Bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets
Figuur 4.3: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van ruim 2,0 kilometer van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
33
instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2028 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Totdat het beheerprogramma is uitgewerkt, gelden nog de beleidskaders van rijk en provincie die nader zijn uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.
Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Toets onderhavig plan Als onderdeel van de planontwikkeling wordt de kwaliteit van het natte gedeelte van heet grasland aan de zuidzijde van de woning, verbeterd. Tevens wordt de sloot over een lengte van 120 m minder diep gemaakt, om te zorgen dat het water langer wordt vastgehouden. Watertoetsproces Op 28 december 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 7 Watertoets. Voor de planontwikkeling dient de normale procedure te worden doorlopen.
4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden, die is uitgevoerd door Natuurbank Overijssel (9-2-2022, projectnummer 4050), zie ook bijlage Bijlage 6 Quickscan natuurwaarden. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. 34
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt niet in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat bij NNN behoort, ligt op een afstand van 430 meter. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland heeft geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het plangebied ligt, hoeft het planvoornemen niet getoetst te worden aan het betreffende provinciaal beleid. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, Springendal & Dal van de Mosbeek, ligt op een afstand van minimaal 2,4 km ten noordwesten van het plangebied. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek, zoals een stikstofberekening, uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Soortenbescherming Ten aanzien de soortenbescherming is in het onderzoek het volgende geconcludeerd.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oudenest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd en de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. De wettelijke consequenties samengevat: - werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; - geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden.
Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
35
Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op 27 mei 2008 heeft de gemeenteraad eigen archeologiebeleid voor de gemeente Dinkelland vastgesteld. De gemeente beschikt over een archeologische verwachtingenkaart (RAAP Archeologisch Adviesbureau, 2008). Deze kaart maakt voor het gemeentelijk grondgebied inzichtelijk waar zich archeologische resten kunnen bevinden. In figuur 4.4 is een uitsnede van de kaart opgenomen. De plek voor de nieuwe woning is groen omkaderd.
Figuur 4.4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Dinkelland) Toets Op de verwachtingenkaart is het erf aangeduid. Als advies wordt daarbij aangegeven dat voor plangebieden kleiner dan 2500 m² een vrijstelling geldt voor archeologisch onderzoek. Dat betekent dat voor deze planontwikkeling geen archeologisch onderzoek nodig is. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.11
Verkeer / parkeren
Verkeer De nieuwe woning wordt via de bestaande oprit ontsloten op de Vollenhoekweg. Het betreft een weg die wordt gebruikt door bestemmingsverkeer. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen als gevolg van één extra woning kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren De gemeente Dinkelland hanteert de nota "bouwen en parkeren 2018' voor het parkeerbeleid in de gemeente. 36
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Daarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde normen in de publicatie 317 CROW. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaats. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
37
38
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1
opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de regels ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
39
In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; algemene aanduidingsregels In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; algemene afwijkingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; overige regels Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemming 'Agrarisch - 1' De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - 1’ zijn voornamelijk bestemd voor agrarisch gebruik. Tevens zijn de gronden ondergeschikt bestemd voor het behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden. Het bouwvlak binnen deze bestemming wordt vergroot, waarmee het mogelijk wordt om de tweede bedrijfswoning op de gewenste locatie te realiseren. In de bestemming is een uitvoeringsverplichting opgenomen voor het uitvoeren en instandhouden van het landschapsplan.
40
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
41
42
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingenlijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is.
Waterschap Vechtstromen Op 28 december 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen p.m.
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
43
44
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Bijlagen
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
45
Bijlage 1
46
Locatie analyse
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Erf- en landschapsanalyse Huidige situatie
Kuilvoerplaten Bos
Schuren Bomenrij Woning
Bos
Houtsingel Bos Nat grasland
Bomenrij
De initiatiefnemers zijn voornemens om een tweede bedrijfswoning te realiseren op het erf. Middels deze analyse wordt toegewerkt naar een locatie op het erf inclusief een goede landschappelijke inpassing. De Vollenhoekweg doorsnijdt het erf. Ten westen van de Vollenhoekweg staat de bedrijfswoning met bijgebouw. Ten oosten van de weg worden de agrarische activiteiten uitgevoerd. Er staan diverse schuren, die in gebruik zijn ten behoeve van de uitvoering van de agrarische activiteiten. Diverse houtopstanden staan in de directe omgeving van het erf. Op het erf staan diverse bomen en ten zuiden van het erf staat een houtsingel. Ten zuiden van het erf loopt een sloot die jaarrond waterafvoerend is. Het naastgelegen perceel ligt lager dan de omliggende percelen. Kijkende op de historische kaarten hieronder is te zien dat de Ottershagen vroeger tot aan het erf van de initiefnemers liep. Bij hoog water was de kans groot dat de percelen tijdelijk onder water kwamen te staan. Historische situatie * Kaart van 1900 toont het erf. De laagte ten noordoosten van het erf gaat over in de hoogte van de es. * De percelen ten zuiden van het erf worden in de huidige situatie beheert als een nat grasland. De hoger gelegen es zorgt voor kwel op de percelen. * Houtsingel ten zuiden van het erf is niet zichtbaar op de kaart van 2000.
