CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36.pdf

Commissie Omgeving & Economie 7 juni 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Denekamp, Hopmanstraat 36”28.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Denekamp, Hopmanstraat 36

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.DENBPHOPMANSTR36-VG01

Denekamp, Hopmanstraat 36

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 23

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

29 29 30 31 31

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

33 34 35 36 38 39 40

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

43

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

45 45 45

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Verkennend bodem onderzoek Bijlage 2 Watertoets Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden

47 48 109 112

Regels

143

Hoofdstuk 1 Artikel 1 2

Inleidende regels Begrippen

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

145 145

Artikel 2

Wijze van meten

149

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

151 151

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

155 155 156 158 159 160 161

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

163 163 164

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bouwen en Parkeren 2018 Bijlage 2 Overzicht bedrijven ondergeschikte 2e tak/deeltijdfunctie

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

165 166 183

3

4

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Toelichting

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

5

6

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie Hopmanstraat 36 in Denekamp is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer wil vier nieuwe appartementen realiseren op de plaats van een bestaande schuur. Deze ontwikkeling past niet bij recht binnen het geldende bestemmingsplan, omdat de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden niet toereikend zijn. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat voor een groot deel uit het perceel aan de Hopmanstraat 36, waarin tevens meerdere adressen zijn gelegen (Brinkstraat 57 t/m 59A), en voor een deel uit het perceel aan de Hopmanstraat 30. Het plangebied ligt op ca. 0,5 km ten noorden van het centrum van Denekamp. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie O, perceelsnummers 973 en 3668. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (Bron: Google Maps). Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Het plangebied bestaat zoals reeds aangegeven deels uit het perceel 973 en een deel uit perceel 3668. De appartementen worden gebouwd op de plek van de bestaande schuur. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (Bron: PDOK viewer).

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied hierboven geldt het 'Bestemmingsplan Denekamp'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland op 9 oktober 2012 vastgesteld en is onherroepelijk in werking. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede van het 'Bestemmingsplan Denekamp' (Bron: Ruimtelijke plannen). Aan een groot deel van het plangebied is de bestemming 'Detailhandel' toegekend met een bouwvlak, maatvoering en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De overige gronden binnen het plangebied zijn bestemd tot verkeer en groen. De gronden binnen het plangebied zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor gebouwen ten behoeve van detailhandel, een supermarkt, een kantoor, een bedrijfswoning en het wonen op de tweede en/of hogere bouwlaag. Op de voor 'Detailhandel' bestemde gronden mag dan ook uitsluitend gebouwd worden conform het toegelaten gebruik, met dien verstande dat er gebouwd wordt binnen een bouwvlak. Het voornemen bestaat om op het plangebied een appartementengebouw te realiseren met vier appartementen. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Aangezien het plan geen relevante afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden bevat, is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

8

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Denekamp, Hopmanstraat 36' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DENBPHOPMANSTR36-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

9

10

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Hopmanstraat 36 in Denekamp een schuur gelegen. Deze schuur verkeert niet meer in een goede staat, waardoor deze afbreuk doet aan de straatbeeld van de Hopmanstraat. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk woonfuncties en enkele detailhandel functies. Het plangebied wordt ontsloten door de Hopmanstraat, een weg binnen stedelijk gebied, met een maximumsnelheidsregime van 30 km/u. In figuur 2.1 is een vooraanzicht opgenomen van het plangebied waarop de schuur te zien is.

Figuur 2.1: Huidige situatie Hopmanstraat 36 (Bron: Google Maps, Streetview).

2.2 Toekomstige situatie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande schuur en in de realisatie van een appartementengebouw met vier appartementen. Het nieuwe appartementen gebouw kan, net als in de huidige situatie, bereikt worden via de Hopmanstraat. Achter het appartementen gebouw worden er vier parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de bewoners van de appartementen. Daarmee kan geparkeerd worden op eigen terrein. Daarnaast worden er vier bergingen gerealiseerd voor de bewoners. Het appartementengebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 164 m². Elk appartement heeft een oppervlakte van circa 70 m². In de navolgende figuren (2.3 t/m 2.7) is de toekomstige indeling van het plangebied, indeling van de verdiepingen en impressies van het appartementengebouw opgenomen.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

11

Figuur 2.3: Toekomstige indeling van het plangebied (Bron: Leferink Architecten BNA BV).

