loopafstand tussen het bouwplan en het onderzoeksgebied is maximaal 100 m. Parkeeronderzoek of parkeerbalans worden uitgevoerd door een verkeersadviesbureau (naar keuze van de gemeente) en op kosten van aanvrager. Recent onderzoek kan als basis dienen voor advies (maximaal 2 jaar oud). Het oordeel hierover is aan de gemeente. Binnen het gebied van een parkeerschijfzone is het gebruik van bestaande parkeerplaatsen slechts mogelijk onder voorwaarde dat er voor de bewoners sowieso voldoende parkeergelegenheden komen of blijven. 5.2 Sociale woningbouw In de gemeente Tubbergen zijn afspraken met de Woningstichting Tubbergen gemaakt met betrekking tot sociale woningbouw in uitbreidings- c.q. nieuwbouwwijken. Voor wat betreft het onderdeel parkeren wordt de omgevingsvergunning verleend met inachtneming van een aantal voorwaarden (zie bijlage VII). BIJLAGEN Bijlagen I. II. III. IV. V. VI. VII.
6
Parkeernormen Aanduiding “centrum”, “rest bebouwde kom” en “buitengebied” Schema afwijken van parkeren op eigen erf; kaart adresdichtheid Rekensystematiek Afmetingen van parkeergelegenheden; wegbreedtes Parkeerfonds Dinkelland Sociale woningbouw Tubbergen
7 9 10 11 14 15 15
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE I: PARKEERNORMEN In publicatie 317 CROW worden de parkeerkencijfers onderscheiden in diverse categorieën. Uit de parkeerkencijfers kunnen parkeernormen bepaald worden. De meest gebruikte parkeernormen zijn in de tabellen in deze bijlage opgenomen. Voor gebruiksfuncties in het buitengebied en voor andere functies dan opgenomen in de tabellen hierzonder wordt naar deze publicatie verwezen. De parkeernormen in deze publicatie bestaan per functie uit een minimum en een maximum waarde. Deze bandbreedte is bedoeld om de parkeernormen te kunnen afstemmen op de plaatselijke situatie. Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen wordt voor het toepassen van de parkeernomen uitgegaan van het gemiddelde. Voor gebruiksfuncties die niet in deze beleidsnotitie of in publicatie 317 van CROW zijn opgenomen, en waaruit dus geen parkeernormen zijn af te leiden, kunnen burgemeester en wethouders een parkeernorm vaststellen. PARKEERNORMEN ZIJN GEBASEERD OP DE PARKEERKENCIJFERS VAN CROW minimum kencijfer
gemiddeld kencijfer
maximaal kencijfer
wordt niet toegepast
in alle bebouwde kommen van Dinkelland en Tubbergen en voor alle functies
wordt niet toegepast
WONEN functie
rest bebouwde kom 1) 2,30 2,20 2,00 2,10 1,90 1,60 1,20
% bezoek
eenheid
vrijstaand 2) twee-onder-een-kap 2) tussenwoning of rijtje 2) appartement >150 m² 3) appartement 100-150 m² 3) appartement <100 m² 3) aanleunwoning/serviceflat
centrum 1) 1,80 1,70 1,50 1,60 1,40 1,30 1,05
opmerkingen
0,3 PP 0,3 PP 0,3 PP 0,3 PP 0,3 PP 0,3 PP 0,3 PP
woning woning woning woning woning woning woning
zorgwoning/-appartement 7)
0,60
0,60
0,3 PP
woning
zelfstandige woning met beperkte zorg zie 7)
centrum
rest bebouwde kom 4,30 7,80 6,50 5,80 8,80 4,10 8,15 1,95 2,35 2,65
% bezoek 89% 96% 93% 93% 84% 72% 92% 91% 87% 89%
eenheid 4) 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO
opmerkingen (zie ook publ. 317, blz. 35/36) <600 m² WVO b.v. Aldi en Lidl b.v. C1000, Jumbo b.v. Plus, AH WVO >2500 m² @) slager, bakker, etc. grootsch. vestiging ca. 25000 m² BVO >1000 m² WVO incl. buitenruimte