Erf- en landschapsanalyse Landschapstype - Oude hoevenlandschap
Maten- en flierenlandschap Essenlandschap
Het landschapstype geeft een richting aan op welke wijze de tweede bedrijfswoning geplaatst kan worden op het erf, waarbij de landschapskenmerken versterkt worden. * Kleinschalig landschap; bochtige wegen en onregelmatig gevormde percelen. * Verspreid liggende hooggelegen essen (bouwlanden) met steilranden. * Een dicht netwerk van houtsingels, houtwallen en loofhoutbosjes. * Gebouwen op erven hebben een willekeurige verstrooiing en de boerderijen liggen op enige afstand van de weg. * De erfbeplanting draagt bij aan de inpassing van de woning in het landschap.
Erf
Hoogtekaart
Oude hoevenlandschap
Erf
De blauwe kleuren tonen de laagtes aan. De zuidelijke jaarrond afvoerende sloot komt uit op de oostelijke sloot. Door de lage ligging van het perceel in combinatie met kweldruk is het een nat perceel. De bedrijfswoning wordt geplaatst achterop het erf, in de nabijheid van de aanwezige opstallen waardoor er een erfensemble ontstaat. De woning wordt iets hoger geplaatst met als doel dat door het direct aangrenzende lagerliggende perceel de aanwezige hoogteverschillen op en rondom het perceel worden versterkt. De aanwezige houtsingel ten zuiden van het erf wordt verwijderd, omdat de woning op deze plek wordt gesitueerd. Door het verwijderen van deze achterstallig onderhouden houtsingel wordt eveneens de zichtlijn vanaf het erf naar de es hersteld. De openheid van het landschap komt hierdoor ten goede.
Nieuwbouw woning
Kwel Verwijderen houtsingel
Aanwezige es
19.63
Groene inpassing erf
Erf- en landschapsanalyse
18.95
1: Houtsingel - hakhoutbeheer - 80m2 Zwarte els - Alnus glutinosa > 15 stuks Boswilg - Salix caprea > 15 stuks Vuilboom - Frangula alnus > 15 stuks Gelderse roos - Viburnum opulus > 15 stuks Vlier - Sambucus nigra > 15 stuks Plantmaat 80-100, 5 plantrijen, 2st/3m2
19.76
19.81 19.62
19.72
19.52 19.54 19.62 19.42
20.09
Toegankelijkheid erf vergroten door bestaande schuur in te korten
19.84 19.54
Kuilvoerplaat
Rondom mestbak beplanting aanbrengen
20.03
Kuilvoerplaat 19.99
19.69
19.54
2: Bomenrij Winterlinde - Tilia cordata 'Greenspire' > 2 stuks Plantmaat 14-16, tussenafstand 10m. 18.81
Kuilvoerplaat
4: Bomengroep Tamme kastanje - Castanea sativa > 1 stuks Zwarte els - Alnus glutinosa > 1 stuks Plantmaat 14-16, varierende tussenafstanden.
19.60
20.07
19.74
19.55 vloerpeil
Reserveren locatie voor toekomstige uitbreiding schuur.
3: Bomenrij Iep - Ulmus 'Columella' > 2 stuks Plantmaat 14-16, tussenafstand 9m.
