CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Denekamp Oost.pdf

Commissie Omgeving & Economie 10 januari 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Denekamp Oost”21.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Denekamp Oost

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.DENBPDENOOST-VG01

Denekamp Oost

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Ontstaansgeschiedenis en landschapstypologie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie

11 11 12 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 19 27

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur

33 33 33 35

4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

35 36 37 38 39 41 43 45

Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

47 47 47

Hoofdstuk 6

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

53 53 53

Bijlagen bij toelichting

55

Bijlage 1

inpassingsplan

56

Bijlage 2

Aanmeldnotitie m.e.r.

105

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

112

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

233

2

bestemmingsplan Denekamp Oost

Bijlage 5

Waterhuishoudkundig plan

268

Bijlage 6

Quickscan natuurwaardenonderzoek

328

Bijlage 7

Stikstofdepositie berekening

357

Bijlage 8

Ecologische voortoets

374

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

404

Bijlage 10

Reactienota zienswijzen

445

Regels

457

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

459 459 466

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen

467 467 468 469

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

473 473 474 475

Artikel 9 Artikel 10

Algemene afwijkingsregels Overige regels

476 477

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

479 479 480

Bijlage bij regels

481

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

482

Bijlage 2

Inpassingsplan

495

bestemmingsplan Denekamp Oost

3

4

bestemmingsplan Denekamp Oost

Toelichting

bestemmingsplan Denekamp Oost

5

6

bestemmingsplan Denekamp Oost

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een onbebouwd agrarisch perceel nabij de Sombeekweg en Scandinavië Route (N342) in het noordoosten van de kern Denekamp. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en ingericht als gras- en/of akkerland. De gemeente Dinkelland is voornemens het perceel te ontwikkelen naar een woningbouwlocatie voor Denekamp, een en ander met bijbehorende infrastructuur, groenstructuren en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het plan voorziet in totaal in 42 woningen, waarmee voor een bijdrage kan worden geleverd aan invulling van de lokale woningbehoefte van Denekamp. Hierbij gaat het om een toevoeging van 24 rijwoningen, 12 twee-onder-een kapwoningen en 6 vrijstaande woningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan voor de planlocatie, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening' en uitvoerbaar is.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie bestaat uit diverse percelen aan de oostzijde van Denekamp. Het plangebied ligt nabij de Scandinavië Route en staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie P, perceelnummer 2496. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van de kern Denekamp (bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst) In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Denekamp Oost

7

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: pdokviewer)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied voor de woningbouw is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Denekamp", vastgesteld op 9 oktober 2012. De woningbouwlocatie is hierin voorzien van de bestemming 'Agrarisch Cultuurgrond'. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeeldingen van de bestemmingsplannen in en nabij het plangebied opgenomen.

8

bestemmingsplan Denekamp Oost

Figuur 1.3: Uitsnede verbeeldingen geldende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Binnen de huidige bestemming 'Agrarisch - Cultuurgrond' zijn de aangewezen gronden hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en cultuurgrond. Een woningbouwontwikkeling is op deze gronden niet toegestaan. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden voor de voorziene ontwikkeling. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is daarom noodzakelijk voor de plannen.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Denekamp Oost' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DENBPDENOOST-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Denekamp Oost

9

10

bestemmingsplan Denekamp Oost

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Ontstaansgeschiedenis en landschapstypologie Denekamp is één van de oudste kernen in Twente. Het dorp is ontstaan op een relatief hooggelegen plek, waar men buiten bereik was van het overstromingswater van de rivier de Dinkel. In de tijden voor Christus was Denekamp een Keltische nederzetting, totdat Germaanse stammen de streek gingen bevolken, vlak voor en na het begin van de jaartelling. De bewoners van het dorp waren van oudsher landbouwers. Rond 600 na Christus wordt het essenlandbouwsysteem geïntroduceerd waarbij van nature hogere gronden worden benut als akkerbouw en het grasland in de beekdalen als weidegrond voor het vee. Met het organische materiaal uit de potstallen werden de akkers opgehoogd, waardoor in de loop der tijd een dik esdek ontstond. In de 8e eeuw wordt Denekamp genoemd als deel van het zogenoemde kerspel Ootmarsum. In een register van de kerkelijke tienden uit het jaar 1276 komt Denekamp (Demnichem) voor het eerst voor als een zelfstandige parochie en rond de 15e eeuw is Denekamp een betrekkelijk klein dorp met amper 100 huizen. De Grotestraat, de Brinkstraat en de Vledderstraat zijn van oudsher de wegen waarlangs Denekamp zich heeft ontwikkeld.

