CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen.pdf

Gemeenteraad 30 november 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen”22.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op de provinciale archeologische verwachtingenkaart is nagenoeg het gehele perceel opgenomen met de aanduiding "lage verwachting". Een smal strookje langs de Ossendijk heeft een middelhoge verwachtingswaarde.

Afbeelding 4.4: Uitsnede Archeologische verwachtingenkaart provincie Overijssel De gemeente Dinkelland heeft een eigen meer getailleerde archeologische verwachtingskaart en bijbehorend beleid opgesteld. Hierin zijn verschillende archeologische zones met de bijbehorende archeologische verwachtingen weergegeven.

Afbeelding 4.5 uitsnede archeologische verwachtingenkaart gemeente Dinkelland Toets Het plangebied is gelegen binnen 'beekdalen en overige laagten'. De archeologische verwachting is laag voor resten uit alle perioden. Het betreft hoofdzakelijk archeologische resten die in verband staan met beekdalgebonden activiteiten, zoals bruggen, voordes, watermolens etc. en mogelijke archeologische resten, bijvoorbeeld afvaldumps, die in verband staan met bewoning op nabij gelegen, hoge gronden. Er geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek dieper dan 40 centimeter, met uitzondering van gebieden met een lage verwachting binnen plangebieden met meerdere verwachtingszones en plangebieden met een lage verwachting 30

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

die grenzen aan terrein met waardevolle archeologische resten. In dit geval is de vrijstelling voor archeologisch onderzoek van toepassing en is derhalve geen archeologisch onderzoek vereist. Overigens ook niet omdat er geen bodemingrepen plaatsvinden. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er in het plangebied of in de nabije omgeving daarvan geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle inrichtingen of voorzieningen aanwezig zijn. Het voorliggend plan heeft daarmee geen negatieve gevolgen voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Aangrenzend aan aan de planlocatie ligt een bosgebied dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Op onderstaande afbeelding weergegeven als "natuur". De op de kaart weergegeven "Zone ondernemen met natuur en water buiten de NNN" maakt geen onderdeel uit van het NNN.

Afbeelding 4.6: uitsnede kaartbeeld Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) Qua gebruik, terreininrichting, en bebouwing verandert er niets binnen het perceel Ossendijk 4. Het toekennen van de woonbestemming heeft daarmee geen negatief effect op het aangrenzende NNN-gebied. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland heeft geen externe werking. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in een beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, Lonnekermeer is op 2,8 kilometer afstand van

het plangebied gelegen. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen natuurbeschermingswetvergunning aangevraagd te worden in het kader van gebiedsbescherming. Beschermde soorten Het plangebied behoort, samen met het aangrenzende bosgebied, vermoedelijk tot het functionele leefgebied van sommige vogel-, vleermuis-, amfibieën- en beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Deze soorten benutten de planlocatie hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in de beplanting. De vijverpartij is een permanente verblijf- en rustplaats voor amfibieën, waaronder kikkers. De planlocatie zelf behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. Het opnemen van een woonbestemming heeft geen effect op het beschermde (natuur)gebied. Er wordt immers niets gewijzigd qua terreininrichting, bebouwing en gebruik. De formele planherziening moet in beginsel wel aangemerkt worden als een "ruimtelijke ontwikkeling".

Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen "doden, verwonden en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties", als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden of om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te mogen beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Mits bezette vogelnesten beschermd worden en de werkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de minst kwetsbare periode voor amfibieën (half mei-september), dan leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Omdat er geen fysieke ingrepen of wijzigingen binnen het plangebied zijn voorzien, hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd die een verstorend effect hebben op de beschermde fauna.

Vanuit ecologie zijn er, met inachtneming van bovenstaande, geen belemmeringen voor het toekennen van een woonbestemming.

