CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum.pdf

Commissie Omgeving & Economie 3 oktober 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum”30.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPROEPENBLTWG18VG01

Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 25

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

33 33

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

33 35 36 37 39 40 41 43

Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

45 45 45

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

56

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Rood voor Rood

73

2

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Bijlage 3

Verkennend- en Nader bodemonderzoek

76

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

215

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

249

Regels

257

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

259 259 266

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 2

267 267 269 274

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

275 275 276 277 278 279 280

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

283

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

283 284

Bijlagen bij de regels

285

Bijlage 1

Sloopopgave Roepenbeltweg 16-18

286

Bijlage 2

Landschappelijk inrichtingsplan

288

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Roepenbeltweg 16-18 bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met twee bedrijfswoning en diverse agrarische bedrijfsgebouwen. Doordat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn gestaakt, is initiatiefnemer voornemens om ter plaatse van het plangebied, in het kader van de Rood voor Rood-regeling de landschapsontsierende bebouwing te slopen. Ter compensatie wordt een woning gerealiseerd op het erf. De nieuwe woning zal in een soortgelijke stijl worden gebouwd als de historische bebouwing die in het verleden op de beoogde bouwplek heeft gestaan. De bestaande woningen en enkele bijgebouwen die in goede staat zijn blijven behouden. Concreet gaat het om de sloop van 1.337 m² landschapsontsierende bebouwing op het perceel wat wordt ingezet in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Ter compensatie van de sloop van tenminste 1.200 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt een bouwrecht voor een compensatiewoning met bijgebouw verkregen. Van de sloopoppervlakte boven de sloopnorm (137 m²) mag een gedeelte worden teruggebouwd, dan wel behouden blijven voor het realiseren van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. In voorliggend geval betreffen de extra sloopmeters asbestvrije meters, waardoor afgerond 68,5 m² aan extra bijgebouwen mogelijk wordt gemaakt.

Tevens wordt gebruik gemaakt van de beleidsmatige mogelijkheid die is opgenomen als binnenplanse afwijking in (36.3 onder lid d) van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" en 4.3 onder lid d van voorliggend plan. Zodoende kan bij percelen het bij recht toegestane oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden vergroot tot 200 m². Deze binnenplanse afwijking is bij twee woningen van toepassing. Hoe het vorenstaande zich verhoudt tot de woningen wordt in hoofdstuk 3 nader uiteengezet. Tot slot wordt het gehele erf landschappelijk ingepast. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland heeft in dit geval op 26 april 2022, besloten om principemedewerking te verlenen aan het initiatief. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Zoals in de aanleiding reeds is genoemd gaat het om de percelen van de Roepenbeltweg 16-18 in Rossum (kadastraal bekend als sectie E - nummers 996, 1184, 1202 en 1203. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in het buitengebied en ten opzichte van de directe omgeving aangeven met respectievelijk een rode ster en belijning. Voor de exacte ligging en begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK.nl)

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 7

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPROEPENBLTWG18-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland, die op respectievelijk 18 februari 2010 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan perkeren Dinkelland" dient als borging van het parkeerbeleid van de gemeente Dinkelland. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Het plangebied heeft op basis van het geldende "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" de bestemming 'Agrarisch - 1' met bijbehorende functieaanduidingen en de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van dit geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is hierop indicatief aangeduid met rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemming ingegaan.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, aangezien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. De gronden zijn tevens voorzien van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning' waardoor niet één maar twee bedrijfswoningen toegestaan zijn. De gebouwen, waaronder overkappingen, met uitzondering van tunnelkassen en blaastunnels, mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel. Waarde - Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met hoge en zeer hoge archeologische waarden. Bij een oppervlakte groter dan 100 m² en/of een bodemingreep dieper dan 40 cm moet archeologisch onderzoek worden verricht. 8

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

1.4.3

Strijdigheid

Het in het plangebied realiseren van een compensatiewoning, alsmede het in gebruik nemen van de bestaande bedrijfswoningen als reguliere woningen, is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de bouw en het gebruik van de (compensatie)woningen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Rossum, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De omgeving van het plangebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en verspreid liggende woonpercelen. Het plangebied betreft het voormalige agrarisch erf. De agrarisch bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt. Het perceel is aan de oostzijde ontsloten op de Roepenbeltweg welke tevens de berenzing vormt van het plangebied. Aan de overige zijden vormen agrarische cultuurgronden de begrenzing waar aan de noord en zuidzijde enkele houtopstanden de begrenzing vormt. Op het erf staan twee bedrijfswoningen met twee bijgebouwen bijhorende de woning en drie voormalige agrarische schuren. Een oude boerderij op het achtererf is in het verleden al gesloopt. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld opgenomen vanaf de Roepenbeltweg.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK.nl)