Ook in de huidige ruimtelijke structuur van Denekamp is de ontstaansgeschiedenis als historisch esdorp nog enigszins herkenbaar aan de historisch gegroeide radiale wegenstructuur, waarbij deze van oudsher voorkomende wegen uit verschillende richtingen bijeenkomen in het centrum. Eén en ander blijkt ook uit de in afbeelding 2.1. opgenomen historische topografische kaarten.

Figuur 2.1: globale ontwikkeling Denekamp in de afgelopen twee eeuwen (bron: topotijdreis.nl)

bestemmingsplan Denekamp Oost

11

In de laatste anderhalve eeuw hebben veel boerderijen in het dorp plaatsgemaakt voor woningbouw en andere stedelijke functies waarbij met name na 1950 de woonbebouwing in Denekamp fors is toegenomen. De eerste uitbreidingen hiervan liggen rondom het huidige centrumgebied, latere uitbreidingen zijn vooral in noord- en noordoostelijke richting gesitueerd. Aan de noord-noordoostzijde van het dorp zijn in de jaren ‘90 van de vorige eeuw ook de bedrijventerreinen Kloppendijk en Sombeek tot ontwikkeling gebracht. Uit de vergelijking van deze historische topografische kaarten met de huidige topografische kaart is goed af te lezen welke groei de kern Denekamp in de periode vanaf 1830-1850 heeft meegemaakt.

2.2 Huidige situatie Het plangebied voor de woningbouw betreft op dit moment onbebouwde cultuurgrond in de rand van het huidige Denekamp, binnen de contouren van de Scandinavië Route. Aan de noordzijde is de Sombeekweg zichtbaar dat de voornaamste ontsluiting voor het bedrijventerrein betreft. Tevens is aan de westzijde van het plangebied de Gildehauserdijk gesitueerd, dat voornamelijk gebruikt wordt voor bestemmingsverkeer naar en vanuit de huidige woonwijk en verder een recreatieve functie vervult. Binnen de planlocatie is sprake van een open gebied en zijn enkele verspreide bomen aanwezig. Een luchtfoto van de planlocatie uit 2019 is onderstaand weergegeven.

Figuur 2.2: luchtfoto van de planlocatie uit 2019 (bron: Atlas van Overijssel) Duidelijk af te lezen in bovenstaande luchtfoto is dat de nieuwe woonbuurt aan de noordzijde grenst aan het bedrijventerrein van Denekamp, genaamd Sombeek. Aan de westzijde is een bestaande woonwijk zichtbaar. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Scandinavië-route met daartussen nog een perceel agrarische grond. Het gebied aan de zuidzijde kan in toekomst de woningbouw verder worden uitgebreid. Het is nu agrarisch gebied in de dorpsrand.

2.3 Toekomstige situatie Het plan omvat het realiseren van een woonbuurt met 42 woningen. Het karakter van deze nieuwe buurt wordt kleinschalig, landelijk en intiem. Het dorpse karakter sluit aan bij de karakteristiek van het dorp Denekamp. De woningen zijn verschillend maar er is wel een samenhang op hoofdlijnen. De woonbuurt krijgt een ruime opzet waarin de zichtlijnen richting het landschap blijven. Samen met de toepassing van groene (voor)tuinen met hagen en gebiedseigen beplanting, krijgt de nieuwe woonbuurt een groene en dorpse uitstraling.