4.12 Verkeer en parkeren De gemeenteraad heeft in verband met parkeren de "Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018" vastgesteld. Die nota bevat parkeernormen voor met name de kernen, onderscheiden naar centrumgebied en over kerngebied. Voor het buitengebied zijn geen specifieke parkeernormen opgenomen. Deze beleidsregels zijn overgenomen in het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" dat op 29 mei 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. Verkeer Het perceel Ossendijk 4 wordt ontsloten vanaf de Ossendijk. De Ossendijk sluit aan op de Deurningerstraat, een provinciale weg met een hoge verkeersintensiteit. De Ossendijk maakt ook deel uit van een binnendoorroute vanaf Deurningen richting Hertme/Borne maar kent een lage verkeersintensiteit. Het aantal verkeersbewegingen op de Ossendijk zal niet wijzigen omdat er feitelijk geen sprake is van een functiewijziging op het perceel Ossendijk 4. Er werd en wordt gewoond en dat blijft zo in de toekomst. Het perceel is goed bereikbaar via een bestaande inrit met poort. Voor de poort is opstelruimte voor een auto aanwezig zodat de verkeersdoorstroming op de Ossendijk niet wordt gehinderd. Ook het aangrenzende bos blijft via een bestaande inrit bereikbaar. Het aspect verkeer en bereikbaarheid leveren geen belemmeringen op voor dit plan.

Parkeren Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende verharde parkeerruimte aanwezig is voor 3 à 4 auto's. De parkeersituatie is daarmee in overeenstemming met het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" en de onderliggende beleidsregels uit de "Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018". Het aspect parkeren levert geen belemmeringen op voor dit plan.

32

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

Bij het wijzigen van de bestemming is aangesloten bij het beleid en de regels zoals dat is verwoord in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'. Hieronder staan deze bestemmingen benoemd: Locatie Ossendijk 4 Bestemming 'Wonen' De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" en die van het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" worden overgenomen voor dit plan. Voor dit deel wordt de bestemming "Recreatie – Recreatiewoningen" gewijzigd in de bestemming "Wonen". Voor de nieuwe woonbestemming zijn de reguliere regels voor de bestemming "Wonen" uit het bestemmingplan "Buitengebied 2010" als uitgangspunt genomen. De volgende specificatie is toegevoegd aan de reguliere regels: - de realisatie van noodzakelijke kwaliteitsimpuls geborgd wordt door een kwalitatieve verplichting. Ten behoeve van de woning zelf, het hoofdgebouw, is op de verbeelding een bouwvlak opgenomen. De woning is uitsluitend toegestaan binnen dit bouwvlak. Het bouwvlak is zodanig vormgegeven dat de woning niet verplaatst kan worden richting Deurningerstraat. Dat is namelijk niet mogelijk vanwege de verkeersgeluidsbelasting van die weg. Voor het overige zijn alle planregels uit artikel 36 (de reguliere woonbestemming) zoveel mogelijk overgenomen.

Locatie Bornsedijk 9 Bestemming Agrarisch - 1 De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" en die van het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" worden overgenomen voor dit plan. Voor dit deel wordt de bestemming niet gewijzigd. De reguliere regels voor de bestemming "Agrarisch - 1" uit het bestemmingplan "Buitengebied 2010" zijn als uitgangspunt genomen. Bouwvlak Bebouwing is alleen mogelijk binnen het bouwvlak. Het bouwvlak zal qua vorm (niet qua oppervlakte) beperkt worden aangepast, afgestemd op de aanwezige kuilvoeropslag. Functieaanduiding specifieke vorm van Agrarisch - grondgebonden agrarisch bedrijf De intensieve tak stopt, vandaar dat de functieaanduiding wordt gewijzigd naar grondgebonden in plaats van gemengd.

34

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges, komen voor rekening van de aanvrager. Aanvrager is bereid een planschadeovereenkomst aan te gaan met de gemeente waarbij wordt afgesproken dat eventuele planschade voor rekening van aanvrager komt. Aanvrager is in ieder geval bereid alle planschade ten gevolge van de vaststelling en inwerkingtreding van het onderhavige plan te betalen dan wel te vergoeden aan de gemeente Dinkelland. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

6.2

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro zal het bestemmingsplan worden toegezonden aan het Rijk, de provincie Overijssel en het waterschap Vechtstromen. Het waterschap is via de digitale watertoets geïnifomeerd over en betrokken belangen bij het plan. Het Rijk en de provincie Overijssel heeft ten behoeve van het artikel 3.1.1 overleg een lijst opgesteld van categoriën van gevallen waarvoor het voeren van vooroverleg niet noodzakelijk is. 6.2.1

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 4, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 19 januari 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. 6.2.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.