19.63
19.56 18.91 19.45 er ik du
1
19.52
19.79
18.84
r muu
r muu
18.94
Bestaande sloot handhaven om waterafvoer erf te waarborgen.
r
r muu
sk vloerpeil
19.52
dorpel
20.03
19.92
19.77
r muu
19.43
19.91 19.44
Ø60,1000
19.37 vloerpeil
Ø60,1000
19.35
19.46
Zichtlijn
silo 10t
2
Ø60,1000
silo 14t dorpel Ø60,1000
silo 10t
19.00 19.34 19.36
19.29
19.29 Ø60,1000
20.27
19.70
Bestaande eiken
20.34
19.52
Bestaande linde
20.26
dorpel
Schuur inkorten
r
19.17 19.46
19.70
20.00 handgereedschap
20.25
Ruimte reserveren uitbreiding schuren
opslag diesel en andere oliën conform NRB
20.37
19.90
19.32
18.94 19.30
19.79
19.98
19.99
19.53
stro
19.70
3
9
12 19.88
stro 20.07
19.97
Grens van het bedrijf/inrichting
19.55
vloerpeil
19.61
20.08
16 voergang
20.02
Nieuwe bedrijfswoning
20.10
stro
19.87
18.84
19.80
raster
vloerpeil
19.76
Houten hekwerk
19.90
19.65
19.00
4
18.77
Nieuw bijgebouw
20.00
19.71
18.85
19.03 18.89
Wandelpad
Ø80,1200
19.84
18.90 18.93
20.10
19.81 20.00
19.92
19.80 19.00
19.80
19.99 19.90
18.99
19.00
19.10
19.99 19.94
19.61
19.00 19.28
stro
20.16
Nieuwbouwwoning dicht op het bestaande LEGENDA erf plaatsen. Instandhouden Bestaande boom erfensemble met zichtlijnen naar Bestaande haag omliggende percelen.
19.10
Bestaande linde
19.74
19
Bestaande toegangsrit gebruiken voor het bereiken van de nieuwe bedrijfswoning.
18.96
19.66
19.90
18.80
Nieuwe bomen
18.65
19.42
19.39
Bestaande eiken
19.57
19.10
19.00 18.80
Nieuw struweel/ bosplantsoen
Duiker
19.30
19.10 19.35
19.25
Zichtlijn
18.90 18.90 Verlaging t.b.v. afvoer water
19.10
19.30
19.17
Zichtlijn
19.61
19.00
19.47
19.15
Hoger gelegen deel agrarisch land behouden.
19.42
Bestaande hoogtes 19.03 Bomen zorgen voor afronding het erf, 19.00 van Nieuwe hoogtes evenals groene Stroomrichting inpassing van het erf. water
Verlaging in het landschap behouden - nat graslandbeheer
19.20 19.48 19.20
19.45
19.09
Project
Landschapsanalyse
Nieuw bijgebouw inpassen in het groen.
Vanaf nieuwbouw woning zicht versterken naar de zuidoostelijke es. 19.26
19.44 19.52
19.29 19.45
Nat graslandbeheer in stand houden ter Borgerink versterking Niels aanwezige 05-09-2021 flora + fauna. Getekend door
Laatste gewijzigd op
Datum
16-07-2021 Paginaformaat
A3 liggend Schaal
1 : 750
Planlocatie
Vollenhoekweg 16 - Tilligte Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl
Bijlage 2
50
Kwaliteitsimpuls
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Groene inpassing erf Basisinspanning 1: Houtsingel - hakhoutbeheer - 80m2 Zwarte els - Alnus glutinosa > 15 stuks Boswilg - Salix caprea > 15 stuks Vuilboom - Frangula alnus > 15 stuks Gelderse roos - Viburnum opulus > 15 stuks Vlier - Sambucus nigra > 15 stuks Plantmaat 80-100, 5 plantrijen, 2st/3m2 Kuilvoerplaat
2: Bomenrij Winterlinde - Tilia cordata 'Greenspire' > 2 stuks Plantmaat 14-16, tussenafstand 10m.
Kuilvoerplaat
Kuilvoerplaat
3: Bomenrij Iep - Ulmus 'Columella' > 2 stuks Plantmaat 14-16, tussenafstand 9m. 4: Bomengroep Tamme kastanje - Castanea sativa > 1 stuks Zwarte els - Alnus glutinosa > 1 stuks Plantmaat 14-16, varierende tussenafstanden.