12

bestemmingsplan Denekamp Oost

Figuur 2.3: stedenbouwkundige schets (bron: Stedenbouwkundig Advies en Ontwerp Art Bijsterbosch) De 42 woningen bestaan uit rijenwoningen, twee-onder-één-kappers en vrijstaande woningen. Het gaat om twee blokken van zes rijwoningen, drie blokken van 4 rijwoningen, zes blokken van twee-onder-één-kapwoningen en 6 vrijstaande woningen. Aan de oostkant van het gebied zijn levensloopbestendige woningen gesitueerd en deze worden geclusterd in een hofje. De nieuwe woningen zijn met name bedoeld voor starters en ouderen (levensloopbestendige woningen). Om een goede mix te krijgen in deze buurt en een goede overgang te creëren van dorp naar buitengebied, komen er ook twee-onder-één-kappers en enkele vrijstaande woningen. Via een lusvormige ontsluiting wordt de buurt ontsloten. Rondom de lus zijn vooral twee onder een kap woningen en rijwoningen gelegen. Aan de kant van het bestaande woongebied aan de westzijde staan vooral vrijstaande en twee onder een kap woningen. Aan de oostzijde, richting het buitengebied, komt een mix van bebouwing voor en in het midden hiervan komen levensloopbestendige woningen met een lage kap om een goede overgang te bewerkstelligen. Ter plaatse zijn ook groenstroken aangelegd om het water en de hoogteverschillen in het terrein op te vangen. Nabij de woningen, op de kopse kanten komen diverse parkeerkoffers.

Daarnaast zal het parkeren zo veel mogelijk plaatsvinden op eigen erf. De primaire ontsluiting van de nieuwe woonbuurt is via een aan te leggen ontsluitingsweg op de Sombeekweg en tevens is een mogelijkheid om in en uit te rijden via de Hakselaar door de woonbuurt aan de westzijde. Groenstructuur De groenstructuur is weergegeven in figuur 2.4.

bestemmingsplan Denekamp Oost

13

Figuur 2.4: Landschappelijke visie Denekamp Oost (bron: Odin Landschapsontwerpers BV) Er worden op verschillende plekken groenvoorzieningen gerealiseerd zoals af te lezen is in bovenstaand figuur. Aan de noordzijde is een groenblauwe bufferzone geprojecteerd als doorzetting van de bestaande bufferzones (westelijk) tussen woonwijk en bedrijventerrein. Aan de oostelijke rand van het plangebied komt een parkachtige zone met plansoorten en sferen uit een 'Scandinavisch' thema, verwijzend naar de Scandinavieroute die aan deze zijde om Denekamp loopt. Centraal in het plangebied is een wadi gelegen waarbinnen ruimte is wateropvang, gras, bomen en natuurlijk spelen. De groenzones in combinatie met wadi's zorgen voor opvang van water en beleefbare hoogteverschillen. Naast dat dit groen een landschappelijke mooie afronding vormt voor het nieuwe woongebied c.q. de oostelijke dorpsrand van Denekamp en esthetisch fraai is, levert het ook een bijdrage aan klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Het is dan zeer van belang in het voorliggend plan. Het volledig formaat van het inpassingplan is bijgevoegd in Bijlage 1. Omgevingsdialoog De gemeente Dinkelland is al enkele jaren bezig met de uitbreiding van Denekamp. Het plangebied, genaamd Denekamp Oost, is gelegen tussen de huidige woonwijk Remerink langs de Gildehauserdijk, het bedrijventerrein aan de Sombeekweg en de Scandinaviëroute.

Bij dit soort grotere plannen wil de gemeente graag de omgeving betrekken. In oktober 2021 heeft de gemeente Dinkelland alle omwonenden en de bedrijven aan de noordzijde van het plangebied een informatiebrief verstuurd waarin het plan en de procedure is uitgelegd. Naar aanleiding van deze brief hebben gesprekken plaatsgevonden met belanghebbenden waarna de gemeente heeft besloten om voorafgaand aan de formele procedure een landschapsplan op te laten stellen door een gerenommeerd bureau. Voor de nieuwe wijk wilden we graag een landschappelijke inpassing waarin rekening wordt gehouden met water, een mogelijke nieuwe fase aan de zuidzijde en een stevige structuur die jaarrond groen is aan de kant van de bedrijven. Odin Landschapsontwerpers heeft een landschapsplan ontwikkeld dat voldoet aan voornoemde voorwaarden en die met name is gericht op de randen van de nieuwe wijk. Op 7 april 2022 heeft Odin hun ideeën gepresenteerd tijdens een inloopbijeenkomst voor omwonenden en eigenaren van de bedrijven aan de Sombeekweg. Deze inloopbijeenkomst is goed bezocht en de plannen werden goed ontvangen door de aanwezigen. De kritische vragen die werden gesteld gingen niet over de uitbreiding zelf maar over toekomstige kaveluitgifte en andere ontwikkelingen in de omgeving.

Naast voornoemde participatieproces zijn inwoners van Dinkelland ook op de hoogte gehouden van de plannen via de website www.kavelsindinkelland.nl en social media waaronder Facebook.