12

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Figuur 2.4: Indeling 1e verdieping (Bron: Leferink Architecten BNA BV).

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

13

Figuur 2.5: Indeling 2e verdieping (Bron: Leferink Architecten BNA BV).

Figuur 2.6: Impressie van het beoogde appartementencomplex, voorgevel en rechter zijgevel (Bron: Leferink Architecten BNA BV).

14

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Figuur 2.7: Impressie van het beoogde appartementencomplex, linker zijgevel en achtergevel (Bron: Leferink Architecten BNA BV). Voor de realisatie van het beoogde appartementengebouw dient de bestaande bestemming 'detailhandel' naar een woonbestemming gewijzigd te worden.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

15

16

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets/Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de huidige bestemming 'detailhandel' naar de bestemming 'wonen', zodat het mogelijk wordt om een appartementengebouw te realiseren. Door de realisering van een appartementengebouw aan de Hopmanstraat 36 wordt er bijgedragen in het versterken van het woonmilieu ter plaatse. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit van de Hopmanstraat fors verbeterd, aangezien er in de huidige situatie een ontsierende schuur is gelegen. Geacht wordt dat de ontwikkeling daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI past.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Toets/conclusie

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

17

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de bestaande detailhandel bestemming naar een woonbestemming, zodat het mogelijk wordt om een appartementengebouw te realiseren voor 4 appartementen. Op basis van vaste jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) blijkt dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, indien er 11 woningen worden gerealiseerd. Wanneer er 12 of meer woningen gerealiseerd worden, dan is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien in het voorliggende geval vier appartementen worden gerealiseerd, is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Volgens de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921), moet wanneer de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is, gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Op voorhand kan worden gesteld dat er vanuit milieutechniche oopgunten geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Hier wordt nader op ingegaan in Hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan achterwege worden gelaten.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische 18

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel). Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

19

artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied is gelegen aan de Hopmanstraat 36 in Denekamp en ligt binnen het bestaande stedelijk gebied. Als gevolg van het plan wordt er geen extra ruimtebeslag gelegd op de groene omgeving. Geacht wordt dat er voldaan wordt aan artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening van provincie Overijssel.

artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: In zijn algemeenheid zal de toevoeging van een nieuw appartementengebouw aan de Hopmanstraat ervoor zorgen dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verhoogd. Dit omdat er een nieuw gebouw wordt gebouwd dat in zijn aard, maat en karakter goed in de omgeving past. De huidige schuur verkeert niet in een goede staat, waarmee afbreuk wordt gedaan aan de straatbeeld van de Hopmanstraat. Geacht wordt dat er voldaan wordt aan het gestelde in artikel 2.1.5. van de omgevingsverordening van provincie Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3.

In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: De provincie Overijssel en de Twentse gemeenten hebben in 2021 nieuwe woonafspraken gemaakt. Deze woonafspraken zijn vertaald in de woonagenda Twente 2021-2025. De ambities die in deze woonagenda zijn opgenomen zijn o.a. het toevoegen het 60.000 woningen tot 2030 in de provincie, inspelen en voorsorteren op veranderde woningvraag, verstedelijking en stedelijke verbieuwing, sterke dorpen en platteland in het regionale netwerk, verduurzaming, versnelling van de woningbouw, toegankelijke en doorstromen. Deze ambities zijn vertaald in een visie op het wonen in Twente. Daarbij zijn drie hoofdpunten benoemd: 1. Een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen 2. Een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied 3.

Een duurzaam en circulair woningbestand Centraal in de woonagenda staat het sturen op kwaliteit en betaalbaarheid. Bouwen voor de lokale behoefte kan op basis van goed onderbouwde woningbehoefte. De gemeente heeft dit vertaald in de woonvisie 2021+. De provincie heeft de woonvisie geaccordeerd als zijnde onderbouwing van de behoefte. Daarin is op basis van 20

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

verschillende prognoses een behoefte benoemd van 225-800 woningen. Voor de periode tot 2025 wordt uitgegaan van de middellijn. Voor de grote kernen wordt uitgegaan van een plancapaciteit van 360 woningen. Daarnaast wordt er kwalitatief met name in gezet op levensloopbestendige woningen en woningen voor starters. Onderhavig plan voorziet in appartementen voor zowel senioren als starters en past dus daarbinnen. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie rood gemarkeerd (Bron: provincie Overijssel). In het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' mag er altijd gebouwd worden voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). In het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestaande schuur aan de Hopmanstraat 36 gesloopt en in plaats daarvan wordt er een appartementengebouw teruggebouwd. Gesproken kan worden van een herstructurering.

