CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4.pdf

Commissie Omgeving & Economie 11 januari 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Oppersveldweg 4”25.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 mei 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort tot het Natuurnetwerk Nederland, maar niet tot Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging binnen het Natuurnetwerk Nederland, dienen voorgenomen activiteiten in overeenstemming te zijn met provinciaal beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk. Mits voldaan wordt aan de in de Omgevingsverordening gestelde voorwaarden, kunnen voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Door het inrichten en benutten van de open plek in het deelgebied Oppersveldweg gaat areaal bos verloren. Dit dient gecompenseerd te worden door middel van de aanplant van nieuw bos elders. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

27

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield.

Voor de beschermde grondgebondenzoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rusten voortplantingsplaatsen’. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland beschikt over een Archeologische verwachtings- en advieskaart. Deze is opgenomen in onderstaande figuur.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

Figuur 4.4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart Dinkelland Het plangebied ligt in de 'stuwwalhellingen met droge zandige en/of grindrijke bodems' laag. Voor deze laag geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle perioden. Archeologische resten liggen vlak onder het maaiveld en zijn daardoor kwetsbaar voor bodemingrepen. Archeologische resten zijn hierdoor vaak minder goed geconserveerd. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 2500 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Toets Bij voorliggende ontwikkeling worden twee boerderijkamers mogelijk gemaakt in een bestaand bijgebouw. Er vinden geen bodemingrepen plaats. Ook is het plangebied kleiner dan 2.500 m², waarvoor vrijstelling van archeologisch onderzoek geldt. Het aspect 'archeologie' levert geen belemmering op voor onderliggend plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet).

Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in de directe omgeving van de plangebieden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn waarop het voorliggende plan mogelijk een negatieve impact heeft. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren

Het plangebied wordt ontsloten via de Oppersveldweg. Een (beperkte) toename van 5,6 verkeersbewegingen (bron: CROW, 2018) als gevolg van de realisatie van twee boerderijkamers kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Voorliggend initiatief gaat uit van de realisatie van een tweetal boerderijkamers. Op basis van de beleidsnotitie 'Bouwen en Parkeren 2018' van de gemeente Dinkelland komt dit type recreatiewoning het meest in de buurt van de categorie '3 sterren hotel'. Een recreatiewoning wordt zelf niet genoemd in de beleidsnotitie. Wat betreft de ligging van het projectgebied wordt geconcludeerd dat deze valt onder 'rest bebouwde kom'. De bijbehorende parkeernorm is op basis van het bovenstaande 5,2 parkeerplaats per 10 kamers (inclusief bezoekersaandeel). Voor twee boerderijkamers geldt dan een parkeernorm van 1 parkeerplaats. Aangezien een boerderijkamer bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

29

gebruikt wordt voor één huishouden, kan uitgegaan worden van 1 parkeerplaats per kamer. Daarmee is ruimte benodigd voor in ieder geval twee parkeerplaatsen en hiervoor is afdoende ruimte in de omgeving van het plangebied. De parkeervoorziening wordt door initiatiefnemers ingericht nabij de woning aan Oppersveldweg 4. De reden hiervoor is om het landschap en de natuurlijke omgeving rondom de boerderijkamers zoveel mogelijk te ontzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

30

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Voor de in dit onderdeel genoemde activiteiten geldt een vergunningsverpllicht. Met een omgevingsvergunning bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

31

kan medewerking worden verleend aan werken, geen bouwwerk zijnde of aan werkzaamheden. Tevens worden uitzonderingen op deze vergunningsplicht aangegeven en een afwegingskader geschetst. wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Recreatie - Boerderijkamers De boerderijkamers hebben de bestemming 'recreatie - Boerderijkamers' toegekend gekregen. De gronden zijn bestemd voor een verblijfsrecreatieve voorziening in de vorm van uitsluitend boerderijkamers. Waarde - Ecologie De voor ‘Waarde - Ecologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve

32

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

van de instandhouding en realisatie van het Natuurnetwerk Nederland.