rest bebouwde kom 2,55 3,55 2,35 1,05 1,95 1,90 0,90
% bezoek
eenheid
opmerkingen
5% 20% 5% 5% pm 35% 65%
100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO stoel
excl. vrachtwagens excl. vrachtwagens zie publ. 317 o.g.v. publ. 182 +10% eigen norm gemeente
WINKELEN functie buurtsupermarkt discountsupermarkt fullservice (middel)laag prijs fullservice (middel)hoog prijs grote supermarkt buurt- en dorpscentrum bruin- en witgoedzaken woonwarenhuis/woonwinkel bouwmarkt tuincentrum/groencentrum
2,40 3,90 3,70 4,20 6,80 3,40 4,05 1,25 nvt nvt
WERKEN functie kantoor zonder baliefunctie kantoor met baliefunctie werkplaats, lab, industrie loods, opslag, bergplaats bedrijfsverzamelgebouw showroom kapsalon
7
centrum 1,85 2,45 1,55 0,65 1,35 1,25 0,80
“Bouwen & Parkeren2018”
SPORT, CULTUUR, ONTSPANNING 5) functie bibliotheek museum dansstudio fitnessstudio/sportschool fitnesscentrum sporthal bezoekers sporthal/sportzaal sportzaal sportveld buiten tennishal zwembad overdekt/openlucht manege
centrum 0,45 0,60 1,60 1,40 1,70 1,55 0,15 1,15 nvt nvt nvt nvt
rest bebouwde kom 1,15 1,10 5,50 4,80 6,30 2,85 0,15 2,85 20,0 0,50 12,0 0,4
% bezoek
eenheid
97% 95% 93% 87% 90% 96% 100% 94% 95% 87% 98% 90%
100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO zitplaats 100m² BVO ha. netto 100m² BVO 100m² bad per box
rest bebouwde kom 5,20 7,50 11,0 7,00 15,0 20,8
% bezoek
eenheid
77% 73% 65% 90% 80% 99%
10 kamers 10 kamers 10 kamers 100m² BVO 100m² BVO 100m² BVO
opmerkingen
gem. ca. 750 m² BVO vaak >1500 m² BVO basis is publ. 182 zie publ. 317 zie publ. 317 zie publ. 317
HORECA EN VERBLIJFSRECREATIE functie hotel 3-sterren hotel 4-sterren hotel 5-sterren café/bar/cafetaria restaurant discotheek
centrum 2,20 3,50 5,50 6,00 11,0 6,90
opmerkingen
GEZONDHEIDSZORG, SOCIALE VOORZIENINGEN, ONDERWIJS functie huisartsenpraktijk apotheek fysiotherapie consultatiebureau consultatiebureau ouderen tandartspraktijk/-centrum gezondheidscentrum verpleeg- en verzorgingshuis religiegebouw begraafplaats basisonderwijs 6) middelbare school kinderdagverblijf 6) avondonderwijs
centrum 2,25 2,45 1,35 1,45 1,30 1,75 1,75 0,60 0,15 nvt 0,75 3,70 1,00 0,46
rest bebouwde kom 3,25 3,35 1,95 2,15 2,00 2,55 2,45 0,60 0,15 31,6 0,75 4,90 1,40 0,69
% bezoek
eenheid
57% 45% 57% 50% 38% 47% 55% 60% 97% 11% 0% 95%
beh.kamer per apoth. beh.kamer beh.kamer beh.kamer beh.kamer beh.kamer woning zitplaats lokaal 100 leerl. 100m² BVO student
opmerkingen
zie publ. 317 inclusief personeel zie publ. 317 per plechtigheid excl. K+R bezoekers=leerlingen excl. K+R bezoeker=student
Noten: 1) Voor exacte afbakening van “centrum” en “rest bebouwde kom”: zie bijlage II 2) Woningen worden beoordeeld op het woningtype (“vrij”, “twee-onder-een-kap”, etc) en niet op eigendomssituatie. 3) Oppervlaktebegrenzingen appartementen zijn door burgemeester en wethouders vastgesteld i.k.v. deze beleidsnotitie; appartementen worden aldus beoordeeld op grond van m² BVO en niet op prijs of koop/huur-situatie omdat deze vaak moeilijk met zekerheid zijn vast te stellen. Oppervlaktes dienen door aanvrager te worden aangegeven. 4) Het aantal m² BVO bij winkels/detailhandel is 1,25 x WVO in m2. 