Verder wordt het appartementengebouw gebouwd conform de geldende welstandeisen en zal gebouwd worden volgens de nieuwste technieken en duurzaamheideisen. Geacht wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan het eigen karakter van het gebied en dat het geen extra belemmeringen oplevert voor functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Denekamp. Aangezien de gronden reeds bewerkt zijn, zijn de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap niet zichtbaar. Hierdoor wordt hierna enkel nog ingegaan op de stedelijke laag en laag van de beleving. Stedelijke laag Voor wat betreft de stedelijke laag, wordt het plangebied aangemerkt tot 'Historische centra binnensteden'. In figuur 3.3 is een fragment weergegeven van de betreffende kaart.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

21

Figuur 3.3: Stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel). De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identitiet en eigenheid van de steden en stadjes. Funcioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan behouden versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren.

Zoals reeds beschreven voorziet het voorliggende bestemmingsplan in de mogelijkheid voor het bouwen van een appartementengebouw aan de Hopmanstraat 36 in Denekamp. Gesproken kan worden van een herstructuering aangezien de bestaande schuur wordt gesloopt en een appartementengebouw teruggebouwd wordt waardoor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd. Geacht wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan de stedelijke laag. Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'informele trage netwerk' toe aan het gebied. Er wordt geen fragment opgenomen van de betreffende kaart, omdat er geen legenda aanwezig is. Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. Als gevolg van de ontwikkeling wordt er een appartementengebouw gerealiseerd. De bewoners kunnen het gebouw bereiken door gebruik te maken van de bestaande inrit.

Geacht wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de laag van de beleving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

22

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 30 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Toets/conclusie Denekamp is een van de drie grote kernen in de gemeente. Eén van de speerpunten is "leefbare kernen'. Daarin is belangrijk: - voldoende voorzieningen; - aantrekkelijk wonen; - ruimte voor ondernemen; - leefbare openbare ruimte.

Voorzieningen dragen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en positieve gezondheid De gemeente doet daarin een aanatal zaken, onder andere een bijdrage leveren aan het versterken van het dorpscentrum, meedenken over invuling van leegstaande gebouwen Eén van de waarden van 'Kernen met woon- en centrumfunctie' is dat er belangrijke voorzieningen zijn in de nabijheid van woonfuncties, zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg en pinmogelijkheden. Een andere waarde is de aanwezigheid van ontmoetingsplekken in het bijzonder in de omgeving van voorzieningen. Voor deze kernen geeft de visie aan om in te spelen op mogelijkheden om te ontmoeten, concentratie van publieksgerichte functies en voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en ondernemers passend binnen het aanbod van de kern. Door het bouwen van een appartementengebouw wordt er gezorgd voor meer leefbaarheid in Denekamp. De leegstaande schuur krijgt een logische en goede vervolgfunctie omdat een woonfunctie binnen de omgeving past. Daarnaast kan er bijgedragen worden aan de woningbehoefte voor starters en senioren. Dit omdat de ligging van het plangebied, gezien de onderlinge afstand met het centrum van Denekamp (circa 450 m), centraal gelegen is. Hierdoor zijn er voldoende voorzieningen op korte afstand in de nabijheid van de beoogde appartementen.

Geacht wordt hiermee dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 3.3.2

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. Daarnaast moeten er ook voldoende betaalbare en huurwoningen zijn. In de Woonvisie wordt ook de toenemende vraag naar diverse soorten zorgwoningen meegenomen en er is aandacht voor huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Bovendien is er aandacht voor aanpassingen in de bestaande woningvoorraad, zodat deze levensloopbestendiger wordt. Meer woningen... De gemeente Dinkelland wil inzetten op meer woningen met de juiste kwaliteit. De gemeente gaat de komende jaren voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. De gemeente gaat uit van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houdt de gemeente ook rekening met de instroom van vestigers. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente Dinkelland de woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