vloerpeil
er ik du
1
Kwaliteitsinvestering - KGO
ur mu
ur mu
r
* Verbeteren kwaliteit nat grasland - areaal - 15 are. Verondiepen 120 m. lengte sloot, langer vasthouden water ur mu
sk vloerpeil
* Realisatie wandelpad - 75 meter (maaipad)
dorpel
ur mu
* Plaatsen Twents landhek
Ø60,1000
vloerpeil
Ø60,1000
Zichtlijn
silo 10t
2
Ø60,1000
silo 14t dorpel Ø60,1000
silo 10t
Ø60,1000
Bestaande eiken Bestaande linde
dorpel
r
handgereedschap
19
Ruimte reserveren uitbreiding schuren
opslag diesel en andere oliën conform NRB
Bestaande linde
stro Grens van het bedrijf/inrichting
stro
3
vloerpeil
stro
LEGENDA
Nieuwe bedrijfswoning
13, 94 voergang
stro
er rast
4
Wandelpad
Ø80,1200
vloerpeil
Twents landhek
Bestaande boom
Nieuw bijgebouw
Bestaande haag
Bestaande eiken
Verlaging in het landschap - nat graslandbeheer
Nieuwe bomen
Duiker
Nieuw struweel/ bosplantsoen
Zichtlijn
Stroomrichting water Zichtlijn
Vergroting bouwvlak Hoger gelegen deel agrarisch land behouden. Twents landhek
Wandelpad Project
Inrichtingstekening nieuwbouw woning Planlocatie
Vollenhoekweg 16 - Tilligte Getekend door
Niels Borgerink Laatste gewijzigd op
01-02-2022 Datum
16-07-2021 Paginaformaat
Oude hoevenlandschap
A3 liggend Schaal
1 : 750
Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl
Berekening KGO investering Tweede bedrijfswoning Ensink - Vollenhoekweg 16 - Tilligte Vergroting bouwvlak (agrarisch naar agr. Bouwvlak)
aantal 1.100 €
€ / eenh 16,00 €
10-1-22 Totaal 17.600,00
€
-13.200,00
€ 4.400,00 € 250,00 €
4.400,00 -440,00 -500,00
€
3.460,00
€
3.460,00
(Verschil van € 6,- en € 22,- > € 16,- per m2 investeren als KGO)
Functioneel aan het buitengebied gebonden (25% investeren van waardevermeerdering) subtotaal investering Advieskosten KGO plan Kosten kwaliteitsgroep
-10% € 2 €
Subtotaal investering
In te zetten binnen de kern (20%) is € 692,00 (mogelijkheid)
totaal KGO berekening
Projectnaam: Datum:
2e Bedrijfswoning Ensink 1-2-22 Blad: 1/1
BESTEKS POSTNUMMER
HOEVEELHEIDS OMSCHRIJVING
EENHEID RESULTAATS VERPLICHTING
PRIJS PER
TOTAAL
B
EENHEID IN EURO
BEDRAG IN EURO
T W
1
LANDSCHAPSELEMENT 1 t/m 4 - basisinspanning
2
VERBETEREN BEHEERPAKKET 39a - Bodemverbetering bouwland met ruige mest Water dient zo lang mogelijk vast te worden gehouden op het perceel zonder directe verbindingen met aanliggende sloten - watergangen
20010 20020 20030
Verondiepen bestaande sloot - 120 meter - om waterafvoer te vertragen Inzet hydr. Graafmachine uur 8,0 V € Inzet tractor met dumper uur 8,0 V € Leverantie zand/teelaarde (1m3/3m1) m3 40,0 V €
3 30010 30020 30030 30040 30050
WANDELPAD 75 METER + Twents hekwerk Grondvoorbereiding hydr. Kraan uur Inzet tractor met dumper uur Levering graszaad kg Levering Twents hekwerk st Plaatsen hekwerk uur
SUBTOTAAL EXCL. BTW BTW code 1 BTW code 2
4,0 V 4,0 V 5,0 V 1,0 7,0 V
80,00 70,00 18,50
€ € €
640,00 560,00 740,00
1 1 1
€ 80,00 € 70,00 € 15,00 € 550,00 € 50,00
€ € € € €
320,00 280,00 75,00 550,00 350,00
1 1 2 1 1
€ € €
3.515,00 664,65 31,50
1 2
€
4.211,15
21% 9% TOTAAL
Bijlage 3
54
Notitie geluid
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
retouradres
adres
Twentepoort Oost 61-14, 7609 RG Almelo
Ad Fontem Ruimtelijk Advies t.a.v. mevr. G. Minkjan Stationsstraat 37 7622 LW Borne
datum contactpersoon
postcode
7609 RG Almelo
telefoon
0546 – 898 200
info@geluidplus.nl
internet
www.geluidplus.nl
KvK
projectnr. 21.422
17 februari 2022
Twentepoort Oost 61-14
61864978
BTW-nr
854522475B01
pagina