36

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1 KGO plan

38

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

KGO Ossendijk 4 Deurningen

Op basis van taxatie is de waarde van de oude en nieuwe bestemming getaxeerd. De taxatie is gedaan op basis van een recreatieve bestemming en een woonbestemming. Dit leidt uiteindelijk tot een waardestijging die als basis voor de KGO inspanning dient. Waarde huidige bestemming:

€ 84.200

Waarde nieuwe bestemming:

€ 208.350

Waardevermeerdering:

€ 124.150

De functie wonen is een functie die vaker voorkomt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland en is daarom ook niet gebiedsvreemd. Daardoor geldt het percentage van 25% van de waardestijging voor de KGO inspanning. De locatie Ossendijk 4 ligt aan de rand van Deurningen. De weg van Hengelo naar Weerselo begrenst de woonkern en aansluitend aan deze weg ligt deze (woon)bebouwing). Vandaar dat gesteld wordt dat de locatie in de dorpsrandzone ligt en de 25% naar 12,5% gebracht kan worden. Op basis van KGO beleid in de kernrandzone 12,5 % van de waardevermeerdering als investering in KGO.

KGO investering benodigd:

€ 15.519

10% adviseurskosten:

€ 1.552

Sloopkosten Bornsedijk 9:

€ 10.000

Nog te investeren KGO:

€ 3.967

Het is reëel om in dit geval nog minder waardevermeerdering te verwachten. Het huidige bouwwerk op de recreatiebestemming is met een bestaande inhoud van 490 m3 is namelijk groter dan de reguliere inhoud van een recreatiewoning waar de taxatie op gebaseerd is. De conclusie luidt dan ook dat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voldoende is ten opzichte van de functieverandering op de locatie Ossendijk 4 in Deurningen.

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

40

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Juridisch Adviesbureau Nijland

Aanslagsweg 22

t.a.v. dhr. A.J.G. Nijland

7622 LD Borne

Het Bentman 4 telefoon

7582 DK LOSSER

074 7676 007

e-mail

info@munsterhuisgeluidsadvies.nl

datum

6 februari 2021

Ons kenmerk

B02.21.003-RM

Projectnummer

21.003

internet

www.munsterhuisgeluidsadvies.nl

project

Plan Ossendijk 4 te Deurningen

onderwerp

Briefrapport akoestisch onderzoek

Geachte heer Nijland, Hierbij zend ik u de resultaten van het akoestisch onderzoek betreffende het bepalen van de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai ter plaatse van de kavel aan de Ossendijk 4 te Deurningen. Inleiding Door Munsterhuis Geluidsadvies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting, afkomstig van het wegverkeer op de Deurningerstraat (N738). Het verzoek is een geluidsonderzoek uit te voeren naar de gevolgen van het wegverkeerslawaai op het perceel Ossendijk 4 in Deurningen. Het perceel heeft nu nog een recreatieve bestemming maar krijgt een woonbestemming met de mogelijkheid om daarop een nieuwe woning te bouwen ter vervanging van de aanwezige permanent bewoonde recreatiewoning. Op dit moment is nog niet bekend waar die woning precies gebouwd wordt en of deze uit 1 of 2 verdiepingen zal bestaan. In verband met de bestemmingsplanherziening is het noodzakelijk om aan te tonen dat de nieuwe woning gebouwd kan worden zonder dat er onaanvaardbare hinder ontstaat ten gevolge van het wegverkeersgeluid van de Deurningerstraat. Uit landschappelijk oogpunt is het niet mogelijk om geluidwerende voorzieningen in het overdrachtsgebied aan te brengen. Dat wordt nader toegelicht met het bestemmingsplan zelf.

Verder is met de gemeente afgestemd dat de bouwmogelijkheid voor de nieuwe woning op grond van het bestemmingsplan beperkt blijft tot het gebied waarvoor met vaststelling van een hogere grenswaarde nog gebouwd kan worden.

bank

ING Bank 65.20.43.232

k.v.k.

64846148

Projectnummer

21.003

Pagina

2 van 3

Het verzoek is derhalve om op basis van de verwachte toekomstige verkeersintensiteiten van de Deurningerstraat aan te geven waar de 53 dB –geluidscontour binnen het perceel Ossendijk 4 ligt op een hoogte van 1,5 m als op 4,5 m. Het gaat om de berekende 57 dB-contour met de gebruikelijke wettelijke aftrek van 4 dB. Deze contour bepaald de maximale grens voor het vaststellen van een hogere grenswaarde van (48 dB + 5 dB =) 53 dB en dient als uitgangspunt voor het bestemmingsplan en de daarin op te nemen regels. De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.