14

bestemmingsplan Denekamp Oost

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het creëren van een sterk en gezond dorp en regio en geeft hiermee invulling aan de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Inleiding De zgn. laddertoets die is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes en zo nodig wordt onderzoek gedaan naar behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van dit toetsingskader nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het benodigde overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Dit betekent dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is, dat wil zeggen in aanvulling op de algemene vereisten van artikel 3.1.6, eerste lid, van het Bro, waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.

bestemmingsplan Denekamp Oost

15

Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Bestaand stedelijk gebied is in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)).

3.1.2.2 Het plan Het plan Denekamp Oost voorziet in een ontwikkeling van 42 woningen, 2 keer een rij van 6 woningen aan de buitenzijde van het plangebied 3 rijen van 4 woningen, 12 twee onder 1 kap woningen en 6 vrijstaande woningen. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake als het bestemmingsplan voorziet in meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro kunnen worden aangemerkt (ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:953). Gelet op de locatie van het plangebied en de voorziene ontwikkeling is er sprake van een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom wordt voor deze ontwikkeling hierna de behoefte beschreven en gemotiveerd waarom niet in bestaande stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. 3.1.2.3 De Woonvisie 2021 De 'Woonvisie 2021+' is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland vastgesteld. De woonvisie bevat het woonbeleid van de gemeente Dinkelland voor de komende jaren en is gebaseerd op cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. Met het vaststellen van de woonvisie biedt de gemeenteraad een kwantitatief en kwalitatief kader voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Dinkelland.

Woningbouwbehoefte Ten aanzien van de verwachte huishoudensgroei zijn er diverse prognosemodellen zoals Primos2020, de huishoudensprognose van het CBS en de ramingen van de RWP gebruikt. Daarnaast zijn op basis van actuele, lokale cijfers twee nieuwe scenario's doorgerekend (voor een nadere toelichting, zie bijlage III, van de woonvisie). Bevolkings- en huishoudensprognoses gebruiken verschillende demografische cijfers (aantal inwoners, leeftijden, geboortes en sterftecijfers) en bijvoorbeeld verhuisgegevens en cijfers over nieuwbouw als input. Deze gegevens zijn doorgetrokken naar de toekomst. Afhankelijk van de gegevens die in prognoses zijn doorgerekend (en zelfs de periode waarover wordt teruggekeken) komen er verschillende voorspellingen uit verschillende prognoses. Daarom is niet één model leidend voor het bepalen van de huishoudensontwikkeling. Voor de komende jaren wordt in de Woonvisie uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor de Woonvisie 2021+ is uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2021-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar is ook rekening gehouden met de instroom van vestigers.

Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Om de behoefte te monitoren is er een woningmarktmonitor opgesteld, waarbij bijgehouden wordt hoe de woningmarkt zich ontwikkeld. Inbreiding krijgt prioriteit boven uitbreiding In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de gemeente de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Dit is ook zo vastgelegd in de Nota Inbreidingslocaties 2020. In een aantal kernen zijn de mogelijkheden voor inbreiding te beperkt. Dat kan gaan omdat er behoefte aan meer woningen is dan dat er inbreidingsplekken beschikbaar zijn, maar ook omdat de gewenste woonmilieus 16

bestemmingsplan Denekamp Oost

niet op de inbreidingsplekken gerealiseerd kan worden. Daarom zetten we ons ervoor in dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om -uiteraard zo zorgvuldig mogelijkpotentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten indien dit voorziet in kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte. De Regionale Woonagenda biedt ook die ruimte. Kwaliteitskader De gemeente hanteert een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Ook demografische trends zoals bevolkings- en huishoudensgroei worden daarin meegenomen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Deze woningbehoefteprofielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave, maar zijn niet in beton gegoten. Plannen die hier enigszins van afwijken maar toch een goede onderbouwing kunnen geven van de wijze waarop zij voorzien in de lokale behoefte kunnen eveneens in aanmerking komen voor realisatie. Het kwaliteitskader is opgenomen als bijlage IV bij de woonvisie.