5) Alleen zeer grote voorzieningen vallen wat betreft acceptabele loopafstanden tussen voorziening en parkeerplaats onder de noemer “leisure”. Zie voor de beleidsmatige afbakening § 5. 6) Exclusief halen en brengen. Zie daarvoor bijlage IV (rekensystematiek). 7) Woning met uitgebreidere zorg dan aanleunwoning/serviceflat. Bijvoorbeeld woning voor psycho-geriatrische patiënten e.d., die zelf niet of nauwelijks de beschikking hebben over eigen vervoermiddelen per woning. De parkeernorm is op de parkeerkencijfers uit publicatie 182 CROW gebaseerd (“oude norm”), omdat de publicatie 317 CROW niet voorziet in deze specifieke groep bewoners. Aanwezigheidspercentages e.d. komen overeen met de andere woonfuncties.
8
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE II: AANDUIDING “CENTRUM”, “REST BEBOUWDE KOM” EN “BUITENGEBIED”. Voor de bebouwde kom is een onderscheid gemaakt tussen “centrum” en “rest bebouwde kom”. In de kernen Denekamp, Ootmarsum en Tubbergen wordt het gebied van de parkeerschijfzone beschouwd als “centrum”. Ook in Weerselo is een “centrum”-gebied aangewezen. Er is geen “schil/ overloopgebied”. Alle overige straten in de kernen van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vallen onder “rest bebouwde kom”. Alles buiten de kernen valt onder “buitengebied”. Kern Denekamp: parkeerschijfzone = parkeernorm “centrum” Brinkstraat, vanaf Grotestraat t/m huisnummer 11 Burgmeester Hoogklimmerstraat, vanaf Oldenzaalsestraat t/m huisnummer 10 Eurowerft Grotestraat, vanaf Nicolaasplein tot Brinkstraat Kerkplein Kokensteeg (doodlopende tak vanaf Vledderstraat t/m huisnummer 6 en tak naar de parkeervoorziening) Lange Voor Markt Nicolaasplein Nordhornsestraat tussen Nicolaasplein en Churchillstraat Oldenzaalsestraat, vanaf Oranjestraat tot Nicolaasplein.
Ootmarsumsestraat, ten oosten van Potmaten Stationsstraat Vledderstraat Kern Ootmarsum: parkeerschijfzone = parkeernorm “centrum” Bergplein Bergstraat Dwarsstraat Ganzenmarkt Gasthuisstraat Grotestraat Kapelstraat Keerweer Kerkplein Kloosterstraat Markt Marktstraat, vanaf Molenstraat tot Markt Oldenzaalsevoetpad Oostwal Parkstraat, vanaf Wortelboerstraat tot Westwal Putstraat Schiltstraat Walstraat Wemestraat Westwal Kern Tubbergen: parkeerschijfzone = parkeernorm “centrum” Almeloseweg, vanaf de Grotestraat tot de Schoolstraat Burgemeester Smalstraat De Eendracht, tot en direct ten noorden van het kantoor van de Rabobank Gaarderstraat, direct ten zuiden van het gemeentehuis tot het Raadhuisplein Grotestraat, vanaf de Hattinkstraat tot en met de kruising met de Molenstraat Kooikerstraat, vanaf Markt tot en met de kruising met de Pastoor Bloemenstraat Markt Molenstraat, vanaf de Grotestraat tot de Van Langenstraat Oranjestraat, vanaf de Grotestraat tot de Waldeckstraat Raadhuisplein Van Langenstraat, vanaf de Grotestraat tot de Molenstraat Waldeckstraat Kern Weerselo: parkeerschijfzone = parkeernorm “centrum” St. Remigiusstraat, tussen Bisschopstraat en Raadhuisstraat
9
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE III: SCHEMA AFWIJKEN VAN PARKEREN OP EIGEN ERF EN KAART ADRESDICHTHEID
Vergunningaanvraag bouwplan: Uitvoeren van een parkeertoets en bepaling aantal te realiseren parkeerplaatsen
toets
Moet er meer dan 2,0 parkeerplaats worden gerealiseerd?