Wetgeving Wegverkeer Grenswaarden geluidbelasting In de Wgh worden twee grenswaarden gesteld ten aanzien van wegverkeerslawaai, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde.

In onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de grenswaarden die voor het plan van toepassing zijn.

Tabel 1. Overzicht grenswaarden wegverkeerslawaai. aanwezige weg buitenstedelijk

Woningen

voorkeursgrenswaarde

maximaal te verlenen ontheffingswaarde

48 dB

53 dB

Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van de stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard, kan een hogere waarde worden vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Wanneer ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels of afschermende voorzieningen.

Aftrek conform artikel 110g Wgh Voor de toetsing is de geluidbelasting op de gevels berekend inclusief aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder. Deze aftrek bedraagt 5 dB voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/uur. Voor wegen met een snelheid hoger of gelijk aan 70 km/uur is een ander methodiek van toepassing.

Projectnummer

21.003

Pagina

3 van 3

Voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, wijzigt de aftrek op basis van artikel 110g Wgh (art. 3.4, lid 1) in:

4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is.

3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is;

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Wegverkeergegevens De verkeersgegevens van de Deurningerstraat zijn afkomstig van verkeerstellingen aangeleverd door de gemeente geldig voor het jaar 2031. De gehanteerde verkeersgegevens zijn in bijlage 1 gegeven

Resultaten Voor de bepaling van de geluidbelasting door het wegverkeer zijn berekeningen uitgevoerd conform Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. In het rekenmodel (Geomilieu, versie 20.1) zijn de gebouwen, bodemgebieden bronnen (wegen) ingevoerd. De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 1.

Berekend is de 57 dB –geluidcontour binnen het perceel Ossendijk 4 op een hoogte van 1,5 m als op 4,5 m. Voor de berekende 57 dB-contour mag namelijk de gebruikelijke wettelijke aftrek conform art. 110g Wgh van 4 dB worden afgetrokken. Deze contour bepaald derhalve de maximale grens voor het vaststellen van een hogere grenswaarde van 53 dB en dient als uitgangspunt voor het bestemmingsplan. De rekenresultaten exclusief 4 dB aftrek ex artikel 110g Wgh, zijn opgenomen in bijlage 2, figuur 2 en 3.

Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groet,

Ing. R.P.M. Munsterhuis Munsterhuis Geluidsadvies

Bijlagen: 1 en 2

Bijlage 1

Invoergegevens

Deurningerstraat

W4b

Wegdek 80

V(LV(D)) 80

V(LV(A)) 80

V(LV(N))

Geomilieu V2020.1 rev 2 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Omschr.

01

80

V(MV(D))

wegverkeer model 1,5 m hoogte (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam

Model: Groep:

Plan Ossendijk 4 te Deurningen Invoergegevens, weg

80

V(MV(A)) 80

V(MV(N)) 80

V(ZV(D)) 80

V(ZV(A)) 80

V(ZV(N)) 5733,00

Totaal aantal 6,84

%Int(D) 3,05

%Int(A)

90,80

%LV(D)

13-1-2021 11:07:58

0,71

%Int(N)

21.003 Bijlage 1

95,20

%LV(A)

90,50

%LV(N)

7,50

%MV(D) 3,60

%MV(A) 7,40

%MV(N) 1,70

%ZV(D) 1,30

%ZV(A)

wegverkeer model 1,5 m hoogte (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Geomilieu V2020.1 rev 2 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

01

Naam

Model: Groep:

Plan Ossendijk 4 te Deurningen Invoergegevens, weg

2,10

%ZV(N)

13-1-2021 11:07:58

21.003 Bijlage 1

Bijlage 2

Rekenresultaten, geluidcontour 57 dB excl. aftrek

Bijlage 3 Watertoets

Bijlage 5: Rapport Watertoets

Behorende bij: Toelichting Bestemmingsplan “Wonen Ossendijk 4, Deurningen”

datum 29-12-2019 dossiercode 20191229-63-22146 Geachte heer/mevrouw Mr. ing. A.J.G. Nijland, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan Woonbestemming Ossendijk 4. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

datum 29-12-2019 dossiercode 20191229-63-22146 Samenvatting van de watertoets(geen waterschapsbelang) In dit document vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens op de website www.dewatertoets.nl. De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Voor algemene informatie over de watertoets van Vechtstromen kunt u ook terecht op de website van het waterschap www.vechtstromen.nlMocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van deze toets dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 088- 220 3333. U kunt ook een email sturen naar info@vechtstromen.nl. Uit deze toets komt de procedure geen waterschapsbelang. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens. __________________________________________________________________________________________ _____________________________________Gegevens aanvrager: Naam: Mr. ing. A.J.G.