1 van 4
betreft Akoestisch onderzoek Vollenhoekweg 16 te Tilligte
R. de Graaf
Geachte mevrouw Minkjan, Er ligt een voornemen om bij het agrarisch bedrijf aan de Vollenhoekweg 16 te Tilligte een nieuwe woning te realiseren. Omdat deze woning in de nabijheid van de bedrijfslocatie aan de Vollenhoekweg 12 is gelegen, is de inpassing van de woning nabij dit bedrijf nader beoordeeld. De beoordeling is uitgevoerd in het kader van een wijziging van het bestemmingsplan. In het kader van goede ruimtelijke ordening moet bij de realisatie van een woning een goed woonen leefklimaat geborgd worden. Daarnaast mag bij de realisatie van een nieuw geluidgevoelig gebouw de geluidruimte van bestaande bedrijven niet beperken. Het bedrijf, Bora Verspaning, aan de Vollenhoekweg 12 betreft een inrichting met milieucategorie 3.2 en heeft een richtafstand (VNG) van 100 meter. Omdat de nieuwe woning binnen deze afstand ligt, is nader onderzoek naar de akoestische inpassing nodig. Situatie Bij het bedrijf aan de Vollenhoekweg 16 te Tilligte wordt een tweede bedrijfswoning gerealiseerd. De locatie van de nieuwe woning is buiten het bouwvlak, conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’, gelegen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een wijziging van het bestemmingsplan. De betreffende woning wordt gerealiseerd in de nabijheid van de bedrijfslocatie aan de Vollenhoekweg 12. Op deze locatie is het bedrijf Bora Verspaning gevestigd.
Om deze bedrijvigheid mogelijk te maken is op 17 augustus 2021 het wijzigingsplan ‘Buitengebied, Vollenhoekweg 12 Tilligte’ vastgesteld. In figuur 1 is de ligging van de nieuwe woning opgenomen, ca. 69 meter ten noorden van de bedrijfsbestemming aan de Vollenhoekweg 12. Het noordelijk deel van deze bedrijfsbestemming bevat een (bedrijfs)woning en tuin. Het bedrijf zelf is gevestigd in het bedrijfsgebouw (bouwjaar 2021 volgens het BAG) in het midden van het kavel.
17 februari 2022
projectnr. 21.422
pagina 1 van 4
Figuur 1: situatie (bron: ruimtelijke plannen en google maps)
nieuwe woning
BP Vollenhoekweg 12 bedrijfswoning
bedrijfsruimte
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente heeft in 2008 het ‘Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Dinkelland, nota geluidsbeleid’ opgesteld. Het doel van het geluidbeleid is het stellen van een beoordelingskader voor geluid voor een betere afstemming tussen ‘milieu’ en ‘ruimtelijke ordening’. In het beleid zijn verschillende uitgangspunten en criteria zijn opgenomen waaraan voldaan dient te worden bij realisatie van of wijziging naar nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Het geluidbeleid geeft per gebiedstypering de gebiedsgerichte ambities en bovengrens aan, die ertoe moeten leiden dat geluid in een vroeg stadium bij een ruimtelijke ontwikkeling van nieuwe situaties wordt meegenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende geluidklassen en gebiedstypen. De geluidklassen variëren van “zeer rustig” tot “zeer lawaaiig”. Per geluidklasse is een range met geluidbelastingen gekoppeld, bijvoorbeeld van 46 t/m 50 dB(A) wordt als “redelijk rustig” gekwalificeerd voor het geluid van bedrijven (industrielawaai). Voor spoorweg- en industrielawaai zijn andere combinaties van toepassing (zie tabel 1). Er zijn 7 verschillende gebiedstyperingen onderverdeeld, te weten “natuur”, “extensiveringsgebied”, “buitengebied”, “woongebied”, “centrum”, “gemengd gebied” en “bedrijventerrein”.