23

Om te kunnen voorzien in de woninghoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma waarbij de zachte plannen verdeeld zijn over de grote en kleine kernen:

Dit houdt in dat ongeveer de helft van de woningbehoefte landt in de grotere kernen. In deze kernen woont tweederde van de inwoners van Dinkelland en geldt de grootste woningbehoefte vanwege de nabijheid van voorzieningen: iets wat met name voor senioren en de mensen met een zorgvraag een grote rol speelt. Realisatie vindt plaats per kern (evt. gefaseerde) plannen plaats. Dus niet alles in een paar grote plannen. Hierdoor kan goed worden bijgestuurd als dat nodig blijkt te zijn. ...met de juiste kwaliteit In de gemeente Dinkelland krijgt inbreiding prioriteit boven uitbreiding. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking zal de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties plaatsvinden. Dit heeft de gemeente ook vastgelegd in de Nota Inbreidingslocaties (2020). Bij het bouwen op inbreidingsplekken gaat de focus uit naar zogenaamde 'structuurversterkende plekken'. Dat zijn beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op dergelijke plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. De gemeente Dinkelland zet in op twee doelgroepen: starters en senioren. Dit betekent onder ander het toevoegen van betaalbare starterswoningen en levensloopbestendige woningen voor senioren.

Voor voorliggend bestemmingsplan is vooral die laatste groep relevant. Een levensloopbestendige woning is gelijkvloers en bij voorkeur in de eigen vertrouwde omgeving (de buurt of kenr waar men nu woont) en dichtbij voorzieningen. Het voordeel van nieuwbouw voor senioren is dat er ook meer doorstroming op de woningmarkt komt. Als senioren gaan verhuizen, komen er meer bestaande ruimte woningen op de markt die geschikt zijn voor gezinnen, waardoor er uiteindelijk ook weer meer woningen voor jonge doorstromers en starters beschikbaar komen. De gemeente heeft daarom de ambitie om een groot deel van de nieuwbouw de komende jaren levensloopbestendig te realiseren. Toets en conclusie Voor de periode 2020-2030 is de woningbehoefte voor Denekamp, Ootmarsum en Weerselo vastgelegd op 275 woningen (100% behoefte), oplopend naar 360 woningen (130% behoefte). Tevens is er een vrije ruimte voor 70 woningen binnen de gemeente Dinkelland voor transformatie en knelpunten initiatieven. Met voorliggend plan wordt een bestaande schuur gesloopt en daarvoor in de plaats wordt er een appartementengebouw gerealiseerd met vier appartementen, waarvan twee appartementen voor senioren en twee voor starters. De ontwikkeling heeft daarmee betrekking op een kleinschalige inbreidingslocatie.

De gemeente geeft onder meer mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe/extra plancapaciteit indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden hebben onder meer betrekking op het invulling geven aan beleidsdoelen uit de Woonvisie en het benutten van inbreidingslocaties (transformatie en herstructurering). In de navolgende paragraaf (zie paragraaf 3.3.3 van deze regels) wordt nader ingegaan op de nota inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2020. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+.

24

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

3.3.3

Nota inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2020

Bij de gemeente Dinkelland werd en wordt er regelmatig een aanvraag ingediend voor het bouwen van woningen op inbreidingslocaties. Daarbij gaat het dan veelal om kleinschalige grondgebonden woningbouw zonder functiemenging binnen de grenzen van de bebouwde kom. Voor de beoordeling van dergelijke aanvragen is voor het eerst in 2011 door de gemeenteraad een beleidskader vastgesteld in de vorm van een “Beleidsnota Inbreidingslocaties”. Nadien is het beleid aangepast in de versie “Beleidsnota inbreidingslocaties gemeente Dinkelland 2020”. Het doel van deze nota is het bieden van een kader voor de beoordeling van woningen binnen de kernen op inbreidingslocaties. Om dergelijke verzoeken omtrent inbreiding te kunnen beoordelen is het noodzakelijk om duidelijk vast te leggen welke uitgangspunten daarvoor gelden en onder welke voorwaarden inbreiding mogelijk is. Het beleid is van toepassing op: verzoeken voor woningbouw welke niet passen in het bestemmingsplan; verzoeken binnen bestaand bebouwd gebied. Het aantal woningen dat toegevoegd kan worden in de gemeente is beperkt en neemt op termijn af, zodat toevoegen moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. Denk hierbij aanbeeld bepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is.