Nijland Adres: Het Bentman 4 Postcode: 7582DK Plaats: Losser E-mail: info@janijland.nl Telefoon: 053-5387766 __________________________________________________________________________________________ _____________________________________Gegevens gemeente: Naam: Dinkelland E-mail: ?? Telefoon: ?? __________________________________________________________________________________________ _____________________________________Plan gegevens: Naam plan: Woonbestemming Ossendijk 4 Omschrijving van het plan: Permanent bewoonde recreatiewoning krijgt woonbestemming. Gebruik, terreininrichting en bebouwing blijven ongewijzigd. __________________________________________________________________________________________ _____________________________________Toets vragen: 1) Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? ja 2) Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? nee 3) Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee __________________________________________________________________________________________ _____________________________________

__________________________________________________________________________________________ _____________________________________Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

56

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Regels

58

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen' met identificatienummer NL.IMRO.1774.BUIBPOSSEN4BORNSE9-VG01 van de gemeente Dinkelland; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan-huis-verbonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan- en uitbouw: een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht deel uit maakt van dat (hoofd)gebouw); 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 agrarisch bedrijf: een bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.8 archeologische waarden: waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.9 bassin: een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bedrijf: het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, verhandelen, installeren en/of herstellen van goederen; 1.12 bedrijfsvloeroppervlak te: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.13 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is en waarin eveneens familieleden tot de 2e graad woonachtig mogen zijn, die niet werkzaam zijn op het bijbehorende bedrijf;

1.14 bestaand: ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, de na 1998 bij of krachtens de Woningwet aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsplan Buitengebied 2010 het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' met identificatienummer NL.IMRO.1774.BUIBPBUITENGEBIED-0402 van de gemeente Dinkelland; 1.17 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijgebouw: een gebouw, dat in bouwkundig en/of visueel opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw; 1.19 bosbouw: het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak : een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de

regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk : een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25 containerteelt: het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.26 cultuurgrond: grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die hobbymatig in gebruik zijn en niet worden gebruikt ten behoeve van een agrarische bedrijfsvoering; 1.27 cultuurhistorische waarden: waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van de geschiedenis; 1.28 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

60

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

1.29 evenement: elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toe-gankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uit-zondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten; 1.30 extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat on-dergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, de aanleg van een vis- of picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 1.31 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 geomorfologische waarden: de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan; 1.33 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het

bedrijf, zoals een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij enerzijds, of biologische bedrijven, waarbij dieren worden gehouden overeenkomstig de regels die krachtens artikel 2 van de bestaande Landbouwkwaliteitswet zijn gesteld ten aanzien van de biologische productiemethoden anderzijds, en naar de aard gelijk te stellen agrarische bedrijven als hiervoor genoemd; 1.34 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.35 huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.36 intensief veehouderijbedrijf: een agrarisch bedrijf of een deel daarvan met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met ten minste 250 m² bedrijfsvloeroppervlak dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet milieubeheer en waar geen melkrundvee (1), schapen of paarden worden gehouden, of waar geen dieren 'biologisch' (2) worden gehouden en waar geen dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer.