3.1.2.4 Toetsing van de ontwikkeling aan de ladder In deze paragraaf is de behoefte van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling opgenomen. Daarvoor is eerst het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. Vervolgens is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is gedaan op gemeenteniveau. Ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling is het noodzakelijk om in te zoomen op de afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied. Het zwaartepunt van het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkeling is primair lokaal, gemiddeld vond tussen 2018 en 2021 namelijk 61% van de verhuizingen in Dinkelland plaats door inwoners uit Dinkelland zelf. De meeste verhuizingen in Denekamp zijn daarbij ook nog afkomstig van inwoners van de kern namelijk 54%.

Kwantitatieve behoefte en adaptief programmeren. De Woonvisie 2021 maakt gebruik van verschillende prognoses en heeft voor de periode van de woonvisie gekozen voor de middellijn (tussen 225-800). De middellijn voorziet in een ontwikkeling van 515 woningen voor de komende 10 jaar. In de woonvisie is er voor gekozen deze behoefte de komende periode (tot 2025) in te vullen. Via 2-jaarlijkse monitoring wordt beoordeeld of er wel of niet bijgestuurd moet worden.

bestemmingsplan Denekamp Oost

17

Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma waarbij kwantitatieve behoefte verdeeld is over de grote en de kleine kernen. Dit houdt in dat ongeveer de helft van de woningbehoefte landt in de drie grotere kernen. In deze kernen woont tweederde van de inwoners van Dinkelland en geldt de grootste woningbehoefte vanwege de nabijheid van voorzieningen; Voor de grote kernen (Denekamp, Ootmarsum, Weerselo) is een programmering voorzien van 275 woningen, Daarnaast is er aanvullende ruimte van 70 woningen voor transformatie en knelpunten locaties opgenomen. Op dit moment is er voor de grote kernen een harde plancapaciteit van 138 woningen aanwezig. Met voorliggend bestemmingsplan worden in totaal 42 woningen gerealiseerd. Dit past binnen de berekende additionele behoefte, zoals die is opgenomen in de Woonvisie 2021+. Kwalitatieve behoefte Ook in kwalitatieve zin voorziet het voorliggende plan in de concrete behoefte. In de Woonvisie is een kwaliteitskader opgenomen. In het kwaliteitskader is opgenomen: Starters Een deel heeft behoefte aan goedkope koop, maar een deel heeft meer mogelijkheden. Nadruk ligt op grondgebonden woningen (rij-/hoek), maar er is ook enige vraag naar (koop)appartementen.

Enige vraag naar middenhuur. Gezinnen Doorstromer Lichte groei van het aantal gezinnen verwacht, maar er wordt ook vrijkomend aanbod vanuit bestaande voorraad verwacht. Er ligt een beperkte kwantitatieve opgave Senioren Deze groep groeit het sterkst de komende jaren. De nabijheid van voorzieningen zorgt voor een extra aantrekkingskracht. Vooral behoefte aan levensloopgeschikte woningen (met name koop, deels in de huur). De vraag naar appartementen is daarbij ongeveer even groot als grondgebonden woningen. Uit een onlangs gehouden enquête blijkt dat een derde van de zoekende senior graag in een leeftijdsgevarieerde wijk willen wonen. De locatie Denekamp Oost is daarvoor geschikt. Onderbouwing Programma In Denekamp Oost zijn 2 rijen van 6 woningen en 3 rijen van 4 woningen opgenomen. Deze woningen zijn geschikt als betaalbare starters en seniorenwoningen. Het zijn kleine kavels en er kan een beperkt bouwprogramma op worden gerealiseerd. De woningen aan de buitenzijde hebben een verplichte lage goot, zodat er maar een beperkt programma op de verdieping kan worden gerealiseerd. Op de begane grond blijft genoeg ruimte om een slaapkamer en badkamer te realiseren waardoor ze ook levensloopbestendig kunnen worden ontwikkeld. De rijtjeswoningen aan de binnenzijde hebben de mogelijkheid een goot tot maximaal 6 meter hoog te maken.