nee
Positief parkeeradvies; te gering effect op de parkeerdruk
ja Kan de te realiseren parkeervraag volledig op eigen terrein worden gerealiseerd?
ja
Positief parkeeradvies: aanvrager voorziet zelf in de aanleg; opnemen als voorwaarde in vergunning
ja
Positief parkeeradvies: aanvrager voorziet zelf in de aanleg; opnemen als voorwaarde in vergunning
ja
Positief parkeeradvies: gemeente legt aan en aanvrager draagt alle kosten; opnemen als voorwaarde in vergunning
ja
Positief parkeeradvies: indien ook aanleg aan de orde is, dan dit opnemen als voorwaarde in vergunning
nee Kan de te realiseren parkeervraag op ander eigen terrein worden gerealiseerd (<100m)?
Eventueel de bouwaanvraag bijstellen of een andere oplossing voor parkeren
nee Kan de te realiseren parkeervraag in de openbare ruimte worden gerealiseerd (<100m)?
nee Indien optie parkeeronderzoek/ parkeerbalans: is er voldoende reserve in de openbare ruimte?
nee
Negatief parkeeradvies voor het bouwplan. Aanvrager kan plan aanpassen, een gelijkwaardige oplossing voordragen, of eventueel de aanvraag intrekken.
ADRESDICHTHEID In groen: “niet-stedelijke gemeenten”; adresdichtheid minder dan 500 per km².
10
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE IV: REKENSYSTEMATIEK IV-1. ALGEMEEN 2018 In “Bouwen & Parkeren ” geldt voor Dinkelland en Tubbergen dezelfde rekensystematiek: 1. Van de ruimtes in een bouwwerk worden op grond van de regels in de beleidsnotitie het oppervlak (in m² BVO) en de gebruiksfunctie bepaald. In sommige gevallen is een aantal maatgevend. In bijlage I is de rekeneenheid aangegeven (m² BVO; aantal). 2. Bij een bouwaanvraag voor een nieuw bouwwerk of bij een bestemmingsplan geldt dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen gelijk is aan [m² BVO of aantal] x parkeernorm. 3. Bij wijziging van een bestaand bouwwerk wordt op deze wijze zowel de toekomstige als de bestaande parkeervraag berekend. Het te realiseren aantal parkeerplaatsen is het verschil tussen beide situaties indien de nieuwe parkeervraag hoger is dan de bestaande parkeervraag. Indien een bestaand pand 5 jaar of langer niet in gebruik is (leeg staat), dan is de bestaande parkeervraag nihil (0). 4. Indien de nieuwe parkeervraag niet meer dan 2,0 parkeerplaatsen bedraagt, vervalt de verplichting om deze parkeerplaats(en) te realiseren. 5. Zowel in de bestaande als de toekomstige situatie wordt rekening gehouden met parkeerplaatsen op het eigen erf(b.v. garage/inrit). Het aantal parkeerplaatsen op eigen erf wordt berekend via de tabel in IV-3. 6.