De gebiedstypering van de Vollenhoekweg 16 betreft conform de kaarten van het gemeentelijk geluidbeleid ‘buitengebied’. In tabel 1 zijn voor deze gebiedstypering de geluidklassen gegeven. Tabel 1: Gebiedstypering buitengebied,
17 februari 2022
projectnr. 21.422
pagina 2 van 4
Voor bedrijven betreft de ambitiewaarde in de gebiedstypering buitengebied “rustig”, de plafondwaarde bedraagt “redelijk rustig”. In tabel 2 zijn de geluidklassen opgenomen. Tabel 2: Geluidkwaliteiten Geluidklasse ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zeer rustig Rustig Redelijk rustig Onrustig Zeer onrustig Lawaaiig Zeer lawaaiig
Wegverkeerslawaai [dB]
Spoorweglawaai [dB]
Industrielawaai [dB(A)]
≤ 38 39 t/m 43 44 t/m 48 49 t/m 53 54 t/m 58 59 t/m 63 ≥ 64
≤ 45 46 t/m 50 51 t/m 55 56 t/m 58 59 t/m 63 64 t/m 68 ≥ 69
≤ 40 41 t/m 45 A 46 t/m 50 BG 51 t/m 55 56 t/m 60 61 t/m 65 ≥ 66
A: ambitiewaarde BG: bovengrens
De ambitiewaarde heeft betrekking om het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L Ar,LT). Deze geluidbelasting wordt getoetst op gevels van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen. Indien de ambitiewaarde wordt overschreden, dient onderzoek te worden gedaan naar bron- en overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger (gevelisolatie). Op basis van een goede onderbouwing en motivatie kunnen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dinkelland een afweging maken om hogere geluidbelastingen toe te staan.
Maximaal geluidniveau Het beleid stelt geen waarden voor het maximaal geluidniveau op gevels van woningen. Voor de ambitiewaarde en bovengrens wordt aangesloten bij de normen van het Activiteitenbesluit, te weten een maximaal (piek)geluidsniveau van ten hoogste 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Beoordeling geluid Vollenhoekweg 12 Het bedrijf Bora Verspaning betreft een metaalbewerkingsbedrijf met milieucategorie 3.2. Conform de VNG-richtlijn bedraagt de richtafstand 100 meter in landelijk gebied. Op deze afstand bedraagt de geluidbelasting, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, van een gemiddelde categorie 3.2 inrichting ongeveer 45 dB(A)1. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan voor de Vollenhoekweg 12 is ook het gemeentelijk geluidbeleid van toepassing. Volgens de beleidsuitspraak in het geluidbeleid wordt getoetst aan een geluidbelasting van 45 dB(A) op 50 meter uit de grens van de inrichting.
1 Etmaalwaarde = maximum (dagwaarde, avondwaarde + 5 dB(A), nachtwaarde + 10 dB(A))
17 februari 2022
projectnr. 21.422
pagina 3 van 4
De afstand tussen de nieuwe woning aan de Vollenhoekweg 16 en de grens van de inrichting aan de Vollenhoekweg 12 bedraagt 69 meter. Omdat de geluidbelasting, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, op 50 meter uit de erfgrens ten hoogste 45 dB(A)1 mag bedragen, wordt op 69 meter ruim aan de ambitiewaarde van de gebiedstypering voldaan. Het maximaal (piek)geluidniveau voor de bedrijfsactiviteiten van Bora Verspaning is gerelateerd aan het laden en lossen van goederen en producten. Het maximaal geluidvermogen (Lw,max) van deze activiteiten bedraagt 108 dB(A) voor een rijdende vrachtwagen en 110 dB(A) voor laden en lossen. Op basis van (alleen) de geometrische uitbreiding van geluid levert dat de volgende maximale beoordelingsniveaus op ter plaatse van de nieuwe woning: ▪ LAmax = 60 dB(A) vanwege een rijdende vrachtwagen. Hierbij is rekening gehouden met een afstand van 69 meter tot de woning, deze activiteit zou op de noordelijke erfgrens plaats kunnen vinden. De geometrische afname van geluid bedraagt Dgeo = 48 dB(A); ▪ LAmax = 57 dB(A) vanwege laden en lossen. Hierbij is rekening gehouden met een afstand van 130 meter tot de woning, deze activiteit vindt ten zuiden van de bedrijfswoning plaats.