12 woningen zijn type 2 onder 1 kap, de kavelgrootte varieert van 262 m2 tot 338 m2. De kavels zijn geschikt voor levensloopbestendige woningen en de kavels zijn bereikbaar voor de bovenkant van de startersmarkt. De overige 6 woningen zijn vrijstaande woningen voor gezinnen/doorstromers, er wordt een lichte groei van het aantal gezinnen verwacht. De woningen kunnen overigens ook goed levensloopbestendig worden uitgevoerd. Gelet op de bovenstaande past het programma van Denekamp Oost in de kwalitatieve behoefte. Behoefte kan niet binnen bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld Op dit moment d.d. 1-1-2022 is er een harde plancapaciteit van 28 woningen in Denekamp. Op korte termijn (tot 2025) zijn er onvoldoende gronden binnen de bebouwde kom beschikbaar om in de behoefte voor Denekamp te voorzien. In de overige grote kernen Ootmarsum en Weerselo is deze ruimte ook niet beschikbaar. Een aantal inbreidingslocaties wordt op dit moment ontwikkeld o.a. Voormalig Hotel Veltman aan de Grotestraat, Hopmanstraat 36, maar ook enkele kleinere locaties. Er zijn op dit moment geen andere inbreidingslocaties beschikbaar, waar een bouwprogramma van 42 grondgebonden woningen in een gemengde woonwijk en kan worden gerealiseerd. Er is nog onderzoek gaande naar mogelijke samenvoeging en verplaatsing van basisscholen. Op korte termijn wordt niet voorzien dat deze locaties beschikbaar zijn. 18

bestemmingsplan Denekamp Oost

Voor de locatie Bogelscamp (voormalige voetbalvelden entree Denekamp) is besloten eerst een brede maatschappelijke afweging plaats te laten vinden om de vervolgfunctie te bepalen, deze locatie is nu dan ook niet beschikbaar. Andere potentiele inbreidingslocaties zijn op dit moment niet beschikbaar voor de ontwikkeling van een woonwijk met 42 grondgebonden woningen. 3.1.2.5 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is bestemmingsplan Denekamp Oost

19

een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Middels het principe van concentratie is bepaald dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in woningbouw en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend bestemmingsplan:

20

bestemmingsplan Denekamp Oost

Dit plan ziet toe op de realisatie van 42 woningbouwkavels op een uitbreidingslocatie in Denekamp. Deze woningen geven invulling aan de woningbehoefte voor Denekamp en voorzien hiermee in een concrete lokale behoefte voor de kern Denekamp. Dit is ook getoetst aan de woonvisie zoals opgenomen in paragraaf 3.3.2. De ontwikkeling wordt zoveel mogelijk in aansluiting op de bestaande kern beoogd. Hiermee is voldaan aan het principe van concentratie. Artikel 2.1.3, lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt de Groene omgeving aangemerkt als: "de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied".

Onder bestaand bebouwd gebied wordt verstaan: "de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro". Een stedelijke functie wordt in de Omgevingsverordening aangemerkt als "functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen". Het voorliggend plangebied wordt niet aangemerkt als gronden met stedelijke functies omdat het plangebied in de huidige situatie een agrarische bestemming kent. Er dient dan ook gekeken te worden of binnen de kern Denekamp voorzien kan worden in de addiotionele woningbehoefte. Denekamp kent meerdere inbreidingslocaties die over de afgelopen jaren invulling hebben gekregen of krijgen. Deze locaties zijn echter niet van voldoende omvang om in de gehele woningbehoefte voor de kern Denekamp te voorzien. Er is daardoor niet voldoende beschikbare ruimte voor de woonbehoefte in Denekamp binnen bestaand stedelijk gebied.

Daarom is gekozen voor een woningbouwlocatie aan de oostkant van Denekamp, in directe aansluiting bij de bestaande woonwijk aan deze zijde. Op deze wijze is er sprake van een uitbreiding in de groene omgeving, maar wel in zoveel mogelijk in samenhang en aansluiting met bestaande stedelijke functies. Het extra ruimtebeslag wordt hiermee zo beperkt mogelijk gehouden. Gelet op het vorenstaande is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken.

De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: Het actuele gemeentelijk woningbouwprogramma is in overeenstemming met het Regionale Woonagenda Twente. Op de gronden in het plangebied kunnen op basis van voorliggend bestemmingsplan maximaal 46 woningen gerealiseerd worden. De bouw van deze woningen is passend binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma (zie ook paragraaf 3.3.2) en daarmee ook binnen de geldende woonafspraken, zoals deze tussen de gemeenten en provincie zijn gemaakt op basis van regionale afstemming (lid 3 en 4). Gelet hierop wordt voldaan aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Denekamp Oost

21

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) De locatie is gelegen op de grens van het gebied dat is aangemerkt als 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en het gebied dat is aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. De woonfunctie past binnen de 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en het gebied dat is aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het plan bestaat uit de realisatie van grondgebonden woningen voor starters- en senioren als vitalisering van de kern Denekamp. Daarbij zullen agrarische gronden die in aansluiting liggen van het bestaand stedelijk gebied van Denekamp, getransformeerd worden tot woongebied voor de lokale behoefte. De plannen worden goed ingepast in een overgang tussen buitengebied en kern en leveren zodoende geen extra belemmeringen op voor de omgeving. De plannen geven invulling aan een ontwikkelingsperspectief voor Denekamp.

Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

22

bestemmingsplan Denekamp Oost

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Dekzandvlakten zijn na de ijstijd door de wind gevormde zandlandschappen. Ze beslaan een groot deel van de provincie. De afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen met bijbehorende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Opvallend is de overwegend oost-west georiënteerde richting van ruggen en dalen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dienen ze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij (her)inrichting, net als (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen. Doorwerking voor onderhavig plan: De planlocatie maakt reeds deel uit van in cultuur gebracht gebied. Het huidig gebruik is agrarisch, waarbij de percelen op regelmatige basis bewerkt worden voor dit gebruik. De natuurlijke laag is dan ook vrijwel niet zichtbaar binnen het plangebied. Desondanks wordt binnen het plan gewerkt met hoogteverschillen, waardoor een beleefbare omgeving juist versterkt wordt. Het plan past binnen de uitgangspunten voor de natuurlijke laag.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'jonge heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Denekamp Oost

23

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten mt erven en de kenmerkende ruimtematen. doorwerking voor onderhavig plan: Het voorliggend woningbouwplan brengt voldoende groene ruimten aan in het plangebied. Als gevolg van dit bestemmingsplan vindt een transformatie van het gebied plaats naar een woningbouwlocatie. De rechtlijnige structuren vanuit het landschap worden hierbij gerespecteerd en versterkt door de aanleg van nieuw groen. Het plan doet geen afbreuk aan de herkenbaarheid van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag In de stedelijke laag is aangeduid dat ter plaatse van het plangebied sprake is van gespreide bebouwing een informeel traag netwerk.

De betreffende kaart is onderstaand zichtbaar.

24

bestemmingsplan Denekamp Oost

Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De betreffende lagen geven weer dat in de huidige situatie nog geen sprake is van een stedelijke functie van het plangebied, zoals dit ook al eerder in de provinciale toetsing ter sprake is gekomen. Onderstaand wordt ingegaan op de toegekende kenmerken. Verspreide bebouwing De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende ‘gewone’ burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan.

doorwerking voor onderhavig plan: Binnen het plangebied zijn geen bestaande erf of bebouwingstructuren aanwezig. Het voorliggend plan doet dan ook geen afbreuk aan eventuele waarden van verspreide bebouwing, wel is in het voorliggend stedenbouwkundig zoveel mogelijk rekening gehouden met een goede overgang tussen buitengebied en stedelijk gebied, door bijvoorbeeld duidelijke kapvormen en lage goothoogten te hanteren en landschappelijk bezien een passende inpassing te verzorgen. Informele trage netwerk Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien.

bestemmingsplan Denekamp Oost

25

doorwerking voor onderhavig plan: Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken) , dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Met voorliggend plan worden meerdere routestructuren voor langzaam verkeer in de dorpsrand van Denekamp aangebracht. Laag van de beleving Op grond van de 'Laag van de beleving' geldt voor het plangebied het kenmerk 'donkerte'.

Figuur 3.6: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Met dit kenmerk wordt het contrast tussen lichte en donkere en drukke en stille gebieden weergegeven. De ‘donkere’ gebieden hebben een rustig en onthaast karakter en vormen hiermee een eigen kwaliteit voor mens en dier. Donkere gebieden vragen om een minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. De nieuwe woningen leveren, gelet op de aansluiting bij de bestaande kern van Denekamp, geen onevenredige effecten ten aanzien van dit kenmerk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

26

bestemmingsplan Denekamp Oost

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 2021 een Omgevingsvisie vastgesteld, 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veilighied en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en de samenleving willen sturen. Wat er behouden moet worden en wat moet worden ontwikkeld. De Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn de manieren van werken. De vier prinicpes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goede voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt benut. Leefbare kernen De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Onze inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.