Indien dat relevant is, bijvoorbeeld als verschillende functies gebruik maken van een gebouw, kan de parkeervraag berekend worden op grond van gecombineerd gebruik. De aanwezigheidspercentages uit IV-4 spelen dan een rol. 7. Voor situaties bij scholen, kinderdagverblijven en dergelijke dient naast de reguliere parkeersituatie ook rekening te worden gehouden met het halen en brengen van kinderen. Zie voor de rekenwijze IV-5.
IV-2. BEPALEN M² BVO Algemeen Het bruto vloeroppervlak in m² (BVO) is de oppervlakte van een gebouw of een ruimte in dat gebouw, gemeten langs de buitenzijde van dat gebouw of de ruimte. Bij bouwaanvragen dienen oppervlaktes in m² BVO worden aangegeven door aanvrager. Indien andere oppervlaktes worden aangegeven, dient aanvrager de gegevens zelf te corrigeren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de correctheid van de opgegeven oppervlaktes m² BVO. Een bedrijfsgebouw met één generieke gebruiksfunctie Bij de bepaling van het BVO van afzonderlijke bedrijfsgebouwen (idem bij gebouwen van instellingen, zorgvoorzieningen, horeca, e.d.) wordt analoog hieraan gemeten langs de buitenzijde van het gebouw en op die wijze wordt de oppervlakte berekend. Als zo’n gebouw als één functie wordt beschouwd, vallen gangen en verkeersruimtes binnen het BVO van het gebouw. Maar dat is ter beoordeling aan de gemeente en hangt mede af van de kanttekeningen die erover zijn vermeld in publicatie 317 (b.v. eisen ten aanzien van homogeniteit in het gebouw).
Een bedrijfsgebouw met verschillende gebruiksfuncties die apart beschouwd worden Als sprake is van een clustering van voorzieningen binnen één gebouw, bijvoorbeeld bij een bedrijfsverzamelgebouw, een kantorengebouw, een multifunctioneel zorgcentrum, etc, dan kan ook een parkeeradvies gegeven worden op grond van alle afzonderlijke ruimtes en functies. Dat is zinvol als b.v. niet aan de eis van homogeniteit in het gebouw kan worden voldaan. In dat geval worden de verkeersruimten (b.v. gangen) die gezamenlijk worden gebruikt, niet aan het BVO van de afzonderlijke bedrijven en instellingen toegerekend. De reden is dat de verkeersruimtes zelf geen parkeervraag genereren en daarom niet in de berekening betrokken hoeven te worden. Detailhandel Voor winkels geldt dat het BVO 1,25 maal het winkelvloeroppervlak (WVO) bedraagt. Het winkelvloeroppervlak is het verkoopoppervlak èn het oppervlak van de andere duidelijk zichtbare ruimtes (vitrines, kassa’s, etalages, paskamers, etc.). Alleen magazijnen en achterliggende kantoorruimtes vallen er niet onder. Appartementen Bij appartementen wordt het oppervlak van de externe bergingen en de verkeersruimten (gangen; hal; technische ruimtes, e.d.) niet meegeteld bij de bepaling van de oppervlakte. Voor de bepaling van de oppervlakte wordt alleen de bruto vloer oppervlakte van het appartement bepaald.
De reden om het oppervlak van de gezamenlijke ruimtes niet aan het woonoppervlak toe te voegen, is gelegen in het feit dat die ruimtes als zodanig geen parkeervraag genereren, maar dat dit door de afzonderlijke appartementen zelf wordt veroorzaakt.
IV-3. BEPALEN PARKEERCAPACITEIT OP HET EIGEN ERF.