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 11

Afbeelding 2.2: Straatbeeld Roepenbeltweg 16-18 (Bron: Google streetview)

12

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, zijn ter plaatse van het plangebied de agrarische bedrijfsactiviteiten gestopt. Om het plangebied een passende vervolgfunctie te geven, bestaat het voornemen om het agrarisch bedrijfsperceel om te vormen naar drie woonpercelen. Twee woonpercelen betreffen de bestaande bedrijfswoningen. Het derde woonperceel wordt verkregen door deel te nemen aan de rood-voor-rood regeling. Hiertoe wordt 1.337 m² aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt, waardoor een compensatiewoning mogelijk kan worden gemaakt. Het gehele erf wordt landschappelijk ingepast. In dit geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld welke is toegevoegd als Bijlage 1 bij deze toelichting. De aanleg en de instandhouding is geborgd met een kwalitatieve verplichting in de planregels. In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de sloopopgave, gewenste situatie en de landschappelijke inpassing. 3.1.1

Sloopopgave

Om een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te bereiken, wordt voor 1.337 m² aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Ter plaatse worden zodoende drie landschapsontsierende schuren gesloopt (zie afbeelding 3.1, en E op tekening in afbeelding 3.2). De overtollige erfverharding op het erf zal verwijderd worden. De schuren en erfverharding maakten van oorsprong onderdeel uit van het agrarische bedrijf aan de Roepenbeltweg 16. Twee bijgebouwen bij de woning Roepenbeltweg 16 zijn nog in goede staat en blijven behouden. Deze bijgebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 117 m². In afbeelding 3.1 zijn de te slopen schuren weergegeven. In paragraaf 3.1.2 wordt nader op de gewenste situatie ingegaan.

Afbeelding 3.1: Te slopen bebouwing (Bron: BJZ.nu)

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 13

3.1.2

Gewenste ontwikkeling

De bestaande twee bedrijfswoningen op het erf worden omgezet naar reguliere woningen. Door de sloop van 1.200 m² kan tevens het recht worden verleend tot de realisatie van een compensatiewoning op het erf. In totaal zal het erf bestaan uit drie woningen (twee bestaande en één nieuwe compensatiewoning) met bijbehorende bijgebouwen. Twee bijgebouwen bij Roepenbeltweg 16 blijven behouden. Voor de nieuwe compensatiewoning en nummer 18 wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. De compensatiewoning wordt gebouwd zoals een traditionele, karakteristieke boerderij.Het idee voor de woning op deze locatie komt weg vanuit het oorspronkelijke erf. De oude boerderij heeft namelijk daar vlak naast gestaan (D op tekening). In de nieuwe opzet (met sloop van schuren) zou het echter merkwaardig staan dat de boerderij eenzelfde oriëntatie kent. Het gebouw zou zich dan te veel afsluiten van de rest van de bebouwing dat samen één erfensemble zou moeten vormen. De nieuwe (woon)boerderij is daarom ten opzichte van de oorspronkelijke situatie iets verdraaid om een goede aansluiting te vinden bij de rest van het erf. Diverse bijgebouwen bij de diverse woningen zorgen voor nog wat meer verbinding. Alle woningen worden ontsloten via één hoofdweg richting de Roepenbeltweg. Woning A en B zijn reeds bestaand, maar richting de nieuwe (woon)boerderij wordt een nieuwe weg gelegd.

De aanleg wordt uitgevoerd met een gebakken steen. Met de aanleg van deze weg wordt ingezet op herstel van een cultuurhistorische laanbeplanting met aan weerszijden laanbomen (I). Aan het einde van de laan staat de (woon)boerderij die ten opzichte van de laan onder een kleine hoekverdraaiing staat. Deze verdraaiing geeft net voldoende effect om enigszins verrassend over te komen waardoor het geheel niet te strak lijkt. Er is nu meer sprake van een situatie die toevalligerwijs is ontstaan. De realisatie en behoud van bijgebouwen wordt mogelijk gemaakt via de binnenplanse afwijking (36.3 onder lid d) van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" en 4.3 onder lid d van voorliggend plan. Zodoende kan het oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij twee woningen vergroot worden. Samen met de extra vierkante meters die mogen worden gebouwd voor het overschot aan sloopmeters (137:2 = 68,5 m²), mag binnen het plangebied extra oppervlak aan bijgebouwen worden gerealiseerd. De m² zijn als volgt verdeeld: woning B onder voorwaarde (via 4.2.2 onder lid c, sub 2) 200 m²; woning C onder voorwaarde (via 4.2.2 onder lid c sub 2) + de extra sloopmeters= 268,5 m². Afbeelding 3.2 toont een uitsnede van de toekomstige erfinrichting en het ruimtelijk kwaliteitsplan voor het plangebied. In paragraaf 3.1.3 wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Afbeelding 3.2: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Roepenbeltweg 16-18 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)\ 3.1.3