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

33

34

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

35

36

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Het plan is in het kader van vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. De provincie Overijssel heeft geen bezwaren tegen voorliggend plan. Waterschap Vechtstromen Op 13 april 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 17 september 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

37

38

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

39

Bijlage 1

40

KGO-plan

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

AD FONTEM RUIMTELIJK ADVIES Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO

Oppersveldweg 4 Agelo | Concept d.d. juli 2021

Legenda

Oppersveldweg 4 N

a=

Te verbouwen potstal naar boerderijkamers

b=

Bestaande inrit met toegangsweg naar het gebouw bestaande uit een halfverharding. Autoparkeren wordt hier niet toegestaan, daarvoor is een voorziening aanwezig bij woonperceel Oppersveldweg 4.

c=

Bestaande 'Duitse' houtwallen

d=

Bestaand bos met voornamelijk de soorten beuk, eik en grove den. De relatief open plek nabij de boerderijkamers dient open gehouden worden zodat de natuurontwikkeling conform het inrichtingsplan van landgoed De Valkenberg de mogelijkheid wordt geboden om zich te ontwikkelen. De bosrand is reeds meer opengemaakt, opdat ook aan deze zijde, onder en tussen de aanwezige grove dennen, de natuurontwikkeling zich kan ontplooien.

PROJECT: NAAM: ADRES: POSTCODE:

Boerderijkamers Oppersveldweg Familie Schutte Opperveldsweg 4 7636 RH Agelo

NUMMER: VERSIE: DATUM: STATUS:

21AF002 Versie 1.0 27-07-2021 Concept

GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:

A.Veenendaal A3 1:500

COLOFON

Titel Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO Oppersveldweg 4 Agelo Opgesteld april 2021 Datum laatst gewijzigd

juli 2021

Status Concept Opdrachtgever Familie Schutte Oppersveldweg 4 7636 RH Agelo Auteur Ad Fontem Ruimtelijk Advies A.Veenendaal MSc, adviseur RO en de groene leefomgeving Stationsstraat 37 7622 LW Borne ad-fontem.nl

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Ad Fontem Juridisch Bouwadvies b.v

INHOUDSOPGAVE Introductie 5 Gebiedsanalyse 6 Beleidsanalyse 8 Ruimtelijk kwaliteitsplan 10

INTRODUCTIE Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen op het landgoed ‘De Valkenberg’. De initiatiefnemer is voornemens de potstal nabij het landhuis aan de Oppersveldweg 4 te Agelo te herontwikkelen tot twee boerderijkamers. De gemeente heeft na het indienen van een principeverzoek positief besloten. De bestemmingsplanwijziging kan onder meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat het erf landschappelijk wordt ingepast en dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De landschappelijke inpassing wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten van de actoren relevant voor de landschappelijke inpassing worden in beeld gebracht. Het beleid relevant voor de gehele ontwikkeling zal in het bestemmingsplan worden benoemds en getoetst. Er wordt een beschrijving gegeven van het plangebied in het omliggende landschap op basis van de landschapsinventarisatie en analyse. Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Dinkelland.

Figuur 1 De potstal gelegen in de bosrand van landgoed ‘De Valkenberg’

5

Gebiedsanalyse Landgoed ‘De Valkenberg’ is gelegen in het stuwwallenlandschap ten westen van de stad Ootmarsum. Initiatiefnemer is woonachtig in de verspreid liggende bebouwing, behorende bij het buurtschap Agelo, gelegen op de westflank van de Ootmarsumse stuwwal. Het landhuis behorende bij het landgoed bevindt zich aan de Oppersveldweg 4 te Agelo. Het plangebied betreft de stal behorende bij dit landhuis aan de overzijde van de Oppersveldweg. De stal waarin de twee boerderijkamers zullen worden gerealiseerd is gesitueerd in de bosrand, met zicht op de omliggende graslanden. Landschap De stal behorende bij de Oppersveldweg 4 ligt in het glooiende landschap rondom Ootmarsum. Het plangebied ligt in een landschap dat is opgebouwd uit stuwwallen, specifiek de stuwwal van Ootmarsum. Door de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen is er sprake van waarneembare verschillen in het landschap. Zo

zorgden ijs-, wind- en waterstromen voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes. De diversiteit in het landschap is ook waar te nemen rondom het plangebied. Ten oosten van het plangebied bevinden zich diverse essen waar het landschap gekenmerkt wordt door een open karakter. Ten westen van het plangebied heeft zich een stroomgeul gevormd waar het landschap zich kenmerkt met een meer gesloten karakter door de aanwezigheid van diverse landschapselementen in de vorm van houtwallen en singels. Door ontginningen van de heidegronden en door de moderne landbouw is het landschap wat gerationaliseerd, maar de structuren van rond 1900 en de hoogte verschillen zijn nog goed herkenbaar ter plaatse van het landgoed. Het plangebied is onderdeel van het ‘oude hoevenlandschap’, het kleinschalige en afwisselende landschap op de flank van de stuwwal van Ootmarsum. De locatie van de potstal ken-