NB (1) Melkrundvee: melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie, met inbegrip van dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie worden gemest dan wel zijn drooggezet en worden afgemest en vrouwelijk vleesvee onder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren. NB (2) Het betreft dieren die worden gehouden overeenkomstig de regels die krachtens artikel 2 van de bestaande Landbouwkwaliteitswet zijn gesteld ten aanzien van de biologische productiemethoden; 1.37 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning is vereist; 1.38 kap: een dak met een zekere helling;

1.39 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.40 landschappelijke waarden: waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; 1.41 logiesverstrekkend bedrijf: een bedrijf waar, tegen vergoeding, logies worden verstrekt, waarbij de drie logieswooneenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf; naast het verstrekken van logies worden accommodaties aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.42 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.43 mest- en/of organische (bij)productvergisting het onder gecontroleerde omstandigheden (volledig afgesloten van lucht) afbreken van organische verbindingen door bacteriën waarbij methaangas vrijkomt; 1.44 niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet

afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel, zoals een intensief kwekerijbedrijf of een intensief veehouderijbedrijf; 1.45 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied (bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zullen de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet steeds onderdeel van het toetsingskader zijn); 1.46 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.47 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.48 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.49 peil: a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 2. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 3. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 4. de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. indien over of in het water wordt gebouwd: 1.

het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.50 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;

62

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

1.51 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en waarvoor geen winkelruimtes worden ingericht; 1.52 productiegerichte paardenhouderij een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, waarbij al dan niet in ondergeschikte mate het africhten en de handel van paarden plaatsvindt; 1.53 prostitutiebedrijf: een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; 1.54 sierteelt de teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken; 1.55 silo een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van opslag-doeleinden; 1.56 tunnelkas elke constructie van hout, metaal of enig ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teel-ten; 1.57 vollegronds tuinbouwbedrijf een bedrijf dat overwegend of uitsluitend is gericht op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond; 1.58 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de

ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.59 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.60 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.61 zorgfunctie een zorgfunctie als neventak bij een agrarisch bedrijf waarbij een directe relatie bestaat tussen de sociaal-medische opvang van personen en de agrarische bedrijfsactiviteiten, in dié zin dat de personen al dan niet behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buiten-zijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk : vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de (bouw)perceelgrens: tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst; 2.7 de afstand tot de weg: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de rand van de wegberm aan de zijde van de weg;

64

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik; b. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “grondgebonden”; c. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwperceel; met daaraan ondergeschikt: d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; e. doeleinden van agrarisch natuurbeheer; f. cultuurgrond; g. openbare nutsvoorzieningen; h. extensief dagrecreatief medegebruik; i. wegen en paden; j. beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen; k. terreinen voor evenementen; met de daarbijbehorende: l. bedrijfsgebouwen en overkappingen; m. bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd, waarbij deze bouwregels eveneens van toepassing zijn voor functies die na ontheffing van de gebruiksregels aan de agrarische bedrijven zijn toegevoegd; b. de gebouwen, waaronder overkappingen, met uitzondering van tunnelkassen en blaastunnels, zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel; c. er zullen, behoudens de bestaande, geen kassen en torensilo’s worden gebouwd; d. per gebied, dat is voorzien van een bouwperceel, mogen binnen een bouwvlak uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf worden gebouwd; e. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning” of “bedrijfswoning uitgesloten”; f.

de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, de bedrijfswoning op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, dan wel de gebouwen vóór de voorgevel van een bedrijfswoning zijn gebouwd, in welk geval de bestaande afstand dan wel de bestaande situering ten opzichte van de voorgevel van de bedrijfswoning geldt; g. de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

# bij gebouwen of overkappingen, die groter zijn dan: - 500 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een landschappelijk inpassingsplan; - 2.000 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een erfinrichtingsplan ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing en een goede ruimtelijke kwaliteitsverhouding tot de bestaande bebouwing. * tenzij de bestaande maatvoering in geval van bewoning van een boerderijpand met een woongedeelte en een deel meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van het boerderijpand inclusief de deel ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen, waarbij de inhoud van het woongedeelte binnen het boerderijpand ten hoogste 750 m³ zal bedragen, tenzij de bestaande inhoud van het woongedeelte meer bedraagt, in welk geval de inhoud van het woongedeelte binnen het boerderijpand ten hoogste de bestaande inhoud zal bedragen. ** de bouwhoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning. 3.2.2 Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. silo’s, platen en bassins zullen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwperceel, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - mestbassin”, in welke geval een mestbassin buiten het bouwperceel mag worden gebouwd; b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,50 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfswoning(en) en/of bedrijfsgebouwen binnen de bouwvlakken ten hoogste 2,00 m zal bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal binnen het bouwvlak ten hoogste 10,00 m bedragen; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal buiten het bouwvlak ten hoogste 2,00 m bedragen.