De geometrische afname van geluid bedraagt Dgeo = 53 dB(A); ▪ Voor beide situaties wordt voldaan aan het maximaal geluidniveau van ten hoogste 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Conclusie Voor de realisatie van een nieuwe woning bij het agrarisch bedrijf aan de Vollenhoekweg 16 te Tilligte is het aspect geluid beoordeeld. De woning wordt op een afstand van 69 meter ten noorden van de bedrijfslocatie aan de Vollenhoekweg 12 gerealiseerd. Op basis van het gemeentelijk geluidbeleid bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege de bedrijfslocatie vaan de Vollenhoekweg 12 ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter buiten de grens van de inrichting. De woning op nummer 16, gelegen op 69 m ten noorden van de inrichting, voldoet daarmee aan de ambitiewaarde van 45 dB(A) conform de gebiedstypering. Het maximaal (piek)geluidniveau als gevolg van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de Vollenhoekweg 12 bedragen ten hoogste 60 dB(A). Hiermee wordt aan acceptabele waarden, conform het Activiteitenbesluit, voor piekgeluiden in zowel de dag-, avond- als nachtperiode voldaan. De nieuw te bouwen woning aan de Vollenhoekweg 16 is ruimtelijk inpasbaar in de nabijheid van de bedrijfsdoeleinden zoals bedoeld in het wijzigingsplan ‘Buitengebied, Vollenhoekweg 12 Tilligte’. Met vriendelijke groet,
dhr. R. (Richard) de Graaf Adviseur akoestiek
17 februari 2022
projectnr. 21.422
pagina 4 van 4
Bijlage 4
Geuronderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
59
Bijlage 5
64
Bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Vollenhoekweg 16
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2021-276
Locatie:
Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Opdrachtgever:
Dhr. Ensink Vollenhoekweg 16 7634 RE Tilligte
Datum:
1 december 2021
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Verkennend Bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Opdrachtgever:
Dhr. Ensink Vollenhoekweg 16 7634 RE Tilligte
Adviesbureau:
Terra Agribusiness BV Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 1 december 2021 2021-276
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2021-276
1-12-2021
Pagina 2 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.4 Directe omgeving locatie
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
8
Onderzoeksresultaten
9
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
9
4.2 Analyseresultaten
9
4.3 Toetsing van de hypothese
10
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
10
4.5 Beleidsdocument "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel"
10
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2021-276
11
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2500) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's onderzoekslocatie
1-12-2021
Pagina 3 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
1 Inleiding In opdracht van Dhr. Ensink heeft Terra Agribusiness BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen bouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Het procescertificaat van Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2021-276
1-12-2021
Pagina 4 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegeven van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Dinkelland
Historische informatie van de Gemeente
Informatie Opdrachtgever
Dhr. Ensink
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie
Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Kadastrale gemeente
Denekamp
Sectie
K
Percelen
472
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
<1500 m2 m2
Eigenaar/ gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit grasland in gebruik als opslag
Bebouwing
Ter plaatse staat geen bebouwing
Verharding
De onderzoekslocatie is geheel onverhard
2.2 Algemene informatie locatie De locatie bevindt zich aan de Vollenhoekweg 16 in het buitengebied van Tilligte. Op de locatie is een agrarisch bedrijf gelegen. De opdrachtgever is voornemens om een tweede bedrijfswoning te realiseren op de locatie. Op historische kaarten is vanaf 1850 bebouwing op de locatie te zien. De huidige woning is volgens het BAG-register gebouwd in 1971. Het bijgebouw is volgens het register gebouwd in 1985. De schuren aan de overzijde van de weg zijn gebouwd tussen 1961 en 2000. De Vollenhoekweg ligt door het erf. Westelijk van de Vollenhoekweg staat de bedrijfswoning met bijgebouw. Oostelijk van de weg staan de schuren. De schuren bestaan uit een machineberging en veeschuren. Het agrarisch bedrijf valt onder de Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet. Uit historische informatie is gebleken dat er een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 1200 liter op de locatie aanwezig is (geweest). Deze bevindt zich op enige afstand van de onderzoekslocatie. De daken van de schuren bevatten geen asbesthoudende dakbedekking volgens de opdrachtgever. Onderhavige onderzoekslocatie bestaat uit een deel grasland zuidelijk van de schuren. De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, altijd in gebruik geweest als landbouwgrond en opslag voor materialen.
2021-276
1-12-2021
Pagina 5 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Tot en met 1954 is op historische kaarten te zien dat er een sloot heeft gelopen langs de onderzoekslocatie. Deze sloot is niet meer op de kaarten te zien, maar is nog wel reeds aanwezig. Deze valt buiten de onderzoekslocatie. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn in er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.4 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Tilligte. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk agrarische bedrijven, landbouwpercelen en enkele woonhuizen. De directe omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als "Vollenhoek". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 20 meter boven NAP.
2021-276
1-12-2021
Pagina 6 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook de brandweeroefenplaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat er sinds circa 1850 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat er tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in verwerkt is. Het is echter niet aannemelijk dat er asbest in de bodem van onderhavige onderzoekslocatie is terecht gekomen.
Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat de schuren geen asbesthoudende dakbedekking bevatten. De twee zuidelijke schuren nabij de onderzoekslocatie bevatten in het verleden waarschijnlijk asbesthoudende dakbedekking waar het lekwater rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. De schuren vallen echter buiten onderhavige onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem.