11
“Bouwen & Parkeren2018”
Van belang voor de bepaling van de parkeervraag is ook het aantal parkeerplaatsen dat op het eigen erf wordt gerealiseerd. In de tabel hieronder is het berekeningsaantal vastgelegd (bron: publicatie 317 CROW): parkeervoorziening theoretisch berekeningstoelichting (conform ASVV 2004; aantal aantal indien *) dan gemeentelijk beleid) enkele oprit met garage 2 1,0 oprit minimaal 5,0 m¹ diep lange oprit met garage 3 1,3 oprit minimaal 10,0 m¹ diep *) dubbele oprit met garage 3 1,8 oprit minimaal 4,5 m¹ breed enkele oprit zonder garage 1 0,8 oprit minimaal 5,0 m¹ diep lange oprit zonder garage 2 1,0 oprit minimaal 10,0 m¹ diep *) dubbele oprit zonder garage 2 1,7 oprit minimaal 4,5 m¹ breed garage zonder oprit 1 0,4 wel bij de woning garagebox 1 0,5 niet bij de woning
IV-4. BEREKENEN PARKEERVRAAG, REKENING HOUDEND MET GECOMBINEERD GEBRUIK Bij bouwplannen of parkeertoetsen waar sprake is van meerdere functie binnen het gebouw of het “plan”, kan een combi-berekening worden uitgevoerd. Dan wordt rekening gehouden met variërende aanwezigheidspercentages, afhankelijk van gebruiksfunctie en tijd (middag; avond; weekend). Een combi-berekening is zinvol als de aanwezigheid van diverse gebruiksfuncties in het gebouw sterk verdeeld wordt over de dag. Bijvoorbeeld kantoorruimtes die vooral overdag gebruikt worden, in combinatie met een sportfunctie waar vooral ’s avonds klanten komen. Men kan dan dezelfde parkeerplaatsen gezamenlijk gebruiken. Voor het totale bouwplan zijn dan minder parkeerplaatsen nodig. De parkeervraag, en daarmee inzicht in het benodigde aantal parkeerplaatsen, wordt berekend met behulp van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages uit publicatie 317 CROW, die hieronder zijn aangegeven: functie
werkdag koopzaterdag zondagoverdag middag avond avond middag avond middag woning 50 50 90 80 60 80 70 aanleunwoning/verzorgingsflat 50 50 100 100 100 100 100 detailhandel 30 60 10 75 100 0 0 supermarkt (‘s avonds open) 30 60 40 80 100 40 0 kantoor/bedrijven 100 100 5 5 0 0 0 commerciële dienstverlening 100 100 5 75 0 0 0 sociaal cultureel #) 10 40 100 100 60 90 25 sociaal medisch 100 75 10 10 10 10 10 dagonderwijs 100 100 0 0 0 0 0 avondonderwijs 0 0 100 100 0 0 0 bibliotheek #) 30 70 100 70 75 0 0 theater/podium 5 25 90 90 40 100 40 museum #) 20 45 0 0 100 0 90 restaurant/café #) 30 40 90 90 70 100 45 sportfuncties binnen 50 50 100 100 100 100 75 sportfuncties buiten 25 25 50 50 100 25 100 (aanwezigheidspercentages uit publicatie 317 CROW – indien #) dan door burgemeester en wethouders vastgesteld)
12
“Bouwen & Parkeren2018”
Voorbeeld: Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt als volgt berekend: [aantal eenheden] x [parkeernorm] x [aanwezigheidspercentage] = benodigd aantal parkeerplaatsen. Er is een excel-blad voor het uitvoeren van een combi-berekening, zoals in het onderstaande voorbeeld: hoofdfunctie wonen zorg winkel
functie woning duur huisarts detailhandel
norm centr.
norm rest
norm maatg.
eenheid
aantal eenh.