merkt zich als het heideontginningslandschap, gekenmerkt met een half open tot open landschap met rationele structuren. Beplanting is aanwezig in singels op perceelranden en in lanen langs wegen; daarnaast enkele bos- en heiderestanten. De heidegronden aangrenzend aan het plangebied zijn begin 1900 ontgonnen, de aangrenzende houtwallen en bossen zichtbaar op de historische topografische kaarten van 1850 tot 1900 zijn nog aanwezig. Op de AHN van Nederland zijn de hoogteverschillen weergegeven waarbij de hogere haarpodzolgronden ter plaatse van het plangebied en ten oosten ervan (lichtblauw naar groen rondom plangebied) en de nattere lagere beekdalgronden (blauw) bij de Polbeek ten westen van het plangebied aangegeven zijn. Erfopzet Op historische topografische kaarten is ter plaatse van de Oppersveldweg 4 en de aan de overzijde van weg weg gelegen stal geen bebouwing te zien. Landgoed ‘De Valkenberg’ betreft dan ook een nieuw landgoed met een recent gebouwd landhuis. Er is dan ook geen sprake van een gangbaar erf met een hoofdgebouw en ondergeschikte bijgebouwen gebouwd in een compact erfensemble. De stal is echter wel op een logische plek in het landschap gebouwd. Aan de rand van het grasland, in de bosrand, op de hogere gronden van de heideontginning, bedoeld om dienst te doen voor de stalling van rundvee ten behoeve van de natuurlijke begrazing van het aangrenzende grasland.

De stal is parallel aan de houtwal ten westen van het gebouw gesitueerd, waarmee de strekkingsrichting van het landschap gevolgd is. De stal is bereikbaar via een halfverharde weg vanaf de Oppersveldweg.

Figuur 2 Hoogtekaart plangebied en omgeving AHN (Bron: ahnviewer.nl)

6

Figuur 3 Verandering landschap rondom planlocatie rond 1850, 1900, 1920 en 1970 van links boven naar rechts onder (Bron: topotijdreis.nl)

7

Beleidsanalyse Provinciaal beleid

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Gebiedskenmerken Middels een verdeling in vier lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.) • De lust en leisure laag (hier n.v.t.)

Natuurlijke laag: Stuwwallen De Overijsselde stuwwallen zijn tijdens de voorlaatste ijstijd opgestuwde aardlagen, zo ook de ‘Ootmarsumse stuwwal’ waar het plangebied op ligt. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van

regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiare (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote en kleinere escomplexen tot ontwikkeling. De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in gebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost. De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Agrarische cultuurlandschap: Oude Hoevelandschap Het landschap ter plaatse van het plangebied wordt op de provinciale kaart aangeduid als het ‘oude hoevenlandschap’.

Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven. Het betreft een contrastrijk landschap zoals ook in de

omgeving van het plangebied te zien is: open essen, erven aan de rand van de essen, natte laagtes bij de stroomgeulen en open heidevelden en ontginningen. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de beleving van het afwisselende kleinschalige landschap door het toevoegen van verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers.

Gemeentelijk beleid

Cascobeleid gemeente Dinkelland De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen consequenties voor elementen op de casco kaart. Er worden geen groenelementen verwijderd en de ontwikkeling wordt ingepast op basis van bestaande landschappelijke elementen ter plaatse.

Figuur 4 Cascobeleidskaart (bron: Atlasvoverijssel.nl)

8

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. De gemeente hanteert voor ontwikkelingen in het buitengebied de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning en een extra investering aan te bieden. Men onderscheidt een aantal stappen: - Wat is de omvang van de ontwikkeling; - Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen; - Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; - Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing; - Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden; - Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen? In dat proces wordt er, net als bij de omgevingsvisie gekeken naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de lust en leisure laag. De kwaliteitsimpuls moeten zonder meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen de verdwenen kenmerken terug worden gebracht. Het plangebied ligt, evenals het overgrote gedeelte van de gemeente Dinkelland, in het heideontginningslandschap. Er wordt gestreefd naar het versterken en ontwikkelen van robuuste en heldere landschappelijke structuren.