Van oudsher zijn inwoners van onze kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDorp al langer samen opgepakt. Dit willen we voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Aantrekkelijk wonen Betaalbaar wonen in je eigen gemeente De gemeente Dinkelland wil dat het aantal en de soort woningen in een kern passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Inbreiden voor uitbreiden Vanuit de gemeente Dinkelland wil men graag binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerkgebouw of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijkt de gemeente naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom is de gemeente samen met kernen in gesprek om te kijken wat bij elk dorp past.

Kijken naar de toekomst Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen. In onze woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. Als gemeente wordt geprobeerd erop te sturen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij houdt de gemeente de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog. Toets Bij toetsing aan de Waardenkaart valt het plangebied binnen 'kernen met een woon- en centrumfunctie'.

bestemmingsplan Denekamp Oost

27

Figuur 3.7: Waardenkaart MijnOmgevingsvisie Dinkelland Het plangebied is onderdeel van het gebied dat als één van de uitbreidingslocaties in Denekamp is aangewezen.

Figuur 3.8: Waardenkaart MijnOmgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) Eén van de speerpunten is 'Aantrekkelijk wonen'. Daarbij is het doel dat het aantal en soort woningen in een kern passen bij de vraag. De inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Bij woningbouw is het motto 'inbreiden voor uitbreiden'. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de toekomst hoeveel woningen er nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Het voorliggend plan geeft invulling aan de uitbreidingslocatie voor Denekamp, waarbij invulling wordt gegeven het speerpunt 'aantrekkelijk wonen'. Door dit plan wordt op een passende wijze nieuwbouw voor de kern Denekamp beoogd. De woningbouw wordt op kwalitatief goede wijze ingepast in de omgeving, houdt rekening met omliggende 28

bestemmingsplan Denekamp Oost

functies zoals het bedrijventerrein Sombeek en geeft invulling aan huidige aandachtspunten als het gaat om woningbouw. Zo wordt onder meer rekening gehouden met klimaatadaptief en duurzaam bouwen, voldoende waterbergingscapaciteit, aandacht voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit en laadpunten voor elektrische auto's. Het plan geeft hiermee invulling aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland. 3.3.2

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Op 5 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2021+ vastgesteld. Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie De Woonvisie gaat over: woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats; voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit; het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als levensloopgeschiktheid; voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties; voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners.

De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit. Er is een bandbreedte van de toekomstige woningbehoefte tot 2030 berekend op basis van diverse prognosemodellen. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze Woonvisie is uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar er wordt tevens rekening gehouden met instroom van vestigers. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. Derhalve zal het woningbouwprogramma per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment.

Op basis van in de Woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie. Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. In het Kwaliteitskader Dinkelland is aangegeven dat er voor Denekamp behoefte is aan woningen voor: starters: goedkope koopwoningen, maar deels ook wat duurdere woningen. Daarbij ligt de nadruk op grondgebonden woningen (rij/hoekwoning). Ook enige naar (koop)appartementen en middenhuur; gezinnen/doorstromers: een beperkte kwantitatieve opgave; senioren: behoefte aan levensloopgeschikte woningen (met name koop, deels huur). Vraag naar appartementen ongeveer even groot als grondgebonden woningen. Toets

bestemmingsplan Denekamp Oost

29

Voor de grote kernen, Denekamp, Oostmarsum en Weerselo, is een behoefte van 275 woningen. Het programma laat 130% toe, dat zijn 360 woningen. Dit vanwege het feit dat sommige plannen niet of later worden gerealiseerd. Het plan voorziet in 42 woningen, bestaande uit 6 vrijstaande woningen, 6 blokken met twee-onder-een-kapwoningen en 24 rijwoningen. De vrijstaande woningen hebben een kaveloppervlakte tussen de 410 en 603 m². De twee-onder-kapwoningen zijn gepland op kavels met een oppervlakte tussen 262 m² en 348 m². Van de rijwoningen hebben de tussenwoningen een kavelgrootte tussen 126 m² en 189 m², Daarbij hebben 4 tussenwoningen een grotere kavel , doordat dat de rijwoningen in een hoek worden gebouwd. Ook de eindwoningen hebben grotere kavels (183 - 287 m²). Met name de rijwoningen, maar ook sommige 2-1-kapwoningen die zijn gepland, kunnen voorzien in de behoefte voor starters. De doorstromers en gezinnen zullen voor 2-1-kapwoningen en vrijstaande woningen kiezen en dit plan kan daarin voorzien. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+. 3.3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/691/documents/18898