Bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a.pdf
Tekst van het document
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld.
Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.
Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) 30
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Toets Uit het raadplegen van de risicokaart (figuur 4.2) blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Wel ligt er op een afstand van ca. 620 m ten noorden van de planlocatie een buisleiding van gasunie. Gelet op de grote afstand kan gesteld worden dat de buisleiding geen invloed heeft op de planlocatie. Daarnaast neemt het aantal personen binnen het plangebied niet toe, aangezien een bestaande twee-onder-één-kapwoning gesplitst wordt. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen veroorzaakt voor het beoogde initiatief.
4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.
Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.
In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
31
bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden.
Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 7 september 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 3. Op basis van de uitgevoerde watertoets blijkt dat de korte procedure van toepassing is en wordt voldaan met de standaard waterparagraaf. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.
Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe"eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, danpas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel.
Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste 32
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende initiatief past binnen het waterbeleid. Het aspect water vormt geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 300 m afstand ten westen van het plangebied. Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 2,8 km afstand (Dinkelland). Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Soortenbescherming De gronden in het plangebied waar de nieuwe woning wordt gebouwd zijn onbebouwd. Met het voorliggende plan wordt geen bebouwing gesloopt. Met het initiatief wordt beplanting verwijdert.
Hierbij wordt er rekening gehouden met het broedseizoen. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is de locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
33
Archeologie De gemeente Dinkelland beschikt voor haar grondgebied over een archeologische waarden en verwachtingskaart. Figuur 4.3 toont een uitsnede van deze kaart met de locatie van de nieuwe woning in het rood omcirkeld.
Figuur 4.3: uitsnede archeologische waarden en verwachtingkaart (bron: gemeente Dinkelland) Toets De archeologische waarden en verwachtingskaart van de gemeente Dinkelland geeft aan dat het plangebied gelegen is in het dekzandlandschap (beekdalen en overige laagten). Voor deze gronden geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 40 cm m.u.v. gebieden met een lage verwachting binnen plangebieden met meerdere verwachtingszones, en plangebieden met een lage verwachting die grenzen aan terreinen met waardevolle archeologische resten. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie OVerijssel kan worden afgeleid dat op de planlocatie geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.
Tevens zijn er in de directe nabijheid geen monumentale panden aanwezig. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect cultuurhistorie.
4.11
Verkeer / parkeren
De bestaande twee-onder-één-kapwoning die gesplitst wordt blijft ontsloten aan de Knik. De nieuwe woning wordt ook ontsloten aan de Knik. De Knik is een relatief rustige weg die voornamelijk als ontsluiting voor de woningen die eraan liggen gebruikt wordt. De twee-onder-één-kapwoning wordt gesplitst in twee vrijstaande woningen waardoor de verkeersgeneratie toeneemt. Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt uitgegaan van de stedelijkheidsgraat 'niet stedelijk' en 'buitengebied'. Voor een twee-onder-één-kapwoning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per etmaal en voor een vrijstaande woning 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Onderstaand staat een vergelijking van de verkeersgeneratie tussen de oude en nieuwe situatie:
Soort woning Twee-onder-één-kap (oude situatie) Vrijstaande woning (nieuwe situatie) 34
Aantal woningen 2
CROW-verkeersgeneratie 7,8
Totale verkeersgeneratie 15,6
2
8,2
16,4
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Vanwege de beoogde ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie slechts met 0,8 verkeersbewegingen per etmaal toe. Dit kan met de huidige verkeersstructuur worden opgevangen. Het aspect verkeer levert geen belemmeringen op voor dit plan. Conform de 'Beleidsnotitie bouwen en parkeren 2018' geldt voor een vrijstaande woning een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Het parkeren vindt plaats op het eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect parkeren vormt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
35
36
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
37
om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene procedureregels: Hier worden de algemen procedureregels over de voorbereiding tot een besluit tot ontheffing of het stellen van nadere eisen ex artikel 3.6. lid 1 sub c en d van de Wet ruimtelijke ordening en de daarbij behorende procedures benoemd. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Artikel 3 'Wonen' De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Tevens zijn een aan huis verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedijfsmatige activiteit en mantelzorg toegestaan. De gronden zijn mede bestemd voor tuinen, erven en terreinen. Per bouwvlak is één woonhuis met één woning toegestaan. Het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gesitueerd. De maximale inhoud van de woning bedraagt 750 m³ met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,50 m en 9,00 m.