Landschappelijke inpassing

De laan (I) wordt aan de noordzijde aangeplant met 10 stuk zomereik of zomerlinde in de maat 14-16 (stamomtrek in cm). Aan de zuidzijde van de laan wordt de laan versterkt en opgewaardeerd tot een bomengroep (J) waarmee min of meer een erfbos ontstaat. Dat gaat bij bomen in een volwassen stadium zorgen voor een zeer karakteristiek beeld. Tot slot worden nog enkele solitaire bomen aangeplant om de dragende landschapsstructuren verder te versterken. De bestaande houtopstanden (K) rondom het plangebied blijven behouden, tevens wordt buiten het plangebied (O) een solitaire boom beschermd door middel van een raster rondom de boom. Het erf blijft richting de westkant open voor een optimale verbinding met het achterliggende landschap Samengevat de landschappelijke maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit: Bouw van (woon)boerderij op nagenoeg de oorspronkelijke plek;; Bouw van (woon)boerderij in kenmerkende stijl; Herstel van cultuurhistorische laan met gebakken klinkers; Aanplant van laanbeplanting c.q. erfbos; Aanplant van enkele bomen ter versterking van landschapsstructuren; Bescherming van solitaire boom en behouden en versterken huidige groenstructuren. Deze inpassing en instandhouding is geborgd in de planregels met een zogenoemde voorwaardelijke verplichting.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Dinkelland hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Het toetsingskader voor het parkeren is conform het gemeentelijke beleid de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Met dit initiatief wordt aan de Roepenbeltweg 16-18 een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld. Ter compensatie wordt een woning gerealiseerd op het erf gerealiseerd. Hierdoor zal er ter plaatse van het plangebied per saldo sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen. De locatie wordt op een verkeersveilige en overzichtelijke wijze ontsloten op de Roepenbeltweg. Het omliggende wegennet is daarnaast van voldoende omvang en beschikt over voldoende capaciteit om deze toename van verkeersbewegingen afdoende te kunnen afwikkelen. Daarnaast is ter plaatse sprake van ruim voldoende ruimte om het parkeren op eigen terrein te regelen. 3.2.2

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 15

16

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 17

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In dit geval sprake is van de toevoeging van één nieuwe compensatiewoning en bijhorende bijgebouwen op het plangebied in Rossum. Verder worden de voormalige agrarische bedrijfswoningen middels voorliggend bestemmingsplan gewijzigd naar reguliere burgerwoningen. Gelet op vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen 18

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 19

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 lid 1 In dit geval wordt een compensatiewoning gerealiseerd op agrarische gronden die deel uit hebben gemaakt van een voormalig agrarisch bedrijf.

Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland af. De ontwikkeling legt geen extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving door de sloop van de landschapsontsierende bebouwing en de verwijdering van overtollige erfverharding. Tevens worden de gebouwen geclusterd gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied wordt 1.337 m2 aan bebouwing gesloopt. Het initiatief is in lijn met de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.

– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 21

redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 1.337 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Het landschappelijk inpassen van het plangebied 3.1.3 Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3, waar uitgebreid op dit aspect is ingegaan. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één compensatiewoning op basis van de rood-voor-rood-regeling en de realisatie van bijbehorende bijgebouwen.

Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt het recht voor één extra wooneenheid verkregen. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De toekomstige bewoners wonen in de gemeente. Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven De locatie van het plangebied is met een rode ster aangeduid. Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief 22

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

De wijziging van de agrarische gronden naar een woonbestemming en de realisatie van de compensatiewoning en bijgebouwen is passend binnen het mixlandschap. Ter plaatse is namelijk ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder de nieuwe woonfunctie. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt passend. Voorliggend initiatief gaat uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing, daarnaast wordt het plangebied landschappelijk ingepast en wordt de agrarische bedrijfsbestemming wegbestemd. Het initiatief draagt dan ook bij aan het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen in het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen.

Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 23

Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn ingericht als agrarische bedrijfserf. Middels de ontwikkeling zal het een volledig woonerf worden. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De sloop van de gebouwen heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag. Middels een ruimtelijk kwaliteitsplan wordt ter plaatse van het plangebied ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het perceel wordt landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.1.3 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt binnen het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

'Jonge heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing op het plangebied en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten en te versterken met nieuwe, gebiedseigen beplanting. Tevens zal de nieuw te bouwen compensatiewoning en bijgebouwen een uitstraling hebben die past bij het buitengebied en de bestaande gebouwen op het erf. Er is met name gekeken naar de situering zodat het erf één ensemble vormt. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.