Bouwen op structuurversterkende plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. Onder structuurversterkende plekken verstaat de gemeente Dinkelland:

Daarnaast heeft de gemeente Dinkelland de volgende overige stedenbouwkundige voorwaarden geformuleerd: a. Aansluiting op de bestaande stedenbouwkundige structuur; b. Kavel(s) moet(en) grenzen aan de openbare weg; c. Samenhang met de omgeving; d. Woonmilieus mogen niet onevenredig worden aangetast Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt de sloop van een bestaande schuur en de realisatie van een appartementengebouw met vier appartementen mogelijk. Middels de realisatie van de vier appartementen kan worden voorzien in de lokale behoefte aan woningen, daarnaast is de ontwikkeling in overeenstemming met het gemeentelijke woonbeleid (zie paragraaf 3.3.2 van deze toelichting). Het plangebied ligt binnen bestaand bebouwd gebied en is goed bereikbaar voor al het verkeer. Het plan kan worden geschaald onder: het ontwikkelen van een 'rotte kies' (oude leegstaande/vervallen gebouwen). Dit omdat een vervallen gebouw wordt vervangen door een nieuw woongebouw. Daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit van de Hopmanstraat verhoogd en zal de leefbaarheid in de woonwijk toenemen. Daarnaast past een nieuwe woonfunctie vanuit stedenbouwkundig oogpunt goed in de omgeving en zijn er vanuit milieu- en omgevingsaspecten geen sprake van belemmeringen (zie hoofdstuk 4 van deze toelichting).

Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan binnen het planologisch beleid met betrekking tot inbreidingslocaties past en derhalve een meerwaarde is voor de gemeente Dinkelland.

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

25

3.3.4

Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats.

Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Toets en conclusie Het plangebied ligt in een gebied dat het niveau 'basis omgeving' heeft. In figuur 3.4 is een fragment weergegeven van de kaart van de Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbregen. Het gebied met het niveau 'basis omgeving' is minder bepalend voor de karakteristiek van Denekamp. Hier is veelal sprake van ruime verkaveling met daarop twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen met een traditionele bouwstijl van twee lagen en kap. Op voorhand worden er geen belemmeringen verwacht vanuit de Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van het appartementengebouw.

26

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Figuur 3.4: Fragment Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 (Bron: gemeente Dinkelland).

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

27

28

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets/conclusie Er wordt middels dit bestemmingsplan een appartementengebouw met vier appartementen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is detailhandel.

In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, is of met de ontwikkeling van een appartementengebouw met vier appartementen op de locatie Hopmanstraat 36 in Denekamp sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (o.a.

ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van een appartementengebouw met vier appartementen binnen de bebouwde kom van de kern Denekamp. Op de schaal van Denekamp is hiermee qua aard en omvang sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Daarbij neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling niet onevenredig toe en voegt de bebouwing zich qua aard en functie in het stedenbouwkundig beeld van de Hopmanstraat. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r..

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

29

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (Bron: InfoMil). Toets en conclusie In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', omdat het plangebied in de kern van Denekamp gelegen is waar in de directe omgeving ook andere functies aanwezig zijn (o.a. detailhandel, kantoor en maatschappelijk). Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval worden er vier appartementen gerealiseerd. De hierbij behorende functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving, waardoor geen sprake is van het aantasten van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking 30

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of bestaande functies in de omgeving door de ontwikkeling worden belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. Nabij het plangebied bevinden zich, zoals vermeld, meerdere (milieubelastende) functies. Onder meer ten oosten van het plangebied bevindt zich een perceel bestemd tot de bestemming 'Detailhandel'. Hier is een kapper aanwezig. Detailhandel ('detailhandel voor zover n.e.g.') valt, op basis van de VNG-publicatie, onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Ook de kapperszaak ('kappersbedrijven en schoonheidsinstituten') valt, op basis van de VNG-publicatie, onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Hieraan wordt in voorliggend geval dan ook voldaan. Ten noordwesten- en oosten van het plangebied bevinden zich percelen met de bestemming 'Kantoor'. Deze locaties zijn hoofdzakelijk bestemd voor gebouwen ten behoeve van kantoren. Kantoren ('overige zakelijke dienstverlening: kantoren') vallen, op basis van de VNG-publicatie, onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Hieraan wordt in voorliggend geval dan ook voldaan.