2021-276
1-12-2021
Pagina 7 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 dient de boven- en ondergrond te worden onderzocht conform onderzoeksstrategie ONV-NL. Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden: Tabel 3 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Onverdacht (ONV)
-
-
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 november 2021 (plaatsing peilbuis en monstername grond), 12 november, 17 november en 19 november 2021 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 4 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie
Ondiepe boringen1
Gehele locatie
6
Diepe boringen2
Peilbuizen
1
1
Analyses grond
Analyses water
2x st. grond AS3000
1x st. grondwater AS3000
1
Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. Tabel 5 Analyse onderzochte monsters Analyse monster BM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
Analyse monster Pb1wm1 Pb1wm2 Pb1wm3
Traject (m-mv) 2,30 - 3,30 2,30 - 3,30 2,30 - 3,30
Deelmonsters
Analyse
1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
Analyse NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) Barium (Ba) (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
2021-276
1-12-2021
Pagina 8 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, zwak humeus. De ondergrond bestaat eveneens uit matig fijn zand, plaatselijk zwak leemhoudend. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Tabel 6 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 1
Diepte boring (m -mv) 3,30
2
2,00
5 6 7 8
0,50 0,50 0,50 0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
zwak leemhoudend zwak leemhoudend, zwak veenhoudend zwak leemhoudend zwak leemhoudend, zwak veenhoudend zwak leemhoudend zwak leemhoudend zwak leemhoudend zwak leemhoudend
Er is geen puin of asbestverdacht materiaal aan het oppervlak of in de boringen aangetroffen. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen: Tabel 7 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1 Pb1wm2 Pb1wm3
Filterdiepte (m -mv) 2,30 - 3,30 2,30 - 3,30 2,30 - 3,30
Grondwaterstand (m -mv) 0,92 0,90 0,90
pH (-) 6,9 6,8 6,9
EC (µS/cm) 1453 1430 1396
Troebelheid (NTU) 8,43 14,7 12,2
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab te Deventer. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Tabel 8 Analyseresultaten NEN 5740 Monster
Traject (m-mv)
BM1
0,00 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
Pb1wm1 Pb1wm2 Pb1wm3
2,30 - 3,30 2,30 - 3,20 2,30 - 3,30
Samenstelling 1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00) Pb1 Pb1 Pb1
Verhogingen -
-
Ba** Ba**
* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde
2021-276
1-12-2021
Pagina 9 van 17
Verkennend bodemonderzoek Perceel t.o. Vollenhoekweg 16 te Tilligte
Tijdens het analyseren van het watermonster Pb1wm1 is het monster voor aromaten en chloorhoudende koolwaterstoffen gesneuveld in het laboratorium. Hierop is opnieuw een watermonster (pb1wm2) genomen en geanalyseerd. Het watermonster Pb1wm1 is geanalyseerd op minerale olie en zware metalen en Pb1wm2 is geanalyseerd op aromaten en chloorhoudende koolwaterstoffen. 4.3
Toetsing van de hypothese
Deellocatie
Gestelde hypothese
Hypothese verworpen of aangenomen
Gehele locatie
Onverdacht
Verworpen
Opmerkingen
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek De matige verhoging barium in het grondwater geeft aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Deels is dit nader onderzoek reeds uitgevoerd door middel van her-bemonstering van de bestaande peilbuis. 4.5 Beleidsdocument "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel" Conform de eisen van enkele Overijsselse gemeenten dient, in het geval van een interventiewaarde verhoging met zware metalen in het grondwater, het beleidsdocument: "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel" te worden toegepast. Beslismoment 1 Relatie (historische) bedrijfsactiviteit of bodemvreemd materiaal. Uit de bekende historische informatie voortkomend uit de geraadpleegde bronnen (Hoofdstuk 2) blijkt dat de verhoging niet te relateren is aan (historische) (bedrijfs)activiteiten en/of de aanwezigheid bodemvreemd materiaal. Zoals beschreven in het beslisschema, moet er indien er een historisch bodemonderzoek is uitgevoerd, en de verontreiniging niet te relateren is aan een (historische) (bedrijfs)activiteit of bodemvreemd materiaal, moet er worden overgegaan op "Beslismoment 3a". Beslismoment 3a Is de verontreiniging te relateren aan bodemprocessen? Het hulpmiddel "achtergrond bodemprocessen" is getoetst om te beoordelen of de verhoging door bodemprocessen is ontstaan.