38
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
39
40
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie aangegeven dat het plan past in het provinciaal ruimtelijk beleid. Er is dan ook geen aanleiding voor een zienswijze. Waterschap Vechtstromen Op 7 september 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 3 maart 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
41
42
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
43
Bijlage 1 Landschapsplan De Knik25, 25a Denekamp
44
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Knik 25, 25a Denekamp
46
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Bijlage II Boorstaten
weiland / cm t ov m aaiv eld
0 1 2 50
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak hum eus, donker bruin, zwak w ort els, edelm an zand, zeer fijn, zw ak silt ig, licht beige, rood, st erk oer, edelm an
3 100 4
zand, m at ig fijn, zw ak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
150 5
zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
200
zand, m at ig fijn, zw ak silt ig, licht grijs, edelm an
0
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-25
-55
50
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak hum eus, donker bruin, zwak w ort els, edelm an zand, zeer fijn, zw ak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer, edelm an
t y pe dat um boorm eest er
0
-25
-50
-100
-140
weiland / cm t ov m aaiveld
0 -190 1
235
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak grindig, zw ak hum eus, donker bruin, grijs, zw ak wort els, edelm an
50 250
0
-50
t y pe dat um boorm eest er
300
335
-335 t y pe dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50
weiland / cm t ov m aaiv eld
0 1
50
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak hum eus, donker bruin, zwak w ort els, edelm an
2
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, licht beige, rood, st erk oer, edelm an
3
zand, m at ig fijn, zw ak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an
100 4
zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht wit , geel, sporen roest , edelm an
150 5
zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
200
zand, m at ig fijn, zw ak silt ig, licht grijs, edelm an
t y pe dat um boorm eest er
0
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer, edelm an
t y pe dat um boorm eest er
-65
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-105
1 50 t y pe dat um boorm eest er
bodem profielen onderzoek project code get ekend conform
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak hum eus, donker bruin, grijs, zwak wort els, edelm an zand, zeer fijn, zw ak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer, edelm an
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak grindig, zw ak hum eus, donker bruin, grijs, zw ak wort els, edelm an
50 -155
-40 -50
0
-50
t y pe dat um boorm eest er
-190 -200
weiland / cm t ov m aaiveld 1
0
0
-35
0
braak / cm t ov m aaiv eld
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak hum eus, donker bruin, grijs, zwak wort els, edelm an
50 0
-40
-50
t y pe dat um boorm eest er
zand, zeer fijn, zw ak silt ig, zw ak grindig, zw ak hum eus, donker bruin, grijs, zw ak wort els, edelm an
0
-50
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h) slib
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Bijlage 3 Digitale watertoets Knik 25, 25a Denekamp
90
bestemmingsplan Denekamp, Knik 25 en 25a
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 07-09-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Korte procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
07-09-2022, 11:19
P agina 1 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee
2.
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee
3.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee
5.
Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis ? nee
6.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee
7.
Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee
8.
Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee
9.
Bedraagt het vers chil tus s en de GHG (Gemiddelde Hoogs te Grondwaters tand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter? nee
10.
bargerveen nee
07-09-2022, 11:19
P agina 2 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
beekhers tel nee
12.
grondwaterbes _en_s tiltegebied nee
13.
ruimtevoorvecht nee
14.
verbods zone diepe boringen nee
15.
zoekgebied nee
16.
primaire watergebieden nee
17.
RWZ I nee
18.
s trokenkaart nee
19.
pers leidingen nee
20.
rioolgemalen nee
21.
keurzone nee
22.
gewijzigd klimaat nee
07-09-2022, 11:19
P agina 3 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
huidig klimaat nee
07-09-2022, 11:19
P agina 4 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat op uw plan de korte procedure van toepas s ing is . U kunt in de waterparagraaf vols taan met de s tandaard waterparagraaf.
Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Op bas is van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de s tandaard waterparagraaf uit dit document toepas t. STANDAARD WATERPARAGRAAF Belangrijk ins trument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets , die s inds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een bes chrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuis houding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuis houdkundige doels tellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuis houdkundige doels tellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlas t, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater) . Deze s tandaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan.
Waterbeleid De Europes e Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bes cherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europes e Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een s troomgebied worden kwaliteits doelen ges teld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijks beleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclus ief de s troomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevings vis ie en de bijbehorende Omgevings verordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waters chap Vechts tromen heeft de beleids kaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijks te ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbes tendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaas t is de Keur van Waters chap Vechts tromen een belangrijk regels tellend ins trument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waters chap Vechts tromen opges telde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Riolerings plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Waters ys teem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige waters ys temen nages treefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doors taan zonder droogtes chade, vis s terfte en s tank, en dat in natte perioden geen overlas t optreedt door hoge grondwaters tanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of 07-09-2022, 11:19
P agina 5 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets latere generaties . Het principe """"eers t vas thouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bes tuurs akkoord Water doelen vas tgelegd voor het op orde brengen van het waters ys teem.
Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk s cheiden van vuil en s choon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief s choon hemelwater door riools tels els worden afgevoerd, neemt het aantal overs torten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overs torten plaats vinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het s chone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vas tgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het waters ys teem. Vandaar dat het principe """"eers t s choonhouden, dan s cheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangs punt is bij nieuwe s tedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bes taande riools tels el is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangs punt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is , is lozing op het oppervlaktewater via een bodempas s age gewens t. Wateras pecten plangebied Waterhuis houding Het plan loopt geen verhoogd ris ico op wateroverlas t als gevolg van overs tromingen. Het plan heeft geen s chadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlas t of grondwateroverlas t gecons tateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een bes chermings zone of herinrichtings zone langs een waterloop, primair watergebied, invloeds zone zuiverings technis ch werk of een retentiecompens atiegebied. Voorkeurs beleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder beves tigd met ja): een gemengd s tels el een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd ges cheiden s tels el. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwaterings diepte geadvis eerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogs te grondwaters tand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op s tructurele grondwateroverlas t groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden vols taan met een geringere ontwaterings diepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlas t en s chade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadvis eerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het s traatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders , parkeergarages ) moet aandacht worden bes teed aan het voorkomen van wateroverlas t. In het plan wordt er naar ges treefd het voorkeurs beleid van het waters chap op te volgen. Watertoets proces De initiatiefnemer heeft het waters chap Vechts tromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets . De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepas t. De bes temming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuis houding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waters chap 07-09-2022, 11:19
P agina 6 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Vechts tromen geeft een pos itief wateradvies . Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Verklaring Dit document is een automatis ch gegenereerd bes tand op bas is van de door u ingevulde gegevens . U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. "" "
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
07-09-2022, 11:19
P agina 7 van 7
https://dewatertoets.nl