Taxatie In onderhavige ontwikkeling vindt er een wijziging van de bestemming plaats. In dit geval is een taxatierapport opgesteld om de waardesprong te kunnen bepalen, omdat de vraag niet overeenkomt met de standaardtabel als opgenomen in het KGO beleid. Dhr. G.J. Aarnink van Aarnink makelaardij (taxatie- en makelaarskantoor) heeft een taxatie uitgevoerd. De waardevermeerdering betreft € 54.320,De voorgenomen ontwikkeling is functioneel aan het buitengebied verbonden. 25% van de waardevermeerdering dient ingezet worden voor de compensatie ten goede van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betreft de KGO-investering. Daarnaast kunnen de kosten voor het KGO-plan a € 1.358,(met een maximum van 10%) worden afgetrokken, evenals de kosten voor het kwaliteitsteam. Omdat het 1 bezoekmomenten betreft is dat € 250,--. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor € 11.972,-

Waardering Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Normaliter wordt uitgegaan van basisbedragen, echter vanwege het omzetten van een ‘Bos - Natuur’ bestemming naar een recreatieve bestemming, wordt middels een taxatie de toegenomen waarde bepaald.

Figuur 5 Erfopzet (bron: Atlasvanoverijssel.nl bewerking Ad Fontem)

9

Landschappelijk inrichtingsplan Legenda

Oppersveldweg 4 N

a=

Te verbouwen potstal naar boerderijkamers

b=

Bestaande inrit met toegangsweg naar het gebouw bestaande uit een halfverharding. Autoparkeren wordt hier niet toegestaan, daarvoor is een voorziening aanwezig bij woonperceel Oppersveldweg 4.

c=

Bestaande 'Duitse' houtwallen

d=

Bestaand bos met voornamelijk de soorten beuk, eik en grove den. De relatief open plek nabij de boerderijkamers dient open gehouden worden zodat de natuurontwikkeling conform het inrichtingsplan van landgoed De Valkenberg de mogelijkheid wordt geboden om zich te ontwikkelen. De bosrand is reeds meer opengemaakt, opdat ook aan deze zijde, onder en tussen de aanwezige grove dennen, de natuurontwikkeling zich kan ontplooien.

PROJECT: NAAM: ADRES: POSTCODE:

Boerderijkamers Oppersveldweg Familie Schutte Opperveldsweg 4 7636 RH Agelo

NUMMER: VERSIE: DATUM: STATUS:

21AF002 Versie 1.0 27-07-2021 Concept

GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:

A.Veenendaal A3 1:500

10

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving een ruimtelijke kwaliteits impuls te geven. De ontwikkeling vindt plaats in bos en natuurgebied en binnen bestaande bebouwing. Het streefbeeld bestaat dan ook uit het intact laten en behouden van de bestaande kwaliteiten en uitstraling van de plek om de impact op de omgeving zo klein mogelijk te houden. Dit wordt getracht door de nieuwe functie in de bestaande vormgeving in te passen. De uitstraling van het gebouw blijft een houten schuur cq stal. De bestaande bebouwing bevindt zich in de bosrand en is door de achtergrond van het bos reeds ingepast in haar omgeving. Er is gebruik gemaakt van gebiedseigen materialen bestaande uit hoofdzakelijk hout. De bestaande open plekken in het bos nabij de stal, welke reeds zijn voorzien van een halfverharding vormen een toegangsroute voor de recreanten. De te realiseren boerderijkamers zijn van toegevoegde waarde voor de recreant welke zodoende het landgoed en haar omgeving kan beleven. De opbrengsten komen ten goede van het onderhoud en behoud van het landgoed.

Maatregelen Boerderijkamers De bestaande potstal zal omgebouwd worden tot twee boerderijkamers. De toegangsweg en de ruimte voor het gebouw is reeds voorzien van een halfverharding die ingezet zal gaan worden als toegangsroute tot het gebouw. De bestaande opengemaakte bosrand zal als zodanig behouden worden zodat de plannen van het inrichtingsplan van het landgoed voortgezet kunnen worden. Conform het inrichtingsplan voor het nieuwe landgoed ‘De Valkenberg’ is de bosrand reeds meer opengemaakt, opdat ook aan deze zijde, onder en tussen de aanwezige grove dennen, de heide zich kan ontwikkelen.

De extra kwaliteitsimpuls wordt in samenspraak met de gemeente Dinkelland besteed aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente. De precieze invulling hiervan wordt nader bepaald. Mocht een concreet doel niet worden gevonden, komt de investering ten goede aan het KGO-fonds van de gemeente Dinkelland.