morgen
middag avond
koopavond
zat. middag
zat. avond
zon. middag
1,60
2,00
2,00
5 st
3,00
1,75
1,50
1,50
2 kmr
3,75
3,00
3,00
woning behan. kamer 100 m² BVO
3,60
6,00
5,40
3,60
3,60
4,20
3,00
3,00
0,90
0,45
0,45
0,15
0,15
200 m²
1,80
4,20
1,20
4,80
6,00
0
0
de hoogste waarde is de maatgevende parkeervraag >>> 7,80 10,80 8,10 10,65 10,05 3,75 voorbeeld: situatie rest bebouwde kom met verschillende functies (nog met oude parkeernormen en aanwezigheidspercentages)
4,35
IV-5. HET HALEN EN BRENGEN VAN KINDEREN Bij scholen, kinderdagverblijven, en dergelijke wordt een deel van de kinderen gebracht door ouders en daarvoor zijn parkeervoorzieningen nodig. In publicatie 182 CROW is een rekenmethodiek opgenomen die in Dinkelland en Tubbergen wordt toegepast. Omdat publicatie 317 CROW niet voorziet in dit aspect, blijft de methodiek uit publicatie 182 CROW van toepassing. In de rekenmethodiek wordt rekening gehouden met een bepaalde parkeerduur, het gegeven dat sommige kinderen samen worden gebracht en met de stedelijkheidsgraad. Er zijn bandbreedtes gegeven voor het aantal leerlingen dat met de auto naar school wordt gebracht. De keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van de bandbreedtes en percentages zijn hierna vastgelegd. De rekenmethodiek wordt zowel gebruikt voor scholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen e.d. Bij scholen wordt onderscheid gemaakt in twee groepen: groep 1 t/m 3 en groep 4 t/m 8. Ook de naschoolse opvang wordt op deze manier berekend, met de kencijfers overeenkomstig groep 1 t/m 3. Het benodigde aantal parkeerplaatsen, dat nodig is voor het halen en brengen van kinderen (“kiss+ride”), wordt op onderstaande wijze berekend: (totaal aantal kinderen) x (% met de auto) x (factor parkeerduur) x (aantal per auto) = benodigd aantal. TABEL met percentages en bandbreedtes aantal leerlingen
functie/groep
% leerlingen dat met de auto wordt gebracht
groep 1 t/m 3 groep 4 t/m 8 kinderdagverblijf groep 1 t/m 3
bandbreedte
alle
30 – 60% 5 – 40% 50 – 80% 50%
berekeningsfactor (gemiddelde) het exacte aantal
toelichting het huidige of toekomstige aantal leerlingen
leerlingen 0,45 0,25 0,65 0,50
gemiddelde bandbreedte gemiddelde bandbreedte gemiddelde bandbreedte reductieduur parkeren gemiddeld 10 min. in een periode van 20 min. = 0,50 groep 4 t/m 8 25% 0,25 gemiddeld 2½ min. in een periode van 10 min. = 0,25 kinderdagverblijf 25% 0,25 gemiddeld 15 min. in een periode van 60 min. = 0,25 aantal kinderen per auto groep 1 t/m 3 n.v.t. 0,75 groep 4 t/m 8 n.v.t. 0,85 kinderdagverblijf n.v.t. 0,75 bron: publicatie 182 CROW; bij gescheiden aanvangs- en eindtijden van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.
De percentages en bandbreedtes staan in bovenstaande tabel. Als berekeningfactor wordt in het algemeen het gemiddelde genomen van een percentage of het midden van de bandbreedte. Hiervan wordt alleen afgeweken als daar een duidelijke reden voor is. Voorbeeld: Berekening benodigde parkeerplaatsen bij een basisschool: Basisschool met 10 lokalen, 100 leerlingen in groep 1 t/m 3 en 150 leerlingen in groep 4 t/8.
13
“Bouwen & Parkeren2018”
14
De parkeernorm voor een school bedraagt 0,75 PP/lokaal 10 x 0,75 = 7,5 PP. Halen en brengen 1 t/m 3: o Aantal leerlingen x (% met auto) x (reductieduur parkeren) x (aantal per auto) o = 100 x 0,45 x 0,50 x 0,75 = 16,9 PP Halen en brengen 4 t/m 8: o Aantal leerlingen x (% met auto) x (reductieduur parkeren) x (aantal per auto) o = 150 x 0,25 x 0,25 x 0,85 = 8,0 PP Nodig zijn 8 parkeerplaatsen voor het personeel en 33 parkeerplaatsen voor halen en brengen.