De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' niet aangeduid. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. In voorliggend geval is het beleid van de gemeente Dinkelland van belang, aangezien deze ontwikkeling mogelijk is op basis van het beleid van deze gemeente en de realisatie van de compensatiewoning op een locatie binnen deze gemeente plaatsvindt.

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 25

4.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema's 'Aantrekkelijk wonen' en 'Toekomstgerichte agrarische sector' van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Het landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Buitengebied in balans De gemeente wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. In het buitengebied van de gemeente is er landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met haar inwoners, haar partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. Het plangebied is aangeduid met een blauwe ster. Het plangebied ligt in een gebied dat gericht is op ontwikkeling door lage waarden en een 26

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum

hoge dynamiek.

Afbeelding 4.6: Uitsnede Waardenkaart (Bron: Gemeente Dinkelland) Buitengebied in balans De gemeente Dinkelland wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulissenlandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.

Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met haar inwoners, haar partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het slopen van landschapsontsierende bebouwing, waarbij de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Tevens wordt op het erf een compensatiewoning en worden bijgebouwen gerealiseerd. Door middel van een Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt het plangebied landschappelijk ingepast. Hiermee wordt het verval en de verkrotting van het karakteristieke erven voorkomen en bijgedragen aan het behoud en het versterken van de identiteit van het landschap. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse fors versterkt. Verder wordt er met de woonfunctie ter plaatse op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid van het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'.

bestemmingsplan Buitengebied, Roepenbeltweg 16-18 Rossum 27

4.3.2

Woonvisie Dinkelland 2021+

4.3.2.1 Algemeen Op 5 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2021+ vastgesteld. De woonvisie vormt de basis voor strategische afwegingen die de gemeente maakt op het gebied van wonen. 4.3.2.2 Meer woningen De komende jaren gaat de gemeente voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. Om dat te bewerkstelligen is het ten eerste zaak om goed inzicht te hebben in die verwachte woningvraag. De afgelopen vijf jaar is het aantal huishoudens in Dinkelland gegroeid met ongeveer +470. Voor de komende jaren gaan de gemeente uit van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze woonvisie gaan de gemeente uit van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houden we ook rekening met de instroom van vestigers. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. De gemeente wil een ruimere plancapaciteit aan houden dan enkel koersen op de verwachte woningbehoefte. De ervaring leert dat een deel van de plannen vertraging oploopt of helemaal niet doorgaat.

Willen we tijdig kunnen inspelen op de behoefte dan is een programma van 130% reëel; zo'n 665 woningen (ervan uitgaande dat 30% van de plannen niet of vertraagd wordt gerealiseerd). 4.3.2.3 Reservering Rood voor Rood Er ligt een grote opgave voor het buitengebied. De verwachting is dat de komende jaren veel agrarische bedrijven zullen stoppen. Deze bedrijven moeten hierbij geholpen worden. Via de rood voor rood regeling wordt het financieel mogelijk om vrijkomende agrarische bebouwing te slopen door hiervoor in de plaats woningen te bouwen. Voor de ruimtelijke inpasbaarheid ligt de ontwikkeling van ruime grondgebonden woningen het meest voor de hand. Daarmee bieden we ruimte voor de vraag naar ruim wonen in het buitengebied, waarmee we inspelen op een regionale vraag (zowel woningzoekenden uit de gemeente Dinkelland als daarbuiten). De gemeente Dinkelland reserveert 60 woningen voor de rood voor rood regeling. Het is wel belangrijk dat de te realiseren woningen tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied leiden. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Dinkelland 2021+ Er is ruimte voor het toevoegen van in totaal 60 woningen in het kader van Rood voor Rood in het buitengebied. Het toevoegen van één compensatiewoning past binnen deze programmering. De noodzakelijke ruimte in het woningbouwprogramma is voor voorliggend plan gereserveerd.

In de brief van als reactie op het princiepverzoek heeft de gemeente Dinkelland aangegeven dat in het woningbouwprogramma één woning is gereserveerd. De compensatiewoning past dan ook binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Geconcludeerd wordt dat het initiatief is in overeenstemming is met de Woonvisie 2021+. 4.3.3

Buitengebied met kwaliteit

4.3.3.1 Algemeen Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Dinkelland. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Mede vanwege de opgaven in het buitengebied zijn bepaalde onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. 4.3.3.2 Extra woningen in lid 3.5 staat geschreven dat voor het toestaan van extra woningen binnen de functie ‘Wonen’ de volgende voorwaarden gelden: 1. Een extra woning wordt uitsluitend toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsimpuls in de vorm van de 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/721/documents/20181