3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van:

66

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

a. het bepaalde in lid 3.2.1. onder b en toestaan dat gebouwen, waaronder overkappingen, gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. deze afwijking niet wordt toegepast op gronden die zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde Ecologie’ en/of ‘Waarde - Essen’; 2. de overschrijding van de bouwgrens ten hoogste 25,00 m zal bedragen en het bebouwde oppervlak niet meer dan 1,5 hectare zal bedragen; 3. het verzoek om afwijking vergezeld gaat van een landschappelijk inpassingsplan; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het bepaalde in lid 3.2.1. onder c en toestaan dat er kassen worden gebouwd, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de kassen per bouwperceel ten hoogste 500 m² zal bedragen, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel sierteelten/ of boomkwekerijbedrijf”, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte van de kassen per bouwperceel ten hoogste 2.500 m² zal bedragen; 2. de goot- en bouwhoogte van de kassen respectievelijk ten hoogste 4,00 m en 10,00 m zal bedragen; 3. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van boomkwekerijactiviteiten; 4.

deze afwijking niet wordt toegepast op gronden die zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde Essen’ of ‘Waarde - Archeologie 2’; 5. bij de situering van de kassen rekening wordt gehouden met een goede landschappelijke inpassing, zodanig dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden; 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. het bepaalde in lid 3.2.1. onder f en toestaan dat, daar waar geen sprake is van een bestaande afwijkende situatie of een bedrijfswoning op meer dan 50 m van de weg, een bedrijfsgebouw, een overkapping, een aan- of uitbouw of een bijgebouw op een afstand van minder dan 3,00 m achter de voorgevel dan wel vóór de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan mag worden gebouwd, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. het bepaalde in lid 3.2.1. onder g en toestaan dat de inhoud van een bedrijfswoning wordt vergroot tot ten hoogste 1.000 m³, mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede of een derde (huishouden van een) persoon; 2.

de vergroting noodzakelijk is voor het constante toezicht op het agrarisch bedrijf en er een bedrijfsomvang aanwezig is van minimaal 1,5 VAK in verband met de duurzaamheid van het bedrijf als volwaardig meermansbedrijf; 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in dié zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 4. er niet eerder een tweede bedrijfswoning is gebouwd; 5. tevens de afwijking in lid 3.5. onder d wordt toegepast; e. het bepaalde in lid 3.2.1. onder g en toestaan dat, in geval van gehele sloop van het woongedeelte inclusief de deel met een bestaande inhoud van meer dan 2.000 m³, een nieuw woongedeelte wordt gebouwd met een inhoud van ten hoogste 2.000 m³, mits: 1. het nieuwe woongedeelte wordt gebouwd overeenkomstig de bestaande karakteristieke hoofdvorm; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden, de woonsituatie, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. het bepaalde in lid 3.2.1. onder g en toestaan dat de inhoud van een woongedeelte binnen een boerderijpand wordt vergroot, mits: 1. de inhoud van het woongedeelte ten hoogste de inhoud van het boerderijpand inclusief de deel zal bedragen; 2.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. het bepaalde in lid 3.2.1. onder g en toestaan dat bedrijfsgebouwen worden gebouwd in de vorm van serrestallen of naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsgebouwen, mits: 1. het bouwperceel niet is gelegen op gronden gelegen binnen de grenzen van de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’; 2. er ten behoeve van de situering van de stal in verband met het bestaande bebouwingsbeeld en een zorgvuldige landschappelijke inpassing, een erfinrichtingsplan wordt opgesteld;