11

Stationsstraat 37 - 7622 LW Borne - Tel: 074-2557027 - a.veenendaal@ad-fontem.nl - www.ad-fontem.nl

Bijlage 2

Watertoets

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

53

datum 13-4-2021 dossiercode 20210413-63-26120 Geachte heer/mevrouw A.Veenendaal, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan 21AF002. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

_____________________________________________________________________________________________________________________

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

Bijlage 3

Quickscan natuurwaarden

bestemmingsplan Buitengebied, Oppersveldweg 4

55

Quickscan natuurwaardenonderzoek Oppersveldweg & Zonnenbergweg (ongenummerd)

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Oppersveldweg & Zonnenbergweg (ongenummerd)

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Ad Fontem

Projectnummer en versie: 3410 versie 1.0 Ligging plangebied: Oppersveldweg & Zonnenbergweg (beide ongenummerd)

Status: definitief Rapportdatum: 7-5-2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 7

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 8 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ........................................................................................................................ 9

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 9 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 9 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 10

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 11

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 11 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 12 5.4 Bos .......................................................................................................................................................... 14 5.5 Slotconclusie........................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 15

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 15 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 15 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 16 6.3.1 Deelgebied Zonnenbergweg ............................................................................................................... 17 6.3.2 Deelgebied Oppersveldweg ................................................................................................................ 18 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep (beide deelgebieden) ........................................... 20 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 23 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 23 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 24

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen om een bestaande schuur aan de Oppersveldweg (ongenummerd) te Agelo, te verbouwen tot recreatieverblijf. Het voornemen is om enkele boerderijkamers in te richten in het gebouwd. Ter compensatie voor deze ontwikkeling wordt een vistrap in een bestaande beek nabij, een poel en een ijsvogelwand aangelegd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 mei 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Beide deelgebieden behoren tot het Natuurnetwerk Nederland, maar behoren niet tot Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging binnen het Natuurnetwerk Nederland, dienen voorgenomen activiteiten in overeenstemming te zijn met provinciaal beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk. Mits voldaan wordt aan de in de Omgevingsverordening gestelde voorwaarden, kunnen voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Door het inrichten en benutten van de open plek in het deelgebied Oppersveldweg en het aanleggen van een poel, gaat areaal bos verloren. Dit dient gecompenseerd te worden door middel van de aanplant van nieuw bos elders. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af.

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn concrete plannen om een bestaande schuur aan de Oppersveldweg (ongenummerd) te Agelo, te verbouwen tot recreatieverblijf. Het voornemen is om enkele boerderijkamers in te richten in het gebouwd. Ter compensatie voor deze ontwikkeling wordt een vistrap in een bestaande beek nabij, een poel en een ijsvogelwand aangelegd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden; deelgebied Oppersveldweg en deelgebied Zonnenbergweg, beide deelgebieden zijn ongenummerd. De deelgebieden liggen in het buitengebied, circa één kilometer ten westen van de woonkern Ootmarsum en worden omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van beide deelgebieden weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van beide deelgebieden op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de rode ovaal aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Deelgebied Oppersveldweg Het plangebied bestaat uit bebouwing en een overharde open plek in het bos. In het plangebied staat een half afgebouwde schuur. Het gebouw heeft houten wanden en is gedekt met sandwichpanelen met daarop dakpannen. Delen van de zijgevel ontbreken waardoor het gebouw niet wind- en waterdicht is. Het grenst aan de oostzijde aan bos en aan de westzijde aan agrarisch cultuurland. Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.

Begrenzing van deelgebied Oppersveldweg; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

Deelgebied Zonnenbergweg Het plangebied vormt een deel van een bestaande beek met houtige beplanting langs de oever en voormalig agrarisch cultuurland dat deels ingericht is als wildakker en deels ingeplant is met meidoorn. Het grenst aan de westzijde aan agrarisch cultuurland en aan de overige zijden aan beek met beekbegeleidende houtwal. Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage. 5

Begrenzing van deelgebied Zonnenbergweg; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

6

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat de schuur in deelgebied Oppersveldweg te verbouwen tot boerderijkamers en in deelgebied Zonnenbergweg een poel, vistrap en ijsvogelwand aan te leggen. Om boerderijkamers te kunnen ontwikkelen hoeft het gebouw alleen maar afgebouwd te worden. De open plek naast het gebouw krijgt halfverharding t.b.v. het parkeren van auto’s. Om de poel aan te kunnen leggen dient beplanting verwijderd te worden en grond vergraven te worden. Er zijn geen details bekend over de vistrap of ijsvogelwand. Op onderstaande afbeelding wordt een verbeelding van het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: ad fontem).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • (af)bouwen schuur; • Aanleg halfverharding; • Vergraven grond;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; • Doden planten en dieren; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

7

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenzen de deelgebieden aan bos. Houtwal en agrarisch cultuurland en openbare weg. Gelet op de uit te voeren werkzaamheden, is het niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Om een volledige effectbeoordeling uit te kunnen voeren, hoeft het onderzoeksgebied niet vergroot te worden.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied.

8

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of

9

•

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/573/documents/16979