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE V: AFMETINGEN VAN PARKEERGELEGENHEDEN; WEGBREEDTES Parkeerplaatsen kunnen in lengterichting van de weg liggen of dwars daarop. In beginsel wordt de maatvoering gebruikt die in de richtlijnen van CROW te vinden is, zoals het Handboek ASVV of het Handboek Wegontwerp. De belangrijkste maten zijn: Parkeren in lengterichting van de weg:
rijbaan, breedte minimaal 5,00 meter (bij voorkeur 5,50) breedte 2,00 meter
schuine zijde loopt onder hoek van 45 lengte 5,00 meter bij begin- en eindvak
lengte 5,50-6,00 meter bij tussenvakken
Parkeren in dwarsrichting van de weg:
rijbaan, breedte minimaal 5,00 meter (bij voorkeur 5,50)
diepte 5,00 meter bij een wegbreedte van minimaal 5,00 meter
breedte 2,50 meter bij een gewone parkeerplaats en bij voorkeur 3,50 meter bij een gehandicaptenparkeerplaats
Voor parkeerterreinen en andere detaillering van parkeergelegenheden: zie richtlijnen CROW voor de juiste maatvoering. Bij grotere parkeergelegenheden geldt het uitgangspunten dat 1 op de 50 parkeerplaatsen wordt gereserveerd voor gehandicapten. Bij sommige functies ligt het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen hoger. De relatie tussen wegbreedte en de parkeerwijze Als algemene uitgangspunten tussen wegbreedte en parkeerwijze geldt: Op wegen met een breedte van ≤ 5,00 m dienen de parkeervoorzieningen buiten de rijbaan te liggen. Op wegen met een breedte tussen 5,00 m en 5,50 m mag op de rijbaan geparkeerd worden. Algemene vuistregel is dat ongeveer 1/3 van de auto’s dan op de rijbaan kan staan en 2/3 op parkeergelegenheid buiten de rijbaan. Op wegen met een breedte van ≥ 6,00 m kan in het algemeen altijd op de rijbaan geparkeerd worden. Bij het inschatten/tellen van de beschikbare parkeerplaatsen op een rijbaan in de openbare ruimte worden deze uitgangspunten gebruikt om de parkeercapaciteit van een rijbaan in te schatten.
15
“Bouwen & Parkeren2018”
BIJLAGE VI: PARKEERFONDS DINKELLAND Een laatste mogelijkheid om een ontheffing ten aanzien van het parkeeraspect te krijgen voor een bouwplan, is een storting in het parkeerfonds van gemeente Dinkelland. De in het parkeerfonds gestorte gelden worden gelabeld en aangewend voor de realisatie van de parkeerplaatsen. Alleen indien de gemeente reële mogelijkheden ziet om binnen redelijke termijn de geëiste parkeerplaatsen te realiseren, kan de mogelijkheid van het parkeerfonds worden toegepast. Als redelijke termijn wordt beschouwd een periode van ten hoogste 5 jaar na realisatie/ingebruikname van het bouwplan. Of de mogelijkheid die het parkeerfonds biedt wordt toepast, bepaalt de gemeente. Zij moet dan zelf reële mogelijkheden voor realisatie van de parkeerplaatsen zien binnen redelijke afstand van het bouwplan. De elders in deze parkeernotitie genoemde afstanden zijn daarbij leidend. Als het bouwplan op te grote afstand van een potentiële aanleglocatie voor de parkeerplaatsen ligt, draagt het niet bij aan het oplossen van een parkeertekort nabij het bouwplan. Het parkeerfonds wordt bij voorkeur alleen aangewend voor het realiseren van parkeerplaatsen op maaiveld. Indien het parkeerfonds kan worden ingezet, gelden de volgende voorwaarden: 1. Het parkeerfonds wordt alleen ingezet voor de “restopgave” ten aanzien van parkeren, met uitzondering van het parkeeronderzoek.