3. voldaan wordt aan de criteria van de notitie “Serrestallen in Noordoost Twente, maatwerk binnen heldere grenzen”, zoals opgenomen in Bijlage 1; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; h. het bepaalde in lid 3.2.2. onder a en toestaan dat kuilvoerplaten en naar de aard daarmee gelijk te stellen platen ten behoeve van opslagdoeleinden tot ten hoogste 50 m buiten het bouwperceel worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van een plaat, inclusief opstaande randen, ten hoogste 300 m² zal bedragen; 2. de hoogte van de opstaande randen van een plaat ten hoogste 2,00 m zal bedragen; 3. tevens de in lid 3.5. onder c genoemde afwijking wordt toegepast dan wel is verleend; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van mestvergisting en naar de aard daarmee gelijk te stellen activiteiten anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in lid 3.1. toegelaten bedrijvigheid en waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c. het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van landbouwproducten (maximaal zes maanden per jaar); d. het opslaan van agrarische producten binnen het bouwperceel voorzover het gronden betreft die gelegen zijn voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van een bedrijfswoning en/of bedrijfsgebouw of, indien geen bedrijfswoning aanwezig is, het dichtst bij de weg gelegen bedrijfsgebouw; e. het opslaan van zand, steen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen materialen, langer dan zes maanden per jaar; f. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het agrarisch gebruik (buiten het bouwvlak) of de bereikbaarheid van bebouwde percelen en veldschuren; g.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet-grondgebonden agrarisch bedrijf” of “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf”; h. het splitsen van een bedrijfswoning in meer dan één woning; i. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan de verkoop van eigen en streekeigen producten, dan wel detailhandel 1. vanuit een sierteelt- en/of boomteeltbedrijf, indien de verkoopvloeroppervlakte groter is dan 10% van de bestaande bedrijfsgebouwen, met een maximum van 100 m²; 2. in diervoeders, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf diervoeders”; j. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan: 1. een minicamping ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie - minicamping”, in welk geval in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 15 kampeermiddelen mogen worden geplaatst; 2. waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; k.

het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning, voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, indien: 1. het beroep of bedrijf niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning; 3. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 50 m² bedraagt; 4. parkeren niet op eigen erf plaatsvindt; 5. detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel; l. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor permanente bewoning; m. het gebruik van de gronden ten behoeve van sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - boom- en sierteelt”, niet zijnde boom- en sierteelt binnen de bouwpercelen;

68

Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 4 en Bornsedijk 9 Deurningen

n. het gebruik van de gronden ten behoeve van containerteelt, voorzover: 1. de gronden niet binnen of aansluitend zijn gelegen aan het bouwperceel van het betreffende boomkwekerijbedrijf met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf”; 2. de oppervlakte van de gronden ten behoeve van de containerteelt per boomkwekerijbedrijf meer bedraagt dan 1,50 hectare, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte geldt; o. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijdbak met de daarbijbehorende bouwwerken anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; p. het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitbreiding van het aantal veeplaatsen op een agrarisch bedrijf, voordat is aangetoond dat voor het bouwen geen Natuurbeschermingswetvergunning is vereist, dan wel dat is aangetoond dat voor het bouwen een Natuurbeschermingswetvergunning is verleend; q. het gebruik van de gronden ten behoeve van de aanleg van een waterbassin. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.1. en 3.4. onder a en toestaan dat de uitoefening van een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie, indien er sprake is van één van de volgende wijzen van mestvergisting: 1. het bedrijf verwerkt in hoofdzaak eigen geproduceerde mest en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe; de co-vergiste mest wordt op de tot het bedrijf behorende gronden gebruikt en naar derden afgevoerd; 2. het bedrijf verwerkt aangevoerde mest geproduceerd door derden en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe; de co-vergiste mest wordt op de tot het bedrijf behorende gronden gebruikt, mits: de gronden zijn voorzien van een bouwperceel; er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in dié zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken ten behoeve van de (bedrijfseigen) mest- en/of organische (bij)productvergisting ten hoogste 25.000 m³ zal bedragen; de capaciteit van de vergisting ten hoogste 100 ton per dag bedraagt; de hoogte van een mest- en/of organische (bij)productvergistingsinstallatie ten hoogste 10,00 m zal bedragen; er sprake is van een bouwperceel, gelegen aan een weg die

berekend is op zwaar verkeer; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het bepaalde in lid 3.1. en 3.4. onder b en j en toestaan dat de uitoefening van een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met een ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie in de vorm van de in Bijlage 2 opgenomen bedrijvigheid, mits: 1. de gronden zijn gelegen binnen de grenzen van een bouwperceel. Bij boerengolf mogen eveneens de bijbehorende landbouwgronden worden gebruikt; 2. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in dié zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 3. niet meer dan 500 m² wordt gebruikt ten behoeve van de ondergeschikte tweede tak of de deeltijdfunctie; 4. er sprake is van een ligging aan een weg die geschikt is voor een eventuele toename van (zwaar) verkeer; 5. alle activiteiten ten behoeve van de uitoefening van de toegelaten bedrijvigheid binnen de bestaande bebouwing wordt ondergebracht; 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/501/documents/16595