Op ruimere afstand, ten noordoosten van het plangebied, ligt een perceel met de bestemming 'Maatschappelijk'. De locatie is uitsluitend bestemd voor één huisartsenpraktijk. Een huisartsenpraktijk ('artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven') valt, op basis van de VNG-publicatie, onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Hieraan wordt in voorliggend geval dan ook voldaan. De appartementen zullen dan ook geen hinder ondervinden van detailhandel, kantoren en maatschappelijke functies in de omgeving en omgekeerd zullen deze niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Bedrijven en Milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets en conclusie Het plangebied is gelegen aan de Hopmanstraat 36 in de kern Denekamp. Er bevinden zich geen agrarische bedrijven in de nabije omgeving van het plangebied waar dieren worden gehouden. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect 'Geur' geen belemmeringen zullen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

31

onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets en conclusie Het voornemen bestaat uit het realiseren van een appartementengebouw met vier appartementen op de plek van een schuur. Omdat er sprake is van een functiewijziging en van een nieuwe gevoelige functie, dient de milieu-hygïenische bodemkwaliteit van de gronden binnen het plangebied vastgesteld te worden. Op 25 juni 2021 is door Kruse Milieu BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ook is daarbij een asbestanalyse uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 1 in dit bestemmings bijgevoegd. In de navolgende alinea's wordt stilgestaan bij de resultaten. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal is er één inspectiegat gegraven en zijn er zes boringen verricht. Het inspectiegat en twee boringen zijn met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. Er is één diepere boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen.

Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (sporen puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG) is (zeer) licht verontreinigd met koper, lood, zink en PAK; de ondergrond (OG) is matig verontreinigd met zink en (zeer) licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, minerale olie, PCB en PAK; bij de separaat uitgevoerde zink analyses van de deelmonsters uit het mengmonster van de ondergrond (OG) is in boring twee een sterke zinkverontreiniging aangetoond. In de overige twee deelmonsters zijn geen verhoogde zinkgehalten gemeten; het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium; het mengmonster MM FF Gat 1A bevat geen asbest. Conclusies en aanbevelingen In de boven-en ondergrond (BG en OG) en het grondwater (PB 1) zijn enkele van de onderzochte stoffen in (zeer) licht tot matig verhoogde concentraties aangetoond. Om de eventuele bron(nen) van het matig verhoogde zinkgehalte in de ondergrond te bepalen zijn de deelmonsters uit het mengmonster van de ondergrond separaat op zink geanalyseerd. In het deelmonster van boring twee is een sterk verhoogd zinkgehalte gemeten, in de overige twee deelmonsters van de ondergrond zijn geen verhoogde zinkgehalten aangetoond.

Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5 van het onderzoek. Nader onderzoek is noodzakelijk om de ernst en omvang van de sterke zinkverontreiniging vast te stellen. Initiatiefnemer is met gemeente Dinkelland overeengekomen dat het nader onderzoek nà de sloop van de schuur wordt uitgevoerd. Sanering van de sterke verontreiniging is noodzakelijk in het kader van de geplande nieuwbouw. De sterke verontreiniging bevindt zich onder de betonvloer van de schuur en bij het huidige gebruik zijn er geen risico’s. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. Tevens mag de verontreinigde grond niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (gemeente Dinkelland of provincie Overijssel). Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is, er na nader onderzoek en na sanering van de zinkverontreiniging, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw aangezien de overige vastgestelde (zeer) lichte verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt na sanering geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin).

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan, mits na de sloop van de schuur - en ieder geval voordat de bouwwerkzaamheden beginnen - een nader onderzoek wordt uitgevoerd om de omvang van de verontreiniging ter plaatse vast te stellen en de nodige vervolgstappen te bepalen. Dit wordt bij de regels van het voorliggende bestemmingsplan geregeld door een verplichting op te nemen, in die zin dat alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen 32

bestemmingsplan Denekamp, Hopmanstraat 36

van een hoofdgebouw wordt verleend eerst een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd, waarin de gehele verontreiniging van de bodem inzichtelijk is gemaakt waarna de gronden volledig gesaneerd zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/588/documents/17911